Een geschiedenis van de Hervormde kerk van Pesse, versie 2.0 - 2.4 De aanloop

Hits: 33150

Artikelindex

 

 

 

 

 

 

 

 


2.4 De aanloop

Bemiddelaars


Het verzamelen van het benodigde geld voor de bouw werd natuurlijk niet bevorderd door de talrijke strubbelingen, onder andere over de bouwplek. Het College van Toezicht stelde daarom twee gecommitteerden aan: Mr. Sluis en de Jhr. Van Echten van Holthe. Zij zouden moeten proberen de neuzen dezelfde kant op te krijgen.
Vooral Van Echten tot Holthe speelde zijn rol als mediator met verve. Hij wist de kluwen uiteindelijk te ontwarren. Zijn doel was duidelijk: een eigen kerk voor de 780 leden en 262 lidmaten (resp. tegenwoordig doopleden en belijdende leden genoemd, LM) die er in Pesse waren. In november 1869 was er een bedrag binnen van fl. 9.125,50, terwijl de begroting fl. 11.400 bedroeg. Het ontbrekende geld kon de kerkvoogdij lenen van haar diaconie. Kennelijk waren de regels daarover toen wat soepeler dan tegenwoordig. Maar goed, daarmee was de financiering rond. De nieuwe kerk ging er dan eindelijk echt komen.
Het classicale bestuur van de kerk gaf op 8 oktober 1870 zijn fiat en op 28 december werd in de dorpsschool een kerkbestuur gekozen. Op 18 november kwam er nog weer een poging uit Ruinen om de onafhankelijkheid te dwarsbomen: een brief die stelde dat de kerk van Pesse dan wel zelfstandig werd maar toch nog deel bleef uitmaken van die van Ruinen en op een later tijdstip onafhankelijk zou kunnen worden. In de Ruiner notulen van 2 november 1870 staat: “Art.3: Met algemeene stemmen wordt besloten zich tot het klassikaal bestuur te wenden, met het verzoek, dat Pesse op den bestaanden voet met Ruinen gecombineerd blijve, totdat de bouw van kerk en pastorie zóó ver gevorderd zullen zijn, dat er een afzonderlijke kerkeraad te Pesse moet optreden.”
Pesse ging echter gewoon zijn eigen gang op de eenmaal ingeslagen weg.


Eendracht maakt macht, tweedracht verscheurt


In januari 1871 droeg de bouwcommissie haar taken over aan de kerkvoogdij. In augustus kozen de (mannelijke!) lidmaten een nieuwe kerkenraad. De PDAC schreef dat het nu tijd werd om de twist en partijschap te laten ophouden en hoopte dat de lidmaten zouden stemmen in het echte belang van de gemeente. “Dat men toch bedenke: hoe zal men, indien er twist en partijschap blijft bestaan in ons net en nieuw kerkgebouw (dat de voltooijng nabij is) zamen godsdienst kunnen oefenen voor Hem , de hartenkenner, wiens bevel is: hebt elkander lief? (…) Laat ieder zich wachten om verderfelijken invloed op zijne partij uit te oefenen. Wij drukken ieder den oud vaderlandschen spreuk op het hart: Eendragt maakt magt, tweedragt verscheurt.”
Het nieuwe kerkbestuur bestond uit tien notabelen en vijf kerkvoogden. Over de gang van zaken bij de verkiezing zou nog ophef ontstaan. De hedendaagse toeschouwer krijgt de indruk dat de diverse verantwoordelijkheden allerminst duidelijk waren. De tegenstelling van Ruinen en Pesse bleef een rol spelen. Wie is waarvoor verantwoordelijk? Wie mag een verkiezing uitschrijven en wie mogen er kiezen? Wie mag een predikant benoemen? Goed te begrijpen eigenlijk wel, omdat het voor iedereen een volstrekt nieuwe situatie was. De onduidelijkheden zorgden echter helaas voor frictie, wantrouwen en achterdocht. We komen dat in het vervolg van het verhaal nog tegen.
Terzijde: het College van Notabelen kennen we in de huidige kerkorganisatie al lang niet meer. Het was een college van mensen uit de gemeente (vroeger alleen mannen) die rechtstreeks gekozen werden door de kerkleden. Uit hun midden kwamen vaak de kerkvoogden voort. Deze notabelen kozen ook de kerkvoogden. Oud-administrateur Klaster heeft nog wel met een dergelijk college gewerkt.

x

x


Oudste notulen


Op dit punt in de geschiedenis, om precies te zijn op 7 januari 1871, begint het oudste notulenboek, dat bewaard is gebleven in het archief van de Hervormde Kerk te Pesse. De eerste regels daarin, over de overdracht van het werk van de voorbereidingscommissie aan de nieuwe kerkvoogden, luiden als volgt:
“Vergadering van kerkvoogden den 7 Januarij 1871, tegenwoordig: alle leden. (…) De Commissie belast met de voorbereidende werkzaamheden tot stichting van Kerk en Pastorij te Pesse doet aanbod aan de kerkvoogden van al de bij rustende waarden, titelen, besluiten zomede de staat van uitgaven, voor rekening der nieuwe kerkgemeente van Pesse gedaan ten behoeve der voorbereiding sedert den 31 Maart 1860. Zij bied hierbij aan 4 bijlagen met de nodige bescheiden waarin de waarde van het over te dragene bestaat, zonder iets voor- of nadeelig voor zich te willen behouden. Nemen kerkvoogden conform dezes, de verplichting op zich, om met den meesten spoed de voorbereidende werkzaamheden ten uitvoer te brengen."

 

x

x    


"Na onderzoek der aangeboden stukken en na eenige gehouden disputen is door kerkvoogden besloten alles voor hunne rekening ter uitvoering over te nemen. Noch (= ook) is met algemeen stemmen besloten dadelijk een adres aan gedeputeerden te zenden, om beschikbaarstelling van het toegestane subsidie in het jaar 1871. (w.g.):R. K. Reinders, President en B. Oldenijens, secretaris.”

Met de laatste regels wordt bedoeld dat men z’n best deed om zo snel mogelijk landelijke financiële steun te krijgen, van fondsen van de synode. Verderop daarover meer.
Voor de bouwcommissie en voor de kerkvoogden was het een opluchting dat de erfgenamen van Hendrik Everts Waninge en Grietje Arends Hees de belofte wilden nakomen om de grond aan de Hoogeveenseweg beschikbaar te stellen. De Waninges traden daarmee in het voetspoor van een verre voorvader, Roelof Waninge, die in 1428 ‘een mud land’(ongeveer ¼ ha) schonk aan de priester van de kerk van Ruinen.

 

Gratis: een perceel heideveld


In de notulen staat daarover het volgende:
“De president geeft aan de vergadering te kennen dat, gelijk aan de leden bekend is, Hendrik Everts Waninge en Grietje Arends Hees, in leven echtelieden, gewoond hebbende en overleden te Pesse aan de Commissie belast met de voorbereidende werkzaamheden voor het stichten van een Kerkgebouw en Pastorij voor de Hervormden te Pesse de belofte is gedaan, om wanneer die zaak tot stand mogt komen, aan de alsdan op te richten gemeente ten geschenke te zullen afstaan een perseel veldgrond, gelegen te Pesse gemeente Ruinen, thans kadastraal bekend in Sectie E no 162, groot 0-98-90, om daarop het kerkgebouw en pastorij te stichten.”
Onder ‘veldgrond’ verstond men heideveld, onontgonnen terrein.
“Dat vermits thans door de gezegde commissie aan de kerkvoogden de zaken bereids zijn overgedragen, volgens met het bouwen van een kerkgebouw en pastorij een aanvang kan worden gemaakt, de erven van gemelde Hendrik Everts Waninge thans bereid zijn de belofte door hunne ouders gedaan, na te komen, weshalve hij (bedoeld is de president, de voorzitter, LM) aan de vergadering voorstelt om onder nadere goedkeuring van het collegie van toezigt bij notariële akte die schenking aan te nemen. Nadat bovenstaande in omvraag was gebracht, is hetzelve met algemene stemmen aangenomen. En dan President en Secretaris kerkvoogd gemagtigd het voorschreven perseel heideveld ten bedoelden einde in schenking aan te nemen.”
Het nieuwe kerkbestuur maakte dus graag gebruik van de gift van de familie Waninge. Het hielp hen flink vooruit omdat de kosten toch al hoog gingen oplopen. Dat de kerk daardoor op een ietwat vreemde plaats kwam te staan, werd voor lief genomen.
Citaat uit het notulenboek 27 feb. 1871: “Wordt aangeboden bestek en Raming der kosten van de te bouwen kerk en Pastorij. De vergadering besluit op voorstel van den President de bouw zoo veel mogelijk te bespoedigen en stelt daarom de tijd van oplevering op den 1 October 1871, alles echter onder goedkeuring van het provinciaal collegie van toezigt. Aangenomen met algemeene stemmen.”
Nu komt er echt vaart in het proces. Om druk op de ketel te houden, stelt de vergadering een streefdatum vast. In een half jaar moet de kerk gebouwd worden. De vormgeving van de te bouwen kerk en pastorie werd vastgelegd in een ‘bestek en voorwaarden’.

naar boven