Een geschiedenis van de Hervormde kerk van Pesse, versie 2.0 - 2. De voorbereidingen en de bouw van de kerk. 2.1 Voorbereidingen

Hits: 31312

Artikelindex


2 De voorbereidingen en de bouw van de kerk

 

 

 

 

 

 

 

 


2.1 Voorbereidingen

 

In wat voor tijd ontstond de kerk


Wij denken dat wij in een dynamische, snel veranderende wereld leven en dat is ook zo natuurlijk. Maar de kans is groot dat de gemiddelde Nederlander in 1870 dit ook zo ervoer. Rond 1850 was de grote meerderheid van de bevolking nog straatarm en ongezond. Slechte hygiëne en voeding, ziekten en epidemieën van ziekten als tuberculose, malaria, pokken en niet te vergeten griep en diarree zorgden voor een gemiddelde leeftijd van slechts 35 tot 40 jaar. Vanaf 1870 kwam daarin een spectaculaire omslag. De gemiddelde leeftijd steeg ineens fors; binnen enkele generaties kwam er een verdubbeling. Vaccinaties behoorden voortaan tot het instrumentarium van de artsen. Daardoor nam de bevolking en de verstedelijking snel toe. Het stille land met 3 miljoen zielen in 1850 was vijftig jaar later in en rond de grote steden een drukke moderne wereld geworden.

x


Het jaar waarin in Pesse de kerk gesticht werd, 1871, was het jaar waarin de Frans-Duitse oorlog in mei eindigde. Elzas-Lotharingen werd Duits. Nederland was niet direct bij de oorlog betrokken maar mobiliseerde, net als België, wel het leger en zette de Nieuwe Hollandse Waterlinie gedeeltelijk onder water. Dat ging zo moeizaam en verliep zo chaotisch dat de Minister van Oorlog, Generaal Van Mulken, moest aftreden. De oorlog leidde tot een gigantische pokkenepidemie die een half miljoen slachtoffers maakte, waarvan bijna 23.000 in Nederland. En dat terwijl de pokkenvaccinatie al sinds 1749 bekend was. De schrik zat er in: in Amsterdam stonden mensen meer dan vier uur in de rij om een gratis pokkeninenting te krijgen. In Assen werd ook gratis gevaccineerd.

Kop van Jut


Vrouwen eisten hun rechten op. Aletta Jacobs werd toegelaten als eerste vrouwelijke studente medicijnen aan de Rijksuniversiteit Groningen, aanvankelijk voor een proefperiode van één jaar na persoonlijke toestemming van minister Thorbecke. Het jaar ervoor was in Nederlands-Indië het Cultuurstelsel afgeschaft. Javanen kregen de eigendom van hun bouwgrond terug. Europeanen en Chinezen mochten plantages stichten buiten de dessa's. Vooral op Sumatra leidde dit tot de stichting van grote plantages met koelies uit Java als goedkope contractarbeiders. Na de opening van het Suezkanaal in 1869 stapten de Nederlandse rederijen massaal over op stoom. Rotterdam werd door de opening van de Nieuwe Waterweg in 1872 weer bereikbaar voor grote zeeschepen. De Wet op het Hoger Onderwijs van Thorbecke werd ingevoerd. Op de universiteiten nam het Nederlands als voertaal de plaats in van het Latijn. Op de lagere scholen werd de klassengrootte teruggebracht van 70 (!) naar 40. En ook in 1870 werd de 'levenslange gevangenisstraf' ingevoerd ter vervanging van de doodstraf. Toen echter een paar jaar later Hendrik Jut werd ontmaskerd als moordenaar van een rijke weduwe en haar dienstbode, was het volk furieus. Kermisexploitanten lieten de mannen hun woede koelen op de Kop van Jut.


Zomaar wat gebeurtenissen uit dezelfde tijd dat in Pesse de bevolking streefde naar een eigen kerkgebouw en kerkenraad. Je zou kunnen zeggen: de tijd was er rijp voor. Het streven past in een trend naar emancipatie, vooruitgangsdenken en sterke economische ontwikkelingen. Niettemin lag Pesse natuurlijk ver van de grote ontwikkelingen, hierboven geschetst. Het aantal mensen dat er kennis van kon nemen via de krant zal gering geweest zijn. De horizon lag nog dichtbij, de wereld was voor velen nog klein, zeker in het perspectief van onze tijd.


Jaren voorbereiding


Na jaren van voorbereiding werd in 1871 in Pesse een nieuwe kerk gebouwd met een pastorie ernaast. Voor de duidelijkheid: de pastorie, dat was wat nu het woonhuis is op nr. 46. Hoe zijn de gebouwen er destijds gekomen? Daarover gaat het vooral in dit hoofdstuk.
De aanloop naar het bouwproces duurde lang en verliep bepaald niet soepel. Over veel was men het in Ruinen en Pesse, maar ook onderling oneens en werd er zelfs actie gevoerd. Hieronder stippen we wat zaken aan.

Tegenstellingen


In de jaren voor de bouw van de kerk waren er vrij scherpe tegenstellingen onder de gelovigen, niet alleen wat betreft de diaconie, zoals we hiervoor zagen, maar ook geloofsinhoudelijk. De predikanten die elkaar in de ring Meppel troffen, waren enerzijds bijbelgetrouw en volgden de christelijke leerstellingen maar waren anderzijds ook wel beïnvloed door de Verlichting. Daar tegenover stonden de orthodox gezinden die niets van de verlichte theologie moesten hebben. Deze tegenstellingen droegen niet bij aan het gezamenlijke streven naar een nieuw kerkgebouw en een nieuwe kerkelijke gemeente, onafhankelijk van de kerk van Ruinen.
Uiteraard had de Afscheiding van 1834 ook in Pesse gevolgen. De Afscheiding is de aanduiding van een kerkelijke beweging in het Nederland van de 19e eeuw, die uiteindelijk heeft geleid tot een zelfstandige Gereformeerde Kerk naast de Nederlands Hervormde Kerk. Lange tijd waren dat twee gescheiden werelden: Hervormden en Gereformeerden. In Hoogeveen was sinds 1841 een afgescheiden gemeente; de Gereformeerden uit Pesse, Fluitenberg en Stuifzand zochten hun heil voortaan daar. Die van Kraloo waren aangewezen op Dwingeloo. De Doleantie, de kerkscheuring die in 1886 plaatsvond onder leiding van ds. Abraham Kuyper zou nog grotere gevolgen hebben voor het ledental van de Hervormde kerk. Door de Doleantie verloor de Hervormde Kerk in één klap ±10 procent van haar leden; door de Afscheiding had zij slechts ruim 1 procent van haar leden verloren.
Terzijde: in 1936 ontstonden de eerste plannen voor een zelfstandige Gereformeerde kerk in Pesse. Al een jaar later werd de eerste steen gelegd en kregen de Gereformeerden een eigen gebouw en kerkenraad. De geschiedenis en ontwikkeling van de Gereformeerde kerk in Pesse is uitvoerig beschreven in het boek van Joop Moes: ‘Slechts in uw spoor…Momenten uit 50 jaar Gereformeerd kerkelijk leven te Pesse’.

Rumoer


Een ander gevaar dat de stichting van een nieuwe kerk bedreigde, was het optreden van enige orthodoxe lidmaten die zich aangetrokken voelden tot de radicale evangelisatievereniging ‘Vrienden der Waarheid’. Evangelisten van deze groepering hielden sinds 1866 godsdienstoefeningen in de school van Pesse bij Bultinge. Daarover ontstond rumoer, wat leidde tot een ingezonden stuk in de Hoogeveensche Courant waarin een groep Pessenaren zich bezorgd toonde over deze ontwikkeling. Men was uiteraard bang voor tweedracht in de nieuw te stichten gemeente. De bouw van een eigen kerk zou er zelfs op kunnen afspringen.
In de Provinciale Drentsche en Asser Courant (voortaan: PDAC) van 14 maart 1868 staat een ingezonden brief van ‘Een lid der Herv. Kerk’ dat zich afvraagt welke ‘waarheid’ deze evangelisten prediken; waarschijnlijk de “bijbelsche of evangelische waarheid” veronderstelt hij. En hij gaat verder: “En wie, die waarlijk in den bloei der Nederl. Hervormde kerk belang stelt, zou zich niet verblijden, dat ze ook te Pesse, al is het dan maar in de school, gelegenheid hebben om de leer der zaligheid, ons in den Bijbel geopenbaard, te hooren prediken? Daardoor zal zeker de begeerte om spoedig in het bezit van een eigen kerkgebouw en een eigen leeraar te komen, alleen maar toenemen. ’t Is zeer te wenschen dat de Pessers bij een eventuele beroeping van een predikant goed uit hunne oogen zien: ’t is eene zaak van groot belang. Zooveel is althans zeker, dat de modernen de gemeenten verwoesten en niet stichten.”
De schrijver van dit ingezonden stuk was kennelijk in te delen bij de ‘Orthodoxen’.


De pioniers


In april 1860 werd in Pesse een commissie van vijf leden opgericht om plannen te ontwerpen voor het stichten van een eigen kerk. Het zou maar liefst elf jaar duren voor de realisering van de plannen een feit werd. De commissie heette officieel ‘Commissie voor Stichting van Kerk en Pastorie te Pesse’. De leden van deze commissie waren voornamelijk van orthodoxe signatuur. Het waren de volgende personen.
Reinder Koop Reinders; hij was vanaf 1871 voorzitter van de kerkvoogdij en later ook gemeenteraadslid te Ruinen. Hij kan gezien worden als de voortrekker in de plannen voor een eigen kerk. Tot zijn overlijden in 1885 was hij kerkvoogd/ notabele.
Hendrik Daniël Engels; hij was van 1834 tot 1837 eerste onderwijzer in Fluitenberg; van 1837 tot 1844 onderwijzer in Echten en van 1 mei 1844 tot 1 november 1894 onderwijzer te Stuifzand.
Egbert Jans Sol; hij was een afstammeling van Jan Alberts Sol die uit Zuidwolde kwam, en zich in mei 1790 vestigde te Fluitenberg, waar hij het eerste stenen huis bouwde.
Ten slotte Harm Jans Denekamp en Jan Hendrik Wever. Wever stierf in 1868; als zijn opvolger werd op 24 oktober gekozen D.E. Waninge. Hij was familie van H. E. Waninge die de grond voor de kerk schonk.
Een van de eerste vragen die men zich stelde, was die van de financiering van een nieuwe kerk. Er was vanuit de bevolking al snel een bedrag van fl. 2025,25 toegezegd, maar de commissie hield er rekening mee dat men fl. 13.000 nodig zou hebben. De discrepantie tussen beide bedragen was voor enkele leden van de Pesser deelkerkenraad in Ruinen reden om zich tegen het initiatief te keren en te pleiten voor een tweede predikant en behoud van de bestaande relatie met de kerk van Ruinen. Het Provinciale Kerkbestuur toonde echter veel begrip voor het streven naar een zelfstandige kerk voor Pesse en vroeg zich af in hoeverre deze mensen, die dus de bestaande relatie met Ruinen wilden bestendigen, wel het volk van Pesse vertegenwoordigden. Dit Provinciale Kerkbestuur en het College van Toezicht zouden van grote steun blijken voor de voorbereidingscommissie.

 

naar boven