Een geschiedenis van de Hervormde kerk van Pesse, versie 2.0 - 3.9 Iets over het jeugdwerk vroeger

Hits: 32393

Artikelindex

 

 

 

 

3.9 Iets over het jeugdwerk vroeger

 

 

 

 

 


Ook in vroegere tijden deed de kerk al aan jeugdwerk. Zo waren er in de Hervormde Kerk van Pesse een ‘Jongelingsvereniging’ voor jonge mensen vanaf ongeveer 16 jaar, een ‘Knapenvereniging’ voor 12 tot 16 jarigen, en een meisjesvereniging. Van de meisjesvereniging heb ik niets in het archief gevonden; van de beide andere verenigingen is er nog een notulenboek. Daarin hebben de jeugdige leden zelf verslag gedaan van de wekelijkse ontmoetingen.


De Knapenvereniging David


Het boek van de Knapenvereniging begint op 20 december 1954. Ik citeer een paar stukken, omdat ze een mooi tijdsbeeld geven.


‘Notulenboek van Ned. Herv. Knapenvereniging ‘David’ Te Pesse. 12 December 1954’
“Ledenvergadering v.d. Ned. Herv. Knapen Vereniging “David” Te Pesse, gehouden 20 December 1954. Met een aantal van 22 leden kwamen we bijeen. Op deze bijzondere vergadering nl. een kerstavond heette de voorzitter ons allen een hartelijk welkom. Wel in ’t bijzonder ons nieuwe lid dat we in ons midden hadden Genaamd Dirk Rubing. De voorzitter hoopt dat hij onze vereniging regelmatig en nog lang zal bezoeken. Hoewel er geen kerstboom was zongen we toch kerstliederen. En hielden ons dus ook bezig met Lucas 2.“
Niet altijd is de opkomst zo groot. Soms maar zes leden, en op 24 februari 1965 gaat de vergadering helemaal niet door wegens te geringe opkomst. Het notulenboek eindigt, hoewel het boek nog lang niet vol is, met een levendig verslag van het jaarfeest in 1965.


“Notulen van het Jaarfeest
Jaarfeest 3 Maart 1965 van de gezamenlijke jeugdverenigingen Pesse en Stuifzand in “Ons Dorpshuis” te Stuifzand. We begonnen om half acht. Ds. Sturm deed het openingswoord en ging ons voor in gebed. Daarna volgde een samenzang (…) en vervolgens werd het toneel vrijgemaakt voor de meisjesvereniging “ODS” te Pesse. Het stukje heette: ‘Geloof, hoop en liefde’ en het stond onder leiding van mej. K. Pol. Na een kleine pauze viel de beurt aan de jongensvereniging van Stuifzand die met een klucht op de planken kwamen genaamd ‘De zangvereniging van Botjesdam’ dat onder leiding stond van de heer W. Drent. Het werd voor de boerjes (? sic) een succes, dat bleek uit het daverende applaus. De meisjesvereniging van Stuifzand had dit jaar geen stukje maar had een muziekgroepje dat het programma vervolgde. De instrumenten waren drie gitaren hetgeen een prachtig (is doorgestreept en vervangen door) aardig geheel vormde. En als vijfde programmanummer volgde onze vereniging met ‘De Brillenkoopman’. Het stukje was niet groot maar wel heel komisch. Ook voor onze knapenvereniging gold een welverdiend applaus.”
Dan is er pauze met gelegenheid om een consumptie te gebruiken “hetgeen ook wel gedaan werd”. In de pauze kreeg mej. Pol bloemen; zij stopte met de leiding van de meisjesvereniging ODS omdat ze ging trouwen.
“Het programma werd vervolgd met het grote toneelstuk ‘Jij bent een vreemde’. De spelers werden aan ons voorgesteld door de heer G. Oortgiesen. Het stond onder leiding van mej. Koerts uit Hoogeveen.’ Tussen de drie bedrijven trad de zanggroep nog eens op en het ‘sluitingswoord werd gedaan door de heer G. Oortgiesen. We zongen nog Gez. 228:1,2,3 en 6. Toen was het twaalf uur. De avond was heel prettig en smaakvol.
(w.g.) De secretaris J. Bulder”.

 

x

 x

 

De Jongelingsvereniging Immanuël


Ik citeer ook een en ander uit het ‘Notulenboek van de Christelijke Jongelingsvereeniging (opgericht 6 Februari 1928) “Immanuël” te Pesse’.

Eerste blad: “Vergadering op Maandag 6 Februari in de Consistorie der Ned. Herv. Kerk te Pesse”.
“Aanwezig waren: Roelof Strijker, Jan Strijker, Albertus Slomp, Walter Waninge, Evert Duinkerken, Albert Bork, Koop Steenbergen, Sent Waninge, Jan Knol, Gooszem Meester en Willem Loof en Ds. Pijlgroms. De laatste opent de vergadering met gebed en houdt daarna een korte inleiding over Matth. 17:1-9 over de verheerlijking op den berg (…). (…) Ds. Pijlgroms las vervolgens nog eenige stukken uit Nicolaas Beets’ “Camera Obscura’.”
“De gewone werkzaamheden op onze wekelijksche vergadering zijn Eerst Bijbelinleiding. Pauze. Dan een opstel en wat voordrachten met enkele liederen. We hebben dit winter een collecte gehouden voor een orgeltje voor de Meisjes, Knapen en Jongelingsvereeniging wat ons is gelukt. Daarvoor brengen we hartelijke dank uit voor de bijdrage (…).”
Jaarlijks werd er een gezamenlijk uitstapje gemaakt. “Verleden jaar maakten wij, in gezelschap van de Knapenvereniging met wie we toen alles nog gemeenschappelijk deden, een fietstochtje naar Giethoorn, waar we allen heel veel gezien en genoten hebben. Op de terugtocht werd het karakteristieke Staphorst niet vergeten!”

 

 x   x

 

 

“Door afwezigheid van de penningmeester werd er geen contributie geïnd. J. Waninge had volgens het rooster een opstel, maar was afwezig, zoodat deze f 0,25 boete moet betalen. De reserve H. Wanders las hierna een opstel voor getiteld: ‘Een dag naar Giethoorn’. Door J. Wachter werd een voordracht gelezen, getiteld: ‘De twee redders’.”
Het volgende citaat is bijzonder, omdat het licht werpt op de strikte scheiding tussen Hervormd en Gereformeerd in die tijd, wat gepaard ging met de nodige animositeit.
“Slechts zeven leden bezochten de vergadering van de J.V. op 6 Mrt ’47 welke in de Consistorie-kamer werd gehouden. Door de nog steeds onverminderd voortdurende winter (…) was het aantal leden deze avond zo klein. Hierdoor werd het ook meer een praatavond, dan dat er wat gedaan werd en het was dan ook bijna 9 uur toen ds. Seinhorst toch nog maar op de gewone manier opende, terwijl de secretaris de notulen van de vorige vergadering voorlas, die werden goedgekeurd. Wegens het al late uur en het kleine aantal leden werd er geen bijbelbespreking gehouden om de andere jongens niet achter te doen komen. Willem Wagter heeft weer een geslaagde aanval op onze, de laatste tijd toch al zo veel geplaagde portemonnaie gedaan. Het gesprek kwam op de Ger. Reciteerverenigingen e.d. en het blijkt dat algemeen bekend is, dat de Ger. in hun eigen plaats zich overal buiten houden maar eenmaal daarbuiten beter dansen kunnen en buiten het Argusoog van de kerkeraadsleden (tussengevoegd is: ‘en dominees net zo goed, (LM)) (meer) films en toneelvoorstellingen bezoeken als Ned. Hervormden en niet-kerkelijken.” In die tijd gold dansen en film kijken als activiteiten waar niets goeds uit kon voortkomen. Ds. Seinhorst vond het kennelijk geen bezwaar dat dit in de notulen kwam.

             

 

naar boven