Een geschiedenis van de Hervormde kerk van Pesse, versie 2.0 - 3.5 De orgels

Hits: 32384

Artikelindex

 

 

 

 

 


3.5 De orgels

 

 

 

 


In 1901 vergaderde de kerkenraad. Er moest een organist komen, want actieve ds. Elie Saraber had voor een orgel gezorgd. Tot die tijd deed men het met een voorzanger, een speciale functie in de kerkgemeenschap, die soms gecombineerd werd met de functie van koster. De eerste organist was G. Blanken. Hij kreeg een jaarwedde van fl. 50. Dat was redelijk wat geld in die tijd want de nieuwe kostersfunctie werd in 1903 slechts met fl. 20 beloond. Volgens het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis had fl. 50 in het jaar 1901 een "koopkracht" van fl. 1 407.70 (= € 638.79) in het jaar 2015.
In 1907 droeg ds. Saraber het orgel over aan de kerkvoogdij. Er werd fl. 25 voor betaald.

x


In 1911 kocht de kerk een nieuw orgel bij Proper & Van der Wal, piano- en orgelhandel te Kampen voor fl. 427,50. Fl. 300 werd contant betaald en de rest binnen een jaar na levering. Het oude orgel werd door de leverancier meegenomen. In het archief zit nog het garantiebewijs voor 20 jaar voor het kerkorgel, d.d. 24 februari 1911. De gemeente zou het orgel echter geen twintig jaar houden.
De gemeente was namelijk niet zo tevreden over het nieuwe orgel. De leverancier uit Kampen stelde voor het orgel om te ruilen voor een gebruikt exemplaar, dat echter nog opgebouwd moest worden. Dat orgel stond in het Overijsselse Heemse en was daar ‘overcompleet’. Het bedoelde orgel was in 1806 aan de gemeente van Heemse geschonken door de barones Clara Feyoena van Raesfelt, geboren Van Sytzama. Pesse mocht het orgel kopen maar moest bij eventuele verkoop in de toekomst de eerste koop gunnen aan de gemeente van Heemse. Zo geschiedde. (In 1960 is het orgel dan ook weer terug gegaan naar Heemse.)
Het ‘nieuwe’ orgel werd in Pesse opgebouwd, en er werd in december 1910 een instructie geschreven voor een orgelpomper of blaasbalgtrapper. Er werd een vergoeding voor gereserveerd van fl. 20 per jaar. “Ds. Westenburg herdacht met dankbaarheid hoe de gemeente zelve een behoorlijke som had bijeengebracht, maar uit andere oorden des lands op verrassende wijze was geholpen” bericht het tijdschrift Het Orgel in oktober 1919. “Pesse is een van die kleine plaatsen, waar het verlangen naar een behoorlijk orgel uitging van een werkelijke behoefte naar iets schoons, en waar de middelen om dit te bereiken zeer schaarsch zijn.“

   

Het oude orgel afkomstig uit Heemse in de kerk  te Pesse. Dit is de oudste foto van het interieur van de kerk die ik vond. De opname is van voor de verbouwing aan de voorgevel. 

                                                          Foto rechts:  het Clara Feyoena orgel in Heemse, na de restauratie maar zonder de beelden erop

 


Orgeltrapper


Om geluid uit een orgel te krijgen, moet er lucht door de orgelpijpen kunnen stromen. Tegenwoordig hebben we daarvoor een blaasbalg die volgepompt wordt door een elektromotor, (denk voor de werking maar aan een opblaaskussen op de braderie) maar in vroeger tijden moest de blaasbalg op een andere manier gevuld worden. Daartoe staken er aan de zijkant uit de orgelkast twee balkjes van zo'n 10 cm breed, die verbonden waren aan een pomp die de blaasbalg vulde. Erboven was een handgreep bevestigd. Een man (vrouwen deden dit werk niet) trapte om en om op de beide balken en hield zich daarbij vast aan de handgreep. Zo vulde de balg zich met lucht. Voor de organist kon gaan spelen, moest dus eerst de blaasbalg worden gevuld. Een ouder gemeentelid dat destijds als jongeman tijdens de dienst met kameraden op het balkon naast het orgel zat, herinnert zich nog goed hoe dat ging. Dat pompen zal niet zo geruisloos gewerkt hebben als we tegenwoordig gewend zijn. Bij lange liederen of veel liederen achter elkaar was het bovendien best zwaar werk.
Er werd een orgel- of blaasbalgtrapper aangenomen. Dat was een klusje voor de schaapherder Okken, destijds bij de bevolking beter bekend als “Okkies”. Door de week hoedde Okken een kleine kudde schapen op de hei tegenover de kerk. Hij woonde aan de Kampiepensweg. In 1925 kreeg Okken fl. 20 per jaar voor het trappen op het orgel. In 1941 zou zijn vergoeding gestegen zijn naar fl. 55 per jaar. Men had uitgezien naar een automatische, elektrische blaasbalg, maar die moest fl. 290 kosten. Dat was toen nog te veel. Voor fl. 100 had men een nieuwe blaasbalg.
Vanaf 1941 was er een jaarlijks contract met dhr. Ruif voor ƒl. 15 per jaar om het orgel te onderhouden.


Een dubbeltje voor de muziek


“Mijne heren, Ik grijp in uiterste nood naar de pen. Het orgel waarmee ik elke zondag de gemeentezang begeleid en waarmee de eredienst luister wordt bijgezet als zijnde daarin een onmisbare schakel, is zo slecht dat er, ondanks alle pogingen daartoe, geen fatsoenlijke toon uit te voorschijn is te halen.” Zo richtte de organist van de Ned. Hervormde kerk van Pesse, de heer Harm Jan Muller, zich in 1957 tot de kerkenraad. Hij vertelde natuurlijk niet veel nieuws. Het was iedereen allang opgevallen dat het orgel dat veertig jaar geleden overgenomen was uit het Overijsselse Heemse volkomen ‘op’ was. Een commissie van deskundigen oordeelde dat restauratie geen zin meer had. Hoewel de buitenkant er nog prachtig uitzag, was het beter om een nieuw instrument te kopen. Al zou men het machtige front van het oude orgel nog wel gaan missen, met de drie beelden bovenop de pijpenkast.
Maar hoe kwam de gemeente aan geld voor een nieuw instrument? Een ouderling kreeg spontaan een idee: we gaan een actie houden met als motto: ‘een dubbeltje voor de muziek’. Zo werd er een fonds gevormd. Veel aanmoediging had de gemeente niet nodig: de dubbeltjes kwamen en groeiden met de welvaart mee en werden guldens. De toenmalige predikant, ds. A. J. de Bue, toonde zich tegenover de Hoogeveensche Courant zeer tevreden over de doortastendheid zonder veel woorden van de gemeente. Er was dank zij een ander fonds ook al een goede verwarming gekomen. En er stonden nog meer dingen op het programma zoals een plan om het hele interieur op te knappen. De dominee twijfelde er niet aan of het zou in orde komen. Het nieuwe orgel kostte destijds fl. 35.000. Dat was een hoop geld.


Clara Feyoena’s geschenk gaat terug


Het oude orgel ging volgens afspraak terug naar waar het vandaan kwam: naar Heemse. De predikant daar, ds. E.J. Loor, was er geweldig mee in zijn sas. Met steun van Monumentenzorg werd het orgel gerestaureerd en in het dertiende-eeuwse kerkje van Heemse opnieuw geïnstalleerd. De gift van Clara Feyoena was op zijn plaats terug. Restauratie was dus wel terdege mogelijk.
Wie denkt Clara Feyoena niet te kennen of wie juist denkt: waar heb ik die naam vaker gezien: in het (oude) liedboek voor de kerken staan twee gezangen van haar hand. Ze is o.a. bekend om deze veel gezongen regels:
Hoe ras of traag de tijd verdwijnt,
die dag zal zeker komen.
Het licht, dat aan de kim verschijnt,
wordt reeds van ver vernomen.
Ja, halleluja, ja Hij komt!
Juicht, mensen, eng’len, samen,
juicht met een vreugd die ’t al verstomt,
juicht allen! Amen, amen!
Typisch zo’n lied en melodie waarbij de organist ‘vol op het orgel’ gaat.

 

 

De smaak van de Pessenaren


Het nieuwe orgel was er gekomen bij de restauratie van 1966, nadat een commissie talloze kerken bezocht had om zich te oriënteren. Vooral de Noordoostpolder bleek een goed gebied daarvoor: dat leek wel een permanente tentoonstelling van orgelbouwers. De keus was gevallen op een mechanisch instrument van orgelbouwer Flentrop in Zaandam. Er werd een ‘positief’ instrument gekozen, dat veel mogelijkheden had. De klank werd aangepast naar de ‘smaak’ van de Pessenaren, die volgens de krant “niet direct gesteld zijn op harde muziek die bovendien schel klinkt, iets wat de moderne mens mooi schijnt te vinden.” De stijl van de kast met haar vijf rechthoekige pijpvelden was een moderne variant van de drie torens met middenvelden.

 

        

Afstellen van de pijpen.   De heren Meek en De Ruiter van orgelbouwer Flentrop stellen het orgel af. Ds. De Bue kijkt belangstellend toe.   (Foto Hoogeveensche Courant)


Het afstellen van de 400 tinnen pijpen was nog een heel werk destijds. Kloppen, uitboren en afzagen, het was een hele dag werk voor twee man. De acht grootste orgelpijpen waren van koper. Met hun zware klanken zouden ze nog een halve eeuw door het kerkje schallen. De briefschrijver, Harm Jan Muller, die het proces min of meer in gang had gezet, was die avond niet aanwezig, maar zijn opvolger, de negentienjarige kweekschoolleerling Ab Westers, verheugde zich er al op, op dit orgel te mogen spelen.



     

Het Flentrop orgel,  midden: met de schakelaar voor de blaasbalg in 2016             

                       

 


In het archief een briefje van 15-12-1967 van P. van Slageren die zijn ontslag als organist aankondigt en een nieuwe aanbrengt: dhr. Joh. Kikkert uit Hoogeveen. Deze rekent op een vergoeding van fl. 400 per jaar. En in een brief van okt. 1973 van orgelbouwer Flentrop lezen we dat het orgel ‘bijzonder ontstemd’ was, waarschijnlijk doordat het gestemd was door iemand die daar ‘bepaald niet capabel’ voor was, zodat de stemmer extra tijd nodig had om het pijpwerk weer in goede conditie te brengen. De kerkvoogdij wordt geadviseerd erop toe te zien dat het orgel alléén door de orgelstemmer wordt gestemd.


Vijftig jaar organist

   


Tot het eind in 2016 heeft het orgel zijn dienst gedaan. Het was een echt kerkorgel, met een machtige klank, die het gebouw geheel kon vullen. De Pesser onderwijzer Bert Kruidhof heeft 44 jaar het orgel in de kerk van Pesse bespeeld. Voor en na de dienst varieerde hij nogal eens op toepasselijke melodieën, ook wel van ‘profane’ liederen. Als hij na de dienst waarin een begrafenis werd afgekondigd in het naspel het orgel in ijle tonen het lied van Ede Staal “'t Het nog nooit, nog nooit zo donker west Of 't wer altied wel weer licht” liet zingen, dan waren vast meer mensen dan alleen de schrijver van dit boek geroerd.
Voor zijn 50 jaren trouwe dienst als organist kreeg Bert in augustus 2013 het “Draaginsigne in goud met briljant van de Vereniging voor Kerkrentmeesterlijk Beheer in de Protestantse Kerk in Nederland” en een oorkonde. Overigens speelde hij vanaf 1972 in Pesse. Als 14-jarige jongen was hij begonnen met orgelspelen op het Hogeland in Groningen, vandaar het jubileum van een halve eeuw organist.

 

Kruidhof haalt in het volgende fragment enkele herinneringen op aan het door hem zo gewaardeerde Flentrop-orgel:


Het orgel in de Hervormde kerk van Pesse


Toen was het de “stille zaterdag” in 2016! De laatste keer dat ik een dienst heb mogen begeleiden op “’t Flentroppie” uit Zaandam: zo noemde ik het orgel altijd.
Dat was best moeilijk, niet alleen voor mij als organist, maar voor velen die het orgel al jaren hebben horen spelen. Men wilde mij ook laten spelen op de paaszondag, de allerlaatste keer, maar dat was zeker een “tranendal” geworden. Ik stond niet ingeroosterd en wilde de andere organist niet voor de voeten lopen.
Zo was het goed om afscheid te nemen van een werkelijk goed orgel. Lekker pittig, goed onderhouden door de firma uit Zaandam. Geen wonder, dat Flentrop het orgel weer terug heeft gehaald, want dit orgel was een goed instrument.


’t Flentroppie met luiken


Natuurlijk is er wel het een en ander gebeurd. Ik heb een keer een orgelpijp uit het orgel meegenomen om die op de school, waar ik toen werkte, te laten zien. Of die keer dat er heel veel elektronica was aangesloten op de contactdoos van de windmotor. Geen idee waar die stekker voor was, want ik wist van niks en trok die uit het stopcontact. De video/radio/tv-man was helemaal in paniek. Ik had al z’n apparaten op zwart gezet vlak voor een belangrijke dienst. De mensen in de kerk hebben er gelukkig niks van gemerkt.

Het orgel had twee “luiken”. Op Goede Vrijdag stonden aan het begin van de dienst de luiken nog helemaal open. Tijdens de dienst gingen de luiken steeds verder dicht, zodat het geluid gesmoord werd. Daar moest je mee oppassen, want de winddruk moest wel weg kunnen en het begon dan ook vals te klinken. Navraag gedaan: men heeft de valse tonen niet gehoord.
Op die stille zaterdag in 2016 was het orgel ook “gesmoord”. Haast niet te geloven hoe ik me toen voelde. Met dicht geknepen keel heb ik die dienst gespeeld en heb bij het verlaten na die dienst een traantje gelaten.
“Flentroppie”, ik hoop dat ik je nog ooit eens weer ergens anders mag horen! Pesse mist je!

Bert Kruidhof”

 


-0-0-0-0-0-

 

 

naar boven