Een geschiedenis van de Hervormde kerk van Pesse, versie 2.0 - 3.3 Het kostersambt

Hits: 32391

Artikelindex

 

 

 

 

 

 

 


3.3 Het kostersambt

 

x


In het archief kwam ik een briefje van 17 april 1899 tegen: “Ik ondergetekende W. Schulting neem aan volgens instructie, op een belooning van twintig Gld per jaar, het kostersambt te aanvaarden in de Ned. Herv. Kerk te Pesse.”
In de notulen staat een ‘Instructie voor de koster’. Deze instructie dateert uit het eerste jaar van de Hervormde kerk van Pesse. Hij is zo bijzonder en tegelijk herkenbaar dat ik hem hieronder bijna in zijn geheel opneem.

“Vast te stellen navolgende instructie voor den koster.
Art. 1 Er zal in de kerkelijke gemeente Pesse een koster worden aangesteld op een praktische bezoldiging van vijftien gulden. (De vijftien guldens in 1871 hadden in 2015 een ‘koopkracht’ van fl. 343.57 (€ 155.90). Dat is dus niet veel. LM).
Art. 2 De koster moet zijn van onberispelijk gedrag en van dezelfde gezinte als de gemeente waarvoor hij is aangesteld; hij moet zich gedragen naar de voorschriften hem door kerkvoogden te geven en zal zich nimmer in eenig geval met kerkelijke verkiezingen in de gemeente bemoeyen en geen de minste invloed aanwenden om daar door invloed op de stemmingen te weeg te brengen; hij is niet van zijn eigen stemrecht verstoken.
Art. 3 Hij is verpligt bij de morgengodsdienst een uur voor het begin derzelve tien minuten te luiden en bij het aanvangen van iedere godsdienstoefening vijf minuten op het uur door kerkeraad voor de predikdienst vastgesteld en eveneens bij gelegenheid als zulks verwacht wordt het zij bij doop of anderszins.
Art.4 Hij is verpligt bij de avondgodsdienst het licht te ontsteken. In catechisatiën met leerlingen uitgezonderd; de daartoe benodigde olie voor rekening van kerkvoogden te bezorgen, de lampen schoon houden en voor het begin der Godsdienst van olie te voorzien, en zoo veel in zijn vermogen is voor eene goede branding zorgen.
Art. 5 Hij zorgt voor het aanbrengen van doopwater, alsmede voor de benodigdheden bij de avondmaalsviering. Hij behoort het brood en de wijn zindelijk aan te brengen, de tafel en banken voor het avondmaal te plaatsen, de tafel naar behoren dekken en na afloop alles weder bergen en schoonhouden. De tijden daarvoor moeten hem door kerkeraad worden bekend gemaakt.
Art. 6 Hij moet de kerk minstens alle week uitveegen, en over het geheel zorgen dat het gebouw niet met spinnenwebben of zonder ligt (= gemakkelijk, LM) weg te nemen vuil worde ontsierd, eveneens de buitenstraatjes schoon vegen.
Art. 7 Het behoorlijk uitschonen der predikstoel (…)
Art. 8 Bij het ontdekken van schanddaden bij of aan het kerkgebouw geeft hij kennis aan kerkvoogden.
Art. 9 Alle benodigdheden bovengenoemd worden hem van wege de kerkvoogden van Pesse aangewezen van waar hij ze moet halen; hij is verpligt een en ander zorgvuldig te bewaren.
Art 10 De aanstelling van koster gaat bij wijze van proef voor den tijd van een jaar, ingaande den 1 December 1871 en eindigende den laatsten November 1872.
Art. 11 Hij is verpligt op zijn tijd de hekken en gebouwen op zijn tijd te openen en te sluiten.
Art. 12 Bij ongeschiktheid of verwaarlozing van zijn pligt hebben kerkvoogden het regt hem te schorsen of geheel te ontslaan.
Aldus vastgesteld den 21 October 1871, gedaan ter vergadering van kerkvoogden in tegenwoordigheid van Notabelen”, (was getekend door president en secretaris).

 


-0-0-0-0-0-

 

naar boven