Kenia, reisverslag van een avontuurlijke kampeersafari - Nairobi- Mayer’s Farm

Hits: 32336

Artikelindex

 

 

 

Zondag 1 juli 1979    Nairobi- Mayer’s Farm

 
Masai vrouwen

We slapen tot een uur of negen; we moeten toch wachten op de bagage… Ik douche me onder een straaltje tamelijk koud water in een niet al te schoon ogende ruimte. De ruimte is van beton, niet betegeld. Enfin, er is nog water. ’s Middags komt er meestal helemaal geen vocht uit de kraan hier. Met een klein groepje wandelen we daarna de stad in, richting de city, waar we op het terras koffie drinken met koek als ontbijt. Het enige terras in de stad is dat van het New Stanley Hotel, genaamd The Thorn Tree. Hier is hét trefpunt van blanke toeristen en het is er altijd druk. 

Vervolgens verkennen we de stad verder. Vanuit de city met zijn brede boulevards, grote hotels, banken en dure winkels gaan we richting de rivier en met elke kruising die we passeren belanden we in een armere, vuilere buurt tot we door straten lopen waar we met argwaan worden nagekeken, waar de mensen op straat leven. Alles wat ze bezitten, hebben ze bij zich en dat is vaak niet veel. Het is dan ook raadzaam, hebben we geleerd, dat we als groepje hier bij elkaar blijven en niet opzichtig met dure camera’s lopen. Fotograferen is hier toch uit den boze, het kan je je camera en een pak slaag kosten… Blanken komen we hier ook niet meer tegen. De ‘Neckermantoeristen’ zoals we voortaan alle luxe safarigangers zullen noemen, wordt met klem aangeraden deze straten te mijden.  Erg opwekkend is het ook allemaal niet wat je ziet. Maar je leert wel meer over Afrika zo, dan wanneer je in de luxe hotelwijk blijft. We kopen langs de straat wat vruchten, bananen, papaya’s e.d. waar we onze lunch mee doen. Tegen een uur lopen we naar de New Kenya Lodge waar we afgesproken hebben op die tijd. Rik Jan komt tegen drie uur aanzetten. Die heeft al te lang in Afrika gezeten om de tijd erg nauw te nemen. Als een Afrikaan zegt: ‘over een poosje’ dan bedoelt hij minstens een halve dag. Zo kan ‘just around the corner’ best een uurtje lopen betekenen. We leren van onze reisleider dat je een Afrikaan nooit moet vragen: ‘Is dit de weg naar Narok?’  Bang als hij is een blanke voor het hoofd te stoten met een ontkennend antwoord, zal hij dus altijd ja zeggen, ook al betreft het de weg naar Mombasa. Je moet dus vragen: ‘Waar is de weg naar Narok?’ In weersvoorspellingen is de zwarte man ook goed: ‘Wat denk je , zou het gaan regenen?’ Dan krijg je als antwoord: ‘Soms.’  

allerlei acrobatische toeren

Maar goed, wij zitten dus te wachten op nieuws over de verloren bagage. Daar is RikJan achteraan geweest. We zitten op het platte dak van de Lodge. Aan de voorkant kijken we uit over de stad in de richting van de city met de hoge wolkenkrabbers. Aan de achterkant zien we de krottenwijken.  Vlak achter ons hotel beginnen die al. Een paar kindertjes vermaken zich geweldig met ons en wij met hen. Ze halen allerlei acrobatische toeren uit. Zo ‘loopt’ er een met beide benen met zijn voeten tegen de deurpost geklemd omhoog tegen die deurpost. Onbegrijpelijk dat dat kan. Verder praten we en leren we elkaar wat beter kennen. Mijn kamergenoot Peter zit ook in het onderwijs als leraar Frans en studeert ook nog, ook al net als ik. Hij ziet er alternatief uit me zijn ruige grijze haardos, tot op de draad versleten spijkergoed en een karbiesje in plaats van een schoudertas of rugzakje of zo. Onze andere kamergenoot Ruud is denk ik een van de jongste deelnemers. Met hem zit ik later in de pakploeg. Er is een groepje buurtgenoten uit Amstelveen/ Amsterdam. Twee echtparen zijn er. Een van de buurtgenoten, ik zal hem W noemen, is een merkwaardige figuur. Altijd haantje de voorste, altijd grappig willen zijn en soms ook écht geestig, spreekt geen woord over de grens maar communiceert met iedereen in steenkolenengels  en met armen en voeten met iedere wildvreemde die hij tegenkomt. Hij raakt de eerste nacht al 4500 gulden kwijt als hij zich –tegen Rik Jans waarschuwingen in- laat meetronen met een dubieus gezelschap. Eigen schuld dus, maar iedereen heeft medelijden en we houden onderling een collecte voor hem. Het schuurt een beetje als W voortaan overal de grootste en duurste souvenirs van allemaal koopt…  Een goeie vent maar erg naïef, met een gaatje in zijn hoofd en in zijn hand. Verder hebben we een vogelexpert en een paar jonge kerels die al vaker met elkaar op stap waren, beide Rotterdammers met een beeldend en bloemrijk taalgebruik, die vaak de lachers op hun hand hebben, maar ook van aanpakken en improviseren weten. Er is nog een psycholoog en nog een paar mensen uit het onderwijs. Totaal ongeveer 26 mensen. Vooral de eerste week zit de laadbak flink vol. 

 

Sommige krijgers krijgen dan last van hyperventilatie

Tegen drie uur klimmen we op de wagen en rijden in een uurtje langs uitgestrekte bidonvilles ongeveer 50 km naar het zuiden, naar C.H. Mayer’s Farm in de Rift Valley. Mayer is een Britse koloniaal die zich het lot van inlanders aantrekt en op het uitgestrekte gebied van zijn ranch gastvrijheid biedt aan locale mensen o.a. Masai. Er staat een prachtig landhuis en er omheen is een paradijselijke tuin. Daar drinken wij later op de middag thee.  Eerst brengen we een bezoek aan een manyatta, dat is een ‘dorp’, een woonplaats van een familie, binnen een omheining waarbinnen het vee ’s nachts veilig is. Hier is zo’n woonplaats van Masai mensen. Ze wonen in –in onze ogen- schamele hutjes van takken bestreken met mest en modder. Tegen betaling laten ze die aan ons  zien en voren ze traditionele dansen uit. Er mag dan ongelimiteerd gefotografeerd worden. Masai willen anders nooit gefotografeerd worden. Als ze je snappen, ben je waarschijnlijk je camera kwijt…  Gelukkig heb ik de beschikking over een telelens van 85-210 mm bij mijn Canon A-1. Ik kan dus wat op afstand blijven en ongemerkt mooie plaatjes schieten.  Ik heb twee camera’s bij me, beide Canons. Met de ene maak ik dia’s, met de andere zwart-witfoto’s die ik thuis zelf vergroot tot maximaal 30 bij 40 cm.  De dansen zijn eigenlijk net zoveel conditietraining als echte dans. De krijgers springen hoog op met gesloten benen en houden dat als het moet uren vol. Ze bewegen hun lichaam in een soort S-bocht tijdens de sprongen en onderwijl stoten ze uit volle borst een tamelijk eentonig gezang uit. Woeoooh, woeooh, enz.  Als zo’n dans niet voor de toeristen is zoals hier, maar ‘echt’  dan duurt dat dansen uren en uren. Sommige krijgers krijgen dan last van hyperventilatie.  Bij de Samburu zullen we later in de gelukkige gelegenheid zijn een paar uur zo’n dans mee te maken. 

    

Mayer's Farm heeft een paradijselijke tuin.   Op het terrein wonen Masai en Samburu (op bezoek) die wij ontmoeten

  
ouderling bij 't knotswerpen                                                                kralen in platte schijven om de nek

   
vrouw met kind                                         en een moran, een krijger, in dit geval ook  leeuwendoder (zwarte krans) 

 

 

De kralen vormen meestal platte ronde schijven

Bij deze Masai-stam is, als wij er zijn, een Samburustam op bezoek. Beide stammen spreken dezelfde taal en hebben tot op grote hoogte dezelfde gewoonten, ook al wonen ze 400 km uit elkaar. Ook zij geven voor ons een paar dansen ten beste.  Verder geven de mannen een demonstratie knotswerpen. De tegenstander moet die knots met zijn schild afweren. Dat knalt er aardig op; ze gooien niet zachtjes. Voor deze demonstratie maken ze gebruik van de onderkant van de stengel van de sisalplant. Dat komt niet zo hard aan maar nogmaals, ze knallen al hard tegen de schilden. En dan te weten dat een echte werpknuppel van glad geschuurd hout is, met aan het einde een verdikking. Tegenwoordig zie je ze ook dat er op het uiteinde een grote zware moer is gedraaid. Heel effectief, stel ik mij voor. Het nuttige effect neemt door deze technische vernieuwing flink toe. Verder moeten Masai en Samburu niets hebben van de moderne westerse manier van leven. Ze houden zich aan hun oude gewoonten, blijven voor zover mogelijk nomaden en hoewel ze soms niet arm zijn, blijven ze wonen in hun lage simpele huisjes in de manyatta’s.  De jonge meisjes van de Masai nemen ook deel aan sommige delen van de dans. Het zijn over het algemeen knappe mensen, deze Hamo-Nilotiden, zoals het ras heet. De vrouwen en meisjes versieren zich dan ook nog met enorme hoeveelheden kralen, vooral om hun hals. De kralen vormen meestal platte ronde schijven, maar bij de Samburu zag ik ook wel strengen kralen, maar dan wel 15 cm dik!. De ouderen dragen kleren die het bovenlichaam bedekken, de krijgers en jonge meisjes dragen alleen een lendendoek, die bij de meisjes tot onder de knie reikt. De kleren van de volwassenen bestaan voornamelijk uit dekenachtige gewaden, bij de mannen traditioneel rood, bij de vrouwen veelkleurig. Mannen versieren hun benen met strepen o.a. met as. Masai en Samburu leven van hun vee. Ze drinken melk vermengd met bloed uit kalebassen die schoon gepoetst worden met as. 

    Masai dans

    
                                                                                                                            dit houden ze uren vol

    knotswerpen

    dansen met de meisjes

  
Dit zijn Samburu, die op bezoek zijn bij hun broederstam de Masai

                          souvenir kopen

                       

    herdersjongen

 

...dat deze Samburu en Masai zo trots zijn op hun cultuur dat ze alle westerse comfort afwijzen

Na de voorstelling verkopen de vrouwen sieraden en gebruiksvoorwerpen. Ik koop een pijlenkoker voor 20 shilling. Een paar mensen van de groep kopen hier al hun eerste speren. W natuurlijk als eerste.  De decadente theeparty in de prachtige tuin, nou, zeg maar park, van het slechts 500 m verderop gelegen landhuis, staat wel in schrille tegenstelling tot wat we net zagen.  Dit soort schrille verschillen zijn typerend voor Kenia als geheel, maar ik denk voor alle ontwikkelingslanden. Mooi is dan toch wel dat deze Samburu en Masai zo trots zijn op hun cultuur dat ze alle westerse comfort afwijzen.  Ik denk dat deze mensen wel minstens net zo tevreden met hun leven zijn als wij met dat van ons in het westen. Dat ligt vast anders voor de arme bewoners van de steden en vooral van de krottenwijken. We zagen ze op weg hier naartoe in Mathare Valley. Hutjes van twee bij twee meter gemaakt van wat planken, schotten, blik. Dicht tegen elkaar aan geplaatst en met als schreeuwende ironie een levensgroot bord erbij met de tekst: “Coca Cola, the happy life”. Ja ja, happy… nou, echt niet. 

Op de terugweg naar Nairobi wordt het weer knap fris op de open laadbak. We zijn pas met het donker worden (ongeveer 19 uur) terug. Tegen half acht gaan we met een ploegje van een man of acht eten in de stad. In The Three Bells eten we heerlijk. Sommigen ‘massala’, dat is hier een variatie van vlees, sausjes, rijst en nog zo wat. Ik neem een ‘mixed grill’: vlees, niertjes, levertjes e.d. met aardappeltjes en groentes. Heel smakelijk. Voor een dikke 60 shilling zitten we een paar uurtjes heerlijk en gezellig te tafelen. (1 shilling is in 1979 ongeveer gelijk aan ca. 34 gulden-centen ; en van de gulden gingen er in 2002 2,2 in een euro…). Om een uur of tien lopen we terug naar onze lodge. Ik ga mijn dagboek bijwerken. Ik maak aantekeningen zodat ik later dit verslag kan schrijven. Peter blijft ook op de kamer, terwijl Ruud nog een bezoekje brengt aan de andere helft van de groep in de New Kenia Lodge. 

...zwaaien mensen langs de weg enthousiast naar ons

Het is me opgevallen dat we als we op de wagen reizen, nogal bekijks hebben. Zoveel van dit soort vervoermiddelen zie je hier ook niet. In onze hele vakantie heb ik er een stuk of zes gezien. Vaak Britten, Fransen, Zwitsers. Buiten de stad zwaaien mensen langs de weg enthousiast naar ons, ook bij die bidonvilles. Je blijft aan het handen opsteken, vooral als je achteraan zit. 

Wat me ondanks alles wat ik erover gelezen heb bij de voorbereiding me toch nog tegenvalt, is dat het hier zo dicht bij de evenaar niet warmer is. We zitten natuurlijk vrij hoog hier in Nairobi, maar vanavond zaten we op de truck echt te bibberen van de kou en we kropen dicht tegen elkaar aan om maar minder wind te vangen. Eenmaal lopend in de stad zoals vanavond is het wel weer lekker. Er was vandaag minder zon dan gisteren. 

Na nog wat kletsen en een paar taxfree borreltjes gaan we niet te laat slapen op deze tweede dag in Nairobi. 

naar boven