Kenia, reisverslag van een avontuurlijke kampeersafari - Naro Moru Mount Kenia

Hits: 31798

Artikelindex

 

 

 

 

Vrijdag 20 juli 1979   Naro Moru – Mount Kenia

Om acht uur ontbijten we in de lodge. Om half tien rijden we naar de Mt. Kenia. De hele berg is een nationaal park, dus er is een slagboom waar we moeten betalen en waar we ingeschreven worden. Voor een bepaalde tijd moeten we terug zijn anders gaat men zoeken. Het inschrijven gebeurt overigens als groep. Vervolgens brengt Rik Jan ons nog een heel eind omhoog tot ongeveer 2500 m. Daar wordt de weg te slecht en te steil. We spreken af dat we om drie uur weer worden opgehaald bij de parkingang. We gaan nu lopend verder omhoog langs de weg. Op drieduizend meter is een weerstation en houdt de weg op. Er is nog wel een pad verder omhoog,, alleen geschikt voor 4 wd voertuigen. Langs deze weg lopen we nog een eind omhoog. Het blijft gewoon lopen, hoewel het flink stijgt. Echt klimmen hoeft niet. Dat komt pas verderop op de berg, maar zo ver kom ik niet. We vormen een groepje met Ed, Koos, Elselien, Dik, Jannie, André en ik. Om twaalf uur besluiten we niet verder te gaan. Hierboven is het al mooi: bomen behangen met tropische baardmossen en ontelbare tropische plantensoorten. Op deze hellingen staat nog tropisch regenwoud.  Ik ben een van de weinigen die een lunchpakket vanuit de lodge heeft meegenomen. Het gaat er wel in. 

 op Mount Kenya

 

 

Uit de dichte begroeiing klinken oerwoudgeluiden

an aanvaarden we de terugtocht. We weten dat het vanaf drieduizend meter nog twee uur lopen is naar de parkingang. Het is verwonderlijk hoe snel je hier moe bent. Gelukkig ben ik niet de enige die snel achter adem is. Ik had niet gedacht dat je op deze hoogte al zo’n last van ijle lucht kunt krijgen. Ik moet er nu niet aan denken dat ik op 5000 m een prestatie zou moeten leveren. Zelfs nu we langzaam dalen, slaat de vermoeidheid toe. De groep valt wat uiteen. Ik blijf vaak staan om een foto te maken van uitzichten, planten en bomen. Zo nu en dan haal ik de anderen weer in. Het laatste stuk leggen Ed en ik alleen af. We zijn hondsmoe. Gisteravond zit ook nog wel wat in onze benen denken we. De veldfles met lauw water van Ed laaft ons diverse malen. Eenmaal blijven we luisterend staan. Uit de dichte begroeiing klinken oerwoudgeluiden. Waarschijnlijk zijn het apen, maar hier zitten ook andere beesten tot olifanten en katachtigen aan toe. We krijgen echter niets te zien. Het laatste kwartier gaat het ook nog regenen. Als we doodmoe en achter adem bij het poortgebouw aankomen, is het dicht bij drie uur. We zijn nat van de regen en de transpiratie. In het volgende kwartier komen ook de andere leden van de groep binnen, die nog hoger zijn geweest dan wij. Gelukkig hoeven we niet lang op Rik Jan te wachten. 

Op de laadbak heb ik het erg koud. Gelukkig rijden we al snel in de zon en komen we wat lager, maar toch. Ik denk dat ik kou vat. Terug bij de lodge drink ik eerst een sloot thee in de lodge en dan ga ik een paar uurtjes rusten in de tent. Na het slapen is het wat beter maar echt lekker voel ik me nog niet. Het eten ’s avonds in de lodge valt wat tegen. Ik ga vroeg naar bed, maar slapen gaat niet best. 

naar boven