Kenia, reisverslag van een avontuurlijke kampeersafari - Nakuru Maralal

Hits: 31802

Artikelindex

 

 

 

 

 

Zaterdag 14 juli 1979   Nakuru – Maralal

Er is geen reveille maar uit onszelf worden we allemaal toch vrij vroeg wakker. Met het oog op de enerverende gebeurtenissen van gisteren mochten we uitslapen, maar voor zeven uur is iedereen eruit. We blijken, nu we bij daglicht de zaak in ogenschouw nemen, op een fraaie camping te staan: een groot, sappig groen grasveld tussen de bomen, waarin aapjes rondspringen en vogels vrolijk kwinkeleren. Behalve de onze staan er nog enkele tentjes. Er is een kraan met drinkbaar water, een latrine en een afvalkuil. Wat de ligging van het kamp betreft, is het jammer dat we meteen weer weg moeten. 

Het ontbijt is niet zo’n succes. De stookploeg heeft nog wel een vuurtje aan gekregen, maar het geeft nauwelijks warmte af en het theewater komt niet aan de kook. Maar och, we klagen niet want het weer is opgeklaard, al is het nu vroeg in de ochtend nog wel fris. De tenten zijn bezig droog te worden van de rijkelijke nachtelijke dauw. Als wij van de pakploeg de zaak weer ingeladen hebben, schijnt de zon intussen lekker. We rijden dan eerst naar de onheilsplaats van gisteravond, want de ijzeren modderplaten liggen daar nog in het slijk en die moeten toch wel mee. Misschien moeten we ze nog wel weer gebruiken zelfs, je weet het niet. Ze blijken aardig krom getrokken door het geweld van gisteravond. 

Tja, voor waterbokken is dit het goeie weer

Ik maak een aantal opnamen in het zachte ochtendlicht van de vele vogels. We rijden daarna een eind langs het meer en maken meer foto’s. Ik denk: laten we maar niet te ver rijden langs deze weg, maar het gaat allemaal goed vandaag. Maar weldra kunnen we niet verder: de weg staat onder water. Ook andere wegen zijn afgesloten. Buiten het park om rijden we naar een uitkijkpost waar je vogels van dichtbij kunt bekijken. Tenminste, anders kan dat, maar nu staat ook hier alles onder water. Dit valt dus wat tegen, vooral voor de vogelliefhebbers. We blijven hier dus ook niet zo lang en zetten dan weer koers naar de stad Nakuru. In de buurt van het meer zien we heel veel waterbokken. Bij onze camping hadden we ze ook al ontdekt. Tja, voor waterbokken is dit het goeie weer. 

kapotte radiatorsteun

Ik zei al, dat Nakuru een vrij westers aandoende stad is. Er is minder toeristenindustrie dan in Nairobi bij voorbeeld. De mensen zijn hier erg zakelijk, wel correct tegenover blanken maar niet vriendelijk vind ik. We krijgen tot één uur de tijd om deze stad te verkennen en onze chauffeur gaat zich dan met de kapotte radiatorsteun bezig houden. In een supermarkt, waar alles te koop is wat bij ons ook in zo een winkel ligt, en nog meer, kopen Peter en ik een fles Smirnoff. Die is hier wel erg duur, maar in ieder geval beter te betalen dan gin of whisky. Ik meen dat we ongeveer 25 gulden betalen. We drinken een kop koffie en slenteren op ons gemak door de stad. Op een gegeven moment valt het ons op dat vele winkels al sluiten, hoewel het nog lang geen sluitingstijd is. Langs de straat drommen mensen bijeen. Wij gaan erbij staan, nieuwsgierig naar wat we te zien krijgen. Het blijkt dat Daniël Arap Moi, de president van Kenia, langs komt. De opvolger van de legendarische ‘Mzee’ Jomo Kenyatta. Sommige winkels gaan hierna weer open, andere blijven dicht. Dat laatste zal onze kookploegen parten spelen: er zal te weinig ingekocht zijn voor de komende dagen, iets wat Rik Jan niet lekker zit. Ach, we zullen er niet bij verhongeren. 

Een eind uit de buurt ontdekken Peter en ik een boekwinkel die nog open is. Hij is zeer goed gesorteerd dus we neuzen er geruime tijd rond. Ik koop er een platenboek over Kenia, een spreukenboekje met Masai wijsheden, en het Evangelie van Lukas in het Kikuyu. We eten in een achteraf gelegen restaurantje, omringd door louter Afrikanen. Het smaakt redelijk. 

dat gaat dan om de koeien die ze van elkaar stelen om ze te gebruiken voor de bruidsschat

Dan begint de lange reis naar Maralal. Uren en uren zitten we op de auto. Soms even een korte sanitaire stop, in welke Rik Jan meteen onder de motor ligt. De steun lijkt nog steeds niet goed gerepareerd. Het weer is mooi, warm zelfs, maar op de auto is het toch fris. De weg is onverhard en hobbelig. Nog een geluk dat het hier niet recent geregend heeft, anders kon je niet harder dan 30, 40 km per uur. Als we de evenaar oversteken, stoppen we uiteraard en wordt de obligate groepsfoto genomen bij het bord ‘Kenya Equator’. Het onvermijdelijke souvenirstalletje krijgt ook nog klandizie want ik moet een schildpadje kopen omdat ik de kameleon van de man fotografeerde. Tja, zo gaat dat hier. 

 

 op de evenaar

De vegetatie wordt steeds meer aride, ofwel droog. We dalen nu af naar de woestijnsteppe van noord Kenia. Het landschap is vlak en de weg lijkt langs een liniaal in het landschap getrokken. Soms zien we wat wild, meest klein spul. Een enkele giraffe en een paar zebra’s. We passeren een kleine nederzetting met een politiepost. Hier kom je het Samburudistrict binnen. Je moet je dan melden. Nog niet zo heel lang geleden, een jaar of tien namelijk, was dit gebied voor toeristen gesloten, ook vanwege de aanvallen van Somalische veestropers. Dan kwam je hier alleen binnen met een speciaal pasje. Dat is nu voorbij. Er zijn nog wel eens onderlinge onenigheden tussen de Samburu en Turkana, maar dat gaat dan om de koeien die ze van elkaar stelen om ze te gebruiken voor de bruidsschat. Wij hebben geen koeien bij ons die roofzucht aanwakkert, dus wij zijn veilig. 

In het donker bij het licht van de zaklantaarn zet ik onze tent op

Pas tegen acht uur stoppen we. Het is aardedonker. We zien geen hand voor ogen. Maar dit moet de kampplaats zijn dus de groep stapt af en de pakploeg begint te lossen. Eerst de koffers, dan de tenten. Dat is een strategie die we sinds kort toepassen. Als we het andersom doen, is iedereen meteen bezig zijn tentje op te zetten en moeten wij vieren nog maar afwachten of er nog een (leuk) plekje over is. Tegen dat wij aan het opzetten toe zijn, zijn alle aardige plekjes bezet, dat hebben we al een paar keer meegemaakt, vandaar deze strategie. In het donker bij het licht van de zaklantaarn zet ik onze tent op. Peter is immers weer actief in de stookploeg, want er moet nog warm eten gemaakt worden. Wat ben ik blij dat ik niet in een kookploeg zit…  Het opzetten lukt steeds beter in mijn eentje in het donker. Alle (o.a. Noorse)  kampeerervaring komt goed van pas. De volgende morgen zal blijken dat we onze tenten allemaal mooi in een cirkel rond de auto en het vuur hebben gezet. Niet zo verwonderlijk natuurlijk, want daar is tenminste nog wat licht. Het is een prachtige avond, nog tamelijk warm maar niet hinderlijk meer. Weinig wind, een ongekend helder flonkerende sterrenhemel, een goed brandend kampvuur en lekker warm eten. Het is na het eten erg gezellig bij de koffie. 

 

naar boven