Kenia, reisverslag van een avontuurlijke kampeersafari - Masi Mara Nakuru

Hits: 31799

Artikelindex

 

Vrijdag 13 juli 1979 Masi Mara – Nakuru

Vrijdag de dertiende, nou, dat hebben we geweten. De dag begint als gewoonlijk al vroeg. Tegen acht uur is alles opgebroken en ingepakt en ingeladen. We verlaten deze prachtplek aan de rivier. We rijden door het park terug via dezelfde weg als we kwamen, tot aan Narok. We hebben allemaal veel last van het stof. Er is ook vrij veel wind wat ook niet prettig is. Onderweg stoppen we even. Er komen twee jonge Masai morans (krijgers) aanlopen, die vol ongegeneerde belangstelling de auto en ons bekijken. In de verste verte is anders in de trillende hitte geen levend wezen te bespeuren. We zijn omringd door woestijnachtige vlakten. 

Ik probeer voorzichtig met de groothoeklens de krijgers op de foto te krijgen. K richt op de mensen van onze groep in de hoop door de grote beeldhoek ook de krijgers ‘mee te nemen’. Dat lukt niet. Zodra de camera maar iets in hun richting wijst, stappen ze opzij en gaan dreigend doen. Ik laat het er dus maar bij. De dia van de groep rond de auto in de wijde vlakte is overigens ook wel aardig. In Narok stoppen we om wat te drinken en een paar sambussa’s te eten. Vanaf Narok nemen we een andere weg dan op de heenweg. We gaan nu recht naar het noorden door een heuvelachtig en bijna bergachtig gebied met veel landbouw. 

De lunch maken we zelf klaar op het terrein van een school. De kinderen vinden onze aanwezigheid een hele belevenis. Hun pauze wordt denk ik langer dan normaal. Er is iets met de radiator van de truck aan de hand. Een steun functioneert niet goed. De pogingen om de zaak provisorisch te herstellen kosten veel tijd en lukken ook nog niet. Tenslotte gaan we toch maar weer op weg. In de late namiddag rijden we Nakuru binnen. Dat is een moderne stad, schoner en moderner dan Nairobi, met veel industrie, vestigingen van multinationals, regeringsgebouwen en dergelijk. Vlak bij deze stad ligt het nationale park Nakuru Lake. Het is beroemd om zijn vogels, waarvan vooral de miljoen flamingo’s die dit meer bezoeken, tot de verbeelding spreken. In de goede tijd zijn de oevers rood/roze gekleurd. Ik heb dat op film wel eens gezien. Indrukwekkend. In dat kleine park gaan wij kamperen. 

  

De vrachtauto zit tot de assen in de prut

Na een poosje wachten en kijken naar de loslopende apen die erg mak tot hondsbrutaal zijn, mogen we het park in. We rijden meteen naar het meer om nog even vogels te kijken. Dat valt tegen.  Wel zijn heel wat vogels te zien, dat wel. Pelikanen, aalscholvers, ibissen, reigers, en talloze soorten die ik niet ken.  Maar van de flamingo’s zijn de meesten op vakantie denk  ik. Er zijn er hooguit honderden te zien.  Ook mooi, maar de rosse gloed waarop ik had gehoopt, blijft uit. We denken dat het komt door de extreem hoge waterstand. Na een tijdje kijken en foto’s maken, zullen we nog verder om het meer. Door de hoge waterstand is de weg niet begaanbaar en moeten we omkeren. Op het stukje dat we nu terug moeten rijden, raakt de zware vrachtauto vast. Hij zakt als het ware door het bovenste vaste laagje heen en vlak onder dat laagje zit het grondwater en is het zand dus zacht en modderig. Als we van de auto geklommen zijn, zie ik meteen al dat we hier nog lang niet weg zijn. De vrachtauto zit tot de assen in de prut. Het is wel een sterke wagen maar volgens mij heeft zo’n voertuig geen vierwielaandrijving. En dan nog… We beginnen te graven, met stukken hout te sjouwen, met de ijzeren platen te schuiven. Het wordt steeds duidelijker dat we hier op eigen kracht niet uitkomen. Rik Jan geeft niet zo gauw op. Ons duwen heeft geen enkel effect. Aan een tonnen zware vrachtauto tot de assen in de modder duw je niet veel. 

In de modder in het donker en in de regen baggeren we rond de auto

Intussen worden de wildste voorstellen gedaan. Trekken aan een touw, een Volkswagen  (die daar geparkeerd staat) ervoor zetten aan het touw. Alsof dat enig effect zou hebben. De tijd verstrijkt intussen. Zeven uur, zonsondergang nadert snel. Spoedig is het dan donker, wat nog bevorderd wordt door de donkere regenwolken die boven ons samenpakken. Eerst valt er wat druilerige regen maar al snel hoost het. We vluchten onder het zeil van de vrachtauto. Dat extra gewicht doet er nu ook niet toe. Rik Jan gaat in de regen hulp halen bij de ingang van het park, die gelukkig niet zó ver is. Hij komt terug met een 4wd Toyota jeep. In de stromende regen wordt het touw vastgemaakt aan beide voertuigen. De Toyota zet zich schrap. Er komt geen millimeter beweging in het gevaarte in de modder. Dan probeert de zwarte chauffeur het met een aanloopje. Dat moet je nou net niet doen… Het toch vrij zware touw knapt als een draad stopgaren. De doorgaans onverstoorbare Rik Jan kijkt niet vrolijk meer. De meesten van de groep vinden het ook niet leuk meer. In de modder in het donker en in de regen baggeren we rond de auto. 

Rik Jan en de Toyota verdwijnen weer om zwaarder materiaal te gaan zoeken. De meesten van ons kruipen onder het zeil in de laadbak. Hier is het tenminste droog. We wachten een hele tijd. De stemming is nog goed al wordt die wat kunstmatig op peil gehouden door een paar rasoptimisten die dit allemaal wel leuk vinden. Ik vind het niet echt leuk, maar met galgenhumor houd ik er de moed toch in. Al ben ik wel benieuwd hoe het verder gaat. 

 de volgende dag op de plek des onheils
om de geperforeerde staalplaten op te halen

 

De spanning stijgt, op de kabel en ook bij de toeschouwers

Na een hele poos komt er weer een lichtje in de duisternis onze kant op. Het zware gegrom van een ‘road grader’ komt dichterbij. Een road grader is een enorme machine, hoog op de vier aangedreven wielen met enorme banden, met een schuif ervoor om de all weather roads glad te schuiven. Als deze ons er niet uit krijgt, dan kunnen we het wel vergeten. Het gebrul van de machine overstemt het kletteren van de regen op het dekzeil als het ding bij de auto halt houdt. Om de auto lichter te maken stappen we uit in de regen, behalve de vrouwen en Ed die meent dat zijn gewicht relatief geen noemenswaard gewicht in de schaal legt. Hij heeft daar waarschijnlijk gelijk in, maar als iedereen blijft zitten…? Bovendien: ik wil ook wel zien wat er gebeurt. In het schijnsel van de koplampen worden de voertuigen met een zware staalkabel aan elkaar vast gemaakt. Iedereen wordt uit de buurt gecommandeerd, want als deze kabel breekt, wordt het een reusachtig scheermes dat alles doorklieft wat het tegenkomt. Dan zet de reusachtige machine de kabel strak. De spanning stijgt, op de kabel en ook bij de toeschouwers. Het geronk wordt zwaarder. Even lijkt het erop dat ook van deze machine de wielen gaan spinnen, maar dan krijgen de enorme banden grip en heel langzaam komt er beweging in beide voertuigen. Tergend langzaam kruipt de Mercedes vrachtwagen uit de modder. Er gaat een spontaan gejuich op voor de zwarte chauffeur van de Caterpillar als onze vrachtauto weer op vaste grond staat. 

We zijn straks wel toe aan een borrel

De kabel wordt losgemaakt, de road grader verdwijnt en wij klimmen doornat en vuil in de wagenbak. Rik Jan klimt op de achterkant en overlegt met de groep. Het is nu al acht uur geweest. Als we nu eerst de tenten opzetten kunnen we in de stad niets meer te eten krijgen. Zelf iets klaar maken moet uitgesloten worden geacht in dit weer.  We besluiten dan ook eenstemmig om eerst in de stad te gaan eten en dan naar de camping te gaan. Zo gebeurt het. We rijden nogal even rond in de stad voordat we een gelegenheid hebben gevonden waar we op dit tijdstip met 24 personen ontvangen kunnen worden. In de zaak waar we terecht komen, zitten we op een soort galerij. We bestellen onze warme hap, meest massala of kip en rijst. Al gauw blijkt er niet genoeg rijst te zijn. We zeggen dat we dan ook wel genoegen willen nemen met frites. Na een vol uur wachten komen de gerechten. De frites zijn onsmakelijke kleffe dingen en het vlees is vreselijk taai en bestaat bijna helemaal uit bot. Ik werk maar wat naar binnen, krijg nog wat rijst van iemand die te veel heeft. Na het afrekenen wijst Peter me beneden op de kleine flesjes drank die je hier kunt kopen. We zijn straks wel toe aan een borrel, dus we kopen elk een zakflacon Smirnoff. 

Dan klimmen we weer op de wagen. Na zo’n dag zijn sommigen toch wat sneller geïrriteerd dan anders. Als twee oudere mannen te kennen geven dat ze vannacht wel in de stad willen blijven slapen, wordt dat door anderen nogal smalend afgedaan als slap, niet solidair, en dergelijke kwalificaties. De dochter ergert zich op haar beurt daar weer aan en zo gaan stekeligheden over en weer. De sfeer is wat gespannen. De twee gaan overigens gewoon mee naar de camping. Daar komen we tegen elf uur aan. Dan komt de pakploeg in het geweer. Snel laden we de tenten en koffers uit. De rest zien we morgen wel. Dan zetten Peter en ik samen bij het licht van de zaklantaarn ons Chateau La Marotte op. Om half twaalf liggen we eindelijk doodmoe in de slaapzak bij te komen en praten bij een slok Smirnoff nog even na over de dag. We slapen tot half zeven. 

naar boven