Kenia, reisverslag van een avontuurlijke kampeersafari - Wundanyi, Taita Hills

Hits: 31801

Artikelindex

 

 

 

Maandag 9 juli 1979  Wundanyi, Taita Hills

Vandaag geen reveille. De bestaande plannen moeten toch herzien worden wegens de uitzonderlijke omstandigheden. Vanochtend echter is de lucht helder met wat witte wolken. De zon schijnt als ik om half acht opsta al lekker. In de koepel waar we gisteren aten is een gootsteentje, daar was ik me bij. Er is al ontbijt. Rik Jan peilt de meningen. Gisteren gingen er nogal wat stemmen op om hier maar zo snel mogelijk weer vandaan te gaan, maar vandaag liggen de zaken toch even anders. Ten eerste moeten de tenten en veel kleren drogen. Ten tweede is de weg nog erg glad. Ten derde is hier met mooi weer zoals nu ook wel het een en ander te bekijken en te beleven. We besluiten dus unaniem om te blijven en om morgen verder te trekken. Volgens het officiële programma staan we hier drie nachten, maar we moeten de dagen van gedwongen verblijf in Nairobi nog’ inhalen’, compenseren.  De ochtend is voor vrije besteding,zo  is de uitkomst van het overleg. Om half een zal de truck ons in Wundanyi oppikken om de berg Vuria te bereiken. Dat staat op het programma, dat we die gaan beklimmen. Met Ruud, Dik en Wim ga ik vanmorgen wandelend de vallei door, richting Wundanyi. Deze vallei is heel vruchtbaar; overal zien we akkertjes, geïrrigeerd en wel, al is het wat primitief. Overal bananenbomen met vruchten eraan, veel koffieplantages, kleine boerderijtjes. 

een spelonk, waarin een aantal menselijke schedels staan

   

    'koffietafels'

 

 

Als gids gaan een paar inlandse jongens mee, Jones Headly en Peter Zephania. Ze zijn een jaar of veertien en spreken redelijk Engels. Het is al vrij warm en we lopen over smalle paadjes tussen de akkers en dat gaat heuvel op, heuvel af, dus we transpireren al weer. De eerste bezienswaardigheid die de jongens ons tonen is een spelonk, waarin een aantal menselijke schedels staan. Deze schedels zijn afkomstig van voorouders van de bewoners van de Taita Hills en werden (worden?) vereerd. De bewoners van de Taita Hills zijn nu christelijk, maar soms gaat dat nog wel gepaard met enige natuurgodsdienst en voorouderverering. 

We lopen verder naar het dorp. Jones wijst mij wat er zoal te zien is onderweg. In het dorp bezoeken we de kerk. Het is een vrij grote kerk, alleen doet het weinig aan een kerk denken; het lijkt meer op een moderne landbouwschuur, met die rode blikplaten op het dak. De koster ontvangt ons enthousiast, maar is helaas niet te verstaan. Mijn paar Swahili uitdrukkingen worden erg op prijs gesteld. We mogen het torentje beklimmen. Als we weggaan geven we wat shillings voor de kerk. Verderop in het dorp zien we scholen, van kleuterschool tot voortgezet onderwijs, een hospitaal met gratis gezondheidszorg, een koffiedrogerij, een gevangenis. We besluiten het dorp niet verder in te gaan en terug te lopen naar de camping. We kunnen dan met de auto mee naar het stadje. Jones nodigt ons uit om langs zijn huis terug te lopen. Dat staat in de vallei aan de andere kant van de weg.  Dat is nog een hele wandeling! En het is ondertussen ècht warm geworden. Maar het is ook een prachtige wandeling. Overal om ons heen het weelderige groen, smalle slingerpaadjes die als rode linten langs primitieve boerderijtjes leiden, waar soms een paar fel zwart-wit tegen het groen afstekende Friese koeien bij staan te grazen. 

Jambo sana! Habari ? Mzuri! Mzuri sana. 

Als wij bij het huis van de Headly’s aankomen, is de vrouw bezig met houthakken, gekleed in een oude gescheurde jurk. Ze laat meteen haar werk in de steek en heet ons van harte welkom. ‘Karibu, Karibu sana’.  Wij groeten terug met ‘Jambo sana’, en ik kan er nog aan toevoegen: ‘Habari?’ waarop het verwachte antwoord komt: ‘Mzuri.’ Het valt me op dat de mensen er veel plezier in hebben als je een paar woordjes van hun taal spreekt, althans van de lingua africana, de boven-tribale taal Swahili. Want deze mensen hebben daarnaast hun eigen taal. Het duurt maar even of de vrouw heeft zich in haar zondagse jurk gestoken ter ere van het bezoek. Dat vinden we erg leuk natuurlijk en dat zeggen we ook. De vader komt nu ook naar buiten; hij is nog erg zwak want hij heeft malaria gehad, vertelt Jones. We zitten even buiten op een paar snel aangedragen zeer eenvoudige stoelen en wisselen via de jongens wat beleefdheden uit met de ouders. We mogen ook even binnen kijken. De wanden zijn van takken en aarde, het dak van slecht aansluitende golfplaten en de vloer van aangestampte aarde. Er staat een tafel met en paar stoelen. Maar het is er schoon en opgeruimd. Er wordt een tros bananen aangedragen en een schaaltje avocado’s. Ook deze banaantjes zijn heel smakelijk. Als we hebben gegeten, overhandig ik de jongens elk 20 sh voor hun gidsdiensten. Ze zijn er blij mee. 

   

 

 

met een houweel aan het werk op een van de akkertjes

Buiten maken we nog een paar foto’s van de familie, die we beloven op te sturen. Dan moeten we nodig weer verder. Onderweg door de vallei komen we de oudste broer van Jones tegen. Hij is met een houweel aan het werk op een van de akkertjes. Hij spreekt prima Engels en met hem staan we even over Kenia en Nederland te praten. Hij zou best eens een kijkje bij ons willen nemen, zegt hij, maar hij kan het zich niet permitteren. Nederland is voor deze mensen het paradijs, dat merken we nu ook weer. We troosten hem met de woorden dat hij hier veel mooier woont dan een van ons, in een heel wat lekkerder klimaat. En dat veel vreemdelingen het bij ons helemaal niet zo goed hebben, omdat het toch een vrij harde maatschappij is voor wie niet mee kan komen. Dat wil hij wel geloven en het klimaat trekt hem ook helemaal niet, maar de materiële welvaart is volgens hem toch niet te versmaden. En dat moeten wij toegeven. 

Onderweg praten we al wandelend onderling hierover door. Of wij nu zo veel plezieriger en gelukkiger leven dan deze mensen, dat geloven wij geen van vieren. Deze mensen zijn dan wel van luxe verstoken, maar ze hebben voldoende te eten en te drinken, er is onderwijs en gezondheidszorg (gratis), ze hebben hun eigen erf en huis (zonder hypotheek neem ik aan), en een prachtige zuivere woonomgeving in een uitbundige natuur en niet verpeste atmosfeer. En ze missen een heleboel sores waarmee wij ons en elkaar het leven vaak zuur maken. Het is waarschijnlijk dat we de zaken wat geïdealiseerd zien, want uiteindelijk maken we maar oppervlakkig kennis met deze mensen en hun levenswijze. Ik wil ook absoluut niet suggereren dat deze –in onze ogen min of meer arcadische levensomstandigheden— het verschil in rijkdom in de wereld, zelf hier binnen Kenia, zouden rechtvaardigen. Wij worden hier alleen met de neus op de vraag gedrukt of materiële welstand wel zo belangrijk is als wij vaak geneigd zijn te denken. 

Keer op keer zitten we vast, glijden we naar de wegkant en moeten we sjouwen en schuiven met staalplaten

Het is nog een lange wandeling en ik ben blij als de camping in zicht komt. Rik Jan staat daar klaar om met de truck naar het dorp te rijden. Assistent-reisleider Cor is er ook en verder wij vieren. De anderen zijn in het dorp gebleven. Het blijkt al heel gauw dat de weg nog niet voldoende is opgedroogd. Over de eerste honderd meter doen we bijna een uur! Keer op keer zitten we vast, glijden we naar de wegkant en moeten we sjouwen en schuiven met staalplaten om de wielen weer wat grip te geven, we scheppen, duwen, trekken. We krijgen er een enorme dorst van. Op de truck is niets te drinken. Wat vruchten en limonadesiroop. De kleverige siroop smaakt smerig maar is beter dan niets, zo een dorst hebben we. 

Het ziet weer zwart van de zwarte kindertjes om de auto heen. De wat ouderen willen wel helpen duwen als het nodig is. De kleineren hangen, zodra de auto weer rijdt, er onder aan en dat kunnen we niet hebben, veel te gevaarlijk. Dat moet ik ze met een twijgje duidelijk maken van onze chauffeur. Tja, ik werk tenslotte in het onderwijs niet? Na veel moeite in de brandende zon komen we op een stuk weg waar het droger wordt en dan schiet het ineens vlot op. Over de hele rit hebben we tachtig minuten gedaan, normaal kan het in een kwartiertje. 

Vrij laat dringt het tot mij door dat het heuveltje een vers graf is.

Dan gaan we op weg naar de berg Vuria, die te beklimmen is. We komen echter niet zo ver. Als na een half uurtje rijden het asfalt weer overgaat in bagger, ziet Rik Jan ervan af om verder te rijden. Hij heeft zijn portie gehad en ik vind het ook wel best. De auto staat midden op een hellende weg; naast de auto gaat het vrij steil naar beneden. Rik Jan stapt uit en daalt de helling af naar een paar huizen. Hij wil weten of er vandaag al vrachtauto’s langs zijn gekomen. Als hij terugkomt, heeft hij een uitnodiging voor de hele groep: we mogen komen theedrinken daar beneden. We kijken nogal vreemd; wie nodigt er nu 26 wildvreemde mensen op de thee?! Maar goed, we klimmen van de wagen af, dalen de helling af en lopen op het huis toe. In de tuin staan een hoop verse bloemen op een heuveltje. Vrij laat dringt het tot mij door dat het heuveltje een vers graf is. Het huis is een moderne betonnen woning. Binnen zitten we en daar wordt ons via de begeleidende gids Jim duidelijk dat de vele vrouwen die we hier zien, hier bijeen zijn om het rouwproces gestalte te geven. De bewoner van dit huis is een week geleden omgekomen bij een verkeersongeluk op de grote weg naar Mombasa. De man is begraven in de tuin, dat mag hier, en de vrouwen blijven dan een weekje mee-rouwen. Waarschijnlijk zijn ze blij met een verzetje. De meesten van ons zitten er wat onwennig bij, maar de vrouwen vinden het kennelijk gewoon. Ik ben toch blij dat ik naar buiten kan in de grote tuin. Daar wordt een grote teil gevuld met water op een houtvuur gezet en later wordt de thee toegevoegd. We gaan er in een grote kring omheen zitten tegen de helling. 

We staan verbaasd van de blinkend schone teilen. Wat zien die van ons er dan ontzettend vuil uit! Het vuur wordt uiterst efficiënt onderhouden. De kreten die de stook- en kookploegen op deze feiten wijzen, zijn dan ook niet van de lucht. De vrouwen komen ook buiten staan. Ze zingen christelijke liederen voor ons op die fascinerende Afrikaanse manier, ritmisch, a capella en met de typische klankkleur waardoor je Afrikaanse zang onmiddellijk als zodanig herkent. Ik vind het allemaal heel apart en zelfs ontroerend. Dan serveren ze ons de thee in bekers die er wonder boven wonder voldoende voor allemaal zijn! Je kunt met of zonder suiker, met of zonder melk krijgen en op zijn minst drie keer bijgevuld. De thee smaakt me heerlijk. Ik had ook zo’n dorst. We mogen ook gerust fotograferen, wat we natuurlijk niet nalaten. Hier komt mijn zoomlens weer goed van pas om portretten te schieten zonder opdringerig dichtbij te hoeven komen. 

    

We tollen van vermoeidheid onze slaapzak in

Als we opstappen geven we allemaal geld voor de getroffen familie. Dat is zo traditie. Nagewuifd door de vrouwen rijden we dan weg. Eerst een eind achteruit, op zoek naar een plek waar we kunnen keren op de smalle weg. Dat lukt uiteindelijk. Dan rijden we terug richting onze basiskamp. Onderweg zien we mooie landschappen vanuit onze hoge zitplaats. Wat een magnifiek land is Kenia. Na een tijd stoppen we weer. Jim, onze lokale begeleider, weet hier in de buurt een mooi meer te liggen. Rik Jan waarschuwt nog maar eens dat ‘in de buurt’ wel eens ver weg kan zijn in Kenia. We gaan toch maar aan de wandel. Het is inderdaad ver. Voor Afrikanen mag alles wat minder dan een uur lopen ‘just around the corner’ zijn, voor ons ligt dat toch anders. Als we na een uur lopen nog geen meer zien, gaan de meesten terug. Ik ook. In totaal hebben we anderhalf uur in een straf tempo gelopen als we terug zijn bij de auto, en ik voel mijn spieren behoorlijk. We hebben vandaag alles bij elkaar ver gewandeld en ook nog dat slepen met die staalplaten en trekken aan de vrachtauto…  Ik vind het wel genoeg. Gelukkig heb ik bij dit alles geen bijzondere last van mijn ‘ischiasbeen’. 

Niet lang voor donker zijn we eindelijk terug op de camping. In het dorp hebben we als groep een krat White Cap ingeslagen voor vanavond. Merkwaardig is dat de krat niet eens leeg gaat. Iedereen is vroeg vertrokken naar zijn slaapplaats, wij naar onze tent. We tollen van vermoeidheid onze slaapzak in. Morgen de lange vermoeiende reis naar Nairobi. 

 

    

   

 

naar boven