India, Nepal en Sri Lanka, reisverslag en foto's - Varanasi- Nepal, Kathmandu

Hits: 26527

Artikelindex

 

 

Zaterdag 19 juli 1980 VARANASI – NEPAL, KATHMANDU

We staan al om  04.45 uur op, en na een haastige kop thee kruip ik met een katterig gevoel in de duistere bus. Alles schijnt nog te slapen. Als we door de schemerige straten van Varanasi rijden, zien we overal mensen liggen te slapen. Voor hun winkeltjes, op brede richels, uitsteeksels uit de muur, of zomaar op de grond. 

Zo tegen half zes komt er wat leven: vrouwen beginnen de straat te vegen, mensen wachten op de bus, sommige handelaren rollen het luik van hun winkel omhoog en de eerste maïskolven van de dag worden geroosterd. Aan de Ganges wordt onze groep in twee groepen op een boot ‘geladen’ en beginnen twee jongens met een duwpaal de boot tegen de sterke stroom in te krijgen. Dat is geen lichte taak, dat kun je wel zien. Maar ze zijn er ontzettend handig in. Het gaat vrij dicht langs de oever en daardoor hebben wij goed zicht op wat daar allemaal gebeurt. We zien mensen zich wassen, baden, tanden poetsen en dat in rivierwater dat al vuil is, maar bovendien zijn verderop de crematieplaatsen waar de hele dag door lijken van gelovige Hindoes worden verbrand. De as wordt in de heilige rivier gekieperd, oneerbiedig gezegd misschien, maar daar komt het wel op neer. 

Op onze tocht zien we de talrijke ghats tussen de gebouwen op de oever. Een ghat is een soort brede trap die het water in leidt, en waarop gelovige Hindoes hun rituele bad nemen en de zon begroeten die nu langzamerhand achter de wolken gaat opkomen. De fotografische omstandigheden zijn niet optimaal, zacht gezegd. Voor een goed resultaat moet ik de telezoomlens gebruiken, maar er is nog zo weinig licht dat ik dan op een sluitertijd van 1/15e seconde kom. Dat is veel te lang voor een telelensopname. Ik waag het er toch maar op,  -- uiteraard want zo’n kans krijg ik voorlopig niet weer. Later blijken de opnamen redelijk goed belicht en nog tamelijk scherp ook. Van de foto’s van de meeste andere groepsleden zal dat niet gezegd kunnen worden. 

Na de boottocht, die ik als een derde hoogtepunt – na de Taj Mahal en Khajuraho--  beschouw, lopen we naar de crematieplaats hier dichtbij. Het cremeren van dode gelovige Hindoes gaat hier bijna dag en nacht door. Zoals gezegd wordt de as in de rivier gestrooid. We staan er even bij te kijken. Op een houtstapel ligt een zwart stuk koolstof, waarin vaag de contouren van een lijk te herkennen zijn. Onder de stapel ligt iets bloederigs. We blijven maar niet te lang. Ik heb op de nuchtere maag een lichte neiging tot overgeven. Ik loop maar weg, te meer omdat me aangeboden wordt dat ik een foto mag maken als ik een dollar betaal. Ik neem hier geen foto’s. Dat lijkt me wel zo kies. De crematieplaats heb ik vanaf de boot zo straks gefotografeerd, op decente afstand. Anders is fotograferen  hier strikt verboden, maar voor wat geld mag het dan wel. No thank you. 

Door de nauwe steegjes van Varanasi waarin het nu even na zevenen krioelt van leven, lopen we tussen schoolkinderen in frisse uniformpjes, mannen in een soort badjas die terugkeren van hun bad in de rivier, souvenir- en andere verkopers, drukke zakenmensen en heilige koeien. Ik adem diep in, alsof het moment wil vasthouden. Wat ik hier allemaal meemaak, wil ik niet vergeten. Het is in de steegjes hier en daar onbeschrijflijk smerig, nauw en donker en nu al weer benauwend warm. Toch geniet ik met volle teugen want hier ben je midden tussen het echte Aziatische leven. Ik onderga het met al mijn zintuigen. 

We lopen langs de Sacred Bull, een heilig beeld van een zwarte stier, die net zijn ochtendlijke wasbeurt krijgt. Hij glimt van het water. Gangeswater ongetwijfeld. Even verder zit een man in lotushouding de bloemen te verkopen, waaraan zijn houding haar naam ontleent. Er tegenover zitten een paar vrouwen met hopen rijst en ander korrelig voedsel voor zich. Een andere vrouw is bezig met haar ‘stalletje’, een houten schot op de grond,  met vuurrode kleurstofpoeder erop. Dat verkoopt ze kennelijk. 

Via een  klimpartij door duistere trapportalen komen we op een soort balkonnetje, van waaraf we over een muur kijkend nog net het gouden dak van de Golden Temple kunnen zien. Het schijnt inderdaad zuiver goud te zijn wat hier blinkt. Dan lopen we langzamerhand weer richting de bus en om half negen zitten we dan aan het ontbijt. 

 



 

   

 's Morgens net voor zonsopkomst maken wij een vaartocht over de Ganges om het schouwspel te zien van de zich badende bedevaartgangers/ stedelingen.  Onder de grote parasols zijn de plaatsen waar de grote leermeesters (goeroe's) hun leerlingen onderwijzen in de juiste leer.

Men baadt, poetst de tanden en doet de was in hetzelfde water waarin even verderop de resten van de lijkverbrandingen op de ghats gestort zijn... Iedere Hindoe wil namelijk niet alleen minstens eenmaal in zijn leven baden in de Ganges in Varanasi maar er ook sterven en verbrand worden. Dan kan de cyclus van reïncarnatie opnieuw beginnen.  Het is een indrukwekkend schouwspel, (aangewezen door de hand van onze roeier...). 

 onder de parasols doceren de guru's 

 

Op de oever kun je iets zien van de vuren van de Ghats, waar de crematies plaats vinden. Wij mochten er een kijkje nemen. Vóór het ontbijt niet zo eetlustwekkend eigenlijk. 

 ontwakende stad; overal smeulen weer vuurtjes.

  
Als we eenmaal weer door de smalle straten van Varanasi lopen, zien we overal baders met een handdoekje over de schouder. De stad komt tot leven.  Deze vrouw brengt haar koopwaar in stelling. Ze heeft haar eigen kleren kennelijk gekleurd met de kleurstof die ze verkoopt.

 Een eerbiedwaardige man in lotushouding verkoopt lotusbloemen.

  

De 'Sacred Bull' heeft net de ochtendlijke wasbeurt gehad.    De 'Golden Temple' van de Sikhs kunnen we alleen via een tocht door steegjes en over trappen in het vizier krijgen. Alles wat hier blinkt, is puur goud.



 

 

Om half elf zitten we dan weer te wachten op een bank van de zoveelste luchthaven, --en er komen er nog zo veel! Deze keer betreft het een buitenlandse vlucht naar Nepal, dus de formaliteiten zijn nog omvangrijker dan ze op een binnenlandse vlucht al zijn. Mijn koffer moet zelfs open. Ook dat is meer een formaliteit dan dat de controle echt iets voorstelt. Na een vlucht met Indian Airlines landen we om kwart voor een op Kathmandu Airport. Ook hier weer langdurige formaliteiten. Filmcamera’s en draagbare radio’s moeten worden aangegeven. Mijn koffer moet weer open. De douaneman kijkt met wat vreemde blik naar het erotische houtsnijwerk uit Khajuraho. Misschien zou dit als pornografisch artikel beschouwd kunnen worden in dit land, bedenk ik nu. Maar de man zegt er verder niets over. Eindelijk kunnen we dan in de bus stappen. Het is een afgedankte Mercedesbus uit Frankfurt am Main, zoals achterop nog vagelijk te lezen valt. Maar hij zit nog lekker en rijden en remmen gaat kennelijk goed, dus: so what?! 

We worden weer ontvangen met een bloemenkrans om onze nek. Toch aardig van The Orient Express Co. Private Ltd. Hun organisatie van onze reis is tot nu toe tot in de puntjes verzorgd. Als we het hotel naderen, valt mijn mond open van verbazing. Het Shankar Hotel blijkt een verbouwd Rana paleis te zijn en heeft het uiterlijk van paleis behouden. Zo stel ik me een paleis voor. Ik merk op dat men mij nu eindelijk eens onderbrengt in een hotel dat een heer van stand past, als iemand begrijpt wat ik bedoel. Henk en ik krijgen een echte suite als kamer. Wat wel een nadeel is, is dat er ondanks de enorme ruimte maar een bed staat met één grote matras. Ik ga meteen op zoek om een extra eenpersoonsbed te organiseren. Dat geeft eerst wat moeilijkheden omdat de kamermeisjes mij niet begrijpen. Maar als hun cheffin erbij komt, is het snel geregeld. Ik had desnoods ook kunnen slapen op de enorme bank van het bankstel in de zithoek. Lastig is ook dat de airco in de koelstand een geweldig lawaai maakt. Daar kun je niet bij slapen, dus zetten we het apparaat ’s nachts maar uit. Met het gevolg dat het toch wel benauwd wordt. Als we weg zijn, zetten we het apparaat dat in het raam zit gemonteerd op maximaal. 

Deze zaterdag na de lunch is er geen programma. Ik breng mijn bagage wat op orde, was onderbroeken, sokken en T-shirts en hang alles te drogen. Ik maak foto’s van het paleis-hotel en de mooie tuin ervoor. Ik neus wat in de winkeltjes, schrijf een heleboel kaarten naar het thuisfront. In de tuin is het heerlijk. Het is hier niet zo vochtig warm dus de warmte is hier beter draaglijk. Ik heb nog wat last van mijn darmen; pas op vliegveld Frankfurt zou ik er weer af zijn. Ik denk dat het komt door de combinatie van vermoeidheid, eten en drinken, en klimaat. Het is wel jammer dat ik niet volop mee kan eten want het eten is in dit hotel bijzonder goed. De eetzaal waar het wordt opgediend is een echte paleiszaal, met veel overdadig maar sfeervol stucwerk. 


  ons hotel Shanker Palace in Kathmandu

 

 ons uitzicht uit de kamer

 met de fietstaxi naar het centrum

 

 

 

 

naar boven