Een reisverslag van een verblijf op camping "Kamp Trnovc" bij Duplje, Slovenië

Hits: 2608

Een reisverslag van een verblijf op camping "Kamp Trnovc" bij Duplje, Slovenië

Vakantie 2004: voor het eerst naar Slovenija

  

Inhoudsopgave

 

Slovenië 2004  

Pech onderweg  

Kamp Trnovc in Duplje  

Bedevaartskerk in Crngrob  

Wandelen langs de Bistrica  

Autotocht en Ljubljana  

Logarska Dolina en Slap Rinka  

Bled en meer  

Aanrader: Vintgarkloof en weer Bled  

Rijden en wandelen door Triglav NP  

Weer Ljubljana  

Wandelen onderaan de Triglav  

De kust, Piran en Portoroz  

Pokljuska Kloof: sfeervol  

Meer van Bohinj en Vogel  

Nog een kloof en Kamniska Bistrica  

Naar huis  

Alle pagina's  

 

Dinsdag 13 juli Vertrek 

  

's Morgens vertrekken we al om zeven uur met goed weer. Het is de tweede dag van de vakantie. Verleden week had ik de caravan opgehaald en hebben we die klaargemaakt.

 

 

 

 

 Bij Hoogeveen keren we even terug om de reservebril van Riet op te halen. Je moet de dingen daar wel kunnen zien, ook als je bril het zou begeven.

 

De reis verloopt vlot; we rijden via Arnhem, Oberhausen, Dortmund, via de Sauerland Autobahn naar Frankfurt, dan via Wűrzburg en Neurenberg naar de Azur doorgangscamping Altműhltal in Kipfenberg, ten noorden van Ingolstadt.

 

Als we echter om de middag op een parkeerplaats stoppen om het meegebrachte broodje te eten, merk ik op dat de rechter achterband plat staat. Inspectie dichterbij laat zien dat de zijkant van de band al dermate beschadigd is, dat hier reparatie niet meer zal lukken. We hebben geen van beiden iets gemerkt aan de auto, vandaar dat we het nu pas opmerken dat de band leeg staat. 

Ik heb zwaar de smoor in; dit voorjaar reed ik ook rechtsachter een band stuk; toen heb ik aan de voorzijde twee nieuwe Michelins laten monteren. Nu weer een nieuwe band, dat is eigenlijk wel zonde van het geld. Het loopvlak van deze band was nog perfect.

 Voor de vakantie had ik een nieuwe uitlaat laten monteren en een nieuwe distributieset (resp. 189 en 426 Euro). Dit voorjaar een nieuwe accu. De Scénic gaat geld kosten zo.

 Er zit niets anders op dan het reservewiel te voorschijn te halen en aan het werk te gaan. Gelukkig staan we op een parkeerplaats zodat we veilig staan en de bagage gemakkelijk kunnen uitladen om bij het reservewiel te kunnen komen. We zeggen later tegen elkaar: je moet er niet aan denken dat je zoiets krijgt in een van de tunnels die we de volgende dag door rijden. Het wisselen zelf kost niet veel moeite. Als het wiel eraf is, blijkt er een grote schroef midden in het loopvlak te zitten. Het oponthoud blijft beperkt tot een drie kwartier.

Ik rijd verder met het idee dat me dit niet nog eens moet overkomen, vandaag, want dan hebben we echt een probleem. En morgen moeten we maar op zoek naar een nieuwe band.

 Gelukkig hebben we onderweg niet meer pech. Na dertig kilometer trek ik de bouten nog even na, maar ze zitten gelukkig muurvast. We komen om een uur of zes op de camping aan en 's avonds eten we volgens al bijna de traditie in Gasthof Zum Limes. De forel smaakt hier altijd voortreffelijk. Het is niet druk; we zitten bijna alleen in de sfeervolle eetkamer. Na ongeveer 750 kilometer rijden is het goed rusten.

 

Woensdag 14 juli Nieuwe band en wandelen

 

Tegen tien uur gaan we op zoek naar een nieuwe band van hetzelfde merk en type als de andere banden. In Kipfenberg is een Reifenstation. Daar kunnen ze wel zo'n band bestellen, dat kost een of twee dagen voor die er is. We bedanken voorlopig vriendelijk en gaan naar het plaatsje Beilngries. Daar is volgens mijn boekje een Renaultdealer; die hebben wel vaak Michelin banden. De vriendelijke eigenaar bekijkt de band en constateert wat wij al weten: we hebben er te lang op door gereden, de band is niet te repareren. Hij gaat kijken wat hij heeft staan en komt terug met een exact gelijke Michelin Energy als er linksachter op ligt. Hij is iets gebruikt maar daarvoor krijgen we dan een schappelijke prijs.

Terwijl de garage de banden verwisselt en monteert bekijken wij het stadje Beilngries. Op en top Beieren: merkwaardige gevels en kerktorens zoals je ze elders in Duitsland niet ziet. 

We kijken rond, drinken cappuccino op een terrasje en dan halen we de auto op. Al met al kost dit grapje toch nog ruim over de honderd euro; geen goed financieel begin van de vakantie. Maar het weer is goed en we besluiten de wandelschoenen aan te trekken en een wandeling te maken. Een wandelkaart van het gebied hebben we niet, maar er staan veel merktekens en wandelingen in het centrum aangegeven. De VVV is dicht. We kiezen een Naturpfad. We eten en drinken wat in een parkje net buiten het dorp en dan klimmen we gestaag de heuvel op. Het is wel een mooie wandeling maar wel tamelijk warm om te lopen. Gelukkig hebben we water bij ons.

 Na een hele tijd lopen is de bewegwijzering niet meer zo eenduidig. De hele wandeling zou anderhalf uur duren; we zijn nu al bijna zo lang onderweg en moeten nog aan de terugweg beginnen. We gokken dat we goed lopen maar na weer een hele tijd houden de merktekens helemaal op. We besluiten terug te keren. Dat is nu wel een heel eind lopen. Ik vind het niet echt leuk meer. Het laatste stuk krijgt Riet last van de knie. Strompelend bereiken we de auto. Gelukkig is het geen blijvend letsel, de volgende dag is het al een stuk beter. 's Avonds eten we in de caravan. Morgen de tweede etappe naar Slovenië.

 

 

Donderdag 15 juli Naar Kamp Trnovc

 

Als we wakker worden, horen we het bekende getikkel van een zacht regentje op het dak. Dit voorjaar stonden we onder exact dezelfde omstandigheden op deze camping op terugreis van een verregende vakantie aan het Gardameer. Toen was het wel wat kouder, maar aangenaam is het nu ook zeker niet. Onderweg blijft het regenen, tot we de tweede grote tunnel (de Katschbergtunnel)  in Oostenrijk uitkomen: ineens is het zonnig en droog. De verhalen van de grote verschillen ten noorden en ten zuiden van de tunnels zijn dus -in dit geval tenminste- waar. Het is erg rustig op de autoweg. Ook voor de Tauerntunnel geen spoor van file.

 Na de Karawankentunnel zijn we in Slovenië. Net als bij de Tauerntunnel moet je ook hier tol betalen. Bij de afslag Naklo gaan we van de autoweg af. Dan begint het zoeken. In de campinggids staat: 'borden volgen' maar nergens is een bord te bekennen. We gaan richting Naklo, rijden er doorheen en gaan onder de autoweg door richting Križe en Tržič. Vlak na de tunnel gaan we rechtsaf en dat hadden we achteraf gezien niet moeten doen. Later krijgen we door dat er op de wegenkaart wel wat foutjes staan, waarschijnlijk doordat men pas de autoweg een eind heeft doorgetrokken. In het dorpje Strahinj keer ik met enige moeite de combinatie en we gaan terug naar het tunneltje. Nu rijden we verder richting Križe en warempel: na het dorpje Zeje komen we in Duplje, waar de camping moet zijn. Ik zie het bord 'Turističa Kmetia Kamp Trnovič' te laat. Riet stapt uit en treft een Nederlands echtpaar dat ons de weg wijst. We gaan het smalle toegangsweggetje op; na honderd meter duikt dat  naar beneden. Gelukkig komen we geen andere auto's tegen.

  

Beneden komen we bij een keurig aangelegde tuin en entree. Voor een smal bruggetje ligt een dunne paal als slagboom. Omdat we niemand zien die ons kan helpen, rijden we de camping maar op. Daar loopt een oud omaatje dat geen woord Duits spreekt maar ons met enthousiaste gebaren beduidt dat we  kunnen gaan staan waar we willen. 'Dobre' zegt ze. Dat is: 'Goed'. Wij kiezen een plek met veel schaduw onder een appelboom.

 

 

  

Bij de receptie worden we ontvangen met sap en schnaps

 

 

Het brugje en de 'slagboom': een paal die je zelf verschuift.

 

 Onze plek onder de appelboom.

 

 De rivier langs de camping.

 

Noot 2013: Deze oude gammele brug (2004) is intussen al lang vervangen door een betonnen brug waarover ook auto's kunnen. Nadeel: er komen nu meer auto's over het smalle toegangsweggetje vanaf het dorp.

 Een iets eerder dan wij gearriveerd Nederlands echtpaar wijst ons de receptie. Daar worden we hartelijk ontvangen. Marija Terna is boerin en runt voor een deel de camping, geholpen door haar zoon  Mirko, die goed Engels verstaat en spreekt. Haar man is boer met vleeskoeien en helpt ook op de camping. Mirko studeert computerkunde. Onze CCI kaart maakt geen indruk; ze moeten onze paspoorten hebben. Terwijl ik die even ga halen wordt Riet onthaald op een glas zelfgemaakt appelsap. Ik probeer de schnaps van appels en peren, die  door de boer zelf wordt gestookt. Het smaakt goed maar is heel sterk. Ik drink wel vaker een borrel maar na dit ene glaasje valt het opzetten van de luifel niet mee. Overigens erg aardige mensen. Later leren we de boer ook kennen. Die verstaat en spreekt redelijk Duits.

 Vanaf onze plek onder de boom kijken we over het grasveld zo tegen de gele gebouwtjes met douches en toiletten aan. Die douches stellen ons de komende dagen wel wat teleur: de warmwatercapaciteit is lang niet opgewassen tegen de vraag. Als je warm wilt douchen moet je voor acht uur zijn. Reden dus om niet te lang uit te slapen.

 

Langs de wegen en bij dorpen staan vaak van dit soort kapelletjes, vaak mooi beschilderd, hier met St. Joris en de draak.

 

 

Vrijdag 16 juli Acclimatiseren

 

Eerste zorg is vandaag om Sloveens geld te scoren. We rijden naar Kranj, een stadje kleiner dan Hoogeveen, waar banken en geldautomaten zijn. We moeten wel  even wennen aan de grote bedragen in Tolar ('Sit', Slovenija Tolar). Een euro is 236 tolar. Voor het gemakkelijk rekenen gaan we uit van het sommetje: 1000 tolar is 4 euro. Met ons geld bestellen we in de autovrije binnenstad op een terrasje bij de rivier een kop heerlijke cappuccino.  Zo lekker als ze in dit land koffie kunnen maken! Daar kunnen ze zelfs in Italië nauwelijks tegenop. En dat voor omgerekend ongeveer 85 eurocent. We hebben nog nooit zo vaak aangestoken voor koffie als in deze vakantie.

 Bij onze wandeling door de binnenstad komen we op een kleine markt waar vrouwen o.a. groente te koop aanbieden. Kennelijk hebben ze het thuis zelf verbouwd, zo ziet het eruit. Een biedt gedopte verse erwtjes aan. Waar vind je dat nog?! We kopen een portie voor een klein bedrag. Ze smaken 's avonds prima. In Duplje is een kleine plaatselijke super; in Naklo, een beetje rommelig dorp tussen Kranj en Duplje, vinden we een goed gesorteerde supermarkt, Market Resman. Daar halen we voortaan wat we nodig hebben. Het is ongeveer 5 km rijden vanaf de camping.

 Het is vandaag warm maar tegen de avond betrekt de lucht en wordt het onweersachtig. Zo zal het de komende weken nog vaak gaan. Een beetje te vaak naar mijn smaak. Het is niet lekker om buiten onder de luifel te zitten. De boer zal later opmerken dat het een uitzonderlijk jaar is wat de regen en het onweer betreft. 'Anders hebben we dat eens in de veertien dagen', moppert hij. De laatste week is het bijna elke avond raak. Maar we hebben toch ook veel mooie avonden gehad waarop we tot laat bij wat kaarsjes en de leeslamp buiten zaten.

 

 

Zaterdag 17 juli Bedevaartskerk in Crngrob

 

We doen boodschappen in de super in Naklo, ook voor de zondag. Het omgaan met het geld moet nog wennen. Eerst schrik je van de grote bedragen maar na omrekenen blijkt dat eten en drinken hier niet zo duur is als bij ons. Dat geldt, merken we later, ook voor eten buiten de deur. Pas in de laatste weken ontdekken we de Gostilnja Marinšek aan de doorgaande weg in Naklo. Daar eten we een paar keer (drie gangen met extra koffie) voor ongeveer dertig euro (samen) inclusief een halve liter witte wijn. IJs als toetje is hier echt goedkoop. Het menu is ook in het Duits zodat je weet wat je bestelt. Heerlijk is het voorgerecht van Steinpilzen omwikkeld met een soort bacon in een sausje. De forel smaakt ook hier verrukkelijk en de T-bone-steak is bijna zo groot als het bord en perfect á point gebakken.

  

Bedevaartskerk in Crngrob

    

 

Aan de achterkant is een overdekte galerij met muurschilderingen.

 

Een stukje van de voorstelling van de muurschildering.

 

 

's Middags maken we onze eerste trip. We gaan in Kranj richting Škofja Loka en slaan af naar het dorpje Crngrob. We zien het mooie kerkje waarvoor we komen, op de heuvel liggen, blinkend wit. We rijden eerst naar de Gostilnja om cappuccino  te drinken. Riet vraagt terloops of het kerkje te bezichtigen is. Het meisje antwoordt dat dat kan als ze een identificatiebewijs van ons krijgt, want zij heeft de sleutel en aangezien er niemand aanwezig is in de kerk, moet ze ons paspoort als borg. Ik haal de paspoorten en even later klimmen we de heuvel verder op naar de kerk. Buiten is een soort overdekte galerij. Op de muur kleurige fresco's. Het is een nogal belangrijk kerkje voor bedevaartgangers. Met de sleutel openen we de oude deur. Dat is wel apart: zo zonder andere toeristen in alle rust en stilte een kerk bekijken. Binnen is het een en al ornament en kleur en schittering. Het altaar doet zeer aan de ogen, zo overdadig is de decoratie; zo schitterend het verguldsel (of is het echt goud...?).  Het plafond en de vloer daarentegen zijn ook kleurig maar met mooie zachte tinten oogstrelend mooi. Ook wel overdadig en een beetje naïef geschilderd, maar prachtig in harmonie met elkaar. Het plafondschilderwerk doet me denken aan kerken in Noord-Groningen die we verleden jaar bekeken.

 

     

Plafond binnen en het altaar.

 

 

  

 

We kijken rond zo lang we willen en brengen dan de sleutel weer terug. Daarna gaan we nog een eind de heuvel achter de kerk op; daar staan de doelwittekens van een wandeling. Het gaat nogal steil omhoog in deze warmte en als de tekens ook nog wat minder goed te vinden zijn, vinden we het wel goed en keren we terug naar de kerk. We zijn net op tijd terug om het klokgelui om vier uur te horen. Ik maak video-opnamen met de bengelende klokken op de achtergrond.  We hebben vandaag  verder ook al heel wat foto's en dia's gemaakt.

 

NB. Later vernamen wij dat de sleutel niet meer op deze manier te verkrijgen is. 

 

  

 

Zondag 18 juli Wandelen in de bergen langs de Bistrica

 

Zondagochtend. We zijn redelijk vroeg op, zeker voor een zondagmorgen. Tja, je wilt wel warm douchen niet waar? Overigens: het douchegebouwtje ligt vlak naast een aftakking van de Tržiska Bistrica rivier, die in een bocht om de camping heen ligt. De aftakking dient voor de watermolen in het woonhuis. Naast het afwashok hebben ze een loos waterrad geïnstalleerd. Als het hard heeft geregend is het water een paar uur bruin van de modder. Na een tijdje is het weer even helder als altijd. Als je doucht, heb je steeds het geklater van het water in je oren. Eenmaal thuis later, valt me op dat het zo stil is in de douche. Je went gauw aan dingen en vindt die dan gewoon.

  

Het hele terrein is 11 ha groot, 2 ha velden en 5 ha. grasland; de rest is bos. De voornaamste bron van inkomsten is de boerderij, veeteelt, maar volgens mij hebben Franc, Marija Mirko en een zus en oma 's zomers een heel aardige bijverdienste aan de camping. Maar ze doen er ook wel wat voor. Een aantal keren per dag maakt Marija de toiletten en douches globaal schoon, de laatste keer tegen elven 's avonds.  Het ziet er altijd schoon en verzorgd uit. Alleen jammer van dat warme water dat er soms niet is...Maar we kunnen er best mee leven en al die andere mensen die hier soms ook best wat langer staan, kennelijk ook wel.

 

 Riet maakt een picknick klaar en al mooi op tijd zijn we op weg  richting Tržič. In dat dorp gaan we richting Jelendol en Medvodje. Heel wat Slovenen zijn ook onderweg op deze weg dit uiteindelijk doodloopt tegen de Alpen. De verharde weg gaat na Jelendol over in een zandweg. We zetten door en komen in Medvodje, nauwelijks een plaats. Er is iets wat eruit ziet als een café. Alles is nog dicht. We zetten de auto op de parkeerplaats, trekken onze wandelschoenen aan en gaan lopen langs de rivier de Bistrica. We maken foto's van mooie bloemen en planten. Onder andere vallen ons de wilde cyclamen op. Later zien we ze op bijna al onze wandelingen. Soms groeit het als onkruid langs je pad! Maar wel heel mooi onkruid. Ik 'diagrafeer' onder andere gele vingerhoeden, een Turkse lelie, orchideeën en waterdruppels die op heel grote bladeren schitteren als diamanten in de zon.

 

Terug bij de parkeerplaats is het 'café' open gegaan. We bestellen een Turkse koffie (de enige soort die de mevrouw in de aanbieding heeft). Het smaakt best goed na zo'n wandeling. Als ze de koffie brengt, geeft ze een paar folders aan ons. Een ervan gaat over een visrestaurant bij ons in de buurt, in Podbrežje. We besluiten dat we daar eens moeten eten, visliefhebbers als wij zijn-althans ik-.

  

Op de terugweg langs Bistrica en Begunje moeten we omrijden en zien we ineens een processie. Als we even van de weg afwijken, rijden we er langs en zien we dat het volgelingen van Hare Krishna zijn, compleet met een versierde ossenwagen. Als we stoppen om te keren worden we meteen aangeschoten door een bekeerling die informeert waar we vandaan komen en die ons graag een werk van de grote meester wil geven/ verkopen? We weigeren vriendelijk maar beslist. Dan gaat hij gauw terug naar de kleine stoet. We zijn een beetje perplex: dit verwacht je in Amsterdam maar hier op het platteland van Slovenië?

  

Op de terugweg gaan we even van de weg af naar Radovljica. Het is er warm en uitgestorven. Riet vindt het jammer dat ze haar fototoestel niet bij zich heeft. Er is een aardig pleintje met wat kleurige gevels. Op de terugweg staan we een tijdje in de file waar de autoweg tweebaans is. Dat zal nog vaker gebeuren de komende weken. Dat er in Slovenië geen files bestaan is dus (ook) een sprookje uit de reisgidsen.

 Al met al een wel bestede zondag.

 

  

Maandag 19 juli Autotochtje

 

In de ochtend na het douchen en eten heerlijk relaxen in de zon; ik heb heel wat boeken bij me. De eerste tijd geniet ik van De blinde muur van Henning Mankell. Dan boodschappen en in de middag naar Škofja Loka. Een stadje met een goed bewaard oud plein met schilderachtige gevels. We klimmen in de warmte naar het kasteel, dat natuurlijk op maandag gesloten is. Wel een aardig uitzicht op het dorp. Het meisje van de ijsclub Homan is chagrijnig; we eten ons ijsje wel ergens anders op. Toch moet gezegd dat ze hier heerlijk ijs hebben. En niet zuinig zijn met de porties.

 

Skofja Loka.

 

 

 

Daarna rijden we verder via Železniki waar we de weg moeten zoeken omdat ze een kruispunt reconstrueren en dan geen borden plaatsen. Met de kaart erbij vinden we de weg naar Kropa, een oud ijzersmedenstadje. De weg ernaartoe is bochtig en biedt mooie uitzichten. Je komt hier bijna geen auto tegen. Kropa is tamelijk uitgestorven. We lopen wat rond, kijken wat en bezoeken de winkel waar je prachtig ijzersmeedwerk kunt zien (en kopen) als je geld hebt. Want het is niet te geef, ook hier niet. We kopen voor de buren Haar een kandelaar. Een mooi hekwerk voor op de achterdeur is niet te betalen.

 Via Podnart en Podbrežje gaan we terug naar de camping. Om niet steeds het hele stuk over Naklo om te hoeven rijden als we vanuit het noord-westen komen, hebben we in Bistrica een tunneltje onder de autoweg door gevonden; via een heel smal weggetje met kuilen kom je dan in Zeje uit. Dat scheelt toch een zestal kilometers.

  

Dinsdag 20 juli Naar Ljubljana

 

Van buren op de camping hebben we een plattegrond van Ljubljana te leen gekregen. Vandaag gaan we ernaar toe. We gaan al vroeg weg om een parkeerplaats te hebben bij het grote park Tivoli. Dat lukt prima. We vinden een plek op de afdeling betaald parkeren. (Er is ook een gratis deel, dat nu vol staat. De volgende keer konden we daar wel staan.) Ach, voor de hele dag parkeren betaal ik aan het eind van de middag 320 Sit. Dat is ongeveer 1,30 euro. Overigens is de autoweg naar L. tolweg. In de stad is het recht toe recht aan, zodat ik zonder stress hierheen rijd.

 Het is al snel warm. We lopen langs de Servisch Orthodoxe kerk (dicht) over de Cankarjeva Cesta (die straatnaam heb je in iedere stad)  naar het centrum. We komen op het centrale plein voor de drie bruggen. Je blik wordt onwillekeurig getrokken door de suikerspin roze Franciscaner Maria Boodschap kerk. We nemen een kijkje binnen: al even oogverblindend! Mooi is anders, merkwaardig is het wel. Plafondschilderingen en beeldhouwwerken met veel bladgoud of verguldsel strijden om de aandacht. In praktisch alle kerken die we van binnen zien in dit land, is het hetzelfde.

     

   

 

Deuren van de kathedraal met pausenhoofden  en een bloemenverkoopster bij de kerk

 

Weer buiten op het plein doet het felle zonlicht pijn aan je ogen. Maar er is veel te zien. Veel mooie gebouwen, veel fraaie gevels, Jugendstil elementen. Het is er redelijk druk maar niet zo dat het ergerlijk is. Je kunt rustig foto's maken. De stad maakt een uiterst relaxte indruk op mij.  Onder de buitenste (voetgangers)bruggen zijn dames- en herentoiletten. Riet gaat eerst. Dan ik onder de andere brug. Je koopt een kaartje bij een dame achter een klein loket en dan mag je. Het pissoir is schoon, maar zo smal dat je er eigenlijk maar met een persoon tegelijk terecht kunt. Toch handig: zulke mooie goed onderhouden openbare toiletten mis je in veel Nederlandse steden. Op een terras aan de rivier drinken we cappuccino en omdat we al vroeg weg zijn gegaan, lusten we er ook wel een lekkere sandwich bij. Heerlijk, en dan met zo'n uitzicht. We zitten er een tijdje te genieten.

  Dan opnieuw over een van de bruggen, linksaf naar de markten. Tussen de kathedraal en de rivier zijn open markten en overdekte. Die laatste bekijken we als we de tweede keer in Ljubljana zijn. Nu beperken we ons tot de open lucht. We kopen heerlijke kersen voor 400 Sit per kilo (ca. 1,80 euro) die we voor de helft bij een kraan met drinkwater schoonmaken en meteen opeten. Dan bekijken we de kathedraal, waarvoor ter gelegenheid van een pausbezoek mooie maar merkwaardige bronzen deuren met hoog reliëf gemaakt zijn. Van binnen hetzelfde verhaal als bij de andere kerken. Op de markt vooral veel groente en fruit: kleurrijke stalletjes met goedkope producten. Er is ook een hele rij kraampjes die graflichten verkopen. Hier en daar staat een houten huisje met een weegschaal waar je je aankopen kunt controleren op hun gewicht.

 

 Langs de kerk lopend komen we in de oude straatjes/ pleintjes waar de oude stad ooit ontstaan is. Er is veel te zien, veel sfeer, het is er gezellig druk. Bij een traditioneel koffiehuis drinken we cappuccino  op het terras op de straat en kijken naar de voorbij flanerende mensen.

 

Ineens zien we een poster van de rots van Sigirya op Sri Lanka. We zijn daar geweest en hebben het erover. De eigenaar van het winkeltje hoort ons en komt naar buiten. Kennen wij die plaats op Sri Lanka soms? Ja. We raken aan de praat. Hij blijkt een Sri Lankaan die familie heeft op het eiland die daar edelsteenmijnen heeft. Zelf ontwerpen ze de sieraden die hij hier in zijn winkeltje van drie vierkante meter aanbiedt.

     Een Slascicarna, een soort ijs- en gebakcafeetje.

 

Riet vindt er wel mooie dingen bij. Ik geef haar alvast voor haar verjaardag een paar oorhangers van lichtblauwe topaas. De man verpakt ze in een typisch gevlochten doosje zoals je die op het eiland Sri Lanka veel ziet. Ik kan betalen met Visa.  Met het verhaal erbij is het zeker leuk. We passen net met zijn drieën in het winkeltje. Je moet dan wel je rugzak afdoen.

 Na nog wat geslenterd te hebben, willen we nu eerst wel eten. We zoeken een geschikte eetgelegenheid, met terras op straat en schuiven aan. Restaurant Julia. De serveerster vergist zich een paar keer maar is wel aardig. We eten gerookte zalm (ik) en pršiut (prosciutto)(Riet) vooraf. Als hoofdgerecht neem ik de steak en Riet een tonijnsalade. Cappuccino  toe. We zitten heerlijk onder parasols. Ik geniet.

 

 Bijzondere gevel.

 

 

 

Warm is het wel. Als we weer op weg gaan om naar het kasteel te klimmen, merken we dat terdege. Eenmaal boven genieten we van het uitzicht maar het kasteel zelf kan ons niet bekoren. We zijn er gauw weer weg. Onderweg naar beneden eten we op een bank de rest van de kilo kersen op. We kiezen voor het pad dat met haarspeldbochten naar beneden leidt; het andere pad is ons even te steil. We komen weer uit bij de kathedraal en de markt. Er wordt al druk ingepakt maar we kunnen nog een kilo (!) frambozen en nog een kilo kersen kopen. Heeerlijk. En zeer betaalbaar. Probeer bij ons eens een kilo frambozen te kopen! Een bakje van een ons voor een paar euro kun je (soms) krijgen.

 

Thuis gekomen eten we voornamelijk fruit met een soort zure room.

 

Ik vind Ljubljana een heerlijke stad om te wandelen. Het is er mooi, de mensen aardig, de sfeer ontspannen. Ik ga er graag nog eens naartoe.

 

  

Woensdag 21 juli Logarska Dolina, Slap Rinka

 

Vandaag een tocht met een kort bezoek aan Oostenrijk. Via Jezersko naar Seeberg Sattel en terug Slovenië weer in met een heleboel haarspeldbochten en over wegen die sterk in kwaliteit verschillen. Sommige stukken is het 'grusvei' zoals je dat dertig jaar geleden in Noorwegen tegenkwam -compleet met wasborden-, een op de kaart wit getekend weggetje bleek perfect asfalt te hebben en een heel stuk waren ze met de weg bezig en was dus alles opgebroken.

  

Terug in Slovenië slaan we rechtsaf het dal van Logarska Dolina in. Je moet hiervoor toegang betalen. In de gidsen wordt het omschreven als een van de mooiste dalen van de Alpen en een absolute must. Zeker is het een mooi dal maar zoveel lof leek ons overdreven.

 

We drinken cappuccino  in een chic duur hotel-restaurant, met wel een prachtig uitzicht over een vlakte met grazige weiden en in de verte de hoge bergen, dat moet gezegd. 

Aan het eind van de asfaltweg kun je parkeren en dan te voet verder naar de Slap (=waterval) Rinka. Het is een half uurtje stevig stijgend wandelen. De waterval is de hoogste van het land maar heeft vandaag niet veel water zodat het effect ons wat tegenvalt. Soms waait de wind er zo langs dat het water allemaal verstuift en niet eens op de grond komt. Maar het is toch wel mooi en het decor is prachtig. Imposante bergen van Alpen formaat.

 

   

 

 

   

 De waterval                                 Merkwaardige foto: het water bereikt de bodem niet doordat het voordien al verwaait. Het is een droge zomer en er is dus niet veel water.

 

 In een -ook al droge- rivierbedding eten we op onze zit-ligstoeltjes onze  meegebrachte lunch. Het is weer warm. We zitten er een tijdje heerlijk wat te lezen en te soezen.

 

Onderweg terug zou er volgens de gids nog een natuurverschijnsel te bewonderen zijn, maar weer bij gebrek aan water waarschijnlijk, was er niets te zien. Toch regent het naar ons gevoel nogal eens, tenminste bij ons op de camping is het gras 's morgens vaak kletsnat, en dat is  niet altijd van de dauw! Via Kamnik waar we langs rijden en het vliegveld Brnik rijden we terug naar Duplje.

  

Donderdag 22 juli Relaxt genieten van kamperen

 Vandaag relaxen we 'thuis', we lezen, doen boodschappen en tegen de avond steken we de gasbarbecue aan en eten we daar heerlijk van. Weer heerlijk warm weer. Riet is het soms wel wat te warm.

 

 Vrijdag 23 juli Bled

 

Vandaag gaan we naar een topper, een must. Op iedere folder over het land staat het afgebeeld: het meer met het kerkje van Bled. We zetten de auto op een parkeerplaats net buiten het plaatsje. Dat gaat nog niet zomaar want je moet vooraf betalen en zoveel klein papiergeld had ik niet. Gelukkig kon ik wisselen bij een paar goed Duits sprekende Slovenen, die zich erover verwonderden dat je vooraf moest betalen. Dat kenden ze kennelijk niet.

 

We wandelen tegen de wijzers van de klok in om het meer. We menen allebei gelezen te hebben dat dit de beste manier is. Later blijkt dat het andersom is. Toch genieten wij er volop van. Het overgrote deel van de route is autovrij en redelijk beschaduwd. Het is nog niet zo warm als we starten, maar allengs wordt het al weer warmer;  gelukkig loop je ook vaak in de schaduw en dan is het prima uit te houden. We fotograferen de kerk en het meer uit alle hoeken. Het is ook wel heel schilderachtig al heeft het een redelijk gehalte aan koektrommelromantiek. Bij een schilder kopen we voor Marije een kleine aquarel van het meer. Het is de dag voor Marijes verjaardag. Later zeggen we: jammer dat we het 'verhaal' dat we erbij kregen, niet een dag hebben laten antedateren.

   

 

 

Bij de camping Bled aan het meer drinken we cappuccino . De koffie is er zoals overal in dit land heerlijk, maar wij zijn blij dat we niet op zo'n massale camping staan. Wat hebben wij dan een fijne plek onder onze appelboom op een sappige grasmat met het nooit aflatende geluid van de beek op de achtergrond. Dat geluid overstemt de geluiden van de autoweg die er niet eens zo ver achterlangs loopt. Verder is het er zo rustig. En dat voor 2900 Sit (= ca. 13,50 euro) per nacht.

  

We doen wel wat langer over de wandeling dan in Marijes gids staat maar we genieten dan ook volop. Terug in Bled drinken we op een terras van het Casino aan het meer een Ledena Kava, ijskoffie. Lekker. Terwijl we daarvan en van het uitzicht genieten, zien we de lucht betrekken. Het gaat snel. Al gauw is de zon helemaal weg. Zo ziet het er niet zo aantrekkelijk uit, al is het nog heerlijk weer. Het betrekt nog verder en als we in de auto zitten en onze weg vervolgen langs het meer van Bled en naar het  meer van  Bohinj gaat het regenen. We bekijken de oude kerk bij Ribcev Laz met de paraplu bij ons. Een stevige bui wachten we even af onder het afdak van de kerk. De kerk zelf is wegens restauratiewerkzaamheden niet toegankelijk.

 

Als we verder langs het meer rijden, gaat het steeds harder regenen. Het plenst zo dat we  langzaam rijden (het water golft over de weg) en op een gegeven moment maar besluiten terug te gaan. Ergens buiten eten zoals we ons hadden voorgenomen zit er dus duidelijk niet in. In de auto eten we dan maar onze boterhammen met heerlijke karstham. Dat is echte pure ham met alleen zout toegevoegd en gedroogd aan de wind. Smullen. Later nemen we een paar van die hammetjes mee naar huis. En een voor familie Haar. We eten ervan tot ik weer naar school moet.

We rijden langs dezelfde weg als op de heenweg naar de camping terug.

 

 

 

Zaterdag 24 juli Kranj

 

 Marije is jarig We bellen en vieren de verjaardag met een bosbessentaartje dat we bij Market Resman  in Naklo kochten. Verder doen we rustig aan. 's  Middags willen we er toch nog even uit. We gaan naar Kranj maar de winkels zijn dicht en het stadje is uitgestorven. We drinken een cappuccino bij een tentje dat nog wel open is en gaan al gauw weer naar huis want er komt onweer opzetten. Als we bij de tent terug zijn, regent het en dat blijft het 's avonds ook doen. Dit verveelt gauw. Het is er onaangenaam fris bij en we zitten in de caravan te lezen. Onder de luifel zitten kan niet.

 

 Zondag 25 juli Fietsen en vis eten

  

We staan laat op en kunnen dus we niet warm douchen. Later wel. In de middag fietsen we naar wat dorpjes in de buurt. Strahinj. We verwonderen ons over de grote en luxe huizen die de mensen hier bewonen of aan het bouwen zijn. De welvaart is hier minstens zo groot als bij ons, zeggen we. Dat is wel een van de dingen die ik mij anders had voorgesteld. Ook het wagenpark mag er zijn bij voorbeeld. En de sortering van de supermarkt in een gat als Naklo en vooral die in Kranj kan minstens wedijveren met die van AH in Hoogeveen!

 Het is heerlijk fietsweer maar de eerste versnelling van mijn vouwfiets doet het niet en dat is toch wel lastig. We keren om en verkennen ons eigen dorp Duplje nog, maar dan -al weer- zien we de onweerswolken zich samenpakken. Terug het steile weggetje af naar de camping. Daar lezen en luieren we tot de buien weer losbarsten. Dit weer kennen we nu wel.

's Avonds gaan we eten bij visrestaurant Tabor in het dorp Podbrezje, niet zo ver bij Duplje vandaan. We zitten buiten op een overdekt terras. De buien dreigen hier wel maar het blijft droog.  We zien al snel op de kaart dat het hier niet goedkoop is! Dit zijn Nederlandse horeca-prijzen van het hogere segment! Maar goed, we zitten hier nu eenmaal en we gaan ervan genieten.

Ik neem vooraf een garnalencoctail. Hij blijkt mooi opgemaakt maar de garnalen zijn te tellen en als versiering zit er een met geraamte en al op de rand van het glas. Als hoofdgerecht kiezen we uiteraard voor ribe, vis. Dat is hier immers de specialiteit. We weten niet zo goed wat we willen en kunnen. De ober is heel voorkomend. Hij gaat weg en komt terug met een schaal met daarop twee hele, verse vissen. We mogen kiezen. We kiezen een roodachtig exemplaar waarvan we de naam in het Duits, die de ober noemt, niet kennen. Een uurtje later komt de hele vis, gebakken en wel op tafel. Aan tafel wordt hij voor het grootste deel door de ober gefileerd; de rest mogen we zelf doen. De vis smaakt prima. Erbij zijn een soort gebakken krompir, aardappelen. Groente en garnering is flauwekul waar ze hier in deze dure tent niet aan doen.

Ach, al met al eten we lekker maar voor zestig euro of zoiets mag dat ook wel. En dan hadden we niet van het duurste. En geen wijn. Nee,  het was niet van dien aard dat we zeiden: dat doen we nog een keer. 

Dat laatste hadden we later wel toen we in Naklo bij Gostilnja Marinšek aten. Heel redelijke prijzen, geen kapsones of pretenties en wel heerlijk voedsel en aardige bediening; wat wil je nog meer in de horeca.

 

  

Op de camping

 

Maandag 26 juli Ziek

 

Riet voelt zich beroerd, migraine. Ze blijft ongeveer de hele dag op bed. Dat is extra vervelend omdat het vandaag een stralende warme dag is. Ik zit buiten, een beetje in de zon maar meest in de schaduw van de luifel en van de appelboom want in de zon is het te heet. 's Avonds wordt het wat beter met Riet en maken we een wandelingetje over de camping en naaste omgeving. Als je over het wankele bruggetje gaat, kom je op een brede asfaltweg (die loopt dus dood tegen het brugje) die met een splinternieuw viaduct onder de autoweg door voert naar het nabijgelegen dorp Podbrezje. Maar zo ver gaan we niet.

 

Deze nacht en de volgende ochtend weer regen. Ik word er een beetje flauw van, al die nattigheid.

 

Dinsdag 27 juli Vintgarkloof en show op het kasteel van Bled

 Gelukkig klaart het in de loop van de ochtend op (dat doet het meestal wel; echt hele verregende dagen hebben we eigenlijk niet gehad. Vaak tegen de avond wordt het donker boven de bergen in de verte en dan weten we het wel weer. 's Morgens is alles dan kletsnat maar vaak stoomt de zon het snel weer droog).

 We besluiten toch nog weg te gaan. Riet maakt boterhammen klaar, ik vul de waterflessen (belangrijk in de warmte tijdens een wat langere wandeling) en dan gaan we op weg naar de Vintgarkloof. Dat is een bekende toeristentrekpleister in de buurt van die andere: het meer van Bled. We rijden er in een half uur, drie kwartier heen. Het is niet zo ver maar onderweg is het nogal druk en het laatste stuk is nogal wat kruisen over achteraf weggetjes. Maar we vinden het en zetten de auto op de grote parkeerplaats aan het begin van de kloof. Je moet een kaartje kopen voor de toegang; het geld gaat naar het nationale park Triglav. Het gaat om een snelstromende rivier in een smal dal; om de loop te kunnen volgen zijn grote delen van de kloof voorzien van een soort loopbruggen, van staal en hout. Het is een heerlijke wandeling. Aan het eind kom je bij een waterval met daarbij een uitspanning en zelfs nette gratis wc's. We lopen ook nog even een eind naar boven, maar daarvan keren we terug en gaan dan achter langs de kiosk naar beneden naar de voet van de waterval. We maken weer heel wat foto's vandaag.

  

   Het kasteel van Bled en Uitzicht over Bled en omgeving

 

Op de terugtocht door de kloof begint het zachtjes te regenen. We schuilen onder een overhangende rots. Later wordt het weer droog. We drinken koffie bij de Gostilnja Vintgar ('Wij sprekken ook Nederlands'(sic))  en gaan dan langs het kasteel van Bled. We zijn net op de goede dag en de goede tijd (tegen 17.00 uur): elke dinsdag is er een optreden van amateurs die boogschieten (waarbij het publiek mee mag doen), zwaardvechten, dansen; er is een goochelaar, twee dames die vuur spuwen, kortom er is wel meer dan een uur een hele show. En dat kost allemaal niets extra's. Daarbij heb je hier een heel mooi uitzicht over het meer en de omgeving.

    

Het is weer een geslaagde dag geweest.

 

 

 

Woensdag 28 juli Autotocht en wandelen door het Triglav Nationaal Park

 

Vandaag een druk programma en een lange dag. We maken een autotocht en een aantal wandelingen (al dan niet helemaal af...) We gaan vroeg weg; brood, tomaten, ei e.d. mee als lunch.

 

We rijden naar het Noord-Westen naar Kransjka Gora, daar naar het zuiden over de Vršičpas, Bovec, Kobarid, Tolmin, Podbrdo, Bohinsjka Bistrica, en via Bled weer terug naar de camping.

 

Bij Kransjka Gora drinken we cappuccino  op een groot terras naast een meer; er zitten niet veel mensen en de bediening is niet erg vlot.

 

Dan beginnen we aan de 25 haarspeldbochten omhoog. We stoppen nog even bij een merkwaardige kapel,  gebouwd ter herinnering aan Russische partizanen die hier in de 2e wereldoorlog vermoord zijn. Een eind verder stoppen we om te kijken naar het reuzen meisjesgezicht dat met enige fantasie in de bergwand te herkennen is. Met de telelens wordt het wat duidelijker op de foto. Met de verrekijker is het heel goed te zien.

 Een hartje in de rots  

  

Op de pas parkeren we (betaald) en trekken de wandelschoenen aan. We hebben in de gids van Marije een mooie wandeling uitgezocht, die nogal steil begint maar volgens de gids verder goed te doen is. Nou, steil is het en bovendien ligt er veel losse steenslag en keien die zo lekker rollen onder je schoenen, vooral als je naar beneden moet. Na een half uurtje klauteren zijn we al aardig hoog, maar het eind van de klim is nog lang niet in zicht. We genieten van het uitzicht, gaan terug en eten 'beneden' onze lunch. Dan 25 haarspeldbochten naar beneden.

  

Daar kun je een wandeling maken naar de bron van de Soča. Maar dank zij de logica van de bordenzetters in Slovenië lopen we eerst helemaal de verkeerde kant op. Gelukkig voel ik aan mijn richtingsgevoel vrij snel dat we van de bron aflopen in plaats van ernaar toe. Dus terug. We laten de auto staan waar hij staat en lopen nu de goede kant op.

 Vervolgens missen we bij het café en een driesprong nog een nogal verstopt aangebracht bord en lopen bijna een uur voor nop. Omdat ik zie aankomen dat we in tijdnood komen, baal ik. Het is nog zo'n eind rijden naar de camping...

  

Terug bij het café lopen we de andere kant op en zien dan het bord waarnaar we zochten achter een geparkeerde auto. We lopen nu goed. Volgens de wandelgids is het goed te doen maar het laatste stuk is alleen voor geoefende bergwandelaars en moet bijna op handen en voeten. Hoewel wij naar ons doen aardig wat lopen, zijn wij geen 'geoefende bergwandelaars'. Het gaat aardig omhoog, maar het eerste stuk is inderdaad goed te doen. Maar dan wordt het pad smaller tot het geen pad meer is maar een richel op de steile rotswand, waar je alleen met goed fatsoen op kunt blijven staan en lopen als je je vasthoudt aan de staalkabel die langs de richel is aangebracht. Links meteen naast je gaat het steil naar beneden.

 Riet loopt voorop. Ik zie dat ze met krampachtig vasthouden aan de kabel voetje voor voetje verder gaat. Het zweet breekt me uit. Wat als er iets gebeurt, wat als ze niet verder durft maar ze moet dan nog wel terug? Zelf gaat het me ook niet gemakkelijk af; ik houd evenmin van zulke hoogtes zonder een redelijk pad. Ik heb last van mijn videocamera en fototoestel en rugzak. Op een gegeven moment zie ik tientallen meters verder mensen staan bij wat het eindpunt moet zijn. De 'weg' erheen wordt nog onoverzichtelijker verderop. Je schijnt nog een hoek om te moeten; we zien niet hoe de kabel en de richel verder lopen. We besluiten terug te gaan. Maar ja, dan staan er achter je ineens (jongere) mensen die wel verder willen dus die moeten je dan passeren op die richel. Ehhh. Ja.

       Dit is dus het "pad".

Het "pad" naar de bron van de Soca is niet bepaald comfortabel te lopen. Je moet je vastklampen aan een staalkabel. Iemand passeren is een griezelige zaak voor iemand die niet zo stevig in de schoenen staat op zo'n smalle richel.

 

 

Wel, het is allemaal gelukt, ik heb zelfs nog een dia gemaakt en gefilmd, maar we zijn blij terug te zijn op de plek waar het tenminste een redelijk pad is. Riet vond het letterlijk adembenemend zegt ze en is trots op zichzelf dat ze zo ver heeft gedurfd. Een overwinning op zichzelf.  Dat mag ook wel want ik moet zeggen: we hebben niet eerder zo'n 'pad' gelopen. Op de rots Sigirya op Sri Lanka moest je ook een stuk klimmen op kale rots langs een kabel. Daar waren we ook jonger, maar daar was het ook wat minder 'eng' omdat je daar aan de afgrond-kant een kabel had. Hier was aan die kant niets, alleen afgrond. Nee, jammer dat we de bron niet gezien hebben (die schijnt best mooi te zijn) terwijl we er zo dicht bij waren, maar ik zit er niet echt mee. Echt niet. 

 

De omgeving is overigens wonderschoon. Ook zonder de bron van de Soča echt gezien te hebben, hebben we genoten van het natuurschoon. Prachtige bloemen, helder snelstromend water, stroomversnellingen fel wit tegen het overdadige groen. De wandeling is zeker de moeite waard.

 Terug bij de auto moeten we nog heel wat kilometers afleggen. Een deel ervan gaat door het dal van de Bača. We vinden dat een heel mooi en ongerept dal en besluiten er nog eens naar toe te gaan als we meer tijd hebben. Nu moeten we toch een beetje opschieten. Tegen acht uur zijn we thuis. Ik ben het gedraai aan het stuur dan ook wel zat. Maar het was een mooie dag waarin we heel veel gedaan en gezien (en beleefd) hebben.

  

Donderdag 29 juli Luieren en lezen

 Vandaag een rustdag. Wel even boodschappen doen in Kranj. Verder heerlijk rustig zitten lezen voor of onder de luifel.

 

 

Vrijdag 30 juli Weer Ljubljana

 

Vandaag nog een keer naar Ljubljana. We kunnen nu de auto kwijt op het onbetaalde deel van de grote parkeerplaats bij het Tivoli park. Als we naar het centrum lopen, zien we dat de Servisch-orthodoxe kerk vandaag wel open is. Er is een dienst aan de gang. Omdat mensen in- en uitlopen gaan wij achterin staan, zo storen we niemand. Er is geen plekje van de kerk van binnen onbeschilderd terwijl hij van buiten zo mooi wit is. De mensen staan voor de iconostase. Daarachter gebeurt het. Soms gaat er een luikje open en zie je de priester gebaren maken. Er is melodieus gezang waarvan ik me afvraag wat ter plaatse gedaan wordt en wat er op een bandje staat. De mensen slaan kruisen en buigen; voorin ligt een icoon die ze kussen, zien we later. Links is een nis waar velen een kaars aansteken. Het is daar onaangenaam heet. We kijken het gebeuren een kwartiertje aan en gaan dan verder naar het centrum. We drinken cappuccino op een terrasje, lopen over de markt, eten weer bij restaurant Julia in de oude Stari trg. Later nog een koffie en we kijken en slenteren langs de rivier en door mooie straatjes. Het is prachtig weer en ik geniet van deze relaxte stad. Meestal moet ik niet zoveel hebben van grote steden maar Ljubljana is daar een uitzondering op. Ik vergelijk deze stad qua sfeer wat dat betreft met Siëna in Toscane. Daar genoot ik destijds ook van. Het zijn overigens onvergelijkbare steden...

   

                               Interieur van het warenhuis aan het centrale plein.

 

  de dubbele brug

 

 

In de overdekte vismarkt kopen we een prachtige zalmforel die de mevrouw keurig in ijs voor ons verpakt. Op de camping aangekomen is het ijs nog niet geheel gesmolten. De vis bak ik 's avonds buiten op het camping gaz toestel, dan stinkt het niet zo in de caravan. Hij smaakt heerlijk met een lekkere Gewűrztraminec (zo heet de Gewűrztraminer hier) die hier in het dorp Jeruzalem in het oosten van Slovenië geproduceerd wordt, niet zo duur  is en heerlijk smaakt.

 

Verder hebben we heerlijke bosbessensaus van de bak echte bosbessen die we op de markt hebben gekocht. Elke morgen hebben we trouwens onze eigengemaakte vruchtenyoghurt want Riet kookt steeds een grote bak abrikozen tot een heerlijke saus. Dat soort dingen kun je hier nog in grote hoeveelheden kopen omdat het gewoon te betalen is.

 

Terug lopen we via het Tivoli-park. In de Servisch-orthodoxe kerk maakt Riet foto's nu er geen dienst is maar de kerk wel open is. In het Tivoli-park zitten we nog even van de zon te genieten voor we met de auto ons voegen in  de stroom die de stad uitgaat. We gaan, net als de heenweg, niet over de snelweg maar via de oude weg over Kranj.

 

    

De Servisch-orthodoxe kerk

 

Zaterdag 31 juli Kropa

 Warme dag. 's Morgens doet Riet een wasje. Na de lunch onder de luifel en wat lezen gaan we nog naar Kropa, het ijzerstadje, naar het ijzersmeedmuseum.  Het is wel aardig maar we zijn er al gauw uitgekeken. 's Avonds gourmetten we met veel vlees (te veel, vindt Riet).

  

Zondag 1 augustus Wandelen in Triglav Park

 

Na de koffie vertrekken we met de lunch (o.a. brood met karst-ham en een koud ei) in de tas naar het Triglav park. Bij Moistrana rijden we het dal in richting Aljazev Dom. Na een tijdje verandert het asfalt in gruis dat nogal stuift. Er zitten stukken in, waar de weg nogal smal is en sterk stijgt. Onderweg zien we veel auto's geparkeerd staan van mensen die wandelen en picknicken maar wij rijden door tot de verrassend grote parkeerplaats en daar zetten we de auto neer. Even verder is een restaurant waar ook veel mensen zitten. Wij gaan lopen. We twijfelen eerst nog of we de goede richting hebben maar dat blijkt deze keer goed te gaan. We pakken de rugzak met brood en water en gaan op weg. Al gauw vinden we het tijd om te eten. Een mooi plekje met zicht op hoge bergwanden aan beide kanten van het dal en om ons heen veel mooie wilde cyclamen en andere bloemen. Bijna alle voorbijgangers op het pad roepen 'Dobre dan' (de nationale groet: goeiendag) tegen ons. Je ziet mensen die echt komen voor een zondagmiddagwandelingetje maar ook mensen met grote professionele rugzakken en wandelstokken.

   

 

 

Geleidelijk wordt het pad wat steiler maar het blijft goed te doen en het is een goed bergpad. Ik bedoel, geen afgronden zoals laatst. Onderweg pauzeren we een paar keer. We maken foto's, liggen een poosje op een stukje mals gras in de zon, en langzaam vorderen we. Het pad gaat langs een beekje lopen en na een poos zien we de sneeuw waaruit het beekje ontstaat. Daar wil ik naar toe. We zien veel prachtige cyclamen, anjers, donkerblauwe en felblauwe akeleien, en andere soms zeldzame planten en bloemen waarvan Riet naam en toenaam kent. Links en rechts de ongenaakbare bergwanden. We genieten van de ongereptheid van dit landschap. Onderweg zien we ook een monument in de vorm van een musketonsluiting voor de partizanen en een ander monument voor alle bergbeklimmers die omkwamen. Er hangt een gerafeld stuk touw, er is een plaquette en ervoor staat een brandend graflicht.

 

Het is warm. Als we dichtbij de kleine 'gletsjer' komen, wordt het opeens ijskoud. Ik maak enkele foto's van de sneeuw maar zie dan maar weer snel in de warmte te komen in mijn dunne T-shirt.

  

Dan lopen we weer terug, een lange langzaam dalende weg. Op een gegeven moment horen we het beekje niet meer. We gaan op zoek en in het brede stroomdal gaan we naar de plek waar het water verdwijnt in de bodem. Een Sloveense man en vrouw staan er ook met verbazing naar te kijken. De beek vordert wel: heel langzaam maar goed zichtbaar komt het water steeds verder, terwijl het meeste in het zand verdwijnt. We hebben nu het begin en het eind van de beek gezien! Ik denk dat het in het voorjaar een woeste stroom is. Dat zie je wel aan het brede stroomdal en aan de takken die daarin liggen.

 

 Thuis gekomen gaan we ons verkleden en dan eten in de Gostilnja Marinšek in Naklo. Heerlijk!

 

Het was weer een welbestede dag, wellicht een van de mooiste. De wandeling was prachtig en het diner een waardige afsluiting van een bijzondere zondag.

 

Maandag 2 augustus Autotocht Bacavallei

 

Vandaag maken we de tocht door de Bača-vallei over. We doen het nu in omgekeerde richting en hebben alle tijd. Het is een mooi dal, niet druk en totaal niet toeristisch; het leven lijkt tamelijk ongerept hier. In dorpjes onderweg drinken we bij kleine cafés  een cappuccino  en vlak bij de rivier zetten we onze stoelen neer om onze boterhammetjes op te eten. Het is er heerlijk rustig en stil. Je hoort alleen wat vogels, krekels en de murmelende beek. Heel soms komt er een auto voorbij. Tot een aanzwellend zwaar geluid ons opschrikt: aan de overkant van de rivier komt een goederentrein voorbij.

 

 

Verzetsmonument 2e WO

 Terug gaan we via Škofja Loka, waar we bij Homan een ijskoffie, Ledena kava, drinken.

's Avonds bereiden we ons voor op een trip  van twee dagen naar de kust. We vertellen de boer dat we een nacht wegblijven.

 

 

 

Dinsdag 3 augustus De mediterrane kust; mooi pension in Portoroz

 

We zijn mooi op tijd vertrokken. Eerst kopen we bij Resman Market in Naklo een paar van die heerlijke belegde broodjes: zo dik belegd vind je ze zelden. Heerlijk. Via de snelweg langs Ljubljana (deels tolweg) rijden we naar het zuidwesten. Bij Logatec (geen computerfirma) gaan we van de snelweg af en proberen via binnenwegen bij het roverskasteel bij Predjama te komen. Dat zit uiteraard nog niet mee. We rijden een paar keer verkeerd maar uiteindelijk zien we borden (dan ben je er vlakbij) en kunnen we een blik werpen op het grote kasteel dat tegen de rotswand geplakt lijkt. Naar binnen gaan we niet; dat is ook nauwelijks de moeite waard, aldus een reisgids. In de Gostilnja die dichtbij staat, drinken we cappuccino.

 

  

Predjama kasteel

 

Dan weer verder. We volgen nu de oude weg (de 409) en op een parkeerplaats eten we de lekkere belegde broodjes op. Het is er loeiheet. De vegetatie is hier ook al totaal anders dan waar wij 'wonen'. Mooie distels staan hier onder andere. Het gras is hier geschroeid door de zon terwijl het bij ons groen,  groen en nog eens groen is.

 We zijn al niet ver meer van ons tweede doel: de grotten van Škocjan, de Škocjanske Jame.

 We schrikken van het enorme parkeerterrein dat erbij hoort en van de grote gebouwen waar je kaarten koopt en dergelijke. Er is aardig wat belangstelling. Na een half uurtje wachten (tegen 13.00 uur) zijn we aan de beurt. Met een grote groep (ik denk wel zestig personen) gaan we op weg. Je moet eerst een eind over de weg en onderlangs lopen voordat je bij de ingang bent.

 

Daar wordt de groep in tweeën gesplitst: een Italiaans-Engelse groep en een Sloveens-Duitse. Wij gaan met het meisje mee dat goed Duits spreekt. De hele tocht duurt ongeveer anderhalf uur. We hebben al veel grotten gezien en twijfelden of we hier in Slovenië nog grotten zouden gaan bekijken. Bij Postojna zijn de beroemdste maar volgens onze gids moet deze bij Škocjan nog imponerender zijn. Het hele gebied staat op de lijst van het werelderfgoed van de Unesco. We krijgen geen spijt van onze keuze. Het eerste stuk (de stille grot) is mooi maar spectaculair wordt het in het tweede stuk. Hier geeft de gids geen toelichting meer want dat zou niet verstaanbaar zijn. Onder in de diepte stroomt namelijk een rivier en dat klinkt nogal. Het pad waarop wij lopen ligt ongeveer halverwege wat hoogte betreft in de enorme canyon die hier onder de grond gevormd is. Dus boven ons is ongeveer 50 meter tot het plafond en onder ons 50 meter diep stroomt de rivier, compleet met stroomversnelling. De Domtoren zou hier rechtop in kunnen staan... Het is inderdaad spectaculair. Vooral de brug levert een adembenemend schouwspel op. Alles is goed verlicht zodat je een goede indruk krijgt van de enorme proporties.

 

 Het pad is soms wat glibberig. En je moet doorlopen want de gids loopt ook door. Veel tijd om om je heen te kijken, heb je niet. Wij lopen in de achterhoede zodat we nog wel eens even kunnen blijven staan. Het tweede stuk heb je de gids eigenlijk ook niet nodig. Langzamerhand naderen we het daglicht weer en toch nog onverwacht sta je dan in een immense hal die de oorspronkelijke ingang is. Hier werd de grot destijds ook ontdekt. Wij kwamen nu binnen via een later gemaakte ingang. Het riviertje uit de grot zie je hier bij daglicht stromen maar even later is het weer verdwenen; dat gebeurt hier in dit kalklandschap vaker. Karstverschijnselen. Eerst moeten we dan nog met een bergbaan naar boven en dan terug naar het loei-hete parkeerterrein. We eten en drinken nog wat voor we verder gaan.

  

Dan op naar de kust en op zoek naar een slaapplaats. In de buurt van de camping zien we vaak bordjes met 'Sobe' (=kamers vrij). Hier zien we geen enkel bordje. We proberen het eerst in het achterland. We rijden naar een hoog gelegen dorp, heel mooi, maar alle wegen lopen er dood en ik moet draaien op zo'n smalle straat dat ik met de achterbumper tegen een soort vat aanrijd. Beetje beschadigd. Jammer. Een hotel waar we even binnen gaan, 'heeft geen kamers'. Ik ben blij toe want het ziet er heel duur uit. Daar kunnen ze toeristen in korte broek ook helemaal niet gebruiken. Verder maar. We rijden bijna Kroatië binnen en slaan dan rechtsaf richting kust. We drinken ergens een cappuccino  en vragen of ze kamers hebben. Nee dus. Verder, en dan bij Portoroz zien Riet een bord 'Pension'. We gaan kijken en het lijkt van buiten al heel aardig. Binnen idem. De mevrouw is aardig; ze zegt dat het voor een nacht wel duurder is dan voor meer, maar wij kunnen niet langer blijven. 70 Euro (per kamer) moet het kosten.  De kamer is luxe; heel schoon en het eerste wat we doen, is een heerlijke douche nemen. Het is nog steeds warm. We zitten even op het balkon om bij te komen.

  

's Avonds rijden we naar de nabije stad Portoroz om aan de boulevard te eten. Het is nog steeds een tropisch warme avond. We eten en drinken lekker en daarna wandelen we de boulevard nog even over. We zien nog heel wat duurdere onderkomens en zeggen dat we het eigenlijk wel getroffen hebben met ons pension.

 

's Nachts blijft het erg warm. De ventilator helpt wel iets. Ik slaap wel redelijk maar Riet nauwelijks. De volgende morgen na een heerlijke douche is er een bijzonder compleet en luxe ontbijtbuffet. We genieten ervan. Als we op de kamer terug zijn gaat het regenen. En niet zuinig! We wachten tot het bijna over is en nemen afscheid. We moeten nog maar eens terug komen en dan langer blijven, zegt de mevrouw van de receptie.

 

Woensdag 4 augustus Piran

 

Wij scoren geld bij een bancomat en rijden dan over de kustweg naar Piran. We parkeren op een groot en al bijna vol terrein net buiten de stadskern. De regen is inmiddels helemaal opgehouden en het is al gauw weer even warm als gisteren. Wij gaan Piran verkennen. Het is een  heel mooi oud dorp / stadje, vlak aan zee. Het doet Italiaans aan. Het was vroeger ook Italiaans en nu zijn de opschriften nog tweetalig. Ik kan hier due cappuccini bestellen en dat doen we dan ook. Lekker. Verder door de smalle straatjes en stegen naar boven naar de kerk. We beklimmen de campanille en hebben een prachtig uitzicht over de stad en de zee. De klokken die net luiden als wij boven zijn maken flink lawaai. De kerk zelf en het baptisterium worden gerestaureerd; de kerk kun je nog wel in, het koor is te bekijken. Verder is alles afgeplakt met plastic.

  

Centrale plein van Piran

   

 

We lopen verder naar het vuurtorentje en aan de zeezijde van de punt die het stadje hier in zee steekt, eten we onze lunch op een terras met uitzicht over zee. Het grote glas bier smaakt heerlijk. Riet eet gebakken sardines. Ik heb daarvoor niet het geduld en eet iets wat je in Nederland ook eet op een terras in Scheveningen. Niets bijzonders en het smaakt redelijk. Het uitzicht maakt veel goed. Mensen spreiden hier hun handdoek op de rotsen en zelfs op de tegels voor het terras en gaan dan liggen zonnen (of juist lekker in de schaduw). Wij vinden dat wat vreemd maar hier is het kennelijk heel gewoon om zo voor een restaurant-terras op het beton te gaan liggen. C'est le beton qui fait la musique, denken ze hier kennelijk. We slenteren vervolgens langs de zee, nog eens over het gladde marmeren plein en weer door de smalle straten naar de auto terug.

  

We vinden dat we Koper niet meer hoeven te zien. Bovendien wordt het weer er niet beter op. Onderweg terug naar Duplje hebben we stevige regenbuien met soms onweer. Bij de caravan aangekomen zien we dat ze daar nog wel meer regen gehad hebben. Thuis eten we nog een simpele maaltijd. We kunnen terugzien op een geslaagde 'vakantie in de vakantie'.

  

 

Donderdag 5 augustus Pokljuska kloof, rustige tegenhanger van Vintgar

 

Vanmorgen doen we eerst lekker rustig aan na twee intensieve dagen. We lunchen bij de caravan; Riet maakt een lekkere boerenomelet en tonijnsalade. Ook lekker. Na het eten willen we er toch weer op uit, niet te ver. Bij Bled ligt nog een kloof die erg mooi moet zijn en die we nog niet gezien hebben: de Pokljuska Šoteska (kloof). Met de routebeschrijving uit het gidsje komen we op de juiste plaats. We laten de auto een eindje voor de parkeerplaats staan en lopen verder.

 

Er zijn erg weinig mensen; op de parkeerplaats staan twee auto's. Het is weer warm. De route ligt veel in de schaduw. Daar is het heerlijk weer. Het pad stijgt langzaam en is goed te doen. Al gauw komen we wonderlijke spelingen van de natuur tegen. Er is een grote grot, die verschillende uitgangen heeft, ook naar boven, dus daar zie je bomen en blauwe lucht. Een pad loopt er doorheen. Dit stijgt behoorlijk. Je moet vooral met het dalen erg oppassen dat je niet uitglijdt op de losse steentjes die er liggen. Jammer is dat het bijna te donker is om foto's te maken. Toch proberen we het en sommige blijken later nog aardig gelukt. Toch is de grot te groot om er een goede indruk van te geven. Je krijgt zelfs met de groothoek maar een klein stukje in beeld.

 

 

 

Een eindje verder is een natuurlijke brug en weer verder gaat het pad een soort balustrade op, gemaakt van stalen balken in de rots met daarop een houten pad. Daarmee kom je in een kloof die zo smal is dat je je er letterlijk niet kunt keren, zeker niet met de rugzak op. Onder je is een duistere spleet en boven je ook. Langs de wanden druipt water. Het is ook hier bijna donker. Als je dan  aan de andere kant weer het daglicht in stapt, moet je even wennen aan het toch nog gefilterde licht dat door de bladeren de bodem bereikt. We komen dan in 'de tuin'. Dat is een soort keteldal met aan alle kanten hoge rotswanden en op de vlakke bodem een keur van schaduwplanten als varens en mossen. Het is er ongelooflijk stil. Soms bereiken je de stemmen van een paar andere wandelaars, verder hoor je helemaal niets. Je hoort het suizen van de stilte.

 

Daarna gaat het een vrij steile helling op door bos. Op een paar plaatsen is er een staaldraad die je helpt. Dan, na nog een keer een heel duidelijk doelteken waarmee de route steeds werd aangeduid, houdt de bewegwijzering ineens op. Volgens de wandelgids (die hier al voor waarschuwde) zou het pad wel te herkennen moeten zijn, maar op de steile boshelling met veel blad op de bodem vervaagt het pad volkomen. We durven het risico niet te nemen dat we helemaal verkeerd lopen en keren dus maar om. We balen daar wel van want we waren al op driekwart van de afstand.

 We zagen wel meer mensen terugkeren overigens. Dat is ons nu deze vakantie toch al diverse keren overkomen, dat je halverwege een route ineens de weg niet meer kunt vinden doordat de tekens ineens ophouden.

 Positieve kant ervan is dat we alle mooie dingen van de heenweg nog eens zien maar dan van de andere kant. Dan ziet het er toch anders uit. De natuurlijke brug bijvoorbeeld zie je van deze kant af nauwelijks. Ook hier een beekje dat er is en dan opeens niet meer is. De terugweg gaat toch nog sneller dan ik eerst even verwachtte. Tegen zessen zijn we terug bij de auto en dan is het nog drie kwartier rijden naar de caravan. We zijn het erover eens dat het een van de mooiste wandelingen is die we hier gedaan hebben. En zo stil als het hier is! De Vintgar is hierbij vergeleken erg toeristisch, hoewel ook dat een mooie tocht was.

 

 

 

Vrijdag 6 augustus Meer van Bohinj en Vogel

 

Vandaag een heel andere tocht. We gaan naar het Meer van Bohinj. We zijn daar al eerder geweest maar toen ging het zo hard regenen. We willen toch de waterval Slap Savina bekijken. Eerst moeten we betalen voor een plaatsje op het parkeerterrein. Vervolgens nog eens bij een kiosk voor toegang tot de waterval. Dan komt er een pad dat bijna geheel bestaat uit keurig opgemetselde treden, 553 in getal. Wat het hoogtepunt moet zijn is voor ons een beetje een tegenvaller. Het eind- en hoogtepunt is een opgemetseld plateau omringd door hekken en gaas van waarachter je een verre blik kunt werpen op de waterval, die op zich best aardig is. Je moet wachten tot er een paar mensen weg gaan voordat je door het gaas een foto kunt maken. We hebben het gauw gezien en gaan dus weer terug, de 553 treden af. Samen met honderden andere toeristen... Nee, zo voldaan we gisteren waren, zo teleurgesteld zijn we nu.

    

 

 

We rijden een eindje terug naar de kabelbaan naar het skigebied Vogel op de gelijknamige berg. Een immens parkeerterrein, nergens een lege plaats. We zijn al geneigd om door te rijden maar helemaal aan het eind kunnen we de auto toch nog kwijt. Maar hoe druk zal het daarboven dan wel niet zijn, vragen wij ons af. We besluiten te gaan kijken hoe duur het is. We hebben er geen bedragen voor over zoals je die in Zwitserland moet betalen voor een ritje in zo'n cabine. Dat blijkt hier erg mee te vallen. En lang wachten hoeven we ook niet: we kunnen binnen tien minuten mee. We besluiten het dan maar te doen. Geen spijt van gehad. De gang naar boven is erg steil: je hebt het gevoel dat je bijna loodrecht omhoog getrokken wordt en dat met behoorlijke snelheid. We hebben een adembenemend uitzicht over het meer van Bohinj. Even later zijn we dus boven. En daar is van al die mensen al gauw niet veel meer te merken als je je wat verwijdert van de restaurants bij het station.

 

Studor, een traditioneel dorp met oude boerenschuren.

 

 We eten onze broodjes in de hete zon en wandelen dan een eind de berg op. We komen niet zo heel ver. Er is zoveel te zien, alleen al aan ongerepte bloemenpracht. We maken foto's, zitten nog wat uit te kijken op de machtige ons omringende toppen en na een paar uur gaan we weer naar beneden. We kijken nog even aan de oever van het meer maar als we in de zon willen zitten, doen we dat liever bij de caravan.

 

's Avonds eten we in de uitstekende Gostilnja Marinšek in Naklo. Het voorgerecht Steinpilze, champignons in ham gerold en met roomsaus is weer net zo heerlijk als de vorige keer. De gegrilde forel (drie filets!) idem en de grote bak sla gaat er ook wel in. Witte wijn erbij en cappuccino  na. Schade ongeveer dertig euro. Voor nog iets meer geld aten we in de nazomer in Ost-Friesland in Carolinensiel een zielig klein bakje sla en twee nog zieliger scholletjes met wat aardappelen en een glas drinken. Nee, eten is in Slovenië niet duur en wel heel lekker.

  

Zaterdag 7 augustus Nog een kloof

 

Het einde van de vakantie komt in zicht. Daarom willen we nog een keer naar het Moistrana dal om daar de waterval van de Bistrica te bekijken en eventueel nog weer een eind de berg op te lopen wat we al eerder deden. Dat vonden we toen zo mooi dat we dat nog wel eens wilden doen. Als we echter bij Podbrezje de autoweg op willen draaien staat daar alles al vast. File. Ja, dat is ook zo: zaterdag en iedereen moet terug naar huis. We besluiten daar niet in te gaan staan (dat kost ons minstens een uur) en we kunnen met enige kunstgrepen nog net terug...Met een klein stukje over de oprit achteruit rijden kunnen we net de oprit pakken richting Ljubljana. Bij Naklo gaan we er dan weer af en zo zijn we weer waar we begonnen: bij Duplje...

 

We besluiten iets heel anders te gaan doen. Naar Dovzanova Šoteska; ook daar zijn we al eens eerder vluchtig geweest. Het is een kloof met een snel en woest stromende rivier waar allerlei interessante en mooie stenen en gesteenten aan de oppervlakte komen. Geologisch een opmerkelijk gebied, schijnt het. We zoeken er wat mooie stenen bij elkaar om mee te nemen. Mag dat? Ach, stenen zat. We eten ons brood en tomaatjes en zo, midden in de beek op een paar grote stenen. Later betrekt de lucht en moeten we opbreken. We hopen nog dat het een bui is dus rijden we het dal nog even verder in. In een bocht is een deel van de weg weg! De regen zal daar geen goed aan doen denken wij. Midden in een serpentine zetten ze dan dat deel van de weg af en je rijdt er maar omheen. Zo los je dat (voorlopig) op hier in dit land.

 

In een echt lokaal café drinken we een spotgoedkope maar heerlijke cappuccino. Omdat het weer niet echt opknapt, gaan we maar terug.

 

Zondag 8 augustus Kamniska Bistrica

 

Vandaag willen we niet te ver weg maar toch nog wel wat doen. In Kamnik en het dal daarachter, de Kamniska Bistrica, zijn we nog niet geweest en het lijkt wel aardig in de gidsen. We willen er via binnenweggetjes naartoe. We rijden nu toch al enkele weken rond in dit land en hebben een beetje leren omgaan -denken we zelf- met de bewegwijzering -of met het gebrek eraan. Dat valt echter tegen. Na een uurtje rijden zijn we weer vlak bij Kranj. Borden ontbreken of staan er eerst wel en dan opeens bij een cruciale driesprong niet meer: zoek het maar uit; trial and error. Later gaat het bij Kamnik nog een keer fout. Het is dat we niet dringend ergens naartoe moeten maar anders zou ik hier gierend gek van worden. Na veel omzwervingen lukt het ons toch om Kamnik binnen te rijden. We drinken een cappuccino  op een terras van een kavarna en klimmen naar het kasteel waar je mooi over het stadje kunt kijken. Na een wandelingetje door het stadje -er is niet zoveel te zien- rijden we het dal Kamnistra Bistrica in. Prima bewegwijzerd overigens!

 

Onderweg wordt de hemel steeds donkerder en als we op de parkeerplaats aan het einde van de doodlopende weg komen, regent het zachtjes. We gaan toch nog even kijken naar de bronnen van het riviertje. Het is er heel vochtig, boven het water hangt nevel, water druipt uit de mossen op de bomen. Wel sprookjesachtig maar de paden, voor zover ze die naam mogen hebben, zijn glad en bijna onbegaanbaar. Riet houdt het al snel voor gezien; ik klauter nog een eindje door maar ga ook terug. Het regent harder. We eten in de auto een boterham en gaan dan in arren moede maar terug. Anders hadden we hier nog willen wandelen maar zo is er geen aardigheid aan. Bij de caravan kunnen we nog een poosje heerlijk in de zon zitten want daar is het prima weer en er is ook geen regen geweest. De laatste dagen regent en onweert het bijna elke avond. Zo tegen het eind van de middag pakken zich boven de bergen in de verte donkere wolken samen  en een poosje later zijn de buien dan bij ons. Echt weer om buiten te zitten is het dan niet; dat vind ik wel jammer. Maar het schijnt dit jaar een heel slechte zomer te zijn wat dat betreft.

 

 Maandag 9 augustus Afscheid

 

Het is prachtig weer. Na de koffie ruimen we spullen op en breken we de luifel af. Het grondzeil zit onder de moddervlekken. We hebben zo'n eco-grondzeil waar het gras doorheen kan groeien. Hoewel er een mooie grasmat op deze camping ligt, woelen wormen denk ik zand op. Met al dat water dat we hier gehad hebben (het stond diverse keren blank onder de luifel) werd dat zand modder en dat ging in de gaatjes van het grondzeil zitten en droogde vervolgens op tot keiharde plakken. Het is geen gezicht. Ik besluit er meteen hier wat aan te doen want thuis er nog afhalen is ook niet gemakkelijk. Hier heb ik ruimte en mooi gras. Ik ga aan het boenen en borstelen en na een paar uur is het zeil redelijk schoon en droog. Riet maakt de slikranden en haringen schoon. Anders besteden we hier nooit zoveel werk en tijd aan maar het was nu ook nodig en bovendien is alles nu ook weer mooi schoon en klaar voor de winter.

 

's Middags rekenen we af en kletsen wat met de boer en boerin. Aardige mensen. Ze geven ons een nacht cadeau en een flesje eigen gemaakte schnaps van appels en peren. Dan gaan we naar Naklo en Kranj om de -bijna- laatste Tolars op te maken. We kopen bij de supermarkt een paar van die heerlijke gedroogde hammen, waarvan we thuis nog weken zullen eten. We kopen er ook een voor de buren. In Kranj drinken we een ijskoffie en later nog een cappuccino. Die lekkere en betaalbare koffie zullen we missen. Dan hebben we nog net wat Tolars over om morgenvroeg drie van die lekkere kant en klaar belegde broodjes te kopen voor onderweg en dan kunnen we ook nog een paar van die graflichten kopen, die je hier veel ziet, niet alleen op begraafplaatsen maar ook bij monumenten. Wij kopen ze voor volgend jaar onder de luifel.

 

Verder brengen we de middag door met lezen en eten en dan begint het al weer te regenen en te onweren.

 

Dinsdag 10 augustus Huiswaarts

 

We staan om zeven uur op. Stralend zonnig is het. We hebben nu niet veel meer te doen en kunnen dan ook mooi op tijd op pad. We nemen afscheid van de boer en boerin, maken nog een foto van ze en we beloven dat we nog eens terug komen.  Dan gaan we het steile wegje omhoog naar het dorp Duplje. In Naklo dus nog even broodjes kopen. We hebben nu geen Tolar meer over. Bij Naklo draaien we de autoweg op en al vrij snel zijn we dan Slovenië uit. In Oostenrijk drinken we cappuccino  met een stukje taart. We schrikken van de prijzen. Ruim elf euro zijn we daarvoor kwijt. En de koffie is niet half zo lekker als we gewend waren. Om de middag pauzeren we in Duitsland op een langgerekte parkeerplaats langs de Chiemsee. We vinden nog net een plaats waar ik de combinatie in de rij kan parkeren. Het is er erg heet en we eten ons heerlijke belegde broodje al lopend en half zittend op de muur langs het water op. Het uitzicht is er mooi.

 

Achter in de middag komen we op onze stek in Kipfenberg aan. We kopen nog wat drank in de goedkope supermarkt vlakbij de camping. 's Avonds eten we buiten op het terras van Zum Limes een lekkere forel met een frisse salade van het buffet. Het is druk in 'ons' restaurantje.  Het blijft lang warm. In het dorp is het feest. We slenteren er op onze terugweg langs en gaan dan richting camping. Vroeg naar bed want we willen morgen vroeg op voor de laatste etappe.

 

Woensdag 11 augustus Laatste etappe

 Zes uur op. Genieten van de keiharde douche: die spuit je wel wakker! Om zeven uur rijden we. We gaan even terug naar Denkendorf omdat de andere noordelijke oprit afgesloten is. Zal wel te maken hebben met de bouw van de hogesnelheidslijn van Neurenberg naar Műnchen. Die loopt hier vlak langs. Het is nauwelijks om en we schieten lekker op. We drinken een koffie en eten de lekkere broodjes die ik 's morgens bij de warme bakker in Kipfenberg kocht.

  

's Middags in het Ruhrgebied gaat het even mis. Ik wist dat ik binnenkort moest tanken maar het gaat me er even bij door. Opeens gaat het oranje lampje branden en de computer geeft aan dat ik nauwelijks nog voorraad heb. Volgens de kaart die Riet raadpleegt zijn we net een tankstation voorbij en het volgende komt over zestig, zeventig kilometer. Dat haal ik niet ben ik bang. Van de autoweg af dan maar. We zijn bij de stad Hagen. Nergens langs de invalsweg is een Tankstelle. Daar had ik niet op gerekend. Bij elke stad zijn langs de uitvalswegen tankstations. Hier niet dus. We moeten helemaal de stad in. Daar lukt het tanken en dan moeten we de stad weer uit. Met voorsorteren gaat het niet altijd zoals het moet, dus dan moet het maar zoals het (ook) kan -maar niet hoort. Met wat dringen met de richtingaanwijzer uit lukt het me toch om op de goede uitvalsweg te komen. Al met al kost ons dit akkevietje toch wel meer dan een half uur en de nodige irritatie en zweetdruppels. Ik neem me voor toch wat alerter te zijn op de benzinemeter.

 

 Verder hebben we eigenlijk een heel voorspoedige reis. We staan wel even in een langzaamrijdende file, maar die lost ook vrij snel weer op. We gaan nog even bij oma langs. We eten daar een patatje en een kroket en dan de laatste 80 kilometer. Thuis pakken we het nodige nog uit en slapen dan weer heerlijk in ons eigen bed.

 

Een bijzondere vakantie zit er op.

  

Over een kleine week mag ik nog een paar dagen naar Praag met Jan en Theunis.

  

En dan is het wachten op de volgende vakantie, de herfstvakantie in Zeeland. We hebben al geboekt voor 'onze' bungalow in Groot-Valkenisse bij de familie Pundke. Ook dat is een week  waar we ons altijd weer op verheugen.

 

Voor dit verslag heb ik gebruik gemaakt van de aantekeningen die Riet onderweg maakte.

 

 Later heb ik van dit verslag een artikel geschreven dat in de KCK, de Kampeer- en Caravankampioen van dec. 2005 is gepubliceerd is een van de winnaars van de verhalenwedstrijd. 

 

Lammert Metselaar

 

11 september 2004, herzien april 2009

naar boven