Met de Holtkamper naar Denemarken, Noorwegen en Zweden - Cruise op de Geirangerfjord-, Autotocht Briksdalsbreen, Jostedalsbreen, Kjenndalsbreen

Hits: 33720

Artikelindex

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

 

Deze merkwaardige foto maak ik onderweg. Waarschijnlijk is het aan de Breiddalsvatnet. De foto heeft ook groot in het artikel gestaan dat ik over deze reis publiceerde in de Kampeer- en Caravan Kampioen van de ANWB in 1983. 

 

 

Zaterdag 31 juli 1982; Cruise op de Geirangerfjord-, Autotocht Briksdalsbreen, Jostedalsbreen, Kjenndalsbreen 

 

We staan voor ons doen vroeg op: om half zeven al, want we willen de pont naar Hellesylt in Geiranger halen. Die gaat om 10.15 uur. We zijn er ruim op tijd. Eigenlijk net te laat voor de boot van negen uur, die net vertrekt als wij de kade oprijden en waarvan we nog net een foto kunnen maken. We wandelen door het dorp en zitten een tijdje heerlijk in de zon bij een klaterende waterval. Stipt op tijd vertrekt de veerboot voor de een uur durende oversteek naar Hellesylt. Het is een fantastische tocht door de Geirangerfjord. We zien de beroemde watervallen Syv Söstre en Brudeslöret, de Zeven Zusters en de Bruidssluier. De laatste is nu maar heel smal vanwege de heersende droogte. We zien (verlaten) boerderijen op de meest onwaarschijnlijke plaatsen tegen de steile rotswand geplakt. Die rotswand is hier en daar zo’n driehonderd meter hoog. En dan te bedenken dat het water van de fjord waarop we varen ook nog eens driehonderd meter diep is… Onvoorstelbaar. 

  de pont vaart net weg  

  aan de fjord-oever in Geiranger

     

 Links een waterval in het dorp Geiranger. Op de veerboot hebben we mooi zicht op de watervallen De Zeven Zusters (foto onder)en de Bruidssluier. Deze zeven zusters hebben niet zoveel water, door de extreem droge zomer. 

   

We genieten van de vaartocht en het prachtig heldere weer. 

   

In Hellesylt drinken we koffie en rijden dan door naar Stryn. Onderweg bedenken we dat we de tocht naar de gletsjers van de Jostedalsbreen toe zouden kunnen voegen aan de trip van vandaag. Het is nog vroeg. En anders moeten we het stuk Nordberg-Olden twee keer extra rijden. Onderweg langs het meer naar de Briksdalsbreen lunchen we. Om half drie beginnen we aan de tocht naar de gletsjer. We parkeren de auto op het grote parkeerterrein en beginnen aan de wandeling. De gletsjer ligt prachtig in de zon te schitteren. Het is weer erg warm vandaag. De wandelaars inclusief wijzelf trekken zoveel mogelijk bovenkleren uit. Onderweg omhoog moet je over een brug onder de damp van een grote waterval door. Vaak zie je mensen dan met paraplus schutteren op dit stukje, maar nu vindt iedereen de douche van waterdruppels heerlijk verfrissend. Het is een fijne wandeling; we maken veel foto’s, vooral bij de blauw doorschijnende gletsjertong zelf. Toen ik al veel foto’s gemaakt had, kwam ik erachter dat ik het nieuwe lege filmpje in de auto had laten liggen. Zo kon ik op de terugweg geen foto’s meer maken, maar dat was niet erg, want we hadden al veel foto’s gemaakt op de heenweg omhoog.

 

 brug met gratis douche

  

                                                                                        R op de brug bij de eerste waterval op weg naar de gletsjer Briksdalsbreen. 

  

 Even wat hoger zie je dezelfde brug en de regenboog die ontstaat in de wolk van waterdruppels van de waterval. Sommigen wapenen zich hier met paraplu of regencape, maar op een warme dag als deze is het best lekker om even besproeid te worden. Het water is trouwens wel ijskoud, want afkomstig van de gletsjer. 

De Briksdalsbreen. Een van de mooiste, ik meen DE mooiste, gletsjers die ik ooit gezien heb. 

 de helling opzij

  

  

Helder wit en staalblauw glinsterend ligt de gletsjer in het blakende zonlicht. 

  

  

De bovenrand van de gletsjertong

 

Het is al half vijf geweest als we terug zijn bij de auto. Ondanks dat we nog een hele tocht voor de boeg hebben, besluiten we toch ook nog te gaan kijken bij de meer afgelegen en veel minder toeristische Kjenndalsbree. Het smalle weggetje ernaartoe is nog wel aardig, maar de laatste zeven kilometer is tolweg (met zelfbediening: geld in een kastje stoppen en zelf de slagboom optillen) en de staat van het wegdek (nou ja, wegdek) is nog even slecht als toen ik hier een jaar of zes, zeven geleden was. Vooral het eerste stukje is slecht en smal en gaat bovendien vlak langs onbeschermde afgronden. R zit aan de afgrondkant en klemt zich vast aan de stoel; ze vraagt zich enigszins sidderend af of dit nog zeven kilometer zo door moet gaan. Nou, dat niet, maar de weg blijft wel heel slecht; een kwelling voor banden en schokbrekers. ‘Je zult hier maar een lekke band of andere pech krijgen’, denk ik. Ik zeg het maar niet hardop. Maar gelukkig gaat alles goed. Ondanks de slechte bereikbaarheid staan er aan het eind van de weg op de parkeerplaats toch nog een stuk of zes auto’s. We lopen een heel eind over de rotsblokken en door een droge bedding richting de gletsjertong. Het landschap is woest en ledig. Dat wil zeggen, andere mensen zien we niet. R heeft tot nu toe alle wandelingen op haar onafscheidelijke slippers gedaan, maar hier wordt het haar toch te gek. Je moet soms je weg zoeken tussen lage berkenstruiken door en een pad is er niet. Althans wij zien het niet. We hebben een indrukwekkend uitzicht op de gletsjer die nog half in de zon ligt. Het dal waarin wij ons bevinden, ligt al helemaal in de schaduw. 

 

 De Kjenndalsbreen, minder toeristisch, minder makkelijk bereikbaar, maar minstens zo mooi en nog woester. Omdat de gletsjertong in een nauw dal ligt, is de zon er laat in de middag al verdwenen. 

  

 

Over keien, rotsen en door struikgewas weten we vrij dicht bij de gletsjer te komen. We hebben geen tijd meer om tot het ijs te lopen. 

De rivier met het smeltwater van de gletsjer

            

R naast de auto naast de onbeschermde afgrond op de smalle en slechte toegangsweg naar de parkeerplaats bij de Kjenndalsbreen. De weg is een zelfbedieningstolweg. Hij is (was toen tenminste) zeer smal en met diepe kuilen. Hier staan we niet op het slechtste stuk...

   

                                                                                              De weg naar Strynefjellet; nieuw en mooi aangelegd. 

We besluiten terug te gaan, want het is al half zeven geweest en we hebben nog 120 km rijden voor de boeg en we hebben nog niet gegeten en wel trek. In Loen kopen we een bakje patat en een flesje Grape Soda. We nemen niet de oude weg over de fjell (dat doen we anders altijd zo veel mogelijk omdat dat landschappelijk vaak de mooiste wegen zijn) maar de nieuwe weg nr. 15 die door een drietal tunnels leidt, waarvan er één een lengte heeft van 4,5 km. Een eind ten noorden van Grotli komt die uit. Ook de steile klim naar de fjell is nu helemaal uitgevoerd in een prachtige asfaltweg met twee brede rijstroken. Soms ken ik het Noorwegen van een jaar of wat geleden niet weer. Het komt mij nu wel goed uit, want zo langzamerhand ben ik wel klaar met het rijden, vandaag. Ik rij anders graag, maar vooral het stuk naar de Kenndalsgletsjer eiste zijn tol, zowel letterlijk als figuurlijk. Pas om half tien zijn we bij onze camping terug. Dan moeten we nog wat eten. Zo moe als nu ben ik deze vakantie nog niet geweest. We hebben totaal 340 km gereden en 20 km op de boot gevaren.

 

Zondag 1 augustus 1982 Relaxen

 

Vandaag hebben echt uitgeslapen tot we om een uur of negen niet meer in de tent konden wezen door de warmte. We hebben de hele dag gerelaxt, lekker in de zon en nog meer in de schaduw gezeten, soms met de veten in de koude rivier. Raar, maar dat water is echt nog steenkoud. Je hebt het gevoel dat je voeten bevriezen als je een eind de ondiepe rivier in loopt. Ik lees een boek van Koos van Zomeren: ‘Minister achter tralies’. Erg aardig. Vandaag dus nul km. Morgen naar de Sognefjell

 

   

 We zoeken wat afkoeling in de rivier de Visa achter onze tent. Die is wel érg koud. 

 

naar boven