Met de Holtkamper naar Denemarken, Noorwegen en Zweden

Hits: 33705

Artikelindex

Met de nieuwe  Holtkamper naar Denemarken en Noorwegen, en een stukje Zweden

REISVERSLAG  van een lange kampeervakantie/ rondreis in Denemarken, Zweden en Noorwegen, langs een stuk of twaalf campings.  In 1982 maken we daar de warmste zomer sinds heel lang mee. In Oslo is het deze zomer warmer dan in Rome. Maar reken er niet op dat u dat ook zo treft... Op de frontfoto de Briksdalsbreen, een van de mooiste gletsjers in Noorwegen. 333 dia's; ruim 6500 gereden kilometers, dat is ca. 200 km per dag gemiddeld. 

 

 

Vakantierondreis door Denemarken, Noorwegen en Zweden langs een stuk of twaalf campings

  



REISVERSLAG VAKANTIE SCANDINAVIË 1982

 Vakantie met de vouwwagen in Denemarken, Noorwegen en Zweden, in 1982, met onze nieuwe vouwwagen, een Holtkamper Family 

 Verslag op basis van in 1982 ter plaatse gemaakte aantekeningen.  De  foto’s zijn gedigitaliseerde dia’s uit 1982

 Sommige campings blijken nog steeds te bestaan. De meeste zelfs. Daarvan heb ik een link geplaatst, zodat ieder zich verder kan oriënteren op de huidige mogelijkheden. 

 Veel plezier met dit reisverslag.

Lammert, juli 2011/ (december 2014 geplaatst op de nieuwe site)


  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De basistent van de Holtkamper op camping Fornaes bij Grenå. Trekauto is een Honda Accord. 

 

 

 

 

Maandag 19 juli 1982; naar Denemarken, naar Åbenrå

 We zouden om zeven uur vertrekken, maar dat werd half acht. Allerlei dingetjes die toch nog even gedaan moeten worden voor vertrek nemen altijd meer tijd dan je gedacht had. Toch waren we om zes uur al opgestaan. We haalden de ‘kar’, zoals we onze vouwwagen noemden, op bij mijn ouders waar hij gestald was en waar we hem volgepakt hadden. In Meppen moest ik nog even 14 dia- en vier negatieffilms ophalen bij een fotowinkel. De filmpjes waren daar, inclusief ontwikkelen, een stuk goedkoper dan in Nederland. Vervolgens belanden we achter een militaire colonne; dat kost ons een half uur reistijd. Eenmaal op de Autobahn gaat het sneller. Op een voor mij bekend stekkie, de Raststätte Wildeshausen, drinken we koffie. En even voor Hamburg eten we onze meegebrachte lunchpakket. Na de Elbetunnel gaat het weer lekker snel door Sleeswijk-Holstein en zo zijn we rond vier uur ’s middags aan de Deense grens. In Denemarken rijden we over de oude weg naar het noorden en al snel vinden we daar een aardige camping waar ik dit zit te schrijven: de Lundtov Skov Camping bij Aabenraa. (* Op internet lezen wij nu (in 2011) dat deze camping niet meer bestaat). We zetten de basistent op de vouwwagen op; dat is vlug gedaan. Twee deksels uitvouwen, een paar stangen in het dak vastzetten en met een paar haringen het doek aan de bodem vastzetten. We hebben vandaag 470 km gereden. We begonnen met wat somber betrokken weer maar later werd het zonnig en zelfs warm. Het is ook een heerlijke avond. 

 

 

 Dinsdag 20 juli 1982; naar Grenå, naar de veerboot

 

We staan om half acht op en zijn mooi op tijd in Grenå. Even na twee uur hebben we onze overtocht met Lion Ferry’s AS (nu Stena Line) al geboekt voor morgenvroeg en drie kwartier later zitten we aan de koffie voor onze vouwwagen. We halen zo weinig mogelijk overhoop in de bagage want morgenvroeg moeten we om half zeven op pad, omdat de boot om half acht gaat. Nu is het niet ver rijden, want we staan op Fornaes Camping, dicht bij de haven in Grenå. De camping is vergeleken bij mijn vorige bezoek wel uitgebreid, met o.a. een grote kampwinkel, en een zeer fraai toiletgebouw waar we zojuist lekker hebben gedoucht. Het was namelijk prachtig weer vandaag; in de auto was het erg warm. Vanmiddag hebben we aan het kiezelstrand gezeten en een eind gelopen. 

We hebben 235 km gereden. 

 op Fornaes camping in Grenaa 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Woensdag 21 juli 1982; veerboot Grenå-Varberg Zweden en naar Halden

 

Half zes op, douchen en even thee drinken. De basistent is kletsnat van de dauw en het condens aan de binnenkant. Vooral de binnenkant vegen we zoveel mogelijk droog, want die komt op de bedden te liggen bij het inklappen. De condens zal vaker een nadeeltje blijken van deze vouwwagen, die ons verder goed bevalt. We zijn mooi op tijd bij de haven en het inschepen gaat erg vlot. De Europafärjan wordt niet eens vol. Het is een goede verbinding en niet duur. Aan boord eten we een stevig ontbijt voor een tientje (guldens dus hè) p.p. Vanmorgen om vijf uur scheen de zon al en is dat blijven doen vandaag. Dus we zitten op het zonnedek te lezen en te kijken. Ruim voor twaalf uur zitten we op de E6 naar Göteborg. Op een rustplaats picknicken we. In Göteborg rij ik even verkeerd maar dat is snel hersteld gelukkig. Rijden in vreemde grote steden (en nu met een aanhanger) is niet mijn  favoriete hobby. 

Vervolgens rijden we een prachtige omweg over de eilandjes Orust en Tjörn. We maken mooie foto’s van het merkwaardige scherenlandschap. 

 op de veerboot

Aankomst van de veerboot in Varberg, Zweden

    

De kleurrijke omweg over de fraaie Zweedse eilandjes Orust en Tjörn.

 

De laatste camping voor de grens in Zweden is vol, maar even over de Zweeds-Noorse grens vinden we een mooi rustig plekje op Teltplas Svingen bij Halden. (Nu heet het Svingen Camping. Ik vind geen eigen website. Adresgegevens: SVINGEN CAMPING, Rute 510, 1765 HALDEN, Noorwegen, Tel. +47 69197657) We reden vandaag 243 km. 

Ik zit om half elf ’s avonds nog buiten dit te schrijven en ik kan het goed zien: ’t is nog licht genoeg. Dat scheelt toch al aanmerkelijk bij Drenthe. Het wordt nu wel wat frisser maar het is windstil, dus nog lekker. De hemel is al een hele tijd prachtig gekleurd. Dat blijft nog wel even, want het schemert hier lang. 

 

Vanavond in de kampwinkel schrikken we wel even van de prijzen, ondanks dat we erop voorbereid zijn. Tomaten zes gulden per kilo. 1 rol toiletpapier voor een gulden. Paprika’s meer dan twintig gulden per kilo. 5 minuten douchen voor een rijksdaalder (dat was, voor de jeugdige lezertjes, tweeënhalve gulden, iets meer dan een Euro. In 1982 nota bene!). Ik ben benieuwd wat de benzine hier kost. 

 

Op Svingen Camping bij Halden (Noorwegen)   Het koken in de vouwwagen doen we geïmproviseerd, tenminste als alleen de basistent opgezet is. Er was een disselbak waarin de keuken opgevouwen paste, maar daar koken vond mijn vrouw niks. Dan maar een zeil op de matras en daarop het kooktoestel. Het ging prima, althans de resultaten waren goed. 

 


 

 

  

 

 

 

 

Donderdag 22 juli 1982; naar Eidsvoll, Camping Hersjöen

 

 

 

 

 

 

 

 

Vandaag 175 km naar Camping Hersjöen, bij het gelijknamige meer bij Mogreina, Eidsvoll, zo’n 40 km ten noorden van Oslo aan de E6. De camping bestaat volgens internetinfo nog steeds. We doen vanmorgen rustig aan. Om half elf zijn we vertrokken. Weer prachtig weer met veel zon. In de auto is het eigenlijk te warm. Airco in een auto bestond toen nog niet, dit voor de jonge lezertjes. Gelukkig zijn we al om twee uur op de camping. We zetten de basistent op en relaxen. 

De bereikbaarheid op internet van Scandinavische campings is nog niet optimaal, merk ik (2014). Een eigen website die werkt heeft deze camping evenmin als de vorige. 

Op camping Hersjöen bij Eidsvoll.

 

  

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 onderweg,  meer Mjösa

Vrijdag 23 juli 1982; naar Tretten naar driesterrencamping Mageli

 

Al om goed negen uur hebben we alles opgeruimd en ingeklapt. We rijden verder over de E6 en dan weg 33 en 4 via Gjövig langs het langgerekte meer Mjösa, waar we aardige dia’s maken van de fraaie uitzichten. Het is een mooie, erg rustige weg. Via Lillehammer weer over de E6 tot even voorbij het stadje Tretten waar we nu op de driesterrencamping Mageli staan. De camping bestaat nog en heeft zelfs een eigen website. 

  onderweg, id. 

Mooi plekje op Mageli Camping, met veel schaduw en dicht bij het meer

Het strand en het meer voor onze deur op Mageli Camping bij Tretten 

 

Al om kwart over twee arriveren we en vinden eigenlijk maar één echt heel mooie plek met veel privacy dicht bij het meer. R houdt de plek zolang bezet terwijl ik de formaliteiten regel. Hij kost 39 kronen per dag. We zetten nu ook de voortent op, omdat we hier wat langer dan een nacht willen blijven, en hebben dus heel veel ruimte.  We staan een meter 15 van het meer Losna met een eigen privéstrandje voor de deur. Ik kijk vanuit mijn stoel uit over het meer en de groenbeboste hellingen aan de overkant. Vandaag maar 166 km. 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

 

Zaterdag 24 juli 1982; excursie autotocht Peer Gynt Veien

 

Vandaag rijden we de Peer Gynt Veien (=weg), een 60 km lange toeristische weg, grotendeels tolweg, van Svingvoll naar Vinstra langs de Jotunheimen en dorpen als Dalseter en Skeikampen. Zowel aan het begin als aan het eind moet je betalen. Het is er heel rustig, de panorama’s zijn weids, het weer is perfect. Het hoogste punt van de weg ligt iets boven 1050 m en je kijkt uit over de hoogvlakte naar de machtige Jotunheimen en Rondane. Hier op deze hoogte is het lekker fris! Dat is een bijzonderheid in Noorwegen, dat je vanuit de dalen de hoogvlakte op vlucht om het wat minder warm te hebben. We maken deze zomer de warmste zomer sinds honderd jaar mee in Norge. In Oslo is het geregeld warmer dan in Rome, deze dagen. We maken veel fotostops, korte wandelingen en een uitgebreide picknick.

Onderweg bekijken we ook nog de Ringebu Stavkirke. De houten kerk bestaat sinds de 13e eeuw, rond 1220.  Onvoorstelbaar dat een gebouw zo brandbaar  en kwetsbaar (rot!) zoveel eeuwen standhoudt. Het is een sfeervol gebouw, dat de volkse gelovigheid uitademt uit alle houtporiën. Grappig zijn de decoratieve draken.  Om een uur of vijf zijn we terug op onze basis na 127 km. 

 

Op de hoogvlakte, langs de tolweg Peer Gynt.

 

Uitzicht op de bergmassieven Jotunheimen en Rondane

  

Uitzicht op de Lågenrivier in het Gudbrandsdal

  

Ringebu Stavkirke

Na de invoering van het Christendom in Noorwegen rond het jaar 1000  werden er tot ca. 1537 bijna 1000 staafkerken gebouwd in Noorwegen. De staafkerk in Ringebu werd gebouwd in ca. 1220 en is op dit moment een van de 28 nog overgebleven staafkerken. Bij de bouw van een staafkerk werden geen spijkers of nagels gebruikt; de planken rusten op grondpalen, en alle verbindingen worden in elkaar gelegd. De kerk is in de loop der tijd verschillende malen verbouwd en geverfd. Bij een grote restauratie werd de inmiddels wit geverfde kerk weer teruggebracht in de originele kleuren. Alleen het hoofdschip van de kerk staat nu nog. 


 

 

 

  

 

 

 

 

  

 

Zondag 25 juli 1982; autotocht Ringebu, Atna, de fjell

 

Vandaag weer een autotocht. 175 km leggen we af en wel langs de volgende route: Eerst naar Ringebu, dan rechtsaf naar Atna (de Friisveien). Daar hebben we gepicknickt. Dan naar Enden (slecht weg die ze bezig zijn te reconstrueren) en dan weer over weg 220 naar Ringebu. 

We komen twee keer over een hoogvlakte waar we vaak stoppen. Foto’s maken, een eind wandelen, ook bosbessen hebben we veel geplukt. Het weer is prima, al is er wel wat meer bewolking vandaag. Als de zon even weg is, is het fris op de fjell, de hoogvlakte. Om tien uur weggegaan en om half zes terug. We nemen eten van de campingkeuken, patat met ‘lövstekt’, een soort vlees. Vanavond zijn we al weer aan het opruimen om morgen op tijd weg te kunnen voor een volgende etappe. 

   

Langs de weg naar Enden en Atna; dit is nog 'grusvei': geen asfalt maar vastgereden aarde en steenslag. Dat is anno 2014/15 vast beter. Foto li: Bosbessen plukken voor het toetje straks.  re: De auto op de hoogvlakte.

 

  De hoogvlakte met veel losse stenen.     Een paar mooie stenen nemen we mee als souvenir. In onze rotstuin liggen naast Drentse veldkeien, stenen uit Noorwegen, Frankrijk, Italië, Oostenrijk, Slovenië en Kroatië. 

 

 Hier picknicken we bij de rivier, bij Atna in de buurt. 

 

 Uitzichten over het Gudbrandsdal bij Ringebu

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                                                             in het woeste Romsdal

Maandag 26 juli 1982; naar het Romsdal naar Åndalsnes

 

Om half tien vertrekken we van de mooie camping Mageli. In Fåvang verzilver ik enkele betaalcheques (zo ging dat toen nog, jaren vóór het bestaan van het pinnen) en kopen we van dat heerlijke, nog warme ‘grovbröd’, volkorenbrood. We rijden via de E6 in noordelijke richting via Otta en bij Dombås gaan we de E69 op naar Åndalsnes. In Lesja drinken we koffie en eten we wat. Al eerder op een parkeerplaats hebben we van het heerlijk verse brood gesnoept. De E69 is een goede weg. Al snel dalen we het nauwe Romsdal in. Hier wordt het kouder. Daar in het dal waar we foto’s maakten, was het echt koud. Niets meer gewend natuurlijk, maar toch.

 

In het Romsdal hangen de wolken laag; het is er -relatief- koud. We trekken warme kleren aan. 

 

Het Romsdal is een mooi, woest dal om door te rijden. 

Na 221 km komen we op de camping aan. Om drie uur melden we ons en anderhalf uur later staat de hele combinatie weer als een huis. Ingericht en wel. We hebben het mooiste plekje van camping Mjelva, met uitzicht op de Romsdalshorn en andere imposante bergen. Hier houden we het wel een paar dagen uit. 

Gisteren zaten we nog met de ramen open in de Honda Accord, maar vandaag hebben we de kachel soms aangehad. Ik heb voor het eerst een lange broek aan en ondanks de zon is het toch koud. 

De camping bestaat nog.

  op Mjelva camping

  

 Onze plek op camping Mjelva bij Åndalsnes...                                  ...met uitzicht op een mooi open weiland en hoge bergen in de rug. 

  

En dit is ons grandioze uitzicht,                                                           o.a. op de Romsdalshorn


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                                                             Aan het begin van de Trollstigweg

Dinsdag 27 juli 1982 De Trollstigvegen naar Valldal en terug

Eerst doen we in het dorp (of stadje) Åndalsnes bij de S-laget inkopen en dan gaan we de Trollstig op. Het is er vrij druk. Via elf lange haarspeldbochten slingert de weg zich tegen de steile bergwand omhoog tot ruim 1600 m hoogte. Veel bescherming in de bochten is er niet; wat rechtop staande stenen. R zit soms met kromme tenen, maar we vinden het beiden indrukwekkend. Bussen, auto’s met aanhanger (veel Nederlanders, valt ons op, die het toch maar wagen). Zelfs fietsers wagen de klim. 

We stoppen vaak onderweg op plaatsen waar dat kan, voor foto’s. Helemaal boven heb je een adembenemend uitzicht over het hele dal en de slingerende weg. 

  

De weg slingert zich omhoog met veel haarspelden, over het bruggetje in het midden van de foto. De klim eindigt bij waar de waterval begint. 

 

Hier staan we op het hoogste punt; beneden hetzelfde bruggetje. Een indrukwekkend stuk wegenbouw.

 

 

steeds hoger komen we

 

                                                                Picknicken op de hoogvlakte bij de Trollstigen. Het is er fris. 

Op het hoogste punt zijn natuurlijk de nodige toeristenwinkeltjes, met o.a. de trollen. We kopen een sticker voor op de ‘kar’ en een paar prentbriefkaarten voor het thuisfront. Met postzegel en al komt elke kaart op een rijksdaalder (ruim een euro); een zeer pittige prijs. 

In de Fjellstue drinken we een ook al schandalig duur kopje koffie en dan trekken we de hoogvlakte een eind op om een plekje te vinden voor onze picknick. Aan een murmelend riviertje eten we onze boterhammetjes met een bakje lekkere ‘kulturmjölk’ erbij. Een soort romige karnemelk, neigend naar de dikte van yoghurt. 

    

 Desolaat landschap.

   

De sneeuw is niet ver... 

   

 

 

We rijden het traject tot Valldal en dan weer dezelfde weg terug. Zo van de andere kant ziet het er heel anders uit. Het is en blijft een prachtige route. Vandaag wat minder mooi weer: nogal betrokken, met op de fjell wat lichte neerslag, maar koud is het niet meer. We reden 121 km vandaag.

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

 

 

 

 

Veerboot Molde-Vikebukt

Woensdag 28 juli 1982;  Autotocht langs de Romsdalsfjord

 

Als we wakker worden is het nogal mistig. De toppen rondom ons zijn onzichtbaar en de wolken hangen tot in het dal. We blijven nog even lekker liggen, maar later wordt het beter en we besluiten onze geplande trip naar Molde toch te maken. Door de laaghangende bewolking zien we niet alles van het fraaie landschap, maar het is toch een mooie tocht langs de Romsdalsfjord. We rijden weg 64, 660 en E69. Met de pont van Molde naar Vikebukt (56 kronen = ruim 25 gulden) voor een uur varen. 

   

                                                                                                                             Gezicht vanaf de boot op Molde. 

 

 

In Molde hebben we zelfs nog even zon. Terug bij de camping wordt het ook daar helder. Ik zit dit om elf uur ’s avonds nog te schrijven. Het is helemaal niet koud. Wel hangen de wolken rond de toppen. Verlicht door de ondergaande zon laten ze een soort Alpenglühen zien. 

   

"Alpenglühen" op de Romsdalshorn. 

 

Vanavond na het eten en de koffie hebben we de voortent en de keuken al weer afgebroken. We willen morgen naar Grotli; 30 km ervoor zijn campings. Dat is zo’n 250 km. Daar willen we dan het weekend over staan. Vandaag hebben we 201 km gereden. 

De opzet van onze trip dit jaar is dat we de meest heikele routes voor auto’s met aanhanger mijden. Ik heb nog niet veel ervaring met rijden met een ‘kar’ erachter. Tot nu toe bevalt de route en deze aanpak ons prima.

 


 

  

 

 

 

 

Donderdag 29 juli 1982; naar het Ottadal, Nordberg

 

We douchen en ontbijten in alle rust en tegen half tien verlaten we dan de mooie Mjelva camping. Er is vanmorgen geen bergtop te zien, zo mistig is het weer. De tent is er klam van. Als we echter goed en wel het Romsdal uit geklommen zijn, wordt het zo zonnig en warm dat we ons meteen gaan omkleden. De zomerkleren gaan weer aan! Als we terugkijken, het dal in, zien we het zware wolkendak hangen. We kijken er bijna bovenop, zo laag hangen de wolken. De hele dag blijft het verder zonnig en warm. 

Via Lesja, waar we het kerkje bekijken en in een ‘Kafetaria’ een ‘doppelkarbonader’ (een soort biefburger) met brood eten, komen we weer in Dombås waar ik twee Eurocheques van 850 kronen in.

    

Onderweg: woeste watervallen

   

Lesja Kirke.

 

   Daarna slaan we in Otta rechtsaf, weg nr. 15 op. We rijden door het Ottadal, een lieflijk dal met soms hoge bergtoppen met sneeuw erop op de achtergrond. Onderweg bekijken we in Lom de mooie Stavkirke

 

Ottadal

 

 

Lom Stavkirke

  

Interieur van de Stavkirke van Lom. De luifel boven de preekstoel. Eronder zit een fors formaat duif met een landingsgestel. Ach, wat zou het,  het is volkskunst en oud, en het hele interieur maakt een knusse indruk. Best de moeite waard om binnen te kijken en even rustig in een bank plaats te nemen. 

 de typische drakenkoppen

   

 Ingang Stavkirke Lom.                                                   De helaas niet meer bestaande camping Austin bij Nordberg. Vlak achter de tent stroomt een brede ijskoude rivier. 

 

  

de rivier achter onze vouwwagen///                  Mijn vrouw laat een slakropje zien, in een potje met aarde. Verse groente is hier schrikbarend duur, vandaar dat potje: dan blijft de sla langer vers en verkoopbaar. 

 

Bij het plaatsje Nordberg kiezen we voor een bijna verlaten kleine tweesterrencamping, Austin geheten, vlak aan de brede ondiepe rivier. Er staan slechts vijf gasten. Een receptie is er niet. ’s Avonds komt een jongedame het kampgeld innen. Je kunt alleen per dag betalen. Er is een simpel toiletgebouwtje, maar de douche is schoon en lekker warm, en dat voor 1 kroon voor een hele tijd. Op Mageli camping moesten we voor 6 minuten 5 kronen betalen. We hebben een prachtige plek gekozen, dicht bij de ruisende rivier, een eind van de weg en de andere tenten af, in de hoek van het terrein op een malse klaverwei. De bedoeling is, dat we van hieruit een aantal tochten maken, bij voorbeeld naar Geiranger, een keer met de boot naar Hellesylt en via Stryn terug, en een keer naar de gletsjer Briksdalsbreeën, en ook nog een keer naar de Sognefjell. We hebben een druk programma dus. Vandaag hebben we 240 km afgelegd. De benzine kost hier 4.46 kronen (zelfbediening), dat is ongeveer twee gulden tot fl. 2,15 bij een bediende pomp. (Omgerekend is dat ongeveer een euro per liter. Voor 1982 was dat een forse prijs. )

NB: Op Google krijg ik geen enkele treffer op de zoekterm Austin Nordberg die op een bestaande camping zou kunnen wijzen. Jammer. Het was een no nonsense terreintje waar wij met veel genoegen hebben gestaan. 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

  
op de fjell na Grotli

Vrijdag 30 juli 1982 Autotocht naar Geiranger; Dalsnibba, Örnesveien

 

Even na tienen vertrekken we met de Honda Accord voor een tocht naar Geiranger. In Grotli kopen we bij een stalletje een lekker ruikende pannenonderzetter: die is namelijk gemaakt van juniperushout, jeneverbes, en dat ruikt lekker. Op de fjell na Grotli maken we foto’s. Wat is deze weg veranderd sinds ik hier voor het laatst kwam in 1976! Ik was een Noorwegenfan: in 1973, ’74, ’75 en ’76 bracht ik er elk jaar mijn vakantie door. Nu vaak breed asfalt waar toen nog ‘grusvei’ was, een weg verhard met een soort losse steenslag. Kuilen, wasborden in de bochten, glad en smerig als het regende, ja dat was bijna rallyrijden. Vangrails kende men er niet. Nu staan ze op veel plaatsen, maar op bij voorbeeld de Trollstigen staan ze in 1982 nog niet; daar staan alleen rechtop staande stenen langs de afgrond. --Ik zou overigens graag eens kijken hoe het nu is in 2011/ 2012//2015. “Noorwegen revisited” staat nog op ons verlanglijstje. 

 Indrukwekkende panorama's. 

 

 Panorama links en rechts.

 

 

 weg naar de Dalsnibba

                   Op de Dalsnibba. Een steile grusvei met losse steenslag.         

Nog anders is de situatie op de weg naar de Dalsnibba. Een tolweg met ‘bompenger’(tolgeld) van 25 kr. per auto. De weg voert van ongeveer 1000 meter hoogte naar 1500 m hoogte, met een groot aantal scherpe haarspeldbochten. Deze weg is soms zo smal dat één auto de hele weg vult, en je dus een van beide automobilisten naar een passeerplek terug moet. Aan de randen van de afgrond staan hier zelfs geen stenen, er is helemaal niets. Het is dus spannend autorijden, ook door de losse steenslag, maar zeker de moeite waard. Onderweg heb je al weidse uitzichten, voor zover je als bestuurder daarnaar kunt kijken overigens… Maar op het eindpunt, met een grote parkeerplaats en een panoramapunt met een hek afgezet, heb je een werkelijk magnifiek uitzicht op Geiranger, de Geirangerfjord en het hele dal. (Nu is het een Unesco World Heritage Site en trok de plek in 2009 maar liefst 180.000 bezoekers!) 

We rijden even een eindje terug en parkeren de auto langs de rotsen, op een plekje waar het wat breder is. Daar gebruiken we onze lunch. Eenvoudig deze keer want brood moeten we nog gaan kopen in Geiranger. Nu doen we het met harde beschuitjes (‘havringer’) en aardbeien. We zitten vlak naast een fors veld met sneeuw, maar het is zelfs op deze hoogte nog zo warm dat we bijna in ons blootje zitten te genieten. 

 steenslagweg naar Dalsnibba

  

Boven heb je een fenomenaal uitzicht op de wijde omgeving.

 nietig autootje

   

soms zelfs letterlijk adembenemende panorama's    Je kijkt van zo'n 1500 m hoogte zo naar zeeniveau.   Op de voorgrond de weg en het blauwe beneden is de Geirangerfjord.

 

  De Geirangerfjord; aan de andere kant van de fjord zie je de Örnesveien omhoog slingeren. Dit is de zgn.  "adelaarsweg" die via Valldal naar Åndalsness loopt. 

   

Even de camera op zelfontspanner zetten om deze foto --> te nemen van ons tijdens onze picknick in deze steen- en sneeuwwoestenij. Ondanks de sneeuw is het warm! We lopen in korte broek in de sneeuw hierboven op de Dalsnibba.

   

Er ligt nog veel sneeuw. 

 

De weg naar Geiranger.

 

We dalen weer af naar 'gewonere' hoogten. 

  

                                                                                              Beneden bij de fjord in Geiranger.

Na deze bijzondere lunch gaat het in plusminus twintig haarspeldbochten van 1000m naar het zeeniveau van Geiranger. We kopen er karnemelk en brood en kijken wanneer de boot naar Hellesylt vertrekt. We rijden ook nog de andere kant van Geiranger  de Örnesveien, de adelaarsweg op tot we het zoveelste geweldige panorama over de Geirangerfjord hebben. Bovenaan keren we en rijden dezelfde weg terug. Dat vinden we helemaal geen straf want op de terugweg zie je de dingen totaal anders. 

Nu de Adelaarsweg, de Örnesveien, op, voor meer prachtige panorama's. 

  

 

Nu zie je aan de andere kant (links) de weg omhoog slingeren die wij straks weer nemen terug naar de camping. 

 Terug op onze plek aan de rivier de Visa. 

Op camping Austin staan we nu nog maar met drie tenten. Op ‘ons’ grasveld staan we zelfs helemaal alleen. Prima vinden we dat. Ik heb vandaag vooruitbetaald tot en met maandag. Vandaag 174 km.


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

 

Deze merkwaardige foto maak ik onderweg. Waarschijnlijk is het aan de Breiddalsvatnet. De foto heeft ook groot in het artikel gestaan dat ik over deze reis publiceerde in de Kampeer- en Caravan Kampioen van de ANWB in 1983. 

 

 

Zaterdag 31 juli 1982; Cruise op de Geirangerfjord-, Autotocht Briksdalsbreen, Jostedalsbreen, Kjenndalsbreen 

 

We staan voor ons doen vroeg op: om half zeven al, want we willen de pont naar Hellesylt in Geiranger halen. Die gaat om 10.15 uur. We zijn er ruim op tijd. Eigenlijk net te laat voor de boot van negen uur, die net vertrekt als wij de kade oprijden en waarvan we nog net een foto kunnen maken. We wandelen door het dorp en zitten een tijdje heerlijk in de zon bij een klaterende waterval. Stipt op tijd vertrekt de veerboot voor de een uur durende oversteek naar Hellesylt. Het is een fantastische tocht door de Geirangerfjord. We zien de beroemde watervallen Syv Söstre en Brudeslöret, de Zeven Zusters en de Bruidssluier. De laatste is nu maar heel smal vanwege de heersende droogte. We zien (verlaten) boerderijen op de meest onwaarschijnlijke plaatsen tegen de steile rotswand geplakt. Die rotswand is hier en daar zo’n driehonderd meter hoog. En dan te bedenken dat het water van de fjord waarop we varen ook nog eens driehonderd meter diep is… Onvoorstelbaar. 

  de pont vaart net weg  

  aan de fjord-oever in Geiranger

     

 Links een waterval in het dorp Geiranger. Op de veerboot hebben we mooi zicht op de watervallen De Zeven Zusters (foto onder)en de Bruidssluier. Deze zeven zusters hebben niet zoveel water, door de extreem droge zomer. 

   

We genieten van de vaartocht en het prachtig heldere weer. 

   

In Hellesylt drinken we koffie en rijden dan door naar Stryn. Onderweg bedenken we dat we de tocht naar de gletsjers van de Jostedalsbreen toe zouden kunnen voegen aan de trip van vandaag. Het is nog vroeg. En anders moeten we het stuk Nordberg-Olden twee keer extra rijden. Onderweg langs het meer naar de Briksdalsbreen lunchen we. Om half drie beginnen we aan de tocht naar de gletsjer. We parkeren de auto op het grote parkeerterrein en beginnen aan de wandeling. De gletsjer ligt prachtig in de zon te schitteren. Het is weer erg warm vandaag. De wandelaars inclusief wijzelf trekken zoveel mogelijk bovenkleren uit. Onderweg omhoog moet je over een brug onder de damp van een grote waterval door. Vaak zie je mensen dan met paraplus schutteren op dit stukje, maar nu vindt iedereen de douche van waterdruppels heerlijk verfrissend. Het is een fijne wandeling; we maken veel foto’s, vooral bij de blauw doorschijnende gletsjertong zelf. Toen ik al veel foto’s gemaakt had, kwam ik erachter dat ik het nieuwe lege filmpje in de auto had laten liggen. Zo kon ik op de terugweg geen foto’s meer maken, maar dat was niet erg, want we hadden al veel foto’s gemaakt op de heenweg omhoog.

 

 brug met gratis douche

  

                                                                                        R op de brug bij de eerste waterval op weg naar de gletsjer Briksdalsbreen. 

  

 Even wat hoger zie je dezelfde brug en de regenboog die ontstaat in de wolk van waterdruppels van de waterval. Sommigen wapenen zich hier met paraplu of regencape, maar op een warme dag als deze is het best lekker om even besproeid te worden. Het water is trouwens wel ijskoud, want afkomstig van de gletsjer. 

De Briksdalsbreen. Een van de mooiste, ik meen DE mooiste, gletsjers die ik ooit gezien heb. 

 de helling opzij

  

  

Helder wit en staalblauw glinsterend ligt de gletsjer in het blakende zonlicht. 

  

  

De bovenrand van de gletsjertong

 

Het is al half vijf geweest als we terug zijn bij de auto. Ondanks dat we nog een hele tocht voor de boeg hebben, besluiten we toch ook nog te gaan kijken bij de meer afgelegen en veel minder toeristische Kjenndalsbree. Het smalle weggetje ernaartoe is nog wel aardig, maar de laatste zeven kilometer is tolweg (met zelfbediening: geld in een kastje stoppen en zelf de slagboom optillen) en de staat van het wegdek (nou ja, wegdek) is nog even slecht als toen ik hier een jaar of zes, zeven geleden was. Vooral het eerste stukje is slecht en smal en gaat bovendien vlak langs onbeschermde afgronden. R zit aan de afgrondkant en klemt zich vast aan de stoel; ze vraagt zich enigszins sidderend af of dit nog zeven kilometer zo door moet gaan. Nou, dat niet, maar de weg blijft wel heel slecht; een kwelling voor banden en schokbrekers. ‘Je zult hier maar een lekke band of andere pech krijgen’, denk ik. Ik zeg het maar niet hardop. Maar gelukkig gaat alles goed. Ondanks de slechte bereikbaarheid staan er aan het eind van de weg op de parkeerplaats toch nog een stuk of zes auto’s. We lopen een heel eind over de rotsblokken en door een droge bedding richting de gletsjertong. Het landschap is woest en ledig. Dat wil zeggen, andere mensen zien we niet. R heeft tot nu toe alle wandelingen op haar onafscheidelijke slippers gedaan, maar hier wordt het haar toch te gek. Je moet soms je weg zoeken tussen lage berkenstruiken door en een pad is er niet. Althans wij zien het niet. We hebben een indrukwekkend uitzicht op de gletsjer die nog half in de zon ligt. Het dal waarin wij ons bevinden, ligt al helemaal in de schaduw. 

 

 De Kjenndalsbreen, minder toeristisch, minder makkelijk bereikbaar, maar minstens zo mooi en nog woester. Omdat de gletsjertong in een nauw dal ligt, is de zon er laat in de middag al verdwenen. 

  

 

Over keien, rotsen en door struikgewas weten we vrij dicht bij de gletsjer te komen. We hebben geen tijd meer om tot het ijs te lopen. 

De rivier met het smeltwater van de gletsjer

            

R naast de auto naast de onbeschermde afgrond op de smalle en slechte toegangsweg naar de parkeerplaats bij de Kjenndalsbreen. De weg is een zelfbedieningstolweg. Hij is (was toen tenminste) zeer smal en met diepe kuilen. Hier staan we niet op het slechtste stuk...

   

                                                                                              De weg naar Strynefjellet; nieuw en mooi aangelegd. 

We besluiten terug te gaan, want het is al half zeven geweest en we hebben nog 120 km rijden voor de boeg en we hebben nog niet gegeten en wel trek. In Loen kopen we een bakje patat en een flesje Grape Soda. We nemen niet de oude weg over de fjell (dat doen we anders altijd zo veel mogelijk omdat dat landschappelijk vaak de mooiste wegen zijn) maar de nieuwe weg nr. 15 die door een drietal tunnels leidt, waarvan er één een lengte heeft van 4,5 km. Een eind ten noorden van Grotli komt die uit. Ook de steile klim naar de fjell is nu helemaal uitgevoerd in een prachtige asfaltweg met twee brede rijstroken. Soms ken ik het Noorwegen van een jaar of wat geleden niet weer. Het komt mij nu wel goed uit, want zo langzamerhand ben ik wel klaar met het rijden, vandaag. Ik rij anders graag, maar vooral het stuk naar de Kenndalsgletsjer eiste zijn tol, zowel letterlijk als figuurlijk. Pas om half tien zijn we bij onze camping terug. Dan moeten we nog wat eten. Zo moe als nu ben ik deze vakantie nog niet geweest. We hebben totaal 340 km gereden en 20 km op de boot gevaren.

 

Zondag 1 augustus 1982 Relaxen

 

Vandaag hebben echt uitgeslapen tot we om een uur of negen niet meer in de tent konden wezen door de warmte. We hebben de hele dag gerelaxt, lekker in de zon en nog meer in de schaduw gezeten, soms met de veten in de koude rivier. Raar, maar dat water is echt nog steenkoud. Je hebt het gevoel dat je voeten bevriezen als je een eind de ondiepe rivier in loopt. Ik lees een boek van Koos van Zomeren: ‘Minister achter tralies’. Erg aardig. Vandaag dus nul km. Morgen naar de Sognefjell

 

   

 We zoeken wat afkoeling in de rivier de Visa achter onze tent. Die is wel érg koud. 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

 

Fantestein, bij het hoogste punt van de Sognefjellweg

 

 

Maandag 2 augustus 1982; Autotocht Sognefjell

 

Via weg nr. 55 rijden we naar de Sognefjell. Een mooie weg, grotendeels verhard, door een heel fraai landschap. Veel toppen nog bedekt met sneeuw, zoals de door ons gefotografeerde Fanaråken. Gletsjers, zoals op het hoogste punt Fantestein te zien, op 1430 m hoogte.  

 

De weg naar de Sognefjell

Fantestein, bij het hoogste punt van de Sognefjellweg. 

Onderweg gaan we er vaak uit, voor een foto of een wandelingetje het landschap in of een tijdje te zitten, bv. voor de picknick. Op ons eindpunt waar we omkeerden in Fortun hebben we zomaar langs de weg veel heel grote frambozen geplukt. In de ‘Sognefjellhytta’ hebben we wat gedronken. Het was weer even zonnig en warm als al zo lang, nu. Het is totaal geen Noors weer, maar het verveelt niet. Op de hoogvlaktes is het heerlijk aangenaam met deze temperaturen. Anders is het daar toch gauw rillerig, fris, guur. Zo ken ik Noorwegen meer, tenminste… ’s Avonds breken we de grote voortent alvast maar weer af. Vandaag 201 km. 

 Fortun

 

 


 

 

 

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dinsdag 3 augustus 1982; naar Laerdal

 

Vandaag breken we op van de mooi gelegen simpele maar goed onderhouden camping Austin in Nordberg, een plek naar ons hart. Jammer dat hij niet meer bestaat in 2011, tenminste ik kan geen aanwijzingen vinden op Google of Norwegian Camping Guide. We rijden vandaag naar camping Vindedalen, 10 km voorbij Laerdal. Bij Randen slaan we rechtsaf van weg 15 op weg 51, een mooie route, die echter bij Fagerness een heel grote V-bocht maakt, die wij afsneden door kleine (en steile) binnenweggetjes te nemen. 

   

 

Foto's onderweg op weg 51, Randen-Fagernes en langs weg E 68.

 

Borgund Stavkirke

    Detail van het dak met draken

      

                                                                              

Bij Vestre Slidre komen we weer op de E68 uit. Bij Borgund bekijken we de grote, beroemde Stavkirke. Aangezien we vandaag 302 km rijden, wordt het pas tegen half zes dat we de camping oprijden. Het zit vandaag niet mee. Onderweg kregen we al een steen tegen de voorruit; resultaat: een putje en een ronde barst in het glas. En als we de vouwwagen willen loskoppelen van de auto blijkt dat niet te willen. We staan naast een vrij diep riviertje met waterval op een nogal hellend terrein, zodat ik weinig manoeuvreerruimte heb; bovendien gaan de wielen doordraaien als ik gas geef. We laten dus in arren moede de hele combinatie maar aangekoppeld staan en klappen zo de vouwwagen uit. Een Nederlander die er al stond, zag ook geen oplossing voor de onwillige koppeling. (Hier wreekte zich mijn toenmalige gebrek aan ervaring met het rijden en omgaan met een aanhanger. Op een helling is afkoppelen soms moeilijk omdat de zaak wringt. De volgende dag op glad terrein zou de koppeling weer normaal werken- gelukkig.) Als bij het uitpakken van de bagage blijkt dat de pot met poedermelk gelekt heeft en niet zuinig, is de chaos compleet. Zelfs de geweldige hoeveelheden heerlijke wilde frambozen op deze camping kunnen de goede sfeer niet terugbrengen. Die nacht slaapt R nauwelijks door het forse geruis van de waterval vlak naast onze tent. En doordat ze over de koppeling in zit, denk ik. Nee, deze dag was niet de leukste van de vakantie. 

 schuine plek op camping Vindedalen

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                                                       Op een bijna lege camping Birkelund, bij Hovet in het Hallingdal

Woensdag 4 augustus 1982; naar Hol

 

We hadden ons al voorbereid op een bezoek aan een garage om de koppeling te laten repareren, maar, zoals ik al opmerkte, eenmaal op glad terrein, blijkt de koppeling weer gewoon te werken. We hadden anders een boottocht over de fjord bij Laerdal willen maken, maar we hebben nu geen zin om terug te gaan naar deze camping. We besluiten om door te rijden naar Geilo of omgeving. Dat doen we en zo komen we terecht op camping Birkelund bij Hol, aan de Aurlandsveien. We zijn er al even na de middag. We hebben toen eerst de basistent van de Holtkamper opgezet en gegeten. Het is weer heel warm. Te warm om de voortent op te zetten. 

In het Openluchtmuseum van Hol  

   

  

 

  Het kerkje van Hol

 

Daarna zijn we terug gereden naar het kruispunt met wegnr. 7, waar we het openluchtmuseum van Hol bekijken. We zijn met een paar andere bezoekers en we krijgen uitleg in het Engels van een gids. Dat is erg interessant. Het betreft een boerderij een ongeveer 1750, geheel compleet met woonhuis, stallen, bakkerij, smederij, sauna, voorraadschuren en een huis voor gasten en een voor de ouden van dagen van de familie. Alles origineel, hoewel hier en daar uiteraard gerestaureerd.

Bij de tent terug zitten we nog een tijd te lezen, om en om in de zon en in de schaduw want de hele tijd in de zon is te warm. Het blijft ook 's avonds warm, maar na zessen wordt het wat minder en besluiten we de voortent op te zetten en de rest van de inrichting klaar te maken. Zo moeten we ook altijd de losse keuken installeren. Verder houd ik mijn dagboek bij, ga lekker douchen en R doet nog een wasje. Om kwart over tien zitten we nog met koffie en wat anders buiten te genieten van de rustige, warme avond. Vandaag 192 km. 

Terug op camping Birkelund, Hovet 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Verstild meer op de Hardangervidda

 

Donderdag 5 augustus; Autotocht Hardangervidda, Vöringsfossen, Måbödal

 

Vandaag gaan we tegen tienen op pad, de Hardangervidda over, om de Vöringsfossen en het Måbödal te bekijken. Op de vida, de hoogvlakte, maken we een wandeling en beklimmen een hoogte. Hier is het een lekkere temperatuur; beneden in het dal is het benauwend warm; hier ongeveer 22 graden. Voor op de fjell is dat best warm. 

op de Hardangervidda. Ook hier is het vandaag een lekker temperatuurtje. Ik heb Noorwegen nog nooit zo warm meegemaakt...

 

 

 

  Vöringsfossen

    

  

 

Het riviertje na de waterval. Måbödal. 

Weg door het smalle, woeste Måbödal.

 

                                                                                                                                                                                   Een auto en caravan lijken maar nietig in dit dal. 

 

 

 

 

 

De Vöringsfoss bekijken we van alle kanten, d.w.z. twee kanten. Ondanks het feit dat hier al in geen vijf weken regen is gevallen en vele bomen al herfstkleuren vertonen, is de waterval van 182 m hoogte nog indrukwekkend. Daarna gaan we het landschappelijk zeer mooie, woeste en diepe Måbödalen in. Op het smalste stukje moet een vrachtwagen een aantal tegemoetkomende caravans en vrachtwagens passeren. Dat gaat zo moeizaam dat we wel een half uur ‘in de file’ staan voordat het verkeer weer doorstroomt. Daarom wil ik hier liever niet met een aanhanger door. Ik doe liever eerst eens wat ervaring op met de vouwwagen erachter. Wij hebben onze hele route dit jaar zo gekozen, dat we niet over smalle fjordenwegen hoeven. Overigens wordt er een derde tunnel gebouwd, zo zien we, zodat dit stukje weg in de toekomst niet meer genomen hoeft te worden. In Eidfjord keren we om en rijden hetzelfde stuk terug. Dat vinden we helemaal niet erg: je ziet het landschap van de andere kant en lang niet altijd herken je de weg.

Totaal 218 km. We zijn om  half acht ‘thuis’, allebei erg moe. We zitten nu om ruim half elf ’s avonds al weer bij de lamp, want je kunt merken dat we al weer zuidelijker komen. En het is al augustus natuurlijk. In Åndalsnes was het pas om half twaalf donker, tenminste tamelijk donker. 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
aan de Aurlandsweg

 

Vrijdag 6 augustus; Autotocht Aurlandsveien, Flåm

 

 Tegen tienen weer op weg voor een excursie over de Aurlandsveien tot aan Flåm. Het is een nieuwe weg, met tol, totaal 189 km. Wij moeten dus twee keer 20 NK betalen. De weg voert door een woest en aantrekkelijk landschap, dus we vinden het de moeite en het geld waard. Ruim 16 van de 80 km zit je trouwens ondergronds; Je moet 11 tunnels door, enkele van 4 km of meer en een paar klimmen spiralend in de berg omhoog. Ze zijn niet alle verlicht en soms vind ik het gevaarlijk. De Noren rijden ook in de tunnel vrij fors door en met die bochten omhoog –of omlaag- spiralend voel ik me gespannen. Bij Aurland heb je een prachtig uitzicht over het meer de Bygdasvatn en het stadje en de omringende steile bergmassieven. Om vijf uur zijn we weer ‘thuis’. Vanavond hebben we allebei even naar Nederland gebeld. Wij hebben hier nog beter weer dan in Nederland. Ook vandaag was het weer droog en zonnig, hoewel er vanmiddag ook wat bewolking kwam. Dan is er op grotere hoogte ook meteen een wat frisse wind. We hebben de voortent al weer afgebroken. Morgen gaan we door het Numedal naar het zuiden.

 

Landschap aan de Aurlandsweg

 

Aurlandsweg

 

  

Door de warmte en droogte zijn hele berghellingen al in herfsttooi. 

 Auerlandsfjorden

  

   

 de auto is er flink uit komen te zien vandaag


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 onderweg 

Zaterdag 7 aug. Naar Grungedal

 

Vandaag zakken we dus volgens plan af naar het zuiden. Het Numedal is mooi. In Rödberg hebben we warm geluncht met een schnitzel voor 40 NK p.p. Bij Kongsberg weg 37 op en vervolgens over de E-76 naar Grungedal, (ten westen van Haukeligrend), waar we op de gelijknamige camping staan. Het is voor ons doen vrij laat voor we de basistent hebben staan, even voor half acht, maar wel net op tijd voor het onweer losbarstte dat al een hele tijd had gedreigd. Flink wat regen erbij. Het is de eerste regen die we na drie weken in Noorwegen hebben, dus we mogen warempel niet klagen!! Na de bui klaart het weer op en om negen uur zetten we ook de voortent er nog bij op. We hebben 340 km gereden. 

 onderweg 

Op een bijna verlaten camping Grungedal    De camping bestaat nog wel, maar op internet is nauwelijks meer dan een telefoonnummer te vinden. 

 

 het meer bij de camping

Zondag 8 aug. Relaxen.

We hebben uitgeslapen, gebruncht, in de zon gezeten, wat in het meer gesparteld, wat klusjes opgeknapt, en nog een tochtje van 50 km gemaakt, maar de omgeving is niet zo spectaculair. ’t Is eerst zonnig en heet met een harde wind, later komt er meer bewolking. 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

Maandag 9 aug. Autotocht Haukelifjell, Låtefossen

 

Tegen halt tien op weg, onder dreiging van dikke wolken, donkergrijs van kleur. Toch is het de hele dag droog gebleven, en we hebben nog veel foto’s wel met zon kunnen maken. We gaan over de Haukelifjell naar de Låtefossen. De trip kost ons weer twee keer 20 NK aan tolgeld. Het is een fraaie weg die door een even fraai landschap voert. Op twee plaatsen namen we in plaats van de tunnels de oude weg over de pas (bij Dyrskar en Seljestad.) Vooral de laatste route is indrukwekkend. Een zo ruig en woest landschap hebben we deze reis nog niet gezien. Ook niet in het Romsdal. Ook hier steile wanden met enorme eindmorenes van grote losgeraakte rotsblokken, waar de weg dan tussendoor loopt. Dat we juist hier geen zon hebben, benadrukt het ongenaakbare van dit verlaten landschap. 

Langs de weg naar Odda.

 

Op de oude pasweg. De tunnelbuis is zichtbaar. Het riviertje hebben ze er gewoon overheen geleid. Ik klim erheen. 

 tunnel

  

In Röldal bekijken we de Stavkirke en doen we inkopen. Aan de Röldalsvattn eten we onze meegebrachte boterhammen op en drinken we de onvolprezen Kulturmjölk. Dan verder de E 76 en richting Odda, tot bij de Låtefossen, die we in mooi zonlicht met wilde witte wolken op het celluloid vastleggen. Hier keren we om. 

     

 't Kerkje van Röldal en het interieur

 Op de Dyrskarspas. Hier is het niet zo warm meer...om niet te zeggen: koud. Het landschap doet barbaars aan: wild en ruig. Op de pasweg is gelukkig weinig verkeer, zodat we kunnen stoppen om foto's te maken. We zitten op ruim 1100 m hoogte. 

 Dyrskarspas

 

  

Dyrskarspasweg. Ver beneden ons de nieuwe weg door de tunnels.

   

 De Låtefossen. Van een onherbergzaam grauw en woest landschap op de pas naar het romantische warme beeld van een tweelingwaterval...

    

 Ertegenover zijn deze watervallen. 

 

Ook de terugweg nemen we over de oude smalle pasweggetjes. Bij Dyrskar verzamelen we een aantal mooie stenen, die we meenemen. In de vouwwagen komt toch langzamerhand wat ruimte vrij. Het is vandaag aardig wat frisser dan we gewend zijn geraakt. Op de fjell iss het echt koud, vooral bij Dyrskar waar we een eindje wandelen. Hier kun je de tunnel van de buitenkant zien, soms, als hij even aan de oppervlakte komt. Op de camping staat de tent gelukkig nog goed, ondanks de harde wind. Ik had vanmorgen aan de windkant al een extra lijntje aangebracht voor de zekerheid. De voortent breken we al weer af; morgen gaan we verder, het Setesdal in, richting Evje. Het is hier om tien uur al bijna donker. Zelfs binnen is het vanavond nu koud: er is nog veel wind, die tocht veroorzaakt. R heeft het onder de slaapzak nog koud. 

 eenzaam op de camping

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dinsdag 10 aug. Naar Tveitsund

 

Vanmorgen om zeven uur regent het gestadig. Zo langzamerhand krijgen we kennelijk weer het vertrouwde echt-Noorse weer. We besluiten er nog maar even in te blijven. Daardoor komen we pas na elf uur op weg. Ook bij het inpakken hebben we nog lichte regenbuitjes. Verder blijft het vandaag toch wel voornamelijk droog. Maar het is koud, vooral in verhouding tot wat we gewend zijn, dit jaar in Noorwegen. We weten best dat het nu wat normaler wordt. Dit is tenslotte het jaar dat het in Oslo vaak even warm of warmer is dan in Rome…En dat is niet normaal. Door het Setesdal gaat het zuidwaarts. In Bykle weer oost, richting Dalen en daarna langs de Nisservatn weer naar het zuiden en nu staan we hier op camping Treungen, in het gelijknamige gehucht bij Tveitsund, aan de zuidpunt van het Nisser meer.De camping noemt zich tegenwoordig Nisser camping. 

We staan vlak aan het water. De harde wind staat pal op ons raam dat we dan ook tegen onze gewoonte in helemaal dichtgeritst hebben. De wegen hiernaartoe hebben nogal wat van ons uithoudingsvermogen geëist. Ze zijn wel allemaal verhard, behalve waar eraan gewerkt werd, maar in het asfalt zitten lelijke kuiltjes en bulten waardoor de trekkende auto gaat schokken. Je hebt het idee dat de spatlappen soms aan de grond zitten. Het laatste stuk langs het meer is  het beter. Vanavond wandelen we naar het dorp. Morgen moeten we daar inkopen doen en naar de bank. 216 km vandaag. 

 

In het  Setesdal

  

Op Nisser Camping Treungen.


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zo een landschap hebben we in geen weken gezien. Aan de oostkust, bij Horten.

 

Woensdag 11 aug. Via Oslofjord naar Grebbestad, Zweden

 

Na het opbreken dus eerst inkopen doen en een Eurocheque verzilverd. Dan op weg naar de autoweg langs de kust. 

   

Op de veerboot Horten-Moss over de Oslofjord. 

 

De grens tussen Norge en Sverige bij de Svinesundbrug

  de Svinesund

 

 

Op camping Edsviksbadet bij Grebbestad;

 

Bij Horten met het veer naar Moss aan de overkant. Deze tocht duurt maar een half uurtje maar kost ons 143 NK. Geld spaar je dus niet met het afsnijden van de bocht om Oslo, maar tijd wel. Bij Svinesund aan de Noors-Zweedse grens wisselen we geld. De laatste Noorse öres zetten we om in softijs. Dan door Zweden richting Grebbestad, waar we nu in de buurt staan, op de Edsviksbadet Camping. Een zeer grote massale camping met batterijen wc’s enz. Compleet met muziek op het toilet. De douche werkt een minuut voor 1 kroon! Wat is dat toch lastig met die betaaldouches! We hebben vandaag 307 km gereden en zijn dus lekker opgeschoten. Morgen naar Varberg en vrijdag met de boot over. Het was vandaag zonnig met verspreide wolken, tamelijk fris en een stevige wind. 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Donderdag 12 aug. Naar Varberg

 

Ook vandaag rijden we weer een flink eind naar het zuiden. We staan nu op Getterön camping, na 230 km, vlak bij de haven van Varberg. Daar hebben we de boot van 14.00 u morgen besproken. Eerder ging er geen volgens het nieuwe schema. We hadden eigenlijk om half negen gewild namelijk.

 

Op Getterön Camping

 

 ’s Avonds hebben we een enorme regen- en onweersbui, meer dan verschrikkelijk. Hoewel de schade bij ons meevalt, staat alles om en onder de wagen blank. De wind stond weer pal op het voorraam van plastic, dat daardoor wat uitgerekt is, en nu er wat bollig in hangt. R had de was buiten opgehangen want om half acht lijkt alles nog goed. Een uur later zijn er inktzwarte wolken die hun lading boven ons lossen. Om een uur of tien is het minder. Ik wring de was opnieuw uit en laat het vannacht maar hangen. Het blijft de hele nacht zo hard waaien dat het goed de volgende morgen droog is. We gaan pas tegen twaalven naar bed, na een dronk op R’s verjaardag op vrijdag de dertiende. 

 

 

Vrijdag 13 aug. Veerboot naar Grenå, Denemarken

 

Na zo’n wilde avond is het nu wel lekker dat we er niet vroeg uit hoeven. We doen alles rustig aan en tegen enen gaan we naar de haven. Terwijl we daar staan wachten krijgen we weer felle buien. Aan boord eten we een copieuze zelfbedieningsmaaltijd en verder zitten we wat te lezen, kijken en luisteren naar twee violisten en een soort volksdansgroepje. Gelukkig is het weer op zee goed, er is weinig deining zodat we geen last krijgen van zeeziekte. Om 18.15 uur rijden we in Denemarken van boord en we gaan naar de ons bekende Fornaescamping, waar nu meer ruimte is dan vier weken geleden. Vandaag hebben we dus maar elf km gereden. R is op haar verjaardag gestoken door een wesp en loopt nu rond met een dik opgezette hand. Zo dadelijk nog een wandelingetje naar de zee, koffie, scrabble en Harvey’s Bristol Cream, die we op de boot kochten. 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
veel ruimte, ook op Rebild Safari Camping

 

 

 

Zaterdag 14 aug. Naar Rebild Bakker, Skörping

 

We rijden naar Rebild-Skörping (108 km) waar we de basis- en voortent hebben opgezet op Rebild Safari Camping.  Vroeger stond ik met vrienden met de tent wel eens op deze camping. We hebben alles uitgebreid geïnstalleerd want als het goed weer blijft, willen we hier nog een paar dagen blijven. Overigens hebben we vandaag ook wel weer enkele buien gehad. Afgelopen nacht zelfs wel zware buien. Toch was er wel zon maar het bleef met zeventien graden vrij fris. Vanavond lopen we nog een eind in de heuvels van Rebild.

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
fraaie oude architectuur in Aalborg

 

Zondag 15 aug. Excursie Ålborg en wandeling Rebild Bakker

 

 

Vanmorgen gaan we naar Ålborg. We zien op onze wandeling wat dingen die in de reisgids staan, zoals het Jens Bangs Stenhus, Ålborghus, de kerk, de haven en nog zo wat. Er zijn ook leuke hoekjes waar de toch vrij grote stad ineens dorps overkomt, zoals dat hoekje met vakwerkhuizen en stokrozen voor de gevel.

       

Fraaie oude architectuur in Ålborg.                                                                    De toegangspartij van Jens Bangs Stenhus. Mooie poort en deuren. 

 

En deze: Jens Bangs Stenhus

      

Ijzeren zeemeerminnen in een gesmeed hek

 

Mooie oude hoekjes in Ålborg

   

 

 

 

's Middags wandelen we in de lieflijke heuvels van de Rebild Bakker. 

      

Troldeskov met vreemd gevormde boomstammen

Ravnskilde, een bron waar een riviertje ontstaat. 

 

 

 ’s Middags maken we een flinke wandeling door de vriendelijke heuvels van Rebild. Langs een uitzichttoren en aan de andere kant van de weg naar Ravnskilde, een bron. We zijn om half drie vertrokken en om half zeven zijn we pas weer terug op ons beginpunt. Behalve wat water hebben we onderweg niks kunnen gebruiken want bij de Rold Stor Kro kwam niemand opdagen om ons te bedienen…In het Rebildhus hebben we ’s avonds heerlijk gegeten. Rödspette (gebakken schol) met champignons à la crème, garnalen en frietjes. Een klein flesje witte wijn erbij en een poire belle Hélène als toetje. Na deze eenvoudige doch voedzame maaltijd nemen we nog wat foto’s van de prachtige zonsondergang. We zijn hondsmoe na de drukke dag maar wel voldaan. Daarom maar vroeg slapen. 

 

Maandag 16 aug.; Autotochtje in de omgeving.

 

Vanmorgen waren we nog moe en slaperig dus we sliepen lekker uit. Van onze Limfjord-toer kwam daardoor niets. Vanmiddag zijn we wezen wandelen in de Jyske Skovhave, een soort arboretum, maar erg verwaarloosd en rommelig. (* Wel enigszins tot mijn verbazing zie ik nu, juli 2011, op internet dat de Skovhave nog steeds bestaat. Het leek me echt zoiets dat steeds meer verwaarloosd werd tot het verdween, maar niet dus).  Terug reden we langs een paar meren, de Store Ökssö en de Madum Sö. In Skörping slaan we fruit in en we kopen wat van dat lekkere typisch Deense kaneelgebak. Behalve een regenbuitje was het vandaag wel goed weer, iets minder zonnig en warm als gisteren. In totaal 82 km. 

 bij de Madum Sö

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Hanklit

Dinsdag 17 aug. Autotocht rond de Limfjord

 

 

Vandaag hebben we onze Limfjord-toer gemaakt. We waren mooi op tijd op weg. Eerst leek het weer niet zo best, vanmorgen regende het zelfs licht. Maar snel werd het beter en toen we bij Hobro de 1000 jaar oude Vikingburcht (of wat ervan over is) van Fyrkat, plus de oude molen  bezochten, was het zonnig en lekker. Dat bleef het tot we op de terugweg waren, het laatste stuk. Het bleef regenen tot een uur of negen 's avonds. Nu om half twaalf is het weer helder. We hebben vandaag verder nog de Hanklit bekeken en beklommen. Het was er prachtig. De Hanklit is een geologisch fenomeen. We zochten er mooie stenen en hebben er zo’n drie uur gewandeld en rondgekeken. Via Lögstör reden we terug. Totaal vandaag 268 km. Al met al een goed bestede, mooie dag. 

  Vikingburcht Fyrkat

 

   

Hanklit

                                                Bovenop de Hanklit heb je een fraai panoramagezicht over het omringende, licht golvende land. De klit is best steil. 

 

Onder je ligt het strand van het meer, de Limfjord.

 ligt daar een fossiel?

 

  

           

  

Oude tectonische bewegingen hebben de aardlagen merkwaardig 'gevouwen' en dat komt hier mooi aan het licht. Wij kijken of we nog een mooie steen of fossiel kunnen vinden. 

 Het eiland Mors is heuvelachtig en vruchtbaar. Het hoogste punt, Salgerhøj, is 89 meter hoog. De noordkust van Mors is tamelijk steil en rotsachtig. Hier rijzen de Hanklit en de Feggeklit loodrecht uit de zee op. De 61 meter hoge Hanklit is een heuvel die uit verschillende lagen vulkanisch as bestaat. De Hanklit is ongeveer 55 miljoen jaar geleden gevormd. Bij de Hanklit worden ook fossielen gevonden uit deze periode. Op Mors zijn er daarnaast ook veel oude graven te vinden, die aantonen dat het eiland al lange tijd door mensen wordt bewoond. (Wikipedia).

 

 

 

 

 

 

Woensdag 18 aug. Rebild Bakker in de regen

 

Ook voor vandaag hadden we nog een tocht gepland, maar omdat het vandaag de hele dag hondenweer is, zijn we niet naar de kust van het Kattegat en Lille Vildmosse etc. geweest. Pas ’s avonds wordt het droog en dan breekt zelfs de zon er nog even door. Dan breken we maar snel de grote voortent af, hoewel die nog niet helemaal droog is. Vanmiddag zijn we in de stromende regen nog naar het Spilmand Museum in Skörping geweest, dat gevestigd is bij de Rebild Bakker; het museum gaat over muziekinstrumenten, de jacht en de bosbouw. We zien er ook een dia-documentaire over de geweldige novemberstorm van verleden jaar, 1981, waarvan wij de trieste en verbijsterende gevolgen overal onderweg hier in de omgeving al hadden gezien. Zelfs in het eeuwenoude Troldeskov zijn vele eeuwenoude beuken vernield. Vooral de naaldbomen zijn soms met hele velden tegelijk omgelegd, ontworteld of een paar meter boven de grond als luciferhoutjes afgeknapt. Het moet zoiets geweest zijn als de novemberstorm bij ons in, ik meen, 1974. In het winkeltje kochten we nog wat aardige dingetjes voor de thuisblijvers. ’t Was niet echt een geslaagde dag maar de enige echt verregende dag in vijf weken, dus, wat wil je nog meer als je naar Scandinavië gaat! 

 

Donderdag 19 aug. Naar Åbenrå en naar huis

 

We hebben vanmorgen de basistent nog net op tijd kunnen inklappen. Terwijl we de steuntjes indraaiden, barsten de eerste regenbuien al weer los en er zullen er vandaag nog vele volgen. We rijden via Viborg naar het zuiden. Op een parkeerplaats trekt R zich even achter de struiken terug en verstapt zich daar wat en verstuikt haar enkel. Ze kan er niet meer op lopen. Dat is natuurlijk erg lastig, als je nog met de auto naar de camping toiletten gebracht moet worden… Het is te hopen dat het morgen wat beter gaat. Het is morgen onze laatste dag, dus nog gelukkig dat dit gebeurt aan het einde en niet aan het begin van de vakantie. We staan na 253 km weer op dezelfde camping als op de heenweg: Lundtoft Skov Camping, iets ten zuiden van Åbenrå. 

 op Lundtoft Skov Camping

 

Morgen nog 470 km en dan zit het erop, de vakantie van 1982. In totaal hebben we deze vakantie 6530 km gereden. Dat is gemiddeld 200 km per dag ongeveer. We hebben dan ook erg veel gezien en beleefd. We zijn bijna vijf weken weg geweest, maar het lijkt nog langer. Het spijt ons niet dat het er nu op zit; dan kan R rustig thuis revalideren. Het meest bijzondere van deze vakantie was toch wel het uitzonderlijke weer dat we in Noorwegen hadden. Ik was al vaker in Noorwegen en Zweden geweest, maar als je dan een paar dagen zo warm en zonnig hebt, ben je al blij.  Nu was dat wekenlang eigenlijk bijna de regel. 

 

 

Ik heb dit verhaal bijna zonder te redigeren overgenomen uit mijn aantekeningen die ik in 1982 onderweg maakte. De 333 foto’s zijn gedigitaliseerde dia’s, genomen met een Asahi Pentax spiegelreflexcamera. 

 

einde van dit verslag

  

 juli 2011/ dec. 2014 

naar boven