|
Pagina 14 van 28
Woensdag 16 april Hoi An
Vandaag gaan we fietsen met H. H is een gewezen reisleider van o.a. Arcadia. Hij heeft nu een hotel gebouwd aan de andere kant van de rivier in Hoi An en is getrouwd met een Vietnamese. Hij verhuurt fietsen en gaat zelf mee als gids. Voordat het zover is, moeten we naar de boot lopen. Onderweg komen we een Boeddhistische begrafenisstoet tegen. Dat is een spektakel! Het lijkt wel carnaval. Het deed ons denken aan een Balinese crematiestoet. Maar ook hier is het einde van het leven niet het definitieve einde, integendeel, de kans om opnieuw te beginnen, dus voor rouw is niet veel plaats. Vandaar dat de stoet nogal uitbundig aandoet. We zien verschillende versierde auto's en karren. Ook een regelrechte carnavalsfiguur zouden wij denken. Zittend naast de kist slaat hij de trom. Compleet met nepbaard en zonnebril. Het hoort er allemaal bij. Hier wordt wierook gebrand op de auto.

Met enige vertraging lopen we door naar de boot. We worden overgezet naar The Lighthouse café en restaurant. We 'passen' de fietsen, er ligt een literfles water in het mandje dus dan kunnen we op weg voor een tocht van dik twintig km in vijf uur langs allerlei aardige plekjes met uitleg van H. We komen langs een visplaats en mini vismarkt, een begraafplaats. Overal zijn prima wegen en zelfs fietspaden.
Over de brug rijden we naar het schiereiland voor een kop koffie. We kunnen H allerlei vragen stellen over het land en H vertelt duidelijk en uitvoerig. Het communisme geeft hij nog een lang leven: er is geen alternatief en de mensen vinden het nauwelijks een issue, want ze krijgen het elk jaar beter. Vooral in Hoi An met zijn toerisme-boom. In vijftien jaar tijd is het stadje gegroeid van één hotel naar tientallen, van twee winkeltjes in stoffen naar tientallen. Dat brengt wel allerlei spanningen met zich mee, als jaloezie, en spanning tussen de jeugd die hiermee opgroeit en de oudere generatie die het allemaal niet zo snel kan bijbenen. De mensen zijn vrij om te zeggen wat ze willen maar voor kranten geldt die vrijheid om de regering te kritiseren niet. Er is censuur. En er is veel misbruik in de lagere echelons, veel corruptie. We maken dat zelf een keer mee als de chauffeur wordt aangehouden voor zijn papieren en hij er een paar briefjes van tig dong in stopt. Anders waren we lang opgehouden. Tja, dan doe je al wat. Vooral tegen het weekend schijnt de politie veel auto's op de manier aan te houden, om zo het salaris aan te vullen. Je bent overigens officieel strafbaar, meen ik, als je meegaat met dit soort praktijken. Maar als de politie corrupt is, wie moet er dan op toezien dat er geen smeergeld wordt betaald??

We komen langs een stukje huisindustrie waar mensen platte koeken van rijstmeel bakken en roosteren. Op rekken liggen ze in de zon te drogen. En op een lokale scheepswerf kijken we lang rond. Het is interessant. We mogen overal komen, alles fotograferen. Alles wordt op de werf zelf gemaakt en gemonteerd, ook de bouten en moeren draaien ze zelf.

Door de rijstvelden fietsen we verder. We komen langs garnalenkwekerijen. Een paar mannen zijn druk bezig om een poel uit te diepen met de hand. Erg zwaar werk in het water en de modder. Het landschap lijkt een beetje op ons groene polderlandschap. Alleen hier geen gras maar rijst. Het felle groen doet bijna zeer aan je ogen. Een sliert meisjes fietst langs op weg van school naar huis. (Ze krijgen op het platteland onderwijs in twee ploegen: 's morgens een ploeg en 's middags een andere. De leraren werken de hele dag. Dit systeem dient om het gebrek aan leraren wat te compenseren en om kinderen gelegenheid te geven mee te verdienen of mee te werken op het land.) Onderwijs is een hoge prioriteit voor Vietnam.
Langs de grotere weg waarlangs we terug naar het stadje fietsen, hangen mooie propagandaborden aan de elektriciteitspalen. Ik heb er een paar gefotografeerd.
We fietsen weer terug naar het hotel van H en Linh, zijn echtgenote, waar we een lunch van broodjes en soep eten. We hebben een mooi uitzicht op de rivier met alle bedrijvigheid. We zitten heerlijk, half buiten te genieten.
We zien ook de lokale tempel, met een unieke lotus-toren.
Daarna lopen we via een van de bruggen terug naar het stadje. Natuurlijk brengen we flink wat tijd door op de markt. Ook het oude centrum van het stadje doorkruisen we in elke richting. Bij de BamBoo-shop die K ons aanbeval, kopen we beiden een mooi T-shirt. Dat van mij heeft een afbeelding van Vietnam op de achterzijde. Je kunt wel merken dat het hier erg toeristisch is. Je wordt op straat erg vaak aangeklampt door verkopers en verkoopsters, die nogal vasthoudend zijn als je maar enige sjoege geeft. Niet aankijken dus, geen Engels spreken en beleefd maar overtuigd en glimlachend zeggen dat je het product niet hoeft. Het gaat om pinda's, vruchten, zonnebrillen, tja, bedenk het maar. Een verkoopstertje komt ons een paar keer tegen en als ze ons voor de derde keer iets aanbiedt, moet ze er zelf wel om lachen. Natuurlijk bekijken we de Japanse brug en daarachter is een wat minder toeristisch gebied waar het heerlijk wandelen is. De Japanse brug is een soort Rialto-brug maar dan korter en eh ja, Japans in plaats van Italiaans. We kijken toe hoe een veerboot volgeladen wordt met motors en mensen. Daar gaat heel wat op zo'n boot!

We drinken wat op z'n tijd en tegen de avond gaan we eten in een klein restaurantje aan het water. We zitten op een piepklein balkon. Om er te komen moeten we door de woon-slaap-eetkamer van de familie. Maar we hebben een sprookjesachtig uitzicht als de lichtjes aangaan en het eten is heerlijk. We eten vis op bananenblad, garnalen met ui en gember, gebakken rijst (nasi) en vers vruchtensap erbij, alles voor 151.000 dong voor ons beiden (zes euro).
Daarna lopen we naar de beste patisserie van Vietnam (volgens K) en drinken daar vier cappucini en eten er twee passievruchtgebakjes bij. Dat kost dan 138.000 dong. Tja, dat laatste zijn toeristenprijzen. Maar zelfs dat is nog goedkoop voor onze begrippen.
Dan moeten we nog teruglopen naar het hotel en dat is best een eind lopen na zo'n lange dag. We mailen nog even met/ naar Marije, ik haal de was op van de receptie en breng de nieuwe was weer weg, ga lekker douchen, houd mijn reisaantekeningen bij en dan is het tien uur geweest. We zijn vandaag 12 uur achtereen op pad geweest! Nu is het welletjes. Lekker slapen.
|