Jan Metselaar, militaire dienst 1925 en mobilisatie 1940; en het thuisfront - Het oorlogsdagboek, 10 t/m 14 mei 1940, van kapitein M.L. van Nispen, commandant van het 2e Autobataljon, 2e compagnie van het II Legerkorps

by Lammert
Hits: 5939

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

 

 

Het oorlogsdagboek, 10 t/m 14 mei 1940,  van kapitein M.L. van Nispen, commandant van het 2e Autobataljon, 2e compagnie van het II Legerkorps 

Van Nispen was reserve-kapitein van het Korps Motordienst (KMD), waarover elders op deze webpagina meer. Hij was in de meidagen van veertig commandant van de 2e Compagnie van het 2e Autobataljon, dat op zijn beurt weer deel uitmaakte van het 2e Legerkorps (L.K.). De compagnie was gelegerd in Doorn. Mijn vader, Jan Metselaar, zat als gemobiliseerd korporaal-chauffeur in de 3e sectie van deze 2e compagnie. 

De Luitenant-Generaal en Adjudant in buitengewone dienst van de koningin én commandant van het Veldleger, J.J.G. baron van Voorst tot Voorst, had in een –als ‘geheim’ gekwalificeerd document- op 29 mei 1940 gelast dat de commandanten te velde een ‘gevechtsbericht’ op papier moesten zetten, waarin ze de toestand in de oorlogsdagen vastlegden, zoals zij die in hun eenheid hadden ervaren. Van Nispen voldoet uiteraard aan dat bevel. Van het NIMH, het Nederlands Instituut voor Militaire Historie, onderdeel van het Ministerie van Defensie, heb ik kopieën gekregen van het bericht dat Van Nispen opgesteld heeft. Hieronder zal ik daaruit een en ander uitlichten en zoveel mogelijk citeren, om een idee te geven wat de compagnie waarin mijn vader diende, in die oorlogsdagen meemaakte. 

 

Het document telt vijf pagina’s waarvan de laatste een register bevat van de ‘Ontvangen Vervoeropdrachten’. De kopieën zijn –op één pagina na die gewoon zwart op wit is- witte tekst op zwarte ondergrond; de tekst is hier en daar slecht leesbaar en soms is de rand iets te zuinig afgesneden. Niet nu bij het kopiëren maar destijds al. Van de webredacteur van Stichting De Greb, de heer Groenman, had ik al de verslagen van de 3e en 4e sectie ontvangen. Wat bleek nu: het verslag van de 2e sectie is hetzelfde als de andere verslagen. 

Het document is een ‘gereconstrueerd dagboek van de oorlogsdagen 10 t/m 14 mei 1940’. Van Nispen merkt op dat hij gedurende de oorlogsdagen geen officieel dagboek heeft bijgehouden, omdat dit volgens de voorschriften voor de Velddienst niet hoeft. Het II Autobataljon was steeds in Doorn in Utrecht in zijn geheel geconcentreerd, zelfs de keukenauto’s waren daar, zodat ‘van een zelfstandige eenheid geen sprake was.’ Vandaar natuurlijk ook dat Van Nispen met hetzelfde verslag kon volstaan. Van Nispen merkt op dat hij dit document heeft samengesteld zonder details aan zijn officieren en onderofficieren te kunnen vragen. 

(In de citaten houd ik de spelling van het origineel aan, inclusief kennelijke taal- of spelfouten.) De kop luidt: 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

‘OORLOGSDAGBOEK (P42) van den reserve-kapitein Korps Motordienst M.L. van Nispen, Commandant  van de 2e Compagnie  van het II Auto-Bataljon bij II. Legerkorps te Doorn. U. ‘

                    

‘Naar aanleiding van een desbetreffend verzoek tot het indienen van een gereconstrueerd dagboek van deoorlogsdagen 10 t/m 14 Mei 1940 heb ik de eer Uw Excellentie dat hieronder summier te doen toekomen. 

Voorop stel ik dat door mij gedurende de oorlogsdagen officieel geen dagboek werd aangehouden, aangezien punt 6f van het Velddienst voorschrift I duidelijk zegt, dat bij de Cie. ingedeeld in Bataljonsverband , dat niet behoeft. Het II Auto-bataljon was steeds te Doorn. c.a. in zijn geheel geconcentreerd; zelfs mijn keukenauto’s waren bij die der overige Cien in bat.verband verzameld, zoodat van een zelfstandigheid geen sprake was. 

Beschikkend over de gegevens, die mij op dit moment ten dienste staan en dus geen gelegenheid hebbend details bij de uitvoering der transporten van mijn o.h.officieren te vermelden, moge ik Uw Excellentie beleefd het volgende mededeelen.’

‘In den nacht van Donderdag 9 op Vrijdag 10 Mei 1940 te circa 1.00 u werd ik door den 2e luitenant  G. Harkema, die met mij in de villa “de Koppel” te Doorn bij mijn wagenpark was ingekwartierd, gewekt en (hij) deelde mij mede het bericht dat alle sectie-cdn. zich alarmbereid moesten houden. Het zal ongeveer 3.30 u zijn geweest dat ik de mondelinge mededeeling heb gekregen dat Duitse troepen de Rijksgrens waren overschreden en derhalve de oorlogstoestand was ingetreden waarvan de bedrijvigheid in de lucht langzamerhand het bewijs leverde.’

‘Persoonlijk gelastte ik de reeds verstrekte munitie-voorraad aan te vullen, de magazijnen te vullen, de mitrailleurs gevechtsklaar te maken en de eventueel nog niet gemonteerde verduisteringshoezen om de koplampen der auto’s aan te brengen. De sectie huifauto’s werd geconsigneerd om desgewenscht onmiddelijk (sic) voor troepenvervoer uit te kunnen rukken. Inmiddels deed ik nog de  baraktenten, die door hun opvallendheid van uit de lucht m.i. een geschikt oriëntatie-punt konden geven, strijken en liet de auto’s en mijn bureau-barakje met verse takken uit het bos camoufleren; een ontbrekend motorrijwiel werd alsnog aangevuld.’

‘De 2e compagnie was paraat en wachtte rustig de dingen af, die komen zouden; een officier of vaandrig werd bij  toerbeurt aangewezen om dag en nacht het telefoontoestel, aangesloten aan de Centraalpost, te bedienen en de transportopdrachten in het daartoe door mij aangelegde register te verzorgen. Van dat register geef ik hierbij als bijlage een afschrift; het geeft in chronologische volgorde de vervoeren aan.’

‘Den Commandant van het Veldleger’

-----------------------

 ‘Op 10 mei heeft dus een vervoer van 11 R.I. plaats; assistentie van mijn manschappen bij een bosbrand op de Julianaheuvel in de Kaapsche bossen, vermoedelijk door een brandbom; hulp aan de 4e compagnie bij het munitie-vervoer (…).’

(Hier somt de kapitein wat werkzaamheden op. Vervolgens komt er een mededeling waarin men enige frustratie proeft over de gang van zaken en waaruit de lezer een beetje kan opmaken dat men improviseerde in deze dagen en dat het niet altijd ging zoals de kapitein het zich in ieder geval had gewenst. LM) 

‘Bij de inlading van dit laatste transport nabij Amerongen ben ik persoonlijk aanwezig; de oplading van de keukenwagens –waarop de geheele colonne moet wachten- gaat niet vlot en ik dring bij de troepencdt. Op bespoediging aan, teneinde mijn motormateriaal weer spoedig terug te krijgen; deze laatste 5 wagens belanden met 1 sergeant en 7 chauffeurs tenslotte in Rotterdam en aangezien de Cdt. Ze niet meer afstaat zie ik het personeel en materiaal niet meer terug.’

 ‘Zaterdag den 11 mei moeten er 800 rijwielen (blijkbaar van de geëvacueerde bevolking uit Veenendaal*) in de buurt van Remmerden en Elst worden opgehaald; de vaandrig belast met het vervoer deelt mij mede, dat het er wel 5000 zijn; ik laat deze fietsen zo goed en zo kwaad onder de boomen van mijn wagenpark Schoonoord opbergen.

De overige vervoeren gaan volgens plan.’ (*toevoeging van de kapitein zelf, LM).

‘Zondag den 12 Mei wordt mijn Cie. troepenvervoer opgedragen; dit was klaarblijkelijk het vervoer van de N.C. van 11 R.I. vanaf het vakantie-kolonie-oord (z.g. de Bliskap*) naar de O. gelegen stellingen in de Grebbelinie. Persoonlijk rijdende op de weg van Amerongen naar de Bliskap zie ik de mij bekende commandant (kapitein V.d. Ven) reeds in Z. richting aanmarscheeren terwijl de auto-colonne hem reeds in N. richting was gepasseerd. Na getelefoneer door den luitenant-colonne-commandant met Bat.bureau werd medegedeeld dat de auto’s wel weer konden inrukken. Ik begreep dat hier een misverstand in het spel was en liet de M.C., die al vermoeid was en in de bosschen had overnacht, met de keukenwagen alsnog opladen en het geheel door een nieuwe binnenweg over de Amerongse berg naar de stelling vervoeren. Naar ik achteraf hoorde, bleek deze Cie. hieraan haar behoud  te hebben te danken want het reeds gepasseerde terrein werd daarna onder vijandelijk vuur genomen. (* toevoeging van de kapitein zelf). 

Dit vervoer had overigens plaats onder beschieting met mitrailleurs vanuit vliegmachines; wielrijderstroepen lieten bij het dekking zoeken onder het hout hun fietsen midden op den rijbaan liggen, waardoor voor de auto’s een en ander zeer bemoeilijkt werd. Een mijner motorordonnansen botste wegens belemmering van uitzicht door stofwolken tegen een vrachtauto (…).’

Deze zin lijkt niet af. Er staat geen punt. Waarschijnlijk is hier een regel ‘afgeknipt’ bij het kopiëren of afsnijden of wat dan ook. Pagina 3 vervolgt: 

‘Op dien middag rijd ik door naar Remmerden en moet evenals de in O. richting oprukkende Infanterie eenige malen dekking zoeken aangezien de hoofdweg naar Rhenen door vijandelijk mitrailleurvuur wordt bestookt. Overigens troepenvervoer voor troependetachement II L.K.  en Politie-troepen. 

Maandag 13 mei. Troepenvervoer voor Cdt. Troependetachement volgens persoonlijke aanwijzingen. 

Des namiddags ontvang ik het bevel om mijn autocompagnie onmiddellijk gereed te maken voor afmarsch naar Linschoten. (13 Mei, 13.45 schriftelijk). Een afschrift met de marschroute stel ik aan mijn ondercommandanten ter hand. Met grooten spoed wordt daaraan gewerkt; alle wapenen, intendance, goederen, administratieve bescheiden zijn inmiddels opgeladen; een 4-tal defecte vrachtauto’s worden verder door de demontage van onderdelen onbruikbaar gemaakt; de benzinepomp wordt zooveel mogelijk leeggehaald en afgesloten. 

Tegen 17.oo u melden wij alle 5 sectiecdn., cdt. herstellingsploeg en cdt. Korpstrein dat alles vol getankt op de gebruikelijke opstellingsplaatsen ter afmarsch gereed staat. Het bericht wordt doorgegeven aan Cdt. II Aut.bat. waarna het schriftelijke bevel tot den afmarsch over Driebergen, Odijk, Bunnik, Utrecht, Z.Jutfaas, Achthoven, Montfoort naar Linschoten komt. 

Inmiddels kan ik geen verbinding met de centraalpost II L.K. meer krijgen; ik laat de telefoontoestellen dan maar opladen en de verbinding met mijn motorordonnansen onderhouden. Vervolgens deel ik de juiste afmarschtijden, te beginnen met de 1e sectie om 17.50  tot 18.30 aan de onder-cdn. mede. Precies om 17.50 geef ik persoonlijk nabij het postkantoor te Doorn het teeken tot den afmarsch aan den oudsten luitenant-sectiecdt. De 2e cie. rijdt in volmaakte orde af. Ongeveer 18.10 rijd ik zelf naar voren, na een motorordonnans bij hotel Pabst te hebben achtergelaten, die geen bijzonders vermeldt. Bij den afmarsch vanuit Doorn komt mij de burgemeester, Bar. Van Nagell, tegemoet en verzoekt mij een groot aantal arrestanten mede te nemen, waartoe ik aanvankelijk niet bereid ben. Ik verwijs hem daartoe naar het Troependetachement en de Commandant van de Mil. Politietroepen, die deze menschen w.o. zonder mijn voorkennis mijn d.d. menagemeester –in arrest heeft doen stellen en er m.i. voor heeft te zorgen. 

Na verschillende secties van mijn compagnie op de voorgeschreven route te zijn voorbijgereden, passeer ik Utrecht en zie tot mijn verbazing de kapitein cdt. Pol.tr. op een kruispunt als verkeersagent fungeeren. 

Vervolgens rijd ik met mijn beide motorordonnansen de marschweg verkennend over Jutfaas, Achthoven, Mastwijk, naar Linschoten, alwaar het terrein mij zeer goed bekend is. Ik begeef mij stante pede naar den burgemeester om hem als eerste van den aankomst van het Auto-bataljon te verwittigen. Van mijn plaatselijke kennis maak ik gebruik om mijn compagnie in de omgeving van het kasteel onder te brengen, alwaar het omringend hoog geboomte een uitnemende dekking biedt tegen waarneming vanuit de lucht; alhoewel het gebouw voldoende ruimte  voor de 280 man biedt, prefereer ik voor legerruimte eenige boerderijen in de omgeving, want licht en drinkwater ontbreken. 

Tot mijn uiterste verbazing zijn de Doornsche arrestanten alsnog op de laatste wagens door de burgemeester meegegeven en ook op het kasteel gearriveerd; mij wordt door een sergeant die blijkbaar de laatste kantonnementswacht had, een bundeltje bescheiden en paspoorten overhandigd. Ik ontsla mijn korporaal-menagemeester en zet hem achter de kookfornuizen. De rest gaat den volgenden morgen met papieren op transport naar Gouda. 

Overigens was het ongeveer 3.30 van de daarop volgenden nacht voordat een en ander geheel in orde was; immers de smalle wegen waren vrijwel afgesloten en verschillende onderdeelen van andere compagnieën hadden zich vermengd. De concentratie van een dergelijk groot aantal auto’s in dit terrein en op deze wegen was m.i. uit een militair oogpunt zeer aanvechtbaar. Het was een groot geluk dat voor het eerst de lucht bedekt was en de vijandelijke vliegmachines ons overigens op de aftocht ongemoeid lieten, anders ware de ramp niet te overzien. Het duurde dan ok niet lang of de auto-cien waren door dirigeering naar andere steden uit den muizenval. 

Dinsdag 14 mei. Vervoer van 1 cie. P.tr. te Lopik/Jaarsveld. De betrokken sectie-cdt. komt onverrichterzake terug. 

Zware rookwolken met asresten drijven ’s middags uit de richting van Rotterdam. 

Om circa 16.30 ben ik te Montfoort; ik moet met mijn chauffeur dekking zoeken in een gebombardeerd huis wegens mitrailleur-beschietingen; bedrijvigheid in de lucht. Na terugkeer deelt mij de Cdt. Verbindingsafd. II.L.K. (de kapitein Bosman) mij (sic,LM) mede dat Nederland gecapituleert (sic, LM)  heeft. Ik kan dit bericht niet geloven en verzoek hem mij telefonisch met Cdt. II L.K. in verbinding te stellen, hetgeen in het raadhuis gelukt; van den kapt. Wensink krijg ik de mondelinge bevestiging. Op den weg naar Linschoten deel ik dat mede aan een gedeelte Staf VIII Div. en vervolgens aan Cdt. II Aut.Bat. die reeds op de hoogte is. 

Vervolgens haast ik mij naar het kasteel, laat de compagnie in zijn geheel verzamelen en spreek de officieren, onderoff. en manschappen toe. Het personeel gedraagt zich volkomen disciplinair. 

Woensdag 15 mei. Inneming der wapens en munitie. Transport van 1350 geëvacueerden over IJselsteyn, Vreeswijk, Vianen Culenborg (sic, LM) naar hun gemeente Zoelen. Een motorrijwiel blijft in Zoelen achter. Een korporaal met een ander ordonnans op de duo, schriftelijk opdracht gekregen hebbende deze op te halen, worden met nog 2 andere motorordonnansen krijgsgevangen gemaakt. Ik ontvang eenige dagen daarna telegrafisch bericht dat zij op doorreis te Arnhem zijn aangekomen. “

“II Auto Bataljon Heemstede, 23 juni 1940,

De kapitein c.cdt 2e compagnie,

(w.g.) M.L. van Nispen

 

 

Vervolgens nog het 

“Afschrift Register Ontvangen Vervoeropdrachten”

 



 

© Lammert Metselaar, februari 2016

naar boven