Mijn tijd in militaire dienst - Keizersveer

on 20 oktober 2015
Hits: 8162

 

 

 

Van Breda naar Keizersveer

Zo kwam er een eind aan het verblijf in Breda. De volgende twee maanden zou ik opgeleid worden voor radiotelefonist. Dat gebeurde in het artillerie opleidingscentrum in de Pontonnierskazerne in Keizersveer. Ik moest eerst op de kaart opzoeken waar in vredesnaam Keizersveer lag. Het bleek een plaatsje te zijn bij Geertruidenberg, en Hank aan de overkant van de brug over de Bergsche Maas. Er is geen kazerne die zo grondig is opgeruimd als deze, lees ik op internet. Niets is er nu nog van over. Er is nu een industrieterrein. Toen stonden er tegen de achtergrond van de brug een aantal rechthoekige gebouwen en in één ervan vonden wij onderdak. Wat reizen betreft was het geen vooruitgang. Ik moest zondagsavonds een trein eerder weg, want in Breda kon ik dan net nog de laatste bus naar Raamsdonksveer/ Keizersveer halen. Daar kwam ik dan in het holst van de nacht aan. 

  'ons' gebouw van de nu verdwenen Pontonnierskazerne  van Keizersveer 

Kamer 55 van het C-Spec.bt. 2e pel. 

 

De jongens met wie ik nu op de kamer kwam te liggen, waren meer van eenzelfde achtergrond. Er waren verscheidene onderwijzers-in-spe bij, die dus dezelfde opleiding hadden gedaan als ik. Het was een plezierige club. We konden het goed met elkaar vinden. Hier kregen we nog veel meer theorie en kregen we zelfs huiswerk. We werden zelfs ook overhoord over onze kennis, soms ook schriftelijk. Ik was dan wel eens wat recalcitrant. Schreef dingen op die niet fout waren, maar een beetje… recalcitrant dus. Voor het communiceren via de radio gelden nogal wat procedures en wordt veel jargon gebruikt, veelal Engels, of steenkolenengels. Daar lever ik wel eens commentaar op in mijn proefwerkjes. Ik werd er een keer op aangesproken door onze wachtmeester. Maar die was zelf ook dienstplichtig, dus ach, die had ook wel begrip voor ons. 

Soms moesten we oefenen met draagbare radiosets. Die waren niet van een geweldige kwaliteit, had ik de indruk. Natuurlijk leerden we het NATO-spelalfabet en pasten dat ook toe. We moesten snel kunnen spellen en dat vond ik nog best lastig in het begin. Soms hadden we een mars of een soort puzzeltocht in het prachtige rivierenlandschap. Een keer liepen we door het prachtige rivierengebied naar Hank, waar een van de jongens van onze kamer woonde en dronken daar bij zijn ouders thuis in diensttijd een kopje thee. Het was voorjaar en we hadden er, vind ik, een mooie tijd. Overigens heb ik later niet veel met de radio gewerkt. 

  een uitrukoefening met de VRC 17, een radioset in een eentonner. Met de maten Leen en Pierre (onder)

   

 Leen, Pierre, Arie en Piet   

Soms moest je oefenen met een mobiele d.w.z. draagbare set. 

 

     3 x ik

Links met de draagbare set oefenen.         Op de foto rechts zie je al dat ik hier een 'campinggasje'  'georganiseerd' heb. Eten uit een noodrantsoen. 

Van Heutsz komt!

Eens was er nogal paniek in de kamers op onze gang. Er werd gezegd -en bevestigd door onze leiding- dat een compagnie van Van Heutsz die avond zou arriveren om bij te komen van maandenlang dienst bij atoomsites in Nederland. Het was toen een publiek geheim dat er in ons land opslagplaatsen waren van nucleaire wapens. Het simpele en vooral eentonige bewakingswerk van die plekken was opgedragen aan het regiment Van Heutsz. Officieel heetten ze Infanterie Beveiligings Compagnieën (afgekort IBC's). Deze eenheden werden vooral belast met 24-uurs beveiligingstaken op en rond allerlei militaire complexen en waren hierdoor niet erg populair. Sterker nog: als wij horen dat ze in onze kazerne zouden bijkomen van de stress van uren, vaak in het donker, op wacht staan met scherpe munitie in je wapen, komen de sterke verhalen los. De jongens van Van Heutsz zouden dan zo doorgedraaid zijn, dat ze een hele kazerne konden verbouwen. Ons werd aangeraden alle spullen op te bergen, kasten op slot te doen en vooral je niet provocerend te gedragen als je een van hen zou tegenkomen. Je moest ze vooral niet aanspreken met ‘kippenneuker’ want dat zou niet goed vallen. Ze werden zo genoemd omdat in hun oude baretembleem een kemphaan stond afgebeeld. Typisch geval van soldatenhumor dus, want wat een kemphaan met een kip te maken heeft, ontging mij. Omdat dit gespot toch de goede naam van het regiment schade toebracht, werd dit embleem later gewijzigd in een soort zon rond een onduidelijk wapentje. 

Enfin, wij dus alles stormvast opbergen en de kamerdeur in de gaten houden. Uiteindelijk bleek het een van de talloze sterke verhalen te zijn. We hoorden op een gegeven moment wel rumoer en gedoe, maar het ging in ieder geval onze deur en onze gang voorbij. 

Ach, afgezien van dat het zo’n verschrikkelijk eind weg was (half uur fietsen naar de trein, ruim drie uur in de trein, drie kwartier in de bus), afgezien van dat ik mijn vrijheid miste, afgezien van de schamele wedde die we ontvingen, afgezien van het eten dat best redelijk was maar niet als bij moeder thuis, en nog zo wat, had ik best een leuke tijd in Keizersveer. We hadden onderling als manschappen een gezellige club. 

 met de maats op de kamer; hier nog stapelbedden. 

 

naar boven