Vroege jeugd en kinderjaren - Een zelfgebouwde elektromotor

by Lammert
Hits: 20227

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

 

Hobby’s

Ik deed van alles als hobby. Eens kwam mijn broer thuis met een praktisch compleet pakket voor het bouwen van een zweefvliegtuig van balsahout. Iemand wilde er vanaf. Ik heb het vliegtuig gebouwd en beplakt met speciaal heel dun papier dat meegeleverd was. Het was een enorm karwei want al zou je het niet zeggen: het model bestaat uit heel veel houten onderdelen! Het ding heeft ook nog 'gevlogen'. 

Elektriciteit

Knutselen met elektriciteit was een van mijn hobby’s. Natuurkunde vond ik een interessant vak op school en in de beginjaren van de Kweekschool (eigenlijk de latere havo-onderbouw met nog niet beroepsgericht onderwijs) wist mijn natuurkundeleraar mij over te halen een abonnement te nemen op Archimedes, een blaadje waarin natuurkundige weetjes en artikelen stonden maar ook soms proefjes die je kon nadoen en dingen die je kon bouwen. (Archimedes, tijdschrift natuurkunde, scheikunde en sterrenkunde). Zo heb ik eens een periscoop gebouwd, simpel met een paar goedkope scheerspiegeltjes en karton. Daarmee kon je om een hoekje kijken. Je had er niks aan, maar ’t was leuk als het bleek te werken. 

In de schuur achter ons huis bewaarde mijn vader van alles wat hij niet weg kon gooien. En dat was heel wat.  Ik heb dat trekje vast van hem geërfd overigens. Ik vond daar koperen klemmetjes die, zo vertelde mijn vader, in de oorlog gebruikt werden om batterijen aan elkaar te koppelen voor de clandestiene radio die ze destijds onder de vloer bewaarden. Over die radio heb ik helaas nooit veel gehoord; over de oorlog werd eigenlijk nooit gesproken in de na-oorlogse jaren. Of ik heb het gemist als kind, dat kan ook. Maar ik dacht over die klemmetjes: wat toen kon, kan nu ook. Dus ik kocht een stuk of vier platte Witte Kat batterijen. Zo’n batterij bestond eigenlijk uit drie 1,5 V cellen aan één gesloten in serie dus de batterij leverde 4,5 V. Als je vijf van zulke batterijen parallel verbond, dus alle gelijke polen met elkaar, dan kreeg je een forse stroomsterkte. Ik zaagde en lijmde er een passend bakje voor van triplex en zo had ik een aardige stroombron. 

In die schuur vond ik ook twee oude trafo’s. De ene bleek nog te werken. Voor het zo ver was, was de stop beneden in de elektriciteitsmeter (die zat pontificaal in de woonkamer!) wel een paar keer doorgebrand, maar na wat opnieuw isoleren en schoonmaken bleek het ding goed te werken. Je kon zelfs verschillende voltages kiezen. Daarmee heb ik veel geëxperimenteerd. 

Een zelfgebouwde elektromotor

  

Met uiterst simpele materialen bouwde ik een elektromotor die, zoals je op de foto hieronder ziet, nog steeds snort als een naaimachientje.

 

 

De andere trafo was kapot. In “Archimedes” had ik gelezen dat je zelf een elektromotor kon bouwen. Ik moest wel improviseren, want het mocht niets kosten. Zakgeld had ik maar heel weinig. Nu had ik voor een elektromotor het belangrijkste onderdeel te pakken: het dunne koperdraad. Ik sloopte de trafo en begon de dunne koperdraad af te winden. Dat was een lastig karwei want het dunne koperdraad draaide en kringelde alle kanten op als je het afwond. Je moest er nog voorzichtig mee zijn ook, want de isolatie bestond uit een uiterst dun laagje van een soort lak. Als dat beschadigde was mijn draad waardeloos. Het is me gelukt om de vele meters draad af te winden. 

Eerst construeerde ik nu een elektromagneet, gewoon om te kijken of dat werkte. Een heel dikke spijker, omwonden met het dunne koperdraad. Stroompje erdoor en het werkte als een… echte magneet. Spijkertjes vlogen er op af.  

Dan de motor. Daarvoor kwam wat meer improvisatietalent en inventiviteit kijken. 

Met behulp van onderdeeltjes van mijn meccanodoos monteerde ik op een asje een paar 

└------┘vormige metalen strips. Daaromheen wond ik de koperdraad, het zo uit mikkend dat op elke van de vier uiteinden ongeveer even veel koperdraad kwam te zitten. Dat lukte bij benadering. De beide uiteinden van de draad maakte ik geïsoleerd vast tegen het asje. Rechtop staand, simpel met wat plakband.  Ik had in mijn meccano- en knutseldoos twee stukken permanente magneet liggen. Die had mijn broer eens gevonden bij de VAM toen hij daar werkte. Kennelijk onderdeel geweest van een grotere elektromotor. Die beide stukken magneet monteerde ik op een paar plaatjes met behulp van meccano-onderdelen. Nu moest ik het asje met de windingen nog in een soort lager kunnen laten draaien. Dat heeft een paar dagen geduurd voordat ik daar een oplossing voor had. Een metalen knopje van een oude balpen dat net om het asje heen paste, een plastic voetje dat ik ergens vond, waar dat knopje weer in paste. Wat plakband en een heel klein kogeltje uit een balpen dat weer net in het metalen hulsje paste; dat alles samen vormde een bruikbaar ‘lager’. Nu moest ik de stroom (gelijkstroom van de batterijen) nog door de windingen zien te krijgen. Langs de bovenkant van het asje spande ik twee draden die van de batterijen kwamen, met een ongeïsoleerd stukje dat net tegen de twee uiteinden van de spoeldraad kwam. Dat waren als het ware de koolborstels die de stroom van de vaste draden in de windingen op de spoel moesten brengen. 

de overbrenging van de stroom uit de vaste draad naar de draaiende spoel; uiterst simpel maar het werkt!

 het 'lager'

 de magneet en de batterijen  

Het was een spannend moment, toen ik de stroom aansloot. De eerste keer gebeurde er niets. Alles nog eens langs gelopen. De constructie moest toch kloppen. Toen ik het asje met de hand wat draaide, vonkte het ineens tussen de draden. Dan was het alleen een kwestie van misschien wat smeren, wat beter afstellen, de magneten nog wat dichter bij de windingen manoeuvreren. Nog eens geprobeerd. Het draaide! Ik moest het asje met de spoel wel even over het dode punt helpen, maar eenmaal over dat dode punt (het lager werkte niet optimaal natuurlijk) draaide het motortje als een tierelier. Je hebt er niks aan, maar het feit dat ik dit zelf had uitgedacht en gebouwd, én dat het werkte, vervulde me met grote voldoening. 

De helemaal zelf uitgedachte en gebouwde elektromotor staat nog steeds op mijn studeerkamer en hij werkt nog steeds prima. 

Zo heb ik ook eens geprobeerd een microfoon te bouwen met minimale middelen. Twee membranen van folie van zilverpapier uit een pakje sigaretten waar ik het papier af had gebrand. Koolstofpoeder had ik geschaafd van de koolstofstaafjes die ik uit oude batterijen had gesloopt, en dan een elektrische stroom erdoor. Aansluiten op een luidspreker. De bedoeling was ongeveer dat geluid het koolstofpoeder zou vervormen; daardoor zou de stroom die daardoor ging ook veranderen, wat dan in een luidspreker hoorbaar gemaakt zou moeten worden. Maar dat werkte niet. Dit was duidelijk een brug te ver. 

Simpeler dingetje was een bel, waarmee mijn moeder me kon roepen voor het eten of ’s morgens kon wakker maken. Knopje beneden, belletje en trafo boven op mijn kamer. Kon moeder niet roepen dan? Of had je geen wekker? Jawel, maar dit was leuker. 

Toen de buurvrouw meer zorg nodig had, legde ik een belsysteem aan tussen hun woning en de onze. De afstand was wel 50 meter. De draad groeven we in de grond; het was maar zwakstroom. Het heeft goed gewerkt; de buren hoefden maar op de knop te drukken en bij ons ging een belltje. Een paar keer heeft het systeem mijn moeder op tijd gealarmeerd om de mantelzorg bij de buurvrouw te verlenen. 

 

naar boven