Mijn jaren op de Hervormde Kweekschool Assen - Herinneringen van Annemiek

on 20 oktober 2015
Hits: 11030

 

Herinneringen van Annemiek

Bij mij gebeurde hetzelfde als bij jou, Lammert. Ik wilde graag “juf” worden. Ik speelde als klein meisje al “schooltje” met mijn poppen en ik had verder geen andere wens. Goed, ik doorloop de Mulo, heb daar enorm veel plezier en zal daarna naar de Kweekschool gaan. Nu had Groningen er twee. Een ( zoals jij zo mooi zegt) “gristelijke”, en een openbare. Die laatste kwam “nicht im Frage” en de “gristelijke” werd overheerst door de Gereformeerden en daar zou ik mij volgens een paar vrienden van mijn moeder niet gaan thuis voelen. “Doe haar maar naar Assen! Een geweldige school, niet al te groot en met een goede reputatie.” Aldus geschiedde.

Nu had je in die tijd nog geen “open dagen” dus je schreef je in en zag wel hoe het was. Mijn cijfers op het eindexamen Mulo waren van dien aard dat ook ik in aanmerking kwam voor een beurs. De helft renteloos voorschot en de andere helft “vrije gift”. Het betekende altijd bij het krijgen van een rapport éérst het gemiddelde uitrekenen in verband met de toekenning van de beurs, en dán pas kijken “wat je had” voor elk vak. Later werd het 1/3 terug betalen en 2/3 vrije gift. Mijn totale schuld ná de kweek was 2600 gulden. Terug te betalen over 10 jaar. 260 gulden per jaar en pas beginnen 2 jaar ná het slagen. Voor mijn moeder was het een mooie aanvulling, want zij moest na het overlijden van mijn vader hard werken. Ze was coupeuse en naaide altijd voor andere dames. Van haar heb ik “het naaien” met de paplepel ingegoten gekregen, net als de liefde voor het handwerken...en de klassieke muziek. Ze was daardoor altijd thuis en ving mij op na schooltijd met een pot thee en dan moest ik vertellen... We hebben samen gelachen en gehuild en mam wist alles van school.

Nieuwe ervaringen

De eerste dag kom ik naast Albertje te zitten. Dat hebben we vier jaar volgehouden! Ik heb nog steeds contact heb met Ally, zoals ze nu heet. 

Nieuwe gezichten, andere leraren, een andere sfeer maar de klas was leuk. Ik voelde wel eens iets van “jaloezie” omdat de hele klas rechts af ging op het perron en ik als enige links af. Twee andere Groningsen kwamen met de bus uit Stadskanaal, dus die waren ook altijd samen. 

De leraren Wubs en Kattenberg hadden niet echt mijn sympathie net zo min als die van jou.  Wubs liet je gaten graven in de bodem, waar dan ook en kon je voor de klas echt voor schut zetten. Kattenberg was een praatjesmaker en inderdaad, waar we nooit over hadden gehoord, werd ons op een proefwerk gevraagd, tot groot ongenoegen van de hele klas.

Muziek bij Makkes...voor mij een heerlijke onderbreking van de schoolsleur. Ik heb nog bij Makkes gezeten als hij orgel speelde in de Martinikerk in Groningen. Machtig om te zien en mee te maken.

De andere muziekleraar Van Meurs had een zoon die ook leraar was op de Kweek. Wat hij precies gaf weet ik niet meer, ik vermoed biologie. De goede man werd zó vreselijk gepest, ook in onze klas, dat hij op een gegeven moment met fladderend colbert met te korte mouwen door de gang rende (niet na een les bij ons overigens) en we hebben hem nooit meer gezien! Eigenlijk afschuwelijk dat wij als jonge mensen van rond de 18 dit overhoop gehaald hebben. En dan wilden wij een paar jaar later de jeugd gaan vertellen hoe ze zich moesten gedragen? Ik heb mij daarover geschaamd en heb er ook nooit aan mee gedaan.

Van Dulmen als tekenleraar. Ik vond het heerlijk bij hem, hoewel ik niet echt goed was in tekenen.

Masker

Meeldijk: oneerbiedig gezegd “een droogkloot”.  Humor had de beste man niet en dan dat eeuwige gepruts met waardeloos materiaal! Ik kan er nóg nachtmerries van krijgen. Hoewel…, er gebeurde iets waar ik inwendig nog steeds om kan lachen. We moesten eens een masker maken. Hoe en wat dat deed er niet toe, maar wél van papier maché. Ook al zoiets! Ik heb altijd al een hekel aan vieze handen gehad. Hoe ik mijn masker heb gemaakt, weet ik niet meer. Wél weet ik dat meneer Mulder binnen kwam en vroeg of het allemaal goed ging. Hij liep de leerlingen langs om te kijken wat ze geproduceerd hadden. Hij kwam bij mij, zag mijn masker, nam het in zijn hand en liep naar de tafel waar Meeldijk zat. Mulder was zó overtuigend, hij vond dat dat ding een 10 waard was. Je kunt het geloven of niet, maar Meeldijk zette met een zuur en zuinig gezicht een 10 achter mijn naam. Zo, dat was dus mooi gefikst!

Dominee Dol. De man had een interpretatie van geloof en van de Bijbel die de mijne niet was. Door die man ben ik jaren niet meer in de kerk geweest, tot ik mijn verstand kreeg.

De heer Helder. Hij gaf Engels en Duits. Hij was een goeie leraar; ik heb veel bij hem geleerd. Ik moest vaak “voorlezen” als we Duits hadden. Door de Duitse afkomst van mijn moeder (Duitse moeder, Nederlandse vader) had ik volgens hem precies de goede uitspraak van de ch waar toch veel Nederlanders moeite mee hebben. Er wordt vaak een harde g van gemaakt. Ook nu heb ik weinig moeite met het spreken van het Duits. Het voelt erg vertrouwd aan.

Dan gym...wie we daar voor hadden weet ik niet meer. Hoef ik ook niet te weten want ik heb altijd een ontzettende schurft gehad aan dat stomme gedoe. Komt jou bekend voor denk ik, Lammert. 

Grrrrrr!

Handwerken van Juf Speelman, een lief mens. We hebben veel van haar geleerd, maar ik had wel eens medelijden met haar. Er was een klasgenoot die meer zat te kwekken dan dat ze wat deed en die twee hebben aardig wat met elkaar in de clinch gelegen. Staatsexamen handwerken in Meppel; om 5 uur ’s middag aan het eind van het examen in wintertijd nog een “stopje” maken in zwarte stof. Hoe verzin je het! Ging dan ook de mist in, evenals het borduren... Ik wilde het weer te mooi maken en daardoor kwam er een 4 op de lijst te staan. Ik heb het staatsexamen gehaald en wij waren in de veronderstelling dat we nu dus vrij waren van de handwerklessen bij juf Speelman. Fout. We moesten alsnog een aantal werkstukken inleveren bij het gewone examen...grrrrr! En jullie jongens gingen heerlijk naar huis: nogmaals grrrrr....! Mijn moeder wilde dat met liefde op zich nemen, maar dat heb ik geweigerd.

Leraar Bos gaf psychologie, pedagogiek en didactiek. Hij kon het mooi vertellen, maar ik was het met sommige zaken niet eens. Het was begin jaren zestig dat wij in deze vakken les kregen maar ook de tijd dat een nieuwe generatie opgroeide. Met wijsheden als:  ”je mag een kind niet straffen, want dan raakt het gefrustreerd en krijgt het last van complexen!” Ik kom dus met een opmerking, dat, als je een grote klas hebt, en je niet mag straffen, dat de kinderen op een gegeven moment OP jouw tafel staan en jij ligt er ONDER. Denk even aan de “speelleerklas, uitgaande van maximaal 20 kinderen. Ik begon zo’n klas met 40, en dan moest alles in groepjes staan. Zie je het voor je?! Ook was hij zo dom om het volgende te vertellen: Zijn dochter was jarig geweest, was drie geworden en kreeg van opa en oma een doos kleurpotloden. Ze hadden nét de gang behangen. Ik heb hem gevraagd wat hij had gedaan. Niets... Bij mij had dat kind alle hoeken van die gang gezien!

Ik denk wel eens: de ontspoorde jeugd van tegenwoordig, is die geen slachtoffer geweest van de opvoeding van toen? Hun ouders wisten toch niet beter? Hier in Huize Sluijter is het jarenlang een gevleugelde uitdrukking geweest: “Je mag mij niet straffen, want anders raak ik gefrustreerd en krijg last van complexen.” Ja ja, me hoela! 

Knus

De klassenavonden waren leuk. De hele entourage van de school waar we zaten, het had iets “knus” over zich.

Overblijven. Dhr. Boers, de conciërge, was niet zo gemakkelijk maar bij amanuensis De Vries was nog wel eens wat te ritselen.  We moesten zelf onze koffie kannen uit de keuken halen. De meesten van ons vonden die koffie niet lekker; ook ik niet. De mogelijkheid bestond om ook zwarte koffie te halen, dus dat deed ik dan maar. Heb op de kweek zwarte koffie leren drinken en drink het nog steeds. Dan mijn broodtrommeltje, dat braaf gevuld werd door mijn moeder. Op een goede dag zat er een advertentie in. ”Annemieke’s moeder wéét wel wat ze doet..éérst een boterham met kaas..dán een boterham met zoet”. Ik schiet in de lach. Ik ben altijd een slechte eter geweest en zéker vroeger! Bovenop lag een boterham met kaas… en daaronder een met hagelslag. De klas begreep niet wat er leuk aan was. 

Dan natuurlijk de discussies, het nog even nakijken van een naderende repetitie. Sigaretje roken, koffiekannen en asbakken weg brengen en op naar de volgende les. Echt “spannend” was het overblijven niet. Meer het even bijkomen van al dan niet leuke lessen of repetities.

Schoolclub

Dan de schoolvereniging Paideia. Ik kan mij herinneren dat ik daar ook deel van uitmaakte. Herman ook en nog een paar anderen. Op een gegeven moment moest er een president(e) komen. Niemand durfde en ze schoven het mij in de schoenen. We hebben de Grote Avond. Mijn moeder maakte een leuke jurk, ik was naar de kapper geweest. Ik liep natuurlijk op naaldhakken en zo stapte ik op de trein naar Assen. Had toch wel met een beetje bekijks. Het was best spannend allemaal, maar ik sloeg mij er door heen en we hebben gefeest tot in de kleine uurtjes.

De volgende dag op school loop ik De Vries tegen het lijf, de amanuensis, en hij vraagt: “Annemiek! Waar is je haar gebleven?” Tja...het zat er nog, maar niet meer zo sjiekdefriemel als de dag er voor.

De leerschool was niet altijd een onverdeeld genoegen. Samen met Gosse was ik aan dezelfde school verbonden. Ik had een vrij oude “juf”. Mevrouw Van Eden, een echte schooljuffrouw en het was maar zelden dat een les gewoon goed was in haar ogen. Het was altijd “het was wel aardig, maar.......” en dan kwam er weer het een en ander. Ik heb echter veel van haar geleerd en wat mij het meeste trof was dit: natuurlijk stik je van de zenuwen bij het praktijkexamen. De spanning was weg zo gauw ik kon beginnen. De kinderen werkten goed mee en wat gebeurde? Mevrouw Van Eden zat met tranen in de ogen toen de uitslag ”Geslaagd” kwam.

Dan het gebouw aan de Vaart.. Op weg daar naar toe vaak eerst even koffie drinken en een slagroompunt er bij in een “warenhuis” waarvan de naam me is ontschoten. Natuurlijk werd er ook flink bij gerookt. Al met al een mooie tijd. Wel hard werken en weinig ontspanning.

Gelukkig slaag ik voor het examen met een 5 voor rekenen en een 5 voor Nederlands. ( schaam.....)

Werken

Ik ga werken in Doezum en ben gewoon gelukkig! Het was me gelukt om dát te worden wat ik wilde. Kon ik ook mijn moeder wat ontlasten en we kregen het goed. 

In 1969 verhuizen mijn moeder, onze huisgenoot en ik naar Alphen a.d. Rijn. Ik kom daar te werken aan een leuke school en trouw op 1 april 1971 met mijn Jan. Op 12 maart 1973 wordt daar onze zoon Hans geboren. In 1974 verhuizen we naar Gouda waar op 2 november 1977 onze dochter Judith wordt geboren. Inmiddels zijn we opa en oma van vier kleindochters. Ik ben nog weer gaan werken toen Judith naar groep 3 ging. Hans ging naar de brugklas dus ik had de handen weer vrij. Ik werd “invalkracht”. Ik heb met liefde voor de klas gestaan, tot in 1997 het gehoor roet in het eten gooide en ik moest gaan stoppen. Jammer. Ik had het graag nog wat langer gedaan, maar wat niet is, is gewoon niet. 

 

naar boven