Mijn jaren op de Hervormde Kweekschool Assen - Het laatste jaar voor de hoofdakte 1968-1969

by Lammert
Hits: 8854

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

 

 

 

Het laatste jaar, nu voor de hoofdakte:  1968-1969

In de zomer van 1968 koop ik van boekhandel Eddy Slingenberg een schrijfmachine; een tweedehands gereviseerde machine die dienst heeft gedaan in het Amerikaanse leger in Duitsland. Ik verf het legergroen over in vrolijke kleuren; het ding heeft me vele jaren trouw gediend. Ontelbare uittreksels en samenvattingen van studieboeken en hele werkstukken heb ik getypt op die ouwe trouwe Adler. Ook voor mijn studies voor de MO-aktes rammelde ik op deze onverslijtbare machine. 

Van mijn broer neem ik zijn brommer over, met een lening van pa. Mijn aantekeningen veranderen. Ze worden steeds minder ‘romantisch’, minder sentimenteel en meer rationeel beredenerend. Mijn stijl wordt zakelijker, kritischer. Ik zie graag de dingen in perspectief en relativeren vind ik noodzaak. En ik zie in mijn eerdere werk nu taal- en spelfouten waarvan ik destijds dacht dat ik ze niet maakte. 

Blindedarm

Eind augustus als de school bijna weer begint, wordt de chronische blindedarmontsteking ineens acuut. De huisarts komt en ik lig dezelfde dag nog bij chirurg dr. Tjebbes op de operatietafel in het oude Bethesda ziekenhuis in Hoogeveen. Ik herinner me nog dat ik van onder geschoren word door een lieftallige jonge zuster, maar dat me dat niets doet, zo’n pijn heb ik. Maar ze krijgt het bed niet door de smalle deuren geduwd, dus ik eruit en haar geholpen met het manoeuvreren. Slapstick. Ik moet na de operatie bijna zes dagen in het ziekenhuis blijven. Daarna moet ik nog een paar weken rustig aan doen. Narcoses waren in die tijd geen ‘roesjes’, zoals tegenwoordig. Het was een klap met een stuk hout. Maandenlang blijf ik last houden van die narcose. Dubbel zien, wazig zien, niet langer dan een bladzij achtereen kunnen lezen. Daarna gaan de regels door elkaar lopen. Dat is niet handig als je moet studeren. Kan bij sommigen wel een half jaar duren, zegt mijn huisarts opbeurend. 

De Trekkersschool

Op negen september breekt het schooljaar ook voor mij aan, met een paar weken vertraging. Ik ga hospiteren op de trekkersschool die bij het woonwagenkamp van Noordscheschut hoort. Bij mijn ouderlijk huis in de buurt dus. Het is een zeer relaxte stageplaats. Later komt Johan erbij en heb ik wat aanspraak.  We blijven er tot 28 november 1968. Hoofd is de heer L.S. Carper. Johan en ik werken meest samen met dhr. Merks in de speelleerklas. Woonwagenkinderen zijn toch wel heel bijzondere kinderen, soms. Als Merks de kinderen wil laten vertellen wat ze zien als ze op het kamp rondlopen, blijkt dat alles wat ze zien ‘oud’ is: ‘een oude stoel’, ‘een oude kachel’, ‘een oude tafel’. Het woord matras kennen ze niet, het ding zelf misschien ook niet. Als ze gaan tekenen, maken twee jongens hun woonwagen pikzwart. Terwijl alle wagens praktisch wit zijn of een nuance daarvan. Willem is een nieuwe jongen. Hij heeft kennelijk nog nooit een tekening gemaakt. Als hij meesters hoofd moet tekenen, wordt dat een grote cirkel, met langs de buitenrand wat lijntjes voor de baard, de oren, de haren enz. Als Merks het hoofd uitknipt, om Willem te dwingen de delen een plaats te geven, komen ze op volstrekt willekeurige plekken terecht. De mond onderaan, daarboven de ogen, daarboven de neus enz. Willem is kennelijk een beetje achterop.

Net in dit jaar verhuist het kamp naar een nieuwe locatie. Dat was ook wel dringend nodig; de omstandigheden op het oude kamp waren ronduit droevig. Ik ben er geweest, maar het ene waterpunt, de modder, de troosteloosheid van de autowrakken, het grijpt me naar de keel. 

Onze hospiteertijd resulteert ook nog in een werkstukje Didactiek: Aangepast Aanvankelijk Lezen voor leerlingen van de trekkersschool in Hoogeveen. Johan en ik ontwerpen o.a. nieuwe leermiddelen voor dit individuele onderwijs. Het is een leerzame en gezellige tijd geweest op deze kleine school. 

  

voorkant met koffievlek (later erop gekomen) van het hospiteerverslag van ons verblijf op de Trekkersschool (Woonwagenkampschool) in Noordscheschut. Re en onder: krantenknipsels uit de Hoogeveensche Courant over de situatie op het oude en het nieuwe woonwagenkamp. 

  

 

fragment uit mijn hospiteerverslag waarin we o.a. nieuwe leermiddelen hielpen ontwerpen. 

          

Tekeningen van een woonwagenkind. Het is het hoofd met forse baard van de leerkracht. Het kind weet de plaats van de onderdelen niet te lokaliseren... Links de eerste versie, rechts de tweede na een gesprekje, dat kennelijk nog niet veel uithaalde. 

      

 

Nieuw jaar, nieuw gebouw, nieuwe naam

Samen gaan Johan en ik naar de verlovingsreceptie van een van de stelletjes die in onze klas gevormd zijn: Albert en Hilli. Op school wordt langzaam wat duidelijker wat ons te wachten staat dit jaar, maar de communicatie is slecht. Ligt dat aan het nieuwe gebouw aan de Platolaan dat we betrokken hebben? De gezelligheid van de vorige jaren, vooral van de laatste twee jaar, is weg, vind ik. Voordeel is wel dat we meer student worden. Er wordt veel zelfwerkzaamheid van ons verwacht, we werken aan grotere projecten, die we na goedkeuring grotendeels zelf mogen en kunnen invullen. We werken ook in de bibliotheek van de nieuwe school. Het is allemaal beter en mooier en ruimer en helderder, maar de ziel van het ouwe gebouw mis ik. En de medeleerlingen van klas vier mis ik ook. Heel erg. Voor een deel, want velen gaan niet door voor de hoofdakte. Nee, zo leuk als het in de ‘tweede leerkring’ was, nee, dat is voorgoed voorbij. We zitten nu niet meer op de Kweekschool, maar op de Pedagogische Academie. 




 

Berlijn

In oktober gaan we met de vijfde klassen tien dagen naar West- en Oost-Duitsland in het bijzonder naar Oost- en West-Berlijn. 

Allereerst moet ik zeggen dat het een werkweek heet, maar dat het net zo goed een welbestede vakantie is. Voor mij is het al een ervaring op zich om te wonen en te leven in het centrum van een wereldstad als Berlijn. Vooral ’s avonds als de dynamische lichtreclames overal opvlammen, is het een indrukwekkende ervaring om op te gaan in het gewoel van de grote stad. Voor ons is het helemaal een overgang omdat we een paar dagen voorbereid zijn op ons Berlijnbezoek in Potshausen, een gehucht van zeven boerderijen en een Volkshochschule & Gasthaus. Dan opeens verkassen naar een stad van 2,2 miljoen inwoners, alleen al in de westelijke zones, dat is een heel verschil. 

In Potshausen worden we vooral voorbereid op onze bezoeken aan de DDR-zone, door de heren Bruns, Jagemann en Van Wezel. We krijgen de wordingsgeschiedenis van de tweedeling van Duitsland, en Berlijn in het bijzonder, aangereikt, en discussiëren over vrede en veiligheid. Het lijkt me een beetje op propaganda, wat we te horen krijgen, maar later bij de bezoeken aan de oostelijke sector wordt me pas goed duidelijk wat èchte propaganda inhoudt. 

We hebben o.a. de heer Verveld mee als begeleider. We vinden het wel grappig als hij door Herr Bruns steevast aangeduid wordt als ‘Herr Verveeld’. 

   in Potshausen; re: Henk

  

Johan en Sijtze musiceren op een kam met een vloeitje                                                                     de auteur, intussen met baard  (die nog voor problemen zou zorgen bij de zonegrens)

 

Opera

Het is wel gezellig in de volkshogeschool maar ’s avonds is er niets te doen, dus zijn we een avond naar Oldenburg geweest naar de komische opera Der Wildschütz. Alleen al het gebouw van de opera maakt indruk op me. ’s Nachts slapen Johan en Henk samen met mij op een kamer. Leuke gesprekken voor we naar bed gaan. Henk kijkt als Zuid-Molukker anders tegen dingen aan dan ik en het is leuk om met hem te sparren. 

Voor ons vertrek naar Berlijn zijn we nogal bang gemaakt voor de Oost-Duitse grenscontrole. Als we ermee te maken krijgen, blijkt het inderdaad allesbehalve een wissewasje te zijn. Intimidatie en machtsvertoon blijken de VoPo’s goed aangeleerd te hebben. Als je met de bus van het westen naar West-Berlijn reed, moest je door een corridor van de DDR rijden. De grenscontroles zijn grimmig. Alle paspoorten worden ingenomen (dat maken mijn vrouw en ik later op onze verre reizen overigens nog talloze keren mee) maar voor je de pas terugkrijgt, duurt het zo anderhalf uur. Je mag de bus niet uit. Geen foto’s maken en niet lachen of iets doen wat de grenswachten zou kunnen ergeren. Ondertussen kijken die met spiegels onder de bus of je geen Oost-Duitsers het vrije West-Berlijn probeert binnen te smokkelen. Als je het paspoort terugkrijgt, kijken ze je minutenlang –zo lijkt het- doordringend aan met een priemende blik. Je moet vooral neutraal terugkijken want ze hebben een kort lontje. Ze zetten de bus zo aan de kant bij een te bijdehante opmerking of een ongepaste grijns, en dan krijg je vanavond geen warm eten meer. 

 

  ik in Oost-Berlijn voor een van de schaarse etalages

 Henk bij de zonegrens tussen oost en west, hij mocht niet mee met een Moluks paspoort

 in de bus

 

Aanleiding voor moeilijkheden

Ik zelf ben meerdere malen aanleiding geweest voor moeilijkheden. Ja, logisch zullen sommigen denken. Nou, het zit zo. Dat gebeurt als we met de Strassenbahn, een soort tram die nu overigens ook nog rijdt, van de west- naar de oost-sector gaan. Je komt dan aan op Bahnhof Friedrichstrasse

De pasfoto in mijn paspoort is namelijk ongeveer drie jaar oud. Sindsdien heb ik mijn haar voorover gekamd en mijn baard laten staan. Nooit aan gedacht in Nederland natuurlijk. De Vopo’s zien er aanleiding in om mij extra doordringend aan te kijken en nog eens en nog eens. Maar ik mag door. Als ik voor de tweede keer naar Oost-Berlijn wil, gaat het minder soepel. Er zijn net weer diplomatieke schermutselingen geweest tussen oost en west en dat reageert men op ons af. Daarom moet ik een aparte nieuwe pasfoto laten maken in een automaat een heel eind verderop op Bahnhof Friedrichstrasse. Anders mag ik niet mee. ‘Herr Verveeld’ gaat met me mee op zoek naar de automaat. Het wordt een soort boevenfoto. Geen wonder, zullen sommigen weer zeggen. 

Het wordt me goed ingeprent dat als ik de foto ’s avonds niet meer kan tonen, ik niet meer terug mag naar het vrije westen. Ik heb die dag elke tien minuten in mijn zak gevoeld of het paspoort en de foto’s er nog in zaten. En ik vergeet nooit de rij VoPo’s op de galerij van de stationsoverkapping: met het automatische geweer in de aanslag op de reizigers beneden gericht staan ze daar. Wijdbeens, onbeweeglijk, zwart, dreigend. Dan voel je je wel even geïntimideerd. 

Historische tijden

Overigens wil ik enerzijds helemaal niet zo graag een tweede keer naar de oost-zone. Sommigen van onze groep willen helemaal niet meer mee. Ze mogen van de leiding in het westen blijven. Anderzijds snap ik ook dat ik deze kans voorlopig niet weer krijg, dus ga ik wel weer mee. Dit is historisch gebied en het zijn historische tijden dus die ervaring wil ik niet missen. Van de eerste keer kom ik tamelijk gedeprimeerd terug. In de ‘Hauptstadt der D.D.R.’ heerst namelijk zo’n gedwongen en terneerdrukkende sfeer dat ik er zelf neerslachtig van word. Overal in het stadsbeeld zie je politie, het stikt er gewoon van. Letterlijk en figuurlijk dus. We horen die dag welgeteld één man lachen. Op straat valt het op dat iedereen probeert niet op te vallen. Je moet iemand maar niet aanspreken, want de mensen zijn schichtig. 

 

Jazzcafé

In cafés en restaurants is het beter. We horen dan ook dat alcohol voor velen een troost is, hier. Overigens draagt niet iedereen zo gelaten zijn lot. Ik denk aan de beide jongens die proberen vreemd geld dus Westmarken of guldens van ons los te krijgen, in ruil voor hun waardeloze DDR-marken. Ze bieden een heel interessante koers zeggen ze. Met die vreemde valuta kunnen zij dingen kopen die anders onbereikbaar voor hen zijn. We kunnen ze niet helpen, omdat we tot op de mark nauwkeurig moesten opgeven hoeveel betaalmiddelen we bij ons hebben. En je moet bonnetjes kunne tonen.  Sijtze en ik zijn maar blij dat we van ze af zijn.  Op een tamelijk eenzame plaats als waar we daar waren, voel je je toch niet helemaal veilig in zo’n situatie. We hebben net een lekkere wodka gedronken in de Ratskeller onder het stadhuis, en dan valt ons deze confrontatie extra rauw op het dak. Het mag als een cliché klinken, maar ik ben echt opgelucht als we ’s avonds weer op vrije westerse bodem lopen. 

’s Avonds in het westen genieten we. Sijtze en ik en nog een paar kopen bij een stalletje een heupflesje rum en zoeken dan een jazzcafé waar live jazz wordt gespeeld en gezongen door een band en een leuke zangeres. Ik provinciaaltje weet niet wat ik meemaak. Fantastisch vind ik het. De rum mixen we onder de tafel in een glas cola, want rum-cola is hier voor ons niet te betalen. 

Stadsrondrit

Met onze bus zien we de hele stad Berlijn. We komen bij het oude Olympische stadion, een kleurrijke nieuwe wijk, en natuurlijk alle hoogtepunten zien we. Meligheid is nooit ver. Gosse en een paar anderen kunnen niet nalaten steeds het Ulbricht Denkmal aan te wijzen. Het wordt een running gag in de bus onderweg. Wo ist dass Ulbricht Denkmal?! Voor de jonge lezertjes: Walter Ulbricht was de beruchte leider van de DDR in die tijd. Daar moest je dus geen grapjes over maken, maar in het westen kon dat natuurlijk wel. 

Agitprop

De laatste dag van ons verblijf in Berlijn brengen we nog een bezoek aan de oost sector, en dan heb ik dus die trammelant met mijn paspoort. De groep laten ze gewoon een uur wachten tot alles geregeld is naar hun wens. Johan krijgt last omdat in zijn pas staat dat hij is geboren in de gemeente Hardenberg en omdat er in Duitsland ook een Hardenberg ligt, wekt dit natuurlijk de nieuwsgierigheid en de irritatie van de grenswachten. Dat duurt even voor ook dit opgehelderd is. 

Deze dag hebben we onder andere een discussie met vooraanstaande partijleden van de SED. Ik heb de waarheid, zoals wij die althans menen te bezitten, nog nooit zo geraffineerd horen verdraaien als dan en daar. Hiervoor hebben we dus de voorbereiding gehad in Potshausen, bedenk ik. Maar het is onbegonnen werk om er tegenin te gaan. Elke zin die ze spreken, strookt niet met onze waarden. En het is verrekt moeilijk om aan te tonen dat ze ongelijk hebben. Ik kom tot de conclusie dat je je maar beter niet kwaad maakt, maar beter meewarig –inwendig, dat dan weer wel- kunt glimlachen over al deze agitprop. De partij heeft gelijk en zij vertegenwoordigen de partij dus…  Ik vraag me wel af hoe iemand zich christen kan noemen en tegelijk op deze manier lid kan zijn van de Socialistische Einheitspartei Deutschland. Dan keur je dus goed dat iemand die over de muur probeert te vluchten op de laatste meters wordt doodgeschoten. Iemand van je eigen volk die in vrijheid wil leven. Ik vind het onbegrijpelijk. 

Vorming voor het leven

Die muur is iets verschrikkelijks. Als je dat van nabij beleeft: wat die muur voor de uit elkaar gerukte families betekent. Op een paar honderd meter afstand van elkaar wonen en elkaar nooit kunnen zien, alleen op grote afstand over de muur heen, als je een keer geluk hebt. De gewone mensen zijn –zoals altijd- het slachtoffer van de brute machtspolitiek, hier zelfs tussen twee broedervolken. Wat ben ik dan blij dat ik in ons goedgeorganiseerde moederlandje woon, waar ik mag zeggen en schrijven hoe ik over zaken denk. In Nederland mag ik de samenleving dan nogal eens als bekrompen ervaren, ik hoef er niet bang te zijn voor de ogen en oren van de buurman. 

Ik weet zeker dat dit bezoek mij weer verder heeft gevormd voor het leven. Nooit meer vrijheid als vanzelfsprekend aanvaarden, dat neem ik me voor. Nooit gering denken over vrijheid. 

Ook bezoeken we nog een school en krijgen een presentatie over het jeugdwerk. Het individu is ondergeschikt aan de staat. Als je daar niet veel moeite mee hebt, zijn er ook positieve dingen aan de DDR. Gratis gezondheidszorg, gratis onderwijs en kinderopvang, nauwelijks werkloosheid. Enfin, lees het uitstekende boek De Toren van Uwe Tellkamp als je meer over het gewone leven in de DDR wilt weten. Aanbevolen! Dit boek is op deze website door mij besproken.




 

Onderzoek naar tv-kijken

Na de werkweek hebben we het op school weer druk. Met een scriptie over Elsschot, een schemawerkstuk voor didactiek, een tentamen didactiek en een tentamen psychologie. Na negen weken nemen Johan en ik afscheid van de Trekkersschool en gaan dan naar een ‘gewone’ lagere school in Hoogeveen. Het waren leerzame weken daar op de Trekkersschool; men geeft er bijna individueel onderwijs en maakt zijn eigen methodes, en daaraan mochten wij een bijdrage leveren. 

Johan en ik gaan samen een Cuma-scriptie schrijven. Over de invloed van tv-kijken op jongeren. Daarvoor willen we een groot onderzoek doen op Hoogeveense mavoscholen en lagere scholen. Ik heb 20 vragen opgesteld voor mensen die tv hebben en 15 voor de controlegroep van tv-lozen. (Die waren er nog in die tijd!). We stencilen 500 stuks enquêteformulieren van de eerste soort en 100 voor de tv-lozen. En dat voor elk van ons beiden, want JB doet het onderzoek op drie lagere scholen en ik op drie mavo’s. Twaalhonderd stencils maken we dus. Als ik de stapels zie liggen, moet ik er nog niet aan denken dat we die ook moeten verwerken en conclusies trekken. We ontwerpen een heel systeem om de enquêtes snel en doeltreffend af te nemen. We leggen alle contacten; alleen dat al is een hoop werk want we moeten alle directeuren spreken en overtuigen mee te doen. En die moeten hun personeel weer overtuigen om ons vriendelijk te ontvangen. 

    

Elsschot

In de kerstvakantie werk ik door aan de scriptie over Willem Elsschot. Ik bespreek achtereenvolgens in 30 pagina’s Elsschot in zijn tijd, zijn werk, en de rol van het cynisme bij Elsschot. In detail bespreek ik De Verlossing en Het Dwaallicht. Ik zie het laatste werk als het eindpunt niet alleen van Elsschots werk, maar ook van het cynisme. De meest cynische boeken als het bekende Lijmen en Het Been schreef hij als een soort zelfloutering. “Door zijn verhalen wist hij de spanningen in zijn psyché tussen zijn overgevoeligheid voor misstanden en zijn cynische levenshouding uit te drukken en te effenen. Doordat hij dit met een grote dosis zelfkennis en –ironie deed, bleef hij er gezond bij. Door het uiten van zijn gevoelens in de verhalen kon hij afstand tot zichzelf en zijn problemen nemen.” 

“In De Verlossing zagen we Elsschot nog als de bittere cynicus, die fel van leer trok tegen de geestelijkheid, het in zijn ogen mensonwaardige kloosterleven, het onwaarachtige socialisme, tegen het instituut van het huwelijk, enz. In Het Dwaallicht zien we een door ervaring wijs geworden man, die nog andere waarden ontdekt heeft, en nu genoegen kan nemen met het leven zoals hij kennelijk voorbeschikt is het te leven.”

Ik vind het werken aan de ‘scriptie’  leuk werk, maar vakantie heb ik niet veel zo. 

Indruk maken de drie Amerikanen die rondjes om de maan maken en veilig op aarde terugkeren. 

Hoop werk

In het nieuwe jaar neem ik de enquêtes af op de Hervormde, Gereformeerde en Openbare mavo in Hoogeveen. Achttien derde en vierde klassen, in totaal zo’n 400 leerlingen. Van de leerlingen en leraren krijg ik alle medewerking. Met de kennis van nu denk ik: als ik een representatieve steekproef had gehouden, waren de resultaten net zo betrouwbaar geweest en had het heel wat minder werk gekost. In april is mijn werkstuk af. Wat een werk zit hier in! 

Hier een paar conclusies uit het onderzoek, geformuleerd op de laatste pagina’s van de 52  die mijn werkstuk telt. 

Het verschil tussen wel en niet tv-bezitters blijkt niet groot te zijn wat betreft bioscoopbezoek. Wel lijdt het doen van gezelschapsspelletjes duidelijk onder het tv-kijken. Veel grotere verschillen constateer ik tussen de geslachten. Meisjes blijken veel kritischer te staan t.o.v. het verschijnsel tv. Ze vinden vaker dat er ruzie wordt gemaakt over de net-keuze en ze kijken veel minder dan jongens een avond naar alles wat erop is. Jongens hebben meer interesse voor informatieve programma’s. Ik constateer dat de (ouders van) leerlingen van de Gereformeerde mavo de achterstand in het wel of niet bezitten van een tv aan het inlopen zijn. Heel leuk om nu nog door te lezen zijn een aantal opstellen van leerlingen van klas 3 van de Hervormde mulo, waar ik hospiteerde. Ze formuleren verrassend goed hoe hun houding t.o.v. tv-kijken is. 

Hospiteren

Naast de paar dagen in de week dat we de school bezoeken, hospiteren we op de meest uiteenlopende scholen. Ik werk veel samen met Johan. 




 

Hervormde school IV west en Hervormde Mavo

Van 2 december tot 19 februari loop ik stage bij deze basisschool aan de Jacob Catsstraat in Hoogeveen, hoofd dhr. J. de Boer. We doen er veel aan foutenanalyse en individuele hulp. En we doen een onderzoekje naar de expressievakken, vooral hoe het personeel hier tegenover staat. Als er sprake is van ‘we’, dan zijn dat Johan en ik. Wij doen alle hospiteerperiodes samen. 

Van 24 februari tot 26 maart zijn we verbonden aan de school waar we zelf les hebben gehad: de Hervormde mavo aan de Jhr. De Jongestraat in Hoogeveen. Directeur is de heer W. Hagenbeek.  Drie jaar geleden is op deze mulo met het ‘mavo-experiment’ begonnen, en nu is het een volledige mavo. Ik heb speciale interesse in het voortgezet onderwijs, dus ik begin vol belangstelling aan deze hospiteerperiode. Ik wijd in het verslag een hele beschrijving aan de overheadprojector: een sensationele nieuwigheid in het onderwijs toen, kennelijk. We concentreren ons hier op het onderwijs in maatschappijleer en geschiedenis. Met de docent van dat vak kunnen we het goed vinden en we hebben heel wat leuke gesprekken na afloop van de lessen. Ik vond het een interessante en gezellige tijd en ik heb er weer veel geleerd. 

   de oostzijde, aan park Dwingeland

 

Hospiteerverslag Hervormde Mavo Hoogeveen, voorheen de Mulo, waar ik zelf ook vier jaar zat. Het gebouw is in 2014 afgebroken ten behoeve van een grote parkeergarage. De foto's maakte ik zelf inclusief het afdrukken/ vergroten. Ze zijn na een halve eeuw nog van redelijke kwaliteit; niet vergeeld bijv.  De foto's voegde ik bij in het verslag.  

  

 




 

De Iemenhof

Ook een leuke periode vind ik de tijd van 31 maart tot 7 mei: hospiteren aan de Iemenhof, christelijke school voor Lager, Middelbaar en Individueel Huishoud- en Nijverheidsonderwijs. De school is gevestigd aan de Van Limburg Stirumstraat in Hoogeveen en wordt geleid door dhr. A. Bergsma. Weer totaal een andere wereld. Merkwaardig is, dat ik later in mijn loopbaan jarenlang in dit gebouw zal werken. De huishoudschool is er dan uit en de nieuwe Meao wordt erin gevestigd. Ik werk hier met veel plezier heel wat jaren, eerst in het hoofdgebouw, later in een semipermanente noodgebouw verder op het terrein. De Iemenhof is een interessante school omdat er zovele niveaus zijn. Tussen het lagere voortgezet onderwijs en het Inas (inrichtingsassistenten) is een groot verschil. Niet alleen in niveau maar ook in houding en leeftijd. De Inas- meiden zijn niet veel jonger dan wij zelf zijn. We maken verslagen van een kook- en een naailes en nog veel andere, theoretische lessen maar ook bijv. bloemschikken en huishoudelijk werk, strijken en koken,  in een Inas-klas. Het zijn gezellige lessen. 

In een Inas en een assistentenklas doen we ook ons onderzoekje naar tv kijken, dat we voor Cuma op mavo en basisscholen hebben gedaan. 

  

voorkant hospiteerverslag  De Iemenhof. Ook deze foto's staan in het verslag en zijn van mijn hand.

Vermeldenswaard is dat later de Meao van de Scholengemeenschap voor Commercieel en Administratief Onderwijs in dit gebouw trok, en dat ik in het hoofdgebouw en later in een semi-permanent bijgebouw dat hierachter stond, jaren heb gewerkt. Zeer tot voldoening; het waren de leukste jaren van mijn loopbaan. 

 

 

  Deze overblijfgang was toen ik er later werkte eigenlijk nog net zo in gebruik. De praktijklokalen waren toen omgebouwd tot computerlokalen. 

   

Inrichtingsassistentes aan het werk in de praktijklokalen. We hebben hier een fijne tijd gehad. Tja, wat wil je met zoveel vrouwelijke leeftijdgenoten om je heen....

 

 




 

Christelijke B.O. school

“…voor debielen en imbecielen te Hoogeveen”; hoofd dhr. L. van der Wal. Tja, zo heette de school toen nog. Tegenwoordig kijken we vreemd aan tegen zo’n naam. Ook dit is een heel interessante periode, omdat het onderwijs zo ver afstaat van wat ik zelf zou willen gaan doen. Dat klinkt misschien vreemd, maar het klopt wel. Hoewel ik zelf dit werk nooit zou willen en kunnen doen, vind ik het boeiend om te zien hoe het personeel hier met toewijding en geduld deze leerlingen begeleidt en wat verder probeert te brengen. Hoewel er wel een lesrooster is, wordt daar soepel mee omgesprongen. Het onderwijs is sterk individueel gericht en dat alleen al verdraagt geen rooster tot op de minuut. 

   

  




 

Toekomst

Met onze directeur Van Duuren spreek ik over mijn toekomst. Ik zou namelijk graag willen doorstuderen aan de universiteit: psychologie of pedagogiek, of toch maar Nederlands. Hij raadt me sterk aan dat te gaan doen, studeren: je kunt het zeker, zegt hij. Maar eerst moet ik in dienst, nee eerst nog die hoofdakte halen!

Begin januari 1969 stopt mijn journaal, mijn dagboek helaas. Op bijna 600 dagen heb ik er iets in genoteerd en dat is in totaal meer dan 900 pagina’s met de hand geschreven tekst. In het verhaal dat voor u ligt, heb ik dankbaar maar selectief gebruik gemaakt van wat ik toen allemaal opgeschreven heb. Alle sentimentele zielenroerselen, boosheden en ergernissen, en de talrijke aantekeningen over mijn verliefdheden heb ik hier uiteraard uit gezeefd. 

Ik vind het achteraf jammer dat het journaal stopt, want de delen van dit verhaal na januari zullen vanzelf minder gedetailleerd zijn. Eerlijk gezegd herinner ik me zonder de steun van foto’s of aantekeningen maar weinig meer van dat laatste jaar. Ik weet ook niet waarom ik opeens opgehouden ben met schrijven in mijn dagboek, op 18 januari 1969. Waarschijnlijk werd het te druk. Misschien werd ik er ook te oud voor. Gelukkig heb ik nog wel alle hospiteerverslagen, soms met foto’s erbij, werkstukken, rapporten, cijferlijsten enz. Daaruit kon ik dus nog herinneringen putten. 

Staatssteun

In totaal heb ik in vijf jaar 5200 gulden aan ‘staatssteun’ (rijksstudietoelagen dus) gehad, waarvan het merendeel beurs was. Er resteert aan het eind van de studie 1350 gulden aan studieschuld, renteloos terug te betalen in tien jaar. 

In 1971 meteen na mijn militaire diensttijd ben ik begonnen te werken. Het eerste en tweede jaar werk ik 24 lesuren, in 1973 gaat het naar 28, in 1974 naar 29 en vanaf augustus 1974 werk ik zelfs 32 lesuren per week. Eerst geef ik naast Nederlands ook nog Kennis der Natuur en Warenkennis, maar vanaf 1974 geef ik alleen Nederlands. Eind 1974 vraag ik ontheffing van terugbetaling van de studieschuld aan, met mijn ‘staat van dienst’ erbij als motivering. Op 2 januari 1975 ontvang ik bericht dat “aan uw terugbetalingsverplichting volledig is voldaan”. Ik heb dus nauwelijks iets terug te hoeven betalen. Dat waren nog eens tijden. 

 

 

Ik houd in een kasboekje nauwkeurig bij waaraan ik het geld uitgeef...



 

 

  Sijtze en Johan bij Johan thuis:  samen met mij blokken voor het examen

   en dit was het resultaat

 

Volledig bevoegd

Het hoofdakte-examen werd toen na de grote vakantie gehouden, dus in september van dat jaar wordt alle moeite beloond met de akte als volledig bevoegd onderwijzer, de hoofdakte. Ik slaag met mooie cijfers: “Opvoedkunde en haar hulpwetenschappen” een acht, net als voor “kennis van het Nederlandse culturele en maatschappelijke leven”, voor Didactiek een zes en voor Nederlandse taal- en letterkunde zelfs een negen. 

Vooral de jaren drie en vier van de kweekschool zijn voor mij heel belangrijke jaren geweest. Ten eerste omdat ik die jaren heel veel plezier heb gehad. Het was ronduit gezellig in dat oude gebouw, bij de warme kachels ’s winters of op het grasveld ‘s zomers. Om de beurt in de middagpauze koffie schenken uit een grote aluminium kan. Sijtze die dan achter de piano kroop en ons vergaste op swingend spel. Ik ontwikkelde in die uurtjes mijn liefde voor de jazz. En voor de Amerikaanse folk van mensen als Pete Seeger en Joan Baez, folkrock van Linda Ronstadt en later voor de weemoedige blues van Norah Jones en de songs van Carly Simon en Bonny Raitt. De basis voor heel mijn culturele belangstelling, vooral voor de schilder- en beeldhouwkunst, is voornamelijk in deze jaren ontstaan. 

Ik heb hier en daar in de tekst al aangestipt dat ik deze jaren op de kweekschool een coming of age, een langzaam proces van volwassen worden, heb doorgemaakt. Daarin hebben alle docenten en medeleerlingen hun rol gespeeld en daar ben ik iedereen dankbaar voor, welke rol dat ook geweest is. 

 

 

++++++++++++++++++++++++++++




 

 Kort na het vijfde jaar is er nog een keer een reünie. Niet alleen van onze klas overigens. Daar zijn de volgende foto's van.  Het zou een halve eeuw duren tot de volgende reünie en dan echt met klas 3B ...

 rechts dat ben ik

   

  links op de achtergrond de heer Helder

  

 staat van dienst / eerste jaren



 

The Normal School Minstrels na een halve eeuw, in 2015 op de reünie van klas 3B  bij Sijtze en Mieke in Zwolle

 

     op de reünie 2015

Roel, ik, Albert, Toni                                                                                            Toni, Mieke, Hillie, ik

 


 



Mijn herinneringen gaan verder in het hoofdstuk over mijn militaire dienst, 1970-1971. KLIK hier voor snelle toegang        maar.........




............ 

Lees vooral ook de hierna  komende  bijdragen van enkele klasgenoten die de moeite namen hun herinneringen voor mijn website te noteren. Daarvoor hartelijk dank!

naar boven