Mijn jaren op de Hervormde Kweekschool Assen - Alles wordt nieuw, het derde jaar 1966-1967

by Lammert
Hits: 8853

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

 

 

 

 

Alles wordt nieuw, het derde jaar 1966-1967

Voor het overgangsrapport sta ik alleen op rekenen nog een vijf; de rest van de cijfers is hoger. Helaas zijn er wel zittenblijvers dat jaar. In augustus begint het nieuwe schooljaar en nu begint ook de eigenlijke beroepsopleiding, de ‘tweede leerkring’. We krijgen nieuwe vakken en nieuwe leraren. Opvoedkunde, didactiek, psychologie en dat soort werk, maar ook schrijven (bordschrijven). Ook stromen er nieuwe leerlingen in onze klas. Van de HBS, MMS en zelfs meen ik iemand van de universiteit. Er zijn er een stuk of acht nieuwe gezichten, de meeste zijn meiden. Onze klassenleraar wordt de heer Bos; ook al een nieuw gezicht op school, vrij jong, pas zijn akte gehaald en nu onze leraar voor opvoedkunde en psychologie. Hij lijkt ons een geschikte man. Herman en Mieke worden onze klassenvertegenwoordigers. Ja, wie anders. Hoewel: ik kreeg ook nog één stem. Eén stem, ik heb nooit geweten van wie die stem was. Dat vreet nog steeds aan me. 

Crime

Er verandert veel op school. Zo krijgen we nu van gym ook theorie. Theorie is in ieder geval beter dan al die nutteloze lichamelijke inspanning doen. Schrijven op het bord vind ik ook een crime, maar opvoedkunde en vooral psychologie vind ik interessant. 

Belangrijkste verandering is misschien wel dat we kennis maken met de praktijk op de leerscholen. Ik mag naar de Hervormde school II aan de Bentinckslaan. Die is er nu al jaren niet meer, maar hij stond achter de Gereformeerde Hoofdstraatkerk in Hoogeveen. Daar mag ik bij de heer Tilstra hospiteren. Het klikt meteen tussen hem en mij. Hij is een kritische geest, staat bij sommigen bekend om zijn ‘linkse’ sympathieën. Nooit wat van gemerkt. Hij is maatschappijkritisch, ja, en sociaal bewogen. Als dat ‘links’ is (ik vrees van wel) ben ik ook links. We hebben –ook over andere dan schoolse zaken- interessante gesprekken. Hij leert me veel meer dan alleen met een klas omgaan. Zelf gaat hij heel natuurlijk en gemoedelijk met de kinderen om en toch heerst er orde en rust onder de 37 pupillen. Ik zal van de klas gaan houden. Ook hij heeft mij dus deels gevormd tot wat ik ben geworden. 




 

Klassenweekend in Witterzomer

    

 

Wim,Jaap, Roel, Johan, Albert, Meindert                                                                                Riek, Jelly, Jaap en Hillie

 

          

 

Toni                                                                                                                                    herkenbaar: Hillie, Jelly, Dinie.  Met zwarte trui op de rug gezien dhr. Bos

           

 

ik 's morgens me scherend; niet veel later zou ik een baard laten staan.                                       Lineke, Jelly, Dinie, Jeltje, Wim, ....

  

 

ik                                                                                                                                     Lineke, Meindert, Tineke

 

We zullen met de klas een kampeerweekend hebben. In de aanloop daar naartoe zijn er wat strubbelingen tussen de geesten. Het spitst zich toe op een stuk of wat meisjes die zich in de verdrukking vinden komen. Klassenleraar Bos weet de zielen weer aardig met elkaar te verzoenen. De rust keert weer. Het kan allemaal zo geregeld worden dat we geen tent hoeven te huren. Die van mij gaat ook mee. Door noest sparen en werken in de zomervakanties heb ik zelf een kampeertent kunnen aanschaffen. De kampeerhobby is bij mij al vroeg ontwikkeld.  Ik deel de tent met Albert. 

Vrijdags vertrekken we met de fietsen in de trein naar de camping Witterzomer bij Witten, dicht bij Assen. We zetten de tenten dicht bij elkaar in een halvemaanvorm op. De eerste avond hebben we een gezellige avond in de kantine en na half elf begint het nachtspel. Enkele groepen moeten het bos in en verborgen op de grond dierengeluiden maken. De rest moet de ‘dieren’ opsporen in het donker. Zo heb ik dus die nacht onder een boom tussen de struiken twee uur onder mijn jack gelegen, om de paar minuten boehhh roepend, zodoende een koe imiterend. Ja dat is mooi, mooi, mooi man, het leven dat is één groot feest. 

Maar zaterdagavond, toen ik zelf mocht zoeken, was het nog leuker. Toen struinden we met drie jongens en een meisje door het nachtelijk-stille bos op zoek naar de ‘dieren’. Een ervaring die ik nog niet kende. Zo zwerven door een nachtelijk bos is iets waar je uit jezelf niet gauw toe komt. Nee, wie gaat er in het bos ’s nachts nu ‘dieren’ zoeken! Maar ik bedoel in modern Nederlands: zo door een bos sluipen met zijn vieren geeft een unieke eco- en ego-ervaring. 

Ons dag-nacht-ritme schuift door dit soort activiteiten op, zodat we ergens na half drie ’s nachts gaan slapen en tegen half elf de volgende ochtend opstaan. 

Kampvuur

    Sijtze, Roel, Toni. Let op de theekistbas!

 

bij het kampvuur, buiten                                                                                                           en binnen (onder)

      

Zaterdagmiddag doen we verstoppertje in het dichte sparrenbos, en een spel waarbij een jongen een meisje uit de kring mag zoenen. Ik krijg natuurlijk weer geen beurt. Verder houden we een pijlenspeurtocht en wordt er gedanst op niet te beste platen. Dat zijn platen die ik niet mooi vind.  ’s Avonds vind ik het geslaagder, met een kampvuur.  We zitten in het vuur te staren en hebben vage lol tot de tweede dierenspeurtocht begint. Zondag is er een geïmproviseerde kerkdienst en een discussie. En een voetbalwedstrijdje waar we de ‘dufheid’ van ons af kunnen lopen. ‘Duf’ is een stopwoord van ons in die tijd. We maken gezamenlijk een verhaal, tegen elkaar aan liggend bij het open haardvuur, wat door de absurde wendingen altijd goed is voor hilariteit en dat was toen niet anders. 

  

Meindert als dominee                                                                                                                              Anthony (Toni), Wim, Roel en Sijtze   als The Normal School Minstrels  (met Wim als 'gastspeler')

 potje voetbal

 de groep 

Riek, Toni, ik, Tineke, Hillie, Herman, Jaap, Mieke, Sijtze, Ietje, Roel,  onze klassenleraar, de heer Bos, Dinie,Jelly,Meindert, Albertje en vooraan Lineke. Vooraan zou Albert nog kunnen liggen...

 

Ik vind Tineke en Lineke uit Groningen aardig en we trekken een beetje samen op. Na de dierenspeurtocht zitten we met een paar anderen nog een poos voor hun tent en daarna nog een paar tenten verderop. Tegen vieren in de ochtend vinden Albert en ik het welletjes en gaan slapen. Anderen hebben de hele nacht doorgehaald. ’s Morgens om acht uur zakt onze tent boven ons hoofd in elkaar; grapje van de nachtbrakers. Lachen man. De maandag hangen we nog wat rond en tegen enen zit het weekend erop. In de trein van elf voor twee heeft iedereen het helemaal gehad door slaapgebrek en vermoeidheid. Het woord –duf- is dan zeer toepasselijk. Al met al een leuk weekend, waarbij we elkaar van een andere kant en op een andere manier leren kennen. Dit is zo’n typische evaluatie-zin. Managerstaal. Schrappen! 




 

Bos’ bier

Op 8 oktober is er een ‘contactavond’ van de schoolclub. Het programma vind ik best aardig, maar verder is het niet erg gezellig. We zijn maar met een stuk of vier jongens uit Hoogeveen, de rest zit achter het toneel of is er niet. We hebben nog wel lol gehad, maar de meiden zitten apart en gaan na afloop meteen weg. Tijdens het ‘bal’ na afloop hebben we nog wel even gelachen. Onze leraar Bos had net een biertje besteld maar werd ten dans gevraagd. Wij moesten op zijn biertje passen, maar dronken dat natuurlijk op. Tja! Je moet een kat niet laten waken over een stukje spek. Als we Hoogeveen naderen in de late trein, zegt Toni: Ik zou nog wel een pilsje lusten. Daarom zitten we nog een half uurtje in de restauratie na te praten. 

Eerste les geven

Aan het voorbereiden van mijn eerste les voor een klas, een Bijbel-les, besteed ik anderhalf uur. Uiteindelijk duurt mijn lesje met verwerking en al twintig minuten. Mijn mentor is tevreden, al heeft hij wel tips en opmerkingen. Bij hem thuis praten we er nog eens over door en krijg ik een nieuwe opdracht. Nee, met de heer Tilstra als mentor heb ik het wel getroffen vind ik. Een rekenles een week later gaat al beter. Op de leerschool mag ik daarna een les Nederlandse taal geven. Het gaat goed maar ik merk meteen dat orde houden een integraal onderdeel is van elke les. Een paar weken later komt onze leraar Bos bij me kijken tijdens een rekenles. Ik heb daarvoor een les over Calvijn gegeven. Op de rekenles krijg ik allerlei opbouwende kritiek, maar de conclusie van zowel opvoedkundeleraar als mentor is: ‘ga zo voort’. Nou, dat doen we dan maar. 

Discussiëren

Op school bestellen veel klasgenoten foto’s van het kampeerweekend bij me na, 53 stuks in totaal. Ik voel me in de klas steeds beter in mijn vel zitten, zoals dat tegenwoordig heet. Op een tekstanalyse examenopgave van Nederlands haal ik een zeven. Het schijnt een van de weinige voldoendes te zijn geweest. Hoe moeilijk kan het zijn dan, denk ik. Maar ik heb makkelijk praten, ik vind Nederlands een heel mooi vak. 

Met Wim ga ik in Assen naar een leerschool gymnastiek geven. Dat vind ik geen leuk onderdeel. Ik zal er nooit goed in worden. Gelukkig heb ik het nooit hoeven doen in mijn latere loopbaan. Voor het overige haal ik goeie cijfers voor het kerstrapport dat al rond Sinterklaas komt. 

In mijn aantekeningen constateer ik zelf dat ik mijn karakter voortdurend ontwikkel. Ik stel mezelf nog steeds niet gauw op de voorgrond, maar ik word wat vrijer en durf gemakkelijker mijn mening te uiten. En een mening heb ik over veel zaken, want ik heb een brede belangstelling en houd van discussiëren. En van een beetje tegendraads denken, provoceren met stellingen. Als we bij Nederlands worden uitgedaagd door onze sympathieke leraar Van Dalfsen om onze mening te geven over bij voorbeeld een gedicht, dan komt er niet veel uit de klas, maar dan doe ik mijn mond nog wel eens open. Het zal niet altijd even wijs geweest zijn wat ik te berde bracht, want ik ben natuurlijk nog een adolescent die onzeker en volop zoekend is naar zichzelf en naar een weg door de wereld. Hoewel ik niet meer dat verlegen jongetje van vroeger ben, blijf ik verlegen, zeker tegenover het andere geslacht. Misschien compenseer ik die verlegenheid naar buiten wel met een zekere arrogantie, althans iets wat op anderen vrees ik gemakkelijk als zodanig overkomt, maar het niet is. Maar het is nogal arrogant om dat van jezelf te zeggen, misschien. 

Even tussendoor

Even tussendoor: die liefde voor de discussie en argumenteren is altijd gebleven, want toen ik in de goede ouwe tijd les gaf, was minstens een van de vier (!) uren Nederlandse taal die ik in een meao-klas per week had, gewijd aan mondeling taalgebruik. De goeie ouwe tijd, dat was toen er nog volop belangstelling was voor de moedertaal in het onderwijs en men daarvan het belang nog onderkende en erkende. Ook erkende in de zin dat men er voldoende beschikbare uren voor uittrok. Dat zou later wel anders worden. (Ik heb het vak Nederlands in het Mbo langzaam letterlijk tot nihil zien afbreken, maar dat is een ander verhaal). Ik liet de leerlingen om de beurt een paar stellingen bedenken en verdedigen en uit de klas mochten ze vragen stellen. Dat leidde er regelmatig toe dat ik een hele les aan het gekozen onderwerp wijdde, als een soort Lagerhuis avant la lettre. Ik vond het prachtig om Mbo-leerlingen, die soms al behept waren met stevige (voor)-oordelen, eens te laten nadenken over hun stellingname en om ze te confronteren met andere ideeën. De zwaarste onderwerpen gingen we (ze) niet uit de weg: wij spraken over euthanasie net zo goed als over voetbalvandalisme, over abortus net zo uitgebreid als over homoseksualiteit. De klas gnuifde wel eens als we weer een hele les aan niets anders waren toegekomen dan meningen vormen en uitwisselen (lekker geen huiswerk!) maar ik was er heilig van overtuigd dat ik ze met deze uren meer meegaf dan met alle lesjes grammatica en correspondentie samen. Ook omdat ik weet wat ikzelf heb gehad aan dat soort lessen: praten over wezenlijke zaken, meningen vormen, en toetsen aan die van anderen en leren open te staan voor argumenten. Dat zouden meer mensen meer moeten doen, vooral dat laatste: openstaan voor argumenten. Ik zoek graag naar de achterkant van het gelijk, om de titel van een beroemd tv-programma uit de vorige eeuw te citeren.

Paarvorming

Ik ga met de meesten uit mijn klas denk ik wel relaxt om, maar met de een ‘klikt’ het uiteraard wat beter dan met de ander. Natuurlijk heb ik bepaalde voorkeuren. Bij een paar meiden uit de klas ben ik extra graag in de buurt en omdat we in elk lokaal weer kiezen waar we gaan zitten, weet ik het vaak wel zo te draaien dat ik naast X of Y zit. Wie X of Y is, hangt ervan af, want ik heb meerdere favorieten. Gelukkig niet allemaal tegelijkertijd… 

Ik ben vooral ook bezig met later. Ik wil aktes halen en naar het voortgezet onderwijs. Ik vind het vaak heel leuk op de leerschool in het basisonderwijs, maar ik besef in dat stadium al dat ik voor dat werk toch niet echt in de wieg gelegd ben. Het vak Nederlands heeft dan al mijn bijzondere belangstelling. Daarin zou ik wel verder willen. Ik heb belangstelling voor teksten; ik schrijf niet voor niets in die tijd al hele stukken in het journaal waaruit ik nu veel van deze herinneringen put. En ook schrijf ik stukjes voor het nieuwe schoolblad, de Syncoop. Onder de nom-de-plume ‘Cycloop’. Die stukjes zijn niet best. Ik denk er in die tijd ook wel over om een paar jaar in een ontwikkelingsland te gaan werken. In een uitgave van de Syncoop lees ik daar een heel stuk over. Een serieuze relatie past in mijn springerige wereldbeeld niet goed in die plannen. Klas- en schoolgenoten doen overigens in die tijd al wel serieus aan wat ik maar oneerbiedig noem: paarvorming.

   schoolclubbladen 

  

Stukje in de Syncoop over vervangende dienstplicht.                    Re:  een gedicht van Cycloop

    

De honger in Biafra is een thema in die tijd. De iconische foto links plaatst de redactie met een kerstwens eronder. Zo deden wij dat vroeger.     Re: een zurig stukje van Cycloop in de Syncoop. 

 

Keuzes

Maak ik de goede keuzes? Ik denk nog wel eens aan die tijd terug. Wat een belangrijke tijd was dat in ons leven: het kiezen van een partner -of nog juist niet, het kiezen van een beroep. Het uitvinden van wat essentieel voor je is in je leven. Wat je levensbeschouwing wordt. Wat je waarden zijn waaruit je wilt leven. Wat wil je koesteren van wat je van thuis hebt meegekregen, en waarin wil je juist je eigen koers uitzetten. 

Als ik de Bildungsroman ‘Karakter’ van F. Bordewijk in die tijd lees en daardoor geraakt ben en me identificeer met Jacob Katadreuffe, zie ik dat Jacob zijn streven om een goede advocaat te worden, moet bekopen met het verlies van de enige echte liefde in zijn leven. Er is een wederzijdse, maar niet uitgesproken toenadering tussen Jacob en Lorna te George, een secretaresse van het advocatenkantoor waar ze beiden werken. Katadreuffe ziet hun relatie echter vooral in verband met zijn carrièrebelang, -en zij trouwt met een ander. Te laat beseft Jacob dat hij oprechte liefde voor haar koesterde. Tja, als ik dat boek Karakter lees in die tijd, dan denk ik wel eens: gaat dat ook voor mij gelden? 

Nieuwsgierig

Nu is het niet zo dat ik me met Jacob Katadreuffe identificeer omdat ik zijn carrièredrift herken. Overmatige ambitie is me eigenlijk altijd vreemd gebleven. Anderen zullen dat wellicht anders beoordelen; het zij zo. Het steeds maar verder studeren wat ik later zou doen: van tweede- via eerstegraads docent tot en met uiteindelijk een afgeronde universitaire studie, is me nooit ingegeven door carrièredrang. Eerder was nieuwsgierigheid de drijfveer: wat is er nog meer? Is that all there is? zingt Peggy Lee in die jaren ‘60. Nou, dat gevoel dus. 

Toen mijn studievrienden en ik eenmaal eerstegraads waren, hadden we om financiële redenen beter kunnen stoppen. Beter betaald worden konden we toch niet meer in het onderwijs. (Tja, behalve als je tot het management ging behoren, zoals mijn studievrienden.)  Maar nieuwsgierigheid dreef ons, in ieder geval mij, ertoe om ook die vier (!) jaar doctoraal er achteraan te doen. Naast een volledige baan van 32 uur in het onderwijs. Mind you! 29 uren was de norm, maar ‘iedereen’ gaf standaard drie overuren. Dat verwachtte de directie ook wel enigszins van ons. Dus vier dagen van acht uur les en ’s woensdags de hele dag naar Utrecht. ’s Avonds en in de weekeinden correctiewerk en studie. In de schoolvakanties proberen het studiewerk dat in de knel was gekomen, in te halen. Ik heb het jaren achtereen gedaan. Later dacht ik: hoe heb ik dat ooit kunnen opbrengen?!

Emancipatie

Voor mij is er ook wel de emancipatorische kant, besef ik nu achteraf beter dan toen ik met de studies bezig was. Afkomstig uit een eenvoudig arbeidersmilieu wil ik, denk ik, ook bewijzen dat ik toch maar in staat ben die academische graad te bereiken. Ook al moet het via de langste omweg die je kunt bedenken. Niet om me te verheffen boven dat milieu, verre van. Maar wel om de prestatie op zich. Met sport heb ik niks, maar hier wil ik presteren om het presteren, lijkt het wel. Want mijn studievrienden en ik hebben die universitaire graad allesbehalve cadeau gekregen. Daarover verderop in een volgend hoofdstuk meer. 

Die aangeboren nieuwsgierigheid heeft me ook de journalistieke bijbaan bezorgd die ik de laatste jaren van mijn werkzame leven nog heb gehad. Daarbij heb ik wel vaak gedacht: dit had ik moeten kiezen als mijn beroep. Mensen kritisch ondervragen, daar een stuk van maken en dat uiteindelijk gepubliceerd zien (destijds in Schooljournaal van de Onderwijsbond CNV, of tegenwoordig nu en dan een stukje in de Kampeer- en Caravan Kampioen), ja dat geeft me wel een kick. Vandaar misschien dat ik naast deze herinneringen de laatste tijd ook wat korte verhalen schrijf. 

Water under the bridge

Maar het terugkijken dat ik nu doe, is natuurlijk allemaal “water onder de brug”: het is water van een halve eeuw oud en het stroomt weliswaar nu onder je door, staande op de brug van het heden,  alsof het nieuw is, maar het viel al decennia geleden als sneeuw op de gletsjer. En het stroomt en blijft stromen, je krijgt er geen vat op. Verleden en heden stromen door elkaar. De Britten zeggen: it’s no use crying over spilt milk, en zelfs lees ik: it’s spilt milk under the bridge, dat vind ik wel een mooie. Maar niettemin is mijmeren op die brug boven het water wel eens aardig. Of zou het te maken hebben met het feit dat ik ouder word? Vroeger had ik die neiging tot terugkijken eigenlijk nooit zo. Minder in ieder geval. De laatste tijd meer, en dat komt ook doordat ik al mijn oude foto’s heb gedigitaliseerd. Bij de foto’s van vroeger horen onderschriften, en zo komt hier van het een het ander. De reünie van klas 3B van de kweekschool die we in april van 2015 hadden in Zwolle,  werkt natuurlijk ook in niet geringe mate mee om te gaan reflecteren. 

En nu reflecteer ik hier dus op 1966. 

Sinterklaas op de tandem

Op 5 december 1966 komt Sinterklaas met twee zwarte pieten op een tandem de benauwde zaal binnenrijden. Volgens mij was Gosse de sint. In deze geest vieren we Sinterklaas in zaal “De Schulp”. Ik mag van Sinterklaas een presentje maken voor een van de meiden in onze klas, Lineke, en ik maak er een “gedicht” bij van maar liefst 54 regels lang. Zelf krijg ik van de onbekende Sint (maar ik vermoed dat onze klassenleraar Bos erachter zit) een pocket die ik zeer geïnteresseerd ga lezen: van H. J. Eysenck: ‘Gebruik en misbruik van de psychologie’. Je kunt het nu nog nieuw kopen, zie ik op het internet. Maar dan zal het wel bewerkt en gemoderniseerd zijn, neem ik aan. Ik zal het boek ook gebruiken voor mijn examen het jaar daarop. Ik raak zo geïnteresseerd dat ik ook andere boeken van deze destijds vooraanstaande psycholoog koop en lees. 

Het idee om naar het buitenland te gaan om in een ontwikkelingsland me te gaan inzetten voor de minder bedeelde mensheid, wordt versterkt als er geruchten zijn dat je in dat geval niet meer in militaire dienst zou hoeven. Voor militaire dienst wordt lang niet iedereen meer opgeroepen, maar ik moet er nog wel aan geloven. Ik heb slechts uitstel tot januari 1970, wegens mijn studie. Als ik in plaats daarvan naar een warm land zou kunnen gaan, veel van de wereld zien, nieuwe indrukken en levenservaring opdoen, zou dat mijn voorkeur hebben. Je dient de wereld meer met onderwijs dan met militaire macht, dat is dan al wel mijn overtuiging. Bovendien telt tropendienst dubbel voor het bereiken van je pensioengerechtigde leeftijd; zelfs aan dat soort dingen denk ik dan al…

Op de leerschool mag ik onvoorbereid een hele ochtend een vierde klas bezig houden. Ik doe het met plezier. Voor school ben ik bezig met een werkstuk (scriptie noemden we dat toen) over de schilder Vermeer. Als er iets is, waardoor de kweekschool voor mij ook belangrijk is geweest, dan zijn het de docenten die me in contact brengen met cultuur, kunst en wetenschap. 

Huwbaar

Tekenen en kunstgeschiedenis hebben we van de unieke heer Van Dulmen Krumpelman, een echte kunstenaar, aan wie je afziet dat hij het lesgeven wel leuk vindt, maar dat hij eigenlijk toch liever een mooie aquarel zou maken. Eens als we weer wat te veel zitten te donderjagen, roept hij hoofdschuddend door de klas: “Jongelui! Jullie zijn al huwbaar! Gedraag je daar dan een beetje naar…”  Prachtige man. Heerlijke lessen. 

Was meer plezier mee en bij te hebben dan bij de man voor handenarbeid: Meeldijk. Nomen est omen, de naam suggereert droogte en stevigheid en dat klopt denk ik wel aardig. Het was een man waar niet veel humor in zat, bij wie het allemaal heel precies kwam maar die je wel een vak goed onderwees. Ik was een keer mijn metalen millimeterliniaal kwijtgeraakt. Duur ding. Veel later vond ik hem terug maar ik had al een nieuwe gekocht. Meeldijk moest die nieuwe uitgebreid inspecteren, of de schaalverdeling wel voldoende accuraat was. Gelukkig passeerde de liniaal zijn strenge keuring want het was een verhipt duur ding. 

De lessen tekenen en handenarbeid hadden hun eigen aantrekkelijkheid. Je kon wat rondlopen, wat kletsen met de meiden, wat lanterfanten ook, maar je moest wel wat presteren. 

Afscheid

Op 6 januari 1967 neemt de heer Mulder afscheid als directeur ten gunste van de wat formelere heer J. van Duuren. Mulder is een directeur geweest in de geest van Theo Thijssen: veel aandacht voor het individu en als een vader voor de schoolgemeenschap. Terecht krijgt hij een hele avond afscheid aangeboden, waarop muziek gemaakt wordt en de middeleeuwse klucht ‘Nu Noch’ wordt opgevoerd. De muziek komt voor een deel van “onze eigen” Normal School Minstrels. Ze zingen Sinnerman, Little Sparrow, Go tell it on the mountains en een eigen compositie. 

Voor Nederlands staat er in januari een discussie gepland waarvoor de klas het onderwerp heeft gekozen: seksualiteit. Ik word uitverkoren om daar een samenvatting van te mogen geven aan het eind. Eervolle opdracht, nou. Ik ben natuurlijk weer veel te serieus en lees me in over het onderwerp met mijn boek van de psycholoog Eysenck, dat ik voor Sinterklaas kreeg. Daarin staat een kritische bespreking van de twee beroemde Kinsey report’s On man’s sexual behaviour, “Over het sexuele gedrag van de man” en (een paar jaar later) idem van de vrouw. (Seksueel schreef men toen als sexueel, eigenlijk veel mooier, sexueler zeg maar; seksuweel zag je toen ook wel, bv. in provokringen. Dat was denk ik progressieve seks/ sex. Maar dit allemaal terzijde. Sorry, beroepsdeformatie.) 

De rapporten kunnen beschouwd worden als de succesvolste en invloedrijkste wetenschappelijke publicaties van de 20e eeuw. Helaas wordt de discussie een sof. Slechts enkelen, voornamelijk van de intussen in de klas gevormde paartjes, doen hun mond open. Alsof die alleen verstand hebben van dit onderwerp, hallo?! Mijn ‘samenvatting’ gaat dan ook volledig de mist in. Er valt weinig samen te vatten. 

Omstreeks deze tijd, januari 1967, is mijn werkstuk over Johannes Vermeer voor kunstgeschiedenis af. Het zijn 37 beschreven pagina’s, overigens ook met een aantal illustraties van platen die ik overal vandaan verzameld heb. Ik heb er ruim drie maand aan gewerkt. Tussendoor maak ik op de leerscholen ook nog een vrij uitgebreid “Observatierapport” voor opvoedkunde, met onderzoekjes als een vriendschapssociogram, een werkmaatsociogram, een taaltest en –analyse, een gewetensonderzoek, observaties en nog veel meer. Het vreet allemaal tijd. Mind you: het moest allemaal geschreven worden, ja? Met de pen, ja? Pas in de vijfde klas schafte ik me een tweedehands typemachine aan. 

  

 

  

 

Klassenavond

In dezelfde week hebben we weer een klassenavond. Dat is ouderwets gezellig. Johan en ik hebben een ballonnenspel bedacht, dat bij de uitvoering genoeg hilariteit wekt, net als het spelletje dat Jellie bedacht heeft, waarbij een aantal jongens in een rij moet staan met ontbloot been. Geblinddoekte meisjes moeten de jongen herkennen door aan het been te voelen. Dat lukt een van de meiden, Mickey, succesvol bij mijn been. Dat levert me een zoen van haar op. Toch kan zij onmogelijk mijn been van zo dichtbij en intiem kennen, daarin moet je me echt geloven. Zo zie je maar wat je met een dosis geluk en toeval al niet kunt bereiken. 

    klassenavond

  

 de klas met de heer Mulder

Vooraan: ik, Albert, Roel, Meindert, Sijtze, Herman. Tweede rij: Johan, Toni, Dinie, Mieke, dhr. Mulder, Ietje, Hennie, Albertje,  achteraan Tineke en Lineke

  

eindelijk eens een foto waar ik ook op sta: rechts. (de meeste foto's die hier staan maakte ik; een zelfontspanner had mijn klikcameraatje niet...)  

 jolig op het station voor de laatste trein naar Hoogeveen

  op het Assense perron na een klassenavond, voor de kiosk van 'Opa Bounty'

 v.l.n.r. (o.a.) Jeltje, Mieke, Sijtze, Annemiek (die wachtte op de trein naar Groningen), Jaap, Albert, Johan, Dinie, Jelly 

 

 

 

In deze tijd ontwaakt ook mijn politieke belangstelling. Ik voel wel sympathie voor de progressieve stroming in de ARP, zeg maar de lijn van Jaap Boersma. Wat is die christelijke politiek van toen trouwens mijlenver verwijderd van wat het CDA nu is. En niet alleen verwijderd in tijd. Onvoorstelbaar hoe dingen zich kunnen ontwikkelen, ook de verkeerde kant op. Maar ook dat is water onder de brug. Op een andere plaats misschien nog wel eens meer over mijn politieke ideeën en idealen. 

Druk

We doen verkeersexamen. Ik slaag. Het voorjaar is op school een drukke tijd. Ik lees in mijn aantekeningen dat de mensen in onze klas prikkelbaar zijn, en soms ook een beetje apathisch. We hebben echt een druk programma. Er gaan stemmen op in de klas om nog eens een kampeerweekend te organiseren, zo rond Pinksteren. Om de broodnodige klassengemeenschapsband eens weer wat te verstevigen. Er zijn nu redelijk wat onderlinge irritaties in de klas. 

Keuring

Er komt een bericht binnen met de post van het ministerie van defensie: maandag 8 mei dien ik mij om 08.20 uur te vervoegen in de kazerne van Deventer voor de keuring voor militaire dienst. Ik had al gehoopt dat ze me zouden ‘vergeten’… 

Een kunstreis met de trein naar Amsterdam brengt me oog in oog met Rembrandts en Vermeers. Vooral de laatste bekijk ik met bijzondere interesse. Wat een tere kleuren, hoe ingetogen de modellen, wat een boeiende lichtval. Daarna doe ik nog het Stedelijk. In de trein terug lees ik de intrigerende gedachten van Provo in een blaadje dat ik in de hoofdstad op de kop tikte. Ik realiseer me hoe provinciaals ik eigenlijk ben. Wat een beschermd en infatsoenlijk wereldje de Assense kweekschool eigenlijk is. We verbeelden ons, pardon, ik verbeeld me dan soms wel heel wat, maar het echte leven speelt zich toch niet af aan de Javastraat in Assen. Noch op het Stationsplein van Hoogeveen. Niet dat ik jaloers ben op de hoofdstedelingen, nee zeker niet, maar toen al, en nu ook achteraf denk ik dat we in Assen wel ontwikkelingen in ‘de grote wereld’ missen. Alle grote studentenprotesten gingen langs ons heen. Wij vonden het wel goed. Nou ja, het was ook goed, maar… Is that all there is? 

Normaal? Ik dacht het niet

Acht mei word ik (goed)gekeurd in Deventer. ’s Morgens een medische keuring en ’s middags allerlei tests. Ze beschouwen iedereen die hier binnenkomt ongeveer als analfabeet en geestelijk gestoorde, zo krijg ik de indruk, en daar erger ik me nogal aan. ‘Bent u geestelijk normaal?’ is een van de eerste vragen. Ik ben dan geneigd om naar waarheid te antwoorden: ‘Tja, wat is normaal…, ik denk het eigenlijk niet!’ maar ik heb me weten te bedwingen en heb het spelletje braaf meegespeeld. ’s Middags doen we ook nog een test in morse-taal. Nou, ik kan me voorstellen dat morseseiners helemaal lijp worden; ik word het alleen al van de test. Dus dat zal het wel niet worden. 

Maar verder is het leuk, in de middagpauze wat aardige gesprekjes met lotgenoten. Ik heb me opgegeven voor tolk bij de landmacht en eventueel ook voor uitzending naar Suriname. Maar ter plaatse wordt me al te verstaan gegeven dat ‘de organisatie’ toch bepaalt wat háár goeddunkt, wat betreft je bestemming, en daar helpt je eigen voorkeur niet echt aan. Tolk worden lijkt me wel leuk: op rijkskosten een studie Russisch of zo. En voor een diensttijd in Suriname zou ik zo tekenen. 

Reisbureaus afstropen

Voor school moeten we zelf overzichten maken van de stijlperioden in de Europese kunstgeschiedenis. Ik heb daarvoor reisbureaus afgestroopt naar folders van Italië en andere zuidelijke landen met foto’s van kunstschatten. Het samenstellen van de plakboeken kost enorm veel tijd, maar ik vind het heerlijk werk. Ik bezit de twee delen nu nog en het is leuk om er nog eens in te bladeren. Ik lees boeken voor de literatuurlijst, maak vier lesschema’s voor Nederlands en vier voor aardrijkskunde, ik lees boeken voor pedagogiek, en dan is er nog een godsdienstexamen in september waar ik nog veel voor moet doen wil ik slagen. Lesschema’s maak ik in grote aantallen. Druk, druk. 

 

Juni, de wereld en ik schrikken op van de oorlog tussen Israël en de Arabische staten met Egypte als belangrijkste. Vijf dagen later al heeft Israël orde op zaken gesteld. Bijna ieders sympathie, ook de mijne, ligt bij de Israëli’s. Ook dat is nu in veel gevallen wel anders. 

Breaking news

Op school zijn de examens van dit jaar achter de rug en het blijkt dat 25 % gezakt is. Dan denk je toch wel even: als het volgend jaar ook zo gaat, wie uit onze klas hoort er dan bij die 25 %? Op de leerschool gaat het de ene keer ‘lekkerder’ dan de andere. Ordehouden verdient zeker aandacht. 

Breaking news is voor de vakantie dat ik mijn haar verander: van achterover naar voorover gekamd. Nogal een revolutionaire ontwikkeling, niet dan? Ik ben een paar dagen the talk of the town. 

  1967, een nieuwe 'look'           overblijven in een lokaal in het oude gebouw

Mijn overgangsrapport is zoals gewoonlijk prima, de enige onvoldoende is voor praktijk lichamelijke oefening. Daar zal ik wel geen voldoende voor halen, daarmee heb ik me al wel verzoend. Als ik in het voortgezet onderwijs ga werken heb ik dat toch niet nodig. En in Suriname ook niet. Hoewel…

 

     rapporten van 1966-'67 en '67-'68

In de grote vakantie fiets ik met twee vrienden naar Zuid-Limburg heen en terug. Het geld ervoor heb ik verdiend met werken in de blikfabriek van Drenthina. Als ik 65 word in 2013, krijg ik een afgekocht pensioen van het metaalpensioenfonds van welgeteld € 7,80. Eenmalig dus hè. Mijn vrouw en ik zijn er lekker van wezen eten. Voor mij is het in ieder geval het zoveelste bewijs dat wij in een super georganiseerd land wonen. Een halve eeuw later weet zo’n pensioenfonds je nog te vinden. Verderop in een ander hoofdstuk trouwens meer over mijn kampeervakanties. 

 

naar boven