Peru, Bolivia, Chili; Reisverslag en fotoreportage - Dag 27 Machu Picchu De ‘verloren’ Inca-stad in het oerwoud; en treinreis MP Pueblo- Cusco

by Lammert
Hits: 36314

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

 

 

 

 

Dag 27 Machu Picchu

De ‘verloren’ Inca-stad in het oerwoud; en treinreis MP Pueblo- Cusco

Dit is dan de dag! Een van de hoogtepunten van de reis. (De volgende gegevens komen deels uit Wikipedia:) ‘Machu Picchu is een stad van de Inca's die door de Spanjaarden nooit is ontdekt en daardoor ook niet vernietigd werd. Er is in deze stad nog veel van de Inca-beschaving terug te vinden. De stad Machu Picchu is gelegen tussen steile bergen, op een hoogte van ongeveer 2400 meter.’ Een stuk lager dan Cusco dus. ‘De Inca's bereikten de stad via een steil pad. De voettocht duurde meerdere dagen en de stad was daarom moeilijk bereikbaar. Machu Picchu ligt ingesloten tussen twee steile pieken: de Machu Picchu (letterlijk "oude berg" in het Quechua) en de Huayna Picchu ("jonge berg" in het Quechua). Door het rotsdal loopt op 1750 meter hoogte de sterk stromende Urubamba. Aangenomen wordt dat de bouw van de stad Machu Picchu werd begonnen rond 1440, onder leiding van Pachacuti. Tot aan de Spaanse verovering van het gebied in 1532 was de stad bewoond. Over de functie van de stad zijn wetenschappers het niet eens. Doordat de stad zo ontoegankelijk is, wordt aangenomen dat de stad geen doorsneefunctie had. Vaak wordt aangenomen dat Machu Picchu een buitenverblijf was voor koningen en andere hooggeplaatsten. De stad heeft veel verblijven voor edelen, en ook een paar woningen voor hun dienaren. Er konden rond de 750 personen in de stad verblijven. Gedurende de regentijd, als er geen koningen aanwezig waren, zouden er veel minder mensen in Machu Picchu geweest zijn. Toen de Spanjaarden het rijk van de Inca versloegen, stopte de regelmatige trek van en naar Machu Picchu door edelen en raakte de stad verlaten.’  Pas in 1911 werd de stad –toevallig- weer ‘ontdekt’ door Hiram Bingham III. Er woonden toen alleen wat plaatselijke boeren. Door Binghams artikelen o.a. in de National Geographic kreeg de stad in 1913 brede bekendheid. Een boeiend relaas over de ontdekking en veel informatie over deze bijzondere stad en over de Incabeschaving vindt u in het boek van Mark Adams: De ontdekking van Machu Picchu/ In de voetsporen van Hiram Bingham III (vert. F. van der Knoop) Uitg.: National Geographic, Dutch Media Uitgevers, Amsterdam 2012. (Zie ook op deze website de pagina ‘Voorbereiding op de reis’). 

Heel bijzondere gewaarwording

Wij bereiken de stad met de bus, die in een half uur 350 m klimt door tropisch regenwoud, langs dertien scherpe haarspeldbochten. Het is vandaag gelukkig droog, wel bewolkt, maar dat is helemaal niet erg, integendeel. Voor foto’s is het zeker niet ongunstig want nu heb je namelijk geen last van harde schaduwen bij de bouwwerken, -en zonder zon is het ook niet zo heet. Voor we de controle passeren, gaan we nog even naar het toilet. Er is namelijk op de hele site geen toiletmogelijkheid. Dat baart ons in onze conditie wel wat zorg. Gelukkig hebben we het goed doorstaan. We laten onze kaartjes en ons paspoort zien en komen dan door de controle op het complex. We krijgen een duidelijke kaart van het complex mee. Je kunt ook een gids nemen, Diedrik beval dat sterk aan want dan krijg je natuurlijk veel uitleg, maar wij hebben eerlijk gezegd een beetje een hekel aan het achter een gids aanlopen, dus wij gaan zonder. Het gaat ons niet om alle details bij elk bouwwerk. Veel daarvan ben ik toch weer vergeten als ik het terrein af ben. Bovendien kun je thuis altijd nog weer veel informatie vinden op internet. En ik heb van tevoren al veel gelezen over o.a. de Inca’s. Zie ook de pagina Voorbereiding op deze website. Het gaat mij meer om de totaalindruk, om hier zelf rond te lopen op een terrein dat zo’n sterke ‘lading’ heeft, zo wereldberoemd is, en waarover ik al zoveel las. 

Nevelsluiers weggeschoven

Het is ondanks het toch nog redelijk vroege uur al aardig druk hier bij de ingang. Dat komt ook doordat de groep die de vierdaagse Inca-trail had gedaan, nu net terugkomt. Later wordt het gelukkig rustiger. Na wat klimmen komen we op een plateau waar we voor het eerst de stad in het oog krijgen. Dat is wel een heel bijzondere gewaarwording, moet ik zeggen. We hebben hier zo veel over gelezen, zo veel foto’s van gezien. Dat we het nu voor het eerst echt zien, ja, dat is een hele ervaring. Zoals deze ruïnestad hier aan je voeten ligt, letterlijk, gebouwd op zo’n onwaarschijnlijke plaats, bijna omarmd door Pacha Mama, ja dat is uniek. De stad is gebouwd op de aanwezige rotsformaties en men heeft daarvan gebruik gemaakt voor de constructies. Om de voet van de berg kronkelt in duizelingwekkende diepte de rivier. Eromheen zijn nog hogere bergen, die Machu Picchu als het ware insluiten. Om de Huayna Picchu en diep beneden ons in het dal boven de Urubamba hangen nog sluiers van de wegtrekkende lage bewolking of nevel. Het geeft deze eerste aanblik extra kracht: alsof de sluier van het gezicht van een bruid afgeschoven wordt. Het cliché zegt dan: ‘onvergetelijk’, maar dat is het denk ik wel. 

Het is ook meteen het meest indrukwekkende beeld van de hele dag. Want als je eenmaal begint met het doorkruisen van de ruïnestad dan zie je veel details en soms nog wel wat groter overzicht, maar zo mooi, zo indrukwekkend als aan het begin zien we het niet meer. Wat je in de stad vooral ziet, zijn plat gezegd: stenen. Weliswaar heel kunstig gestapeld en gecomponeerd, maar wel: stenen. We volgen de uitgezette route. Op de kaart aangegeven en in het terrein met pijltjes. Dat zien we in ieder geval het meeste wel. En wat we missen, dat weten we toch niet. Onder aan de muur van het terras waar we op staan vallen ons fel rood-oranje bloemen op. Het zijn een soort begonia’s op een lange steel. We lopen onder langs het Huis van de Bewaker, dat is boven langs de agrarische sector. Dat laatste zijn een heleboel terrassen boven elkaar die nu groen zijn van het gras, maar die de Inca’s gebruikten om gewassen te verbouwen. Misschien quinoa en cocabladeren. 

Intihuatana: deed de zon omkeren

Bij het begin van de hoge, bebouwde stedelijke sector, aan de zuid-oostkant, is de hoofdpoort naar de stad. Bij deze deur begint de verdedigingsmuur van de stad en de droge gracht. De hoofdpoort is opgebouwd uit grote gladde stenen en heeft een enorme steen als bovenbalk. Hoe de bouwers zulke stenen op hun plaats kregen is nog voorwerp van speculatie. Van hier volgen we de route langs de zonnetempel; daar kijken we op de terugweg beter. Nu gaan we langs de ‘steengroeve’ naar de tempelsectie. Daar vinden we de Tempel van de drie ramen, de Hoofdtempel en de Intihuatana. We komen eerst nog langs een serie opslagplaatsen, huisjes met de vorm van een huisje. Alleen de dakbedekking ontbreekt. Ik moet zeggen dat het lastig is om achteraf met kaartjes en mijn foto’s precies te reconstrueren hoe we zijn gelopen. Voor mijn lekenogen lijken veel bouwwerken op elkaar. En soms is het ook niet wat je je voorstelt: de Tempel van de drie ramen, is maar een laag bouwwerk dat drie uitsparingen in de muur heeft. Je staat hier vrij hoog en hebt dus wel een aardig panorama over de rest. Beneden zien we het grote plein. Heel apart vind ik wel de Intihuatana. Het is een rots met fraaie abstracte vormen, met een verticaal uitsteeksel dat recht omhoog wijst. Het lijkt een soort fallus. 

Sterk staaltje

Intihuatana : de rots met dat typische uitsteeksel waarvan de functie niet precies bekend is, maar dat misschien een astronomische functie had. Merkwaardig is natuurlijk dat  in de Zonnetempel van Pisac ik precies zo’n zelfde soort bewerkte rots zag, alleen dan veel kleiner. ‘De steen die dient om de zon vast te leggen.’ Zonder al te technisch te worden, komt het (volgens uitleg op internet) erop neer dat de Intihuatana ontworpen lijkt om de zon op de equinox te ‘vangen’. Een equinox is het tijdstip waarop de zon loodrecht boven de evenaar staat. De zon staat op 21 maart en 21 (23) september bijna loodrecht boven de pijler, hij is daaraan ‘vastgelegd’, en de pijler geeft dan dus geen schaduw. Op deze tijdstippen hielden de Inca’s plechtigheden. Ze voorkwamen dan, zo dachten ze, dat de zon zich nog verder noordwaarts zou verplaatsen. Ik denk dat die ceremonie altijd heel succesvol was: de zon draaide daarna inderdaad weer terug… Wat de oorzaak en wat het gevolg is, daarover dachten de Inca’s en de moderne mens anders. De Intihuatana was voor de Inca’s het meest heilige voorwerp. De Spanjaarden wisten dat dus die hebben alles in het werk gesteld om deze voorwerpen te vernietigen. Dat dat hier in Machu Picchu niet is gebeurd, komt doordat de Spanjaarden hier nooit zijn geweest. 

In ieder geval is de Intihuatana alleen al als ‘beeldhouwwerk’ een sterk staaltje. Om een rots zo te kunnen bewerken, zonder moderne metalen werktuigen, dat is bijna onbegrijpelijk. Zoals er wel meer onbegrijpelijk is aan deze cultuur. Zo is voor mij ook een groot raadsel hoe ze de enorme stenen zo precies op elkaar passend kregen dat er geen papiertje tussen past. Mortel zit er niet tussen, het past alleen millimeter precies. Onbegrijpelijk. 

Rots als perfecte afspiegeling van het terrein?

Diedrik mag zelf niet fungeren als gids op het terrein; dat is voorbehouden aan geaccrediteerde gidsen. Bij de ingang bieden die massaal hun diensten aan. Ik ben ervan overtuigd dat hij het heel goed zou kunnen: hij weet heel veel van de oude beschavingen, vooral die van de Inca’s, ook doordat zijn vrouw daar erg mee bezig schijnt te zijn. Onderweg heeft hij ons al diverse verhalen en mythes verteld. Hij loopt wel ongeveer dezelfde route die wij lopen en nu en dan komen we hem tegen. In de tempelsectie neemt hij ons stilletjes even mee naar een rots. Zo op het oog een gewoon rotsblok. Maar dat is het niet, zo laat hij ons zien. Het bultige oppervlak van de rots is namelijk een bijna perfecte ‘maquette’ van het terrein waarin deze steen ligt. We herkennen –als hij het aanwijst- de Huayna Picchu, Machu Picchu en zelfs de rivier de Urubamba, die zich om de voet van de bergen slingert. Het is dus of sterk toeval, of door de Inca’s bewust zo gemaakt, of het is een geval van achteraf  ‘hineininterpretieren’. Of het is magie. Wie zal het zeggen. Ik ben zelf nogal sceptisch als het dit soort zaken betreft, maar dit treft mij wel, in ieder geval als ‘zeer toevallig en merkwaardig’. 

Beestjes

We zien zo nu en dan ook beestjes. De grootste verrassing was het betrappen van een viscacha, het konijn met de eekhoornstaart, dat we wel vaker op onze reis hebben gezien. Het zijn schuwe beestjes. Deze blijft lang zitten. Ik kan, heel langzaam bewegend, vrij dicht bij hem komen en foto’s maken. Ik zou alleen zo graag zijn staart ook op de foto krijgen, maar dat lukt niet. Als hij opstaat, gaat het zo snel en duikt hij zo snel onder een rots dat ik altijd te laat ben voor een foto. Vogeltjes zijn wel aardig tam. Beestjes met een zwart-wit gestreepte kop en een oranje sjaal in de nek. Bijzondere planten zijn er ook wel, hoewel het een platgetreden terrein betreft natuurlijk. Maar naast de paden staan soms bijzondere planten. Zo zien we wilde gladiolen, fel rood, en vetplanten, aloë’s. 

We dalen af en bereiken dan het verste deel van de route. We gaan even op een steen zitten om even te rusten en om water c.q. Electrolight te drinken. 

De Cóndor

We komen op de terugweg langs vele gebouwtjes. O.a. het ‘industriële gedeelte’ en het deel voor de gevangenen. We gaan naar beneden bij het bordje (Tempel van de) ‘Cóndor’. We komen bij een rots, die deels weer bebouwd is. Met enige fantasie zie je er inderdaad een vogel in met twee grote vleugels, half openklappend. Wel grappig is de steen op de bodem; daarin is een geabstraheerde kop met snavel uitgehouwen. Weer verder komen we bij een punt waar de blauwe terug-route vlak bij de rode heen-route komt. Hier is o.a. de Tempel van de zon en de Rituele fontein. Een echte fontein is het niet maar wel een ingenieus ontworpen stelsel van waterlopen. Vervolgens is dat ontwerp dan uitgehakt uit de rotsen en in elkaar gepast met de stenen. Dat deed men dus door stenen tegen elkaar te plaatsen zonder cementmortel ertussen. Probeer dat maar eens zo te maken dat het water niet weglekt, maar netjes van de ene naar de andere steen stroomt! Maar hier is het gelukt en dat niet alleen maar zelfs na diverse aardbevingen is het na zoveel eeuwen nog intact! Wij verwonderen ons. 

Tempel van de zon

De Tempel van de zon is een half cirkelvormig gebouw dat op een natuurlijke rots is opgetrokken. De tempel moet vroeger bekleed zijn geweest met goud en edelstenen. Twee raamopeningen schijnen weer te maken te hebben met de winter- en zomer-zonnewende. Het is –ook zonder gouden bekleding- nog steeds een heel modern aandoend strak bouwsel. Ontzettend knap om met zulke grote stenen een ronde vorm te kunnen bouwen. Helaas is een deel van het bouwwerk tijdelijk afgesloten wegens onderhoud. 

Overigens word je goed in de gaten gehouden als bezoeker. Een paar Peruaanse pubers maken steeds foto’s van elkaar en daarvoor gaan ze even van het pad af een grasveld op. Meteen klinkt er een doordringend fluitje. Ik zie de desbetreffende bewakers niet eens, ze moeten vrij ver af zijn, maar de jochies reageren er meteen op, elkaar schuldbewust aankijkend. 

Langzamerhand wandelen we terug naar het begin. We komen langs de landbouwterrassen. Er staan een paar lama’s te grazen. Diep beneden ons zien we de rivier Urubamba en de weg en de spoorlijn. Op die weg hebben we gelopen naar het museum, over de hangbrug die ook te zien is. Wat een diepte. Als we door de controle het gebied uitlopen, heb ik het gevoel dat ik hier nooit terugkom en dat ik nog een keer moet gaan kijken of ik alles wel gezien heb. Nog één keer het beeld in me opnemen. Maar we hebben rustig aan de hele route gedaan dus hier moet het dan maar bij blijven. Bovendien ben ik nu wel blij dat ik eens naar een toilet kan. We eten beneden bij de uitgang een paar banaantjes en drinken nog wat. Dan stappen we in de volgende bus en gaan daarmee naar beneden. De dertien haarspelden langs. 

De tijd doden

Terug in het dorp gaan we op een terras zitten. Naast de treinen die soms met dreunende diesels langs schuiven, ja. We bedenken bij een glas sap wat te doen. We hebben vanmorgen meteen al moeten uitchecken bij het hotel. Daar moeten vandaag al weer nieuwe gasten in: een winstgevend bedrijf. We hebben dus geen plek om uit te rusten of even plat te gaan. Onze trein terug naar Cusco vertrekt pas om kwart voor vijf. Tot dan toe moeten we ons dus nog vermaken, dat is bijna nog de hele middag. In dit dorp is niet veel te doen. Er zijn heel veel winkeltjes en cafeetjes en restaurants, maar behalve de warmwaterbaden is er weinig vertier. We beginnen daarom maar met een goede lunch. Vanavond zal er immers weinig komen van normaal eten door de rare tijd dat we in Cusco zullen aankomen. Nou, goed eten kun je hier wel. Niet goedkoop want alles moet per spoor worden aangevoerd en het is een puur toeristendorp. We bestellen weer een gebakken forel. Dat bevalt toch het best. We eten maar weer normaal, want het maakt allemaal geen verschil voor hoe we eraan toe zijn. Vis is dan nog het lichtst verteerbaar, denk ik. En ik wil iedere dag wel vis eten; ik hou van vis. Dus we zitten wat te kijken naar de treinen, naar de mensen die voorbij gaan. Naar mannen die zware vrachten op handkarren of kruiwagens torsen; zij lossen de treinwagons. Soms dragen ze enorme pakken op hun rug. Naar het meisje tegenover ons dat al een kind heeft, maar zelf nog wel een kind lijkt en een soort kiosk drijft onderaan bijna op het spoor. Veel klandizie heeft ze niet. Naar twee bandjes die ons –na elkaar- gaan vergasten op El condor pasa. Ik kan na vier weken geen El condor pasa meer hóren! Overal draaien of spelen ze dat! 

Politie in het gelid zingt het volkslied

We bestellen nog maar eens een koffie. We wandelen eens de paar straten die er zijn op en af. We zitten een tijdje te kijken op een bankje op het plein bij het politiebureau. Daar gebeurt ineens iets bijzonders. Voor het bureau gaan de verzamelde politiemensen bij elkaar staan, een agent komt naar ons toe en verzoekt ons te gaan staan voor het volkslied. Zo begrijpen wij met onze niet te grote kennis van het Spaans. En inderdaad, het volkslied wordt gespeeld, de agenten staan in het gelid en zingen mee. Wij staan met respect voor onze bank. Dit zie ik in Hoogeveen nog niet gebeuren. Agenten die voor het bureau in het gelid het Wilhelmus zingen. De agenten hebben ook een eigen straathond, zo lijkt het. Een groot beest dat aangehaald wordt en keurig naast de deur zittend wacht tot het lied uit is. Er lopen heel wat van die grote honden los rond hier. Ze doen niemand iets. We zitten een poos voor de kerk. Kinderen spelen met een balletje dat ze hier in de riolering laten vallen en even verder weer opvangen waar de buis aan de oppervlakte komt. Eindeloos kunnen ze dat herhalen; telkens weer verwonderd over het balletje dat verdwijnt en weer tevoorschijn komt. Nog ergens een kop koffie en dan is het ongeveer tijd om te verzamelen bij het hotel. Dan lopen we samen met Diedrik naar het station. Daar zijn we precies om 16.15 u. Je moet hier, net als op een vliegveld, vóór de vertrektijd aanwezig zijn. Weliswaar maar een half uur, maar toch. 

De treinreis duurt me lang. Het traject ken ik, ik ben moe, ik heb last van mijn darmen. In Cusco wacht de bus al op ons. Weer prima voor elkaar. Tegen kwart over negen zijn we bij het hotel. Ik denk niet dat er nog veel mensen gaan eten in de stad. Wij doen het in ieder geval wel met een paar energierepen en een paar banaantjes. En Electrolight natuurlijk. Als snel rol ik mijn bed in en val als een blok in slaap. 




 

 

 als de nevels optrekken...

...een onvergetelijke ervaring

 de 'verloren' stad

Ik heb een en ander gelezen over deze stad, over de Inca's en over de "ontdekker" van de ruïne: de Amerikaan Hiram Bingham de III. Dat geeft dit moment extra lading. Maar ook al weet je er weinig van, ik kan me niet voorstellen dat iemand niet onder de indruk zou raken van deze eerste aanblik.

 

In de diepte schemert de Urubamba; op de achtergrond de berg Huayana Picchu. Rechts de oorspronkelijke ingang naar de stad

 viscacha

Het paleis met de drie vensters (onder) en bovenop de heuvel de tempel met de Intihuatana, de heilige steen.

 opslag- en voorraadgebouwen

 paleis met de drie vensters

Bijna alles staat na vijf eeuwen nog stevig overeind maar hier is dus een flinke verzakking. Men zegt dat het hele M.P. gevaar loopt te verzakken. Op de achtergrond het tempelplein met Intihuatana.

Terugkijkend op waar we net waren: de Steengroeve, de landbouwterrassen en heel in de verte het wachtershuis

 tuin

 de Intihuatana

De heilige steen in de zonnetempel die waarschijnlijk astronomische en ceremoniële dienst deed. Zie het Reisverslag. 

  Urubamba

 

 even rust op het keerpunt in de route

 zicht op tempelplein

 paleis met de drie vensters

 steengroeve, landbouwterrassen

 tempel van de condor

 met enige fantasie een condor...?

 steil en diep is het overal

  

Zonnetempel met fraai voorbeeld van bouwwijze; kijk hoe de stenen op elkaar en op de rots aansluiten, en dat in die tijd!

                   

 ingenieus waterleidingsysteem

Hier beneden liepen wij gisteren.

 M.P. Pueblo, zingende politie in het gelid

 

 

 

 

 

naar boven