Peru, Bolivia, Chili; Reisverslag en fotoreportage - Dag 23 Puno Cusco Kerkje van dorpje Andahuaylillas, pashoogte La Raya

by Lammert
Hits: 36317

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

 KAART

Dag 23 Puno – Cusco

Kerkje van dorpje Andahuaylillas, pashoogte La Raya

De karavaan trekt verder. Het is vandaag ongeveer 400 km, en acht uur rijden. Om zes uur staan we op. Ik heb niet best geslapen. Vaak eruit naar de wc, vaak wakker. Riet is er beter aan toe dan gisteren, maar het blijft kwakkelen. We ontbijten weer met een toastje, thee en een paar stukjes banaan. Het is een lange busrit vandaag. Eerst de stad Puno uit en dan de drukke stad Juliaca. Op een hoge pas stoppen we voor foto’s. La Raya ligt op 4470 m volgens het ene bord en het andere bord honderd meter verderop houdt het op 4338 m hoogte. Hoog in ieder geval. Mooie panorama’s op de omringende bergen, waarvan sommige een sneeuwdek hebben. Het is hierboven frisjes en zwaarbewolkt. Natuurlijk zijn er weer de onvermijdelijke koopvrouwen met kleurrijke kleding en ander spul. Gelukkig is beneden ook een toilet; ik moet al weer even. Het is er een smerige bende. Om van over te geven eigenlijk, zo vies, maar ja, ik ben al blij dat ik even gelegenheid heb. De loperamide werkt nog niet kennelijk. Of kun je daaraan ook gewend raken? Ik slik het al een paar dagen, zo nu en dan als het nodig is ‘om te functioneren’. Weer een eindje verder stoppen we bij een warmwaterbron, waar lokale mensen lekker in badderen. Erachter is een conus van een paar meter hoog, een kegel van opgeworpen mineralen en opgeloste ‘druip’steen. 

Andahuaylillas

We lunchen in een vrij groot restaurant, waar je volgens Diedrik ook alleen de soep kunt nemen. Ik moet er niet aan denken een hele maaltijd te nemen. Ik neem aan dat ik die soep dan ook van het buffet mag nemen. Dat levert later nogal wat problemen op als de rekening betaald moet worden. Soep alleen had je alleen van de kaart mogen nemen, zeggen sommigen. Maar dat was niet gezegd, tenminste had ik niet begrepen. Nou ja, uiteindelijk komt het allemaal wel goed. De soep valt trouwens niet goed, daar in de ingewanden. Na een moeizame rit en lange zit ben ik blij dat we bij het hotel zijn en dat we naar de wc kunnen. ’t Houdt niet op. Onderweg ben ik ook nog twee keer geweest op de wc bij een kerkje dat we bezochten. Het staat in het pittoreske dorpje met de fraaie naam Andahuaylillas. Het is een leuk plattelandskerkje; van binnen de gebruikelijke uitbundige gouden glittter. De buitenkant vind ik wel smaakvol, maar die staat helaas in de steigers. Achter de palen van de steiger zie ik een naïeve, maar aantrekkelijke beschildering van het portaal, met o.a. engeltjes en heiligen. Achter de kerk is een gebouwtje dat Diedrik mij gewezen heeft; hier is inderdaad een wc -en een mooi schone ook nog. 

Zilver?

Voor de kerk is een plein waar de bussen stoppen (wij zijn niet de enige bezoekers, kennelijk staat dit kerkje bij alle reisorganisaties op het programma) en waar ook weer wat stalletjes zijn met koopwaar. Ze staan onder enorme oeroude bomen. Prachtig!  Riet ziet er zilverwaar. We kijken of hier iets hangt dat min of meer overeenkomt met het sieraad dat de buren graag zouden hebben. Maar nee, het is er niet bij. De verkoopster heeft uiteraard wel allerlei alternatieven en ze is vasthoudend. We bieden een prijs voor een hanger die we eventueel wel zouden willen, maar dat vindt ze toch te laag. Ik zeg: die komt, als we in de bus stappen, nog wel met een nieuw bod. Ze komt, als we in het parkje op een bank zitten, nog weer langs om een nieuw bod van ons maar als we erbij blijven haakt ze af. Kennelijk was het bod toch té laag. Maar dan weten we een beetje wat zo’n hanger waard is. “Mwa”, zegt de vrouw smalend als ik tegen Riet zeg dat we in Cusco nog alle gelegenheid hebben, “in Cusco verkopen ze geen echt zilver, dit is wel echt zilver.” Tja, dat moeten we dan maar geloven. Aan zilvermerkjes doen ze hier niet. Verder stoppen we onderweg nog bij een enorm bouwwerk; een hoge muur bestaande uit drie delen. We wandelen eromheen, maken foto’s. 

Onvindbaar hotel

Het hotel in Cusco, waar we de rest van de tijd in Peru zullen verblijven, behalve de tweedaagse uitstap naar Machu Picchu, heet het Inkarri Hostel. Het staat ongeveer 15 minuten lopen af van het Plaza de Armas en niet zover van de Coricancha tempel. Het straatje ervoor is zo smal dat er net een bus door kan en de stoep is ongeveer 30 cm breed. We gaan hier dus altijd in ganzenpas, en als je iemand tegenkomt, moet je van de stoep af en goed kijken of er niet een auto aan komt. Als je het niet weet, zou je niet zeggen dat hier een hotel is, want er is alleen een onaanzienlijke dichte deur. Na aanbellen gaat die open. De bus moeten we snel verlaten want parkeren kan hier dus niet, hij staat midden op het vrij drukke straatje. 

Navel van de aarde

Cusco telt ongeveer 300.000 inwoners (in 2004). De naam van de stad is afkomstig van het Quechua-woord dat navel (van de aarde) betekent. Cuzco ligt op een hoogte van ongeveer 3360 meter in de Andes. Nog wel aardig hoog dus. We zijn intussen wel wat aan de hoogte gewend, maar blijven last houden van kortademigheid en snel vermoeid zijn. We eten samen met de groep in Café de la Paz, het vredescafé. Het is een sfeervol restaurant en ik eet een malse alpacabiefstuk met een verrukkelijke saus van port en bessen. Een van de betere maaltijden. Echt heel goed klaargemaakt. 

Om halfelf gaan we de nacht in. We zijn die diarree nu wel goed zat. Om er niet steeds weer op terug hoeven te komen, zal ik nu maar alvast verraden dat het pas overging een dag nadat we thuis gekomen waren. Diedrik, die hier al twintig jaar woont en nooit last heeft, zegt dat hij nu ook last heeft. En eigenlijk denken we ook wel eens: als de reis nu door omstandigheden moest eindigen, zouden we dat helemaal geen ramp vinden. We hebben al zó veel gezien en gedaan. Het lijkt of we twee maanden op reis zijn in plaats van goed drie weken. Anderzijds: we moeten het hoogtepunt Machu Picchu nog zien, dus we houden er toch de moed in. 

 

 

 pashoogte op 4330 m

Iedereen doet onderweg het kerkje van het dorp met de welluidende naam Andahuaylillas aan. De buitenkant staat in de steigers maar de leuke volkskunst links (boven) en rechts boven de grote deur is nog net goed te zien

 vroeger een aquaduct van de Inca's 

 ons eten en drinken: biscuitjes en Electrolight voor de vochtbalans

 

 

 

 

naar boven