Peru, Bolivia, Chili; Reisverslag en fotoreportage - Dag 2:Lima-Pisco-Ica Bootexcursie naar Ballestas eilanden; oase Huacachina

by Lammert
Hits: 36315

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dag 2:Lima-Pisco-Ica

Bootexcursie naar Ballestas eilanden; oase Huacachina

KAART van de omgeving

De bustocht gisteravond door het avondlijke Lima gaf mij niet de indruk dat we veel missen doordat we de stad vandaag meteen ook weer verlaten. Een lelijke stad zag ik met slordige gebouwen, nogal stoffig ook. Vandaag bij daglicht zie ik niet veel anders. Daarom probeer ik in de bus langzaam wakker te worden en bij te komen van de jet-lag. Toen we vanmorgen buiten kwamen, was het echt ‘Lima-weer’: zware bewolking en nevelig waaruit het een beetje miezerde. Regenen doet het in deze stad nauwelijks of nooit, zo lees ik, maar nevelig en donker schijnt het er standaard te zijn. Met dank aan de koude Humboldtstroom langs de kust. Die zal overigens ook verderop in onze reis nog wel voor wat nevel en mist zorgen. Nogal deprimerend, niet een plek om nou een extra dag door te brengen. Dat ben ik wel met de reissamensteller van Koning Aap eens, maar meteen om zes uur op pad naar de volgende plaats maakt de start van onze reis wel zwaar. Mijn vrouw heeft de afgelopen nacht nauwelijks slaap gehad en ik wat hazenslaapjes totdat de wekker al weer ging om half vijf. 

Het hotel waar we vannacht overnachtten, San Agustín Colonial, gelegen in de wijk Miraflores, heb ik niet echt goed gezien geloof ik, maar het had wel iets koloniaals, inderdaad. Statige trappen, betimmeringen. Schilderijen aan de muur. Wij zaten in een gang waarboven stond: Monasterio. Zeker vroeger deel van een klooster geweest. 

Onherbergzaam

Als we de stad uit geraken, zitten we bijna meteen aan de kust. Voorlopig rijden we daaraan bij benadering parallel. Ruim driehonderd kilometer is het naar Ica. Het landschap is –of wordt- onherbergzaam. Veel kaal zand, weinig of geen begroeiing, heuvels. Wel veel bebouwing hier in de buurt van de hoofdstad. Toch hier en daar ook wat –geïrrigeerde- landbouw. Het is hier gewoon woestijn, maar met water erbij kan de grond kennelijk wel gewassen doen groeien. In een soort wegrestaurantje drinken we koffie. Natuurlijk moeten we ook onze eerste flessen water kopen. De komende vier weken drinken we alleen water uit de fles. Agua sin gas wordt een bekende boodschap. De koffie laat even op zich wachten, maar is wel lekker. Meteen blijkt een gegeven dat ik op internet las al gelogenstraft: je zou in Peru alleen maar Nescafé kunnen drinken. Nou, dit is echte espresso/ cappuccino en ze smaakt prima. Ondertussen klets ik wat met een Belgische dame want de Vlaamse Koning Aap-groep is hier ook neergestreken. We zullen de beide andere groepen nog wel vaker tegenkomen. 

Ceviche eten

Tegen tienen zijn we al bij de stad Pisco op het schiereiland Paracas, waar we kunnen inschepen voor onze eerste excursie die we in het excursiepakket al in Nederland hebben geboekt en betaald. Sommigen deden dat niet en moeten nu meteen al hun dollarportefeuille trekken. Een aantal mensen heeft geloof ik geen dollars. Tja. Ook moet de gezamenlijke pot, de zgn. fooienpot gevuld worden. Diedrik heeft zich bereid verklaard die pot te beheren en hij wil het ook wel meer laten zijn dan een fooienpot. We kunnen er ook gezamenlijke lunches en entrees en dergelijke uit laten betalen, als we navenant geld storten. Nou, graag, wat ons betreft. 

Voor we vertrekken bestellen we met hulp van Diedrik bij een restaurantje alvast wat we straks als lunch willen eten. Dan kunnen ze het alvast klaarmaken.  Ik kies voor het nationale gerecht van Peru, althans hier langs de kust, namelijk ceviche. Ceviche is een maal van rauwe witvis die een uurtje gemarineerd is in limoensap, opgediend met een zoete oranjekleurige papas (aardappel) en een stuk geroosterde maïskolf. Over de rauwe vis ligt een deken van rauwe uien. Als visliefhebber wil ik dit graag eten. Ik moet wel even de zekerheid dat er geen schelpdieren aan te pas komen of zelfs ernaast hebben gelegen, want daarvoor ben ik allergisch. Met de hulp van de reisbegeleider stellen we dat veilig. 

Ondergescheten eilandjes

Vanuit Paracas varen we in ongeveer een uur in een snelle catamaran naar de Ballestas-eilanden. Die eilanden worden wel de Peruaanse Galapagoseilanden genoemd vanwege de uitbundige aanwezigheid van zeeleeuwen en pinguïns, Peruaanse aalscholvers en pelikanen en nog meer vogelsoorten. De pinguïns lijken me van dezelfde soort als die we bij Simons’s Town in Zuid-Afrika zagen: de ‘brilpikkewijne’ op z’n Zuid-Afrikaans. Humboldtpinguïns dus. Dat van de Galapagos lijkt me wat overdreven, maar veel vogels en zeeleeuwen zijn er inderdaad. Zoveel dat de vogels het hele eiland onderschijten, wat voor de Peruaanse overheid veel plezier brengt want de mest, guano genoemd, kan internationaal verhandeld worden. Eens in de vier of vijf jaar wordt dan ook het verbod om deze eilandjes te betreden, opgeheven met het lucratieve doel de mest te verzamelen en te verschepen. Je ziet de stellages om de gewonnen mest aan boord van schepen te brengen. Ik heb het intussen behoorlijk warm, want omdat het op zee best wat fris zou kunnen zijn, heb ik mijn jack aangedaan, maar daaroverheen moest ook nog een warm kunststof zwemvest. En… wat ik nou juist mis, is zonnebrandcrème. Riet en ik gebruiken dit eigenlijk nooit, we verbranden zelden, maar hier op het water en dicht bij de evenaar gaat het hard. Hoewel je het niet zo merkt, is de zonnestraling zeer intens. Pas de volgende dagen merken we het, want ik was niet de enige die hier niet goed op was voorbereid. De vellen hangen aan mijn neus en de randjes van de oren. 

De kandelaar

Op de heen- en terugweg zien we de befaamde ‘kandelaber’, een soort kandelaar-achtige figuur op een berg getekend, die je vanaf zee goed kunt zien. “El Candelabro” is een merkwaardige rotstekening van een kandelaar van 200 meter hoog en 60 meter breed en ongeveer een halve meter diep. De betekenis is onduidelijk. Het zou een afbeelding van het Zuiderkruis zijn, maar er zijn ook andere theorieën. Voor de hand ligt de veronderstelling dat de makers van de geogliefen bij Nazca ook deze kandelaar zouden hebben gemaakt. Daarover later bij Nazca. 

Intussen dobberen wij voor de eilanden. Ik maak veel foto’s en een paar filmpjes. De zeeleeuwen liggen meestal lui en log op een rots in de zon te bakken. Maar soms is er wat reuring als de pikorde wordt verstoord of als een jong probeert de rots op te klimmen vanuit het water. Er zijn wat strandjes met zeeleeuwen, en diverse doorkijkjes waar het water een gat in de rotsen heeft geslepen. Door zo’n nauwe doorgang varen we met de boot. Je voelt de stroming aan de boot trekken. Goede stuurmanskunst van de bestuurder. Als iedereen genoeg gezien en gefotografeerd heeft, varen we terug. 

Ceviche en pisco sour: nu horen we erbij

Bij het restaurantje aan de haven is de lunch inmiddels bijna klaar. De ceviche smaakt heerlijk. Lekker vissig, en fris door de limoenmarinade. Ik moet Riet helpen het op te krijgen; het lijkt niet zoveel maar is het wel. Een fles Cusqueña erbij, dat is een biermerk hier, oorspronkelijk uit Cusco, vandaar de naam. ’t Is lekker zitten op het terras voor de zaak aan de eenvoudige ‘boulevard’.  Ik moet 80 sol afrekenen incl. fooi. Dat is dus 27 euro voor beiden. Niet echt goedkoop, zeker voor Peru niet, zo lijkt mij, maar voor onze begrippen niet duur. Diverse gidsen zullen deze reis niet onder stoelen of banken steken hoe trots ze zijn op hun land en hoe graag ze het aan anderen willen laten zien. Daarbij gaat het altijd om twee dingen die bij een ‘echte’ Peruaan horen: ceviche eten en pisco sour drinken. Welnu, aan beide voorwaarde hebben we al voldaan, en we zijn nog geen twee dagen in Peru. 

Omdat we dicht bij de stad Pisco zijn, moeten wij natuurlijk zien hoe de pisco gemaakt wordt. Pisco wordt zowel in Peru als in Chili gemaakt. De sterke drank wordt gedestilleerd uit druivensap en buiten zien we oude installaties die tonen hoe het vroeger ging. Volgens mij worden ze nu niet meer gebruikt al suggereerde de jongeman die ons rondleidde van wel. Het is er maar een stoffige boel en een Peruaanse evenknie van de keuringsdienst van waren of voedselautoriteit zoals dat tegenwoordig heet, zal hier vast niet enthousiast over zijn. Hoewel… als ik denk dat we in Frankrijk met eigen ogen zagen dat dure wijn nog gemaakt wordt in een soort garagebox waar de mensen nog echt met blote voeten de druiven treden, tja, dan zou het hier ook nog best zo primitief kunnen natuurlijk. Uit de presentatie die we bijwonen, leren we dat er daarbij verschillende stadia van destillatie zijn. Van elk stadium mogen we proeven. Een voorstadium (om het moeilijk te maken ook pisco-sour genoemd) is het lekkerst: daar zit tenminste nog smaak aan en brandt je slokdarm niet meteen weg, zoals het eindproduct wel doet. Daarvan kopen wij een (duur, 28 sol!) flesje om mee te nemen naar huis. De echte pisco is dus aan mij niet besteed en aan Riet al helemaal niet. Die heeft aan het proefslokje al te veel. Ik neem haar proefglaasje er de eerste keer dan wel bij, maar dat doe ik ook geen tweede keer. Je krijgt zo toch een paar echte borrels binnen en dan van 40%... En met die warmte… Maar in de cocktail pisco sour vind ik de drank wel lekker en kan zelfs Riet het waarderen. Dat moeten we thuis ook maar eens proberen te maken. Met grappa moet dat ook willen, bij gebrek aan pisco, want ik denk niet dat ik dat bij mijn slijter kan kopen. De laatste avond in Cusco zullen we zelf pisco sour mogen maken in het restaurant. 

Oase in het zand

De reis gaat verder naar Huacachina. Dat is een oase, zoals een oase eruit moet zien. In Egypte zagen we oases waar je een uur kunt rondrijden zonder de randen te benaderen, compleet met ziekenhuis en school en noem maar op. Hier is een oase in één blik te overzien: een meertje met papayrus of zo eromheen en daarachter meteen weer de tientallen meters hoge zandduinen. Puur zand is het en dat maakt dat mensen hier kunnen sandboarden. Ook kunnen wij opteren voor een tocht met een vierwielaangedreven monsterbuggy die je de duinen inbrengt en daar met je rondrijdt over de heuvels. Wij opteren voor een wandeling langs het meer en een drankje op een terras. Ik drink een cola, Riet iets anders bij een mannetje dat bijna overdreven enthousiast is als hij merkt dat wij uit Hollanda komen. Bij het afscheid slaan we elkaar op de schouders en roepen Hasta la vista! Ach ja. Leuk mannetje toch. 

Het wordt al bijna donker als we bij het hotel voor vannacht aankomen. ‘Villa Valverde’ in de stad Ica. Het is een mooi hotel, gebouwd rond een zwembad, met mooie beplanting in de tuin. Voor onze kamer op de verdieping is een soort veranda waar ik zit te genieten van de zonsondergang. Eindelijk even rust en een moment voor mezelf. Maar ik moet deze aantekeningen ook nog bijhouden, en over een kwartier begint het diner al. Zoveel rust krijg ik nou ook weer niet. Ik eet langoustines met vis in een lekkere saus. Prima! Jammer dat het ontbijt hier apart afgerekend moet worden. Dat gaat uit de pot. Da’s dan wel weer gemakkelijk. 




 

 

 Op de boot naar de Ballestas-eilanden

 
Onderweg naar de Ballestas eilanden komen we voorbij een beroemde landmark: de Kandelaar. Het doel en het ontstaan is voorwerp van speculatie.

  Pelikaan balanceert op één poot.

 We naderen de Ballestas eilanden.

   eilandjes vol vogels

 

 Peruaanse  aalscholvers en hun mest, gunano

 Humboldtpinguins

 Al deze foto's zijn genomen vanaf een schommelende boot. Dank zij een snelle sluitertijd en optische beeldstabilisatie op mijn fijne Pentax K5 en mijn ideale reisobjectief, de Sigma 28 - 250 mm zoomlens, zijn de beelden meestal aardig scherp.

 Eens in de vier, vijf jaar mogen er mensen op deze eilanden komen, namelijk om de guano te "oogsten". Deze stellage dient om het spul aan boord van vrachtschepen te brengen.

 duizenden zeevogels

 zeeleeuw met zeester

  Alpha-man

 

 grotten en holen

 we varen er door

 De beroemde  Peruaanse 'ceviche', rauwe visschotel

 


Piscostokerij


Oase Huancachina

 Alleen vlak om het meer van de Huacachina oase is er groen. De zandbergen zijn tientallen meters hoog. Een mensje bovenop is maar heel klein.   

   mooi hotel in Nasca: Casa Andina

  

 

 

 

 

naar boven