Peru, Bolivia, Chili; Reisverslag en fotoreportage - Dag 12 Over de Altiplano de Atacama en naar Salar de Uyuni, dag 2 Eindeloze woestijn, grillige rotsformaties

by Lammert
Hits: 36293

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

 

 

 

Dag 12 Over de Altiplano de Atacama en naar Salar de Uyuni, dag 2

Eindeloze woestijn, grillige rotsformaties

 

Zeven uur. Ontbijt met droge broodjes en roerei of jam. Een kop thee erbij. Meer keus is er uiteraard niet in deze verlatenheid. Het Hospedaje staat dan wel in een dorp maar dat is geen dorp zoals we dat in Nederland kennen; voorzieningen zijn hier nauwelijks, afgezien van een paar mini-winkeltjes die spullen in blik en water en cola en zo verkopen. Om acht uur rijden we. We stoppen nog even bij een winkeltje om water in te slaan. Als ik dat gisteravond had geweten, dan was ik niet –hondsmoe als ik was- zelf op zoek gegaan naar water. Maar goed. We hebben water en daar gaat het om. Zonder flessenwater ben je in deze streken nergens. De komende dag zal niet de interessantste zijn van de drie dagen jeeptocht. De dag van gisteren kan nauwelijks overtroffen worden, zo veel mooie en indrukwekkende dingen hebben we toen gezien. Vandaag zal het toch wat ‘gewoner’ zijn. Veel woestijn, maar dan geen woestijn als zandvlakte, maar rotsig, met soms heel bijzonder grillige formaties. Daar stoppen we dan ook bij om foto’s te maken. Rondom het hotel waar we waren, stonden ook al van die terracotta-kleurige, bizar gevormde rotsen. Nu stoppen we al vrij snel na een eindje rijden bij een aantal grote rotsen waaraan de erosie bizarre vormen heeft gegeven. Spleten en gaten op onverklaarbare plaatsen. Warme kleuren, tot bijna oranje. 

Nandoes

Ook komen we nog wel weer langs een lagune met flamingo’s en ook andere vogels. Dat laatste wijst erop dat dit meer niet zo alkalisch is als de meren die we gisteren zagen. Dit is dan ook ‘gewoner’ gekleurd. Maar mooi is het nog steeds. Hier langs de oever wat meer begroeiing van lage soorten, zoals gras. Ook langs de eindeloze zandwegen staat nu soms gras. Geen groen gras zoals wij dat kennen maar dikke pollen geel-groen gras. Soms ook struikjes die in bloei staan, met fijne witte bloemetjes. In zo’n veld stopt de voorste jeep plotseling. Is er wat te zien? Ja, twee nandoes. Dat zijn een soort struisvogels, maar dan kleiner. Ze zijn zo ver weg dat ik zelfs met mijn telezoomlens op 250 mm ze niet scherp in beeld krijg. Een volwassen nandoe wordt tot 20 kg en 120 cm lang. Nog een forse loopvogel, maar de Afrikaanse ‘voëlstruis’ zoals hij in Zuid-Afrika heet, wordt meer dan manshoog en meer dan 100 kg zwaar. 

In de loop van de dag ruilen we van plaats en mag ik op rij twee zitten. Dat zit toch wel een stuk beter. Je hebt hier niet zoveel last van het schokken en kunt je benen tenminste kwijt. Een eind verder stoppen we weer bij zo’n grillige rotsformatie. Er groeien enorme plakken van dat ‘mos’ dat 1 cm per jaar groeit. Keihard mos, en daardoor bestand tegen dit harde klimaat, waar het nu heet is maar ’s nachts sterk afkoelt en waar het ’s winters waarschijnlijk echt koud is. We zien ook weer kuddes lama’s en alpaca’s. Waar die beesten van eten vraag je je af. Trouwens helemaal bij de vicuña’s die we gisteren zagen. Hier groeit nog wel iets groens, maar gisteren was echt nergens een groen sprietje te vinden. We komen ook langs een plaats met een kudde lama’s waar water is, en een soort boerderij. Het gebouw lijkt verlaten, maar dat kan schijn zijn. Boven de boerderij de helblauwe lucht, met allemaal witte strepen in het blauw die vanuit de boerderij lijken te ontspruiten. Bijzonder gezicht en dito foto. 

Lunch tussen de grillige rotsen

De lunch gebruiken we op een aardige locatie bij een meertje, en ook hier weer grillige rotsen. Sommige lijken wel wat op die in de Witte Woestijn in Egypte, merkte mijn dochter later op, en dat klopt wel. Van die paddenstoelachtige vormen. Het meertje is van ‘gewoon’ water. Wel ook hier weer van die geweldige plakken van dat mos. Op een rots ontdek ik ineens een viscacha. Zo’n chincilla-achtig konijn met een eekhoornstaart. Het beestje zit heel stil. Als het zich beweegt schiet het zo snel weg dat ik zijn staart niet kan fotograferen. Plakken cactussen groeien hier ook. Tussen de dichte laag stekels door komen prachtige rode bloemen piepen. Onze kokkin tovert weer een prima maaltijd te voorschijn. Waarschijnlijk heeft ze vanmorgen in alle vroegte al het nodige werk gedaan. Rijst met rode saus en voor ieder drie gehaktballetjes. Lekker!

We komen nog langs een fotostop waar we een werkende vulkaan zien. Er komen  rookwolkjes uit. Het wordt hier wat drukker: tot nu toe zagen we nauwelijks andere toeristen, maar nu staan er zo een stuk of wat andere jeeps en busjes. Ook stoppen we bij een spoorwegovergang bij een militair kampement. De spoorweg schijnt nog te worden gebruikt voor de afvoer van gedolven mineralen. Een zandhoos trekt mijn aandacht. Een flinke hoeveelheid zand wordt in een trechter van rondwervelende lucht omhoog gezogen, ik schat wel tientallen meters hoog. Hoe hoger het komt, hoe meer het uiteenvalt. Tegen half vier zijn we bij ons nieuwe “hotel”. Het lijkt aan de buitenkant nog minder dan het vorige. Het gebouw is rond, ongeveer 2,5 m hoog en gebouwd uit grove stenen. Op het dak liggen blikken golfplaten en stro of zoiets. Er staat een gerafelde Boliviaanse vlag bij de deur. Verder niets, geen bord en zelfs geen toespeling dat dit een hotel is. 

Eén toilet voor twintig personen

Diedrik vraagt of we hier willen overnachten of ergens anders. Ergens anders?! Ik denk niet dat er een alternatief naast de deur zal zijn. En is dat beter? We besluiten om maar hier te blijven. De kamerverdeling gaat op dezelfde manier als gisteren.  Alleen nu is het nog ingewikkelder want drie stellen moeten zich opsplitsen omdat er twee kamers zijn voor drie personen. En een kamer over is er niet. Riet en ik krijgen een kamer met twee eenpersoons bedden. En met een deur naar een toilet die echter op slot zit. Er is geen sleutel van en bovendien, zegt Diedrik, werkt het toilet toch niet, dus is het zinloos. Er blijkt dan één toilet voor de hele groep te zijn, met chauffeurs, kokkin en zo meegerekend toch ruim boven de twintig personen. Eén toilet. En een minuscuul wasbakje met koud water. Vannacht zal blijken dat het water wordt afgesloten ’s nachts, omdat men bang is dat de leiding bevriest. Ik moet nogal een paar keer, vannacht, wegens mijn darmproblemen, en ik ga bijkans over mijn nek als ik het dan al volle toilet zie in het schijnsel van mijn gelukkig meegenomen zaklantaarntje. Nee, Koning Aap, dit kan echt niet. Ik ben helemaal niet gesteld op luxe en vooral in dit soort omgeving stel ik geen hoge eisen, maar één toilet voor twintig man dat niet doorspoelt, dat gaat mij toch wel wat ver. Douchen kun je zo schijnt het, als je betaalt, bij een familielid van de uitbater. Over uitbater gesproken, iets van een receptie is er niet. Er is wel weer een gemeenschappelijke ruimte, in het midden van het ronde gebouw. Er staan wat banken en houtblokken om op te zitten. De opzet van het gebouw is trouwens best leuk. Als dit wat werd afgebouwd en afgewerkt, dan was het zelfs best aardig. 

Onze kamer heeft een krakkemikkig tafeltje van cactushout. Alles is van cactushout, lijkt het. Op de vloer ligt zand. Dat hoort zo, bedoel ik. Niet wat zand, maar een laagje. Zoals ze vroeger ver vóór mijn jeugd in Drenthe ook zand op de vloer hadden. De matras ligt op een gemetselde verhoging. De matras is zacht en doorgelegen, het dikke zware dekbed heeft een overtrek met roze beertjes. Het dak is van aangesmeerd leem, het stro steekt eruit. Ach, kleinigheden. Dat we voor de tweede nacht niet kunnen douchen (we hebben geen zin om daarvoor ergens in het dorp te gaan) vinden we wel jammer. De groep wandelt nog naar mummies of zo. Ik heb genoeg mummies gezien en we gaan even op bed liggen. We leven hier op 3850 meter hoogte en dat is te merken. Wel ga ik nog even naar een winkeltje in het dorpje om een paar flessen water te halen. Het dorp bestaat uit huizen die er net zo grauw en grijs uitzien als ons “hotel”. Overal ligt een dikke laag zand en stof. Riet is vanavond zo op, dat ze het eten overslaat en op bed blijft. Ik breng haar wat broodjes op de kamer. Het eten is trouwens weer prima. 




 

Siloli woestijn

 veel bizarre rotsen vandaag

 

            

 

 

 traag groeiend en keihard mos

 plaats met water

 onze karavaan

 verkeersknooppunt

 

 boerderij 

 paddestoelrotsen

 lunchplek

 

 

 

 lunch

 viscacha 

 werkende vulkaan

 zand wervelstorm 

 ons verblijf, alles cactushout en zout

 hoop dat het niet regent

  

één toiletpot voor twintig mensen                                    en de  "hotel"ingang

 dorp 

 hier staat ons 'hotel'

 

 

 

 

naar boven