Panama en Costa Rica, de foto's en het reisverhaal - van Panama naar Costa Rica, naar Puerto Viejo de Talamanca; Cahuita nationaal park en roodoogkikkertjes

Hits: 39162

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Kaart van de route van Bocas del Toro (Panama) naar Puerto Viejo de Talamanca in Costa Rica 

 

 

Van Panama naar Costa Rica, naar Puerto Viejo de Talamanca

 

De veertaxi’s brengen ons –nu in rustig tempo-  terug naar het vasteland, naar het stadje Almirante. Daar staan twee busjes klaar, om de bagage op het dak en ons in het interieur –toch wel- naar de grens te brengen. De chauffeur kent bij de grens goed de weg, want het is een kris-kras route die we rijden. En we komen uit bij een oude spoorbrug, waar een nietsvermoedende toerist geen grensovergang zou verwachten. En ook niet gemakkelijk de gebouwen vond, waar je moet zijn voor je grensdocumenten. Eerst lopen we een eindje naar een non-descript gebouw waar we het uitreisstempel moeten halen. Boven bij de brug maakt Polle nog iets in orde met onze paspoorten. Dan mogen we over de oude spoorbrug lopend over de grensrivier naar Costa Rica. De planken van de brug liggen ver van elkaar, het ijzer van de constructie lijkt hier en daar bijkans doorgeroest, maar het houdt (nog). Riet vindt dit soort dingen niet leuk. We steken de grens over helemaal aan de oostkust; daar zijn geen grote doorgaande wegen, vandaar deze houtje-touwtje grensovergang, denk ik.

 

Anderhalf uur wachten op een stempel

Over de brug mogen we in de rij voor de Costa Ricaanse paspoortcontrole. De rij begint al buiten, in de brandende zon. Het is om de middag dus smoorheet. Zo stilstaand in de zon zweet je nog als een otter. Na een poos komen we onder het afdak in de schaduw. Dat scheelt al. Intussen hebben we weer zo’n inklaringsformuliertje ingevuld. Alles willen ze van je weten. Tot je beroep aan toe (‘pensionado’, dat klinkt goed vind ik). Binnen in het kleine gebouwtje zitten twee ambtenaren die alles nauwgezet controleren. Al met al duurt het ongeveer anderhalf uur. Dan heeft iedereen zijn nieuwe stempel (‘controleer of de juiste datum erop staat anders heb je later een probleem’) en kunnen we in onze nieuwe bus. In Midden- en Zuid-Amerika kun je niet met een toeristenbus over de grens, dat hebben wij al vaker gemerkt. Het busje hier is de helft zo groot als de touringcar in Panama. ’t Zal hier wel duurder zijn. (Nóg duurder?).

 

Cahuita Nationaal Park

In Costa Rica is het een uur vroeger dan in Panama. Die gewonnen tijd kunnen we mooi benutten voor een extra, niet in het programma vermelde, excursie in een natuurpark dat Polle hier in de buurt van de grens weet: het Cahuita Nationaal Park. We volgen weg nummer 36 naar het noorden; later rijden we terug naar het zuiden, naar Puerto Viejo de Talamanca; daar in de buurt staat ons hotel voor een nacht. Nu eerst dus een wandeling door het kleine Parque Nacional Cahuita. Polle betaalt uit de kas de toegang en dan is er een wandelpad dat vlak langs de oceaan, liever de Caribische zee, loopt met aan de andere kant het oerwoud. De bossen lopen hier overal door tot vlak bij het water. Het is een heerlijke wandeling, lekker in de schaduw onder de bomen en toch vaak zicht op het water, het strand en de branding. We zien heel wat dieren, vaak doordat Polle ons erop wijst. Die ziet alles. Een luiaard hoog in een boom; een soort koekoek, die wij pas zien als we heel goed weten waar we moeten kijken; veel brulapen, ja die hadden we zelf ook wel gevonden…; wat wasbeertjes, die helemaal niet bang zijn; een gouddraadspin met mooie kleuren, en diverse bloemen. Bij een rivier keren we om en lopen hetzelfde pad terug. De brulapen laten zich nu nog beter zien, en soms horen, maar dat laatste doen ze vooral ’s morgens en ’s avonds. Dat zullen we later nog merken. Het zijn flinke beesten, met een lange en dikke staart die ze gebruiken bij het klimmen. Ongelooflijk hoe hoog ze in de bomen zitten en hoe gemakkelijk ze zich door de boomkruinen verplaatsen: van de ene tak op de andere, soms met een jong op de rug of onder de buik. Dit is nog wel wat anders dan apen in een dierentuin zien.

 

Roodoog-en andere gifkikkertjes

Na deze relaxte wandeling met veel kijkplezier rijden we terug en lunchen in de buurt van Puerto Viejo. De lunch is simpel; soep, sap, een broodje kip. We zitten lekker buiten op een terras in een grote tuin. Ergens anders in deze tuin bij het zwembad, zitten de bekende roodoog-gifkikkertjes. Deze grappige beestjes staan op bijna elke poster en reisgids over Costa Rica. Ze zijn helder groen met bolle, vuurrode ogen. Lange poten met blauwe streepjes met tenen met zuignapjes. Het zijn boomkikkertjes. Roodoog makikikker (Agalychnis callidryas), heet-ie. 

Polle heeft er een op zijn arm. Even later springt hij op de camera van Riet. Dat geeft natuurlijk wel een leuke foto. Zou een mooie reclamefoto voor de Sony HX300 kunnen zijn.  Maar mooier is hij natuurlijk op een blad, in een natuurlijke omgeving. Polle zet hem op een struik. Als de mensen van de bende van tien klaar zijn, mogen wij ook foto’s maken. Gelukkig zit het kikkertje nog geduldig te wachten, zodat ik een paar mooie foto’s van hem kan maken. De belichting komt nogal precies in de felle zon maar het lukt. Als het beestje in de schaduw kruipt, worden de foto’s nog mooier. Riet ziet op een blad ook eitjes. Een medewerker van het hotel komt op voorspraak van Polle ook aan met de soldatengifkikker. Die noemen ze zo omdat zijn huid lijkt op een camouflagepak. Blauw-groen met zwarte stippen. Dat beestje heb ik alleen kunnen fotograferen op de tegels, dus die foto’s zijn niet mooi.

 

Caipirinha

Na de lunch is het nog maar twintig minuten met de bus naar ons hotel, het Buganvillea Resort. Onderweg gaan we nog bij twee bananenplantages langs, want Polle heeft verteld hoe het toegaat op zo’n plantage en met de oogst, maar hij wil het ons ook graag laten zien, maar helaas zijn beide plantages niet in bedrijf. Dat wil zeggen dat er niet geoogst en gewassen en verpakt wordt. Hij begrijpt er niets van. Wanneer werken ze dan wel? 

We hebben in het hotel een mooie kamer op de begane grond. De badkamer is opmerkelijk groot en uitgerust met zo’n douchekop zoals we ze in Bolivia nog wel zagen: met het verwarmingselement in de kop, dus elektrische draden uit de muur naar de kop. Deze ziet er wel redelijk betrouwbaar uit, dat zagen we wel anders. Niet echt volgens Europese standaarden, maar het gaat goed. Dat wil zeggen, we worden niet geëlektrocuteerd, maar echt warm wordt het water ook niet. Om de hoek van onze kamer kun je aan het zwembad lekker zitten in luxe zetels en als je er dan  zo’n verrukkelijke Caipirinha-cocktail bij hebt, dan is het écht vakantie. Caipirinha is een Braziliaanse cocktail die bestaat uit limoen, cachaça, ijs en suiker, waarbij cachaça Braziliaanse witte rum is, gedestilleerd uit suikerriet. 

We maken wat foto’s in de tuin om de lodge. En dan lekker zitten lezen. Op weinige van onze grote reizen hebben we dit soort middagen gekend. We waren eigenlijk altijd druk op zogenaamde vrije dagen/ middagen want wij wilden altijd mee met de facultatieve excursies, of we waren druk met het bijhouden van onze reisaantekeningen of het opschonen van de koffer, enz. Dit soort echte vakantiemomenten kennen we eigenlijk vooral van onze caravanreizen.

 

Andere gewoonten

Bij deze grote, mooie badkamer moet ik het even over iets anders hebben. Schrijven over poep is tegenwoordig in. Midas Dekkers verdient er goud mee, met zijn “De kleine verlossing of de lust van ontlasten”. Ik moet het ook even over dat onderwerp hebben. In Panama, Costa Rica, en in Zuid-Amerika trouwens net zo goed, hebben ze wat andere gewoonten dienaangaande dan wij in Europa. Zo wordt het toiletpapier na gebruik hier nergens in de pot geworpen, maar altijd gescheiden in een al dan niet afgesloten bak, in een emmer of in een mand -die bij voorkeur bijna onder je neus staat als je op de pot zit en die pas geleegd wordt als het niet anders meer kan. Heerlijk. Men zegt dat dit is, omdat anders het riool verstopt raakt. Wel, dat lijkt mij geen argument. Het toiletpapier is in deze landen namelijk van een kwaliteit dat het in je handen al biologisch begint af te breken, laat staan in de pot, laat helemaal staan in het riool.

 

Ererondes in een binnenmeer

Wat ook een studie waard is, zijn de toiletpotten die men hier installeert, kennelijk in de veronderstelling dat men hiermee goed bezig is. Hoteldirecties suggereren dat men water besparen belangrijk vindt. Daarom mag je bijvoorbeeld langer met je handdoek doen dan één dag. Dat het kamermeisje ondanks je goede bedoelingen de handdoeken toch ververst, vertelt ze niet aan de directie. Maar nu over de toiletpot. Welnu, er bestaat geen toiletpot die zo scheutig met water omgaat als de hotelpot op dit continent. Ik mag hier wel wat generaliseren, want in de vijf landen die ik nu in Midden-en Zuid-Amerika heb bezocht, staan overal in principe dezelfde toiletpotten. Wat is er aan de hand? Ten eerste: de potten zijn enorm. Ze zijn van een formaat dat je zou verwachten in het megalomane Volkspaleis van wijlen de Roemeense dictator Ceaușescu. Het wateroppervlak waarin men zijn boodschap dropt, doet denken aan een klein binnenmeer. Niet zo’n klein ondiep plasje van 10 cm doorsnee als bij ons dus, nee, minstens dertig cm, en een halve meter lengte komt ook voor. Als je ervoor staat, heb je de neiging je zwemvest aan te doen. 

Ten tweede: bij het doortrekken volgt er een soort wondertje. Het binnenmeer komt al draaiend in beweging, de draaikolk neemt langzaam in snelheid toe, en in plaats van zo snel mogelijk de keutels af te voeren, maken je drollen eerst nog wel zeven, acht,  –als je geluk hebt- wel tien ererondes, voor ze uiteindelijk in de afvoer verdwijnen. Ik sta er steeds weer met verbazing naar te kijken. Omdat de poepafvoer gaat met een geleidelijkheid die je als Europeaan niet voor mogelijk houdt, is het niet ondenkbaar dat niet de hele boodschap in één waterverplaatsing is afgevoerd. Er is er, zeg maar, altijd wel een die nóg een paar ererondes wil maken. Je voelt je dan ten opzichte van degene die na jou dit waterwonder bezoekt, verplicht om nogmaals de hendel in te drukken. De hele procedure start dan natuurlijk opnieuw. Nee, waterbesparing, daarbij kan men nog wel vooruitgang maken.

 

Diner met casado en vlooien

Voor het diner rijden we een stukje met de bus terug; een tent langs de weg aan het water. We eten buiten in het losse zand aan tafels die gemaakt zijn van enorme dikke plakken hardhout. Zo’n tafel zouden wij wel op ons terras willen. Tijdens het eten krijgen diverse mensen o.a. Riet trouwens last van beten van zandvlooien(?). Ik neem de casado, een typisch Costa Ricaans gerecht. Een casado (Spaans, ="getrouwde man") is een Costa Ricaanse maaltijd met rijst, zwarte bonen, bakbananen, salade, een tortilla en een optionele entree die kan bestaan uit kip, rundvlees, varkensvlees, vis. Ik neem lomo, rundvlees. Getrouwde mannen werden geacht zulke maaltijden thuis voorgezet te krijgen door hun vrouw, en toen restaurant-klanten ook vroegen om zulke maaltijden, heetten die maaltijden voortaan dus casado: getrouwde man. (Anderen zeggen dat de rijst en de bonen zo bij elkaar horen dat ze a.h.w. ‘getrouwd’ zijn, maar de andere verklaring is leuker.) In de meeste restaurants staat dit gerecht wel op de kaart. Een glas witte wijn erbij kost 2500 colones of vijf US-dollar.

 

 

 We gaan Bocas del Toro verlaten. Helaas.

 Nog een blik op ons leuke hotel.

 En daar gaan we weer met de snelle watertaxi. Naar Almirante. 

 Mensen aan de oever van Almirante.

 Tsja. Je bent er onder dak. 

 Almirante

 We gaan verder in twee kleinere busjes naar de grens met Costa Rica.

 Onze koffers staan bij de grens.

 De brug over de grensrivier. Ooit een spoorbrug.

 Het ziet er allemaal wat krakkemikkig uit. Is het ook.

 Onze koffers hoeven we niet zelf over de brug te rijden.

 Riet heeft het niet zo op een brug waar je doorheen kijkt naar de rivier onder je.

 En daar ligt Costa Rica!


CAHUITA NATIONAAL PARK

 Weer zo'n paradijselijk strand. We lopen een eind  langs de zee door het bos.

  Enorm wespennest.

  Een luiaard.

 Een goudendraadspin.

        

 Nu en dan zien we de oceaan weer vlak bij.

 Wasbeertjes zien we verscheidene.

Ze zijn totaal niet schuw. (Elders zijn ze soms een plaag).

 Brulapen zien we veel, hoog in de bomen. Hier een met jong.

 Sommige bomen zien er vrolijk uit met hun "herfst"bladeren.


ROODOOGGIFKIKKERTJES

 Deze vindt de camera van mijn vrouw zo mooi om op te zitten.

 

 

  De soldatengifkikker (in camouflagepak immers).

  exotische bloemen bij ons hotel

 

  en hangende vogelnesten.

 fraaie waaierpalm ook bij 't hotel.

 Hotel Buganvillea Resort

  

naar boven