Panama en Costa Rica, de foto's en het reisverhaal - Boquete, Finca Lerida, wandeling in het nevelwoud en een informatieve ‘koffietour’

Hits: 39138

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Boquete, Finca Lerida, een wandeling in het nevelwoud en een informatieve ‘koffietour’

 

 

“Op deze vrije dag kunt u heerlijk ontspannen bij het hotel of een mooie wandeling door de bergen maken. Geïnteresseerden kunnen deelnemen aan verschillende excursies (kosten niet inbegrepen). Zo kunt u tijdens een tocht door het nevelwoud vogelsoorten als trogons, kolibries en vliegenvangers spotten.” Aangetrokken door deze zin in het programmaboekje van SRC boeken wij voor de ochtendwandeling ‘door het nevelwoud’ à € 20 p.p. We vinden het wel veel geld, maar als je veel vogels gaat zien…Om half acht starten we. We wandelen achter de gids aan over het terrein van de koffieplantage. De man, die volgens mij in dienst is van deze plantage, staat vaak stil en vertelt over de koffiestruiken en de oogst. Die oogst wordt hier gedaan door de indigenous people. Daarmee worden de indianen bedoeld, de oorspronkelijk inheemse bevolking, waarvan niet veel over is. Ze leven in relatieve armoede en in afzondering van de rest van de samenleving. De man vertelt hoe goed de koffieplanters wel niet zijn voor deze mensen. Ook de staat trekt zich hun lot aan. Het is allemaal echter niet zo fraai als de man vertelt, hij geeft wel een eenzijdig rooskleurig beeld. Wat de mensen voor en na de koffiepluk doen, vernemen we niet. Volgens de man krijgen de plukkers $ 150 p.m. plus kost en woning en medische verzorging. Eén zak goeie koffiebonen kost tot $ 6000 leren we later vandaag. Tja. Het gaat vaak om de verhoudingen… Polle vertelt later meer over de indianen. En dat is niet zo’n positief verhaal; armoe, discriminatie, afzondering.

 

Slechte ‘gids’ in nevelwoud

De wandeling gaat omhoog. De man gaat nu snel lopen en als wij aansluiten horen we nog net de laatste zin van zijn verhaal. Vrij waardeloos. Hij heeft totaal geen oog voor zijn gasten. We hadden de tocht beter op ons eigen houtje kunnen doen, want er staan wegwijzers genoeg. Hadden we ook nog veertig dollar uitgespaard. We komen door een mooi stuk nevelwoud, dat inderdaad heel vochtig is. ’s Morgens vroeg hangen om de heuvels en vooral om de vulkaan donkere wolkenslierten die in de loop van de dag door de zon worden verdreven. We zien bomen, die een ecosysteem op zichzelf zijn. Er groeien veel bromelia’s op en elke tak is bedekt met dikke lagen mos en hangend mos, en overal zie je klimplanten, lianen. Oerwoud zoals je je oerwoud voorstelt. Maar we zien weinig of geen vogels. De vogels die we zien, ontdekken we zelf en danken we zeker niet aan onze ‘gids’. Polle staat het ook niet aan. Hij had eigenlijk een andere wandeling met een andere gids willen maken maar die was helaas bezet. Polle heeft zijn vogelgidsen bij zich en maakt zo nog veel goed voor ons. Hij vertelt meer dan de zogenaamde gids. Hij ziet ook vogels waar wij ze niet zien en hij kan ze een naam geven. Soms horen we ze alleen maar. Ook dan kent hij ze en laat ons een plaatje zien van de onzichtbare vogel.

 

Snelle kolibries fotograferen

Later, terug in het restaurant, drinken we koffie en maken foto’s van heel veel vogels. Hier in de tuinen stikt het er van. Daarvoor hoef je dus niet de berg op! Veel kolibries zien we. Het wordt een sport om de snelle beestjes scherp op de foto te krijgen. Dat valt niet mee. De camera ingesteld op meer opnamen achter elkaar, ingesteld op een programmalijn, gericht op snelheid: korte sluitertijd, desnoods wat hogere gevoeligheid en een groot diafragma. Autofocus op ‘constant’ dus de camera blijft bij bewegingen scherp stellen. Het 18-250 mm objectief erop. Ik heb het ook geprobeerd met de 70-300 mm telelens maar die is veel te onrustig in het scherpstellen als de camera continu scherpstelt. Het zwaardere zoomobjectief tot 250 mm bevalt me erg goed. Eigenlijk maak ik alle foto’s op deze reis hiermee. Van de twintig foto’s die Riet en ik maken van de kolibries, is er misschien één echt scherp. Veel weggooien dus. Riet heeft een nieuwe camera, de Sony Cyber-shot DSC-HX300/B, met maar liefst 50 x optische zoom! Dank zij de ongekend goede beeldstabilisator zijn de beelden ook met 50 keer zoom nog scherp ook. Het enige jammere van zo’n redelijk compacte camera is dat de sensor toch te klein is, zeker als je een SLR spiegelreflexcamera gewend bent. Mijn Pentax K-5 bevalt me nog uitstekend. Geen seconde spijt dat ik de K 10 hierop ingeruild heb. De K 5 is zijn meerprijs zeker waard. Maar… de Sony HX300 komt aardig in de buurt! En is handzamer…

Ongemerkt is het dan al lunchtijd geworden. Op het terras bestellen we een broodje met tonijn. Het duurt meer dan een half uur voor het komt. We vervelen ons niet want hier vanaf het terras kijk je bovenop de struiken met de kolibries, dus ik maak nog veel foto’s en een paar lukken heel goed. Een combinatie van geluk, goed materiaal en geduld. En natuurlijk ook wel enige fotografische kennis… We informeren maar eens naar onze bestelling; het wordt zo nog haasten. Nog kauwend op onze laatste happen lopen we de trappen af naar het busje dat ons naar de koffie-excursie zal brengen.

 

Iets over kolibries

(voornaamste bron: Wikipedia)

Kolibries zijn een familie van vogels uit de orde van de gierzwaluwachtigen. De familie telt meer dan 300 soorten. De meeste soorten komen voor in Zuid-Amerika. De mannetjeskolibrie is bont, meestal metaalachtig groen gekleurd, met een glanzend rode, blauwe of smaragdgroene keelkleur. Het vrouwtje is onopvallend gekleurd. Kolibries kunnen tot 15 jaar oud worden en keren ieder jaar naar dezelfde plaats terug. Als het te koud wordt, trekken ze naar meer zuidelijke streken. De kolibrie heeft een lange snavel, waarmee hij in de kroonbuis van de bloem kan komen. Om bij de nectar te raken moet hij zijn tong uitrollen. De punt van de tong is gespleten en heeft de vorm van een strohalm. Hierdoor kan hij bij nectar komen waar zelfs insecten niet bij kunnen. De bloemen hebben een zeer lange kroonbuis en hebben zich voor hun bestuiving aangepast aan de kolibrie en de kolibrie aan de bloemen. Om het voor deze vogel extra aantrekkelijk te maken is er veel nectar aanwezig. Kolibries hebben een sterke voorkeur voor oranje en rode bloemen.  

De kolibrie kan met suikerwater bijgevoerd worden. Tegenwoordig is de voerhouder van plastic en is de voet, waar het suikerwater inzit, roodgekleurd. De openingen van de voerbuisjes zijn zo klein dat er geen insecten bij kunnen en alleen de snavel van de kolibrie er doorheen kan.  Sommige soorten eten ook insecten. De kolibrie moet de hele dag eten om voldoende energie te krijgen. Zelfs als het regent blijft de kolibrie doorvliegen, maar kan dan minder voedsel vinden omdat veel bloemen zich bij regen sluiten. Wanneer het langer dan een week aanhoudend regent, sterven veel kolibries door gebrek aan voedsel.  De kolibrie slaapt alleen 's nachts. Tijdens de slaap daalt de lichaamstemperatuur enkele graden om energie te besparen. Vergelijkbaar met de winterslaap bij beren.  

De kolibrie kan door de zeer snelle vleugelslag (15 tot 80 slagen per seconde, afhankelijk van de grootte van de vogel) in de lucht stil blijven hangen. Door de snelle vleugelslag kan de kolibrie als enige vogel ook achteruit vliegen. Ze kunnen zelfs recht omhoog en recht omlaag vliegen. De 'helikopter' onder de vogels. Deze manier van vliegen vraagt echter zeer veel energie die verkregen wordt uit de suikers die in de nectar zitten. De universiteit van Californië onderzocht de snelheid van de (mannetjes) Anna-kolibrie tijdens een duikvlucht. Dit gebeurde met een camera die 500 frames per seconde maakt. Er werd gemeten dat ze per seconde 385 keer hun eigen lichaamslengte afleggen (een straaljager haalt 150 keer, maar is veel langer en dus sneller). Bij het afremmen, dat met het spreiden van de vleugels gebeurt, ontstaat er een druk van negen keer de zwaartekracht. Een mens zou bij deze druk het bewustzijn verliezen.

 

Koffietour

De koffietour, waaraan lang niet iedereen deelneemt, eigenlijk alleen ‘de bende van negen’, is erg interessant. Maar liefst op vier locaties mogen we kijken en krijgen we uitleg van een enthousiaste jongeman die uitstekend Engels spreekt. Hij geeft ons ook heel wat kennis van de streek mee. Zo is hij nogal kritisch op de hoofdstad waar ze alleen maar hoge gebouwen kunnen voortbrengen en het platteland aan zijn lot overlaten. En zo is hij helemaal niet blij met al die rijke Amerikanen die hier bij Boquete grond opkopen voor het bouwen van fraaie zomerhuizen. Koffieboeren zwichten voor de hoge prijzen die betaald worden. Zo verdwijnt niet alleen de koffiecultuur maar ook een deel van de ‘gewone’ traditionele cultuur van het hoogland. Lokale mensen kunnen de grondprijzen niet meer betalen en kunnen niet meer in de streek blijven.

 

Arabica versus Robusta

Hij legt ons het verschil uit tussen Robusta en Arabica koffie. Robusta heet zo omdat de plant robuust is (niet de koffie zelf, wat veel mensen denken); hij kan op veel meer plekken groeien dan de Arabica-struik. Die laatste is kieskeurig: wil alleen op wat grotere hoogte goed groeien en is kritisch op temperaturen. Maar qua smaak is de Arabica niet te verslaan. Ik weet dat al lang want thuis drink ik altijd café cortado, een dubbele espresso met een beetje melk, van deze koffiesoort. Rond Boquete zijn de omstandigheden ideaal voor de Arabica. Daarin heb je trouwens ook nog weer diverse variëteiten. We zullen de jonge plantjes daarvan zien. De koffie uit deze streek haalt prijzen. De gids kan er boeiend over vertellen. Zo vindt hij dat je voor koffie nooit naar een Starbucks moet gaan, een advies dat mij uit het hart is gegrepen. Je krijgt er minderwaardige koffie die op ‘smaak’ gebracht wordt met allerlei toevoegingen, doceert de gids. En ‘nescafé’ dat ook veel aangeboden wordt, ook in Midden- en Zuid-Amerika, komt van mindere koffiesoorten en mag nauwelijks of geen koffie heten. “’No-es-café’ noemen wij het wel,” zegt de gids ironisch. 

Eerst gaan we naar de plantage, waar we een stuk tussen de koffiestruiken door lopen. Koffie is een heel andere teelt dan bananen en ananas. De laatste zijn monoculturen: er staat niets dan alleen dat gewas. Net als maïs bij ons, zeg maar. Koffie is juist gebaat bij afwisseling. Er staan bij voorbeeld sinaasappelbomen op deze plantage, die een flinke oogst leveren. We krijgen allemaal een vers geplukte sinaasappel. Om zo te eten zijn ze nogal hard en taai. Meer perssinaasappels, lijkt me. Ook andere struiken en kruiden staan tussen de koffiestruiken. Zo is de koffieteelt voor het milieu een stuk gunstiger dan bananen- en ananasteelt.

 

Koffiebonen harken

We krijgen deze middag alle stadia van het koffiebonen maken te zien. Op de plantage staan al rekken met drogende bonen. De bonen die met schilletje gedroogd worden, ruiken als gistende druiven. Ik krijg associaties met de wijncoöperaties waar we deze herfst getuige waren van de ‘vendange’, de wijnoogst, in de Rhônestreek. Later op de locaties zien we ook massa’s drogende bonen. Vaak liggen ze gewoon op de grond uitgespreid. Een man harkt zo nu en dan de bonen door elkaar. Trouwens ook op onze hotellocatie bij Finca Lerida liggen de drogende bonen. Daar hebben ze ook een grote overdekte schuur waar de vloer helemaal vol ligt met bonen. Het branden van de bonen van Finca Lerida gebeurt trouwens hier bij Carlos Ruiz. We zien de wasserij, drogerij en branderij en de verpakafdeling. De brandketels worden gestookt met brandhout dat in enorme stapels ligt te drogen. Bovendien gebruiken ze de afgepelde vellen ook als brandstof om de temperatuur op te jagen. Die vellen worden met een soort pomp in de gloed gespoten. In de opslag liggen de volle zakken hoog opgetast. Daar ligt koffie voor vele duizenden dollars. Carlos Ruiz, op wiens bedrijf/ bedrijven we te gast zijn, is 92 jaar en heeft zich heel lang zelf met de processen bemoeid. Zijn dochter Maria zien we nog aan het werk met het controleren en testen van koffie die o.a. in Nederland wordt verkocht. Bij Golden Box in Baarn.

 

Light, medium en dark roast

Er zijn verschillende brandingen. Mensen kiezen vaak voor de donkerste variant (dark roast) in de veronderstelling dat die het pittigst is. Wel het bitterst, maar voor de koffiefijnproever is de medium of zelfs de lichte branding beter omdat daarbij veel meer geur- en smaakingrediënten bewaard blijven. Zelf heb ik altijd medium roast. Tot slot van de hele excursie mogen we de verschillen tussen de brandingen zelf proeven. Een beetje jammer daarbij is, dat de koffie te lauw is, en het wel erg weinig is om een oordeel te vellen. We krijgen allemaal een mooie jute tas met daarin o.a. een pond (!) koffie van Carlos Ruiz. We gaan met een kilo Panamese koffie naar huis. Riet drinkt er nog steeds van. Ik niet, want het was helaas gewone maling en geen espressomaling. Helemaal tot slot drinken we op het terrasje nog een (zelf betaalde) cappuccino of koffie. Ik vond het een zeer geslaagde excursie. Dat komt ook omdat ik koffieliefhebber ben en thuis al diverse bijzondere soorten heb geprobeerd.

 

Ongevraagde cola

Om half vijf zijn we terug bij onze appartementen. We zitten van het uitzicht en de tuin te genieten op ons terras, Riet ligt in de hangmat. Tijdens het diner morst een ober cola over mijn rug. M’n trui en de jas op de leuning van de stoel zitten er onder. Riet en een medereizigster die naast me zitten, krijgen er ook van mee. De ober biedt aan om de trui en de jas te wassen en morgenvroeg zal het klaarliggen. Inderdaad liggen de spullen de volgende morgen klaar, maar veel is er niet mee gebeurd. De kleren voelen nog steeds wat plakkerig aan. Het is niet echt meer te zien, en de kleren zijn nog bruikbaar. Gelukkig, want we zullen nog best een trui en een windjack nodig hebben de komende tijd.

 

 

  Arbeiders van de Finca Lerida scheppen de drogende koffiebonen om.

 Hier droogt de koffie onder dak.

 

 Op onze wandeling komen we door de koffieplantage. Rijpe en onrijpe bonen.

 De bonen zijn er, zeldzaam, ook in het geel.

Het nevelwoud van Chiriquí doet vanochtend zijn naam eer aan. Uitzicht richting vulkaan Barú.

  

 In het woud zijn bomen hele ecosystemen op zichzelf.

Vooral veel bromelia's en mossen groeien er op. En klimplanten er tegenaan.

 mooie bromelia's

 sommige bomen zijn nog kaal (door de 'droge' tijd)

 

Het aantal vogels dat we zien, valt wat tegen, maar we horen er des te meer.

 In de diepte onze appartementen.

Op de voorgrond koffiestruiken met bessen.

 koffieplukkers

De koffie wordt geplukt door seizoenarbeiders, afkomstig uit de oorspronkelijke bewoners, de indianen. Het is moeilijk werk op de steile hellingen.

 

          mooie wandeling door het nevelwoud

enorme bomen en op een zonnig plekje ineens een vrolijke vlinder

  


Vogels kijken en fotograferen in de tropische tuin van het hotel


Kolibries fotograferen

is bepaald niet gemakkelijk, het zijn zeer beweeglijke en snelle vogeltjes, maar het is wel leuk als het zo nu en dan lukt om een foto redelijk scherp te krijgen...

Het wordt deze dagen een sport voor ons. Vergeef mij de vele foto's van deze beestjes...

 

 

De vleugels bewegen geloof ik zo'n tachtig keer per seconde (!) dus korte sluitertijden zijn noodzakelijk.

 even rusten

 

 verbena; hierop zitten ook vaak kolibries; rechtsonder zit er een.

 Dit is een heel kleine kolibrie, formaat dikke hommel

 Soms moet zelfs een kolibrie even rustig zitten. Maar dan zie je hem bijna niet meer. Als-ie vliegt trouwens ook niet...

 Maar er zijn ook veel bloemen die vragen om een plaatje.


KOFFIE-EXCURSIE
KOFFIEPLANTAGES, DROGERIJEN, BRANDERIJEN, VERPAKKING, ETC.

 

        Op de plantage// en een man harkt de koffiebonen om.

 Drogende bonen in de zon

 jonge plantjes van een voor hier nieuw soort: mokka uit Ethiopië

 Een koffieboon heeft twee vliezen. Als je ze laat drogen met het rode vlies er nog omheen, dan krijg je andere koffie dan wanneer je dat vlies er afhaalt.

  Bij de drogerij/ branderij liggen overal koffiebonen te drogen.

 opslag

 De zak komt van Finca Lerida, waar ons hotel ook is.

             Hier ligt voor duizenden dollars...

Op het terrein van een van de fabrieken die we bezoeken, staat deze enorme cactus; voor de verhoudingen staat Riet ervoor te poseren.

 Het vuur in een droogketel wordt gestookt met hout en gedroogde koffievliezen.

 In weer een andere locatie werkt deze dochter van de oude Carlos Ruíz aan het blenden van koffie voor -toevallig- de Nederlandse markt.

 

naar boven