Panama en Costa Rica, de foto's en het reisverhaal - Nationaal Park Manuel Antonio

Hits: 39134

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Parque Nacional Manuel Antonio

 

Waar ligt Manuel Antonio N.P.

 

 

We ontbijten snel en vertrekken al om half acht naar het Nationale Park Manuel Antonio. Dat park is een eind naar het noorden langs weg nr. 34, de ‘costanera sur’. Het is een relatief klein park, aan zee, maar erg populair, ook door de overzichtelijkheid denk ik, en de goede bereikbaarheid. Daarom willen we vroeg zijn en daarom ook gaan we vandaag en niet morgen, op zondag, want dan, denkt Polle, zal het nog drukker zijn. Het is ongeveer drie kwartier rijden. We parkeren aan de kust en wandelen door een dorpje naar de ingang. Bij het hek koopt Polle de kaartjes voor ons en geeft instructies. We krijgen een kaart mee, zodat we de weg weten. Helaas is een deel van de wandelpaden afgesloten ‘voor onderhoud’. Maar er blijft genoeg over voor dit bezoek. We krijgen tijd tot een uur; later verandert Polle dat in twee uur, om meer tijd te hebben. We hebben dan vijf uur om hier rond te kijken. Het park is open van zeven uur tot vier uur ’s middags.

 

 

Manuel Antonio

 

De trails in het park

 

Al op het eerste stuk is veel te zien. Polle loopt in de buurt om ons dieren aan te wijzen die we zelf zouden missen. Maar je kunt je ook aansluiten bij de talloze groepjes die hier en daar iets zien. Dan kom je meestal snel te weten waarnaar je moet kijken –en waar. Tussen het dichte gebladerte vallen beestjes maar moeilijk op. Het is toch al druk op het pad. Gelukkig loopt iedereen wel in dezelfde richting. We zien als een van de eerste dieren een (twee-tenige?) luiaard. Het dier is in tegenstelling tot wat zijn naam belooft –en wij vaker zagen- heel tierig. Hij beweegt, weliswaar moeizaam en doordacht, langs de stam en een dikke tak boven het pad. We kunnen mooie foto’s maken, waarop zelfs zijn kop goed te zien is. Meestal zit zijn kop verborgen in de vacht en de kop zit altijd boven, dus die zie je moeilijk vanaf de grond.

 

Luiaards

“Luiaards vormen een onderorde van middelgrote Zuid-Amerikaanse zoogdieren waarvan tegenwoordig nog twee families bestaan: tweevingerige luiaards en drievingerige luiaards. De onderorde maakt deel uit van de orde van luiaards en miereneters. Luiaards zijn herbivoren en eten weinig anders dan bladeren. Luiaards hebben een boomklimmende levensstijl. Bladeren, hun belangrijkste voedselbron, leveren weinig energie en worden niet gemakkelijk verteerd: luiaards hebben daarom een zeer grote, gespecialiseerde maag met meerdere delen waarin symbiotische bacteriën de stugge bladeren afbreken. Luiaards kunnen ook insecten, kleine hagedissen en kadavers eten. In vochtige omstandigheden bevat hun vacht bacteriën die voor camouflage kunnen zorgen. De vacht is meestal (diep) bruin. De pels van zo'n luiaard is een ecosysteem op zich. Algen en bacteriën hebben zich tussen de haren genesteld en geven zijn vacht die typische groenige tint. De schutkleur beschermt het langzame dier tegen arenden en andere roofdieren. De luiaard verdedigt zich met zijn klauwen wanneer hij in gevaar is. Dat is zijn enige defensiemechanisme. De luiaard is voornamelijk kwetsbaar op de grond. Wanneer ze in een boom hangen vallen ze bijna niet op omdat ze zo traag bewegen. Een luiaard loopt op de grond niet sneller dan 2,5 meter per minuut. Over een afstand van een kilometer zou hij ruim 6,5 uur doen. Luiaards in het wild slapen iets minder dan 10 uur per dag.” (Wikipedia). 

Dan zien we enkele ‘gele doodshoofdaapjes’.  Het is een kleine apensoort met een staart die wel langer is dan zijn lijf maar die hij niet gebruikt om te klimmen, maar alleen voor het evenwicht als hij op vier poten door de bomen roetsjt. Vervolgens zien we de ‘witschouderkapucijnaap’. Door zijn zwarte vacht, geel-witte schouders en het zwarte kapje op zijn hoofd doet hij denken aan een kapucijner monnik. De aap komt op veel plaatsen in Costa Rica voor, in elk soort bos onder de 2000 meter. Deze aap gebruikt zijn staart wel als grijparm en zijn hele gewicht kan eraan hangen.

 

Vampiers?

Nogal moeite moeten we doen om de vleermuizen te zien die Polle ons aanwijst. Kijken en nog eens kijken, met de telelens, nog eens en ja! Daar hangen ze, onder een blad, in de schaduw, waarschijnlijk te slapen. Het zouden zomaar vampiervleermuizen kunnen zijn, òf een van de tientallen andere soorten die hier voorkomen. Wij op onze beurt wijzen nu andere toeristen op deze leuke beestjes. 

We zien hier ook een bekende: de felgele groefkopadder. Nu van dichterbij dan onlangs. Hij ligt vlak langs het pad onder aan een boomstam. Ik kan goede foto’s maken, maar helaas zit de grote driehoekige kop net een beetje achter een blad. En je gaat niet even met een stokje porren aan een groefkopadder.  Echt niet.

 

Leuke apen

Verderop staan we nog een poos te turen naar een luiaard die volgens de enthousiaste mensen en gidsen die erbij staan, een kleintje bij zich zou hebben. Ik maak foto’s uit alle hoeken (twee om precies te zijn) maar erg duidelijk kan ik het jong niet onderscheiden. Als men niks gezegd had, zou ik het niet gezien hebben. Goed, hier aan het eind van het pad moeten we rechtsaf, want links is alles afgesloten. Rechts gaat naar twee verschillende stranden en naar het sendero (pad) over Punta Catedral. Dat gaan wij volgen. Bij het strand ‘Manuel Antonio’, waar je langs komt, zien we kapucijner aapjes die een doos chips te pakken hebben gekregen. De kapucijner aap is brutaal en staat erom bekend dat hij spullen gapt van mensen op het strand. Maar ik verdenk mensen ervan dat ze de beesten voeren. Het is immers zo leuk: chips etende apen. Een ernstige oudere Japanse toerist spreekt in het Engels een gids aan die erbij staat te lachen, dat hij meer zou moeten doen om dit te voorkomen, maar de gids lacht het advies weg. Op de grond zijn neusbeertjes aanwezig om zich de gevallen chips toe te eigenen.

 

Punta Catedral

Punta Catedral is een rotsig schiereiland dat in zee steekt. Er overheen loopt een uitgezet wandelpad, dat -naar ons al snel blijkt- voornamelijk bestaat uit trappen. Omhoog en omlaag, maar voor ons gevoel alleen omhoog. In de hitte is het een opgaaf, maar we zetten door. We doen ongeveer anderhalf uur over de hele ronde. We worden beloond met mooie panorama’s over zee en strand. Stuk voor stuk tropische ansichtkaarten. In het regenwoud zien we een agouti, maar krijgen hem niet op beeld en we horen nog wel meer dieren. Aan het eind van de trail is het even zoeken naar de juiste uitgang. We komen nog even op een strand uit waar we ook nog een grote bruine leguaan zien, maar waar we niet moeten zijn. Terug maar weer, de trappen op, want de tijd begint te dringen. Net op de afgesproken tijd zijn we terug bij de ingang van het park, waar de rest van de groep al een half uurtje aan de koffie zit. We zijn vandaag met 11 personen plus Polle. Niet iedereen is mee, dus. Wel, wij vonden het een waardevolle excursie. Spannend, veel gezien, mooie foto’s gemaakt, lekker gewandeld.

 

Zonsondergang en brulapen

In een lawaaiige tent in het toeristische dorp eten we onze lunch, een sandwich vis voor mij. Om vier uur zijn we terug bij onze kamer, waar ik douche en dan lekker op ons terrasje ga zitten. Daar voel ik voor het eerst wat prikjes aan mijn hielen. Alsof ik geprikt ben. Kleine rode vlekjes zie ik en mieren die bij mijn voeten op de stenen zitten. Nou, ’t zal wel. Ik besteed er verder geen aandacht aan. Tegen de avond wordt mijn aandacht getrokken door een gebrul aan de achterkant van ons huis. Het blijkt dat in de hoge bomen vlak achter ons appartement een gezin brulapen zit. Eerst is er nogal reuring, maar als de rust is weergekeerd, kan ik mooie opnamen maken van een bladeren etende brulaap, die mooi dicht bij zit. Ik vind het een adembenemende ervaring. Daarna maak ik opnamen van de ansichtkaarten-zonsondergang. Gloedvol zakt de zon in een oranje-rode nevel in de oceaan, het licht gefilterd door palmbladeren. Je weet wel: van die foto’s die je het bekende Zwitserlevengevoel geven.

Het diner is weer verzorgd en lekker. Morgen naar het hoogtepunt van de reis (denk ik dan nog): Nationaal park Corcovado. Volgens de reisgidsen en de info van SRC “een van de mooiste natuurparken van Costa Rica.” We verheugen ons erop en zijn blij dat ook deze excursie kan doorgaan, ondanks het feit dat de hele ‘bende van tien’ niet meegaat.

 

 



 

 

 

  Naar het park kom je langs de oceaan bij Dominical.

 We zien vandaag veel dieren. 

 De luiaard blijkt vanochtend niet zo lui. 

 

 doodshoofdaap

 kapucijneraap bij wilde bananen

 Een groefkopadder: extreem giftig
Hij ligt vlak naast het pad. 

 onderaan de driehoekige kop 

  vleermuisjes

 luiaard 

 schiereiland Punta Catedral

 kapucijnaap

 luiaard met jong tegen de borst

 't strand diep beneden ons

  panorama's vanaf Punta Catedral


Het pad over Punta Catedral bestaat voor een groot deel uit trappen en voor ons gevoel gaan ze in deze hitte bijna allemaal omhoog...

 Een grote leguaan vlak bij het strand en de badgasten

 Als je dicht bij hem komt, maakt hij zich wel uit de voeten. 

 Pura Vida, zoiets als: 'geniet van het leven', is een populaire groet in CR.

 

naar boven