Panama en Costa Rica, de foto's en het reisverhaal - Naar San Gerardo de Dota, Vulkaan Irazú,Basilica de Nuestra Señora de los Angeles

Hits: 39135

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Naar San Gerardo de Dota

 

 KAART van de route naar het Park van de Quetzal

 

Vanaf San José volgen we vandaag weg nr. 2. In Cartago slaan we links af en via een bergweg klimmen we langzaam naar de parkeerplaats bij de vulkaan. Die ligt op een hoogte van 3432 meter en is daarmee de hoogste vulkaan van Costa Rica. De weg ernaartoe is landschappelijk aantrekkelijk. In de diepte zie je de steden San José en Cartago liggen. Op de velden langs de weg zijn boeren en dorpsgemeenschappen bezig met de oogst. Aardappels denk ik. Die willen wel op deze hoogte. Sommige mensen op het veld, zelfs op grote afstand, zwaaien naar de bus. Dat heb ik hier nog niet gezien. Wel jochies die een middelvinger opstaken. Ik dacht toen nog: wees maar blij dat er zoveel toeristen naar jouw land willen komen, jongeman. Maar hier is men dus vriendelijk. De weg klimt ongeveer 30 km en stijgt zo’n 2000 meter, tot 3200 m. Vanaf de parkeerplaats is het niet ver lopen naar de krater. Er zijn het eerste stuk zelfs keurige betonnen paden aangelegd. Er zijn verschillende kraters van de Irazú. De oudste is van 1723. Tussen 1917 en 1921 vond er een aantal verwoestende explosies plaats. Een beroemde uitbarsting is die van 1963, op de dag dat president John F. Kennedy van de Verenigde Staten in San José de top van Midden-Amerikaanse presidenten bijwoonde.

 

Vulkaan Irazú

Vaak zie je foto’s van de grote hoofdkrater (300 m diep en 1 km breed) met groen water op de bodem. Het is nu echter al zo lang droog, dat er geen druppel water te zien is. Op de een of andere manier vind ik dat jammer, alsof er iets typerends aan ontbreekt. Om de krater heen ligt een zwart asveld, de Playa Hermosa. In het barre klimaat en de gasuitstoot die soms plaatsvindt, kan praktisch geen plant overleven. Het is één kale vlakte, met hier en daar wat grasachtig groeisel. Dat het vandaag ook naar zwavel ruikt, kan niet komen van de Irazú want we lopen boven de wind, maar waarschijnlijk van de niet ver hier vandaan gelegen vulkaan Turrialba. We hebben ook foto’s van de wolk gassen die boven deze vulkaan hing. We lopen helemaal langs de omheining langs de krater. Het is indrukwekkend. Ook zonder groen water en zonder gerommel en zo. Het is ondanks de grote hoogte vandaag redelijk warm hier. Maar het kan hier ook bitter koud zijn, zo lees ik. Ik voel aan mijn longen dat we toch redelijk hoog zitten. Ik moet nog weer denken aan onze reis door de Andes, toen we wekenlang boven de 4000 m zaten.

 

Basilica de Nuestra Señora de los Angeles

Terug op de parkeerplaats drinken we koffie in het winkeltje. We zitten lekker buiten. Even verder horen we wasberen rotzooien in de vuilnisbak; eentje komt zelfs op tafel om gemorste koffie op te likken. Brutale rekels. Dan weer de hele weg terug naar beneden, naar Cartago terug. Daar gaan we de Basilica de Nuestra Señora de los Angeles bezoeken. De kerk werd gebouwd in 1639 en werd later gedeeltelijk verwoest door een aardbeving. O.L.V. van de Engelen is eigenlijk een klein beeldje van een donkere Maria, twintig cm hoog, dat nu bewaard wordt in een schrijn boven het hoofdaltaar in de kerk. Je kunt het van afstand maar nauwelijks zien, vond ik. Toch is door dit beeldje dit de belangrijkste kerk van Costa Rica.

 

Bedevaart voor La Negrita

Elk jaar op twee augustus lopen vrome Costa Ricanen de 24 km van San José naar Cartago, soms zelfs deels kruipend of kruisen dragend. Bij de kerk dalen de gelovigen af naar de crypte waar ze heilig water uit de bron scheppen. Het beeldje van La Negrita wordt in processie door de stad gedragen. In de Crypte van de Rots staat een nagemaakt beeldje op de nagemaakte rots. Op het bijbehorende schilderij zie je het meisje afgebeeld. In de gang van de crypte hangen vele ex voto’s: dankbetuigingen voor genezing. Men doet dat hier heel plastisch: als men genezen is aan het oog, hangt men een oog op; als men genezen is aan de benen, hangt men benen op. Dat wil zeggen: vergulde speldjes met afbeeldingen van de lichaamsdelen. Het is ontroerend om te zien maar tegelijk kijk ik er ook met een gezonde dosis scepsis naar. Maar men mag gelukkig geloven wat men wil. 

Wat La Negrita dan zo bijzonder maakt? Het indianenmeisje Juana Pereira vond op twee augustus 1635 op een rots in het woud een beeldje van een donker getinte Maagd Maria. Ze nam het mee naar huis maar de volgende dag stond het beeldje weer op de rots. De pastoor deed hetzelfde en sloot het beeldje zelfs op, maar weer stond het beeldje de volgende dag op de rots. Dat vond men genoeg reden om aan te nemen dat Maria hier wonderen verrichtte, en men bouwde daarom de bedevaartkerk. La Negrita werd de beschermheilige van Costa Rica.

 

Staal en hardhout

Merkwaardig is dat de muren zijn van gegalvaniseerd staal met een cementlaag. In San José staat een school, die ook van ijzeren panelen is gemaakt. Ik klopte erop en ja hoor: ijzer. Vreemd idee, een ijzeren huis. ’t Is maar gelukkig dat het hier niet vriest. 

Wij bekijken de kerk van alle kanten. Van binnen is hij mooi afgewerkt met veel hardhout. Dat geeft tegelijk een ruimtelijk maar ook heel warm, huiselijk effect. Ook het plafond van de achthoekige koepel is van hout. Tijdens ons bezoek zien we gelovigen door het middenpad kruipen naar het hoofdaltaar. In gebed verzonken liggen ze op hun knieën voor het altaar en het beeldje. Buiten staan op de gevel tal van engelenbeelden. Voor de kerk is een groot plein dat de bedevaartgangers kan bergen. 

In de stad proberen mensen nog maar eens weer geld te pinnen. Ik ook. Ik krijg eenmaal drie  honderd dollar, maar meer wil de ATM niet geven. Sommigen krijgen er helemaal geen geld uit. Dat is lastig want je moet zo langzamerhand zorgen dat je geldvoorraad op peil is voor de grens: $ 500 p.p. Straks in San Gerardo kun je niet pinnen en in Dominical is ook geen gelegenheid. Bij de grens misschien, maar Polle adviseert het daar niet op aan te laten komen.

 

Pech

Met de bus rijden we naar een restaurant in de bergen. Ik eet er een prima forelfilet met sla en friet. 

Dertien kilometer voor het eindpunt van vandaag klinkt er uit de aandrijving van de bus een knal en gesis. De chauffeur zet de bus beheerst aan de kant. Er is niets te zien, geen olie of koelvloeistof, geen loshangende onderdelen. We rijden voorzichtig verder naar een grote parkeerplaats met een cafeetje en winkeltjes. Ik fotografeer er een paar van die joekels van Amerikaanse Macks en Freightliners. Stoere vrachtwagens met veel chroom, show en bling-bling. De buschauffeur kan niks vinden en we rijden dan toch maar verder want alles functioneert. De laatste 10 km gaat over een smalle bergweg, tamelijk steil naar beneden de vallei in. Het gaat allemaal goed, aan de bus is niets te merken. Na een laatste bocht stopt de bus bij een hotel, gelegen in zo’n paradijselijke omgeving, dat we hier wel een week zouden hebben willen blijven.

 




 

 

naar  VULKAAN IRAZÚ

 
Klimmend naar de vulkaan Irazú zie je de steden San José en Cartago aan je voeten liggen.

 op de helling is veel landbouw

 

 we komen al snel boven de wolken

 naast de krater is een groot asveld

 meestal staat er groen-blauw water in de krater
(op foto's staat dat ook altijd) maar omdat het nu zo lang droog is geweest, is er geen water. Voor de foto wel jammer, maar je kunt niet alles hebben. Komen we wel een keer voor terug. 

 panoramafoto

 de centrale krater, diep 300 m en diameter 1050 m

en we staan hier op plm. 3200 m hoogte

 centrale krater

 

 je zou hier de kust moeten kunnen zien,
maar hoewel het een heldere stralende dag is, lukt dat helaas niet. 

 Op het asveld groeit haast niks.
Wat je op deze foto ziet, is een kleine windhoos en geen vulkanisch verschijnsel. 

 weer naar beneden

 de krater Turrialba is wel actief (gasuitstoot)

 het is oogsttijd


Basilica de Nuestra Señora de los Angeles in  Cartago 

 bedevaartkerk en belangrijkste kerk van het land

 mooi interieur met veel hout
Mensen kruipen op hun knieën naar het altaar, waar het beeldje van la Negrita te zien is. Zie Reisverslag.

   

 in  het schrijn: het beeldje

 ex voto's van genezen zieken

 ex voto's van mensen die iets aan hun oog hadden

 replica van het beeldje, beneden in een soort crypte
Hier kun je ook heilig water vinden. 

 Dit schilderij (links het beeldje) 
verbeeldt het verhaal van het meisje dat het beeldje vindt. Zie mijn reisverslag voor meer info. 

 veel engelen op de gevel, natuurlijk

 op de foto voor de kerk

 enthousiaste kinderen

 on the road

 We naderen San Gerardo de Dota

San Gerardo de Dota is een waar paradijsje.
Ons uitzicht uit het appartement; een prachtige tuin met veel vogels, 

en het appartement zelf is ook niets op aan te merken. 

 

naar boven