Van Chicago naar Seattle in 25 dagen. Road trip met een splinternieuwe camper

on 08 september 2017
Hits: 8953

Road trip 2017. Met een camper door het noorden en westen van de USA.

Marije en Michel brengen een nieuwe camper van de fabriek in Middlebury (bij Chicago) naar de verhuurder in Seattle aan de westkust. Via JanDoets hebben ze een en ander geregeld. Road Bear is de fabriek die zijn campers door geïnteresseerden naar de verhuurders overal in de USA laat brengen. Je kunt zo voor een voordelig tarief in een gloednieuwe camper rijden. Helaas moet de camper wel ruim vóór het toeristische seizoen bij de verhuurder staan, in dit geval in maart/april. En dan kan het in die streken nog volop winter zijn. Ze maken dus ook nog echte winterse omstandigheden mee: vorst, sneeuw, blizzard, regen, maar genieten desondanks met volle teugen. In 25 dagen uit en thuis doorkruisen ze het noord-westen van de USA. Hier hun  in maart 2017 onderweg bijgehouden blog. 


Wat vooraf gaat

Na het zien van de aanbieding via de nieuwsbrief van Jan Doets en telefonisch boeken hebben we de reis definitief gemaakt bij Jan Doets.

We hebben gelijk van de gelegenheid gebruik gemaakt om de campers van dichtbij te bekijken en natuurlijk even een fotootje maken.

Binnenkort gaan we
Nog drie weken! We hebben er zin in en zijn al druk bezig met routes en bezienswaardigheden uitzoeken.

Nog 3 dagen!
Nog twee dagen werken, dan nog een dag boodschappen doen, schoonmaken en katjes vaarwel knuffelen, en dan pakken we de trein naar ons hotel op Schiphol. De NS vertrouwen we voor geen cent, en aangezien we om 10.00 uur 's ochtends vliegen nemen we liever een hotelletje dan dat we met stress en koffers en al ons moeten haasten op de dag zelf. Ben benieuwd of het hotel net zo chique is als de naam: "Park Inn by Radisson". Hoe dan ook, nog even slapen op Hollandse bodem voordat we écht vertrekken.


Past dit allemaal...?
...dat moet ik nog maar even zien. Want ik zal gedurende de avond en ochtend nog wel wat dingen verzinnen die er ook nog bij in moeten. En als koukleum moeten er minstens 18 dikke truien en 34 thermoshirts mee. Zo ongeveer dan. Want niet alleen met kou, maar ook met tellen heb ik moeite. Het weerbericht voor maandag in Chicago is 2 graden met sneeuwbuien, dus dat wordt een fijn begin van de trip! We hebben er zin in! Denk ik...

Uitgerust op reis
Van tevoren een hotel geboekt via Spoordeelwinkel incl. treinkaartje naar Schiphol. Supergoeie deal. We hebben geslapen in het Park Inn by Radisson in Schiphol Rijk. Basic, maar alles prima in orde.
Heerlijk geslapen, ondanks 'Aircrash Investigation' op tv. En nu eerst maar 's proberen niet de volgende aflevering te komen...

Wachten voor vertrek
Hij staat al klaar, het vliegtuig naar Chicago. Nu is het wachten totdat we mogen boarden.

 

 


 

Dag 1 – 13 maart Aangekomen in Chicago, IL


Na een vrijwel vlekkeloze vlucht, met maar een beetje vertraging, zijn we vanmiddag rond 14.00 uur plaatselijke tijd aangekomen. En de beste remedie tegen jetlag, zeggen ze, is zo snel mogelijk meegaan met het ritme ter plaatse, dus na inchecken hebben we eerst het benodigde papierwerk afgerond met Road Bear, de camperverhuurder, en zijn we daarna gelijk weer teruggereden naar het vliegveld O'Hare om vanaf daar de trein te pakken naar de stad. We hebben een dagkaart gekocht zodat we ongelimiteerd met de trein ('L', van 'elevated train') kunnen.
Eerste stop is Wrigley Field, de thuisbasis van de Chicago Cubs. Helaas wordt het al een tijdje gerenoveerd, en dus staat het in de steigers. Was ook duidelijk nodig, want er was weinig moois meer aan. Dat geldt trouwens ook voor de stalen ondersteuning waar de treinen over rijden: Hammerite doet hier goede zaken; it's rust everywhere.

 


Ondertussen is het zachtjes gaan sneeuwen. We rijden met de 'loop' naar het centrum en lopen even naar Millennium Park. Daar staat de Cloud Gate, en zeker met de sneeuw geeft het nog een extra grappig effect. We eten nog even een midnight snack bij Subway en daarna maar terug, want inmiddels is het donker geworden. We zijn weer precies op tijd voor de shuttle naar het hotel.


Morgen om 8.00 uur vertrekt de bus naar Road Bear. En dat wordt nog een belevenis, want er wordt een heftige sneeuwstorm voorspeld. Dus dat wordt een wit begin van de reis... New York en Philadelphia krijgen het het zwaarst te verduren voor nu, met zelfs blizzard warnings en mensen die eten en drinken hamsteren. Hier rond Chicago wordt, na de milde winter, eindelijk de sneeuw verwacht die ze eigenlijk allang gehad hadden moeten hebben, maar het lijkt vooralsnog mee te vallen. Nu eerst douchen en slapen. Zal vast lukken :D

Blizzard conditions
5400 vluchten geannuleerd op O'Hare, veel scholen zijn dicht, gisteravond gebeurde hier een ongeluk met 35 auto's, maar gelukkig valt dat nog mee (!); New York wordt 'life threatening' en mensen wordt aangeraden thuis te blijven en te schuilen.
We hopen dus dat onze bus gewoon gaat en dat we vanmiddag gewoon kunnen gaan rijden. Fingers crossed!

 



Dag 2:14 maart/ Middlebury, IN - Michigan City, IN  

De ROUTE


De dag begon zo goed: super op tijd alles klaar, schoon en ingepakt, gegeten, klaar in lobby... Maar ja, die sneeuw. Daar hadden zelfs de Chicanezen geen rekening mee gehouden. Vluchten geannuleerd of vertraagd, scholen dicht, en dus ook onze bus vertraagd. En toen ie een half uurtje later toch kwam, waren wij allang blij. Want wat is nou een half uurtje, toch?

   

 

Maar de route naar Middlebury bleek precies door de sneeuwbuien te gaan. En dus reden we niet harder dan 30, 40, misschien 50 op de schone stukken. Als we al reden. En dus kwamen we niet om 11.00 uur aan bij de fabriek, maar om 15.00 uur. Dus toen we eindelijk gesettled waren en onze camper mochten meenemen, was er niet veel tijd meer over om nog fijn wat kilometers te maken. En bovendien moesten we ook eerst nog wat boodschappen doen.

 

De ROUTE naar Michigan city

Nadat alles uit de honderdduizend plastic tasjes was ingeladen, konden we naar de camping. Fijn hoor, zo'n app die precies vertelt welke campings het hele jaar open zijn. Nou, de eerste die ik had uitgezocht al niet dus. Nummer bellen, geen gehoor. Nogmaals bellen, voicemail. Of we onze gegevens wilden achterlaten. Euhm, nee, we willen slapen!

Dus doorgereden. Weer een uur verderop. Ondertussen was het al donker geworden, dus een fijne eerste camperdag... Toen eerst naar even van tevoren gebeld. Dat ging gelukkig een stuk beter, een fijne en behulpzame man stond ons te woord, en nou had ik tenminste ook het gevoel dat we ergens naar onderweg waren. Ook was het weer licht gaan sneeuwen, en waren hele stukken van de weg ondergestoven door sneeuw vanaf de akkers. Voorzichtig aan dus.

Inmiddels hadden we honger, waren we moe, geen idee hoe laat het was (nog steeds niet trouwens), maar uiteindelijk vonden we wel de camping. Wat een opluchting.

We staan nu dus op Michigan City Campground. Electriciteit aangesloten, bed opgemaakt, tassen uitgepakt en de spaghetti and meatballs in een pan gegooid en opgewarmd. Het is niet veel, maar het is eten. Morgen om 7 uur op. Of hoe laat dat dan ook daadwerkelijk blijkt te zijn in the real world, with time zones and stuff. Zien we dan wel weer. We zijn ten slotte op vakantie...! Welterusten.

 


Dag 3: 15 maart/ Michican City, IN - Altoona, IA

De ROUTE


Vanochtend vertrokken vanuit Michigan City, en nu vlakbij Des Moines. We worden toch weer even met de neus op de feiten gedrukt dat je met een camper niet zo heel erg veel miles uit een dag kan halen; althans, niet zoveel als ik dacht. Maar dat geeft niet, we staan vroeg op en doen ons best.


Dat we vandaag wat minder 'productief' zijn geweest heeft ook te maken met een tussenstop aan de rand van Chicago: Joliet. Hier staat de Old Joliet Prison, een gevangenis die niet meer gebruikt wordt, en die in vele films te zien is geweest, waaronder de Blues Brothers. En omdat dat jeugdsentiment is, moesten we daar even een kijkje nemen.

 

Het is een imposant gebouw, nog steeds. Ondanks de rommelige en verwaarloosde omgeving. Je schijnt er in te kunnen, maar vandaag kan dat in ieder geval niet. Alles potdicht. Maar alleen de buitenkant, en het verhaal eromheen, was al leuk om even te zien.


Daarna weer verder. Onderweg bij een Rest Area met wifi onze eigen wifi even gefixt. Die werkt nu prima, dus elke dag een berichtje tikken gaat hopelijk lukken vanaf nu :)
En ook even boodschappen doen. Nou ja, even... Ik gok zo dat de gemiddelde Amerikaan nog de meeste exercise krijgt tijdens het doen van de boodschappen. Want man man man wat is zo'n Wallmart Supercenter groooooot... En alles wat ze verkopen is ook groot: spare ribs voor een gezin van 10, hompen vlees van 5 kilo, en nee ik hoef geen vissticks in een doos van 44 stuks...! Het was een hele toer om visburgertjes te vinden in een verpakking van twee. Want echt alles gaat in het groot. Auto's, mensen, en dus ook boodschappen.


We hebben nu net het eten op: pasta met saus en gehakt. Niet erg hoogstaand of Masterchef-waardig, maar toch een warme maaltijd. Om hier een plekje te bemachtigen was trouwens ook al een onderneming. Op de RV-park zelf bleek geen kantoor te zijn. Daarvoor moest je een straat verderop zijn. Ok, prima, dan rijden we daar heen. Niemand. Niks. Alleen een bordje aan de straat, maar verder op het erf niks meer. Ook geen auto voor de deur en aanbellen durfden we dan net weer niet. Dus toen het telefoonnummer maar 's gebeld. Voicemail. Tot 3 keer toe. Dus maar teruggereden, om eens te vragen aan andere campinggasten hoe zij het dan hadden geregeld. Die bleken precies hetzelfde nummer te hebben gebeld, en bij de vierde keer proberen werd er wél opgenomen. Dus telefonisch een plekje geregeld en betaald, dus nu heeft ons huisje weer een plekje. Zo dadelijk maar eens proberen om in het donker de wc's te vinden...! En dan: welterusten.

 


 

Dag 4: 16 maart/ Altoona, IA - Philip, SD

 

De ROUTE

 

Dag 4: begin
Good morning y'all! Wat een prachtig begin van de de dag. We hebben heerlijk geslapen in ons rijdende huisje en staan klaar om te vertrekken richting Rapid City. Dat zullen we wel niet helemaal halen, maar twee uurtjes daarvoor ongeveer zou mooi zijn. Tot vanavond!


Dag 4: a whole lotta nothing
Rural Iowa is eigenlijk niks. Maar dan ook echt niks. Akkers, soms wat windmolens, wat schuren en silo's, maar verder niks. Toch heeft ook dat wel wat. Het is weids en leeg, maar in ons campertje is het warm en dan is het leuk naar buiten kijken.
 


Veel: gras. Veel: borden voor Wall Drug. Veel: nietsheid. Veel: miles.
Weinig: bochten. Weinig: afwisseling. Weinig: sneeuw meer.


Teller van vandaag staat op: twee tijdzones, twee staten, en drie dooie raccoons in stukjes langs de weg. En: in een dag van 0 naar 15 graden! En warm dat het hier is...! :D


Dat is de korte opsomming van vandaag. Vanochtend half negen vertrokken, en nu (20.00 uur) op de camping aangekomen. Voornamelijk gereden, met alleen stops om te tanken. Zelfs het boterhammen smeren heb ik heel illegaal even onderweg gedaan. Want er zijn toch geen bochten. En het bankje aan de eettafel heeft per slot van rekening ook een veiligheidsgordel!
Onderweg veeeel gras gezien. En wat ook een belevenis is: bij het oprijden van de Interstate de cruise control instellen, en dan urenlang en honderden kilometers niks hoeven doen. Ok, een beetje kijken en sturen, dat nog wel, maar ik heb vandaag bijna 500 kilometer gereden en ik heb geen gas of rem aangeraakt. Een hele aparte gewaarwording. En een hele opluchting na al het fileleed op de A28 van de afgelopen tijd...
Verder hebben we in al die miles (562, = 904 kilometer!) van vandaag verdacht weinig interessants gezien. Vooral heeeeel. veeeel. gras. En niks. En dan nog meer niks. En voorbij dat niks nog méér niks.
Maar vanaf nu wordt het leuk!


Wat ten eerste al leuk is, is de camping. Ok, er is niks en niemand, en het is al donker dus weinig te zien, maar er is wel electriciteit waar we de camper op kunnen aansluiten. Het kantoor is dichtgespijkerd (letterlijk!) en we mogen morgen het geld voor de plaats in een kastje stoppen. :D
We zijn nu vlakbij Badlands National Park, en dat ligt dan weer vlakbij de Black Hills. En dat staat voor morgen op het programma. Nu dus eerst even een studie van wat we morgen allemaal willen doen, en dan een dvd'tje op onze eigen tv, en dan maar weer slapen. Truste!


 

 

 

 

Dag 5: 17 maart/ Philip, SD - Custer State Park, SD

 

De ROUTE

 

Dag 5: wakker worden!
Wakker worden op Circle 10 Campground is vooral koud en een beetje vreemd: het is 4 graden buiten, maar we hebben de kachel vannacht voor het eerst niet aangehad. Het toiletgebouw is nog niet open, dus we wassen ons gezicht even bij een wateraansluiting van een RV-plek. Kkkkkoooouuuuuuuud!

Het kantoortje zit ook dicht, dus daar leggen we het geld straks in een kastje. Zo dadelijk eerst maar even tanken bij de overburen, en dan weer gaan!

 

 


De dag begon koud, maar met de zon erbij is het best te doen. Er staat een hele harde koude wind en die maakt het flink fris. Maar het is heerlijk weer, dus we gaan weer verder.

We hebben vlakbij Badlands NP geslapen, dus we rijden het weggetje af richting de ingang. De ranger station is dicht, dus we kunnen zo doorrijden. En al snel doemen de vreemdvormige bergen voor ons op. Voornamelijk kalkachtig gekleurd, maar er is ook geel, roze, groenachtig en bijna zwart. Door de miljoenen jaren erosie zijn er hoodoos ontstaan, en het doet ons inderdaad een beetje denken aan Bryce Canyon van vorig jaar. Maar dan veeeeel groter, en minder oranjerood. We nemen de loop road door het park heen, en stoppen bijna bij elke viewpoint. Elke bocht geeft weer een ander gezicht op de indrukwekkend bergcreaties en de steppes ertussen.

 

   

 

We zien tientallen prairie dogs, die al weer druk bezig zijn hun holletjes te graven. We fotograferen ze vanuit de camper, want dan blijven ze mooi zitten. Als je uitstapt, kijken ze de situatie eventjes aan, maar als je te dichtbij komt, gaan ze naar elkaar fluiten en het signaal gaat dan het hele 'dorp' rond. Vlak daarna duiken ze onder in hun gangenstelsels en komen ze af en toe weer boven om te kijken of het al weer veilig is.

Ook zien we bighorn sheep. Soms vlak langs de weg, soms wat verder het land in. Ze eten het lange dorre steppegras of liggen te zonnen op een bergkam. Sommige dragen gps-zenders, zodat wetenschappers bij kunnen houden waar ze zijn en hoe het met ze gaat.

    

We lopen een stukje trail door de jeneverbesstruiken. Het ruikt daar heerlijk naar Kneipp badolie (note to self: weer kopen als we thuis zijn).

Als we de loop hebben voltooid, rijden we door naar Wall. Dit dorpje heeft maar 818 inwoners, maar door een slimme drogist die zich hier in 1931 vestigde en een drug store opende, is het nu één grote attractie. De drogist zocht iets om zijn winkeltje succesvol te maken in slechte tijden, en bedacht dat de dorstige reiziger maar één ding wilde: water. Ijskoud water. Dus verzon hij een USP: free ice water! En vanaf toen stroomden de klanten binnen. De tientallen borden die we onderweg zagen lieten het heel wat lijken, maar het is gewoon een aaneenschakeling van souvenirwinkeltjes, en een pleintje met wat fiberglas beelden. 'The 6 foot rabbit!!!' 'The jack-a-lope!!!" (fictief folkloredier: een haas met een hertengewei) De koffie kost er maar 5 cent, da's dan wel weer grappig. Maar da's dan ook alles. Met een half uurtje hadden we het wel gezien.

    

We rijden weer door. Nu naar Mount Rushmore. Het waait nog steeds flink hard en Michel heeft moeite om ons Huis recht op de weg te houden. De wind heeft natuurlijk vrij spel op de steppes, en we zien ook de beroemde tumble weeds over de weg stuiven.

Na een stuk rijden gaan we de heuvels in, de Black Hills. Zo genoemd omdat de Ponderosa Pines die daar voornamelijk groeien vanuit de verte zwart lijken door hun donkere bast. En na een tijdje op een bergweg te hebben gereden zie ik vanuit de verte al een gezicht in de bergen: Mount Rushmore. We parkeren de RV en lopen via een grote brede laan naar het uitzichtspunt. De zon staat alleen op President Washington; de andere drie vallen daardoor een beetje weg, maar desalniettemin is het ontzettend indrukwekkend. Al die mensen die daar met hun jackhammers aan de sculptuur hebben gewerkt, en het is hoooog, en vreselijk steil.

We lopen nog een korte trail door de bossen, waarbij we steeds een andere invalshoek te zien krijgen.

Als we teruglopen naar de RV en weg willen rijden, ziet Michel opeens hele vreemde, grote witte geiten op de parkeerplaats staan. Ze lijken in de verste verte niet op wat ik ken van de kinderboerderij, en het blijken mountain goats te zijn. Ze zijn zo groot als een flinke maat Shetlander en hebben heul veel haar. Ze springen ook met het grootste gemak over de vangrail als ze schrikken van een blaffende hond, ook het kleintje dat erbij is. De kleine zie je op de foto; mama geit was nog een stuk groter.

Als we weer zijn bijgekomen van weer een nieuwe indruk, gaan we op weg naar de camping die we (heel modern) via de tablet konden boeken. We konden zelfs ons eigen plekje uitkiezen en betalen online met de credit card. Toch een fijn gevoel dat er ergens een plekje voor je gereserveerd is.

We hebben nu net het eten op, en vanuit onze Eetzaal hebben we uitzicht op een vijftal herten dat aan de overkant van het hek op het gras staat te eten. Dit is vakantie in Amerika... ❤


 

Op veler verzoek: het interieur van ons Huisje
De buitenkant hebben jullie nu al gezien, maar zo ziet het er van binnen uit.

Allereerst de Eetzaal. De rugleuningen van de bankjes hebben wel aan één kant klitteband, maar niet aan de andere kant, want dat is handig... Ofzo. "They come outa the factory that way." Dus. Maar goed, hier smeren we dus onze boterhammetjes en eten we ons ontbijt en zelf-in-elkaar-gefabriekte Diners.

Daaronder ziet u de Galley. De keuken dus. Drie gaspitjes, en een gootsteen die we nog niet kunnen gebruiken omdat we nog geen water in de tanks hebben wegens de (eventuele) vorst. Afwassen doen we dus in een teiltje, of (in Iowa) in de storm shelter. Gaat prima, en tenslotte zijn we aan het kamperen!

Weer daaronder ziet u de Slaapzaal. Michel slaapt rechts, zodat hij zijn benen nog ergens kwijt kan, want de linkerkant heeft een uitstekend kastje erboven en de koelkast erachter, dus die plek is ietwat kortachtig. Maar alsnog een heerlijk plekje om uit te rusten.

We gaan verder met de douche. Hier hebben we nog geen seconde doorgebracht, want de wc en douche doen het uiteraard alleen als er water in de tanks zit.

    

De laatste foto is een overzichtsfoto vanuit bed. Rechts de Eetzaal, links de Galley en helemaal voorin de Bridge waar het commando gevoerd wordt.

We zijn heel erg tevreden met ons Huisje: je hebt alles altijd bij je. Als je honger hebt, smeer je een boterhammetje. Frisdrank staat koud in de koelkast, we hebben wifi in de camper, en als je bedenkt dat je iets wilt pakken, dan loop je even naar achteren, trek je een kastje open en haal je het tevoorschijn. Vannacht zijn we in slaap gevallen met zacht tikkende regendruppels op het dak; iets heerlijkers is er niet.

 


 

Dag 6: 18 maart/  Custer State Park, SD - Newcastle, WY

 

De ROUTE  

 

Start up
Goeiemorgen! Dit is onze plek op Custer Game Lodge. Het wordt weer prachtig weer en we gaan zo weer verder.
De game count tot nu toe: deer, mountain goats, blue jays, prairie dogs
Schroefjes tot nu toe losgelaten: 2 stuks

 


Wat een dag... Spectaculair, bizar, om nooit te vergeten. Vanaf de camping zijn we vanmorgen eerst naar het visitor's center van Custer State Park gereden. Die ging pas om 9.00 uur open, dus zijn we (een klein beetje illegaal) alvast het park ingereden. Na een klein half uurtje, met tientallen herten langs en op de weg, kwamen we bij de ingang van het park. Daar konden we zelf een dagpas betalen door een stickertje in te vullen en geld in een kistje te stoppen.

 

 

Toen we nog geen vijf minuten het park binnengereden waren, kwamen we onze grote vriend op de eerste foto hieronder tegen. Op zo'n tien meter afstand, vlak naast de weg, rustig herkauwend. We waren meteen superenthousiast, want we hadden een hele echte levensgrote bizon gezien!!!

In de verte zagen we al drie andere, waar we gelijk naartoe reden. En weer vijf minuten verderop stonden er een stuk of tien extra. We konden onze lol niet op: in zo'n park hoop je natuurlijk altijd zulk groot wild te zien, maar de meeste keren zijn ze nét op de dag dat jij er bent ergens anders. Dus wij waren al ontzettend blij met dit handjevol echte bizons.

Tot we weer een paar kilometer verder waren. Opeens stonden ze links en rechts van de weg, wel zo'n 50 dieren! Ik denk dat we wel drie kwartier hebben staan kijken. Raampjes open van de RV, camera's naar buiten en klikken. En kijken. En turen door de verrekijker. Wat een geweldige dieren. Ze nemen alle tijd voor wat ze doen, haasten zich totaal niet, en hebben lak aan mensen die er graag langs willen. Ze hebben alle tijd van de wereld. 

 

Een stuk verderop kwamen we pronghorns tegen, een soort antilopes. Ze zijn niet echt bang, maar als je uitstapt gaan ze toch wel weg. Op hun gemakje. Ze staan steeds in clubjes van vier tot vijf dieren, en onderweg komen we er steeds een paar tegen.

Als we het einde naderen van de Wildlife Loop, komen we nog één laatste kudde tegen. Een grote, met flink wat jonge en oudere dieren. We staan stil op de weg, en er komt er eentje wel heel erg dichtbij... En voordat we het doorhebben staan er zo'n acht gigantische, reusachtige, harige bizons rondom de RV. Aan de zijkant, aan de achterkant, én aan de voorkant. En ze likken de RV af. Ja, je leest het goed: ze likken ons Huis af. Er zit nog zout aan de RV en dat vinden ze heerlijk. En het lijkt wel alsof ze het weten, want we kunnen geen kant meer op: we zijn omsingeld door buffalo. Op zich nog niet heel erg, maar toch best spannend als de raampjes allemaal nog open staan waar je zojuist zo fijn door gefotografeerd hebben. Nu staan ze op armlengte afstand, of nog niet eens. Eentje komt er zo dichtbij dat hij tegen Michels hand aan komt. "Prrrf" zegt ie. (De bizon dan hè, niet Michel). Doorrijden gaat nauwelijks. We hebben de motor alweer gestart, maar dat schijnt ze niet te deren. De twee aan de voorkant maken ook geen enkele aanstalten om te vertrekken. Ze blijven likken. We horen hun tongen langs de wanden en bumpers schrapen. De RV beweegt zelfs een beetje. We gaan toch maar voorzichtig rijden, en dan besluiten ze toch maar door te lopen. Eentje aan de achterkant is het er niet mee eens, en loopt nog een heel stuk achter de Lollie aan. Maar helaas, we kunnen niet eeuwig blijven staan.

En de Wildlife Loop komt uit bij...juist, de camping waar we diezelfde ochtend vertrokken waren. Beetje jammer dat we dat niet wisten, want dan hadden we die weg gelijk kunnen nemen in plaats van helemaal naar de andere ingang van het park te rijden. Maar ja, da's achteraf. We moeten nu dus weer een stukje dezelfde weg rijden, maar da's ook geen straf is zo'n omgeving. We komen langs een groot stuk afgebrand bos. De bordjes die waarschuwen voor rookontwikkeling staan er nog, maar het is zo te zien al een heel tijdje geleden dat er iets heeft gebrand.

We rijden langs een groot meer, dat nog bijna helemaal bevroren is. Alleen langs de randjes zie je een klein beetje water. We drinken even wat in de zon, en wat is het warm! Zo'n 22 graden! Daar sta je dan, met al je thermoshirts en Berentruien in de kast... Toch zijn de nachten nog wel koud, zo rond het vriespunt. Daarom duurt het zo lang voordat het meer weer water is in plaats van ijs.

Next stop: Crazy Horse Memorial. Wat Mt Rushmore is voor de blanken, is Crazy Horse Memorial voor de Native Americans. Lakota Chief Standing Bear vroeg aan beeldhouwer Korczak Ziolkowski om een beeldhouwwerk in de rotsen van the Black Hills te maken naar de gelijkenis van Crazy Horse, een Lakota-opperhoofd uit de 19e eeuw. Crazy Horse sneuvelde tijdens de slag bij Little Bighorn. Zijn beeltenis zou symbool staan voor de geest van alle Native American People. Het beeld is nog lang niet af, ondanks dat de bouw begonnen is in 1948. Maar het is ook gigantisch. Alle vier de hoofden van de presidenten van Mount Rushmore passen in het hoofd van Crazy Horse! Er wordt nog dagelijks aan gewerkt, en niemand weet wanneer het af zal zijn. Op de een na laatste en laatste foto zie je respectievelijk het bouwwerk zelf en de replica op schaal 1/34. Ooit zal het er dus zo uit komen te zien, maar dat zal nog generaties duren.

Het is een indrukwekkende plek, vol betekenis en vol enthousiasme. De familie Ziolkowsi (5 zonen en 5 dochters) wijden hun hele leven aan dit project. Er is inmiddels ook een Indian University, waar cursussen en opleidingen worden gegeven. Tijdens ons bezoek luisterden we naar een Indianenfamilie die spontaan een cirkel vormde en op hun traditionele fluiten begon te spelen. Prachtig, bijna emotioneel.

Er zijn tentoonstellingen van gebruiksvoorwerpen en kunst van en over de de Indianen. Het motto van Ziolkowski dragen we met ons mee: "Never forget your dreams."

Als laatste gaan we nog langs de Jewel Cave, maar helaas is de laatste tocht naar de grotten daar al weg en kunnen we alleen nog het bezoekerscentrum bekijken. We besluiten niet terug te komen, want er komt nog zoveel moois. We rijden dus verder door het grote, weidse, verlaten Wyoming en na even online zoeken en bellen vinden we in Newcastle een RV park waar we terecht kunnen, gezellig tussen de Highway en het spoor in. Er komen lange vrachttreinen langs, maar ach, zelfs dat heeft wel wat. Het is inmiddels een uur of half negen 's avonds en nu is het stil, dus slapen zal wel lukken vannacht.

 


 

 

 

Dag 7: 19 maart / Newcastle, WY - Hardin, MT

 

 

De ROUTE


We zijn vroeg vertrokken en rijden nu door het verlaten Wyoming richting Devils Tower. We luisteren nu naar het zoetsappige "Buttermilk Sky" op één of ander cowboy station, waar voornamelijk wordt gepraat over het staand castreren van paarden en het transporteren van voer. Tussendoor horen we cowmercials (ja echt) over Loomix Liquid Supplements om je veevoeder te optimaliseren. Het is geweldig!

Een uurtje later komen we aan bij Devil's Tower. Dit is een grote berg ontstaan uit omhoog gestuwde lava. Langs de weg naar de Tower is een grote Prairie dog town. Het gefluit en het geblaf is niet van de lucht. Foto's maken met de telefoon blijft lastig, want ze duiken snel weg in hun holletjes als ze het niet vertrouwen.

We rijden verder naar de parkeerplaats en zetten ons Huis neer. We halen een kaart bij de Ranger en maken een wandeling om de Tower. In het bos zien we een half vergaan hertenlijk (viewer discretion is advised!) Luguber, maar ook super interessant om al die botjes te zien. Gelukkig zien we ook meer dan genoeg levende exemplaren. Eerst een stuk of vijf die voor ons wegrennen door het bos. Een stuk verderop komen we een paar slapende herten tegen. Ze liggen onder de boom in de schaduw. In de schaduw, zeg je? Ja, want daar staan we met ons goede gedrag: het is hier op de bergwand minstens 25 graden, en we moeten flink klimmen. We zweten ons een ongeluk en ik vraag me af waarom ik in vredesnaam maar één t-shirt met korte mouwen heb meegenomen.

   

                                 

Twee uur en bijna 6 kilometer later komen we weer aan bij ons Huis. Vanaf nu gaan we kilometers maken.

Weetje van de dag: ons Huis heeft geen kentekenplaat, nergens. Voor is sowieso niet verplicht hier, maar achter wel. Wij hebben niks. We hebben alleen een opgevouwen papiertje van de California DMV (RDW bij ons) achter ons raam.

Tweede weetje: we rijden nu door het land waar het nodig is om wildroosters in de oprit naar de snelweg te plaatsen.

Het is nu 18.30 uur en we zijn aangekomen op het RV Park. Het is met grote waarschijnlijkheid de lelijkste camping waar we tot nu toe gestaan hebben. Het is aan de rand van het Crow reservaat, en daar hebben we ook al genoeg treurigheid gezien: kapotte trailers, voortuinen vol met afval, roestige autowrakken naast het huis. Maar ach, een nachtje slapen op een wat mindere camping is een stuk minder erg dan de rest van je leven gedwongen ergens moeten wonen op een stuk land waar je je niet thuis voelt.

Inmiddels is het 21.39 uur en zijn we net klaar met praten (nou ja, luisteren naar) de campingeigenaresse. We weten nu alles over Grandma Virginia, zus Linda en haar twee kinden van 2 en 5 maanden, en haar Friese voorouders. Pfoe. En nu eerst slapen.

O wacht, eerst even nog de wildlife count: nog extra gezien naast de eerder genoemde diersoorten: wilde kalkoenen.

Losse schroefjes count: 3

 


 


Dag 8:  20 maart/  Hardin, MT - Yellowstone National Park, WY

 

De ROUTE


...en als je dan denkt dat niks tijdens je vakantie likkende bizons kan overtreffen, dan...

Maar eerst ;)

Vanochtend werden we wakker op het RV-park in Hardin. Snel vertrokken, want we wilden minsten het eerste stukje van Yellowstone kunnen zien vandaag. Kamperen zou lastig worden, liet de Good Sam app al zien. (Via deze app vinden we de meeste van onze overnachtingsplekken, want je kan er mooi op selecteren op 'gehele jaar geopend'.) Het zou dus even rondkijken worden, en weer terug naar de Interstate 90, Bozeman waarschijnlijk.

 

Maar eerst op weg naar het park. De enige ingang die nu open is, is de noordelijke ingang. De noord-oostelijke ook wel, maar de toegangsweg daarheen (Beartooth Highway) niet, dus dan kan de ingang wel open zijn, maar als je er niet kunt komen heb je daar alsnog niks aan. De enige optie nu is dus naar Gardiner rijden en vandaar de enige geopende weg door Yellowstone een klein stukje afrijden en weer terug omhoog. Maar goed, een beetje Yellowstone is altijd nog beter dan helemaal geen Yellowstone, dus dat gaan we proberen.

 

 

Rond een uur of 2 bereiken we de ingang en Roosevelt's Arch. Genoemd naar de president die Yellowstone het eerste Nationale Park maakte. Eenmaal onder de Arch door moet natuurlijk eerst het bord op de foto. Achter het bord staat gelijk een kleine kudde pronghorns, en ietsje verderop staan wat whitetailed deer.

We rijden verder en zien opeens vlak langs de weg een eenzame elk. Wat een dier. Een paar honderd meter verderop moeten we weer even langzaamaan doen, want aan beide kanten van de weg staan bizons. Het blijft een bijzondere ervaring om zo dicht bij deze majestueuze dieren te zijn. Deze lijken wel wat schichtiger dan die in Custer State Park, want zodra we het raampje opendoen, gaan ze iets verderop staan. Of ietwat cameraschuw natuurlijk, dat kan ook.

Niet veel later komen we aan in het dorpje Mammoth Hot Springs. Hier hebben ze alles wat er in een klein stadje ook is: politie, een postkantoor, een kerkje, een tankstation, een winkeltje, en zelfs een gerechtsgebouw. Het ziet er gemoedelijk uit, en overal ligt poep, van welk groot dier dan ook. Zelfs in de voortuintjes van de huizen, en natuurlijk ook gewoon op de weg.

                                  

 

We volgen de bordjes naar de Hot Springs en parkeren ons Huis op een bijna lege parkeerplaats. We kleden ons warm aan, want waar we gisteren nog puffend van de hitte een berg beklommen, ligt de temperatuur vandaag rond het vriespunt en regent het lichtjes. Maar regenjasje aan en gaan, geen enkel probleem. We lopen de boardwalk op en zien gelijk al prachtige terrassen, stoom en stroompjes. Watervogeltjes lopen lichtvoetig door de ondiepe plassen. We lopen omhoog, richting de stoom. Een zwavelkleurig bergje met witte plekken ademt stoom. Het is een buitenaards mooie plek. Het voelt alsof je op een andere planeet bent, zo onwerkelijk mooi. Via bordjes worden we gewaarschuwd vooral niet te voelen aan het warme water, want er schijnt een handjevol mensen te zijn overleden aan verbranding door het water en honderden zijn levenslang verminkt door het kokende water. Toch maar niet aanraken dus.

We volgen de boarding en komen steeds hoger. Soms lopen we dwars door de stoom. Het ruikt naar een mengsel van siervuurwerklucht en eieren die al een half jaar achterin een oude koelkast liggen. En ondanks dat het vreselijk stinkt kan ik het niet helpen om toch elke keer weer diep adem te halen. Vies, maar te bijzonder om het niet te doen.

Op verschillende plekken zie je het hete water zo uit de grond omhoog borrelen. Soms golft het, soms stroom het snel, soms blijft het staan in een poel. In het water zien we de meest uiteenlopende groeisels: torentjes, bobbeltjes, staafjes, bloemetjes, schijfjes... Van allerlei soorten vormen en figuren. Soms lijkt het wel koraal.

Als we helemaal boven zijn, zien we alle terrassen. Er is geel, groen, oranje, bruin... En overal de withete stoom.

 

We lopen terug naar het Huis en rijden verder. Weer komen we een flinke kudde elk tegen. Een klein eindje verderop zien we een gigantische waterval: Undine Falls. De andere waterval, Wraith Falls, moet je een eindje voor lopen. Dus we kleden ons aan in regenkleding, nemen alles mee, camera, verrekijker, alles check. En als we nog geen tien meter het pad op zijn gelopen, staan er opeens drie mega grote bizons voor ons, waaronder een jong mannetje. Op het pad. We besluiten toch maar niet verder te gaan.

Weer in het Huis besluiten we nog een klein stukje verder te gaan en dan om te keren om terug te rijden. Opeens zien we allemaal auto's stil staan op de weg. Een paar kleine parkeerplaatsjes staan nokvol met auto's, ook in de berm. Er staan mensen buiten met levensgrote telescooplenzen, te turen in het dal beneden ons. En dan zien we het ook: een beer. Een echte! Een echte, wilde Grizzly bear!!! Er zijn geen uitroeptekens in de wereld die kunnen uitdrukken hoe we ons nu voelen. Toen we dachten dat we ons fauna-hoogtepunt met de likkende bizons op armlengte afstand wel gehad hadden, zien we gewoon een echte beer. Hij staat naast een stroompje, en slaat af en toe met zijn klauw in het water. We kunnen maar eventjes stilstaan om heel snel foto's te maken, want voor ons begint het alweer te rijden. We kunnen de RV niet zomaar parkeren, dus we moeten verder. Maar we hebben het wel gezien!!!

Als Michel op een turn out even verderop alvast even de foto's terugkijkt, roept hij opeens: 'Een wolf!!!' Ik kijk om me heen maar weet niet zo goed waar ik moet kijken, maar Michel staart naar het scherm van zijn camera. Op de foto's van de beer staat achter de beer duidelijk een grijze hondachtige gedaante. Dat moet het zijn: een wolf! Wie maakt er nou mee dat je in één beeld een beer EN een wolf vangt?! We zijn door het dolle heen, en elke paar honderd meter kijken we elkaar aan en zeggen we: 'Een beer...'

We rijden door tot Petrified Tree. Er staat aan de weg een bordje dat het 1/4 mile van de weg af moet zijn, dus we trekken onze regenkleding weer aan en beginnen te lopen. Wel kijken we nu bijna paranoïde om ons heen, want er zijn hier dus écht beren. Na wat veel langer lijkt te zijn dan die kwart mijl zien we inderdaad de versteende boom. Even blijven we kijken, maar omdat het al wat begint te schemeren lopen we snel weer omlaag naar het Huis om terug te rijden naar Mammoth.

Op de terugweg komen we weer langs de plek waar we de beer zagen. En hij is er nog! Maar nu nog dichterbij! De wolf staat te ruiken aan een oud karkas dat vlakbij ligt, maar het is duidelijk niet lekker genoeg meer en hij gaat er op een sukkeldrafje vandoor. Maar de beer staat er nog gewoon. Voor ons staan dit keer al meer auto's stil, dus wij parkeren erachter. Vanuit het raam kan Michel met zijn camera toch nog wat mooie plaatjes schieten, ondanks de natte sneeuw die nu omlaag dwarrelt en de schemer.

We zijn de koning te rijk en rijden terug naar Mammoth in een opperbeste stemming. Temeer omdat we erachter zijn gekomen dat de camp site gewoon open is! We hoeven dus niet meer te zoeken naar een plekje, maar kunnen gewoon IN het park slapen!!!

We schrijven ons in door wat gegevens in te vullen en een kaartje op het klembord te klemmen. Dat is de reservering. We nemen plekje 65 en rijden erheen. Inmiddels sneeuwt het ligt, en het blijft ook een beetje liggen. Ik maak wat eten: clam chowder vooraf en als hoofdgerecht aardappeltjes, mais en kalfsschitzel. Zo uitgebreid hebben we nog nooit gegeten, en het smaakt prima. We zoeken ondertussen of het nou een wolf of toch een coyote is, maar we komen er niet uit. Het is lastig te zien. Morgen maar 's een ranger vragen...

We poetsen onze tanden (samen, want ik ben echt een beetje schijterig geworden door die beer), en maken grapjes over de beer die 's nachts gezellig aan ons Huis gaat krabben.

Morgen vroeg weer op, want dan gaan de het hele stuk tot Cooke City rijden. En weer terug, want er is dus maar één in- en dus ook uitgang. Eerst maar eens slapen. Hopelijk geen gekrabbel aan de deur vannacht...

 

 


 

 

 

Dag 9: 21 maart/ Yellowstone National Park, WY - Melrose, MT

 

De ROUTE naar Cooke city

De ROUTE naar Melrose

start up
Frisjes met -2. Dat wel. Maar o zo betoverend. Het lijkt wel Kerst. Op de foto zie je ons plekje van afgelopen nacht.


Dag 9 was weer net zo spectaculair als de vorige; het lijkt wel of er geen einde aan komt. Vanmorgen werden we wakker op een besneeuwde camp site, maar de wegen waren brandschoon. Plan was om wat er open was ook te gaan bekijken, oftewel: de hele weg van Mammoth Hot Springs naar Cooke City. En weer terug, want de pas bij Cooke City was dicht. Maar het is natuurlijk helemaal geen straf of die weg nog een keertje omgekeerd te rijden.

We rijden eerst naar Wraith Falls, waar we gisteren al wilden wandelen, maar ons pad letterlijk geblokkeerd werd door bizons. Nu is de kust veilig en kunnen we ongestoord naar de waterval toe lopen. Nou ja, niet helemaal ongestoord, want door de extra sneeuw is het af en toe behoorlijk lastig lopen. Soms staan we tot onze knieën in de sneeuw. Onderweg blijven we toch alert om ons heen kijken, want nu we eenmaal weten dat er echt beren zijn, kijk je toch anders om je heen. En dan denk je: dat zal wel loslopen. Maar dat is 't 'm nou juist.

De waterval is heel apart: een groot vlak waar een heel dun laagje water overheen loopt. Maar wel veel water tegelijk, want het is een flink grote waterval.

We lopen weer terug, steeds in onze eigen voetstappen want daar draagt de sneeuw tenminste en weet je dat het de eerste keer ook goed ging. We horen opeens een vreemd geratel. Het is geen slang, maar klinkt ook niet echt als een vogel. Als we verderlopen ontdekken we dat het de alarmschreeuw van een eekhoorn was. Nooit geweten dat die zo'n raar geluid maken.

Als we weer bij de plek aankomen waar we de vorige keer de beer zagen, stoppen we weer even. En meteen als ik uitstap zie ik het: de coyote is er weer. Hij is onderweg naar zijn karkas en daar aangekomen duikt hij head first in het bloed en vlees om naar hartelust te knagen. Smerig, maar zo gaaf om te zien!

Verder onderweg zien we elke honderd meter een kleine kudde bizons. Hoeveel zouden we nu al gezien hebben in totaal? Ik gok honderden. Maar het blijft bijzonder, zulke grote dieren zo maar los langs, op zelfs op, de weg.

 

Na een tijd rijden zien we weer een drukke parkeerplaats met mensen met telescopen en megalenzen. Inmiddels weten we dat dat betekent dat er iets te zien is. Het blijkt een rivierotter te zijn. Wat een schattige dieren zijn dat toch. OK, het zijn gemene roofdieren, maar kijk nou naar dat snoetje, koetsjiekoetsjiekoooeeeee!

 

 

Na zo'n 50 mijl komen we aan in Cooke City. Het meeste is dicht, maar er is een restaurant open. We drinken koffie en thee bij heel vriendelijke mensen. Ons Huis staat midden op de weg, want er is toch geen verkeer, aangezien de weg niet veel verder ophoudt. En hij houdt écht op, want de snow plow gaat maar tot het eind van het dorp. Daarna is de weg wit. Er liggen metershoge sneeuwwanden naast de weg, allemaal nog overblijfselen van de winter.

We keren om en rijden terug. We kijken elkaar aan en vragen ons af: zou de beer er weer zijn? En als we weer stilstaande auto's zien, weten we het al. Ik zie hem al uit de verte: hij is er weer! Hij heeft een verdronken bizon gevonden en probeert uit alle macht het lijk boven water te krijgen. Soms krijgt hij stukken te pakken, maar het hele lichaam wil nog niet echt lukken. Een vriendelijke mevrouw vraagt waar we vandaan komen. We maken een praatje en we mogen door haar telescoop kijken. En dan is het opeens heeeel dichtbij! Ik vraag hoe ver het ongeveer is, en de meetapparatuur van haar man zegt dat het 265 feet afstand is, een kleine 90 meter. Er staat een beer op 90 meter afstand van ons rustig zijn lunch op te graven. Wat is de natuur toch indrukwekkend. Zeker in dit land.

We nemen afscheid van Yellowstone en beloven ooit nog eens terug te komen om ook de rest van de natuurwonderen te zien. Helaas gaat dat nu niet, maar wat hebben we al een prachtige dingen meegemaakt in die twee dagen.

We gaan weer door. We rijden het grote lege Montana door. Er is maar weinig, behalve bergen, sneeuwtoppen, graslanden, en niks. Vooral dat laatste. Maar ook weer zo indrukwekkend.

Als we afslag Amsterdam zien, moeten we daar natuurlijk even af. Een stukje van de Interstate ligt inderdaad het dorp Amsterdam. We rijden er doorheen en het valt ons meteen op hoeveel Nederlandse achternamen er op de bedrijven staan: Vermeer, Dijk, Verhuizen. Het blijkt dat het dorp in de 19e eeuw gesticht is door Nederlandse immigranten. Toch grappig om zo te zien, zo ver van huis. We zetten even de authentieke Hollandse windmolen op de foto, en keren dan terug naar de I90.

Rond 8 uur komen we aan op de camping. Er is nog geen water, maar we mogen een plekje uitzoeken voor gereduceerd tarief en mogen gebruik maken van de badkamer van Room no. 1 van het motel. Vanavond hebben we dus ons eigen Huisje, én een stukje hotelkamer. Hoe luxe wil je het hebben! Welterusten.

 

 


 

Dag 10: 22 maart/ Melrose, MT - Grand Teton National Park, WY

De ROUTE 

 


Dag 10 alweer. Wat lijkt het al lang geleden dat we in de trein naar downtown Chicago zaten. En wat hebben we al ontzettend veel gezien in die tien dagen.

We begonnen vanochtend vroeg weer koud: rijp op het gras, maar gelukkig een lekker warme badkamer in motel room no. 1. Wat een geweldige deal!

We rijden vandaag richting de Grand Tetons. We doen voor de eerste keer Idaho aan. Op de kentekenplaat van auto's uit Idaho staat Famous Potatoes, en we zien nu waar ze vandaan komen. Uitgestrekte velden, variërend in kleuren bruin, van licht naar donker, van gelig naar groen. De aardappels komen uit de opslag en we zien tientallen trucks vol met aardappels rijden. Ze gaan nu waarschijnlijk de grond in.

Opeens verandert het landschap weer en maken we een steile klim omhoog over de Teton Pass. Het uitzicht bovenaan is prachtig. De grote bergtoppen met sneeuw blinken in de zon, en ondanks dat we tussen de sneeuw staan, is het minder koud dan het lijkt als je naar buiten kijkt. Een graad of 7 nu.

 

We komen in de richting van het NP, maar passeren eerst nog het National Elk Refuge. Elke winter komen er duizenden elk naar deze lager gelegen gronden om te overwinteren. In de verte zien we twee gigantische kuddes staan, wel honderden dieren.

We bereiken Grand Teton NP, maar hoeven tot mijn verbazing nergens onze jaarpas te laten zien. Er zijn geen toegangspoortjes, maar gewoon de grote weg die dwars door het park gaat. We missen nog één diersoort op onze wish list, en dat is de moose. Als Michel zegt 'Wat staat daar...?', dan verwacht ik eigenlijk iets dat we al gezien hebben, maar het lijkt vanuit de verte inderdaad sprekend op een moose. We kunnen niet stoppen, en foto's maken gaat dus ook niet, maar ik noem het half a sighting.

We rijden verder het park in en besluiten net zo ver te rijden als mogelijk is. De weg waar we nu op rijden is namelijk dezelfde als die naar de zuidelijke ingang naar Yellowstone en die is dicht. En al gauw zien we borden die aankondigen dat we nog maar, 26, 18 en 4 miles hebben. En inderdaad: knipperende lichten, gesloten slagbomen en nog meer borden versperren de doorgang. Dus we gaan weer terug.

We kamperen vanavond op de parkeerplaats van het gesloten Visitors Center bij Colter Bay. Er is een verwarmde restroom, dus dat komt wel goed. Ons kacheltje doet het goed op de hulpaccu, en een lekker warme Hollandse maaltijd van spinazie, aardappeltjes en Black Angus burger gaat er ook goed in. We zijn dit keer lekker op tijd, dus vanavond alles weer aan kant maken zodat we morgen weer lekker op tijd verder kunnen. Truste!

 

 

 


 

 

Dag 11: 23 maart/ Grand Teton NP, WY - Twin Falls, ID

 

De ROUTE

 


Wakker worden tussen de eekhoorntjes en met alleen maar dennengeur (nee niet uit een spuitbusje) en sneeuwstilte om je heen is geweldig. We ontbijten en gaan weer op weg. Als ik wat afval in de bearproof container weg wil gooien, blijkt de container niet alleen bearproof, maar ook Marijeproof: je moet je hand in een sleuf stoppen en dan het deksel openmaken. Maaaar dat lukt dus niet. Nou ben ik gelukkig niet helemaal stompzinnig, want hij blijkt gewoon vastgevroren te zijn. Dus er moet weer mankracht aan te pas komen om mijn spulletjes weg te gooien...

Moose spotten staat nog steeds op het lijstje, dus we kijken goed om ons heen op weg naar de uitgang van het park. En ja hoor: ze zijn er. We zien er eentje liggen in de sagebrush liggen. Net tegenover een turn out, dus we kunnen hem even op de foto zetten. We zien er verderop nog twee, maar helaas liggen ze allemaal. Hun kop steekt dan nét boven de struikjes uit, dus je moet heel goed spotten om ze te zien. Maar toch, ook de moose kan van het lijstje af! Whoehoooeee! En speciaal voor Marije d. H.: zie hieronder ;)

We drinken koffie en thee in een schattig cafeetje in Jackson. We nemen een gigantische muffin en cupcake erbij, maar die is natuurlijk weer zo groot dat ik maar de helft op krijg en ik de rest in een plastic bakje meekrijg.

Jackson is een leuk stadje, met board walks en veel galerietjes en winkels met dure spullen. Het town square heeft ingangsbogen gemaakt met elk antlers. Die laten de elk die op de velden van de Elk Refuge staan elke winter los en de geweien worden dan bijeengezocht door de boy scouts. De Rotary maakte er deze bogen van.

Door de Idaho aardappelvelden rijden we richting Idaho Falls. Vanuit daar nemen we een weggetje richting Craters of the Moon.

Als we daar aankomen zien we het bord met loop road al staan. Jeuj, 7 miles rijden door het onherbergzame zwarte lavasteen. Lijkt me geweldig! Of niet. Want de slagboom zit dicht, en achter die slagboom begint een wit veld.

We lopen even naar binnen bij de ranger en als we vragen of we een stukje kunnen wandelen kijkt hij ons aan alsof we gek zijn. 'Euh, jawel, maar dan moet je over de sneeuw op de weg en dan kun je de North Crater Lava Trail doen.' Ok, nou dan doen we dat toch? Geen probleem hoor!

Of misschien toch wel...? We beginnen met frisse moed aan de wandeling, maar de sneeuw is diep. We zakken met elke stap die we nemen weg. Soms een klein stukje, soms tot onze enkels. Soms nog dieper. Maar het was maar een klein stukje tot het begin van de trail dus we stampen stug door. En inderdaad, net als we de moed (en de lol) een beetje beginnen te verliezen zien we het bordje dat het begin van de wandeling aanwijst. En die zou volgens de ranger gewoon goed begaanbaar zijn. Nou, het eerste stukje wel ja. Daarna niet meer. We besluiten terug te gaan. Maar dan moeten we weer dat hele stuk terugploegen door die sneeuw. We besluiten een stukje af te snijden. De rotsen zijn namelijk wel sneeuwvrij. Klinkt als een goed plan. Maar de rotsen houden op. En voor ons zien we weer alleen maar sneeuw. OK, terug is ook geen optie, want we zijn nu al op weg, dus dan maar door. Daar lopen we dan. Nou ja, 'lopen' is niet het woord. Soms zak ik tot over mijn knieën weg in de sneeuw. Grappig? Ja. Handig? Niet echt. Maar ja, we moeten toch terug. En uiteindelijk weten we toch weer de weg te bereiken. En daar wordt het ietsje makkelijker, maar nog niet veel.

    

Als we weer terug zijn bij ons Huis hebben we dan ook heel wat calorietjes verbrand, maar ach, dan is die muffin van vanmorgen er ook maar weer af. En het was ook wel een spannend avontuur.

We rijden verder en zien daar plekken vanaf de highway die mooier zijn dan waar wij zojuist zoveel moeite voor hebben gedaan, maar ja...

Een flink stuk verder op de route ligt Twin Falls. Hier rijden we eerst even langs het monument voor Evel Knievel, een stuntman die hier in 1974 probeerde de Snake River over te steken met een air-cycle. Helaas. Mislukte. Logisch ook, want als je nu kijkt hoe lang de brug over de rivier is, dan moet je toch wel een beetje gek zijn om zulke stunts te proberen. Hoewel, op 16 september 2016 lukte het Eddie Brown wel.

Even verderop zijn de Shoshone Falls. De watervallen zijn minder breed, maar wel 15 meter hoger dan de Niagara Falls! Door al het smeltwater zijn de watervallen nu op z'n mooist, dus we boffen. Het is niet eens zo oorverdovend als je zou denken. We staan op een platformpje vlakbij, en alles is nat, maar het geluid valt me mee.

Het begint al donker te worden en we moeten nog een kampeerplekje vinden. Die vinden we op de valreep, en zo staan we nu op het Oregon Trail RV Park in Twin Falls. Morgen weer verder!

 

 

 


 

Dag 12: 24 maart/ Twin Falls, ID - Bruneau Dunes State Park, ID

 

 

De ROUTE 


Vandaag doen we een regelochtend: eerst lekker douchen, ontbijten, en dan "dewinterizen". Het is een hele operatie, met slangen, aansluitingen, doorspoelen, checken. Ik hou me bezig met de was. Kwartjes in de machine, en gaan. Wassen, drogen, alles gaat voorspoedig en al snel kan ik de boel ophalen om op te vouwen. Handig, zo'n industriële machine, past lekker veel in. Wil ik thuis ook wel...

Rond de middag rijden we weg uit Twin Falls en gaan we op weg naar Hagerman. Hier werden in de jaren '70 zo'n dertig complete paardenskeletten opgegraven, en nog meer fossielen. De kudde van de eerste eenhoevige paarden uit het Pleistoceen werd waarschijnlijk verrast door een plotselinge overstroming en werd bedolven onder sediment. De fossiele skeletten zijn overal ter wereld tentoongesteld, maar eentje is er gelukkig nog te zien in het Visitors Center in Hagerman. Het is een stevig paard, en hij moet op de hedendaagse zebra hebben geleken. Qua hoogte lijkt hij behoorlijk in de buurt te komen van Daantje (1.54), niet al te groot dus.

Een stukje verder ligt het Bruneau Dunes State Park. Dit is een park van 16 km2 met de hoogste zandduinen ter wereld. We betalen weer met een envelopje en rijden het park in. We parkeren de RV bij een picknickplaatsje. Hier begint ook een wandeling rond het meer en over de duinen. We voelen ons alsof we in Zeeland zijn, maar dan zonder zee. En het gave is: je mag je eigen pad bepalen! Waar het in Nederland streng verboden is om de duinen te betreden, mag je hier zelf weten waar je langs wilt. Sterker nog: er is geen pad. Je kunt kiezen: onderlangs om omhoog te kijken naar de boven je uit torende zandberg, of juist over de 'bergkam'. Net als gisteren zakken we bij elke pas iets weg, maar nu niet in de sneeuw, maar in het zachte kwartszand. Het is daarom ook best een uitdagend stukje lopen, want bergop is superzwaar. Maar wat een ervaring als je boven bent! Overal zand, met beneden een prachtig meer, maar voor je: alleen maar zand. En het is net alsof je de allereerste bent die er loopt, want vorige voetstappen waaien snel weer dicht. Je voelt je alsof jij de eerste bent die het gebied ontdekt, en dat is een fantastisch gevoel.

   

We klimmen naar de top van het duin, en hebben vanaf daar een prachtig overzicht over het gebied. Beneden steppe-achtig, met sagebrush en heel veel (grote!) tumbleweeds. Boven: zand. Alleen maar zand. Het is net een grote zandbak voor volwassenen. Zandtaartjes bakken gaat helaas niet, want het is los zand. En dat maakt de afdaling ook wat tricky, maar als je je hakken in het zand zet heb je genoeg grip en kun je met grote stappen naar beneden zeilen. Ik denk bij mezelf: hadden we nou maar een sleetje meegenomen, en mensen tegenover ons hebben dat daadwerkelijk gedaan en glijden het nog hogere duin af, onder luid gegil. Soms gaat het mis en vallen ze om, en dan is het flink klimmen om weer boven te komen. Maar ik snap dat mensen hier voor een weekend lang zandplezier komen; het is geweldig!

Omdat we vanochtend lang op de camping zijn gebleven is de dag alweer snel om, maar gelukkig is ook hier een camping en slapen we vannacht dus tussen de duinen in het State Park. Wat een ervaring.

 


 


Dag 13: 25 maart/ Bruneau Dunes State Park, OR - Dayville, OR

 

De ROUTE 

 

We worden wakker met op de achtergrond de mist, hangend boven het meer. De duinen torenen er hoog boven uit. Voor we wegrijden wil Michel nog een keer de watertank doorspoelen, want het water dat na de eerste keer uit de kraan kwam, was melkachtig-wit. Het is nogal een karwei, met aansluiten, checken, nog eens aansluiten, leeg laten lopen... Maar het lukt. We kunnen weer op pad.


We doen eerst weer even boodschappen in Boise. Als we hebben gegeten rijden we verder, dit keer naar Baker City. Hier staat een gold nugget tentoongesteld in de US Bank die we graag willen zien. Nog net op tijd kom ik erachter dat het zaterdag is en dat de bank dus helaas dicht is. Dat gaat dus niet door. Dus rijden we naar het Oregon Trail Interpretive Center. Dit museum laat zien hoe de reis van de emigranten van oost naar west moet hebben uitgezien. We zien verhalen uitgebeeld over gammele wagens, zieke kinderen, en gevaarlijke oversteken over razende rivieren. Buiten in het veld zijn de sporen van die duizenden wagens nog steeds zichtbaar.

 

 


Vanaf Baker City rijden we weer naar het westen, want we slapen vanavond in Dayville. Onderweg hebben we prachtige uitzichten, en talloze riviertjes en watervalletjes door de nu snel smeltende sneeuw. Veel landerijen staan zelfs gedeeltelijk onder water. In dat water zien we opeens twee sierlijke, grote vogels staan. 'Gewoon reigers, toch?' zegt Michel. Nee, niet gewoon reigers. Ik pak mijn planten- en dierenboekje erbij dat we gekocht hebben in Grand Teton en ik vind ze meteen: het zijn twee sandhill cranes. Kraanvogels dus. De ene duikt steeds diep in elkaar en springt daarna een stukje de lucht in. Blijkbaar zijn ze al aan het baltsen. We blijven een tijdje staan kijken, op de weg, want er is toch niemand. In die uren op de weg zijn we misschien vijf andere auto's tegengekomen.


Als we aankomen op de camping worden we binnen begroet door de eigenaar. Hij vertelt ons dat de rivier zo hoog staat dat de mooiste plekken van de camping onder water staan, maar we mogen op plek nummer 1 staan, onder de populieren. We zetten de ramen een stukje open en horen de rivier stromen. Heerlijk.
Het sanitair bestaat uit een WC-balzaal en een douche-balzaal. Het gebouwtje is duidelijk zelf in elkaar getimmerd en het ruikt binnen nog naar nieuw, warm hout. Er staat een straalkacheltje aan, speciaal voor ons blijkbaar, want we zijn (alweer) de enigen op de camping. De haken om je handdoek aan te hangen zijn gemaakt van oude hoefijzers. Zo schattig! Kortom: ik voel me hier al thuis!

 


 

Dag 14: 26 maart/ Dayville, OR - La Pine, OR / March 26

 

De ROUTE 


Ochtend in Dayville. Het is een klein en ouderwets dorpje, maar alles is er: een city hall, een fire department, een school. We halen koffie (thee doen ze niet aan) bij een klein benzinestationnetje en gaan op weg. Vandaag staat op het programma John Day Fossil Beds National Monument. Het bestaat uit drie afzonderlijke delen, waarvan we er vandaag twee doen: Sheep Rock Unit en Painted Hills unit. We beginnen bij de Jamer Cant ranch. Deze historische ranch is eigendom van het NP en laat zien hoe het leven op een schapenranch er rond 1900 uit zag. Er staan oude landbouwwerktuigen en er is een stal waar je kunt zien hoe er gemechaniseerd schapen werden geschoren. De eerste fruitbomen bloeien al, en ondanks het bewolkte weer geeft dat toch mooie plaatjes.

Een paar mile verderop ligt de Sheep Rock Unit. Langs de weg beginnen steeds korte wandelingen. Eerst lopen we naar Blue Basin. Al gauw is te zien waar deze naam vandaan komt: de stenen zijn zeegroen. Ok, niet echt blauw, maar dat verschilt misschien ook met het licht wat erop valt. We lopen langs een klein beekje dat van de bergen naar beneden komt, langs ons heen steile, gekleurde bergwanden. Voornamelijk groenachtig, maar ook donkerrood bovenop, en beige tussenlagen. De foto's op mijn telefoon doen totaal geen recht aan de levendige, heldere kleuren in het echt helaas. Als we weer naar beneden lopen zie ik dat er al een aantal plantjes het aandurft om te gaan bloeien: gele klokjes, hele kleine witte bloempjes. De hele weg worden we begeleid door een prachtig fluitende vogel. En dat is ook het enige gelijk: het water van het beekje en de vogel. Verder. Niets. Heerlijk.

Het begint inmiddels zachtjes te spetteren. We rijden verder naar het volgende punt: Foree. Hier doen we twee korte wandelingen: ook weer naar prachtig gekleurde gerodeerde bergen.

Na Sheep Rock rijden we door naar de Painted Hills, waar ook de kandidaten van Wie Is De Mol van afgelopen seizoen zijn geweest. (Hier in Oregon zullen we trouwens nog meer van de locaties aandoen die ook op tv zijn geweest.) Ik heb wat hoofdpijn, dus doe even mijn ogen dicht. Opeens stopt Michel langs de kant van de weg. Er is niet echt een parkeerplaats, dus iets 'officieels' kan het niet zijn. Het blijkt een schoenenboom te zijn. Die heb ik al een keer eerder gezien deze vakantie, maar toen konden we niet stoppen. Nu stappen we uit en lopen we een klein stukje terug naar de boom waar wel honderd paar schoenen in hangen: wandelschoenen, sneakers, allerlei soorten. En hoog! Helaas hebben wij geen schoenen over om 'bij te dragen', maar grappig is het wel.

Een stuk rijden verderop liggen de Painted Hills. We rijden langs open range koeien, en regelmatig moeten we voorzichtig rijden om de net geboren kalfjes wat ruimte te geven. Wat zijn ze schattig!!!

Als de weg ophoudt gaat het verder over gravel. Officieel mogen we niet off-road met onze RV, maar dit is net zo recht en goed te doen als campingpaden, dus we doen rustig aan en ssssst! tegen de verhuurder.

Al snel zien we de eerste bontgekleurde heuvels opdoemen. Groen, rood, roze, paars, geel... Wat een apart natuurverschijnsel is dit. Sommige heuvels hebben meerdere kleuren. Soms lopen ze geleidelijk in elkaar over, soms is het opeens totaal anders gekleurd. We lopen eerst naar een overlook. Op de kaart staat ook een wandeling van 2,5 km, maar wel constant heuvelop. Als we onderaan de berg omhoog kijken lijkt het ondoenlijk, maar met goede moed beginnen we aan de klim. Eigenlijk valt het ontzettend mee, en voor we het weten gaan we de bocht om naar de achterkant van de berg en na flink klimmen zien we de top. Als we boven zijn weten we niet wat we zien. Al die prachtig gekleurde heuvels zien we nu van boven, en allemaal tegelijk. De RV zien we nog als klein wit stipje beneden op de parkeerplaats staan, en de mensen zijn net kleine kriebelbeestjes. Adembenemend, en niet alleen omdat we nog uithijgen van de klim.

   

 

De reden dat de vorige dagbeschrijving wat laat was, was dat onze datalimiet al ietsje eerder kwam dan dat we hadden gedacht. Het lukte niet om het online op te waarderen, dus we moesten weer een Walmart opzoeken om een kraskaartje met een code te halen. Toen dat was gelukt, konden we pas op zoek naar een camping.

Het begint al te schemeren, maar we vinden een State Park dat te betalen is. De rest hier in de omgeving is flink aan de prijs. Maar als we aankomen, zien we vanaf de weg al het bordje 'full'. Shit. Inmiddels is het echt donker, en ondanks dat Michel even voor de zekerheid gaat vragen blijkt de camping echt helemaal vol. Een belrondje naar andere campings in de buurt levert weinig op. Voicemail, soms überhaupt niet te verstaan, soms helemaal geen gehoor. De enige die we vinden is weer drie kwartier verder, en daar hebben we in het donker eigenlijk weinig zin in. Maar er zit niks anders op. Parkeren bij de Walmart zie ik ook niet zitten, dus het moet maar. Op zich niet zo'n probleem, ware het niet dat het onderweg gaat sneeuwen. En niet zo'n beetje ook. Het verkeer past zich gelukkig goed aan, maar de strepen op de weg zijn nauwelijks meer te zien, dus er zit niks anders op dan onze voorligger te volgen en te hopen dat die ook echt op de weg blijft. Ik zit met verkrampte handen in de passagiersstoel en ben verre van ontspannen, maar Michel doet zijn uiterste best om de RV kalm en vastberaden op het juiste (banden)spoor te houden. Ik kijk elke minuut op de TomTom hoeveel mijl we nog moeten, maar de mijlen zijn lang en het zicht wordt steeds slechter. Na wat nerveuze momenten komen we in de buurt, en gelukkig ligt de camping vlak naast de weg (zou ik normaalgesproken niet zo happig op zijn, maar nu ben ik er dankbaar voor). De borden geven het gelukkig goed aan, en we draaien de oprit op. We kunnen terecht op plekje 11. Eindelijk. We zijn er. Ik kan weer ademhalen.

Ik gooi wat worstjes in de pan, pak de mosterd en we eten maar even snel wat hotdogs. We ontdekken dat er niet alleen een highway vlak langs de camping loopt, maar ook (goh, alweer!) een treinspoor. Jottem. Maar we zijn er, we kunnen veilig en wel slapen, en de hotdogs smaken lang niet slecht, dus nu maar hopen dat de sneeuw morgen weer weg is.

Welterusten! (kedeng kedeng, kedeng kedeng)

 


 

 

Dag 15: 27 maart/ La Pine, OR - Panther Flat State Park, CA

 

De ROUTE

 


Goedemorgen; het sneeuwt...alweer
Gisteravond is het begonnen met sneeuwen. Niet harder dan 35mph gereden op de highway. En het gaat vanochtend nog even door. Gelukkig dooit het alweer snel. Hopelijk verdwijnt het ook weer snel...


Dag 15 alweer. Nog maar acht dagen te gaan. Maar wel acht volledige dagen voor Oregon. De kust, de regenwouden, de bergen, de stadjes... Ik kijk ernaar uit, maar besef ook dat Oregon onze laatste (OK, een na laatste) staat wordt. Maar eerst nog even genieten.

We rijden weg uit La Pine en gaan op weg naar Diamond Lake en Crater Lake. Maar hoe dichter bij we komen, hoe hoger de sneeuwduinen weer worden. Hmmmm, komt ons bekend voor. Iets met afgesloten wegen en onbereikbare plekken. Maar we gaan dapper verder. De wegen zijn schoon, maar inderdaad: aangekomen bij Diamond Lake is er niets van het prachtig blauwe (zeggen ze) meer te zien. Het is wit. Overal. Het dooit wel hard, dus het water stroomt over de weg, maar daar hebben we nu even niks aan. Ik baal wel een beetje, want ik had me hier erg op verheugd. Aangezien Crater Lake op dezelfde hoogte en vlakbij ligt, besluiten we daar maar direct voorbij te rijden. Of dat misschien wel ontdooid was, zullen we dus nooit weten.

 

 

 

Verderop liggen de Oregon Caves. Al rijdend zoek ik op tot hoe laat ze vandaag open zijn, en tot mijn vreugd lees ik dat ze vanaf 24 maart weer open zijn! Oh, wacht: van donderdag tot zondag. En vandaag is het maandag... Dus ook dat gaat niet door, want we kunnen er niet op wachten. We rijden dus door en gaan dan maar direct naar de camping die we zojuist hebben uitgezocht. Maar als we het adres bereiken dat we in de TomTom hebben ingevoerd, zien we alleen een parkeerplaatsje langs de weg. In het dorpje zelf hebben we ook niks gezien, maar we rijden maar even terug om te checken of we geen bord gemist hebben ofzo. Maar nee, niks. Er is geen ontvangst, dus bellen kunnen we ook niet.

De weg is prachtig: tientallen kleine en grotere watervalletjes stromen omlaag langs de berg. Soms is de rotswand alleen maar glinsterend nat, soms is het echt een flinke stortvloed aan water die naar beneden komt. En alles is groen! Sinds we uit de bergen zijn is alles zo groen! Het ziet er prachtig uit, en er bloeien zelfs al verschillende soorten bloemen.

We besluiten terug te rijden naar een State Park dat ik eerder heb gezien. Het is dry camping (geen elektra e.d.), maar als we de oprit opdraaien zien we al dat dit net zo leuk is. Het is vlak boven de rivier, die nu wild naar beneden raast, en het is midden tussen de bomen. Ceders en laurierbomen, lijkt het. Er groeien veel varens en mossen aan de bomen, dus het is hier nat. Maar het plekje is leuk, en we betalen weer met een envelopje.

Vanavond luisteren naar de rivier en de bosgeluiden, onder het genot (hoop ik toch) van échte Idaho Potatoes die we hebben meegenomen. Ben benieuwd of ze echt zo famous zijn.

 


 

 

Dag 16: 28 maart/ Panther Flat State Park, CA - Umpqua Lighthouse State Park, OR / 

 

De ROUTE


Ons verblijf in California was kort maar krachtig. We rijden vanaf onze slaapplek richting de kust en komen dwars door Redwood National Park. Vorig jaar in California waren we zo onder de indruk van deze woudreuzen dat we ze graag nog een keertje willen bekijken. De mooiste zijn niet bereikbaar met de RV, maar bij de Visitors Center in Crescent City vertellen ze ons dat er vlak langs de weg zoals we gekomen zijn wel een mooie wandeling te doen is. We rijden dezelfde weg weer terug (gelukkig niet zo ver) en parkeren langs de weg. De wandeling begint een klein stukje het bos in. En al gauw zien we ze: de redwoods.

Wat een prachtige, imposante bomen zijn het toch. Het bos zelf is nat. Heel nat. Overal staan varens, en de meeste bomen zijn bedekt met mossen. Alles druipt. Kleine glinsterende waterdruppeltjes vallen van takjes, en alles wat je aanraakt is vochtig. Maar zo mooi... De zon schijnt van hoog boven in het bos met lange stralen naar beneden. Sommige gedeeltes van het bos zijn zo sprookjesachtig verlicht dat je verwacht dat er elk moment een elfje achter een boomstam vandaan kan komen. Andere stukken zijn zo dichtbegroeid en duister dat je de Grote Boze Heks al bijna vanaf haar bezem met haar kromme vinger ziet wenken. Met elke bocht die we nemen ziet het er weer anders uit. Overal lopen beekjes en kleine watervalletjes. Het is echt net een sprookjesbos.

 

  

  

Als we afscheid nemen van de enorme bomen, rijden we weer richting Oregon. Vandaag begint een lange en hopelijk mooie reis omhoog langs de Oregon Coast. Het is jammer genoeg wat heiïg, waardoor we niet echt ver langs de kust kunnen kijken, maar de woeste rotsige kustlijn is desondanks erg mooi.

We hebben wederom een State Park op het oog waar we graag willen slapen. We hebben ontdekt dat een State Park voor ons de uitgelezen plek is om te overnachten: goedkoop, maar vaak juist veel mooier dan 'gewone' RV-parks. Die liggen vaak direct langs de weg. Heel praktisch dus, maar niet altijd even aantrekkelijk. De State Park Campsites zijn dat wel: midden in de natuur, soms met alleen simpele voorzieningen, maar daar is de prijs dan ook naar.

In Umpqua Lighthouse State Park worden we begroet door een zeer vriendelijke camp host. Dit zijn vaak vrijwilligers die de camping runnen, veel weten van de natuur en van de omgeving, en klussen doen die op de camping nodig zijn. De host vertelt ons welke plekken er nog open zijn. We vragen ook om een bundeltje fire wood zodat we vanavond een mooi fikkie kunnen stoken.

Nu het nog licht is lopen we eerst een rondje om Lake Marie heen. Dit meer ligt direct achter onze kampeerplek, we kijken er zelfs op uit. Achter het meer liggen de duinen en de Pacific. Vanaf het meer lopen we nog even door naar de vuurtoren. Dit is een van de oudste vuurtorens van Oregon en nog steeds in gebruik. Hij is zichtbaar tot 19 mijl uit de kust.

Als we weer bij ons Huis zijn maak ik eten. Michel heeft nauwelijks tijd om het op te eten, want vuur maken is hard werken, ook als je vakantie hebt. Ook begint het te miezeren, maar wij gaan gezellig. bij. het. kampvuur. zitten. Punt. Want dat hoort zo. En eerlijk is eerlijk, er komt een hoop gewapper aan te pas, er moet hout gekloofd worden, nog meer gewapper, en steeds de blokken weer arrangeren zodat het precies goed ligt, dus er blijft weinig tijd over om ervan te genieten, maar het is wél gezellig!

 


 

 

 

Dag 17: 29 maart/ Umpqua Lighthouse State Park, OR - Cape Lookout State Park, OR

 

De ROUTE 

 

Ziejewel, toch niet voor niks de regenkleding meegenomen: het regent. Al sinds gisteravond. En hard. Heel hard. Maar ja, we zijn er nou toch, dus we lopen weer naar de stuurhut van ons Huis en we gaan weer op weg, verder langs de kust.

Als eerste stop hebben we vandaag de Sea Lion Cave. Deze grot werd in 1880 per ongeluk ontdekt en onderzoek wijst uit dat er al heel lang zeeleeuwen wonen. De Stellar Sea Lion, om precies te zijn, dus net weer een andere soort dan we vorig jaar in California hebben gezien. Deze blaft niet, maar brult echt.


Het blijkt een prijzige liefhebberij te zijn, zeeleeuwen bekijken, maar het regent toch en in de grot zal het wel lekker droog zijn redeneren we. Dus we betalen de flinke toegangsprijs en gaan een trappetje af, richting de lift die ons naar de grot zal brengen. De grot ligt 91 meter lager dan de parkeerplaats, dus ongeveer 50 seconden met de lift. Maar om bij die lift te komen moeten we wel eerst naar buiten... En het regent nog steeds ongelooflijk hard, en de wind waait zo hard dat ik er letterlijk tegen kan leunen. Maar ik ben van top tot teen gehuld in plastic, dus mij kan niks gebeuren!


Als we de lift uitkomen horen we het lawaai van de zeeleeuwen al. Achter metalen draden (voor de gevaarlijke bezoekers waarschijnlijk) liggen zo'n vijftien meter onder ons de zeeleeuwen. Sommige luieren lekker op een rots, anders zwemmen tussen de wilde golven, en weer anderen maken ruzie om het beste plekje. Zeeleeuwen zijn op zich al fascinerende beesten, maar de plek waar ze hier zitten is extra opvallend. Elke paar seconden komt er een grote golf de grot binnen. Recht tegenover ons is een andere, kleinere doorgang naar zee, en er komt ook licht doorheen.
We blijven eventjes kijken en lopen dan nog een rondje langs de exhibits. Nooit geweten dat er zoveel verschillende soorten zeeleeuwen zijn, en allemaal nét even ietsje anders. We gaan weer met de lift omhoog, en helaas is het weer nog niet echt beter geworden. Het water stroomt over de heuvel naar beneden, en we doen ons best om ons Huis een beetje droog te houden met al die natte spullen. De badkamer is inmiddels omgedoopt tot droogkamer: we hangen al het natgeregende spul aan de doucherail zodat het daar wat kan uitlekken.


Op de Highway 101, de weg die helemaal van noord naar zuid (andersom in ons geval) langs de kust van de USA loopt, zien we regelmatig wegafzettingen. Dan blijkt er een stuk van de weg compleet verzakt te zijn, soms wel tientallen centimeters asfalt dat afgebroken en weggezonken is.
Verderop is de Devil's Punchbowl. Een uitgesleten ronding in de rots waar het water woest in tekeer gaat. Helaas is het nog net geen vloed en is het dus relatief rustig in de Punchbowl. Maar toch een bijzonder stukje kust.


In Lincoln City is een Outlet Mall, en omdat het weer toch niet echt wat is besluiten we hier maar even te gaan shoppen. Ik koop een mooi thermoshirt, want een mens kan per slot van rekening nooit genoeg thermoshirtjes hebben!
Nu we toch even stilstaan zoek ik onze nieuwe slaapplaats op. Als we er een uurtje later aankomen blijkt het prachtige campground te zijn, vlák aan de kust. Vanaf de camping loopt een pad regelrecht het strand op. We lopen er dwars door de regen even heen, maar het vloed en er is dus maar een dun strookje strand. Bovendien gaat het weer steeds harder regenen, dus het wandelen laten we maar even zitten. Maar mooi is het wel. Hopelijk is het morgen goed genoeg om een trail in de buurt te doen.
P.S. De Idaho Potatoes vallen in het niet bij de Opperdoezer Ronde.
P.P.S. De staat van ons Huis: minus 3 schroefjes; een keukenlaatje dat niet meer dichtgaat en dus elke scherpe bocht naar rechts vanzelf opengaat; een afleespaneel dat al tijden niet goed werkt; en een koelkast die moeite heeft om fatsoenlijk aan te slaan, maar die toch heel koud is. Ach ja, die paar daagjes zal ie nog wel volhouden...!

 

 



Dag 18: 30 maart/ Cape Lookout State Park, OR - Corbett, OR

 

De ROUTE


De dag begint weer met regen. We doen dus maar rustig aan om te kijken of het wat beter wordt. En het lijkt inderdaad steeds iets beter te worden (lees: nog steeds regen, maar minder hard dan eerst). We besluiten het er maar op te wagen. Met vier lagen kleren plus een laagje plastic regenkleding gaan we op weg, richting Cape Lookout. Het pad loopt lekker omlaag, dus we maken lekker snelheid. Tot de eerste modder zich aandient. Het begint met een plasje hier en daar, waar je nog makkelijk omheen kan, maar algauw is er van lopen geen sprake meer, maar is het puur overeind blijven en proberen niet op je gezicht te gaan. Het is glad, glibberig en vooral nat. Heul nat. Maar we ploegen voort (goh dat komt me bekend voor, maar toen met een andere soort neerslag...) en we zien gelukkig genoeg mooie dingen onderweg. Er staat overal False Lilly of the Valley en ook gele bosviooltjes. Op oude, verrotte omgevallen bomen groeien mooie paddenstoeltjes, en lichen. En natuurlijk over al mos, waar je ook maar kijkt. En ook dat mos komt in verschillende soorten.


Na een flink uur ploeteren en de modderschade aan onze schoenen en kleren proberen te minimaliseren, zien we eindelijk mensen. Die waren we op het hele pad nog niet tegengekomen. Het blijkt een ploegje whale watchers te zijn, die als vrijwilliger uitleg geven en mensen helpen de beesten te spotten. Er zijn nu migrerende mannetjes te zien, op weg naar Alaska om te eten. Als ze daar genoeg hebben gegeten, trekken ze weer zuidwaarts om te paren. Nu komen ze dus van links naar rechts langs de Oregon Coast. Het plekje is prachtig: aan het eind van de wereld, met overal zee om je heen. We hebben al heel wat leegtes gezien deze vakantie, maar dit is weer een heel nieuw soort leegte. En ook deze is weer adembenemend mooi.
We blijven een tijdje staan turen naar de zee, maar waar moet je kijken? Opeens roept er iemand: 'Yep, right there, there he is!' En krijgen te horen dat als je eenmaal één spout hebt gezien, er meestal meerdere volgen, en bij de laatste keer ademhalen duiken ze extra diep om geen last te hebben van de stroming en dergelijke, en op zulke momenten heb je kans om een stuk rug of vin te zien. Maar het blijft bij die ene spout, en die hebben we allebei gemist. Weer turen. Duurt lang. Gebeurt niks. Heel lang niks. En dan weer: 'Yep, there he is again!' Euhm... waar dan? En bovendien lijkt deze walvis zich niet echt aan de dienstregeling te houden zoals die ons net is uitgelegd, want hij haalt slechts één keer adem en dan heel lang niet meer. Dus dan is het weer gokken waar hij de volgende keer opduikt. Het is duidelijk niet mijn hobby: het is koud, na een tijdje in de verte staren zie je het verschil tussen de zee en de lucht niet meer en zie je overal dansende lichtballetjes, en àls je dan wat ziet, duurt het maar een seconde en is het weer weg. We zijn het erover eens: je kunt beter gaan modelbouwen, of paardrijden. Whale watching is niks voor ons.

 


Maar ja, dan draai je je om om weg te lopen, en zul je altijd zien dat er dan nét een hele kudde bovenkomt. Maar het zal toch moeten, want we moeten vandaag nog verder en we moeten ook weer een uur terug door de modder. We horen geen gejuich achter onze rug, dus blijkbaar valt het met die kudde nog wat tegen (of mee, voor ons), maar dan missen we gelukkig ook niet echt wat.


We glibberen weer terug naar de RV, maar dit keer moeten we omhoog glibberen, en dat ga je best merken onder die vier lagen kleren én een laag plastic. We zweten ons kapot. We komen nu opeens best veel mensen tegen, soms mensen met flinke bergschoenen en outdoorkleding aan, soms een moeder met twee kleine kindjes met schattige roze (mwhoehahaha nóg wel...!) tennisschoentjes. Als mensen vragen hoe ver het nog is, dan waarschuwen we ze maar vast dat het verderop echt niet grappig is. Hun blik gaat dan naar beneden, naar onze bemodderde schoenen en broek, en je ziet ze een tweede keer nadenken. Funny...
Eenmaal bij de RV besluiten we onze schoenen in een plastic zak in het ruim te zetten. Dan kunnen ze daar wat opdrogen.

Na het ModderAvontuur zetten we koers richting Portland. We slapen vanavond net buiten Portland, maar als we er doorheen rijden, besluit ik ter plekke dat ik de stad zelf niet hoef te zien. Ik hou niet van steden. Zeker niet als we zoveel arme zielige daklozen zijn. Ze slapen in fladderige tentjes in middenbermen, of gewoon op straat net buiten het centrum. Bovendien moet je met een RV nog redelijk wat plannen als je downtown wilt gaan, en ik heb er opeens geen zin meer in. Misschien is het morgen anders, maar voor nu hoeft het van mij echt niet.
We doen nog even wat boodschapjes en zoeken de camping op. Geen mooi State Park dit keer, maar wel een praktische en het voldoet voor een nachtje sowieso al gauw. Morgen naar de watervallen in de buurt, en dan wordt het aftellen, want het einde is al in zicht...

 


 

 

Dag 19: 31 maart/ Corbet, OR - Quinault Olympic National Forest, WA

 

De ROUTE


De laatste dag in Oregon alweer. We slapen langs de oude Columbia River Highway, en aan de overkant is Washington al.
We beginnen de dag met watervallen. Heel veel watervallen. Vlakbij onze slaapplek staat Vista House. Dit uitzichtspunt is gemaakt aan het begin van de vorige eeuw. Je kunt rondom over het balkon lopen en kilometers ver kijken. Binnen zijn exposities over het ontstaan van Vista House en de geschiedenis van de weg ernaast. Het is hier steil en nat, dus het was een hele klus om de weg binnen de vereiste 5% hoogteverschil te houden.
Als we de weg verder af rijden is het soms wat smal (voor Amerikaanse begrippen dan, want het Huis past overal nog prima langs). Wel hangen er soms wat takken van omgevallen bomen over de weg, en dan hoor je het geschraap van de takken langs het dak. Ook zien we een stuk dat op Google Maps nog als afgesloten staat weergegeven, maar dat toch al weer begaanbaar is. Maar het is nog duidelijk te zien dat hier een land slide is geweest. De weg is nog modderig, en je ziet de sporen waar ze de stenen en het zand van de weg hebben gebulldozerd.

     

 


Bij de eerste watervallen stoppen we om foto's te maken. Bij Multnomah Falls gaan we er iets langer uit. Dit is de op twee na hoogste waterval die het hele jaar naar beneden stort. Shoshone Falls, waar we eerder deze vakantie geweest zijn, is hoger, maar die komt zomers soms droog te liggen. Er zijn opeens tientallen andere toeristen, ook veel Japanners. Waar die allemaal vandaan komen, geen idee, want zoveel auto's stonden er niet langs de weg. We lopen naar de voet van de waterval en moeten eerst alle selfies-makende mensen ontwijken. We lopen een stukje ophoog, tot op het bruggetje tussen het hoogste deel van de waterval, en de daaronder liggende. Het water stort met geweld naar beneden. Toch altijd weer indrukwekkend, zo'n massa water die elke seconde dezelfde weg aflegt. Steeds hetzelfde, maar toch elke keer weer anders.


Bij Horse Tail Falls gaan we een stuk lopen. Ik trek optimistisch mijn teenschoentjes aan, want dat lijkt me lekker handig, met al dat water. Ik heb op foto's gezien dat mensen tot hun enkels erin staan, dus ik klauter omhoog, met m'n tenen. Gaandeweg misschien toch minder handig dan ik van tevoren had gedacht, want hoewel de zolen prima tegen wat kleine steentjes kunnen, is het hier wel errug rotsig en liggen er grote, scherpe stenen op het pad. Maar vooruit, even doorbijten. Ik krijg van verschillende mensen bewonderende opmerkingen, variërend van 'Wow, good for you!' tot 'Well that's bravery right there!' Een nooit aflatende bron van aanspraak, mijn teenschoentjes...
We kiezen een trail van zo'n 1,5 mijl one way, de Oneonta Trail. Het is klimmen en dalen, en het is ook hier weer flink modderig. Maar het is prachtig: alles is groen. De takken hebben al flinke groene uitlopers, en ook hier weer overal mos en water.

   


Al we een bocht omgaan, zien we opeens een gigantische waterval waar het pad achterlangs loopt. Iets beneden het pad stort al het water in een soort kom, en het spettert ontzettend. Maar het is superleuk. Verderop op het pad zien we overal kleinere watervalletjes. Soms lekken er alleen maar druppels langs het mos naar beneden, soms zijn het echte stroompjes. Meer dan eens loopt het pad dwars door de waterval heen, want een pad is voor water natuurlijk ook een mooie weg naar beneden. Hier komen de teenschoentjes wel goed van pas, want ik hoef niet om het water heen te lopen, maar kan lekker door de plassen splashen. Op sommige plekken ligt nog sneeuw, en moeten we zelfs over de sneeuw heen. Ook liggen er op heel veel plekken omgevallen bomen over het pad. Hier moeten we omheen, overheen of onderdoor. Het is net apekooien.

     


We lopen een klein stukje terug langs de weg, en komen weer langs de oude Oneonta Gorge, een oude tunnel die niet meer in gebruik is, waar we met de RV ook al langs waren gekomen. Als we vlakbij de RV zijn, zie ik toch nog een plekje dat ik ken van de foto's die ik gezien had. Ik loop het trapje naar beneden af en mijn teenschoentjes en ik stappen dapper in het riviertje. KKKOOUUUUDDD! Ja, logisch ook, want het is puur smeltwater waar ik nu in rondstamp. De modder gaat er mooi vanaf zo, maar als ik het trappetje weer opklim heb ik geen gevoel meer in mijn voeten. Ze raken het asfalt als ik loop, maar ik voel het niet. En dat van zo'n klein poosje in het water...
In de RV droog ik mijn voeten af en trek ik lekker warme sokken en sloffen aan. Hè wat heerlijk toch, dat je altijd alles bij je in je rijdende Huis hebt!!! We gaan op weg naar het noorden.


We komen door Aberdeen, een plaatsje aan de kust dat voornamelijk op de houtindustrie draait. Wat een armoe. Wat een treurigheid. In elke straat staan wel drie huizen die zijn dichtgetimmerd, half zijn ingestort, of met de gaten in het dak. Er zijn notices op de ramen geplakt, maar anders dan dat gebeurt er blijkbaar niks mee. Sommige huizen (/krotten) zien eruit alsof ze al jaren leegstaan.
De weg uit Aberdeen is ook een beetje treurig. Het is niet echt leuk rijden, met alleen maar naaldbomen langs de weg, kilometers en kilometers lang. Maar na een uur slaan we af, en begint het bekende groene, bemoste beeld weer. Als we aankomen in Quinault verandert het beeld totaal. Pittoreske houten huizen, met prachtige kleuren, en mooi verzorgde tuintjes.


De camping van vandaag ligt aan Lake Quinault. We kiezen een mooi plekje uit, vlak naast de hoogste spar van de wereld, van 1000 jaar oud. Achter ons plekje staan braamstruiken die nog maar net in bloei staan. Opeens horen we een enorm gezoem in de struiken. Insecten? Nee, kleine, watervlugge vogeltjes: kolibries! Ze zijn ongeveer drie centimeter lang, meer niet, maar ze maken een lawaai! Ze zoemen heel hard, en hebben prachtige knalrode, bijna lichtgevende wangetjes. Ik had nooit gedacht dat we die nog zouden tegenkomen.
We eten zalm bij de Salmon House, vlakbij de camping. Ons tafeltje kijkt uit op het meer en het is heerlijk eten. Morgen wandelen in het Quinault Rain Forest, een van de weinige gematigde regenwouden op aarde. Ik ben benieuwd!

 

 

 

 

 

 


 


Dag 20: 1 april/ Quinault Olympic National Forest, WA - Kanaskat Palmer State Park, WA

 

De ROUTE


Slapen in het Regenwoud. Met, je raadt het al: regen. Vannacht begonnen en nog steeds. Maar je bent er of je bent er niet, dus regenpak weer aan en lopen. We rijden naar het vlakbij onze camping gelegen Ranger Station en nemen een kaart van de wandelroutes mee. Na een kort stukje langs de weg steken we de straat over en meteen staan we in een andere wereld: groen, vochtig, dichtbebost en overal water. Water aan de planten, water op de grond en water in de lucht. Er hangt een nevel van vochtdruppels om ons heen die niet echt lijkt te vallen, maar gewoon is. Als we pas een paar stappen op het pad hebben gedaan schuifelt er vlak voor onze voeten een Ruffed Grouse weg. Hij maakt niet haast, maar kuiert op z'n dooie gemakkie het groen naast het pad in, en als ie eenmaal stilzit, zie je hem ook niet meer.

Het is een sprookjesachtige, surrealistische wereld: de mossen en varens zijn overal, en soms hangt er zoveel lang mos aan de bomen dat het lijkt alsof je door een gordijn van groen loopt. Er groeien felgekleurde paddenstoelen op omgevallen bomen, en als je om je heen kijkt, zie je geen elfenbankjes, maar complete elfen-woonboulevards. Ze zijn soms wel 30 cm lang en ze schijnen het goed naar hun zin te hebben.

 

 

                                    

  

Ook heb ik nooit geweten dat er zoveel verschillende soorten mossen zijn: verschillende kleuren, maar ook mos op steeltjes, mos dat lijkt op kleine varentjes, groen, grijs, bruinig... van alles en nog wat. Er is mos dat zo groeit dat er op elke 'blaadje' een waterdruppeltje blijft liggen. Het is ongelooflijk en we kijken onze ogen uit.

Overal zijn kleine stroompjes en we lopen regelmatig door de watervalletjes heen. Het is een wonderbaarlijke wereld die ik nog nooit zo heb meegmaakt. Ondanks dat ik er nooit ben geweest, voelt het inderdaad als de regenwouden in Zuid-Amerika die je op National Geographic ziet. Alleen dan minder warm... Hoewel, het stijgt en daalt nog aardig, en de waterdamp nemen we inmiddels voor lief, en zonder regenjas met een bodywarmer is het prima weer om te lopen.

Na ongeveer acht kilometer te hebben gelopen komen we uit bij de Quinault Lake Lodge, een sjieke plek om te lunchen, aan de geparkeerde auto's te zien. Smokey the Bear geeft aan dat de fire danger vandaag ' low' is. Goh... Wij nemen een noedelsoepje en gaan weer op weg.

We rijden richting Seattle om de laatste dagen een beetje in de buurt door te brengen zodat we ons niet hoeven te haasten.

 

 

 

 


 

 

 

 

 

Dag 21: 2 april/ Kanaskat Palmer State Park, WA - Kanaskat Palmer State Park, WA

 

Dag 21. Nu zijn we écht bijna klaar met ons avontuur. Vandaag starten we langzaam op. We worden er wel steeds efficiënter in, om alles rijklaar te krijgen, maar helaas vergeten we nog wel 's om de fluitketel van het fornuis te halen, die dan met inhoud en al tijdens een ietwat onverwachte remactie opeens in de cockpit ligt in plaats van in de keuken. Nou is dat niet zo heel veel meters, maar toch lullig als je onderweg je Huis moet dweilen. Positieve kant daarvan is dan weer dat a. je Huis weer schoon is, en b. dat het dweilen van zo'n anderhalve vierkante meter ook zo gedaan is. Maar goed, we gaan vandaag de fabriek van vliegtuigfabrikant Boeing bekijken.

Zo'n uurtje rijden van de camping, net boven Seattle, staat de Boeing fabriek. We kopen een kaartje voor de tour ($25) en bekijken allereerst een zoetsappige, ronduit Amerikaanse reclamefilm waarin wordt uitgelegd met hoeveel passie zo'n vliegtuig wel niet in mekaar wordt gezet.

 

Vanachter de filmzaal vertrekt de bus. Met een paar minuten rijden zien we de eerste fabriekshallen al. Je mag geen elektronische apparaten meenemen, dus foto's hiervan zijn er helaas niet. We bekijken allereerst de hallen van de 747 en de 767. De hallen zelf zijn onnoemelijk groot, en er staan al complete toestellen in, te wachten tot ze hun uiteindelijke kleuren krijgen. Op de tweede foto zie je een luchtfoto van de fabriekshallen. Buiten staat de vliegtuigjes die al af zijn, en als je die vergelijkt met de hallen heb je ongeveer een indruk hoe groot de fabriek is.

Ook zien we het assemblageproces van de 777 en de 787 Dreamliner. Wat een enorme machines zijn het. We kijken vanaf het observatiedek, en als je er mannetjes naast ziet lopen (op zondag ja!) dan valt het extra op wat voor enorme afmetingen deze vliegtuigen hebben.

We bekijken ook nog de expositie, met allerlei uitleg over de werking en het fabrikageproces, maar ook over de techniek en wetenschap erachter. Heel interessant om te zien.

We hebben nog wat tijd te doden, dus we zoeken wat we in een paar uurtjes nog kunnen doen. Op de terugweg naar de camping ligt Flaming Geyser State Park. Dit klinkt spectaculair, maar op de vierde foto zie je 'm. Waar dan? zul je wel denken, maar het is dat ronde steentje. Toen hier begin 1900 naar kolen werd geboord, kwamen ze erachter dat er ook methaan in de grond zit. De geyser heeft jarenlang gebrand, dus wel een meter hoog, maar omdat het methaanveld nu is afgenomen, brandt hij al een tijdje niet meer. Maar als je er met je neus boven gaat hangen, ruik je het nog goed.

 

   

Een klein stukje lopen verderop is de Bubbling Geyser. Ook hier komt methaan uit de grond. In combinatie met het calcium uit het water vormt dit de grijze afzetting op de laatste foto. Het is hetzelfde effect als in Yellowstone, maar dan op iets kleinere schaal. Naast de grijze zie je ook daadwerkelijk belletjes uit de grond komen. Toch grappig.

We slapen vannacht op de zelfde camping, vandaar de niet zo inspirerende titel van deze blog, maar hij is lekker goedkoop, en ze hebben warme douches, en da's alles wat wij tegenwoordig nodig hebben!

 

 


 

 

 

 

Dag 22: 3 april/ Kanaskat Palmer State Park, WA - Kanaskat Palmer State Park, WA

 

Opruimdagje. Maar eerste: shopdagje. We moeten we er een klein stukje voor Seattle in, maar het blijkt het meer dan waard te zijn als we Beth West binnenstappen: nog nooit zo veel westernspullen bij elkaar gezien. Wat een walhalla! We worden gelijk begroet door een oudere meneer, en als hij ziet dat ik interesse heb in de laarzen helpt hij kundig en vriendelijk.

We maken een praatje, waar we vandaan komen enzo, en al gauw zie ik een prachtig paar, donker met licht borduursel, en betaalbaar. Die moeten mee! En niet veel later zie ik Michel ook met een paar supergave blauwe herenboots staan zwaaien. Ze zitten lekker zegt ie, en ze staan geweldig. Dus met twee paar nieuwe laarzen (past dat wel in de koffer??!!) staan we heel veel later weer buiten.

We pakken ter plekke op de parkeerplaats de tassen alvast in, want als het echt niet past kunnen we in de stad nog een grotere tas kopen. Maar alles lijkt erin te gaan, inclusief nieuwe aankopen, dus nog even wat laatste boodschapjes doen voor het avondeten (de voorraadkastjes en de koelkast in ons Huis hebben we mooi op tijd leeggemaakt) en weer terug naar de camping, die we voor het gemak gisteren alvast maar voor twee nachten hebben betaald. Laatste keer eten in het Huis. Laatste keer slapen in het Huis. Ons eigen stenen huis is leuk, maar kan niet rijden. Dit Huis wel, en we zijn er behoorlijk verknocht aan geraakt. We maken al plannen voor als we gestopt zijn met werken, en hopen in de tussentijd dat Jan Doets nog lang doorgaat met dit soort acties. Volgende keer de Whiskeystaten bijvoorbeeld? Lekker de warmte in...Mmm ik zie het al zitten. Maar eerst nog even een avondje Thuis. Afscheid nemen...


 


Dag 23: 4 april/ Kanaskat Palmet State Park, WA - Tukwila (Seattle), WA

 

De ROUTE

Vandaag is het zover. De dag dat we (voor eventjes) dakloos raken. Nou is dat grapje eigenlijk gelijk al niet leuk meer als je ziet hoeveel echte daklozen ook hier weer zijn, maar 4 april is wel de dag dat we afscheid moeten nemen van ons tijdelijke, rijdende Huis. Wat was het fijn om alles altijd bij je te hebben; iets vergeten te pakken? Geen probleem: je loopt drie stappen naar achteren, trekt een kastje open en je hebt het. Jas op een hangertje in de kast, onderbroeken netjes in een laatje, afwasteiltje in het laatje daaronder; je hele leven voor drie weken past in die paar kubieke meters op wielen. Voor ons een geweldig ervaring, en eentje die we graag nog 's willen overdoen.


Maar eerst moet dit Huis toch echt weer terug naar z'n eigenaar. We vertrekken iets na achten van de camping, dumpen eerst alle vloeibare zooi (letterlijk) uit de holding tanks en zetten dan koers richting de stad. Met een half uurtje zijn we er, maar dan moeten we eerst nog de lpg bijvullen. Dat heeft eventjes wat voeten in de aarde, want geen van alle passen wordt geaccepteerd door de machine, en we blijken eigenlijk ook een ledenpas nodig te hebben. De eigenaar helpt ons uit de brand en we kunnen binnen in het kantoortje betalen. Maar voor $6,30 gaat erin, dus dat was voor heel wat dagen koken! We hebben sinds een tijdje de kachel niet meer aan, en dat blijkt achteraf een behoorlijke lpg-vreter te zijn geweest.


Gas erin, gas erop, en door naar die andere gas. Omdat we altijd een Amerikaanse postcode moeten invoeren die gekoppeld is aan de creditcard kunnen we bijna nooit direct tanken, dus moet Michel naar binnen om een schatting van het bedrag door te geven. Nu dat ook gedaan is, komen we met een kwartiertje speling aan op het inleveradres bij Roadbear. Het lijkt nogal een amateuristisch zaakje, maar goed, het werkt en we worden prima geholpen, maar op erg veel volk lijkt het niet  te zijn berekend. We zijn voor vandaag sowieso de enigen, en omdat Roadbear maar vijf minuutjes van het hotel af ligt is er geen shuttle-service, maar er wordt een taxi voor ons gebeld die ons wegbrengt. De ietwat knorrige taxichauffeur begrijpt maar langzaam dat hij niet direct betaald wordt, maar dat dat via het bedrijf loopt. Maar hij brengt ons netjes naar het Coast Hotel, inderdaad vlakbij.
Bij het inchecken vragen we hoe het beste naar de stad kunnen komen, en het vliegveld blijkt maar vijf minuutjes lopen te zijn. We brengen dus even snel de spullen naar de kamer en eten even wat, voordat we weer vertrekken naar downtown. Vanaf het vliegveld nemen we de Link Light Rail naar het centrum. De stad lijkt zo op het eerste gezicht wat ruimer opgezet en wat groener dan toen we Chicago vanuit de trein zagen. Bloeiende bomen, groene parkjes en nette voortuintjes. Dat verandert wel een beetje naar mate we dichterbij het centrum komen, maar over het algemeen ziet het er toch vriendelijk uit.


Bij het eindstation kunnen we gelijk overstappen op de monorail naar de Space Needle. Beide zijn een overblijfsel van de Wereldtentoonstelling in 1962, en hoewel het ritje maar kort duurt, is het toch erg leuk. De monorail is licht en heeft veel ramen. Na twee minuutjes zien we de Space Needle al opdoemen. Als we uitstappen staan we er vlak onder, dus toch fijn dat de panorama-functie van mijn telefoon ook omhoog werkt...! We kopen een kaartje voor het observation deck. Via een deels glazen lift gaan we omhoog. De dish bestaat uit een binnengedeelte en een buitenring. We lopen eerst een rondje buitenom. We zien vooral veel water, en veel hoogbouw. Direct onder ons kleurige musea, en op Lake Union landt een watervliegtuig. Toch altijd weer bijzonder om een grote stad zo van boven te bekijken.

     

 


Vanaf de Space Needle gaan we de volle twee minuten terug weer met de monorail, en als we uitstappen en eventjes oriënterend om ons heen kijken, vraagt een vriendelijke security officer gelijk of hij ons kan helpen. We vragen naar Pike Place Market, een oude voornamelijk overdekte markt. Hij wijst ons de weg, en na een paar blocks zien we het al. We stappen binnen in een wereld waar ze alles hebben. Maar dan ook echt alles: complete verschillende soorten verse zalmen, gehaakte mutsen, superdure sieraden, handgeschilderde skylines van Seattle, groente en fruit uit alle windstreken... Noem het op en ze verkopen het. De markt zelf is een donker doolhof van allerlei gangetjes en doorloopjes, met overal schreeuwende verkopers en dito neonreclames. Ook verkoopt de allereerste Starbucks hier nog steeds zijn koffiespecialiteiten. Michel koopt er een beker.

Vanaf de markt lopen we een stukje langs het Waterfront. Weinig aan. Geen leuke charmante pieren en haventjes, maar voornamelijk kaal, oud en ongezellig cement, afgewisseld met dime a dozen souvenirwinkels. We gaan op zoek naar wat eten, want we hebben eigenlijk alles al gezien wat we wilden en de stad zelf is nauwelijks aantrekkelijk. En hoewel het pas 16.00 uur blijkt het Happy Hour toevallig nu al te beginnen! En we hebben honger, dus we stappen naar binnen bij Nijo Sushi Bar & Grill. Het is even wijs worden uit de vier verschillende kaarten die we krijgen, maar uiteindelijk bestellen we wat kleine gerechtjes. De serveerster zegt dat we altijd nog bij kunnen bestellen als we dat willen. Ik bestel calamari en soft shell crab en pik nog wat mee van Michels gerechtjes. Het is subliem. Heerlijk vers, zachte tonijn en supersmakelijke sushi. En goedkoper dan we thuis gewend zijn!
We brengen nog een bezoekje aan de Mariners Team Store om weer een baseballpetje te scoren, en ook zoeken we nog even het standbeeld van Jimi Hendrix op. Uiteindelijk zijn we rond achten weer op onze kamer. Nu eerst even lekker douchen, en dan morgen zoals gewoonlijk weer vroeg op, want we boarden om 10 uur.

En dan is het avontuur echt afgelopen... Bijna 8000 kilometer in 23 dagen (even ter vergelijking, dat is van Nederland naar Jamaica...!), ontelbare liters bezine verder (sorry Aarde!) en herinneringen die we nooit zullen vergeten. Regenwouden, onafzienbare vlaktes, bizons, een Grizzly en nog onnoemelijk veel andere grote én kleine belevenissen die voor altijd in ons geheugen staan gegrift. We zijn heel dankbaar dat we weer een extra stukje van de wereld hebben mogen zien en meemaken, en het smaakt nú al weer naar meer. We hebben Amerika allebei in ons hart gesloten, en we komen absoluut terug. Ooit.

 

       

 

 

 

 


 

 

 

 

Dag 24/25: 5 en 6 april/ Tukwila (Seattle), WA - thuis

Wat een tijdverspilling, reizen. Je bent in 3,5 uur vliegen weer precies op de plek waar je 23 dagen geleden (en 8000 kilometer geleden) bent begonnen. En nog weer 8 uur verder en je hebt met het vliegtuig nog niet eens het aantal miles gevlogen dat je met de camper hebt afgelegd.

Zo, dat waren de cijfers. Nu is het vooral wassen, proberen wakker te blijven en heeeeel veeeeel katten- en paardengeknuffel.

Wij hebben genoten van de afgelopen drie weken. Wij hopen dat jullie door onze verhalen en plaatjes een klein beetje een indruk hebben gekregen van onze belevenissen in dit geweldige land. Mocht je meer willen zien: de serie Dark Woords Justice op Discovery Channel speelt zich af in het regenwoud op het Olympic Peninsula in Washington.

Wij gaan aan de slag met de duizenden foto's en de filmpjes die we overal gemaakt hebben. Wees welkom om het, als het af is, een keer te komen bekijken! Of kijk een keer goed om je heen of je misschien iemand met supermooie westernlaarzen ziet lopen ;)

naar boven