Namibië, de ongeslepen diamant van Afrika - Dag 15: Hele dag game drive in Etosha met veel dieren in de lens

by Lammert
Hits: 1466

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

 

 

 

 

DAG 15    HELE DAG GAME DRIVE IN ETOSHA                    Zondag 29 oktober                            ROUTE

Om vijf uur op en na een ontbijt brengt de bus ons naar de Andersson Gate. Daar staat een 20 persoons truck met goede zitplaatsen, met een dak en opzij open op ons te wachten. Hij is van EGV: Etosha Game Viewers, Private Safari Charters. De chauffeur stelt zich voor als Theo. Veel Theo’s wonen er in Namibië. Onze bus rijdt terug, zal onze koffers inladen en dan naar Namutoni rijden om ons daar aan het eind van de middag op te pikken. Theo is een innemende jongeman, die met zijn arendsogen wild bespeurt waar niemand van ons nog maar iets ziet. Hij waarschuwt dat het ons tegenzit. Het waait namelijk erg hard en evenmin als wij houdt wild daarvan. Ze komen dan niet naar de waterplaatsen, dus we moeten er maar het beste van hopen. Het is ongeveer zeven uur als we vertrekken.

 

Het rijden achter op de auto is met deze wind geen pretje. Met de capuchon op is het te harden maar leuk is anders. Ik zit vooraan en heb, als we stil staan, goed zicht opzij en over de cabine ook naar voren en links. Op de eerste stopplaats zien we een prachtige vogel. De koritrap. Het is een grote vogel met overwegend bruingrijs verenkleed, bruine rug, lange gespikkeld grijze nek met een kleine kuif achter op de kop, en hij is ongeveer 120 cm lang. Een prachtig beest om te zien.

  koritrap

Vervolgens zien we een fraaie zadeljakhals. Dit dier lijkt qua lichaamsbouw op een hond. Het heeft een slank lichaam met lange poten en een vosachtig gezicht. De oren zijn groot en gepunt. Zijn vacht is meestal bleek roodbruin. Hij is van de andere jakhalzen te onderscheiden door een wit- en grijsgevlekt zwart "zadel" over de rug. De pluimstaart is rossig met een zwarte punt. Hij bereikt een kop-romplengte van 70 tot 100 cm en een lichaamsgewicht van 6,5 tot 13,5 kg. Zijn staart is 30 tot 35 cm lang. Ik vind het mooie beesten, met die spitse kop en grote opstaande oren. Dan een arend, hoog in de top van een kale boom. In het warme ochtendlicht lijkt hij warmbruin. Ik denk dat het een Wahlberg arend is. Dan ohh wat leuk: een springbok met een jong dat bij de moeder drinkt. Als we stoppen kijkt moe al verstoord op, blijft nog even staan, genoeg voor een paar mooie foto’s en gaat er dan met fraaie sprongen vandoor, het jong dartelend achter haar aan. Prachtig.

 zadeljakhals

 arend

springbok met drinkend jong

en dan op de vlucht

 

Daar komt een hele familiegroep zadeljakhalzen uit de struiken. Ze steken voor onze truck op hun gemak de weg over. Mooi! Verder zien we springbokken, soms enkele, soms hele groepen. We stoppen niet steeds want deze dieren zijn hier zo normaal als bij ons koeien in de wei. Hoewel dat laatste al niet meer zo normaal is helaas.

 

Gefascineerd kijken we verderop naar een enorme zwerm wevervogeltjes. Bij ons zie je spreeuwen zich wel eens zo gedragen: hier de wevers. Ze zwermen in golvende wolken door de lucht en strijken dan ineens voor de truck neer. Op de grond zie je ze nauwelijks, lijken het wel steentjes. Op de foto zie je ze pas als je die uitvergroot. Qua verenkleed lijken ze erg op onze huismussen maar ze hebben een rood snaveltje.

 

Tijd voor een plaspauze bij Okaukuejo. Hier waren we gisteren ook. Dan gaan we op weg naar het oosten, naar Namutoni, met allerlei scenic drives, omwegen langs waterplaatsen. Soms levert het iets op, soms ook helemaal niets. We zien toch wel van alles. Jakhalzen weer, zebra’s natuurlijk en nu een groep gnoes, wildebees in het Afrikaans. Ze hebben een stoer, onverzettelijk uiterlijk met die horens zo dreigend naar voren. Echt gevaarlijk zijn ze niet, in tegenstelling tot buffels die ook zulke horens hebben. Ze zijn wel graag in de buurt van zebra’s. In Kenia zag ik destijds in Masai Mara kuddes van honderden bij elkaar. Hier zijn het er een stuk of tien.

 

gnoe

gnoes (wildebees of z'n Afrikaans) 

 

 

Dan komen we bij een waterplaats waar springbokken drinken. Leuk. Maar Theo stopt. Hij klimt omhoog in de cabine om ons door het open dak toe te kunnen spreken. Er komt een leeuw aan, zegt hij. Wij zien niets. Wel zien we de springbokken zich kalm verwijderen van de waterplaats. Theo wijst: daar. Ik richt mijn 60 x zoom camera en warempel, hij heeft gelijk. Een leeuwin nadert op haar dooie gemak in de verte de waterplas. Tergend langzaam komt ze dichterbij. Theo wijst weer: Nog een! Ook die weten we te spotten maar de tweede blijft eenzaam op de kale vlakte liggen. De eerste komt dichter en dichter bij. Ze poseert en profil, ze kijkt ons aan. De krul in de staart speels omhoog. Ze gaat liggen. Ik zie alleen haar kop boven de bijna witte stenen grond uit. Dan staat ze op, alles in slow motion. Ze weet de hele drinkplaats voor zichzelf. Ze gaat drinken, met de kop naar ons toe! Prachtige beelden kan ik maken, close up,  zelfs van het rode tongetje dat het water op likt als een kat de melk.

 

 

heel in de verte nadert een leeuwin... en nog een; de springbokjes druipen af.

ze komt steeds dichter bij

en blijft dan even staan om te poseren. Goed gedaan!

  

ze likt het water op net als een kat de melk

en dan rusten. Geen enkel ander dier waagt zich in de buurt van de drinkplaats.

 

Wij waren er het eerst maar nu staan er een stuk of vijf trucks als de onze en wat luxe auto’s om ons heen, bijna duwend om een goed plekje in dit theater. Wij hebben genoeg gezien en maken plaats voor anderen, --als we tenminste weg kunnen, langs de andere auto’s. Dat lukt uiteindelijk.

 

 

Weer verder. We rijden nu door een gebied met lage grijsgroene struikjes. Theo stopt weer. Weer een leeuwin. Wij speuren de struikjes af maar zien niets. Dan, ja! Daar! Alleen de kop van de leeuwin is zichtbaar. Ze zit duidelijk op wacht. En van links nadert een springbok. Nietsvermoedend tussen de struikjes door. Het lijkt een film op National Geographic. Voor ons idee loopt de springbok recht op de leeuwin af. Dat blijkt toch mee te vallen, de leeuwin doet geen moeite en de springbok komt er goed af. Leuk voor het beest –maar… is het wreed als ik toch had gehoopt dat de leeuwin de jacht had ingezet? En het bokje had gevangen? Die leeuwin moet ook leven… Ik ben eerlijk: ik had de jacht wel willen zien. Maar zo was het ook al spannend.

 

 

we moeten goed speuren voor we haar zien 

als ik haar eenmaal zie kan ik inzoomen

 

 koritrap

 

Verderop weer een koritrap. En een giraffe tussen de acaciadoorns. Heel mooi is het steenbokje dat daarna in mijn lens verschijnt. Een prachtig diertje; bruin op de rug, een lichtere nek en een fraai kopje met twee enorme oren. Ze zijn donkerbruin van binnen met grote grijze aders van haartjes erdoor, ze staan rechtop en zijn stuk voor stuk wel zo groot als het hele kopje. En dan die twee grappig rechtop staande hoorntjes. En die grote zwarte ogen. Prachtig dier! Zijn haren op de rug worden door de harde wind rechtop geblazen. Want het blijft hard waaien. Dat is wel wat jammer. Maar we zien desondanks veel, vinden we.

 

een steenbok, een prachtig dier

 

 

We komen dicht langs de zoutpan, de grote witte plaats, de betekenis van ‘Etosha’ in de lokale taal. Theo staat met ons uit te kijken over de witte vlakte. ‘Dit is zo mooi’, fluistert hij. Mooi, dat iemand die hier bij wijze van spreken elke dag komt, dit nog steeds zelf zo mooi kan vinden. Want Theo zegt het voor zich uit, niet tegen ons om het te beamen. Hij klimt even uit de auto om ons een handvol zout te tonen. Het is echt zout. Het natuurpark Etosha is enorm groot. De oppervlakte ervan is ongeveer gelijk aan de helft van Nederland. De afstand oost-west is maximaal 300 km, noord-zuid 100 km. Het is niet alleen één van de grootste, maar ook een van de belangrijkste wildparken van Zuidelijk Afrika. Al in 1907, na de oorlog tussen de Duitsers en de Herero's, werd het park gesticht.

Theo vertelt over de Etosha Pan, terwijl we daarover uit kijken

Etosha Pan, een zoutvlakte die soms onder water staat

de dieren maken indruk op mij maar de immense ruimte waarin we hier verkeren, doet dat minstens zo sterk.

 

 

Een groot deel van het park wordt ingenomen door de Etosha Pan, een zoutpan van ca. 6000 km2. Deze zoutvlakte is een overblijfsel van een groot meer dat hier 12 miljoen jaar geleden was. Nu komt de zoutvlakte in de eerste maanden van het jaar (deels) onder water te staan. In die korte tijd wordt het een groene vlakte en vullen de lager gelegen gedeeltes zich met water wat de wilde dieren aantrekt. Nu wij er zijn is het een droge kale vlakte, met hier en daar wat reliëf en bij de oevers wat lage en schaarse begroeiing.Hartebeest. Die hadden we nog niet. Hij heet niet zo omdat zijn hoorns een hartvorm hebben (wat wel zo is) als je ervoor staat, maar omdat de Afrikaander Boeren het beest op een hert (hart) vonden lijken. Een flinke antilope is het. Hij kan meer dan twee meter lang worden en het mannetje kan boven de 200 kg wegen. De vacht is zandkleurig geel tot donkerbruin van kleur, lichter op de achterzijde. De staart is middellang met zwarte haren aan het uiteinde. Beide geslachten hebben hoorns. Deze zijn sikkelvormig en diep geringd. Ze kunnen 45 tot 83 centimeter lang worden. Wij zien ze staan, keurig achter elkaar in een rij opgesteld, zo lijkt het. Verderop zullen we ze nog meer zien, veel meer.

 

hartebees(t); hij heet ze omdat de Z-A Boeren vonden dat het beest op een hert leek. 

gnoes en zebra's zijn vaak maatjes

 

Er staan ons nog een paar verrassingen te wachten. Bij een waterplas staat een neushoorn, een breedlip type, en een flinke jongen met de beide hoorns intact. En daar loopt een secretarisvogel. De naam van de secretarisvogel komt waarschijnlijk van de lange veren achter de kop van de vogel, die leken op een veer achter het oor van een secretaris. De secretarisvogel heeft krachtige, lange poten, een ruitvormige staart, een lange kuif van zwarte veren en een oranje plek op de kop. Het verenkleed is grijs met zwarte slagpennen. De poten zijn zwart, net of hij een broek aan heeft. Van top tot teen meet de secretarisvogel tussen de 130 en 140 cm en het gewicht bedraagt 2,5 tot 4,5 kg en de spanwijdte is ongeveer 2 meter. Hij eet slangen (die hij in hun geheel inslikt), kleine zoogdieren, andere vogels en reptielen. De vogel kan maar met moeite vliegen, maar het vliegen blijft evolutionair noodzakelijk vanwege de vele roofdieren in het leefgebied van de vogel. De secretarisvogel vangt zijn prooi door deze met zijn lange poten dood te trappen. Hij loopt statig van ons weg, zoals de echte secretaris behoort te doen.

koedoe

secretarisvogel

hartebeest

 




 

Lunch in Halali

Tegen het middaguur komen we bij Halali, een van de drie toeristenkampen in Etosha. Hier is onze lunch gereserveerd. Het is er alleen heel erg druk en chaos is misschien een groot woord maar het komt in de buurt. Uiteindelijk hebben we toch de juiste plek en een serveerster die de drankjes verzorgt. Eten kunnen we van een buffet. Wij houden het op brood, salade, vleeswaar, etc. Bij het warme buffet is het namelijk nog drukker. Het smaakt prima maar de ambiance is sfeerloos. De toegemeten twee uur is ruim voldoende. We willen wel weer verder. Bij de bus zitten glansspreeuwen in het gras dat hier door bewatering mooi groen is. Prachtige blauwe vogels met een olieachtige glans op hun veren. Ze hebben een lekje in een waterslagaansluiting ontdekt en zitten daar steeds bij met hun bek. Ze zijn zo gewend aan mensen dat je ze vrij dicht kunt benaderen. Ook nog andere mooie vogels zitten hier.

 

glansspreeuwen vind ik  prachtige vogels 


 

De tweede etappe: naar Namutoni

Dan stappen we weer op voor de tweede etappe naar Namutoni. Bij een volgende waterplaats staan naast de alom aanwezige springbokken ook kudu’s of koedoes. Er bestaan twee soorten koedoes, de grote en de kleine. De kleine koedoe is ongeveer 1 meter hoog en er ontbreken manen. De grote koedoe, die wij hier zien, wordt ongeveer 1,5 meter hoog en heeft een grijsbruine vacht met lichte strepen Het zijn echte springers, een sprong van drie meter hoog is, wanneer ze op de vlucht zijn, geen probleem. De koedoestier heeft schroefvormig gedraaide hoorns. Het vrouwtje mist behalve de hoorns ook de opvallende manen van het mannetje. Bij de grote koedoe worden de horens van het mannetje wel tot 168 centimeter hoog. Zo groot heb ik ze nog nooit gezien trouwens. De horens worden gebruikt in krachtmetingen tussen mannetjes om de dominantie. De koedoes die wij hier zien zijn vrouwtjes. Het vlees is heel smakelijk als het goed is bereid; Het is namelijk heel mager dus gauw droog. Het smaakt naar hertenvlees. We hebben het al diverse malen gegeten, ook als biltong. Als we nog naar de koedoes kijken heeft Theo weer een leeuw gespot. Aan de overkant van de waterplaats, tegen de struiken onder een boom. Met de camera op 60 x zoom-stand kan ik hem zien. Ik gebruik de Nikon B 700 hier vaak als verrekijker. Theo besluit om het water heen te rijden. Het bonkt en hobbelt wel erg over de rotsige ondergrond maar het is het waard: we krijgen de leeuw goed in beeld. Hij ligt vrijwel bewegingloos; gelukkig kijkt hij wel een keer onze kant op. De harde wind zet zijn lange manen rechtop. Het geeft hem een soort Donald Trump-kuif. Bij het water staan een paar mooie zwart-witte watervogels, ik denk smidsplevieren.

 

 

leeuw met Trump-kuif

 

 

Terug op de weg het bekende ‘zebrapad’: een kleine kudde zebra’s steekt op z’n gemak de weg over. Uiteraard wachten we hier ook tot ze allemaal netjes zijn overgestoken. Dan weer giraffen. Zo dichtbij dat ik hun tong kan zien als ze de acaciadoorns naar binnen werken. Door hun harde tong hebben ze geen last van de scherpe doorns. Je zou het hier niet zeggen dat ook de giraffe sterk in aantallen afneemt in Afrika. We zien ze heel veel, deze reis.

 

 

 

Ondanks zijn lange nek heeft de giraf, evenals de meeste andere zoogdieren, slechts zeven, zeer lange halswervels. Om deze nek overeind te kunnen houden heeft een giraffe stevige, gespierde schouders. Om de bloeddruk naar de kop te controleren, heeft de giraffe in zijn nek zeer elastische bloedvaten en kleppen in de vaten, om terugstromen van het bloed te voorkomen. Over de nek tot de schouders lopen korte, stijve manen. De staart is lang en dun. Aan de staartpunt heeft de giraffe een pluim van lange, zwarte haren. Op de kop heeft een giraf drie of vijf kleine hoorns die bedekt zijn met behaarde huid. Jonge dieren en sommige vrouwtjes hebben een bosje haren op de toppen van de hoorntjes. Daaraan kun je mannetjes dus kennen: dat ze geen haren hebben op de top van de hoorntjes. Een ander opvallend kenmerk is de gelige vacht met daarop onregelmatige bruine vlekken. Dit vlekkenpatroon zorgt voor een afdoende camouflage tussen de bomen. Het vlekkenpatroon op de vacht is uniek voor elke giraffe en verschilt per ondersoort. De vlekken van mannetjes worden vaak donkerder als de dieren ouder worden. Een volwassen giraffe heeft een kop-romplengte tot 4,8 meter en een staartlengte tot 110 centimeter. Mannetjes worden over het algemeen groter dan vrouwtjes. Vrouwtjes zijn over het algemeen tot 1180 kilogram zwaar, mannetjes zijn tot 5,2 meter hoog en 1800 tot 1930 kilogram zwaar.

 

Ik vind het prachtige beesten. Ze bewegen zo gracieus, bijna in slow motion. Een drinkende giraf is ook leuk om te zien, maar dan is hij op z’n kwetsbaarst. Omdat een giraffe langer dan een maand zonder water kan, hoeft hij echter zelden te drinken. Ze zullen echter iedere drie dagen drinken als er water in de buurt is, en in de droge tijd zal hij zelden ver van een waterbron te vinden zijn. Wij zien ze regelmatig drinkend. Het is nu ook zeer droog in dit land. Normaal heeft hij van zijn vijanden weinig te duchten: met zijn sterke poten trapt hij ze van zich af.

 

   

 

 

 

Tegen het eind van de reis zien we dan toch ook nog een olifant. Eentje! Terwijl Etosha toch bekend staat om de grote aantallen olifanten. Die zaten zeker allemaal aan de door ons niet bezochte westzijde. Deze is een eenzame bull, een heel oude stier. Zijn oog zit bijna dicht en er groeit mos op zijn kop en schouders. Toch ziet hij kennelijk nog genoeg om voedsel te vinden. Hij plukt de takjes nog vlot van de struiken.

 

 

 

 

Spiesbokken, heel dichtbij. Prachtige dieren zijn deze oryxen. De vacht is zandbruin met een zwarte streep laag op de flank. De kop, oren, buik en poten zijn contrasterend zwart en wit. De staart is zwart. Op hun kop hebben ze lange geringde hoorns. Ze kunnen tot 240 cm lang worden, de staartlengte kan tot 90 cm en het gewicht tot 210 kg zijn. Het zijn graseters. Ze kunnen weken leven zonder water te drinken, omdat ze dit kunnen vasthouden. Ze nemen ook vocht op uit voedsel. De urine is zeer geconcentreerd. Ze leven in kudden van maximaal 25 dieren, vooral bestaande uit vrouwtjes met jongen en een paar mannetjes.

 

 

termietenheuvel 

 

 

Nog weer een waterplaats met giraffen, ook weer drinkend en veel sierlijke springbokken. Mooie watervogels met lange poten. En dan is de koek zo langzamerhand op. We komen bij de ingang bij Namutoni, waar onze eigen bus staat te wachten. Ik neem afscheid van de aardige gids Theo en prijs hem nog eens om zijn scherpe blik en de plezierige manier waarop hij ons de wonderen van Etosha heeft laten zien. Hij heeft wel een tip verdiend. We hebben veel gezien en mooie foto’s kunnen maken. Jammer alleen dat het slechts bij die ene olifant bleef. Maar daar kon Theo niks aan doen.

Dan is het nog een uur rijden naar ons hotel voor twee nachten:

“**** Minen Hotel – Tsumeb      29 en 30 okt.

Het gastvrije Minen Hotel ligt in het centrum van Tsumeb. Het wordt omgeven door een keurig onderhouden tuin en het beschikt over een terras en een buitenzwembad.”

We krijgen een niet te grote kamer in een laagbouw achter het hoofdgebouw aan een mooie tuin. Hoewel de lucht aardig betrekt gaan we braai eten buiten op het terras. Er is heel veel vlees: rund, varken en wild, goed klaar gemaakt op de braai. De Duitse gastvrijheid staat hier garant voor een uitstekend diner.

  

ons appartement in Minen Hotel Tsumeb, en een deel van de tuin

 

naar boven