Vietnam 1: Reisverslag en fotoreportage

Hits: 39547

Reisverslag  Rondreis door Vietnam: het zuiden, de weinig bezochte hooglanden, de kust en het schilderachtige noorden

Toen ik in september 2007 gestopt was met werken was duidelijk dat Riet en ik nog eens een of meerdere grotere reizen zouden gaan maken als de gezondheid en de overige omstandigheden het toelieten. In de winter van 2007-2008 oriënteerden wij ons met brochures, internetsites, boeken en bezoeken aan reizigersdagen van organisaties. Langzaam kwam Vietnam bovendrijven. ‘Waarom in vredesnaam dan naar Vietnam?’ vroegen sommigen. 

Azië was ons bekend van reizen naar India, Nepal, Sri Lanka, Indonesië. Het is een intrigerend continent. Er is veel oude cultuur, de manier van leven van de bevolking is fascinerend, want in onze ogen zo afwijkend van wat wij ‘normaal’ vinden. Bij Vietnam komt er nog een uitbundige natuur bij, heel veel afwisseling in landschappen, klimaat en (minderheids)volkeren en natuurlijk toch de Amerikaanse oorlog, bij ons beter bekend als de Vietnam-oorlog. Alleen al de namen als Saigon, Hanoi, Da Nang, Pleiku enz. enz. hebben een magische klank van bekendheid. 

Een van de mooiste landen die ik heb gezien, is Vietnam. Een ongekend vriendelijke en open bevolking, een  land zeer veilig voor toeristen, met schitterend natuur- en landschapsschoon, en zeer interessante minderheden die nog aan tradities vasthouden die voor ons erg exotisch en soms vreemd aandoen, maar die zeer de moeite waard zijn om kennis van te nemen. De traditionele weekmarkten bij de bergstammen in het noorden zijn bovendien heel fotogeniek en zorgden voor ervaringen die wij niet licht zullen vergeten. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 N.B.: AAN HET EINDE van dit reisverslag ALLE FOTO'S in thumbnails   (Zie eventueel ook de aparte publicatie "Vietnam, de foto's ")

KAART van zuidoost-Azië 

Xin Chiao Viet Nam! 

 

“‘Ze willen geen communisme.’

‘Ze willen genoeg rijst’, zei ik. ‘Ze willen niet doodgeschoten worden. Ze willen dat de ene dag vrijwel net zo verloopt als de andere. Ze willen niet dat wij met onze blanke huid hun komen vertellen wat ze willen.’

‘Als Indo-China valt…’

‘Dat liedje ken ik. Dan valt Siam. Dan valt Malakka. Dan valt Indonesië. Wat betekent ‘vallen’? (…)”  

Uit:   Graham Greene: De stille Amerikaan. Amsterdam, 1968, p.96-97

Oorspr.: The Quiet American, 1955.

 

‘Travel broadens the mind’ 

Gelezen op een reclamebord voor Buffalo Cart Tours aan de weg door de bergen van Lao Cai naar Bac Ha in Noord-Vietnam

 

KIJK voor de foto's van deze reis in het fotoboek en / of de fotogalerij op deze website!


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Xin Chiao Viet Nam!

Inleiding 

 

Vietnam, 4 april tot 1 mei 2008

Toen ik in september 2007  gestopt was met werken was duidelijk dat Riet en ik nog eens een of meerdere grotere reizen zouden gaan maken als de gezondheid en de overige omstandigheden het toelieten. In de winter van 2007-2008 oriënteerden wij ons met brochures, internetsites, boeken en bezoeken aan reizigersdagen van organisaties. Langzaam kwam Vietnam bovendrijven. ‘Waarom in vredesnaam dan naar Vietnam?’ vroegen sommigen. 

Azië was ons bekend van reizen naar India, Nepal, Sri Lanka, Indonesië. Het is een intrigerend continent. Er is veel oude cultuur, de manier van leven van de bevolking is fascinerend, want in onze ogen zo afwijkend van wat wij ‘normaal’ vinden. Bij Vietnam komt er nog een uitbundige natuur bij, heel veel afwisseling in landschappen, klimaat en (minderheids)volkeren en natuurlijk toch de Amerikaanse oorlog, bij ons beter bekend als de Vietnam-oorlog. Alleen al de namen als Saigon, Hanoi, Da Nang, Pleiku enz. enz. hebben een magische klank van bekendheid omdat ik ze in de jaren van mijn adolescentie bijna elke dag uit de luidspreker van onze Erres radio hoorde komen. Op de kweekschool hadden we het erover. Een goede vriend vond dat de Amerikanen goed werk deden met het bestrijden van het communisme in die regio. Ik zag toen al de willekeur, het onrecht van onvoorstelbare vernietigingswapens en de politieke machtsspelletjes. Ik was geen bewonderaar van Ho Chi Minh, maar ik zag wel dat er een andere kant aan de dominotheorie zat. Ik zag dat macht en belangen een grotere rol spelen dan het vrijheidsverlangen van een volk en het verlangen naar een ‘gewoon’ dagelijks leven waarin een mens wat kan opbouwen en een rustig leven kan hebben met z’n familie. Dat dilemma is prachtig verwoord in het citaat uit De stille Amerikaan van Graham Greene op de vorige pagina. Nota bene geschreven in 1955. Het moest nog tot 1975 duren voor de Vietnamezen zelf hun lot mochten gaan bepalen en de dagen er min of meer hetzelfde verliepen en de blanken hun niet meer voortdurend vertelden wat goed voor hen was… Het leek mij fascinerend om hun land te bezoeken en te kijken hoe het er nu voor staat. 

 Arcadia

Vrienden lieten ons met foto’s  zien hoe hun reis door Vietnam met reisorganisatie Arcadia ruim vier jaar geleden was verlopen. Wij hadden toen de beslissing al genomen overigens. We zouden ook gaan met Arcadia, een kleine reisorganisatie uit Alkmaar, die een reis van 28 dagen aanbood. Dat is meer dan bij welke andere organisatie die we kenden. Niet alleen het intrigerende noorden met zijn minderheidsgroepen met hun prachtige klederdrachten en nog onbedorven gewoonten zat erin, maar ook bijv. een bezoek aan de totaal niet toeristische centrale hooglanden tussen Buon Ma Thuot en Pleiku. En met tijd om ook op eigen houtje op stap te gaan en ook nog eens even tot jezelf te komen na alle bijzondere indrukken, hoewel we daar niet echt veel tijd voor hebben genomen. Een enkele keer hebben we een paar uurtjes echt gerust op de koele hotelkamer, maar meestal gunden we ons daar geen tijd voor: je bent hier nu en je komt hier nooit weer terug, dus pak mee wat je kan aan indrukken en ervaringen, dat was onze insteek. Vakantie was het dan ook eigenlijk niet: we maakten een reis. En dat is echt wat anders… Elke dag vroeg op, half zes was eerder regel dan uitzondering; elke dag enorm veel nieuwe indrukken opdoen en verwerken; de drukkende vochtige hitte; het volle programma en altijd mensen om je heen die iets van je willen.  Nee, een relaxte vakantie is echt iets anders. Maar daar gingen we ook niet voor.

We hebben geen minuut spijt gehad van de keuze. De reis was prima georganiseerd en Arcadia had een goede reisleider gecontracteerd in de persoon van Kris Goetghebeur, een Bourgondische Vlaming (omgeving Antwerpen) die vanaf zijn tiende over de wereld zwierf, nu al negen jaar in Vietnam verbleef, daar een verloofde had gevonden en de taal ook heel redelijk sprak en verstond. Kris is een echte levensgenieter. Hij geniet van de vele Vietnamese culinaire mogelijkheden en dat is aan zijn postuur te zien. Als je iemand van zijn uitgebreide netwerk ontmoette, bijv. de restauranthouder  van ‘Van Son’ in Ha Long City, met wie je het erover had hoe je hier was en met wie, en je maakte het bekende gebaar van een omvangrijk embonpoint, dan brak de lach van herkenning door: ‘Haa, Kris!’ Er was in het begin wat kritiek bij sommigen uit de groep op het feit dat hij niet veel vertelde of dat hij wel eens niet met de groep meeging en ons overliet aan de inlandse gids, maar gaandeweg verstomde die kritiek en was er bewondering voor hoe geolied de organisatie was en voor de vele initiatieven voor optionele excursies en voor de geweldige lunches en diners die Kris steeds wist te regelen. En vertellen kon Kris ook. Niet alleen over allerlei wetenswaardigheden van het land, de geschiedenis, de bevolking, maar ook over avonturen met eerdere groepen. Die verhalen kwamen vooral ’s avonds na het diner, als Kris zijn maïswijn presenteerde. Wat nou wijn, het alcoholpercentage was minimaal 50%, maar de volgende morgen was Kris weer op tijd van de partij en waren de zaakjes weer geregeld zoals ze moesten zijn. Tijdens mijn afscheidstoespraakje dat ik in Hanoi namens de groep mocht houden, vroeg ik hem hoe hij de groep ervaren had. ‘Simpel’, was het antwoord. ‘Simpel, in de zin van: een groep die nauwelijks een reisbegeleider nodig heeft, want die zichzelf goed weet te redden en eventuele hobbels zelf opruimt en initiatieven neemt. Jullie hadden kunnen volstaan met een inlandse gids’, zei Kris. Dat vond ik leuk om te horen. Niettemin was het erg gemakkelijk voor ons dat hij alles zo goed onder controle had. We hebben daardoor in relatief korte tijd heel veel gezien en ervaren, geleerd en genoten. 

Kleine groep

De groep bestond uit slechts acht personen, Riet en mij meegerekend. De andere zes waren zeer bereisde mensen van ongeveer onze leeftijd. Ik was de op een na jongste. Het klikte meteen, zoals dat heet. Je zit met zo’n lange reis en zo’n relatief kleine groep namelijk wel vaak dicht bij elkaar in de buurt, om niet te zeggen op elkaars lip. Ook al omdat iedereen altijd meedeed met alle voorgestelde optionele excursies en omdat we, ook naast de gepland gezamenlijke maaltijden, wel eens samen in hetzelfde restaurant aten. Het deel uitmaken van een groep, daar hadden wij vooraf het meest een hard hoofd in gehad, omdat we geen van beiden zulke groepsmensen zijn, integendeel, we gaan lieve onze eigen gang in ons eigen tempo, maar dat is dus erg meegevallen. We vormden een hecht clubje, mensen die elkaar in hun waarde lieten en zich bij voorbeeld uitstekend hielden aan (tijds)afspraken. Voordeel van zulke bereisde mensen is dat niemand zeurt of klaagt, ook niet als het eens tegenzit, maar dat iedereen overal het beste van probeert te maken. Opmerkelijk vond ik ook dat niemand blasé was of deed: iedereen was ondanks de eerdere reiservaringen verscheidene keren verbijsterd of aangenaam verrast door wat we allemaal te zien, te horen, te ruiken en te proeven kregen. En iedereen keek telkens weer zijn of haar ogen uit op de vele markten die we bezochten, met als hoogtepunt wel de markten in Sapa en vooral Bac Ha. En iedereen had dezelfde schroom om voor het eerst een straat over te steken in Ho Chi Minh City tijdens de spits (die voor je gevoel de hele dag doorgaat). En het voldane gevoel dat je na een week had als je bij jezelf bemerkte dat je er een zekere handigheid in kreeg en niet meer dacht: hoe moet dit aflopen. Over het verkeer verderop meer…

Er was eigenlijk weinig of niets wat nog beter had gekund. Want hoewel het weer in het noorden eerst tegenzat, hebben we daar toch alles kunnen doen wat gepland was, met redelijk helder weer zelfs. Ook in Ha Long Bay hadden we goed helder weer, en dat is daar, net als in het noorden, bepaald niet gegarandeerd. 

We kijken dan ook terug op een onvergetelijke reis, waarin we met heel veel onvoorstelbaar aardige mensen hebben kennis gemaakt en ervaringen hebben opgedaan die ons nog lang zullen heugen. Dat laatste probeer ik met dit verslag wat te structureren. Samen hebben Riet en ik ongeveer 5500 digitale foto’s gemaakt. Ik met mijn digitale spiegelreflex Pentax K 10 D met Sigma objectief 17-70 mm en in totaal 10 GB geheugenruimte. Riet met de Minolta Dimage Z6 met in totaal 3 GB.  In dit verslag een zeer kleine selectie daarvan, met mijn herinneringen daarbij, ondersteund door de uitwerking van aantekeningen die ik onderweg heb gemaakt en met gebruik van literatuur waarvan ik achterin dit reisdagboek een verantwoording geef. Naast dit dagboek heb ik een fotoboek gemaakt, getiteld “Allemaal Vietnamezen, een fotoboek over mensen in Vietnam in hun dagelijks leven”, met bijna 120 foto’s op A-4 formaat. 

Lammert, mei/juni 2008 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 KAART van Ho Chi Minh City en omgeving/ Mekongdelta

Vrijdag 4 april 2008   Pesse→Schiphol→Singapore→Ho Chi Min City                                            

Vriend B. staat precies om kwart over zeven ’s ochtends voor de deur met zijn auto. Hij bood zelf aan om ons naar het station te brengen. Eerst wilden we dat niet, maar hij hield vol dat hij het graag deed, en zo laden we dan onze twee koffers en twee tassen en een fototas in en zeven minuten later zijn we er. We hebben al kaartjes, eerste klas want we reizen in de spits en we willen wel graag zitten met zo’n lange reis voor de boeg. Het gaat allemaal prima, tot bij Hilversum ergens. ‘Deze trein zal niet rijden naar Schiphol maar naar Amsterdam Centraal wegens een wisselstoring.’ Dat zullen wij nu wéér hebben. Destijds naar Egypte ging het ook al mis met de spoorwegen. We zitten niet lekker meer. Ik bel naar Arcadia en leg de situatie uit. Ik heb nog geen idee hoeveel later we zullen aankomen. De heer van Arcadia legt uit dat hij niets voor ons kan doen. ‘U moet die vlucht halen!’ Als we niet twee uur van tevoren aanwezig zijn en de vlucht is overboekt, dan gaat ons ticket naar iemand anders, meldt hij opwekkend. Gelukkig komt voor Amsterdam Centraal het bericht dat deze trein zal doorrijden naar Schiphol, zodat we geen tijd verliezen met overstappen. Zodoende hebben we uiteindelijk nog ‘slechts’ twintig minuten vertraging. Een vriendelijke conducteur heeft begrip en excuseert zich: ‘Ik zit vaak op deze lijn en het gaat bijna altijd goed.’ Hij kan er ook niets aan doen. Hij helpt ons met de koffer het perron op. We haasten ons naar de balie van Singapore Airlines en pas als ik onze tickets en de boardingpas in handen heb, ben ik er gerust op. Nadat we diverse vrij strenge controles ondergaan, waarbij overigens niet naar flesjes vloeistof wordt omgekeken, en de bagage is ingecheckt, hebben we ineens zeeën van tijd, want de vlucht gaat pas om twaalf uur. Het vliegtuig vertrekt keurig op tijd. En dan begint de lange zit. We worden goed verzorgd en het eten is prima, de omstandigheden in aanmerking genomen hebbend zeker. De beenruimte is bij Singapore Airlines beter dan bij de meeste andere maatschappijen, maar als je dertien uur in een stoel moet doorbrengen ga je ook die ‘royale’ ruimte als kwellend eng ervaren. Tegen half een ’s nachts, om 06.30 uur lokale tijd, komen we aan op Changi Airport in Singapore.

Vliegveld groter dan Pesse  

Dit vliegveld is zo groot als het dorp Pesse en de vloer is geheel bekleed met vaste vloerbedekking, zodat er een beschaafd gezoem te horen is in plaats van het rumoer dat andere luchthavens kenmerkt. Het is allemaal heel ruim opgezet. Wij hebben ongeveer anderhalf uur tijd voor de overstap. We gaan eerst even mailen naar dochter Marije bij een van de vele gratis internetpunten. Dat gaat heel vlot. Aparte ervaring om aan de andere kant van de wereld zo je eigen mail te kunnen lezen en versturen. We hebben dat de hele vakantie door volgehouden; in bijna alle hotels was gratis internet en bijna altijd lukte het ook om verbinding te krijgen. Alleen in het noorden ging het een paar keer niet. Althans niet met kpnplanet.nl, maar met G-mail, waar ik ook een account heb, soms ineens wel. Na wat rondkijken op de terminal waar we aankwamen, besluiten we maar met de skytrain naar de derde terminal te gaan. De boardingpas hebben we al op Schiphol gekregen, omdat de vlucht van Singapore naar Ho Chi Minh City (HCMC) ook met Singapore Airlines gaat. We maken kennis met G. en W. die ik herken als Arcadia-ganger aan het felgele label aan hun tas. 

In het vliegtuig naar HCMC krijgen we  (weer) een ontbijt en om half tien ’s ochtends plaatselijke tijd zijn we dan in Saigon, zoals HCMC nog vaak wordt genoemd. Voor ons lichaam en onze geest is het dan al ...

 

 tussenlanding op Singapore

 

 'n luxe vliegveld

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5 april 2008 Ho Chi Minh City, stadswandeling samen en apart, eten langs de straat

’s middags half drie. In het vliegtuig naar Singapore heb ik wel wat gedommeld, maar dat zet niet veel zoden aan de dijk. De hal van het vliegveld van Saigon is een groot contrast met de zalen en oneindige gangen van Singapore. Hier een kale hoge hal waar maar weinig mensen zijn en waar het geluid  aan alle kanten weerkaatst zodat het drukker lijkt dan het is. In Singapore is het juist veel drukker dan het lijkt… De koffers zijn er gelukkig en dan  ontmoeten we Kris, die al staat te wachten en ons voorstelt aan de rest van de groep. We zijn snel buiten en de hitte overvalt ons meteen. Alsof je een warme deken omkrijgt, ook over je hoofd. Want het is behalve warm ook drukkend, nu al, om half tien. We laden de koffers in de bus die na een belletje van Kris voorrijdt. We hebben veel ruimte: er kan wel dertig man in schat ik. We zitten voortaan allemaal op een bank apart met het fototoestel naast ons. 

Het is ongeveer drie kwartier rijden naar het centrum en het hotel. De eerste indrukken van de stad: druk, veel verkeer vooral brommers, motors en scooters. Veel bussen ook. Naar verhouding weinig auto’s.  

Geen 'six million bicycles' maar zes miljoen brommers en motoren

Saigon: 8 miljoen inwoners, 5 miljoen motors en scooters, die of op de stoep geparkeerd staan, of door de straten rijden. Stoppen doen ze alleen voor een rood stoplicht, en ook dat alleen als het niet anders kan. 

Kris brengt ons meteen een levensreddende tip bij. ‘Ga bij het oversteken van een straat vastbesloten te werk. Ze stoppen niet voor je, ook niet bij een zebra, dus je moet gewoon de stap wagen. Ze anticiperen op wat je doet en rijden eerst voor je langs en als je langzaam maar zeker doorloopt, achter je langs.

Zonder vaart te minderen overigens.  DOE NOOIT EEN STAP TERUG,’ benadrukt Kris. ‘Daarop rekenen ze niet, dus die stap kan fataal zijn.’ Hij brengt het met wat ironie maar in de praktijk ervaren we al heel snel hoezeer hij gelijk heeft. De eerste keer oversteken is doodeng. Je ziet ze op je af komen en denkt: dit gaat niet goed!, maar ze anticiperen inderdaad op wat je doet, en als jij anticipeert op wat zij doen, gaat het altijd goed. Zo blijkt het hele verkeer te werken. Er wordt voornamelijk rechts gehouden maar in het oude centrum gaan fietstaxi’s en ook brommers ook rustig links door de bocht als ze dat beter uitkomt.

Na een paar keer krijgen we al enige flair bij het oversteken en als we aan het eind van de reis in Hanoi weer met dezelfde hectische verkeersdrukte moeten omgaan, is het eigenlijk een gewoonte geworden, dat oversteken. We zeggen dan wel tegen elkaar: don’t try this at home! want je krijgt daar van alle kanten de bekende vinger -als het daar al bij blijft. Hier hebben we dat geen enkele keer meegemaakt. Heerlijk, een samenleving zonder hufterigheid. 

Confucius in het verkeer

Mijn conclusie uit de manier waarop deze acht miljoen mensen in het verkeer met elkaar omgaan, is dat ze een bijzonder hoge tolerantiegraad moeten hebben. En dat blijkt ook verder tijdens onze reis. Nergens zie je iemand openlijk zich ergeren of opwinden. Dat schijnt te maken te hebben met hun levensbeschouwing en geloof. In Vietnam heerst voornamelijk de  Boeddhistische godsdienst, maar slechts 20% van de mensen doet daar daadwerkelijk wat aan. Even belangrijk is het Confucianisme, een erfenis van de eeuwenlange Chinese bezetting. In deze leer is de familie de hoeksteen van de samenleving (waar hebben we dat meer gehoord, maar hier is het écht zo…). Gezichtsverlies is een grote schande, omdat je daarmee niet alleen jezelf teleurstelt, maar ook je familie. Je brengt dus de ander niet in de situatie dat hij gezichtsverlies lijdt; dat doe je gewoon niet. Doe je dat namelijk wel, dan lijd je zelf het grootste gezichtsverlies. Je wijst dus ook nooit iemand openlijk op een fout, maar je lost het op met een glimlach. Als er iets typerend is voor de mensen hier, dan is het die glimlach. En het V-teken, voor Vietnam en Victory. De kleinste dreumesen ontvangen je met een glimlach en dat V-teken. Vriendelijkheid en gastvrijheid en echte belangstelling voor jou als vreemdeling zijn hier geen aangeleerde horecatrucjes maar behoren tot de volksaard. Later horen we van Hans, een Nederlander die hier ook is blijven hangen, getrouwd is en een hotel heeft gebouwd in Hoi An, dat dit inderdaad wel zo is. ‘Maar’, zei die, ‘ze zijn als een vulkaan. Heel lang blijft het deksel er op, maar áls het er eenmaal af is, dan exploderen ze ook en kun je geen taaier tegenstander hebben. Kijk maar naar het verzet in de achtereenvolgende oorlogen die ze hebben moeten voeren voor hun onafhankelijkheid.’

Goed, wij waren dus op weg naar het hotel. Hotel Hai Long 1. Het ligt in het centrum op loopafstand van allerlei bezienswaardigheden. In het hotel krijgen we een korte briefing, zo noemt hij dat, van Kris. Even douchen, je koffer uitpakken, en dan voor een informatieve tour te voet langs wat mogelijke restaurantjes voor de komende dagen, de ATM (geldautomaat) en wat bezienswaardigheden die je dan zelf op eigen gelegenheid later beter kunt bekijken. En dan samen eten in het ‘populairste  restaurant van de stad’. Volgens Kris. En die kan het weten. Als er één reisleider is met verstand van lekker eten en van goede  restaurants is het Kris, zo leerden wij op deze reis. 

We krijgen een kamer  op de een na hoogste verdieping (de 11e) met het mooiste uitzicht van allemaal. Sommigen zien alleen een blinde muur. We nodigen ze uit om van ons uitzicht te genieten. We kunnen lang op het balkon staan kijken naar het gewriemel beneden ons. Het is fascinerend om te zien.

Stadswandeling

En ’s avonds laat is het uitzicht ook nog interessant; het verkeer blijft praktisch de hele nacht doorgaan. Een wereldstad als deze slaapt niet, zegt het cliché, maar het is wel zo.. Zo wordt aan het gebouw dat tegen ons hotel aan staat, gebouwd en ook dat gaat dag en nacht door. We slapen de eerste nachten dan ook slecht door het niet aflatende lawaai. 

De tocht ter oriëntering door de omgeving gaat in snel tempo. Bij de ATM scoor ik de eerste hoeveelheid dongs. 1 Euro = ongeveer 25.000 dong dus als je €80 pint, ben je al twee keer miljonair. Even later zitten we boven aan één lange tafel in het populaire restaurant Bún, waar het op zaterdagmiddag inderdaad heel druk is. Kris stelt ons voor aan zijn charmante verloofde en bestelt voor ons ‘van alles wat’, wat  neerkomt op o.a. springrolls, dat zijn een soort mini-loempia’s in rijstpapier. Je kunt ze ook vers krijgen, maar deze zijn heerlijk gefrituurd. Verder is er pho, dat is een soort soep: bouillon met groentes. Jammer is dat ze er vaak ve tsin in gooien. Er is rijst (com), vlees, vis, garnalen. Zoveel dat het lang niet op komt. Het smaakt allemaal prima. Behalve de pho, daar ben ik niet zo gek op. Ik vind het wat flauw en de smaakversterker maakt het er niet beter op. Maar voor de rest: heerlijk. Ik ben de enige die niet met stokjes eet. Met een vork gaat het een stuk beter; meestal krijg je echter naast de stokjes alleen een lepel en moet je om een vork speciaal vragen. In de meer westers georiënteerde zaken is een ‘normaal’ bestek standaard en moet je juist om stokjes vragen. 

Na het eten gaan Riet en ik de stad in. We lopen langs de dingen waar we net in sneltreinvaart voorbij kwamen. Het postkantoor bij voorbeeld. Het is een koloniaal gebouw uit de Franse tijd. Het is perfect onderhouden. Ik zit even op een bank binnen te kijken (en te rusten!).    

Aan het eind kijkt Ho Chi Minh minzaam neer op het volk. Een vriendelijke man spreekt ons aan. Waar we vandaan komen, waar we naar toe gaan, enz. Het blijkt een Thai te zijn die hier vaker komt. Hij waarschuwt ons voor zakkenrollers. ‘Hier valt het nog mee maar in Hanoi is het echt erg.’ Wij hebben die ervaring niet. Ook niet in Hanoi. Vietnam is een van de veiligste landen, ook in een internationale verzekeraarsmonitor. We hebben ons geen moment onveilig of zelfs maar onbehaaglijk gevoeld, ook niet ’s avonds in het donker met zijn tweeën op straat, ook niet met een dure camera op de buik. 

Uit dezelfde Franse tijd is de OLV Kathedraal. Elke zondag zit die propvol; het katholicisme is nog steeds een belangrijke minderheidsgodsdienst in Vietnam en die wordt niets in de weg gelegd. 

Voor de kathedraal is een groot plantsoen dat populair is bij bruidsparen om te poseren. Van een van de paren maken wij ook foto’s. De man (een oom van de bruid, zo blijkt) is erg ingenomen met onze belangstelling. We laten hem onze foto zien. Hij glimt. Trots vertelt hij dat hij Amerikaan is. Het gaat hem daar goed, zegt hij. De VS zijn voor veel Vietnamezen het beloofde land. Nog steeds of weer. En sinds de normalisering van de betrekkingen tussen de Socialistische Republiek Vietnam  en de VS en de rest van het Westen zijn er veel westerse investeringen waarvan de gevolgen ons de komende weken niet kunnen ontgaan. 

Als je een petje koopt,  wil je ook vast wel méér petjes kopen

In een ander plantsoen met een groot socialistisch bombastisch beeld zitten we even uit te blazen. Het is erg warm en we zijn moe na zo’n lange dag en de jetlag doet zich gelden. Om ons heen al gauw wat kinderen die ons proberen ansichtkaarten te verkopen. Riet zwicht voor hun vasthoudendheid. Het zijn geen mooie kaarten maar het meisje wint. Als je eenmaal wat gekocht hebt, is dat niet het teken voor de anderen om het dan ergens anders te proberen, nee, als je iets koopt, kun en wil je ook vast wel méér kopen. Zo redeneren ze kennelijk. Later op de middag krijgen we de verkopers van zonnebrillen, portemonnees, petjes enz. enz. Het helpt niet als ik mijn portemonnee laat zien. ‘Ja, maar die is oud en deze zijn nieuw’, zeggen ze dan. Als ik zeg dat in die van mij geld zit en in die van hen niet, moeten ze lachen. Humor hebben ze vaak wel. Maar na een paar dagen word je wel wat moe van al die mensen die iets van je moeten, die je iets willen aansmeren. Op sommige plaatsten word je constant aangesproken. Iemand op een brommer biedt je een rit naar het strand aan. Een oud vrouwtje een pakje zakdoekjes. Soms zijn ze zielig, maar je kunt niet toegeven want dan is het einde zoek. Op den duur ontwikkel ik de tactiek om vooral geen oogcontact te maken. Als je dat wel doet, hebben ze je namelijk al beet en valt het moeilijk er van af te komen. Een beleefd ‘no thank you’ volstaat zelden om ze kwijt te raken. Wat ook helpt, is in het Nederlands te reageren op hun Engelse aanbiedingen. Ik heb wel begrip voor hun poging om wat te verdienen aan die ‘steenrijke’ toeristen, maar soms denk ik: scheer je weg! Maar we blijven beleefd want dat zijn zij ook. Beleefd vasthoudend. 

We lopen met de kaart in de hand door de stad. Ik wissel nog wat geld bij een wisselkantoor. Later probeer ik maar zoveel mogelijk te pinnen. Dat lukt bijna overal, hoewel soms alleen met de Visacard. In de buurt van de kathedraal hebben we even een regenbuitje, maar het is ook zo weer droog. We drinken daar in de buurt een heerlijke cappuccino. Had ik niet verwacht die hier te kunnen drinken. Hij is goed klaargemaakt en smaakt uitstekend. De prijs is dan ook ongeveer van West-Europees niveau. We lopen door het rijke en toeristische deel, met de grote hotels en fraaie gebouwen uit de Franse tijd langzaam weer terug naar ons hotel. 

Na een uurtje rust in onze koele kamer is het tijd om een eetgelegenheid te zoeken, dus weer eropuit.  We vinden op tien minuten lopen de markt terug, waarlangs veel eettentjes zijn, allemaal buiten, vlak langs de straat met kraampjes, waar half Saigon om deze tijd flaneert. Dat flaneren doen ze bij voorkeur op de brommer. Man aan het stuur, daarvoor het grootste kind staand op de treeplank met zijn of haar koppie net boven het stuur uit; achterop moe met tussen hen in nog hun tweede kind. Je houdt het niet voor mogelijk, maar het is hier heel gewoon. Wij zitten het aan te zien vanaf onze plastic stoeltjes achter onze formica tafel. De jongens die je hier naar hun terras lokken, spreken en verstaan goed Engels. En gelukkig hebben ze een kaart in het Engels, en nog mooier: er staat ook een groot bord met afbeeldingen van de aangeboden maaltijden. We bestellen en even later staat het voor onze neus. We krijgen fresh springrolls, maar dat betekent hier niet vers maar rauw. Dat was toch niet de bedoeling. We krijgen gefrituurde en die zijn heerlijk. Daarnaast een bord met gegrilde  garnalen die we zelf moeten pellen. Met een sausje van vers citroensap uitgeknepen boven wat zout: lekker!

 

 

 meteen na aankomst valt de drukte op

 uitzicht op Ho Chi Min City (HCMC), of Saigon

 O.L.V. Kathedraal

 het fraaie postkantoor van binnen

 met antieke telefooncellen...

 en Ho Chi Min aan de muur

 uitzicht vanuit onze hotelkamer

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zondag 6 april 2008 Ho Chi Minh City, cyclotour door de stad, tempels en markt in Chinatown, nog meer zwerven door de stad

We staan al om half zeven op want om acht uur vertrekken de fietstaxi’s (cyclo’s op z’n Frans). Als ik de kamer afsluit, breekt de sleutel af. Ben ik nou zo sterk? Via de balie krijg ik van een medewerkster een nieuwe, dikkere sleutel maar door het gedoe heb ik niet veel tijd om lekker rustig te ontbijten. Er zijn genoeg lekkere dingen. Naast allerlei warme gebakken/gefrituurde dingetjes is er ook stokbrood, gebakken ei, jam, vers sap, thee enz. Volgende keer nog wat eerder op want ik hou er wel van om ’s morgens rustig te ontbijten. 

Met de fietstaxi door de oude stad

Kris heeft een cyclotour georganiseerd. Om stipt acht uur staan ze klaar: 8 cyclo’s met een fietser die ons in het bakje de oude stad zullen laten zien. Kris zelf gaat niet mee. Het is om acht uur al warm. We stappen op of beter: in, en in de rij gaan we op pad. Dwars door het chaotische hectische verkeer, dat op zondag op dit tijdstip al weer best druk is.

Je ziet in z’n bakje veel van de stad. Na een tijdje durf ik om me heen te kijken en dan zie je dat een groot deel van het leven zich hier buiten op straat afspeelt. Men eet, drinkt, slaapt, drijft handel, rust uit, fabriceert dingen of repareert ze en dat allemaal op de stoep. Dat alleen al is fascinerend om te zien. Omdat het zo volkomen tegengesteld is aan wat wij gewend zijn. Alle beroepen bijvoorbeeld zijn bij ons toch uit het zicht verdwenen? Zittend in zo’n bakje zie je het hectische verkeer van alle kanten op je afkomen en moet je maar hopen dat alles goed gaat, maar dat gaat het. De cyclisten doen het niet voor het eerst, denk ik maar. En met wat geven en nemen van iedereen en met veel getoeter komen we overal waar we wezen moeten. Soms zit er maar een decimeter tussen mijn cyclo en een motor, reusachtige bus of scooter maar je went overal aan. Mijn gekromde tenen ontspannen na een kwartiertje al wat.

Niet zuinig met wierook in boeddhistische tempels 

We bezoeken een aantal Boeddhistische tempels die op deze zondag druk bezocht zijn en waar wij welkom zijn om rond te kijken en ook foto’s te maken. De mensen doen net of wij er niet zijn; niemand stoort zich aan ons. Met wierook zijn ze niet zuinig. Met bossen tegelijk worden de stokjes aangestoken en devoot buigend zwaaien de mensen ermee naar de Boeddhabeelden.

Binnen veroorzaakt de wierook een dichte mist. In één tempel houd ik het niet langer vol en moet ik naar buiten om frisse lucht te krijgen.

Ik kijk mijn ogen uit. De mensen gaan allemaal individueel hun gang. Van een dienst of enige leiding is geen sprake. Je weet niet waar je kijken moet, overal om je heen gebeurt wel wat. Soms loop ik in de weg (heb ik het gevoel) als iemand met een grote bos wierook in de drukte wil passeren. Niemand neemt echter notitie van mij met mijn grote spiegelreflexcamera en zoomlens. In een gang naast de tempel is een grote oven waar alle ‘afval’ wordt verbrand, ook veel halfopgebrande wierookstokjes, om weer plaats te maken voor nieuwe… De mevrouw zwaait vriendelijk als ik er een foto van maak. 

Je kunt als gelovige ook kiezen voor wat duurzamer wierookgave: aan de zoldering hangen spiralen, die volgens de Engels sprekende leider van de cyclisten (bij wie Riet in het bakje zit) zo’n drie maanden branden. Dat kost natuurlijk wel wat, maar dan komt er ook een rood papiertje aan te hangen met je naam en het aantal dongs dat je doneerde. 

Voort gaat het, naar de Chinese markt Cholon in China-town. Dat is een overdekt complex waar je alles kunt kopen wat je nodig hebt ‘n wat er niet is, daar kun je ook rustig zonder’, is het gezegde. We kijken verbaasd en soms verbijsterd naar de manier waarop bij voorbeeld vlees en vis hier aangeboden worden: ongekoeld in de hitte, op een of twee vierkante meter waar de verkoopster dan ook nog moet zitten.    

De volgende tempel is niet zo tussen de huizen ingebouwd als de vorige. Van binnen hetzelfde beeld en toch weer anders. 

Uitvaartcentrum

Onderweg zien we vanuit ons bakje natuurlijk ook heel veel van de stad, want we doorkruisen in een ochtend toch maar een groot deel van het centrum, en vooral dat deel waar we lopend niet gauw naar toe gaan, omdat dat net te ver van het hotel is. Tot slot van de bezienswaardigheden laten de cyclisten ons een uitvaartcentrum zien. Tegenover is het ziekenhuis, merkt de Vietnamese leider niet zonder ironie op. Als het daar mis gaat, dan komen mensen hier terecht, tenminste als de familie niet genoeg geld heeft om de overledene thuis op te baren. Eerst mogen we geen foto maken van een soort oppasser, maar de familie die bij de kist bijeen is, vindt het juist prima dat we een foto maken. Hoe meer belangstelling iemand heeft na zijn dood, hoe mooier men dat vindt. Discreet druk ik af zonder flits. En dan zijn we weer terug bij ons hotel. Ik stop de beide trappers een veel te grote fooi in handen waar ze blij mee zijn. Ze hebben er hard voor getrapt in die warmte. De ene heeft kinderen die studeren, vertelde hij en dat kost een hoop geld. Nou ja, wat is dan een paar euro voor ons. 

Na een uurtje rust op de kamer gaan we op pad, richting de Mekong rivier. Het is best een eind lopen in de hitte. De Mekong is een brede stroom; we zien een paar grote boten. Erlangs is een mooi plantsoen waar het wat koeler is in de schaduw. Het valt mij op dat de stad (en alle steden overigens) veel geld en moeite besteedt aan het onderhoud van prachtige parken en plantsoenen. Ik had verwacht dat dit minder prioriteit zou hebben in een ontwikkelingsland. Het ziet er keurig verzorgd uit en schoon! 

Trendy westers eetcafé 

We eten in een trendy eetcafé Ciao. Heel westers met leren banken en parket. Ik heb gebakken kabeljauw en rijst met groente. Lekker. Riet heeft tomatensoep en een broodje zalm. We lopen door naar hotel Rex. Vanuit dit hotel werden de journalisten tijdens de Vietnamoorlog c.q. Amerikaanse oorlog altijd op de hoogte van de strijd gebracht door Amerikaanse officieren. De persconferenties werden niet hoog aangeslagen want het werkelijke nieuws werd er niet verteld. Op de vijfde verdieping van dit chique hotel is een terras en daar drinken we een cappuccino en daarna vers geperst vruchtensap. Schade: 300.000 dong; ruim twaalf Euro. Daarvan kun je op de markt anderhalf keer een volledige maaltijd eten met drankjes erbij. Maar goed, we hebben het uitzicht er ook bij en het is best een aardige manier om je (deel van de) vrije zondagmiddag door te brengen.

Rechts beneden ons hebben we  uitzicht op het park waar we zostraks een hele poos hebben zitten kijken naar de talloze mensen die elkaar hier moeten fotograferen voor het beeld van Oom Ho (Chi Min). Ik zie ook een grote rat snel van het ene hegje naar het andere schieten. Het is heerlijk zitten in de zon. Niemand die je hier lastig valt. Dat is anders als we met wat omwegen teruglopen naar ons hotel, via winkeltjes en markten . ’s Avonds eten we weer op de markt. Ik krijg niet helemaal wat ik bedoeld had toen ik bestelde van de kaart. Het uitzicht vanaf onze plaats achter de tafel is weer grandioos. We hebben een gesprek met een jonge man uit Maleisië die hier voor zaken is. Hij wil van alles van ons weten. Hij vindt het hier duidelijk lang niet zo goed georganiseerd als bij hem thuis. Wat wij van Fitna vinden, de film van Geert Wilders, wil hij weten. We formuleren voorzichtig een antwoord. Hij is niet zo tevreden met onze genuanceerde maar vooral kritische benadering. ‘I strongly support it!’ laat hij weten over de film en Wilders’ standpunten. Dat je nou in Vietnam je nog moet verdedigen omdat je niet zo enthousiast bent over Fitna! Dat kun je thuis niet bedenken.




 

 

 "Cyclotour"

 acht fietstaxi's op een 'rij'

We doen een paar Boeddhistische tempels aan; je mag overal fotograferen, dus...

 

 zonlicht door de wierookdampen

 oven voor wierookstokjes

 wierookspiralen

 wierookspiralen boven

 

  

Overal zijn kinderen en ze zijn net als de volwassenen meestal open en enthousiast. 

 verder weer

 Chinatown markt

 limoenenverkoopster

 nog een tempel

 wierook

 

 ook wierook

 

 

De Vietnamese toerleider brengt ons tenslotte naar een soort rouwcentrum. We willen niet fotograferen, maar het wordt juist aangemoedigd. Hoe meer belangstelling hoe meer eer voor de overledene. Dus toen deze foto -zonder flits- maar genomen. 


 

 Stadswandeling met z'n tweeën langs de Mekong en meer

 

 

 roeien met de voeten

 

Het befaamde Rex hotel in Saigon. Hier brieften de Amerikaanse generaals/ voorlichters de journalisten over de voortgang van de Vietnamoorlog.

 

Wij zitten een tijdje op het dakterras te genieten van de rust, een lekker drankje en het uitzicht over de stad.

 plein voor hotel Rex

 hier links aten wij een paar keer heerlijk

 


 dit was ons uitzicht tijdens het eten
Onder: dragonfruit op een stalletje
Rechts: ons uitzicht in het hotel 's nachts

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Maandag 7 april 2008  Saigon /varen in de  Mekongdelta, My Tho tempel, olifantsvis eten, eten op de markt

Vroeg op, lekker ontbeten en om half acht zitten we in de bus. De Mekongdelta staat op het programma. Het is iets meer dan twee uur rijden. Het landschap is vrij saai, maar er is genoeg  te zien onderweg. Na anderhalf uur: koffiepauze. In een grote tuin van een restaurant drinken we de pikzwarte zoete koffie die ze hier schenken. Als het kan even wat heet water erbij graag. Dan is het best te drinken. Na nog een kwartiertje rijden zijn we er. We schepen in in een van de talloze boten die hier liggen. Met ons achten hebben we zeeën van ruimte. We gebruiken vandaag verschillende boten om ook wat dieper de delta in te kunnen komen. Er zijn diverse eilandjes, gescheiden door smalle kanalen. Vrouwen roeien ons erdoor. Het is dringen met al die bootjes in zo’n smalle sloot. De Mekong zelf is een enorme open ruimte, meer dan een kilometer breed schat ik. In de verte reiken de einden van een brug in aanbouw naar elkaar.

Varen op de Mekong

De drie belangrijkste eilandjes rond My Tho zijn het Drakeneiland, Schildpadeiland en Eiland van de Eenhoorn.  We bezoeken een eilandje waar we getrakteerd worden op allerlei lekker fruit en muntthee. Een muziekgroep speelt voor ons. Op een eiland bezoeken we een heel kleinschalig fabriekje waar ze kokossnoepjes maken. Natuurlijk kun je er ook producten kopen. Wij kopen een zakje gesuikerde gember. Schijnt goed te zijn voor de stoelgang. Daarmee gaat het tot op heden wonderwel, overigens…Op de rivier zien we veel grote boten die zand vervoeren. Je ziet eigenlijk alleen een berg zand varen met een kajuit erachter.We zien drijvende vis- en garnalenkwekerijen langs de oevers. En op weer een ander eiland is een uitstekende lunch verzorgd. Het meisje dient hier een olifantsvis op, prachtig klaargemaakt. Ze verpakt de stukjes vis aan tafel in vers rijstpapier en zo mogen we ze eten. Het smaakt goed. Kris komt nu en dan vragen hoe het smaakt en of er genoeg is. Hij geniet er zichtbaar van dat wij lekker eten. Aan boord terug ’s middags krijgen we nog een verse kokosnoot om leeg te drinken. Lekker fris bij dit weer.     

Terug aan de wal om een uur of twee rijden we naar My Tho, waar een opmerkelijke tempel staat. Hij is (pas) uit 1849.  Het is er vreselijk heet na de betrekkelijke koelte van de rivier. De tempel is, net als alle andere hier, niet mooi maar inderdaad wel opmerkelijk. Heel overdadig gedecoreerd in de bekende suikertaartenstijl. Ervoor staat een tientallen meters hoge Boeddha, nog blinkend van nieuwheid.          

Blinde vader

We hebben rustig de tijd om alles te bekijken. Er loopt een jongen rond met zijn blinde vader aan de arm. Het maakt een zielige indruk. Voor de zekerheid vraag ik Kris die ze wel kent, wat je dan kunt doen. Volgens Kris wordt er wel wat voor deze oorlogsslachtoffers gedaan, hij geeft ze elke keer dat hij komt wat kauwgom. Maar het is geen ‘zomaar’ bedelarij. Ik geef de jongen wat dongs. Ik voel me in zulke situaties heel ongemakkelijk als relatief toch rijke westerling. Ik zal dat nog wel vaker hebben. Bedelarij komen we eigenlijk nauwelijks tegen. Ze verkopen altijd wel wat, ook al is het een pakje kauwgom of een pakje papieren zakdoekjes. Toch kun je er eigenlijk niet aan beginnen wat te kopen want zodra je dat doet, ben je binnen de kortste keren omringd door meer mensen die handel ruiken. En die niet willen begrijpen dat als je al wat gekocht hebt, je niet méér wilt kopen.

Dan volgt de weg terug naar Saigon. We zijn mooi voor de spits terug (16.00 uur) en rusten wat op onze kamer en kijken naar het verkeer 11 verdiepingen onder ons. 

Half Saigon trekt op de scooter langs ons eettafeltje

’s Avonds eten we weer op de markt. Het bevalt ons goed: goedkoop, lekker en je ziet voor je gevoel half Saigon op de scooter aan je voorbij trekken. Overigens ook wel aardig wat toeristen. Maar weinigen van hen gaan op de vriendelijke uitnodiging van de klantenlokkers in. We eten fried spring rolls seafood, (smakelijke ronde miniloempia’s met garnalen), een vleesspies, groente, fried rice (nasi), een halve liter Tiger pils, mineraalwater en twee glazen vers geperst ananassap en dat alles voor ca. 6,5 Euro. Onbegrijpelijk, en lekker! Onderweg naar het hotel terug kopen we bij een stalletje van een oud vrouwtje twee grote anderhalve liter La Vie mineraalwater. Terug op de kamer is het al kwart voor elf. Hoog tijd om onder zeil te gaan want morgen is het weer vroeg dag. 



 

 

 ochtendspits

 we varen vandaag met verschillende boten, grotere en kleinere

 de Mekong is een machtige stroom hier

 boot met zand

 brug in aanbouw

 er is veel zand nodig

 ochtendkoffie en proeverij met live muziek

 in een kleinere boot door de kreken

 door het krekenstelsel

 kokossnoepjesfabriekje

 lunch: olifantsvis

Tempel My Tho

 tempel van My Tho

 

 Saigon

 

 brommers, motoren, brommers, motoren, ..

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dinsdag 8 april  Saigon / Cu Chi tunnels en Cao Dai tempel, kijken en kopen bij slachtoffers van agent orange

We staan om kwart voor zes op en na weer een lekker ontbijt zitten we om stipt zeven uur in de bus. Vandaag staan de tunnels van Cu Chi op het programma en de grote tempel van de Cao Dai. Het spitsuur is zeldzaam druk, vooral de stad in. Wij willen er uit dus op onze baan is het iets minder druk. Rijen en rijen dik rijden de motors en scooters. 

Tunnelsysteem, bommentapijten en ontbladeringsmiddelen

Info van Kris: De tunnels van Cu Chi vormden ooit een 265 km lang ondergronds netwerk waarvan het  graafwerk gestart is in de jaren ’40 uit protest tegen het Franse regime.  Vanaf de jaren ’60 werden de herstellingen en uitbreidingen aangevat. De Viet Cong kon zelfs verrassingsaanvallen uitvoeren tot in Saigon. Een deel van de tunnels lag onder een grote Amerikaanse basis! Omdat de Amerikanen geen vat kregen op het ingenieuze tunnelsysteem schakelden ze over op de bommentapijten en ontbladeringsmiddelen. In het boek ‘The Tunnels of Cu Chi’ (Tom Klangold & John Pennycate) wordt vermeld dat de 420 km2 van Cu Chi de meest gebombardeerde, vergaste en vernietigde plek ooit was in eender welke oorlog. Het is dus met recht historische grond. Dit was het brandpunt van die oorlog waar je in de jaren zestig elke dag van hoorde. Onderweg passeren we My Lai, de plaats waar de legendarische foto is gemaakt van het naakte meisje dat wegrent voor de brandende napalm. De foto die de westerse publieke opinie ten aanzien van de Vietnamoorlog vergaand beïnvloedde. 

Het is nog een hele rit. Ter plaatse  is alles ingericht om massa’s toeristen op te vangen en rond te leiden en ze een beeld te geven van de heroïsche strijd van de eenvoudige Vietnamees  tegen de machtige imperialisten. Riet en E. blijven achter omdat ons valselijk wordt voorgespiegeld door de inlandse gids (Kris is er niet bij vandaag) dat het niet te doen is als je de tunnel niet in wilt. Dat blijkt later een groot misverstand te zijn, want het kruipen door de tunnel kun je simpel omzeilen. Maar goed, wij krijgen eerst een film te zien. In zwart wit, van een abominabele kwaliteit ( dat kon toch echt in de jaren zestig wel beter zou je zeggen). En een en al propaganda. Elke inwoner van Cu Chi vocht mee, als je het zo hoort. Daarna mogen we met een gids mee het terrein op. Er is een stukje echte tunnel waar je doorheen mag kruipen. Dat stukje is al wat ‘opgerekt’ voor de westerse toerist die flink wat forser is gebouwd dan de gemiddelde Vietnamees. Ik krijg het er Spaans benauwd in en ben dolblij dat ik er hijgend en bijna hyperventilerend na twintig meter uit kan. En dan neem ik dank zij een schreeuw van Hans in het halfduister nog net de goede ‘afslag’. Niemand opteert voor de 40 of 60 meter. Je had dat stukje dus achteraf ook gewoon bovengronds kunnen afleggen dus E. en Riet hadden best mee gekund. Alle andere zaken zijn bovengronds en vaak nagebouwd als scènes met poppen.    

Rookloze kachel     

Natuurlijk maakt iedereen een foto van de Vietnamese militair die ons voordoet hoe ze destijds door een luikje de tunnel in gingen en het luikje onzichtbaar boven zich sloten. Deze foto zie je in elke folder en reisgids. Interessant is de nagebouwde smokeless stove, de keukenkachel die ‘geen’ rook verspreidde. Via een ingenieus systeem van gangen en filters kwam de rook heel ergens boven de grond en alleen ’s nachts als er toch  al wat nevel hing. Indruk maken ook wel de booby traps, zonder uitzondering vallen met puntige pennen die door je been/ arm/ lichaam gingen als je erin liep of viel. We zien een hut met een natuurlijke dakbedekking van een bladerensoort die niet wil branden! We eten een stukje cassave en drinken muntthee omdat dat erbij hoort. We zien hoe sandalen gemaakt werden/ worden van autobanden. Als je je voorstelt dat hier keukens, slaapverblijven, verpleegafdelingen enz. onder de grond waren in een tunnelstelsel van vier verdiepingen onder elkaar dan krijg je wel respect voor de taaie verzetskracht van dit volk. En dat alles onder de ogen van de Amerikaanse soldaten, letterlijk onder hun basis… 

Daarna gaan we naar de Cao Dai tempel in Tay Ninh. We zijn er mooi op tijd d.w.z. ruim voor 12 uur. Er zijn 4 diensten per dag, om de zes uur. Voor de dienst mag je rondlopen in de tempel en alles wat je wilt fotograferen. Even voor twaalven wordt de begane grond ontruimd en om twaalf uur begint de ‘dienst’. Toeschouwers, en die zijn er heel veel!, kunnen boven op de galerijen langs de hele lengte van de tempel alles volgen. Er speelt een orkestje op de achterste galerij, er is een vrouwenkoortje en beneden nemen de leden hun plaatsen in. Het gaat allemaal bijna als een traag ballet: ieder weet kennelijk zijn of haar plaats en iedereen loopt keurig in de rij in de maat en gaat tegelijkertijd zitten. Het heeft iets van een show voor mijn beleving. 

Alziend oog

Het alziend oog kijkt niets ziend op ons neer. Of het al goud is wat er blinkt, heb ik niet gevraagd. (Wel werd mij duidelijk dat de sekte vrij vermogend moet zijn, gezien de grootte van het perceel. Ze hebben ook eigen scholen. )Na elkaar komen de leden binnen en ieder gaat zitten op zijn eigen plaats. Het is net een traag ballet. Tijdens de dienst gebeurt er niet veel. Sommigen zingen mee met het koor. Verder zitten ze maar. In de drie kwartier dat ik de dienst gevolgd heb, heb ik niets ontdekt van een preek of een voorganger of van offers brengen of iets dergelijks. Opmerkelijk vond ik dat het heel gewoon gevonden werd dat je overal fotografeerde. Ook de mensen vonden het prima als je ze kiekte. Ze zijn heel voorkomend. Zo staat  er bij het begin van de trap een vriendelijke mevrouw om je te waarschuwen je niet te verstappen.  

Kris geeft de volgende informatie over Cao Dai: ‘In de jaren ’50 bereikte de Cao Dai sekte het hoogtepunt van haar macht, na het ontstaan in de jaren ’30. Het is een mengeling van boeddhisme, daoisme, confucianisme, Christendom en nationalisme.  Naast Vietnamese volkshelden werden ook bvb. Sun Yatsen, de Chinese nationalistische keizer en Victor Hugo vereerd.  De tempel is gebouwd tussen ’33 en ’55, het ‘Heilige Zien’ verwijst naar het Alziende Oog.  De Muurschildering in het portaal verbeeldt de ondertekening van het Derde Verbond tussen God en Mens, door Sun Yatsen, Nguyen Binh Kiem (Vnese dichter) en Victor Hugo.  De tempel is gebouwd in 9 niveaus, de 9 stappen naar de hemel. De kleuren geel, blauw en rood staan voor de drie takken van de sekte.  De boeddhisten zijn in het geel gekleed, daoisten in blauw en de ouderen in het wit.’  

Kleurrijk spektakel

We maken heel veel foto’s. Het is ook zo’n kleurrijk spektakel. 

Als Riet en ik naar buiten komen als we het gevoel hebben dat we alles gezien hebben, staan de meesten van de groep al op ons te wachten. Ze hebben wijselijk de schaduw opgezocht. Het is een heel hete dag. We eten in de buurt in een restaurant dat met de bus niet is te bereiken, zo’n slechte weg is het. Maar het is een modern ruim restaurant en het eten is er heerlijk. 

Op de terugweg wordt het mij even te veel en doe ik even een tukje. Riet maakt er een foto van. We bezoeken nog een werkplaats die de overheid hier in stand houdt voor slachtoffers van de Amerikaanse oorlog, van de ontbladeringsmiddelen, met name. Er schijnen nog steeds mismaakte kinderen door geboren te worden. Volgens Kris zorgt de overheid goed voor deze mensen.  In de werkplaats maken ze kunstwerken met lakwerk op heel kleine stukjes eierschalen die zo naast elkaar geplakt worden dat ze mooie voorstellingen vormen. Hetzelfde doen ze met parelmoer. Het is uiterst precisiewerk en heel arbeidsintensief. We kopen hier onze souvenirs voor de familie Haar, voor Marije en Michel en voor onszelf wat leuke dingetjes. Gelukkig kan ik betalen met de Visacard. We komen in de spits te zitten in Saigon en daardoor zijn we pas tegen zes uur bij het hotel. We doen even een tuk en moeten dan tegen acht uur weer de straat op om te eten. De jongen bij het eettentje bij de markt herkent ons en als we weggaan vraagt hij heel beleefd of we morgen weer komen. Nee, want we moeten verder. We eten en drinken voor 5 euro: gefrituurde inktvis, gebakken springrolls, gebakken rijst met varkensvlees (nasi) 2 Tiger beer, mineraalwater en 2 grote glazen vers geperst ananassap. Heerlijk. We zorgen een beetje op tijd op bed te komen want ’t is morgen heel vroeg dag. 



 

 

 zo moet je dus een tunnel in

          
Links een vermomde luchtinlaat voor de tunnels en rechts demonstratie van door de Vietcong gebruikte boobytraps: niet fijn

 in de tunnel de 'smokeless stove'

 boom met jackfruitvruchten op het terrein


 

Cao Dai tempel van Tay Ninh

  

 bijna psychedelische orgie van kleuren

 't alziend oog 

 we maken een dienst mee

op het voor toeristen bestemde balkon

 koortje

 en orkest op de galerij

 


 

werkplaats voor slachtoffers van agent orange

  

meisje zaagt een parelmoerschelp in model; ze maken mooie dingen, lakwerk en inlegwerk maar iets als dit rechts is niet te betalen... voor ons althans

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 KAART Saigon naar Nha Trang

Woensdag 9 april 2008 Ho Chi Min City →Nha Trang, perfecte lunch, wandeling in de natuur

We staan om vijf uur op, douchen, zetten de koffers buiten en om stipt zes uur vertrekt de bus. We ontbijten om half acht onderweg in een restaurantje bij een benzinepomp. Er is onderweg genoeg tijd voor fotostops en even de benen strekken. Zo stoppen we bij een plantage van de dragon-fruit, een cactusvrucht, van buiten fel rood/groen en van binnen wit met kleine zwarte pitjes. Ze smaken een beetje flauw, tenminste lang niet zo ‘uitbundig’ als ze eruit zien.   

Onderweg zien we vaak grote affiches, meters lang, breed en hoog, voor de socialistische heilstaat en daar kan de vader des vaderlands Ho Chi Minh natuurlijk nooit op ontbreken. Vietnam is nog een van de weinige plaatsen op aarde waar de hamer en de sikkel nog zo in ere worden gehouden.

Lunch aan 'Bounty-strand'

We lunchen op een paradijselijke plek aan zee met een Bounty-strand waar geen ander mens te zien is dan van ons groepje. De lunch is heel lekker en ook nog erg mooi opgediend.

Kris glimt weer van genoegen als hij komt vragen hoe het eten is en of er wel genoeg is. Kris, er is weer te veel! Maar het is wel heel lekker! We zitten heerlijk op een terras aan zee; de temperatuur is hier aangenaam warm. Het restaurant ligt in een dure buurt met zeer luxe ‘resorts’. Je waant je hier in Zuid Frankrijk op een dure plaats aan de Côte d’Azur. Alleen is het hier totaal niet druk. 

Na de lunch maken we een wandeling door de ondiepe bedding van een riviertje. Dat loopt door een schitterend landschap met schilderachtig gekleurde steile wanden. Het lijkt op Roussillon of soortgelijke canyons in de Provence. Het water is er helder, warm maar soms is de zandbodem stenig. Riet loopt een wondje op, dat gelukkig later goed geneest. Ik loop een eindje met Kris op en verneem dat hij, als hij het reis leiden eraan kan geven na zijn huwelijk met z’n Vietnamese verloofde, dan advocate, hier een restaurant zou willen beginnen.

Vissersvloot

Een andere fotostop is bij een stadje waar de vissersvloot voor anker ligt. Het is een prachtig gezicht, al die kleurige boten op het water voor de kust.

Onderweg zien we rijstvelden waar de mensen aan het oogsten zijn, en talloze zoutpannen. Begraafplaatsen met graven zomaar losweg in het landschap. Het is een lange rit. Het schemert al als Nha Trang in zicht komt.

We komen pas om half zeven in Nha Trang aan, bij het Green Hotel. We hebben (weer) een heel mooie kamer, met lekkere bedden. We installeren ons en gaan dan de stad in om een eetgelegenheid te vinden. Kris heeft wat hints gegeven en met onze plattegrond die ik thuis al had uitgeprint, vinden we een aardig klein eettentje waar we praktisch de enige klanten zijn maar waar we het lekkerst eten tot nu toe. Drie soorten vis met rijst. €7,- voor ons samen. We gaan voor een rustige nacht want hier zijn geen bouwvakkers bezig, geen lawaaiige lift, geen druk verkeer. Morgen Marije nog maar weer eens mailen. In de kelder staan internetcomputers heb ik gezien.  



 

 Wat indrukken van de reis

  dragonfruit kwekerij

 deze propaganda zie je nog veel (2008)

 tijdens onze lunch aan de oceaan

 wandeling na de lunch door een riviertje

 het lijkt wel op Roussillon in de Provence

 

 vissersvloot met mandenbootjes (linksvoor)

 kinderen onderweg

 

 rijstoogst 

 zoutpannen

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Donderdag 10 april 2008  Nha Trang, varen in traditionele vissersboot, lunch aan boord, naar de wal in een mandenboot, wandelen door 't dorp

Vandaag gaan we lekker een groot deel van de dag het water op. Om acht uur met de bus naar de haven, waar veel boten klaar liggen om uit te varen met toeristen. Wij hebben een traditionele vissersboot, die omgebouwd is voor passagiersvervoer. 

Eerst gaan we naar het eiland met het aquarium. De eerste indrukken zijn: een beetje simpel en uitgewoond. Maar als we verder gaan, zien we de prachtigste lokale vissen, van heel dichtbij. Ik maak veel foto’s.

Terug aan boord varen we een eind verderop en is er gelegenheid voor zwemmen en snorkelen. De banken gaan plat en de meegereisde masseuse geeft Riet een totaalmassage, waar ze erg van opknapt. Voor een paar dollar. Het meisje is bezig Nederlands te leren want ze wil haar beroep in ons land gaan uitoefenen. We leren haar nog wat termen die van pas kunnen komen. ‘Heel erg lekker’ kan ze al goed zeggen. En ‘Doei’ ook. Ik probeer haar bij  te brengen dat we in ons land niet ‘madam’ zeggen maar mevrouw. Dat is moeilijk te leren zo blijkt. Ik praat met B. en M. over wat we  gedaan hebben voor ons brood. Daarna komt er een heerlijke lunch op tafel. De tafel, dat zijn de omgeklapte banken. Al dobberend genieten we van de rust van het water en het heerlijke eten. Koude Tiger pils erbij, ha! Als je in aanmerking neemt de toch vrij primitieve omstandigheden voor koken op de boot, tovert de bemanning een fantastische lunch op tafel met pho (soep), rijst, vis, garnalen , vlees, salade. 

Dit is echt vakantie, dit is genieten.

Mandenboot

Vervolgens varen we weer verder en het laatste stukje naar de wal leggen we af in een mandenboot. Bijna letterlijk een notendop maar er gaan wel zes mensen in waaronder de twee roeiende dames. In het eerste bootje zitten zeven mensen, in ons bootje vijf, want Kris telt qua gewicht voor twee…

Op het korte stukje krijg ik een verse kokosnoot aangeboden. Ik neem aan dat het bij de trip hoort  en drink de noot snel leeg. Dan blijkt dat de dames geld willen. Maar we zijn ook al aan de wal en het uitstappen gaat snel. Later reken ik via Kris maar af. Bij het uitstappen moeten we een klein eindje door het water. Ik stoot gevoelig mijn teen. Schoenen weer aan en de groep proberen bij te houden, want we lopen door een stuk visserswijk naar de grote boot die verderop ligt. Al gauw blijven Riet en ik en G. achter. Er is zoveel te zien onderweg. De mensen leven hier op straat en het is hier nog zo puur en niet toeristisch dat we wat contact maken met de mensen en foto’s maken. G. moppert ook een beetje: waarom moet dat zo snel, we hebben nog drie weken! We doen rustig aan, ’t is onze vakantie. Later blijkt dat we helemaal niet zo hoefden haasten want we moeten nog wachten op de boot… 

Oma boet de netten op straat

Oma zit op straat netten te boeten, de kapper doet zijn werk, net als naaisters  half op straat, er is een soort eet- en drinkgelegenheid onder een plastic zeil, we kijken onze ogen uit. Dan is het nog een klein stukje varen, o.a. langs drijvende vis- en seafood-kwekerijen en dan zijn we weer terug. De bus brengt ons naar het hotel. Daar doe ik even een tukje en tegen zessen gaan we naar de boulevard om lekker langs de zee te lopen. Hier zijn ook clubs en restaurants. In de Sailing Club eten we. Ik eens westers voor de verandering met een Australische ribeye en friet. Lekker maar twee keer zo duur als we in Saigon aten. Nou ja, dan is het nog spotgoedkoop eigenlijk. Voor de hele maaltijd reken ik 305.000 dong af, dat is ruim twaalf euro. We lopen naar het centrum en drinken bij hetzelfde meisje als gisteren een lekkere cappuccino. Ze herkent ons. In de horeca hier voel je je nog echt welkom. Niks wachten tot er eens een keer een ober langskomt, die zegt dat zijn collega zo komt met de kaart. Tegen negenen zijn we terug op de kamer nadat ik gemaild heb met Marije. Ik schrijf wat kaarten (o.a. aan de oud collega's Alfa-college) en dan lekker slapen op een goed bed, in een rustig hotel.



 

 

  beetje kitscherige ingang aquarium

 binnen boeiend met veel lokale vissen

 uitzicht vanaf aquarium

 onze lunch wordt klaargemaakt

 viskwekerijen

 mandenboot; moeten wij daarin?

 zelfs met z'n zevenen gaat het

 letterlijk bijna notendopjes

Wandelen door een visserswijkje

 Vietnamezen zijn bijzonder trots op hun (klein)kinderen

 oma boet netten op straat

 detail vissersboot

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vrijdag 11 april 2008 Nha Trang, de visserswijk, Dam market sensatie van geuren en kleuren, dineren op Bamboe-eiland

Vandaag een vrije dag tot 16.00 uur. Toch staan Riet en ik al op tijd op en om acht uur lopen we –na een overheerlijk ontbijtbuffet, zo goed voorzien heb ik het nog nooit gezien!- langs de boulevard richting de visserswijk. Die moet erg leuk zijn, authentiek, en in de buurt moet ook een leuke markt zijn. Het is om acht uur al weer behoorlijk warm, hoewel het in het park dat de boulevard eigenlijkis, nog wel meevalt. De zee geeft wat verkoeling. We hebben een goede plattegrond bij ons die ik thuis gescand en geprint heb uit een reisgids. 

Zwerven door de visserswijk, ook een ballon voor oma

Na een half uurtje komen we bij de visserswijk. Dat is een wijkje met nauwe stegen, huizen  op palen en absoluut niet toeristisch. We zijn die ochtend geen westerling tegengekomen. De mensen knikken vriendelijk, zijn heel open en toeschietelijk ook al spreken ze geen woord Engels en overal zijn kinderen. Iedereen wil wel contact en iedereen wil ook graag op de foto. 

Op een gegeven moment haalt Riet haar witte ballonnen te voorschijn, blaast ze op en deelt ze uit. Het is maar even of uit alle hoeken van dit labyrint duiken kinderen op die bedelen om een ballon. Zelfs moeders komen  er een vragen voor een kind dat ze nog ergens hebben. Zelfs oma die dement is, wil graag een ballon. Op een gegeven moment zijn ze op. Geen nood, de ene mevrouw  heeft een klein winkeltje en ze verkoopt ook…ballonnen. Tja, dan kom je er niet onderuit en kan het uitdelen verdergaan.                   

Dit steegje loopt dood. We gaan terug en volgen een ander pad. Ook daar is men al van onze komst op de hoogte kennelijk, want overal bedelen kinderen en moeders om een ballon. 

Ogen te kort op Dam Market

Ze komen van alle kanten aan, en het wordt een beetje dringen. We voelen ons niet onveilig of zo, want het is allemaal heel leuk en iedereen is aardig, maar het wordt voor ons gevoel toch wel wat benauwd hier. We gaan terug naar de open ruimte bij de grote straat langs de zee en drinken daar op een terras een lekker kopje sterke Vietnamese koffie. Met wat extra heet water om het te verdunnen. Het is een onvergetelijke ervaring wat we net hebben meegemaakt. Bij de koffie krijg je hier gratis een glas jasmijnthee erbij. Goed voor de dorst, want de zon brandt erop. Ik zal vandaag mijn nek boven mijn T-shirt gevoelig verbranden. Maar dat heb ik dan nog niet in de gaten. Ik  reken 20.000 dong af. Dat lijkt veel maar het is tachtig eurocent. Dan hangen we de camera weer om en gaan op zoek naar de Dam Market. We vinden het prima met onze plattegrond. Toch komt, als we er even op staan te kijken, er iemand op ons af: of hij kan helpen? Nee, dank, we redden ons wel. We komen langs een recyclebedrijfje. Niets wordt weggegooid in Vietnam. Hier wordt plastic verzameld, in grote zakken gedaan en voorlopig opgeslagen. Zo doen ze ook met plastic flessen, papier, karton enz. Alles wordt door particulieren opgehaald want het is geld waard. Je ziet dan ook vooral vrouwen vaak tot ’s avonds laat scharrelen in huisvuil. Tegen de avond gooit iedere winkelier wat hij kwijt wil in de goot en in de avond wordt het opgehaald. De vrouwen hebben een oude fiets bij zich, waaraan wel zes grote zakken hangen aan een soort rek. Daar gaat alles in. Straatvegers vegen ’s ochtends het laatste vuil bijeen. Ook komen we langs kleine bedrijfjes. Een paar mannen zijn bezig half op straat een grote 6-cilinder motor schoon te maken. Riet maakt een foto. Prompt wordt ze terug geroepen. De baas komt er vanuit de zaak bij staan en wil ook op de foto. Grijnzend staan ze daar bij de motor.

Nijver volkje

De Dam markt is voor een deel overdekt, deels in de open lucht, soms onder zeildoek. Een wirwar van kraampjes, verkoopsters die hun waren op de grond uitstallen, steegjes, gangetjes. Veel verkleinwoorden maar het is ook allemaal zo dicht op elkaar. Je moet echt uitkijken waar je stapt anders sta je midden in de koopwaar van iemand. En dan moet er soms ook nog een brommer door met nieuwe aanvoer van iets. Alles wat eetbaar en niet eetbaar is, is hier te koop. Heel veel fotogenieke situaties. Ik schiet mijn eerste geheugenkaart van 2 GB vandaag al vol. Van sjouwen en drentelen over zo’n markt krijgen we niet gauw genoeg. Dit is het echte alledaagse leven van de Vietnamees. We genieten er allebei enorm van.  De vismarkt heeft voor mij altijd nog extra aantrekkingskracht. Enerzijds omdat ik visliefhebber ben, maar het is vaak ook zó fotogeniek wat de vrouwen uitstallen…De geur nemen we dan voor lief. 

We drentelen een hele tijd rond tussen de kraampjes. Niemand neemt enige notitie van ons. We kunnen rustig onze gang gaan. Alles fotograferen wat we willen. Eindelijk gaan we toch maar eens weer verder. We zien onderweg o.a. de ‘legeflessenverzamelaarster’.

Nog nooit zo’n nijver volkje gezien. Overal zien ze brood in. Niet dat dit nu de ideale maatschappij is, maar ze zullen nog ver komen in de nabije toekomst, die Vietnamezen; let op mijn woorden. We wandelen terug naar het park langs de zee en eten daar in een van de grote restaurants. Lekker. Daarna gaan we langzamerhand terug naar ons hotel. Een van de mooiste hotels op deze reis vind ik zelf. 

Uitvarende vissers

Tegen vier uur verzamelt de groep zich aan de receptie om gezamenlijk naar het Bamboe-eiland te varen waar we in de ondergaande zon met een drankje in de hand kunnen wachten ot ons speciale diner klaar is. Kris heeft het weer goed geregeld. 

Langzaam zakt de zon achter een wolkenbank. Een ècht spectaculaire zonsondergang zit er niet in. Niettemin is het hier voluit genieten. We kijken naar de uitvarende vissers. 

Het diner is speciaal door Kris voor ons samengesteld. Omdat ik allergisch ben voor schelp- en schaaldieren is er voor mij speciaal iets lekkers van de kip. Het is een heel gevarieerde maaltijd en we zitten als enigen op een terras vlak aan zee met uitzicht op de twinkelende lichtjes van de stad Nha Trang. Er staat een stevige wind maar het is hier toch heerlijk zitten. De reis zit vol bijzondere momenten, ik denk bijvoorbeeld maar  aan vanochtend in de visserswijk, maar dit is er ook wel weer een.

In het donker varen we terug naar het vasteland en dan met de bus naar het hotel. Daar mailen we nog even naar / met Marije. Het was weer een gedenkwaardige dag. 



 

 

  langs de kust

 

 veel contact met de bewoners

 ballonnen doen wonderen; oma wil er ook een

 supermarkt...

 even bijkomen met een koffie -met jasmijnthee, tja.

 recycling op straat

 hoeveel kan er op een bakfiets?

   

 vis is niet alleen lekker maar ook fotogeniek

 even zelf ook wat eten

 nog Franse invloed

 

 schoolmeiden

 houtskoolverkopers

        

 studentes in traditionele kledij

 

 lunchen op z'n Europees aan de boulevard

 en aan het strand

 we varen naar onze diner-bestemming

 terwijl wij uitvarende vissers zien...

 ...wordt ons eten bereid op een houtskoolvuur...

 ...en mogen wij genieten van de avondsfeer

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 KAART van deze route

Zaterdag 12 april 2008 Nha Trang → Buon Ma Thuot (BMT); wandelen in Nha Trang, busreis met leuke stops, garnalenkwekerij, steenbakkerij, 't volk van de Ede en meer; relaxte sfeer op nachtelijk plein

We staan wat later op (zeven uur!) en genieten rustig van het zeer uitgebreide ontbijtbuffet dat ze hier serveren. Minstens drie soorten vers sap, allerlei warme hapjes incl. rijst en pho (soep) voor de ‘locals’ maar ook toast, stokbrood, gebakken ei, gekookt ei, divers beleg en veel vers fruit, enz. We nemen ook wat extra mee voor de lunch straks in de bus. 

Vingertjes met het V-teken omhoog en lachende snoetjes

Deze ochtend hebben we nog vrij. We wandelen een paar uur door de stad. Het is heet. We bekijken de katholieke kerk en het station. Aan beide is niet zoveel bijzonders te zien. 

Als we het hek van het kerkterrein passeren, is daar een kleuterklas buiten met de juf. Zodra ze ons zien breken ze uit in een gezamenlijk gejubeld Hellooooo!! Vingertjes met het V-teken omhoog en lachende snoetjes. Juf laat ze maar even. Wij maken een foto en dat is natuurlijk helemaal leuk.Natuurlijk moeten ze allemaal de foto’s zien. Ze trekken ons de camera bijna uit de hand. 

Onze eerste minderheidsgroep

Er is ook nog een pagode met een Boeddha van 15 meter hoog, maar dat is ons te ver lopen in de hitte. De Boeddha zien we ook al vanuit de verte op de heuvel van de kathedraal. En pagodes zien we al zo veel deze reis… We gaan liever even op een bank aan de rand van een park zitten genieten van een paar flesjes water die we kopen bij een stalletje. In het hotel maken we de koffer klaar, we houden het dagboek bij en om precies twaalf uur vertrekken we naar onze volgende halteplaats in de Centrale Hooglanden, de stad Buon Ma Thuot, vaak afgekort tot BMT. Onderweg is genoeg tijd voor diverse fotostops: een garnalenkwekerij, een primitieve heel kleinschalige steenfabriek; we zien onze eerste minderheidsgroep, de Ede in hun huizen op palen, een eendenkwekerij en we hebben een stop in een primitief restaurant voor koffie en wc-bezoek.

Om vijf uur komen we na een mooie rit in hotel Biet Dien in BMT aan. Het is een indrukwekkend hotel met veel marmer in de grote lobby, gelegen aan een groot plein. We drinken een ijskoffie op het terras dat bij het hotel hoort. Heerlijk. Daarna maken we een rondje over het immense plein aan de overkant van de weg. Er zijn veel mensen die zich op een of andere manier hier vermaken op hun vrije zaterdag. (Geen idee overigens dat het zaterdag is; je raakt met de dagen in de war als je zo los bent van alle routines thuis.) De mensen zijn erg aardig en open. Een groepje jongelui nodigt ons uit om erbij te komen zitten en mee te drinken. We bedanken vriendelijk, we moeten zo al weer naar het hotel om te verzamelen, want we eten samen in een ander hotel. Kris weet precies waar je wel en waar je niet moet zijn voor het beste eten.

Relaxt sfeertje in nachtelijk BMT

Er zijn ballonnenverkopers, suikerrietpersers, en overal zitten mensen te eten en te drinken en te genieten, kennelijk. De sfeer is heel relaxt. 

In het andere hotel krijgen we een diner voorgeschoteld van 8 ‘gangen’, liever: gerechten. Een jong meisje staat de hele tijd paraat om op het geringste teken ons van dienst te zijn, met een koud Saigon-biertje of wat dan ook. Het etentje kost 100.000 dong p.p. (€ 4) en de drankjes worden betaald door H. die vandaag jarig is. Hij krijgt een paar mooie rozen overhandigd door het verlegen dienstertje. Het eten is niet alleen heerlijk maar ook oogstrelend mooi gepresenteerd.

Na het eten maken we met de gids een rondje over het plein, dat nu volzit met mensen die iets te vieren hebben, vooral jongeren. H. geeft zijn rozen weg aan drie andere jarigen die op het plein in een kring zitten. Dat levert mooie tafereeltjes op. Mensen zijn dolenthousiast en klappen, een jarig tienermeisje geeft spontaan haar prachtige boeket in ruil voor de roos. H. is er verlegen mee: dát was niet de bedoeling, maar ja, weigeren kun je zoiets ook niet. Zelden zo’n leuke sfeer meegemaakt in een vreemd land. Na afloop gaan Riet en ik nog wat drinken samen met B. en M., op het terras met de fraaie bloemen, dat bij het hotel hoort.

Om 22.15 u zijn we op de kamer. Nog even douchen (twee keer per dag douchen is geen luxe in dit klimaat, al is het hier wat aangenamer warm dan in het laagland), en dan naar bed. Morgen om zes uur op, half zeven ontbijt, koffers buiten om zeven uur en rijden om half acht. Op naar onze volgende halte: Pleiku.  Tja, weer een drukke ‘vakantie’dag. 



 

 

 ex voto's bij de katholieke kerk

 schoolklasje buiten

 

Minderheidsvolk Ede

 onderweg: een Ede-dorp

 

 steenbakkerij

 ovens

 plein in BMT

 ons uitzicht over BMT
Voorgrond: de lokale markt (zie verderop)

 

 leuke sfeer op plein overdag en 's avonds

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 KAART van deze route 

Zondag 13 april BMT → Pleiku; over de Ho Chi Min Trail, bezoek minderheid Bahnar

Een deel van de route loopt over de oorspronkelijke Ho Chi Min Trail, het pad door de jungle dat de Viet Cong gebruikte om de strijders in het zuiden te bevoorraden, maar dat nu omgebouwd is tot een mooie autoweg. Onderweg is genoeg te zien. De natuur is prachtig, de vervoermiddelen en wat ze vervoeren zijn altijd weer leuk om naar te kijken, de huizen, de peperplantages, de rubberplantages. We stoppen even bij een oorlogsmonument dat opgericht is voor alle soldaten die in de Amerikaanse oorlog sneuvelden en die iets met communicatie te maken hadden. De tractortjes met het kenmerkende vliegwiel aan de buitenkant zie je overal en ze vervoeren er alles mee. Vee, mensen, palen, zakken, verhuizingen…en vaak ook wel een combinatie van dit alles. 

Tegen twaalf uur zijn we in Pleiku, ook weer zo’n naam die bekend klinkt van zo’n veertig jaar geleden. Pleiku is tijdens de Amerikaanse oorlog volledig verwoest en in de jaren tachtig met behulp van Russische steun weer opgebouwd. 

We nemen onze intrek in het Roang Anh Gia Lai-hotel: veel marmer, grote zuilen, imponerende entree en een grote ontbijt- en dinerzaal. We gaan meteen aan een uitgebreide gezamenlijke lunch van acht gerechten. Het is warempel ook geen wonder dat ik een paar kilo ben aangekomen tijdens deze reis. Na het eten hebben we even om ons op te frissen op de kamer. Het ziet er allemaal keurig uit. 

Primitieve gewoonten

Jammer alleen dat de tweepersoonsmatras zo kei- en keihard is! Om half twee gaat de volgende excursie al weer van start: een bezoek aan een minderheidsvolk, een van de 54 in Vietnam, namelijk de Bahnar. We rijden erheen met de bus, een rit van drie kwartier. De overheid heeft van dit soort minderheden een dorp ‘opengesteld’ om tegemoet te komen aan de toeristische belangstelling. Deze dorpelingen moeten het dus goedvinden dat ze dagelijks aangegaapt worden en dat vreemde mensen hun huis bekijken. Een of twee huizen zijn altijd te bezichtigen. Het dorp schijnt wel een tegemoetkoming te krijgen. Later bij Cat Cat Village in het noorden was er een infrastructuur met een mooi betonnen pad aangelegd, waar de dorpelingen natuurlijk ook hun voordeel van hebben. We maken een flinke wandeling van ruim twee uur en onze inlandse gids vertelt veel wetenswaardigheden over de Bahnar. 

Hij als Vietnamees vindt de gewoonten van de Bahnar maar primitief en verwerpelijk en hij benadrukt dan ook dat de regering pogingen doet om alles in wat acceptabeler banen te leiden. Zo hebben deze mensen nogal bijzondere begrafenisrituelen. Ze begraven een dode, slachten dan de buffel (het kostbaarste bezit van een familie), brengen de dode nog dagen voedsel en drinken, graven hem na een tijd (1, 2 of 3 jaar naargelang de rijkdom van de familie) op en wassen het gebeente waarna de definitieve begrafenis kan plaatsvinden. Er wordt dan weer een buffel geslacht. En nog meer van dit soort verhalen vertelt hij. Zo staat de overheid ook niet langer toe dat de beesten onder het huis wonen. Kleine nog wel, maar de buffels en varkens niet. 

Bivakmuts in de hitte

Verder wandelen we een eind door de omgeving. Er is veel koffieteelt in de buurt. Hier en daar werken mensen, meest vrouwen, met zware hakken in de droge harde klei en dat in een hitte waarin ik al vreselijk transpireer als ik een eind heuvel op moet wandelen. In een soort winkeltje zien we twee jonge meiden met een hak over de schouder, en bivakmutsen over hun hoofd. Dat laatste is hier mode in dit dorp. In de winkel is een hoek afgescheiden om te slapen. Het is tegelijk ook woonhuis. Met de meiden is geen contact te krijgen. Ze spreken geen Vietnamees en zeker geen Engels. 

Een eind verderop komen we in een ander dorp. Een paar meiden zijn bezig met hun toilet in de ‘openluchtbadkamer’. Ook al is verbaal contact niet mogelijk, oma en kleindochter vinden het toch heel leuk als Riet hun de foto’s laat zien die ze van hen maakte. En de grieten op de foto  hieronder zien niet vaak fotograferende toeristen, zou je zeggen als je hun gezichten ziet.

Tja, we moesten twee keer de rivier oversteken. De eerste keer ging dat via een –gammele- hangbrug en de tweede keer moest het wadend. Gelukkig had Kris voor een paar handdoeken gezorgd. Het water is warm, maar toch verkoelend; de luchttemperatuur is meer dan 350 vandaag. Terug bij de bus drinken we in een ‘keet’, pardon locaal restaurantje, een fles heerlijk koud mineraalwater. Niet goed voor je darmen maar wel lekker.

Terug in het hotel kunnen we een lekkere douche nemen en dan is het weer aantreden voor het gezamenlijke diner in de eetzaal van het hotel. De mensen in de keuken hebben weer erg hun best voor ons gedaan. Tonnetje rond het harde bed in…



 

 

  rubberplantage

 

  wierook maken

 

 

 

 

 graven van de Giarai

 

  brandhout

 je hoort ze heel goed
maar je ziet ze bijna niet, net als in Zuid-Frankrijk: cycades. Hier zit er eentje. 

 koffiepluk

  longhouse

 meisje gaat water halen in kalebassen

 

  winkeltje

 arbeidsters dragen bivakmutsen tegen de zon

 longhouse met elektriciteit

  openlucht'bad'kamer

 de enige Vietnamees meteen baard

 door de rivier

 voorstelling

 giechelmeiden

 vrouw met pijp en kind

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Maandag 14 april  Pleiku / Giarai-volk, leuke lokale markt

Met alleen de inlandse gids mee en nog een plaatselijke gids, een meisje van in de twintig, maken we een flinke wandeling door een dorp en de omgeving van de Giarai, weer een minderheidsvolk met eigen cultuur, taal en gebruiken. Eerst is het 35 km met de bus. De gidsen vertellen heel veel en wijzen ons op details die ons anders zouden ontgaan. Veel fotogenieke situaties met varkens, kippen, buffels, kinderen, longhouses, …Het huis van de dorpsoudste mogen we ook van binnen bekijken. We zien de obligate prenten van Oom Ho tegen het dak, een t.v., een vuurplaats, geen stromend water…Best een groot huis hoor. Goede ventilatie, elektrisch licht, t.v., wat heb je nog meer nodig? Een lekkere douche misschien. Of op zijn minst stromend water. En dat is er nou net niet. Het gezamenlijke waterpunt ligt toch wel tien minuten lopen ver; kleine meisjes halen water in prachtige zwarte kalebassen.

Verder lopend naar de begraafplaats zien we prachtige waringins althans bomen met luchtwortels. De graven zien er hier anders uit. Niet van blikplaten maar van hout met beelden van mannen en vrouwen er omheen met soms overduidelijke geslachtskenmerken. 

Matriarchale cultuur

Als een vrouw in het kraambed overlijdt, begraven ze de baby levend samen met de vrouw. Dit soort volken hebben vaak een matriarchale cultuur, d.w.z. dat de vrouw de ‘baas’ is, zij kiest een man. Het harde werk o.a. op het land wordt toch vaak gedaan door de vrouwen. Overigens is de dood voor deze mensen geen reden tot rouw. Na de dood is er een beter leven dus de vreugde overheerst… Tja. Hun doden begraven ze in één graftombe, uitgehold in hout. De regering probeert deze gewoonten te kanaliseren, maar dat gaat moeizaam, begrijpen we van de gids. Hij neemt uitdrukkelijk afstand van de ‘barbaarse’ gewoonten. Voor hem zijn deze mensen lijkt het wel net zo vreemd als ze zijn voor ons. De gemiddelde Vietnamees gruwt van de gewoonten van minderheden. Dat merkten we later ook bij de gids in Hanoi die ons met afgrijzen vroeg of we gezien hadden wat die bergvolkeren wel niet allemaal éten?!    

Om half twaalf zijn we terug bij de bus. Op de terugweg stoppen we nog even voor een bezoekje aan een uitkijktoren bij een groot meer. Het is een geliefde plek voor verliefde paartjes in het weekend. In Pleiku genieten we de lunch in een super luxe restaurant. Terwijl we ernaartoe lopen, zien we drie vrouwen in een rokende hoop afval wroeten op zoek naar nog bruikbare en recyclebare zaken. Met een raar gevoel lopen we het terrein van het restaurant op. Veel prachtige bloemen, bloeiende bomen, vijvers met mooie lotussen, aapjes aan een ketting in de bomen, hier en daar gelegenheid om te zitten onder een afdak van bladeren e.d. Tja, de verschillen zijn hier erg groot. ’s Middags hebben we vrij. Hiep hoi.

Gebarentaal op lokale markt van Pleiku

Achter ons hotel is een lokale markt. Die moeten we natuurlijk zien. Markten hebben een magische aantrekkingskracht op ons. Net als op elke markt ook hier weer veel fotogenieke situaties en leuke contacten met mensen. Een foto op het scherm van de digitale camera is een goede aanleiding voor contact. Ook al blijft het bij dat laatste vaak bij gebarentaal, want deze mensen spreken geen of heel weinig Engels. Maar als Riet gewoon Nederlands praat met een vrouw in een kraam van wie ze een foto had gemaakt, praat de vrouw enthousiast Vietnamees terug -en we hebben alle drie veel plezier.Vanuit de hoogte keken wij neer op de markt. ’s Morgens om vijf uur, half zes beginnen de activiteiten al. Koopvrouwen stallen hun waren uit, vuurtjes worden aangemaakt, goederen aangevoerd. Mensen maken lange dagen hier. We steken de brede straat over via een loopbrug en lopen nog een eindje door de stad. We komen onze gids en de chauffeur tegen die lekker zitten te genieten van een biertje op een terrasje langs de straat. Terwijl we daar zo op het trottoir staan, stopt er bij de halte een overvolle bus vol Vietnamezen, meest jongeren. Als ze ons zien zwaaien ze. Als ik de hand opsteek en een V-teken maak en nog mooier: als ik een foto maak, zwaait iedereen in de bus dolenthousiast terug. We hebben het gevoel dat we de koningin zijn.  Het diner in het hotel is nu met vijf gangen nog ruim voldoende. Ik ben niet zo’n liefhebber van Chinese Hotpot (een grote pot kokende bouillon waarin aan tafel allerlei groente wordt gegooid wat dan een soort soep oplevert). Maar er is genoeg ander lekkers. 

Vóór het eten zitten we een uurtje op de 12e verdieping van het hotel uit te kijken over de stad met een heerlijke ijskoffie onder handbereik. Het wordt langzaam donkerder, de zon gaat al onder. Het waait hier lekker koel en ik denk aan de collega’s die misschien denken: ‘Over vier dagen is het al weer weekend.’  



 

 

 varkensstal onder het huis

 ananasteelt in 'volkstuin'

 karakteristieke zithouding in Vietnam

 de beddenverkoper

 gemeenschapshuis

 buffel met jong

 het waardevolste bezit

 echte scharrelvarkens!

 het huis van dorpsoudste mogen we bekijken

 

  ik vind dat vuur maar gevaarlijk...
'Lijkt gevaarlijk: een vuurplaats zo dicht bij de houten vloer

            
traditionele beelden bij een graf

 

 kalebassen met water

 bij het centrale waterpunt

Hier haalt het dorp zijn water en dat is even lopen. Elektriciteit is er wel in het dorp. Water en riolering dus niet. 

 



 

 De lokale markt

 groenteverkoopsters

 

 biertransport

 ons hotel achter de markt

 

 aardige mensen

 Riet communiceert

 kippenverkopers bekijken foto's

 verser kan de kip niet

 

 met moe naar de markt

 V !

 trots op hun vangst, een hagedis

 zonsondergang boven Pleiku

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 KAART van deze route

Dinsdag 15 april   Pleiku → Hoi An Via de Ho Chi Minh Trail; longhouse, oriënterende wandeling door Hoi An

Via de Ho Chi Minh Trail rijden we door prachtige landschappen met beboste heuvels/ bergen, stenige rivierbeddingen en kleine dorpjes terug naar de kust, naar Hoi An. De eerste stop is bij een groot gedenkteken voor de gevallenen in de oorlog. Er staat een grote tank. Er is ook een groepje Vietnamese jongeren. Ze komen uit de Mekong-delta uit de buurt van My Tho. Als ik zeg dat wij daar geweest zijn, vinden ze dat prachtig en willen ze meer van ons weten. En ze willen met ons op de foto. Een jongen legt zijn hoofd zo’n beetje op mijn schouder: zo moeten we op de foto. Ik sta er maar wat schaapachtig bij, denk ik. Nou zit ik in het plakboek van Vietnamese jongeren. Wat zou daar nou voor onderschrift bij staan…

Longhouse

Een volgende stop is bij een longhouse. Dit is een prachtexemplaar, heel mooi onderhouden en bewaard gebleven. Ik heb bewondering voor het vakmanschap waarmee zo’n hoog huis zo degelijk is gebouwd met zulke in beginsel simpele technieken.  Weer een eind verder is er koffie. Het restaurant lijkt op een fabriekshal; er hangen nog restanten van een feest. We komen langs dorpjes waar de armoe vanaf straalt. Ik kan me voorstellen dat er wel kritiek op gekomen is dat de regering zoveel geld investeerde in de fraaie autoweg. Er is nog meer te doen, maar anderzijds, een goede infrastructuur betaalt zich vroeger of later terug. 

De lunch is ook in een vrij simpele tent onderweg. Maar het eten is er prima. Ondanks dat de poes in de keuken tussen de pannen loopt, (wat ik zie als ik naar het toilet ga) ben ik nog steeds zonder darmproblemen. G.  krijgt er de komende tijd wel last van. Ik leen hem wat van mijn Okugest tabletten. Die zijn van VSM en ik heb ze een paar keer ter voorkoming geslikt. Bij G.  hebben ze geen of weinig resultaat. 

Hoi An

Als we verder rijden, komen we door een streek waar veel pinda’s verbouwd worden. Overal naast en voor de huizen liggen ze te drogen in de zon, zoals je elders dat zag met koffie of peper. Laat in de middag komen we in Hoi An aan. We zitten in een gezellig hotel, op een dikke twintig minuten lopen van de oude stad. Hoi An was in de 17e tot 19e eeuw een van de belangrijkste havens van Zuid Oost Azië. Van de 2e tot 1e eeuw v.C. was het het hart van het Champa-koninkrijk. De oude havenstad dreef handel met Nederland, Portugal, China en Japan. 

We installeren ons en tegen de avondschemering krijgen we van Kris een rondleiding door de oude stad, om ons wegwijs te maken. De komende dagen zijn we hier deels nogal op ons zelf, dus is het handig even te weten waar je kunt pinnen en waar goede winkels zijn. Het stikt hier namelijk van de stoffenwinkels en kleermakerijen. Vandaag een maatkostuum besteld, morgen klaar. En een kwaliteit die je in Nederland moet zoeken en dan heel duur betaalt. Hier kost een pak $50. We zien meteen al dat dit een heel toeristisch stadje is. Heel veel souvenirwinkels en dingen voor toeristen. Maar het ziet er ook wel gezellig uit. We zullen ons hier best een tijdje vermaken. 



 

 

 propaganda

 deze agitprop is al oud

 fraai longhouse onderweg

  

 fraaie constructies

 pindaoogst onderweg


 

Hoi An, charmant oud havenplaatsje

  Hoi An

 avond in Hoi An

 stadje van de lampions

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Woensdag 16 april  Hoi An; Boeddhistische begrafenisstoet; fietsen door Hoi An en omgeving; verkenning van het stadje, cappuccino en passievruchtgebak, en dineren aan de haven

Vandaag gaan we fietsen met Hans. Hans is een gewezen reisleider van o.a. Arcadia. Hij heeft nu een hotel gebouwd aan de andere kant van de rivier in Hoi An en is getrouwd met een Vietnamese. Hij verhuurt fietsen en gaat zelf mee als gids. Voordat het zover is, moeten we  naar de boot lopen. Onderweg komen we een Boeddhistische begrafenisstoet tegen. Dat is een spektakel! Het lijkt wel carnaval. Het deed ons denken aan een Balinese crematiestoet. Maar ook hier is het einde van het leven niet het definitieve einde, integendeel, de kans om opnieuw te beginnen, dus voor rouw is niet veel plaats. Vandaar dat de stoet nogal uitbundig aandoet. Op de foto een regelrechte carnavalsfiguur zouden wij denken. Zittend naast de kist slaat hij de trom. Compleet met nepbaard en zonnebril…

Met enige vertraging lopen we door naar de boot. We worden overgezet naar The Lighthouse café en restaurant. We ‘passen’ de fietsen, er ligt een literfles water in het mandje dus dan kunnen we op weg voor een tocht van dik twintig km in vijf uur langs allerlei aardige plekjes met uitleg van Hans. We komen langs een visplaats en mini vismarkt, een begraafplaats. Overal zijn prima wegen en zelfs fietspaden. 

Fietsen door en om Hoi An

Over de brug rijden we naar het schiereiland voor een kop koffie. We kunnen Hans allerlei vragen stellen over het land en Hans vertelt duidelijk en uitvoerig. Het communisme geeft hij nog een lang leven: er is geen alternatief en de mensen vinden het nauwelijks een issue, want ze krijgen het elk jaar beter. Vooral in Hoi An met zijn toerisme-boom. In vijftien jaar tijd is het stadje gegroeid van één hotel naar tientallen, van twee winkeltjes in stoffen naar tientallen. Dat brengt wel allerlei spanningen met zich mee, als jaloezie, en spanning tussen de jeugd die hiermee opgroeit en de oudere generatie die het allemaal niet zo snel kan bijbenen. De mensen zijn vrij om te zeggen wat ze willen maar voor kranten geldt die vrijheid om de regering te kritiseren niet. Er is censuur. En er is veel misbruik in de lagere echelons, veel corruptie. We maken dat zelf een keer mee als de chauffeur wordt aangehouden voor zijn papieren en hij er een paar briefjes van tig dong in stopt. Anders waren we lang opgehouden. Tja, dan doe je al wat. Vooral tegen het weekend schijnt de politie veel auto’s op de manier aan te houden, om zo het salaris aan te vullen. 

We komen langs een stukje huisindustrie waar mensen platte koeken van rijstmeel bakken en roosteren. Op rekken liggen de in de zon te drogen. En op een lokale scheepswerf kijken we lang rond. Het is interessant. We mogen overal komen, alles fotograferen. Alles wordt op de werf zelf gemaakt en gemonteerd, ook de bouten en moeren. 

Groen polderlandschap

Door de rijstvelden fietsen we verder. We komen langs garnalenkwekerijen. Een paar mannen zijn druk bezig om een poel uit te diepen met de hand. Erg zwaar werk in het water en de modder. Het landschap lijkt een beetje op ons groene polderlandschap. Alleen hier geen gras maar rijst. Het felle groen doet bijna zeer aan je ogen. Een sliert meisjes fietst langs op weg van school naar huis. (Ze krijgen op het platteland onderwijs in twee ploegen: ’s morgens een ploeg en ’s middags een andere. De leraren werken de hele dag. Dit systeem dient om het gebrek aan leraren wat te compenseren en om kinderen gelegenheid te geven mee te verdienen of mee te werken op het land.) Onderwijs is een hoge prioriteit voor Vietnam. 

Langs de grotere weg waarlangs we terug naar het stadje fietsen, hangen mooie propagandaborden aan de elektriciteitspalen. Ik heb er een paar gefotografeerd. 

Hoi An verkennen

We fietsen weer terug naar het hotel van Hans en Linh, zijn echtgenote, waar we een lunch van broodjes en soep eten. We hebben een mooi uitzicht op de rivier met alle bedrijvigheid. We zitten heerlijk, half buiten te genieten. 

Daarna lopen we via een van de bruggen terug naar het stadje. Natuurlijk brengen we flink wat tijd door op de markt. Ook het oude centrum van het stadje doorkruisen we in elke richting. Bij de BamBoo-shop die Kris ons aanbeval, kopen we beiden een mooi T-shirt. Dat van mij heeft een afbeelding van Vietnam op de achterzijde. Je kunt wel merken dat het hier erg toeristisch is. Je wordt op straat erg vaak aangeklampt door verkopers en verkoopsters, die nogal vasthoudend zijn als je maar enige sjoege geeft. Niet aankijken dus, geen Engels spreken en beleefd maar overtuigd en glimlachend zeggen dat je het product niet hoeft. Het gaat om pinda’s, vruchten, zonnebrillen, tja, bedenk het maar. Een verkoopstertje komt ons een paar keer tegen en als ze ons voor de derde keer iets aanbiedt, moet ze er zelf wel om lachen. Natuurlijk bekijken we de Japanse brug en daarachter is een wat minder toeristisch gebied waar het heerlijk wandelen is. De Japanse brug is een soort Rialto-brug maar dan korter en eh ja, Japans in plaats van Italiaans. We kijken toe hoe een veerboot volgeladen wordt met motors en mensen. Daar gaat heel wat op zo’n boot!

We drinken wat op z’n tijd en tegen de avond gaan we eten in een klein restaurantje aan het water. We zitten op een piepklein balkon. Om er te komen moeten we door de woon-slaap-eetkamer van de familie. Maar we hebben een sprookjesachtig uitzicht als de lichtjes aangaan en het eten is heerlijk. We eten vis op bananenblad, garnalen met ui en gember, gebakken rijst (nasi) en vers vruchtensap erbij, alles voor 151.000 dong voor ons beiden (zes euro). 

Daarna lopen we naar de beste patisserie van Vietnam (volgens Kris) en drinken daar vier cappucini en eten er twee passievruchtgebakjes bij. Dat kost dan 138.000 dong. Tja, dat laatste zijn toeristenprijzen. Maar zelfs dat is nog goedkoop voor onze begrippen. En het smaakt vurrukkulluk!

Dan moeten we nog teruglopen naar het hotel en dat is best een eind lopen na zo’n lange dag. We mailen nog even met/ naar Marije, ik haal de was op van de receptie en breng de nieuwe was weer weg, ga lekker douchen, houd mijn reisaantekeningen bij en dan is het tien uur geweest. We zijn vandaag 12 uur achtereen op pad geweest! Nu is het welletjes. Lekker slapen. 



 

 

 

we lopen tegen een Boeddhistische begrafenisstoet aan

Begrafenisstoet

 het is niet minder dan een spektakel voor ons

 

 man met baard en gong op de lijkwagen


 Fietstocht rond en door Hoi An

 de fietsverhuurder/gids zit over de rivier

 de Nederlandse Hans wacht ons al op

  rustige (fiets)paden, vlakke wegen

 visnet

 en hier wordt de gevangen vis verkocht

 

de potten- en pannenman moet er langs


 

huisindustrie:

  rijstkoekfabriekje/ 1) bakken

 2) drogen in de zon

 en 3) roosteren: klaar

scheepswerfje

 bouten smeden

 boot uit het water slepen met lier

 

 breeuwen en herstellen


Bezoek aan lokale tempel

            

         

 

 

 bijna Hollands polderlandschap rond Hoi An

 compleet met schoolkinderen op de fiets

            affiches onderweg

 


Wandeling door Hoi An

 mobiele keuken moet overgezet worden

 smid bij vuur en blaasbalg

 zandschuit lossen met de hand

 (eier)markt 

 visafdeling


 

 de Japanse brug, bekend toeristisch punt

    lotussen

 veerboot

 daar gaat heel wat op

 Riet en ik dineren aan de haven

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Donderdag 17 april  Hoi An; markt, tempel, Japans huis, folkloristisch museum, en kletsen met Vu

Het is een vrije dag. Maar luieren is er niet bij; daarvoor komen we niet. We staan om half zeven op en om acht uur vertrekken we met het rugzakje om, lopend naar het centrum. Vandaag gaan we een aantal toeristische bezienswaardigheden bekijken. Eerst dongs scoren. Bij een hotel is een ATM, wees Kris eergisteren, bij het postkantoor ook. Geen van de automaten geeft geld. Pas de vierde ATM geeft geld maar dan nog alleen op mijn Visacard. Mooi dat ik die bij me heb. We zijn weer tweevoudig miljonair. (€ 80). Nu kunnen we een set toegangskaarten kopen. De VVV heeft de zaak goed georganiseerd: je kunt alleen een combinatieticket kopen voor vijf bezienswaardigheden. Daarmee mag je in één van de tempels, één van de Japanse oude huizen, één museum enz. Dus we hebben onze reisgids bestudeerd om te weten wat we dan het best kunnen kiezen. Dan uitzoeken op de plattegrond waar alles is, en dan heb je ook nog te maken met het feit dat de opvoering van traditionele muziek maar twee keer op een dag is, op gezette tijden. Dus heel wat uitgezoek maar we hebben het netjes kunnen plannen. Een en ander had wel tot gevolg dat we bepaalde straten wel drie keer hebben gelopen. Maar ach, het is allemaal niet ver van elkaar. Eerst gaan we naar het oude Japanse huis Tan Ky. Dit is een nog bewoond huis, al eeuwen door dezelfde familie, en zij stellen hun huis open voor bezichtiging. We kregen eerst een persoonlijke ontvangst met muntthee en een korte uitleg. Daarna mogen we zelf rondkijken zo lang we willen. Er is veel zwart ebbenhout te zien met ingelegde figuren van parelmoer. 

Hoeveel lege flessen kunnen op één fiets?

Als we langs de markt komen, zien we hoeveel lege flessen er op een fiets kunnen. En we maken een voorstelling mee van het folkloristische muziek- en danstheater van Hoi An. 

De mooiste tempel was vroeger tegelijk ook ontmoetingsplaats van de Chinese handelaren die er kwamen. Vooral de voorhof vind ik prachtig. Ik zit een tijdje heerlijk op een bank te genieten van de rust (geen lawaai, geen handelaren) en van de schaduw en de bloemenpracht. 

Er brandt ook hier veel wierook maar omdat alles open is, hangt hier niet zo’n walm als in de tempels in Saigon. Binnen overheerst de zo langzamerhand voor ons gebruikelijke explosie van kleuren, klatergoud, beelden, offers enz. Terwijl Riet nog wat foto’s maakt, zit ik buiten te genieten.

Bank aan het water

Dan is het tijd om een hapje te eten. We lopen richting de Japanse brug en steken daar de haven over. Aan de overzij zitten ook leuke restaurantjes denken wij. We willen nu wel eens wat anders dan een warme hap als lunch. We weten duidelijk te maken dat we wel een baguette willen eten met tonijn, ui en tomaat. Het staat niet zo op de kaart, maar het is ‘no problem’ voor de mevrouw en de jongen die bedient. Even later zitten we met een stokbroodje voor ons met een hele schaal salade met tonijn erbij. Lekker biertje erbij. Ik ben thuis helemaal geen bierdrinker, maar hier smaakt het geweldig in die warmte. Na het eten gaan we op zoek naar de stoffenmarkt, maar het lukt niet erg om die te vinden. Dan koopt Riet maar in een van de vele winkels een paar prachtige lappen zijde. Die is hier van goede kwaliteit en uiterst betaalbaar.  

We hebben nog een ticket over en dat is voor het folkloristisch museum. Nou, dat is dus een afknapper. De eerste overigens. Ik ben net binnen of iemand komt op me af met Hello madam, sir, you buy something from me?? NEE dus. Denk je dat je even van het gezeur aan je hoofd af bent, is het museum geen museum maar een soort verkoophal. Wat er is uitgestald, is niet te zien want de verlichting werkt niet…We staan gauw weer buiten. We strijken neer op een terras van een bar en bestellen een Schweppes tonic en bitter lemon. Dat smaakt in deze warmte. Vervolgens zoeken we een bank aan het water en zitten een tijd te kijken naar activiteiten op het water en op de wal. Nu en dan komt er een bootje voor onze neus met het aanbod om een mooie boottocht te maken of naar de overkant overgezet te worden. Nee dank u. Wij zijn al geweest. 

Een oude vrouw is niet alleen veervrouw maar ze verkoopt ook houten paardjes waar je op kunt fluiten. Enfin. We vinden het wel sneu dus Riet koopt een paar paardjes van haar. 

Vu komt er wel

Dan komt er een jongen van pak weg een jaar of 18, 19 bij ons zitten. Of hij met ons mag praten? Hij heet Vu, studeert bouwkunde in Danang, en is hier in Hoi An om met hulp van de westerse toeristen zijn Engels bij te spijkeren. Naast zijn studie geeft hij les aan kinderen en met het daarmee verdiende geld heeft hij een duur vertaalcomputertje gekocht waarop je een woord kunt intikken en het dan ook elektronisch kunt laten uitspreken. Hij gebruikt het veelvuldig. Ik zit heel wat in te tikken. Het is een heel aardige vent en hij praat zonder terughoudendheid over zijn land en volk. Van ons wil hij ook van alles weten.  Van het communisme moet hij niet veel hebben. Wij ook niet, zeggen we en hij lacht. Wat vinden wij van Ho? Tja, ik ben geen fan, maar, zeg ik,  ik kan me voorstellen dat hij voor de Vietnamezen de grote bevrijder is, de vader des vaderlands.

Vu houdt zich wat op de vlakte. Op school is ons altijd verteld dat Ho een grote held is, zegt hij. Maar hij schijnt er niet van overtuigd, terwijl hij dat zegt. Hij moet er eerst nog meer over lezen, vindt hij, voordat hij een oordeel heeft. Wijze jongen, kan zo de diplomatie in. Maar Vu wil naar de VS, het beloofde land voor veel Vietnamezen. Dan moet hij nog heel wat schaven aan zijn Engels, want het is moeilijk te verstaan. Een woord als shoe levert grote problemen op met de uitspraak. Heeft hij dan geen haatgevoelens tegenover de Amerikanen? Nee, sommige oude mensen nog wel, zegt hij. Maar jonge mensen niet. Gebeurd is gebeurd. We moeten nu verder en we willen geld verdienen. En daarvoor moet je naar de USA. Tja, zo gaan die dingen. En eigenlijk maar goed ook. 

Een heel oud vrouwtje komt langs met een mand met bananen. Die mogen wij kopen. Ze ziet er uit alsof ze minstens negentig is. Vu vertelt dat er geen ‘insurance’ is voor oude mensen en dat ze voor hun levensonderhoud lang moeten doorwerken. Hier zit ik met mijn prepensioen, denk ik, meer dan tienduizend kilometer van huis, en hier zit een vrouw die met haar uitgemergelde lichaam elke dag  de straat op moet om bananen te verkopen voor haar dagelijkse portie rijst. Ik geef haar via Vu enkele briefjes, omgerekend een paar euro.  Daarvoor kan ik de hele mand met bananen kopen. Het vrouwtje begint ze al in te pakken. Maar wat moeten we daarmee. We hebben genoeg aan twee bananen en Vu mag er ook wat. Het vrouwtje is de koning te rijk; ze bedankt en sloft weg. Enfin. Die heeft in ieder geval een goede dag en wij een goed gevoel. 

Op weg naar de States

De zon gaat onder en de lichtjes gaan aan. We gaan wat eten. Vu neemt vrolijk afscheid. We wensen elkaar het allerbeste toe en daar gaat Vu, op weg naar de States. Een paar vrouwen zitten nog op een steiger in de warme laatste stralen van de zon met de benen bungelend boven het water. De veervrouw met de rode fluit-paardjes vaart weg. Ze ziet in dat wij geen klandizie voor haar zijn.  Misschien pikt ze nog een vrachtje op. 

Wij gaan aan de haven een restaurant zoeken. Dat is niet zo moeilijk. We vinden een plek waar we uit kunnen kijken over het water en weerspiegelende lichtjes van de overkant. 

Dan lopen we door het donker terug naar ons hotel. In andere landen zou je je misschien niet helemaal lekker voelen met een dure camera om je nek in het donker door de straten. Hier in Vietnam hebben we dat gevoel geen moment. Er is niemand die notitie van je neemt, laat staan je lastig valt. Wat een heerlijk land is dit, denk ik, zo in de avondwarmte lopend na zo’n dag van twaalf uur achtereen op de been zijn. In het hotel mailen we weer en pakken we de koffers is. We moeten morgen weer verder!



 

Bezoek aan een traditioneel Japans huis

   

 en aan een concert van volksmuziek


 

en een Boeddhistische tempel in de stad


Een avond aan de haven met een goed gesprek

 

 vrouwtje verkoopt houten vogeltje aan ons

 de zon daalt

 wij hebben een leuk interessant gesprek met Vu en kopen bananen

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 KAART van deze route

Vrijdag 18 april   Hoi An →  Hue; marmerbergen; Cham museum in Danang; Wolkenpas; lunch aan zee bij voormalig China Beach; Hue's Citadel en Verboden Purperen Stad; dineren bij Ushi

Om half acht vertrekt de bus. Eerst doen we een marmeratelier aan. Hier in de buurt zijn de ‘Marmerbergen’. Eromheen zijn talloze bedrijven en bedrijfjes die van dat marmer beelden en gebruiksvoorwerpen maken. We zien daar wat van, hoe dat gaat. Het grote werk wel met de Black and Decker maar schuren gaat met de hand. Erbij is natuurlijk een grote winkel. Daar gaat het om bij dit soort excursies. We kopen een paar marmeren schaaltjes. We zijn de eerste klanten vandaag en dan is het gemakkelijk afdingen, zegt Kris. Als ze ’s morgens al wat verkopen, belooft dat een goede dag te worden, zo geloven ze. Wij merken het niet zó; afdingen kost nog wel aardig wat moeite. Ze willen $10 per stuk.  Ik bied 3 voor € 10. We lopen al weg en dan krijgen we toch nog bijna de prijs die we noemden: 3 schaaltjes voor 12 euro.  De bus staat intussen al te wachten. De volgende stop is in Danang, het Cham museum. Danang is Vietnams 4e grote stad na Saigon, Hanoi en Haiphong.  In het Cham museum is de  fijnste collectie aan Cham cultuur ter wereld bijeen gebracht: altaars, lingas, garudas, ganeshas, en beelden van Shiva, Brahma en Vishnu uit de 7e tot 15e eeuw. Een gedreven vrouwelijke gids vertelt wat we zien. Heel merkelijk vind ik de kop van een garuda. Hij is niet zo gestileerd maar qua uitdrukking doet hij heel sterk denken aan de beelden van Horus die we in Egyptische tempels zagen! Sprekend! Toch zullen die culturen niet veel onderling contact  gehad hebben…

Wolkenpas

Er is nog heel veel te zien en we krijgen alle tijd om rustig te kijken. We kopen een mooie aquarel van bamboeplanten geschilderd op rijstpapier. We moeten de Wolkenpas over. Dat levert mooie vergezichten op, op de baai van Danang. Heel mooie route! Op de top is een lapcamp (zo noemen Riet en ik een klont souvenirshops en een koffietentje, naar aanleiding van de souvenirstalletjes boven de poolcirkel in Noorwegen.) waar we meteen weer aangevallen worden door vrouwen die Riet mooie parelkettingen willen verkopen. Iets anders hebben ze ook. We klimmen liever even naar een oude bunker waar we een mooi uitzicht hebben.   

Uit de bus zien we mooie dingen. Al vroeg komen we aan op het Seaside Resort, een groot, luxe restaurant met enorm terras. Hier zullen we lunchen. Dit is het vroegere China Beach waar de moe gevochten Amerikanen even tot rust mochten komen voor ze weer met choppers de jungle in werden gebracht om onze westerse waarden te verdedigen en Indo China te beschermen tegen het communisme. Enfin, we weten wat ervan gekomen is. Vietnam voert intussen de doi moi politiek: kleine stapjes op weg naar meer vrijheid. De American War is vergeven, niet vergeten, zeggen Kris en Hans. De VS behoren nu tot de grote investeerders in dit land. Cause the times they are a changin’.

Vóór de lunch hebben we tijd om op het immense verlaten Bounty strand wat te wandelen. Lichtgeel zand, palmen, zee, een mooie branding. Dat hier niet meer mensen zijn, denk ik. Ik word verrast door het plotseling terugkomende water. Het had zich tientallen meters teruggetrokken, dacht ik, maar ineens is het er weer. Ik ga tot mijn kuiten in het water van deze minitsunami. Tijdens de lunch zet ik mijn schoenen te drogen in de zon. Als we weggaan, zijn ze al weer aardig opgedroogd. Die lunch is trouwens weer vurrukkulluk. Het lijkt wel of iedereen zijn best doet om het nog weer lekkerder te maken en nog weer mooier op te dienen. De garnalen bestrooid met knapperige gepofte rijst zijn zó lekker.  

Verboden Purperen Stad

In Hue aangekomen gaan we meteen door naar de Citadel met de Verboden Purperen Stad. 

Kris schrijft over Hue: Historisch gezien was Hue altijd het hart van Vietnam omwille van zijn politieke intriges (reeds ten tijde van de Fransen en ook de zwaarste gevechten tijdens het TET-offensief) en culturele innovatie, religieuze aanbidding en beste educatieve opleiding. Gedurende vele eeuwen werd het geregeerd door de Nguyen dynastie, de Citadelstad werd gebouwd in 1687 en werd sinds 1802 geregeerd door 13 keizers, waaronder Gia Long, Ming Mang, Thieu Tri, Tu Duc, Ham Nghi, Dong Khanh, ..., Khai Dinh en Bao Dai.

- De werken aan de citadel werden gestart in 1804 en het bouwwerk kende een uiteindelijke doorsnee van 10 km.  Het omvat onder meer de pagode met de "happy Boeddha" en herinnert ons vooral dat elke ingang bestond uit drie afzonderlijke poorten, de middelste voor de keizer zelf, rechts voor de militaire mandarijnen en links voor de politieke mandarijnen.- De Vlaggentoren is 37m hoog (hoogste in Vietnam) en werd gebouwd in 1809.

- De 9 heilige kanonnen waren de symbolische beschermers van paleis en koninkrijk, zijn elk 5m lang en wegen 10 ton. 4 ervan staan voor de vier seizoenen en vijf voor de vijf elementen (hout, water, vuur, aarde en metaal).

- Thai Hoa paleis of paleis van de perfecte harmonie waarvan het dak ondersteund wordt door 80 gekerfde en gelakte pilaren, met in het midden van het paleis de troon.

- De 9 urnen (of Dinh) werden vervaardigd in 1835-36, zijn 2m hoog en wegen tussen 1900 en 2600 kg. Ze beelden de kracht en stabiliteit van de Ngyuen dynastie uit.

- De verboden Paarse stad was enkel toegankelijk voor de keizer zelf, zijn concubines en eunuchen.

We maken met de plaatselijke gids Thi een lange wandeling over het terrein. Er is nog veel te restaureren maar er wordt hard aan gewerkt en er is ook al (of nog) heel veel te zien. Het is een groot complex. Het is er lekker wandelen want er is veel schaduw.

Eten bij Ushi

Ach, ik zou zo veel foto’s willen laten zien, maar het verslag wordt nu al zo groot, dus ik verwijs maar naar Riets plakboek en naar de digitale diashow die ik kan geven… Na een paar uur dwalen en vele foto’s lopen we terug naar de bus, die ons naar het hotel brengt. Daar nemen we moe en bezweet een lekkere douche en zijn dan weer fris genoeg om de stad in te gaan op zoek naar een restaurant. Met de plattegrond op zak lukt dat vrij vlot. We gaan eten bij Ushi. De eigenaresse daarvan lijkt sprekend op Wendy van Dijk in het populaire tv-programma Ushi says Hi!! Ze heeft haar hele restaurant niet alleen naar deze gimmick genoemd maar je ziet ook een grote foto van Ushi, en als Kris later langskomt om ook een hapje te eten, komt ze naar beneden om samen met mij en met G. op de foto te gaan.   Grappig mens.

We eten natuurlijk weer springrolls, die zijn altijd weer lekker, bv. met garnalenstukjes erin, een goed gevulde hotpot met vis en rijst en een glas passievruchtensap. In het hotel brengen ze de was die we vanmiddag afleverden ’s avonds al weer terug, schoon en wel. Service!



 

 

  Marble Mountains; de Marmeren Bergen, beeldhouwerij

 


 

Danang, Volkenkundig Museum van de Cham-cultuur

  enthousiaste gids geeft uitleg

  

Vruchtbaarheidssymbool en een kop die ons doet denken aan beelden van de Egyptische god Horus


Wolkenpas en kustroute

 uitzicht boven op de Wolkenpas

 China Beach


Hue, oude keizersstad; de citadel en de Verboden of Purperen Stad van de Vietnamese keizers

 citadel

 toegangsgebouw Verboden Stad Hue

 urnen

 verboden foto in de Verboden Stad...

 

 herstelwerkzaamheden oorlogsschade

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zaterdag 19 april   Hue; Drakenboottocht op de Parfumrivier; Thien Mu pagode; graven van Vietnamese keizers; waterpoppentheater en dineren op drijvend restaurant op Perfume river

We zitten al om zeven uur in de bus op weg naar de boot, waar na na vijf minuten rijden al aankomen. Daar begint een relaxte tocht over de Huong of Perfume River. Kris geeft daarover de volgende informatie: 

Via een boottocht op de Parfumrivier kwamen we volgende mooie plekjes tegen :

- De Thien Mu pagode, of pagode van de Hemelse - gelukzalige dame, wordt bewoond door nonnen en monniken die ook de prachtige Bonsai tuin onderhouden. Ook vindt men er de Austin Martin terug die monnik Thich Quang Duc in '63 naar Saigon voerde om er zich, uit protest tegen het regime van president Diem, te overgieten met olie en zich te verbranden. Diem was zelf katholiek en discrimineerde de Boeddhisten, vond de monnik. 

- Graf van Ming Mang (regeerde van 1820-1840). Hij ligt begraven op de Can He heuvel, de exacte plaats is nog steeds een geheim. Vooral wordt hij herinnerd om zijn 500 concubines en 142 kinderen.

- Graf van Khai Dinh (regeerde 1916-25) werd gebouwd tussen 1920-31. Trappen op naar prachtig mozaïek gebouw en onderweg "bewaakt" door wachters en mandarijnen.

Over Hue onthouden we vooral de drie getallen 5 (elementen), 7 (heilig) en 9 (magisch).

Waar is Marianne Thieme als je d'r nodig hebt?

Voor we aan boord stappen staat er een dame met een kooi vol vogeltjes. Daarvan kun je er een bevrijden als je een US dollar betaalt. Tja. Waar is Marianne Thieme als je haar nodig hebt? Waarschijnlijk zijn de vogeltjes zo afgericht dat ze meteen weer terug de kooi in willen. Leuke handel. Eerst tuffen we met een wijde boog langs de vele woonboten die hier langs de oever liggen. En dan lekker tuffen over de brede rivier. Ik zit voor op de plecht, niet onder het afdak. In de nog koele ochtendwind is het hier heel goed uit te houden. Binnen komt de aap al snel uit de mouw: de vrouw van de schipper stalt een heleboel koopwaar uit en de verkoopshow begint. Het is erg slim: op straat kun je ze nog wel negeren, maar hier moet je wel kijken en iets in je handen nemen. En dan is het al moeilijk om te weigeren. Riet koopt wat kaarten. 

Ik zie veel boten die zand ophappen van de bodem, zo vol beladen dat het drijvende hopen zand lijken. Dat zandhappen gaat soms met en pomp maar vaker nog met een primitieve stellage met een grijpertje aan touwen, bediend met de hand. We komen langs een oude roestige boot. Het is een politiepost waar de schippersvrouw dongs moet dokken om er langs te mogen. Tja, ook leuke handel. De schippersvrouw is er wel bang voor want bij de boot mag ik niet op de plecht zitten en geen foto’s maken. Dan komt de beroemde pagode in zicht. Hij is het beeldmerk van Hue zoals de Eiffeltoren voor Parijs. Ervoor vaart een vrouwtje met een bootje en een haan aan een touwtje. Ze hoopt op geld. 

Boeddhistische monnik in Austin Martin

Het is hier nu, zo vroeg op de morgen, al druk. Veel Vietnamezen komen hier naar toe omdat het gewijde grond is voor hen.  De Austin Martin in een van de bijgebouwtjes is een veel gefotografeerd relikwie. Hiermee is een boeddhistische monnik in de jaren vijftig geloof ik  naar Saigon gereden om te protesteren tegen de achterstelling van zijn godsdienst. Hij stak zich in brand en wordt  nu een vereerd als een soort heilige. 

Na een rustige rondwandeling over het terrein schepen we weer in, in onze kleurige boot.

Op een gegeven moment vaart de boot niet verder, moeten we uitstappen, een eindje wandelen en …zie daar, daar staat de bus om ons verder te brengen naar de andere programmapunten. Van de overige mausolea van Keizers plaats ik maar geen foto’s. Er komt nog zoveel moois. Op een gegeven moment worden alle beelden van paleizen, tempels, mausolea voor mij ook een beetje inwisselbaar. Het is geen blasé zijn, maar meer overvoerd raken. Ze lijken ook nogal op elkaar in mijn ogen althans. Voor veel Vietnamezen zijn dit heilige plaatsen, dat begrijp ik best. Maar na drie mausolea hen ik wel genoeg mausolea gezien. Ik zie liever een markt of mooie landschappen… Bij een van de bezienswaardigheden zien we nog een hoedenmakerij, je weet wel, waar ze die typische Vietnamese punthoeden maken. De beste komen uit Hue, zegt Kris. W. en E. kopen er een en zeulen die de hele verdere tocht mee. Er is ook een wierookstokjesmakerij. Ja, die huisindustrie bestaat ook. Een vrouw zit buiten aan een tafeltje deze stokjes te maken van een soort gomachtige stof waardoorheen de geurstof wierook komt.  

Stenen leger

Nog wel heel aardig vond ik de tempel voor keizer Khai Dinh (1916-1925) Daarvoor moet je een heuvel met een trap met heel veel treden beklimmen. Onderweg kom je langs plateaus waar een heel stenen leger de wacht houdt. Het deed ons denken aan de terracotta krijgers uit China die we zagen in het Drents Museum in Assen, kort geleden. Er zijn ook kleurige mozaïeken te zien. 

We gebruiken weer een uitgebreide lunch in Hue en dan zijn we even vrij. Ik ga even op bed liggen en val prompt in slaap. Gelukkig had ik uit voorzorg de wekker gezet want we moeten al weer op tijd verzamelen bij de receptie om samen naar het waterpoppentheater te gaan. Oorspronkelijk was dat alleen in Hanoi, dat theater is ook heel beroemd en druk bezocht, maar sinds kort, zo weet Kris, is er ook een vestiging in Hue. Daar zijn wij bijna de enige bezoekers. We zijn veel te vroeg. Ik klets een tijdje met H. De voorstelling is best grappig. In ieder geval heel bijzonder. Het is te vergelijken met onze poppenkast maar deze poppen staan tot hun middel in het water. En de spelers staan ook in het water, achter een scherm. Er worden alledaagse tafereeltjes uitgebeeld die ons niet alles zeggen. Maar ’t is toch leuk. 

We gaan na afloop samen eten (zonder Kris) in een drijvend restaurant bij de grote verlichte brug over de Parfumrivier. De verlichting verandert constant van kleur. Zo heb je nog eens wat te kijken. Dat hebben we ook als we bijna klaar zijn om weg te gaan. Ik zie ineens een grote rat tussen de tafeltjes doorschieten. De Australiërs achter ons vinden het niet vermakelijk. Wij wel, wij gingen toch al weg. Tja, wat wil je: een drijvend restaurant is toch de natuurlijke habitat voor een rat? Het eten was overigens best goed. Alleen de vis was zo duur (naar verhouding hier althans) dat ik die afbesteld heb. 



 

Tocht op de Perfume River, de Parfumrivier, Thien Mu pagode en diverse keizerlijke grafcomplexen

 

  drakenboten

 woonboot

 meer woonboten

 boeg van onze boot

 zand opdreggen met handbediening

 We zien diverse zandwinboten. Met handels en kabels, handbediend dus, wordt met een soort grijperbak zand van de bodem geschraapt en aan boord geladen. Tamelijk primitief nog dus. Dat kan alleen nog zolang mankracht (overigens net zo vaak vrouwenkracht) en handwerk goedkoop is. 

 niet fotograferen! politieboot; hier moet betaald worden...


Thien Mu Pagode

 Thien Mu Pagode
Deze pagode is een landmark , een icoon, voor Hue, zoals de Eiffeltoren dat voor Parijs is. 

 vrouwtje met kip aan touw

 we stappen van onze boot

 er komen veel mensen af op deze 'attractie'

 De Austin van monnik

De Austin Martin die monnik Thich Quang Duc in 1963 naar Saigon voerde.  Hij overgoot zichzelf met olie, uit protest tegen het regime van president Diem, en verbrandde zichzelf. Diem was zelf katholiek en discrimineerde de Boeddhisten, vond de monnik. De auto wordt bijna vereerd; iedere Vietnamees die hier is, moet er een foto van. 

  een van de keizersgrafcomplexen: 

                                       Graf van Ming Mang 

 je kunt je verkleden als keizer en keizerin

 wierookstokjes

 een vrouw maakt wierookstokjes


 

Graf van Khai Dinh (regeerde 1916-25) werd gebouwd tussen 1920-31. Trappen op naar prachtig mozaïek gebouw en onderweg "bewaakt" door wachters en mandarijnen.

 deze stenen wachters doen denken aan het Chinese Xi'an

 

  

  de rijkversierde tombe


Waterpoppentheater van Hue

 hele gevechten spelen zich af

 de spelers

  
de bont verlichte brug van Hue

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Kaart van de vlucht                                         KAART naar Ha Long (Bay)

Zondag 20 april  Hue → vliegen naar Hanoi → Ha Long City/  Ha Long Bay; uitzinnig vervoer: 3 varkens op een motor; strand bij Ha Long

Hoezo zondag uitslapen? Hoezo vakantie? We staan om 04.45 uur op, en om acht uur zitten we in het vliegtuig naar Hanoi. Op de luchthaven heb ik tijd om een paar prachtige echt linnen overhemden te kopen voor een zacht prijsje. We komen in Hanoi aan, even voor negen uur. Daar staat een andere bus klaar met een nieuwe gids. Onze inlandse gids heet Mung of zoiets maar omdat westerlingen dat toch niet goed kunnen uitspreken (op de juiste toon, daar komt het op aan) mogen wij haar Miss Moon noemen. Nou, doen we dat toch? Onderweg valt ons het vlakke landschap op. Heel veel gifgroene rijstvelden. Dit wordt de weg waarop we de meest uitzinnige manieren van vervoer zien. Al gauw gaan we erop letten. ‘Brommer met varken op rechtsvoor’, dat wordt vandaag een kreet. Net als ‘motor met levend kalf voor de bus!’ Iedereen vliegt naar het raam om er een foto van te maken. 

We drinken koffie bij een gehandicaptenwerkplaats waar ze mooie dingen maken voor de grote toeristenwinkel die erbij hoort. Geborduurde lappen, het lijken wel schilderijen. Lakwerk, kleding, enz. Het is allemaal niet goedkoop. Maar ja, er zit wel heel veel werk in. Onderweg stoppen we nog een keer om een mini-ananas te eten. Tentjes die deze lekkernij verkopen, zie je veel langs deze weg.            

Ha Long City

Om een uur of twee komen we aan bij het Asean Hai Ngoc Hotel in Ha Long City. Het ligt hoog op een heuvel. We installeren ons. Ik bekijk mijn nieuwe aanwinst: op het vliegveld van Hue zag Riet mooie linnen overhemden. Bij ons vind je die nauwelijks en zijn ze erg duur. Hier viel dat erg mee en ze zijn heel mooi en dragen vooral lekker met warm weer. We lopen bergafwaarts naar de kust waar de restaurantjes zijn. We eten een broodje bij een kop cappuccino in een quasi-Italiaans restaurantje.  Dan slenteren we een paar uur langs strand en boulevard. Er is een toeristenmarkt met heel veel rotzooi. Men weet hier wel van prijzen zo te zien. Vanaf het strand kun je de bergen in zee al zien liggen. Hier liggen namelijk 3000 eilandjes in de Golf van Tonkin, die deel uitmaken van een reusachtig Karstgebied. Het zijn eigenlijk toppen van bergen die deels onder water zijn komen te staan. Het is een Unesco werelderfgoed en er komen toeristen uit alle delen van de wereld op af. Vandaar de kitsch souvenirs en de hoge prijzen. 

We zitten een tijdje met een glas sap aan het strand onder een parasol. Het is niet druk. Er is wat jeugd die de vrije zondag viert in het water. Tegen de avond zoeken we een restaurant dat Kris had aanbevolen. Terecht, het eten is prima en ook tegen dezelfde prijs als elders in Vietnam. Dat dan weer wel gelukkig. We eten hier de vis voor een prikkie die in Hue vier keer zo duur moest zijn. We maken een praatje met de eigenaar van het restaurant Hai Vong. Hij kent Kris goed. ‘Ahh, Kris! ‘En hij maakt een gebaar over een denkbeeldig omvangrijk embonpoint. Kris kent iedereen en iedereen kent Kris, denken wij wel eens.  

Toeristen betalen alles wat je vraagt

We zien een beetje op tegen de klim terug naar het hotel. Je kunt een taxi nemen voor 15.000 dong had Kris gezegd. Nou, niet dus. Wij kunnen niet goedkoper dan 50.000 dong of nog liever “Two dollaar”. Nou, ik dacht het niet. Dan lopen we wel. En dat viel ook nog best mee. Ik besprak dat later met Kris. Niet om het geld, maar ik wil niet beduveld worden. Kris zei dat je dan beter een taxi kon laten bestellen door de restauranthouder. Tja. Als je de taal niet spreekt proberen ze je in een plaats als deze een poot uit te draaien en een oor aan te naaien. Die rijke toeristen betalen toch alles wat je vraagt. Toen ik de was wilde afgeven aan de balie een soortgelijk probleem. De jongen achter de balie sprak niet of nauwelijks Engels en hij wilde de was niet aanpakken. Kon niet, zei-ie. Kris zat in de buurt te internetten en kwam er bij staan. Kris in het Vietnamees tegen de jongen. Het duurde even maar toen kon het ineens wel. Hij dacht zeker, zei Kris, dat je morgenvroeg al weer vertrok. Geen idee, maar zulke dingen hebben we elders nog niet meegemaakt. Het lijkt wel of ze door al die belangstelling de service wat uit het oog verliezen. We mailen nog even met/naar M & M en dan naar bed. 



 

 

 rijdende winkel

 maar 't kan gekker

 en nog gekker

 


Ha Long City

 strand met voor de kust de karstbergen

 tussen deze bergen gaan wij morgen varen

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Maandag 21 april   Ha Long Bay; varen tussen de karstbergen; seafood kwekerij; grotten;  lunch aan boord

Uitslapen tot 7 uur. Om half negen met de bus naar de boot en inschepen. Er liggen tientallen, ik denk zelfs wel honderden boten. Op sommige kun je ook overnachten. Dat zit er voor ons niet in, maar we hebben wel een mooie boot. We hebben met ons achten veel ruimte. Het weer zit mee: het is bewolkt maar helder. Al gauw zitten we midden in een heel bijzonder landschap, waar achter elk eiland dat we passeren weer nieuwe eilanden opduiken en nieuwe doorkijkjes en vergezichten. ‘Sprookjesachtig’ is een cliché dat vaak gebruikt wordt om in folders en reisgidsen dit fenomeen te beschrijven, maar het is wel zo. ‘Geheimzinnig, mysterieus’ zou je ook kunnen gebruiken. Een soort coulisselandschap op zee, zeg maar. Eigenlijk is het niet te beschrijven. Je moet het zien en ondergaan. Ook foto’s laten maar een klein deel van het landschap zien, maar het is het enige dat we er nog van hebben. Dus hier een kleine selectie van de 258 foto’s die we samen hier maakten. 

Grotten en miezerregen

Tijdens de boottocht leggen we aan bij een drijvende seafood kwekerij. Ze kweken in bakken en kooien allerlei bijzondere vissen, garnalen, krabben enz. De mensen wonen aan ‘boord’ van zo’n drijvend complex. Eventuele kinderen worden naar school gehaald en gebracht. Ook bekijken we een fraaie grot op een van de eilanden. We hebben al veel grotten gezien, maar dit is wel een mooie. Er is een zaal zo groot als de opera van Sydney, vertelt de gids. De subtiele verlichting maakt het extra mooi. Voor de lunch gaan we voor anker naast een eilandje. Je kunt hier ook zwemmen. Alleen G., W., H. en E. doen dat. Het water is hier niet echt lekker helder. De lunch is prima voor elkaar (dat wordt een eentonig verhaal over het eten, maar het is nou eenmaal zo. Het is altijd heerlijk. Nou voor de verandering dan: het ontbijt is in dit hotel in Halong City voor  het eerst wat simpeltjes, tenminste vergeleken met wat we gewend waren. Er is geen buffet, maar bediening en de keuze is relatief gering. Maar niettemin nog voldoende). De tocht door het Karstgebied  is vandaag zeker een van de hoogtepunten geweest en we hebben het getroffen met het weer. De miezerregen van vanmiddag een poosje gaf alleen maar extra sfeer. Later klaarde het ook al weer op. En met felle zon zie je minder op het water dan met dit bewolkte weer. Kris vond ook dat we het troffen. We hebben veel bijzonder sfeervolle foto’s gemaakt. 

Terug in het hotel (wat eerder dan aangekondigd, dat kwam doordat er niet lang was gezwommen, zei Kris me als verklaring) ga ik een uurtje pitten en maken we de tas alvast klaar voor de nachttrein naar het Noorden. Daarheen mogen we de koffer niet meenemen. Een tas met spullen voor vijf dagen wel. Tja, daar moet je dan wel even over denken wat je daar in zult stoppen. Later zal blijken dat iedereen toch te weinig warme kleren heeft meegenomen. 



 

 

 deze boten brengen de toeristen naar de baai

 dit is 'onze' boot voor vandaag

 veel mensen proberen een handeltje

 

 er zijn ook veel vis- en seafoodkwekerijen

 we bekijken er een

 parlevinker

 

 'de twee kippen' noemen ze deze rots

 vissersboot

 we bezoeken ook een grot

 

 uitzicht vanaf de rots met de grot

 als het gaat miezeren ontstaat het mystieke sfeertje pas goed

 ze heeft mooie schelpen maar helaas...
we mogen ze niet van je kopen, meisje

 


Onderweg terug gaan we nog even langs een pottenbakkerij

 Riet mag helpen schilderen

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dinsdag 22 april  Ha Long Bay → Hanoi; volkenkundig en openluchtmuseum Hanoi; stroomuitval door noodweer; dineren in Petit Bruxelles; proberen te slapen in de nachttrein

Met de bus rijden we terug naar Hanoi. We stoppen weer om van die lekkere mini ananasjes te eten en voor koffie bij een grote aardewerkhandel. Wat daar niet te koop is! Ook wel heel mooie spullen. Mooie potten voor de tuin bij voorbeeld. Lastig meenemen. Riet mag een vrouw meehelpen met het met de hand decoreren van aardewerk. 

In Hanoi gebruiken we de lunch in een restaurant waar ook de organisatie zit die voor Arcadia de reis regelt in Vietnam. Dat is kennelijk allemaal weer uitbesteed. Hand in Hand Travel, heet het. Het is eerst wel weer even wennen aan het drukke verkeer hier in de grote stad. Ik heb de indruk dat ze hier wat agressiever rijden dan in het zuiden. Daar is het meer leven en laten leven, en hier meer van: daar kan ik nog net even voorlangs. Ook zijn de mensen hier wat afstandelijker. Wel vriendelijk, maar minder toeschietelijk. ‘Meer Frans’, zegt Kris. 

Twee meisjes willen praten met westerlingen

Na de lunch brengen we een bezoek aan het Volkenkundig Museum van Hanoi. Daar is veel te zien over de culturen van de vele minderheidsgroepen die Vietnam telt. Binnen is het erg benauwd en het stikt er van de jeugd op schoolreisje. Die hebben meer belangstelling voor ons, dan voor de uitgestalde zaken. Twee meisjes draaien al een hele tijd om ons heen. Ze zijn heel verlegen maar willen graag contact met ons. Dat is om hun simpele Engels wat te oefenen en om te laten zien dat ze gastvrij zijn voor vreemdelingen, zegt onze gids Miss Moon als verklaring. De meiden hebben wat om thuis te vertellen: op de foto met een paar van die aparte westerlingen. ‘En we hebben Engels met ze gesproken!!’

Buiten is een openluchtmuseum. Daar zien we longhouses zoals we ze onderweg al ‘in het echt’ hebben gezien. En bijzondere graven, idem dito. Als we in een longhouse zijn, begint het me toch te regenen! Het stroomt met bakken uit de hemel, en het wordt ook maar niet droog. Het afgesproken tijdstip dat we terug moesten zijn, gaat voorbij. Gelukkig zijn we heel toevallig net met de hele groep tegelijk in dit huis. Niemand heeft regenkleren of een paraplu bij zich… Uiteindelijk rennen we maar door de regen naar de uitgang. Kletsnat gaan we in de bus zitten.Wel jammer dat we de rest van het museum moeten missen. Maar we mogen niet klagen. Het is pas de eerste regenbui van betekenis in twee en een halve week. 

Douchen bij kaarslicht

Terug bij het hotel is daar enige consternatie. Zojuist is de stroom uitgevallen. Een grote boom blijkt vlakbij ons hotel omgewaaid te zijn dwars over de straat tegen een ander hotel aan en in zijn val heeft hij de wirwar van elektriciteitsdraden meegenomen. Het duurt vrij lang voor er nutsbedrijven ter plaatse zijn. Intussen wordt het donker. Wij hebben in dit hotel samen één kamer waarin we ons na elkaar kunnen opfrissen voordat we aan de reis met de nachttrein beginnen. Dat moet nu dus allemaal bij kaarslicht. Ach, het lukt allemaal. We douchen het zweet en stof van ons af en kijken dan nog even hoe het gaat bij de boom.

Dan gaan we met de bus naar een restaurant dat gedreven wordt door een Belg. Petit Bruxelles heet het dan ook. Ik eet er een lekkere sole meunière. W. heeft een beenham besteld, maar dat blijkt zo’n brok dat ze aan de helft genoeg heeft. Niemand meldt zich als liefhebber. Ik kan zo’n stuk lekker vlees natuurlijk niet laten liggen. Het smelt op de tong. Ik eet er het lekkerste nog van af. Tja en dan loopt het tegen half tien. We rijden naar het station en checken in in de nachttrein die ons naar het Noorden zal brengen, naar Lao Cai. 

We delen een coupé met B. en M. die wel boven willen slapen. We zitten tot 23.00 uur te praten en dan wurmen we ons maar in de meegebrachte lakenzak.

Het is heel heet en benauwd; ik ga wat uit de lakenzak maar later begint de airco kennelijk te werken en word ik wakker van de kou. Ik dreig telkens van het smalle bankje te vallen. Ik drapeer zo goed en zo kwaad als het gaat de deken over me heen, die ik eerst onder mijn hoofd had. Nu heb ik alleen nog het slappe hoofdkussen onder mijn hoofd en krijg ik een stijve nek. De trein schudt en ratelt over wissels en bruggen. Ik doe wat hazenslaapjes en Riet slaapt helemaal niet. Die zit bij het schemerlampje te puzzelen. Tegen half vijf staan we maar op. Ik ga me even een beetje opfrissen in het toilet. Daar werd nogal dramatisch over gedaan dat het zo’n vieze troep zou zijn. Ik vind dat dat alleszins meevalt. Dan heb ik het wel veel erger meegemaakt. 



 Volkenkundig museum Hanoi

 

 hoeveel kan er op een fiets

  schoolkinderen vinden ons geweldig interessant

 een longhouse zoals we ze 'in het echt' zagen
maar hier mooier onderhouden, en met mooie traditionele trappen

  erop gaat goed maar eraf gaat lastiger

 zoals mijn vrouw ondervond

 

           grafbeelden
zagen we ook al in het land, maar dit graf is wel erg mooi bewaard gebleven

 noodweer

 binnen korte tijd alles onder water

 

in de straat vlak bij ons hotel is een grote boom omgevallen, alle elektriciteitsdraden meetrekkend. Alles is stroomloos, wij douchen bij kaarslicht voor we naar de nachttrein gaan. 

 gevaarlijk: al die elektrische draden

  
De nachttrein van Hanoi naar Lao Cai in het noorden. 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 KAART van deze route 

Woensdag 23 april  Hanoi → Lao Cai → Sapa; wandeling door de natuur en de regen en met de lokale minderheid Black H'Mong; wandelen richting CatCat; eten bij bakkerij

Om 05.15 uur loopt de trein het station (Vn: Ga van het Franse Gare) van Lao Cai binnen. Een nieuwe gids, Vung, wacht ons op en brengt ons naar het busje. Dat is wat kleiner dan we gewend waren, (vandaar dat koffers niet mee mochten natuurlijk) maar nog groot genoeg. We zetten de bagage in de bus en lopen een stukje door naar een restaurantje dat al open is en waar we ontbijten. Een panino, gebakken ei, thee en verse ananas. Buiten gaan de kinderen al naar school. Daarna volgt een rit van 36 km de bergen in. Al gauw klimt de weg sterk. Onderweg kijken we onze ogen uit naar de eerste rijstterrassen die we zien. We maken een paar fotostops. We zijn onder de indruk van de schoonheid, niet wetend dat we later deze week nog veel meer en mooiere terrassen te zien krijgen…

Toeristen = handel

In de buurt van Sapa gaan we een nog smallere weg op en komen dan bij een dorp waar we een wandeling gaan maken. Het is nog vroeg in de morgen, maar de bevolking staat ons al op te wachten. Staat er in het boek van Dolf de Vries nog een foto met bergvolkeren op de vlucht voor toeristen als onderschrift, hier en in Sapa zal het vaak andersom zijn: toeristen op de vlucht voor bergbewoners. Tot 1993 mochten hier nooit buitenlanders komen van de regering. Deze mensen maken dus in nog geen 15 jaar tijd een ware revolutie door. En ze passen zich aan: ze weten nu dat toeristen handel betekenen. Leefden ze tot voor kort van ruilhandel en landbouw, nu proberen ze hun handel aan de toeristen te slijten. En dat gebeurt met een vasthoudendheid waar je grote bewondering voor zou hebben, ware het niet dat het ook wel verhipte lastig kan zijn als je eens ongestoord wilt lopen en genieten van de omgeving. Maar goed, overal is wat. Als de bus pesterig een rondje op het dorpsplein draait, rent de hele meute vrouwen met koopwaar er achteraan. Ze wijzen opgewonden naar ons. De potentiële klanten worden al onderling verdeeld, als je kijkt hoe ze onderling naar ons wijzen. 

Verrassend taalgevoelig

Ze lopen namelijk de hele wandeling met ons mee. Ze knopen een praatje aan en blijken verrassend taalgevoelig te zijn. Ze spreken en verstaan goed Engels (veel beter dan de receptionist in het hotel in Ha Long City…), sommigen ook Frans. Daarmee zijn sommigen viertalig want ze spreken hun eigen taal en waarschijnlijk ook nog Vietnamees. Wij hebben geen paraplu en te dunne kleren aan. We zijn nog maar net onderweg en de mist gaat over in miezerige regen. Geen nood, de vrouwen laten je schuilen onder hun paraplu, maar proberen je als tegenprestatie wel te verleiden tot koopbeloften straks bij het eind van de wandeling. 

 

Where you from? Have children? Ah! One daughter! How old are you? You buy something from me? Ze lichten je hele doopceel. In het begin is het wel leuk, ze vertellen ook wat over zichzelf. Maar ik wil ook wel eens even om me heen kijken. Daar kom ik voor. Dan maar niet onder de paraplu. Ik ril want het is kouder dan we ooit gedacht hadden dat het zou zijn en de motregen maakt het er niet beter op. Het geeft een beetje desolate sfeer aan het plaatsje en ook aan de foto’s vind ik. 

Een huis mogen we van binnen bekijken. Terwijl wij op een bank zitten te luisteren naar de verhalen van de gids, staan de vrouwen van de Red Dzao stam geduldig te wachten. Het huis heeft wel elektriciteit maar geen echt stromend water volgens mij. Er is wel een slang waar water uitkomt; dat vangen ze op in grote vaten. Een kraan is er niet. Laat staan een wc of badkamer. Wel is er buiten op enige afstand een wc in een betonnen hok, maar die is speciaal gemaakt voor de toeristen lijkt het. De vuurplaats is gewoon binnen zonder schoorsteen. Er zijn geen vertrekken, alles gebeurt in één grote ruimte. 

Regen, regen

Dan zijn we op het dorpsplein terug en begint de handel. Ach, ze hebben mooie spullen. Riet ziet dat het echt origineel borduurwerk is, werk van maanden misschien wel. Lappen, tassen, wandkleden, portemonneetjes enz. We kopen een paar mooie dingen. Volgens Riet zijn het echt antieke originele lappen die gedragen zijn. Thuis maar goed wassen. Afdingen valt nog niet eens zo mee. En als je van de een wat koopt, moet je van de ‘vriendin’ toch ook wat kopen vinden ze. Enfin, we leren hier wel om nee dank je wel te zeggen. Later spreken we, as we weer belaagd worden door verkoopsters, geen Engels maar Nederlands, dan heb je wat meer kans dat ze snel afhaken. Maar daar prikken sommigen doorheen, zo slim zijn ze wel. 

Nadat alle handelsovereenkomsten gesloten zijn (wij hebben het meeste gekocht geloof ik, voor 400.000 Vnd.) stappen we weer in het busje en rijden we naar Sapa. Sapa is een dorpje op 1650 m boven de zeespiegel, dat door de explosieve groei van het toerisme stilaan aan het uitgroeien is tot een stad en waar de verschillende minderheden zoals Black en Red H'Mong en Red Dzao elkaar proberen te overtreffen met het verkopen van borduurwerk.  Het ligt in de buurt van de hoogste berg in Vietnam, de Fansipan (Fan Xi Pan) (3140m). Volgens onze reisgids moeten we nu de minderheden met hun kleurrijke klederdrachten bezoeken, want die konden de langste tijd wel eens gehad hebben. Het is ongeveer half elf ’s ochtends als we in het Gold Sea Hotel in Sapa aankomen. We nemen eerst maar eens een lekkere douche en gaan dan naar beneden om in het restaurant van het hotel een black coffee te drinken. Het is er praktisch uitgestorven. Buiten regent het nog. Ik doe maar een tukje op het keiharde bed. We lunchen in het hotel. We zouden ’s middags met de inlandse gids een wandeling maken, maar het regent nog steeds en het gaat er nu nog hard bij onweren ook. Dus niemand is voor een wandeling te porren. Dat snapt de gids ook. Vanuit het raam van onze kamer zien we nog geen 50 meter ver, zo vochtig is de atmosfeer. Tegen het eind van de middag klaart het toch ietsje op. Kris heeft voorspellingen gehoord/ gelezen dat het nog wel drie dagen kan regenen dus we denken: we moeten toch maar wat gaan doen. Een klein eindje van ons hotel zijn plastic poncho’s te koop. Na wat handelen, kopen we er twee voor Vnd. 50.000, twee euro. En zo gaan we dan op pad, heuvelafwaarts, richting het dorpje Cat Cat. Onderweg is een controlepost; daar moet je toegang betalen. 

Kunstig aangelegde rijstterrassen

We lopen niet helemaal tot aan het dorp want we moeten ook nog terug en om half zes, zes uur wordt het donker, maar we maken in ieder geval al een stel mooie foto’s van de rijstterrassen die hier kunstig zijn aangelegd tegen de berghellingen. Wij Nederlanders kunnen met water omgaan maar hier kunnen ze er ook wat van, en dat met hun primitieve hulpmiddelen. Het is allemaal handwerk met de hak en ploegen doen ze met de buffel. 

Als we terug lopen komen we bij het hotel M. en B. tegen, die naar het stadje zijn geweest. Je kunt er lekker cappuccino drinken bij een bakkerij, zeggen ze. We besluiten dat te gaan doen en te kijken waar we wat kunnen eten. Bij de bakkerij blijken ze ook een menukaart te hebben. We bestellen een portie gebakken rijst met groente, tomatensoep, springrolls en voor mij nog een gebraden kippenpoot. Het meisje komt even later glimlachend vragen of een kippenborst met saus ook goed is; er zijn geen poten meer. Ja prima toch. Nog even later komt ze weer glimlachend vertellen dat er toch een kippenpoot komt. Tja. Hier is de klant nog eens koning in de horeca. Als toetje drinken we dan een goeie cappuccino. We wandelen terug naar het hotel door een uitgestorven dorp. Het is nu droog maar nog mistig en knap fris. Brrr. Nu blijkt dat we toch te weinig warme kleren uit de koffer hebben meegenomen. Schrale troost is dat het de hele groep zo vergaat. Had Kris ons misschien net iets meer op attent kunnen maken dat het hier nog zo koud kan zijn om deze tijd van het jaar. Maar ja, achteraf hadden we het zelf ook kunnen bedenken misschien. 

De hotelkamer is, net als het hotel, de minste dat we gehad hebben. Iedereen doet heel erg zijn best, daar niet van, maar het is allemaal heel goedkoop afgewerkt (een plastic deur voor de badkamer waar je doorheen kijkt, zo dun is die) en de vaste vloerbedekking is een beetje viezig. ’t Maakt een wat verlopen indruk. De keiharde matras is hier in veel hotels kennelijk standaard. Je kunt er nog geen duim indrukken! Gelukkig zijn we ’s avonds moe genoeg om toch lekker te slapen, ik althans. 



 

 

 Onderweg naar Sapa in de bergen

 de dames willen ons graag vergezellen
met hun paraplu's maar uiteindelijk willen ze je natuurlijk wat verkopen

 

 

 het miezert en is ronduit koud

 we mogen binnen in een huis

 

 men woont in een fraaie omgeving...
waar geen gebrek is aan water

 

 

  de dames vergelijken wat ze verkocht hebben

 


 

Uitzicht vanaf de weg bij Sapa op Catcat

 vrouw gaat pal voor ons hotel even 
langs de weg haar behoefte doen

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Donderdag 24 april  Sapa; uitzonderlijk mooie wandeling langs dorpen in de heuvels; sterke drank in een hut; Cat Cat; diner met kleine visjes

Vanmorgen is het beter weer. Het is nog mistig maar droog, en volgens de gids is het dorp waar we gaan wandelen wat lager gelegen dus best kans dat het daar wat helderder is. En dat blijkt ook zo te zijn. We boffen. We maken daar een wandeling van een kleine drie uur. Met de bus ernaar toe. Net als vorige keer staan de koopvrouwen ons al op te wachten. Het is hier nog wat hectischer dan gisterochtend. We hebben nauwelijks ruimte om uit de bus te stappen, zo dringen ze om toch vooral een potentiële klant te bemachtigen. Ze lopen weer met ons mee naar beneden, naar het dal met het dorpje. Ik spreek alleen Nederlands tegen ze. Volgens mij zijn al die zogenaamd belangstellende vragen ingegeven door pure commercie. Als je laat merken absoluut geen interesse te hebben in hun koopwaar is hun belangstelling ook gauw verdwenen. Een enkeling loopt nog wat langer mee met onze groep. Gelukkig zijn hier ook nog wat andere reizigers waar de vrouwen zich dan maar op storten. 

Wat ligt zo’n dorp daar prachtig, zeggen wij tegen elkaar…maar we realiseren ons meteen dat het leven hier hard en zwaar is. Wij gaan straks lekker onder de douche en slapen in een droog bed. Wat zal het daar in die huizen toch vochtig zijn, zo omringd door water en modder. En wat een werk om dit land zo in stand te houden en te bebouwen. 

Ballonnen doen wonderen 

Als Riet ballonnen gaat uitdelen, is er meteen contact. Wij roepen maar niet: You want buy balloon? One dollar! Bij ons is alles gratis. De US dollar is hier een standaard geldmaat. Wel slim, want in dongs klinkt een bedrag meteen heel hoog, is er gemakkelijker af te dingen ook. Want, tja, wat moet je afdingen op één dollar?! Ze zijn er heel gemakkelijk mee: een zilveren armband kopen? 40 dollar! Waarschijnlijk zijn er toeristen die erin trappen, want afdingen heeft nauwelijks zin. Nou jammer dan, aan ons heb je dan geen klant: wij zijn niet zo rijk als we er waarschijnlijk uit zien in jullie ogen… 

In het dorp staat de deur van de school open. We mogen even binnen kijken. Over een beetje gammele hangbrug komen we aan de overkant. De school is in Vietnam altijd het mooiste gebouw van het hele dorp. We mogen ook even binnen kijken in een huis waar ze met indigo stoffen blauw verven, alleen nu even niet. Hun kleren zijn zo prachtig diepblauw van deze kleurstof, hun handen zijn vaak ook blauw aan de binnenkant. 

Theezakjes

Werken op de natte rijstvelden is vaak vrouwenwerk maar als er geploegd moet worden dan komt de man in actie met de buffel. We zien ook een kavel met “theezakjes”, een soort zakjes waarin jonge theestruiken staan te wachten om geplant te worden hoger op de hellingen. 

Cat Cat is een dorp dat een eigen VVV heeft en bewust inkomsten genereert uit het toerisme; vandaar die toegangsprijs die ik gisteren ook moest betalen. Er is een mooi betonnen voetpad aangelegd, waar de dorpelingen zelf natuurlijk ook profijt van hebben. De modder is hier erg glibberig en ‘vet’. Het lijkt wel Limburgse Löss; zo moeilijk krijg je het ook van je schoenen en uit je kleren. 

Cat Cat van het Franse Quatre heet zo omdat hier vier rivieren samenkomen. Er is een waterval. Het pad is mooi aangelegd; het zou zo in Frankrijk kunnen zijn. Even verder komen we langs een soort cafeetje. De eigenaar heeft prachtige orchideeën buiten hangen, zoals we ze nog zelden gezien hebben. Hij haalt ze zelf uit het woud op de Fansipan, vertelt hij. Dat is de hoogste berg van Vietnam, die hier in de buurt ligt. 

Het is al met al een hele tippel. Het laatste stuk gaat alleen maar heuvelopwaarts. De andere drie echtparen zijn ons al gauw vooruit. Wij doen rustig aan en komen ook bij ons Gold Sea hotel. Hoe je hier aan zo’n naam komt vraag ik me af. Onderweg praten we nog met een Nederlands paar dat helemaal op eigen gelegenheid een deel van Vietnam ‘doet’. Dat is heel goed te doen vinden ze. Dat zal best, maar je bent vast heel wat tijd kwijt aan geregel en gedoe. Onze manier (met dit groepje en met deze reisleider) bevalt me uitstekend. 

Sapa fish

Het laatste half uurtje is het wel weer wat gaan miezeren, maar we hebben een fantastische dag achter de rug. Zeker een van de (vele) hoogtepunten. Vandaag ook de meeste foto’s gemaakt van alle dagen. A.s. zaterdag en zondag in Bac Ha zullen we er ook heel wat maken, resp. 413 en 266 stuks. Leve het digitale tijdperk. Als je hier toch maar een stuk of tien diarolletjes bij je had gehad… Die hadden we dus in één dag vol kunnen schieten met z’n beiden. Tja. In dit boek moet ik me dezelfde beperking eigenlijk weer opleggen. Je kunt nou eenmaal geen 5500 foto’s afdrukken. Het aardige is nu wel dat ik de selectie rustig achter de computer kan doen. Voor de fotoshow met de beamer maak ik een aparte selectie, en voor mijn fotoboek ‘Allemaal Vietnamezen’ maak ik zelf nog meer dan 110 afdrukken op A-4-formaat. Daarop staan alleen Vietnamezen in hun dagelijkse doen zoals ik ze tegenkwam en portretteerde. 

Als we tegen vijf uur op onze kamer zijn, gaan we eerst eens even lekker douchen en de natte kleren uithangen. En daarna hebben we geen zin om in het dorp te gaan eten. Maar goed ook, want het restaurant van ons hotel blijkt heerlijke gerechten te kunnen leveren. Ik neem de Sapa Fish schotel. Dat is een bord vol met kleine visjes die in hun geheel zijn gefrituurd of gewokt. Je kunt ze ook helemaal opeten met kop, graat en staart. Het smaakt goed. Riet heeft varkensvlees van de barbecue in een lekker sausje. Allebei heel apart. We sluiten af met een lekkere kop koffie en dan willen we langzamerhand ook wel graag naar ons bed. Mailen lukt niet; er is gewoon geen verbinding met de diverse sites mogelijk. 



 

 

 nog hectischer ontvangst dan gisteren

 we worden helemaal omringd door 'locals'

 ze wandelen weer met ons mee

  

 landbouw is nog handwerk

  

  

 Riet heeft weer ballonnen
en zelfs volwassenen vinden die wel leuk (voor de kinderen) 

 we kijken binnen in de dorpsschool

 hangbruggen zijn er diverse

 nog een 'huisbezoek'

 je ziet deze hangbrug nauwelijks

 in een huis

 onze gids doet voor hoe je dit instrument bespeelt

 

vrouw doet voor hoe ze spint met dit garen bij de waterval van CatCat

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 KAART van deze route

Vrijdag 25 april  Sapa  →  Bac Ha; 'handelen' met Black H'Mong vrouwen; Lao Cai: Chinese grens en waarzegger; Bac Ha en pruimenbrandewijn

Vanmorgen hebben we vrij. Dat komt deze reis niet vaak voor want Kris heeft altijd wat in de aanbieding en onze hele groep gaat overal mee naar toe. Dat is wel fijn, want zo hoeft er niet iets afgelast te worden omdat er te weinig mensen meegaan. De rit op de olifanten ergens bij Hue, die hoefden we geen van allen. De meesten hadden al wel eens op een olifant gezeten. Wij ook, dus dat hoefde niet meer zo. Vanochtend gaan we eerst een ATM (geldautomaat) zoeken. Die vinden we maar hij geeft alleen Dongs op mijn Visacard. Als ik die toch niet bij me had. We zijn weer multimiljonair ofwel in het bezit van de tegenwaarde van €80. We gaan cappuccino drinken bij ‘onze’ bakkerij en eten er een heerlijke, bijna zwarte chocoladetaart bij. We dwalen nog wat rond en bekijken de markt en kletsen wat met Black H’Mong vrouwen die Riet een armband voor $ 40 willen verkopen. Ze vertellen dat ze uit een dorp op zo’n 12 km afstand komen. Soms doen ze dat lopend, soms achterop de motor. Ze zijn aardig, wat minder opdringerig commercieel dan vele anderen. Riet zegt in het Nederlands dat ze “thuis in Pesse” al zo veel zilver heeft. “Ah thuis in Pesse” zegt de een accentloos na. We kijken elkaar verbluft aan. Ze weet niet wat ze zegt natuurlijk maar het klinkt als echt accentloos Nederlands! 

Travestiet met veel schmink 

Om twaalf uur checken we uit en gebruiken nog een lunch in het hotel. Dan vertrekt de bus voor een mooie tocht via Lao Cai en de Chinese grens naar Bac Ha. In Lao Cai stoppen we een poosje bij de grens met China. Daar staat een tempeltje waar op dat moment net een dienst aan de gang is. Het blijkt dat er een gezelschap zit dat een waarzegger heeft uitgenodigd. Hij ziet er uit als een travestiet met veel schmink op zijn gezicht. Steeds krijgt hij een ander gewaad aan en wordt er muziek gemaakt door een groepje musici. Het is een kleurrijk en fascinerend schouwspel. Ook hier is er geen enkel bezwaar dat we foto’s maken als we maar op de drempel blijven. Nou ja, binnen is ook geen plaats meer. Het zit tjokvol. 

Waarzeggers en toekomstvoorspellers worden vaak geraadpleegd in Vietnam. Kris is verloofd met een ontwikkelde dame, die acht jaar in het onderwijs zat en die nu voor advocaat studeert. Maar als hij en zij wat willen ondernemen dan moet er eerst wel een bezoek gebracht worden aan de waarzegger, vertelt Kris. Ook bij ontwikkelde mensen speelt dit dus nog een rol. 

De weg naar Bac Ha begint als vierbaans weg maar verandert al snel in een karrenspoor waar wel veel aan gewerkt wordt maar daardoor tijdelijk nog minder begaanbaar is. Dit is de reden waarom onze groep (voor het eerst) met de nachttrein is gegaan. De weg van Hanoi naar het noorden is wel erg mooi maar bestaat voor een groot deel uit zo’n zandweg. Dit stuk naar Bac Ha is zo’n zestig km en het hobbelen verveelt wel. 

Eten bij kaarslicht

We stoppen in Bac Ha bij een splinternieuw hotel, het Cung Fu Hotel. Wij schijnen de eerste groep te zijn die er logeert. Van 19 tot 21.00 uur is er geen elektriciteit. Dan neemt een generator het over maar dan brandt er maar één (spaar)lampje dat op de tv is geplakt. We gaan eten in het Kung Fu restaurant een paar honderd meter verderop. Ze hebben geen menukaart maar een groot invulformulier, waarop een paar stellen invullen wat ze willen. Het werkt niet echt geweldig, maar het eten is wel lekker, hoewel niet zoals we gewend (verwend) zijn. We eten bij kaarslicht. Als om negen uur de tl-verlichting weer aangaat, roept Kris dat die uit moet en warempel, het gebeurt. Kris schenkt een pruimenbrandewijn en een maiswijn. De pruimenwijn is nog wel lekker hoewel heel sterk, de maiswijn is net spiritus. Hij is er gul mee en we moeten oppassen dat we niet te veel krijgen. Kris vertelt smakelijke verhalen. 

De matras is zo mogelijk nog harder dan die in Sapa en het plastic zit er nog om!  Enfin. Nieuwigheid zullen we maar zeggen. We mailen nog even met M & M via G-mail. Dat gaat hier wel. Kpnplanet werkt niet. 



 

 

 

 ons hotel in Sapa

 

 groente in overvloed

 paarden- en kippenpootjes

 scharrelkippen

 hond

 Sapa hoofdstraat

 als we dan geen souvenir willen kopen
dan mag mijn vrouw ook zo'n zilveren armband kopen... voor "slechts" veertig dollar



 

 

 

 waarzeggersessie in Lao Cai

 merkwaardige tonelen, verkleedpartijen, ceremonies

 meisje draagt zware last het land in

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zaterdag 26 april  Bac Ha/ Can Cau, weekmarkt met Flower H'Mong / Bac Ha wandeling door de heuvels en dorpen  

Vanmorgen een prachtige busrit naar het dorp Can Cau waar op zaterdag de weekmarkt is. We stoppen een aantal keren om de mooie landschappen onderweg te fotograferen. Een meisje komt aanlopen van de berg en laadt een zware zak op haar rug. Die moet wel 20 kg wegen zo te zien. 

De markt in Can Cau is in volle gang als we er aankomen. Ik moet wel een selectie maken uit de 413 foto’s van vandaag. Het zijn het de Flower H’Mong die zo fotogeniek zijn. 

We hebben maar een uur om hier rond te kijken. Het is de enige keer dat Riet, G., W. en ik wat later bij de bus terug kwamen. 

’s Middags eten in Bac Ha en daarna een wandeling van twee uur door de omgeving… 

Oom Ho

Onderweg gaan we langs bij ‘oom Ho’, een oude kennis van Kris. Deze gastvrije heer speelt niet alleen voor ons op een traditioneel muziekinstrument maar schenkt ook zeer gul uit de fles met pruimenbrandewijn (minstens 50%).  De mannen mogen allemaal even spelen. En dat lukt. Hij danst ook voor ons met een stok waarin munten zijn verwerkt, die rinkelen tijdens de dans.  G. mag ook even. Aardig mannetje. We wandelen verder. Ballonnen zijn ook hier erg gewild. Er zijn meer kinderen dan je eerst denkt in zo’n dorp…Een man wil graag dat wij iets aan zijn zwerende voet doen. W. heeft een EHBO-diploma en ze kijkt er even naar maar er is niets aan te doen. Vanmorgen kon ze wel helpen. Op de terugweg werden we ingehaald door een motor die tijdens de inhaalmanoeuvre in de berm raakte en vlak voor onze bus tegen de grond ging. Een moedertje achterop was erg geschrokken en had wat schrammen. Ik had pleisters en jodium bij me. Gelukkig was het relatief nog goed afgelopen. Het is het enige ongeluk dat we hebben meegemaakt. 

We lopen door het dorp van de Flower H’Mong die we vanmorgen op de markt in Can Cau zagen. Vandaar dat het dorp tamelijk verlaten lijkt. 

Soort van Irish Coffee

We zijn met de bus weggebracht en lopen weer terug naar ons hotel. ’t Was vanmiddag heerlijk weer om te lopen. Niet zo zonnig en warm als vanmorgen maar daardoor heerlijk wandelweer. Na de wandeling gaan Riet en ik op een terras bij het busstation  zitten om wat te drinken. Ik bestel een Irish Coffee maar wat gebracht wordt, lijkt er niet erg op. Ik laat het maar zo. ’s Avonds gaan we naar een groot hotel in de stad. Daar eten we, worden we weer getrakteerd op pruimenbrandewijn door Kris. Dan is er een dansvoorstelling, waarvoor wij door Kris uitstekende plaatsen hebben. En alles weer bij kaarslicht en gering kunstlicht van een generator. 

Deze avond lukt het wel te mailen met Marije via kpnplanet.nl.



 

Markt van de Flower H'Mong

 

 

   

    stoffen

 zwijntjesmarkt

   buffelmarkt

  
nieuwe hakken vinden gretig aftrek                                                                    even een pijpje roken

 en wat paarse rijst eten

 of witte

 restaurant

 de kok is druk

 wat sta ik er raar op!

 deze man wil meteen een afdrukje

 

 hij rookt een zware pijp

 met de nieuwe hak naar huis

 ongelukje dat goed afloopt

 




 

Wandeling door het Flower H'Mong gebied

 een zeer stevige borrel drinken bij "oom Ho"

 ernstig kind

           

 

 Bac Ha centrum

 ons hotel in Bac Ha

   

nog een stevige borrel of twee of drie...  Het heet pruimenwijn en zit in een waterflesje en het is vuurwater

 dansvoorstelling in Bac Ha

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zondag 27 april    Bac Ha exotische weekmarkt / → Lao Cai: nachttrein naar Hanoi 

Deze hele morgen hebben we rondgezworven op de weekmarkt van Bac Ha. Ons hotel ligt aan of tegenover het marktterrein, dus toen ik vanmorgen vroeg wakker was, kon ik de eerste voorbereidselen al zien. Vuurtjes die beginnen te gloeien, de eerste aanvoer van goederen en opbouw van de ‘kramen’. Mensen komen lopend, op de brommer of motor of met kleine vrachtauto’s en busjes. Er is zo veel te zien. Ook hier weer veel fotogenieke situaties. Ik neem een selectie van de foto’s op. Ook in de straten zijn overal kramen of mensen die zomaar gaan zitten met wat koopwaar, of boeren die tussendoor zo van de brommer hun kippen verkopen of  rondlopen met een grote kunststof zak met daarin een big of varken. Zo nu en dan halen ze het beest eruit om het te showen. Mannen kijken keurend toe. Dit gebeurt tussen al het andere publiek en de andere kramen. 

IJsje op een stokje

Een paar tienermeiden genieten van een ijsje op een stokje. Waarom weet ik niet, maar ik vond het vreemd: zulke meiden uitbundig in klederdracht gekleed en dan  met een ijsje. Maar waarom eigenlijk niet? Volgend jaar zie je ze waarschijnlijk met een mobieltje telefoneren. Vooruitgang heet ‘t. Terwijl de vrouwen hun handel proberen kwijt te raken, zitten de mannen allerlei ondefinieerbare onderdelen van varkens  te eten en maiswijn te drinken in een apart deel van de markt.

We drinken koffie op het terras aan het kruispunt bij het busstation waar we ook lunchen. Na de koffie gaan we de straten van Bac Ha in want daar is ook overal bedrijvigheid. 

Hout heb je nodig en sterke drank ook, dus dat is allemaal te koop. Een man  proeft wat er in de jerrycans zit, uit de dop die erop zit. Wat hij niet lust gaat terug in de jerrycan. Zit toch genoeg alcohol in om zijn speeksel te neutraliseren. Als het bevalt, giet de vrouw via een trechter met een doekje erover het vuurwater van de ene in de andere kan. Mensen zijn hier grootverbruiker kennelijk. We kijken onze ogen uit. Overal zien we weer nieuwe onverwachte dingen. En dan al die kleuren van deze schilderachtig geklede mensen. We maken samen honderden foto’s en kunnen er bijna niet genoeg van krijgen. 



 

 

 een verkocht zwijntje gaat in een zak

 verse kippen

 

   

 kappers

 suikerrietverkoopsters

 het marktterrein is heel modderig

 

Alleen voor mensen met een sterke maag:

   

    

 

 

 iemand kocht een hondje

 geld opbergen

 ijsje eten

 van deze ijscoman

 ons hotel op de achtergrond

   

nog twee ijscomannen. de rechter is bijzonder trots op zij Hifi stereo-installatie op een accu die over het hele terrein hoorbaar is

 

 hondenmarlkt

 

 geparkeerd door mama

 brandhout te koop

 alcohol testen

 doe de jerrycan er maar mee vol

 alcoholverkoopster

 

 jongelui al niet allemaal meer in klederdracht

   bushalte

 

 

 

 

Nachttrein

Vlak na de lunch vertrekken we naar Lao Cai waar we vannacht de nachttrein zullen nemen naar Hanoi. We krijgen twee uur om Lao Cai te bekijken. Na Bac Ha is dit niet zoveel bijzonders. Hoewel er altijd weer dingen gebeuren waar je van staat te kijken zoals een transport met een handkar die zo hoog opgeladen is dat je het niet voor mogelijk houdt. Met een paar man erachter die op de brommer zitten en met hun voet de kar duwen en één man ervoor –en ook nog één erop- gaat het in flink tempo naar het station. De enorme balen zullen niet veel wegen, maar dan nog… 

Voor we op de trein stappen, eten we samen. We eten hete soep met veel ve tsin en groenten erin; een van de weinige keren dat ik er niet veel aan vind. Dan gaan we naar het station. Kwart over acht vertrekt de nachttrein. Als B. zijn bed opzoekt, merkt hij dat het boven zijn bed lekt. Hij gaat op zoek naar de conducteur die hem een plaats in een andere coupé bezorgt. Niet fijn. Net als vorige keer doe ik alleen wat hazenslaapjes, Riet slaapt helemaal weer niet. Om vier uur staan we op. Met enige vertraging zijn we er om 04.45 uur. Het begint dan een beetje te schemeren. We tollen van vermoeidheid het station van Hanoi uit waar ook op dit onzalige tijdstip toch al weer heel wat volk wakker is en stappen in de gereedstaande bus. 



 

 

 

met één hand sturen en een vogeltje in de andere

 Lao Cai, centrum

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 KAART

Maandag 28 april Hanoi bloemenmarkt; Hoan Kiemmeer; boottocht door karstgebergte-onder-water

Tja, wat doe je om vijf uur in de ochtend als groep? Kris weet het: naar de bloemenmarkt. Die is heel vroeg open. En dat klopt. Heel veel prachtige lelies, rozen en allerlei soorten bloemen worden hier verhandeld. Zoals bij alles speelt de motor weer een belangrijke rol bij de bloemenhandel. Sommigen handelen vanaf hun motor. Of ze binden op ingenieuze manier hun net ingekochte waren achterop. We kunnen niet zo lang kijken, want de bus mag hier eigenlijk niet (te lang) staan, maar we hebben toch een goede indruk. 

Waar ook al vroeg activiteit is in Hanoi , is aan het Hoan Kiem meer op het plein voor het standbeeld van een beroemde keizer. Daar wordt ochtendgymnastiek gedaan door een fanatieke groep vrouwen. Een paar mannen trappen een balletje. Er is muziek bij en een mevrouw die kennelijk de fitnessinstructrice is heeft de leiding. 

Varen met vrouwen

Na een ontbijt gaan we … op excursie. Het is nogal een flink stuk rijden. De chauffeur is niet onze ‘eigen’, maar een jong ventje dat enorm agressief rijdt en veel risico’s neemt. We bezoeken een paar mausolea van beroemde keizers. Het gaat een beetje langs me heen. Wat wel mooi en ontspannend is, dat is een boottocht op een soort meer tussen een karstgebergte. Het lijkt op Ha Long Bay maar dit is dan op het land, hoewel we dus over een soort rivier/ meer varen. Het is nauwelijks goed te beschrijven, hoe dit landschap eruit ziet. Twee vrouwen roeien Riet en mij voort. We passeren een viertal ‘tunnels’ onder bergen door, dus eigenlijk een soort grotten, , zo laag dat je denkt dat je er niet onderdoor kunt. 

Aan het eind liggen wat parlevinker-vrouwen te wachten. We kopen wat koekjes en frisdrank voor onze roeisters. Maar op de terugweg komt de aap uit de mouw. Dan komt er allerlei koopwaar te voorschijn waar we onze aandacht bij moeten hebben, vinden de vrouwen. En wij willen juist om ons heen kijken. Dáár komen we voor- denken ze. Ze nemen ons bijna kwalijk dat we niets kopen. En dat ze geen fooi krijgen, -die ze overigens van onze gids ook al gehad hebben. Irritante lui. Ik ben een beetje geïrriteerd. Na zo’n intensieve dag en bijna doorwaakte nacht dan ook nog zulke dingen. Het is net even te veel. Te veel is ook dat de chauffeur van vandaag rijdt als een bezetene, wil inhalen waar het levensgevaarlijk is en over bruggen en verkeersdrempels rijdt met zestig km/h. Wij zitten op de terugweg toevallig achterin en worden dus bij iedere brug of drempel gevoelig richting dak gelanceerd. Op een gegeven moment roep ik geïrriteerd –in het Nederlands- dat het ook wel wat minder kan. Het helpt even. Onze vrouwelijke inlandse gids Miss Moon (Kris is niet mee) biedt ons later een plekje naast de chauffeur aan. Ja, dat was nou ook weer niet de bedoeling. E. maakt er een vervelende opmerking over. Ik zorg dat we na de volgende stop ergens in het midden zitten. Mag E. vooraan bij de chauffeur. Prima toch? Hoef ik tenminste ook niet meer ‘mee te rijden’ met die gevaarlijke gek. Gelukkig hebben we de volgende dagen weer een normale chauffeur. 

Eten bij 't Hoan Kiemmeer

In het hotel in Hanoi is het een beetje een chaos. Omdat Miss Moon Kris niet op tijd gebeld heeft (hoor ik later van Kris als verklaring), is die niet aanwezig en moeten we zelf uitzoeken waar onze koffers zijn gebleven. De hotelmanager is een zeer attent mannetje. Hij helpt waar hij kan. En ook daar komen we dan samen wel weer uit. We nemen een heerlijke douche en pakken de koffers opnieuw in, en zoeken de vuile was uit en brengen die weg. 

’s Avonds gaan we eten vlak bij het Hoan Kiem meer. Het is een westers georiënteerde tent; we zitten lekker buiten en het eten is prima. De cappuccino ook. We wandelen nog een eindje langs het beroemde meer. Riet maakt een paar mooie foto’s. 

Door de prachtige oude koloniale buurt waar ons hotel in ligt, lopen we terug. Op straat is nog heel veel leven, vooral op de stoep. Mensen eten, handelen, rusten, de vuilnisvrouwen doen hun werk. We zijn nu ongeveer twee etmalen praktisch zonder rust in touw en de vermoeidheid doet zich nu goed voelen. Wij gaan proberen wat slaap in te halen. 



 

 

 's ochtends heel vroeg (vijf uur) de bloemenmarkt

 en bij het Hoan Kiem-meer is er ochtendgym


 

Vaartocht tussen de karstbergen en er onderdoor

 we komen door een paar lage grotten

 nog zo'n grot

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dinsdag 29 april    Hanoi, mausoleum Ho Chi Min; eenzuilige pagode; Tempel van de Literatuur; Hoan Kiemmeer; cyclotour door de oude binnenstad en wandelen 

’s Morgens sta ik buiten het hotel te kijken naar alle bedrijvigheid op straat en op het trottoir. Ons hotel staat in de oude Franse wijk dus daar is erg veel te zien. Zo  komt de kolen- en houtskoolboer zijn waar afleveren in de buurt van ons hotel. Wat een vernuftige constructie en wat sterk moeten die fietsen zijn dat er zo’n vracht op en aan kan staan en hangen…

We brengen vandaag een bezoek aan oom Ho of wel het mausoleum van Ho Chi Minh. De vader des vaderlands voor Vietnam. Tientallen klassen met schoolkindertjes (kleuters nog) krijgen voorrang. Gelukkig zijn we weer vroeg opgestaan zodat wij niet lang hoeven te wachten. Het gaat er erg gedisciplineerd aan toe. Stil zijn, in de rij, niet buiten de rij stappen, niet stil staan en eerbied tonen. Zo niet dan staan overal militairen om je tot de orde te roepen. We lopen snel voorbij het wassen beeld van Ho. Tja, wie zal zeggen dat het de echte is. Foto’s hebben we niet want je moet alles afgeven, fototoestellen, tassen enz. Wij hadden dat aan Kris gegeven. We bekijken het huis waar Ho Chi Min verbleef en werkte. Het ligt met een aantal andere gebouwen in een soort park. Het is er redelijk druk, zeker later op de ochtend. 

Miss Moon

Heel veel jeugd is er. De liefde voor Ho wordt kinderen vroeg bijgebracht. Ho wordt ook altijd als kindervriend voorgesteld. Ik hoorde Miss Moon een beetje ondeugend zeggen: ‘Tja wat wil je, hij had zelf geen kinderen.’ Zo’n opmerking kun je uiteenlopend duiden, maar ik weet niet of ze dat door had. Natuurlijk moet je in Hanoi ook de eenzuilige pagode bezocht hebben. Het stelt niet veel voor maar hoort erbij. Zeker voor de Vietnamezen: even op de foto voor de pagode. 

Een bezoek aan de Tempel van de Literatuur hoort er natuurlijk ook bij. De Vietnamezen zijn trots op hun oudste universiteit waar de mandarijnen vroeger werden opgeleid, van wie de in stèles gebeitelde namen nog steeds zijn te lezen. Binnen is een mooi spelend groepje musici actief. We zitten even te luisteren en kopen hun cd. Voor de achtergrond bij de projectie van de foto’s straks thuis… Ook bezoeken we het tempeltje in het Hoan Kiem meer, met een opgezette eeuwenoude schildpad. Er zou ook nog een eeuwenoude schildpad in het meer leven. Heel soms zien mensen hem. Ik denk dat hij Nessie heet, net als het monster van Loch Ness…

Een cyclo-tour door de oude binnenstad besluit de excursie van vandaag. Het is een fraaie tocht en er is veel te zien. Het gaat door de vele smalle straten waarlangs heel veel activiteit is want ook hier vindt het leven op de stoep plaats. Winkeltjes, ambachten, werkplaatsen, eetgelegenheden, en een intensief verkeer. Hoewel de fietstaxi's niet hard rijden (uiteraard) gaat het soms toch zo snel dat een goede foto moeilijk te maken is zonder dat er van alles voorlangs fietst, rijdt en loopt. 

Westerse koffie voor westerse prijs

We worden afgezet bij ons hotel, het Gold Spring hotel. Van daar lopen we na de middag de stad weer in en bij het Hoan Kiem meer in de buurt eten we in een luxe restaurant met airco een (voor ons doen de laatste weken) simpele lunch. Niet goedkoop maar wel lekker. Dan wandelen we om het meer. De reisgidsen zeggen dat wie Hanoi wil leren kennen, moet beginnen met een wandeling om het Hoan Kiem Meer. Het is een prachtige wandeling want langs een groot deel van de oever is een park aangelegd en het is er dus schaduwrijk. Hier en daar staat een bank. Bij een restaurantje in het park drinken we een cappuccino. Westerse prijzen hier overal. Hanoi is meer westers georiënteerd lijkt het wel dan Saigon. Ik verwachtte eigenlijk het omgekeerde. Maar dat zal ook te maken hebben met het feit dat dit de hoofdstad en de diplomatenstad is. Saigon is heel anders dan Hanoi. Saigon (HCMC) is meer de snel veranderende steeds meer westers georiënteerde wereldstad. De langdurige aanwezigheid van de Amerikanen zal daar ongetwijfeld debet aan zijn. Hanoi heeft meer van zijn sfeer van vroeger bewaard, zeker in het oude gedeelte waar wij verblijven. 

Franse architectuur

Zo wandelend langs het meer valt ons op hoe Frans de architectuur nog is als je door de schil van reclameborden, bomen en verkeer heen kijkt. Zulke mooie parken had ik trouwens van tevoren ook niet verwacht. Dat viel ons op meer plekken onderweg op: daaraan wordt kennelijk bewust geld en energie besteed. Ze zijn vlekkeloos onderhouden. Na de wandeling rond het meer zwerven we nog twee uur door de straten van de oude binnenstad. De ambachten zijn soms enigszins geconcentreerd: metaalindustrie bij elkaar, speelgoed e.d. bij elkaar, grafmonumenten bij elkaar enz. Soms is er een steegje achteruit en sta je als je daarin loopt ineens voor een kleine tempel. 

We staan bijv. in zo’n achteraf steeg in een tempel waar iemand de goden een aantal blikken Coca Cola Light heeft geofferd. Straatbeeld: openluchtkeuken, zwaar beladen fietsen, wandelaars, motors, heel veel motors, geparkeerd en rijdend, handkarren, mensen met een zwaar beladen juk op de schouders die slalommend tussen de mensen door schieten met hun mobiele winkeltje. Je moet steeds opletten waar je loopt. 

Na een paar uur zijn we hondsmoe. We gaan terug naar ons hotel en nemen een ontspannende douche. Want vanavond is het afscheidsdiner. Ik maak foto’s van het drukke verkeersplein waarop wij uitzicht hebben vanuit onze kamer. 

We lopen gezamenlijk naar het restaurant toe dat Kris voor het afscheid in overleg met de groep heeft uitgezocht. Het is een sfeervol restaurant, vrij klein en we zitten aan een lange tafel buiten in een kleine voortuin. Er is een gigantisch koud en warm buffet. Het smaakt allemaal prima en de sfeer is goed. We realiseren ons dat er een eind komt aan ons Vietnam avontuur. In het begin lijkt het alsof de tijd niet op kan: nog vier weken rond trekken! Maar al gauw zit je op de helft en dan is het aftellen. Toch heb ik het gevoel dat we al maanden weg zijn. We hebben zo intensief geleefd, zo veel indrukken opgedaan. Het is een maand om nooit te vergeten, daarover zijn we het allemaal wel eens.

Kamelenvlees

We eten zoveel we kunnen; er is van alles tot kamelenvlees uit Australië aan toe. Tegen het einde van de avond houd ik namens de groep een toespraakje voor Kris. Ongeveer zo:

“Beste Kris, 

Bijna vier weken heb jij briefings gehouden en ons van alles verteld. Nu zijn de rollen even omgedraaid. Ik mag namens de groep iets zeggen. Er zijn grofweg drie factoren die een reis kunnen maken of breken. Ten eerste het programma. Nu, dat was goed, anders hadden we niet voor Arcadia gekozen, en de verdere invulling van het programma ter plaatse was ook fantastisch. Als tweede factor  is er de groep. Een eerste blik op de reizigerslijst deed ons zoeken naar pagina twee, maar het bleek inderdaad maar een groep van acht mensen te zijn. Met zo’n kleine groep kan niet veel misgaan dachten wij. En dat is gebleken. Het klikte vanaf het begin goed. We waren ook een heel volgzaam groepje: behalve een marktbezoek en een fotostop die even uitliepen, heb je op het punt van punctualiteit niet te klagen gehad. 

De derde niet onbelangrijke factor is de reis(bege)leider. Die heb je in soorten is mijn ervaring. Je hebt de overenthousiaste, die alles aanprijst en geen enkel kritisch geluid over het land laat horen; je hebt de afstandelijke, die zijn werk doet en daarmee af; je hebt de luie, die probeert vooral zelf ook op vakantie te zijn. En, tja, hoe moet ik onze reisleider dan typeren? Ik denk als een Bourgondische levensgenieter met veel organisatorische kwaliteiten en een oneindig netwerk aan contacten. Als wij in een restaurant dat je aanbevolen had de naam ‘Kris’ lieten vallen in een gesprekje met de eigenaar (dit was in Ha Long City) dan was de reactie: “ Kris? Ahh, Kris!” gevolgd door het welbekende gebaar met de hand over de buik. Als in een afgelegen dorp een dansvoorstelling is, niet voor ons, dan weet jij na een paar telefoontjes voor wie die voorstelling is en hoe lang het duurt voort het begint. Onbegrijpelijk. Volgens mij zit half Vietnam in je telefoonboek. 

Kris, je hebt ons veel van Vietnam laten zien, maar ook ervaren, proeven (dat vooral ook!), ruiken en bovenal ook: genieten. We danken je daarvoor als groep heel hartelijk en doen daar een tastbaar blijk van dank bij. Voordat ik dat overhandig, wil ik graag weten wat voor onderschrift er komt bij de groepsfoto die je liet maken van ons allemaal bij het Hoan Kiem meer. Als je daar een bevredigend antwoord op geeft, dan hebben wij wat voor jou.” 

Kris antwoordt dat er een woord bij hem opkomt om onze groep te typeren, en dat is: “Simpel. Niet in de verkeerde zin, maar omdat jullie heel zelfstandig en actief zijn. Er was voor mij niet zoveel te doen. Kleine problemen lossen jullie zelf op; jullie redden je als je zelf op pad kan. Ja, eigenlijk hadden jullie deze reis ook onbegeleid kunnen maken.”

Dat laatste bestrijden we: we zijn toch wel erg blij dat de zaak zo goed georganiseerd was zonder dat we daar omkijken naar hadden. 

 Dan overhandig ik Kris de envelop met geld. Hij zegt dat hij een deel ervan zal besteden aan een goed doel met kinderen, dat hij ons ook al eens genoemd heeft en met het andere wil hij eens lekker en luxe uit eten zoals twee van ons dat deden in Saigon in hotel Caravelle. We zitten nog wat na te tafelen en tegen half elf nemen we afscheid. Kris blijft nog even hangen, hij kent de mensen van dit restaurant ook goed kennelijk. In onze hotelkamer is de airco uitgevallen. Het is er heet en plakkerig. Gelukkig gaat die tegen twaalf uur weer aan, zodat we fris kunnen slapen. 



 

 

 je moet er wat voor over hebben

 kinderen moeten Ho bezoeken en hebben voorrang

 huis waar HCM werkte

 even rusten

 't is ook wel vermoeiend

  de eenzuilige pagode

 drie nonnen voor het heiligdom in de pagode

 overal schoolkinderen op schoolreisje

 


Tempel van de Literatuur

    symbool van de wijsheid

 

 souvenirs

 't klinkt vrolijk en mooi

 

 doeiii!

 





 

 

 

 brug in het Hoan Kiem-meer naar het eiland

   

weer een cyclotour, nu door de oude stad van Hanoi

 straten zijn van één gilde

 

 bijkomen: met z'n beiden wandelen om het Hoan Kiem-meer

 

 zo heerlijk rustig

 

 toch nog weer wandelen in de binnenstad

 het verkeersplein voor ons hotel

 en 's nachts

 grandioos afscheidsmaal

 Riet moet er een foto van maken, zo mooi is het opgediend

 nooit -op geen enkele reis- weer zo'n fenomenaal afscheidsdiner gehad!

 ochtendspits

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Woensdag 30 april   Hanoi  → Singapore Changi Airport 

Tegen tien uur vertrekken we met de bus naar de luchthaven van Hanoi waar we als eersten in de rij staan. Dan breekt het wachten aan. Eerst urenlang hier in Hanoi. Het lukt niet om hier iets te eten. We redden ons met Sultana’s en water. 

Na twee en een half uur vliegen en een maaltijd komen we op  Changi Airport aan. Het is dan plaatselijke tijd 16.45 uur. Onze vlucht gaat pas om 23.45 uur dus we kunnen nog uren stukslaan op deze prachtige uitgestrekte luchthaven. Dus we lopen wat langs winkeltjes; alle grote wereldmerken van kleren tot elektronica hebben hier een vestiging. Alle drie terminals lopen we af. Dat alleen al is een lange wandeling. We scoren wat Singepore dollars en drinken een paar goeie cappucini. Er is langs alle promenades en terminals genoeg te zien. We kopen nog een leuk T-shirt voor de Singapore dollars die we over hebben. We komen langs mooie orchideeëntuinen, watervallen, zitjes. Het is hier echt prachtig. 

We zitten een poos te lezen, eten en drinken wat, ik e-mail, en eindelijk kunnen we dan ‘boarden’. Na de controle van boardingpas, paspoort en handbagage is het weer wachten. Dan kunnen we instappen maar is er vertraging omdat een oudere mevrouw een ongelukje heeft met een tas (?!). Om 00.40 uur vertrekken we dan eindelijk. Intussen is het een nieuwe dag. 

Donderdag 1 mei    Changi Airport → Schiphol → Hoogeveen → Pesse

Om half twee ’s nachts zitten we aan het souper en daarna gaan de lichten uit voor een lange nacht, want we vliegen ‘met het licht mee’, dus het blijft nog heel lang donker. Tegen vijf uur krijgen we een ontbijt. De maaltijden zijn uitstekend bij Singapore Airlines.  De beenruimte op zich ook, maar toch kun je niet lekker liggen. Je voeten zetten op zodat je de schoenen nauwelijks weer aan je voeten krijgt. Tegen zeven uur plaatselijke tijd komen we aan op Schiphol. Het is dan voor onze interne Aziatische klok al één uur ’s middags. 

We zijn vlot door de douane en dan is het wachten op de koffers. Als iedereen die heeft, gaan we naar het station. Daar nemen we afscheid van elkaar met de belofte om foto’s te mailen. B. en M. uit Zwolle reizen met ons mee. Van hen nemen we bij Zwolle afscheid. De treinreis gaat deze keer zonder problemen. Het is Hemelvaartsdag en we hebben alle ruimte in de tweede klas coupé. 

In Hoogeveen nemen we de regio-taxi naar huis waar we om 10.50 u aankomen. We zijn weer thuis, maar deze reis blijft nog lang in ons geheugen, dat is zeker. 

23 juni 2008/ februari 2009 

 

 

 vliegveld Hanoi

 vliegveld Singapore

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gebruikte literatuur  in willekeurige volgorde: 

Dolf de Vries: Vietnam in een rugzak. Houten 1997.

Kristien Hemmerechts: V  Notities bij een reis naar Vietnam. Amsterdam, Antwerpen 2004

Kiki Baron: Vietnam. Z.pl. z.jr. Globus reisgids. 

Graham Greene: De stille Amerikaan. Amsterdam 1968

Duong Thu Huong: De schim van mijn liefde. Breda 2007

James Sullivan: National Geographic Reisgids Vietnam. Z.pl. z. jr. 

Thinh Hoang e.a.: Taalgids Vietnamees met uitgebreide woordenlijst  Lonely Planet

Veel internet-sites. 

Info van Kris.


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • Viet001Viet001
  • Viet002Viet002
  • Viet003Viet003
  • Viet004Viet004
  • Viet005Viet005
  • Viet006Viet006
  • Viet007Viet007
  • Viet008Viet008
  • Viet009Viet009
  • Viet010Viet010
  • Viet011Viet011
  • Viet012Viet012
  • Viet013Viet013
  • Viet014Viet014
  • Viet015Viet015
  • Viet016Viet016
  • Viet017Viet017
  • Viet018Viet018
  • Viet019Viet019
  • Viet020Viet020
  • Viet021Viet021
  • Viet022Viet022
  • Viet023Viet023
  • Viet024Viet024
  • Viet025Viet025
  • Viet026Viet026
  • Viet027Viet027
  • Viet028Viet028
  • Viet029Viet029
  • Viet030Viet030
  • Viet031Viet031
  • Viet032Viet032
  • Viet033Viet033
  • Viet034Viet034
  • Viet035Viet035
  • Viet036Viet036
  • Viet037Viet037
  • Viet038Viet038
  • Viet039Viet039
  • Viet040Viet040
  • Viet041Viet041
  • Viet042Viet042
  • Viet043Viet043
  • Viet044Viet044
  • Viet045Viet045
  • Viet046Viet046
  • Viet047Viet047
  • Viet048Viet048
  • Viet049Viet049
  • Viet050Viet050
  • Viet051Viet051
  • Viet052Viet052
  • Viet053Viet053
  • Viet054Viet054
  • Viet055Viet055
  • Viet056Viet056
  • Viet057Viet057
  • Viet058Viet058
  • Viet059Viet059
  • Viet060Viet060
  • Viet061Viet061
  • Viet062Viet062
  • Viet063Viet063
  • Viet064Viet064
  • Viet065Viet065
  • Viet066Viet066
  • Viet067Viet067
  • Viet068Viet068
  • Viet069Viet069
  • Viet070Viet070
  • Viet071Viet071
  • Viet072Viet072
  • Viet073Viet073
  • Viet074Viet074
  • Viet075Viet075
  • Viet076Viet076
  • Viet077Viet077
  • Viet078Viet078
  • Viet079Viet079
  • Viet080Viet080
  • Viet081Viet081
  • Viet082Viet082
  • Viet083Viet083
  • Viet084Viet084
  • Viet085Viet085
  • Viet086Viet086
  • Viet087Viet087
  • Viet088Viet088
  • Viet089Viet089
  • Viet090Viet090
  • Viet091Viet091
  • Viet092Viet092
  • Viet093Viet093
  • Viet094Viet094
  • Viet095Viet095
  • Viet096Viet096
  • Viet097Viet097
  • Viet098Viet098
  • Viet099Viet099
  • Viet100Viet100
  • Viet101Viet101
  • Viet102Viet102
  • Viet103Viet103
  • Viet104Viet104
  • Viet105Viet105
  • Viet106Viet106
  • Viet107Viet107
  • Viet108Viet108
  • Viet109Viet109
  • Viet110Viet110
  • Viet111Viet111
  • Viet112Viet112
  • Viet113Viet113
  • Viet114Viet114
  • Viet115Viet115
  • Viet116Viet116
  • Viet117Viet117
  • Viet118Viet118
  • Viet119Viet119
  • Viet120Viet120
  • Viet121Viet121
  • Viet122Viet122
  • Viet123Viet123
  • Viet124Viet124
  • Viet125Viet125
  • Viet126Viet126
  • Viet127Viet127
  • Viet128Viet128
  • Viet129Viet129
  • Viet130Viet130
  • Viet131Viet131
  • Viet132Viet132
  • Viet133Viet133
  • Viet134Viet134
  • Viet135Viet135
  • Viet136Viet136
  • Viet137Viet137
  • Viet138Viet138
  • Viet139Viet139
  • Viet140Viet140
  • Viet141Viet141
  • Viet142Viet142
  • Viet143Viet143
  • Viet144Viet144
  • Viet145Viet145
  • Viet146Viet146
  • Viet147Viet147
  • Viet148Viet148
  • Viet149Viet149
  • Viet150Viet150
  • Viet151Viet151
  • Viet152Viet152
  • Viet153Viet153
  • Viet154Viet154
  • Viet155Viet155
  • Viet156Viet156
  • Viet157Viet157
  • Viet158Viet158
  • Viet159Viet159
  • Viet160Viet160
  • Viet161Viet161
  • Viet162Viet162
  • Viet163Viet163
  • Viet164Viet164
  • Viet165Viet165
  • Viet166Viet166
  • Viet167Viet167
  • Viet169Viet169
  • Viet170Viet170
  • Viet172Viet172
  • Viet174Viet174
  • Viet175Viet175
  • Viet176Viet176
  • Viet177Viet177
  • Viet178Viet178
  • Viet179Viet179
  • Viet180Viet180
  • Viet181Viet181
  • Viet182Viet182
  • Viet183Viet183
  • Viet184xViet184x
  • Viet185Viet185
  • Viet186Viet186
  • Viet187Viet187
  • Viet188Viet188
  • Viet189Viet189
  • Viet190Viet190
  • Viet191Viet191
  • Viet192Viet192
  • Viet193Viet193
  • Viet194Viet194
  • Viet195Viet195
  • Viet196Viet196
  • Viet197Viet197
  • Viet198Viet198
  • Viet199Viet199
  • Viet200Viet200
  • Viet201Viet201
  • Viet202Viet202
  • Viet203Viet203
  • Viet204Viet204
  • Viet205Viet205
  • Viet206Viet206
  • Viet207Viet207
  • Viet208Viet208
  • Viet209Viet209
  • Viet210Viet210
  • Viet211Viet211
  • Viet212Viet212
  • Viet213Viet213
  • Viet214Viet214
  • Viet215Viet215
  • Viet216Viet216
  • Viet217Viet217
  • Viet218Viet218
  • Viet219Viet219
  • Viet220Viet220
  • Viet221Viet221
  • Viet222Viet222
  • Viet223Viet223
  • Viet224Viet224
  • Viet225Viet225
  • Viet226Viet226
  • Viet227Viet227
  • Viet228Viet228
  • Viet229Viet229
  • Viet230Viet230
  • Viet231Viet231
  • Viet232Viet232
  • Viet233Viet233
  • Viet234Viet234
  • Viet235Viet235
  • Viet236Viet236
  • Viet237Viet237
  • Viet238Viet238
  • Viet239Viet239
  • Viet240Viet240
  • Viet241Viet241
  • Viet242Viet242
  • Viet243Viet243
  • Viet244Viet244
  • Viet245Viet245
  • Viet246Viet246
  • Viet247Viet247
  • Viet248Viet248
  • Viet249Viet249
  • Viet250Viet250
  • Viet251Viet251
  • Viet252Viet252
  • Viet253Viet253
  • Viet254Viet254
  • Viet255Viet255
  • Viet256Viet256
  • Viet257Viet257
  • Viet258Viet258
  • Viet259Viet259
  • Viet260Viet260
  • Viet261Viet261
  • Viet262Viet262
  • Viet263Viet263
  • Viet264Viet264
  • Viet265Viet265
  • Viet266Viet266
  • Viet267Viet267
  • Viet268Viet268
  • Viet269Viet269
  • Viet270Viet270
  • Viet271Viet271
  • Viet272Viet272
  • Viet273Viet273
  • Viet274Viet274
  • Viet275Viet275
  • Viet276Viet276
  • Viet277Viet277
  • Viet278Viet278
  • Viet279Viet279
  • Viet280Viet280
  • Viet281Viet281
  • Viet282Viet282
  • Viet283Viet283
  • Viet284Viet284
  • Viet285Viet285
  • Viet286Viet286
  • Viet287Viet287
  • Viet288Viet288
  • Viet289Viet289
  • Viet290Viet290
  • Viet291Viet291
  • Viet292Viet292
  • Viet293Viet293
  • Viet294Viet294
  • Viet295Viet295
  • Viet296Viet296
  • Viet297Viet297
  • Viet298Viet298
  • Viet299Viet299
  • Viet300Viet300
  • Viet301Viet301
  • Viet302Viet302
  • Viet303Viet303
  • Viet304Viet304
  • Viet305Viet305
  • Viet306Viet306
  • Viet307Viet307
  • Viet308Viet308
  • Viet309Viet309
  • Viet310Viet310
  • Viet311Viet311
  • Viet312Viet312
  • Viet313Viet313
  • Viet314Viet314
  • Viet315Viet315
  • Viet316Viet316
  • Viet317Viet317
  • Viet318Viet318
  • Viet319Viet319
  • Viet320Viet320
  • Viet321Viet321
  • Viet322Viet322
  • Viet323Viet323
  • Viet324Viet324
  • Viet325Viet325
  • Viet326Viet326
  • Viet327Viet327
  • Viet328Viet328
  • Viet329Viet329
  • Viet330Viet330
  • Viet331Viet331
  • Viet332Viet332
  • Viet333Viet333
  • Viet334Viet334
  • Viet335Viet335
  • Viet336Viet336
  • Viet337Viet337
  • Viet338Viet338
  • Viet339Viet339
  • Viet340Viet340
  • Viet341Viet341
  • Viet342Viet342
  • Viet343Viet343
  • Viet344Viet344
  • Viet345Viet345
  • Viet346Viet346
  • Viet347Viet347
  • Viet348Viet348
  • Viet349Viet349
  • Viet350Viet350
  • Viet351Viet351
  • Viet352Viet352
  • Viet353Viet353
  • Viet354Viet354
  • Viet355Viet355
  • Viet356Viet356
  • Viet357Viet357
  • Viet358Viet358
  • Viet359Viet359
  • Viet360Viet360
  • Viet361Viet361
  • Viet362Viet362
  • Viet363Viet363
  • Viet364Viet364
  • Viet365Viet365
  • Viet366Viet366
  • Viet367Viet367
  • Viet368Viet368
  • Viet369Viet369
  • Viet370Viet370
  • Viet371Viet371
  • Viet372Viet372
  • Viet373Viet373
  • Viet374Viet374
  • Viet375Viet375
  • Viet376Viet376
  • Viet377Viet377
  • Viet378Viet378
  • Viet379Viet379
  • Viet380Viet380
  • Viet381Viet381
  • Viet382Viet382
  • Viet383Viet383
  • Viet384Viet384
  • Viet385Viet385
  • Viet386Viet386
  • Viet387Viet387
  • Viet388Viet388
  • Viet389Viet389
  • Viet390Viet390
  • Viet391Viet391
  • Viet392Viet392
  • Viet393Viet393
  • Viet394Viet394
  • Viet395Viet395
  • Viet396Viet396
  • Viet397Viet397
  • Viet398Viet398
  • Viet399Viet399
  • Viet400Viet400
  • Viet401Viet401
  • Viet402Viet402
  • Viet403Viet403
  • Viet404Viet404
  • Viet405Viet405
  • Viet406Viet406
  • Viet407Viet407
  • Viet408Viet408
  • Viet409Viet409
  • Viet410Viet410
  • Viet411Viet411
  • Viet412Viet412
  • Viet413Viet413
  • Viet414Viet414
  • Viet415Viet415
  • Viet416Viet416
  • Viet417Viet417
  • Viet418Viet418
  • Viet419Viet419
  • Viet420Viet420
  • Viet421Viet421
  • Viet422Viet422
  • Viet423Viet423
  • Viet424Viet424
  • Viet425Viet425
  • Viet426Viet426
  • Viet427Viet427
  • Viet428Viet428
  • Viet429Viet429
  • Viet430Viet430
  • Viet431Viet431
  • Viet432Viet432
  • Viet433Viet433
  • Viet434Viet434
  • Viet435Viet435
  • Viet436Viet436
  • Viet437Viet437
  • Viet438Viet438
  • Viet439Viet439
  • Viet440Viet440
  • Viet441Viet441
  • Viet442Viet442
  • Viet443Viet443
  • Viet444Viet444
  • Viet445Viet445
  • Viet446Viet446
  • Viet447Viet447
  • Viet448Viet448
  • Viet449Viet449
  • Viet450Viet450
  • Viet451Viet451
  • Viet452Viet452
  • Viet453Viet453
  • Viet454Viet454
  • Viet455Viet455
  • Viet456Viet456
  • Viet457Viet457
  • Viet458Viet458
  • Viet459Viet459
  • Viet460Viet460
  • Viet461Viet461
  • Viet462Viet462
  • Viet463Viet463
  • Viet464Viet464
  • Viet465Viet465
  • Viet466Viet466
  • Viet467Viet467
  • Viet468Viet468
  • Viet469Viet469
  • Viet470Viet470
  • Viet471Viet471
  • Viet472Viet472
  • Viet473Viet473
  • Viet474Viet474
  • Viet475Viet475
  • Viet476Viet476
  • Viet477Viet477
  • Viet478Viet478
  • Viet479Viet479
  • Viet480Viet480
  • Viet481Viet481
  • Viet482Viet482
  • Viet483Viet483
  • Viet484Viet484
  • Viet485Viet485
  • Viet486Viet486
  • Viet487Viet487
  • Viet488Viet488
  • Viet489Viet489
  • Viet490Viet490
  • Viet491Viet491
  • Viet492Viet492
  • Viet493Viet493
  • Viet494Viet494
  • Viet495Viet495
  • Viet496Viet496
  • Viet497Viet497
  • Viet498Viet498
  • Viet499Viet499
  • Viet500Viet500
  • Viet501Viet501
  • Viet502Viet502
  • Viet503Viet503
  • Viet504Viet504
  • Viet505Viet505
  • Viet506Viet506
  • Viet507Viet507
  • Viet508Viet508
  • Viet509Viet509
  • Viet510Viet510
  • Viet511Viet511
  • Viet512Viet512
  • Viet513Viet513
  • Viet514Viet514
  • Viet515Viet515
  • Viet516Viet516
  • Viet517Viet517
  • Viet518Viet518
  • Viet519Viet519
  • Viet520Viet520
  • Viet521Viet521
  • Viet522Viet522
  • Viet523Viet523
  • Viet524Viet524
  • Viet525Viet525
  • Viet526Viet526
  • Viet527Viet527
  • Viet528Viet528
  • Viet529Viet529
  • Viet530Viet530
  • Viet531Viet531
  • Viet532Viet532
  • Viet533Viet533
  • Viet534Viet534
  • Viet535Viet535
  • Viet536Viet536
  • Viet537Viet537
  • Viet538Viet538
  • Viet539Viet539
  • Viet540Viet540
  • Viet541Viet541
  • Viet542Viet542
  • Viet543Viet543
  • Viet544Viet544
  • Viet545Viet545
  • Viet546Viet546
  • Viet547Viet547
  • Viet548Viet548
  • Viet549Viet549
  • Viet550Viet550
  • Viet551Viet551
  • Viet552Viet552
  • Viet553Viet553
  • Viet554Viet554
  • Viet555Viet555
  • Viet556Viet556
  • Viet557Viet557
  • Viet558Viet558
  • Viet559Viet559
  • Viet560Viet560
  • Viet561Viet561
  • Viet562Viet562
  • Viet563Viet563
  • Viet564Viet564
  • Viet565Viet565
  • Viet566Viet566
  • Viet567Viet567
  • Viet568Viet568
  • Viet569Viet569
  • Viet570Viet570
  • Viet571Viet571
  • Viet572Viet572
  • Viet573Viet573
  • Viet574Viet574
  • Viet575Viet575
  • Viet576Viet576
  • Viet577Viet577
  • Viet578Viet578
  • Viet579Viet579
  • Viet580Viet580
  • Viet581Viet581
  • Viet582Viet582
  • Viet583Viet583
  • Viet584Viet584
  • Viet585Viet585
  • Viet586Viet586
  • Viet587Viet587
  • Viet588Viet588
  • Viet589Viet589
  • Viet590Viet590
  • Viet591Viet591
  • Viet592Viet592
  • Viet593Viet593
  • Viet594Viet594
  • Viet595Viet595
  • Viet596Viet596
  • Viet597Viet597
  • Viet598Viet598
  • Viet599Viet599
  • Viet600Viet600
  • Viet601Viet601
  • Viet602Viet602
  • Viet603Viet603
  • Viet604Viet604
  • Viet605Viet605
  • Viet606Viet606
  • Viet607Viet607
  • Viet608Viet608
  • Viet609Viet609
  • Viet610Viet610
  • Viet611Viet611
  • Viet612Viet612
  • Viet613Viet613
  • Viet614Viet614
  • Viet615Viet615
  • Viet616Viet616
  • Viet617Viet617
  • Viet618Viet618
  • Viet619Viet619
  • Viet620Viet620
  • Viet621Viet621
  • Viet622Viet622
  • Viet623Viet623
  • Viet624Viet624
  • Viet625Viet625
  • Viet626Viet626
  • Viet627Viet627
  • Viet628Viet628
  • Viet629Viet629
  • Viet630Viet630
  • Viet631Viet631
  • Viet632Viet632
  • Viet633Viet633
  • Viet634Viet634
  • Viet635Viet635
  • Viet636Viet636
  • Viet637Viet637
  • Viet638Viet638
  • Viet639Viet639
  • Viet640Viet640
  • Viet641Viet641
  • Viet642Viet642
  • Viet643Viet643
  • Viet644Viet644
  • Viet645Viet645
  • Viet646Viet646
  • Viet647Viet647
  • Viet648Viet648
  • Viet649Viet649
  • Viet650Viet650
  • Viet651Viet651
  • Viet652Viet652
  • Viet653Viet653
  • Viet654Viet654
  • Viet655Viet655
  • Viet656Viet656
  • Viet657Viet657
  • Viet658Viet658
  • Viet659Viet659
  • Viet660Viet660
  • Viet661Viet661
  • Viet662Viet662
  • Viet663Viet663
  • Viet664Viet664
  • VietRiet1VietRiet1
  • VietRiet2VietRiet2
  • VietRiet3VietRiet3
  • VietRiet5VietRiet5

 

naar boven