Vietnam 1: Reisverslag en fotoreportage - 5 april 2008 Ho Chi Minh City, stadswandeling samen en apart, eten langs de straat

Hits: 40852

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5 april 2008 Ho Chi Minh City, stadswandeling samen en apart, eten langs de straat

’s middags half drie. In het vliegtuig naar Singapore heb ik wel wat gedommeld, maar dat zet niet veel zoden aan de dijk. De hal van het vliegveld van Saigon is een groot contrast met de zalen en oneindige gangen van Singapore. Hier een kale hoge hal waar maar weinig mensen zijn en waar het geluid  aan alle kanten weerkaatst zodat het drukker lijkt dan het is. In Singapore is het juist veel drukker dan het lijkt… De koffers zijn er gelukkig en dan  ontmoeten we Kris, die al staat te wachten en ons voorstelt aan de rest van de groep. We zijn snel buiten en de hitte overvalt ons meteen. Alsof je een warme deken omkrijgt, ook over je hoofd. Want het is behalve warm ook drukkend, nu al, om half tien. We laden de koffers in de bus die na een belletje van Kris voorrijdt. We hebben veel ruimte: er kan wel dertig man in schat ik. We zitten voortaan allemaal op een bank apart met het fototoestel naast ons. 

Het is ongeveer drie kwartier rijden naar het centrum en het hotel. De eerste indrukken van de stad: druk, veel verkeer vooral brommers, motors en scooters. Veel bussen ook. Naar verhouding weinig auto’s.  

Geen 'six million bicycles' maar zes miljoen brommers en motoren

Saigon: 8 miljoen inwoners, 5 miljoen motors en scooters, die of op de stoep geparkeerd staan, of door de straten rijden. Stoppen doen ze alleen voor een rood stoplicht, en ook dat alleen als het niet anders kan. 

Kris brengt ons meteen een levensreddende tip bij. ‘Ga bij het oversteken van een straat vastbesloten te werk. Ze stoppen niet voor je, ook niet bij een zebra, dus je moet gewoon de stap wagen. Ze anticiperen op wat je doet en rijden eerst voor je langs en als je langzaam maar zeker doorloopt, achter je langs.

Zonder vaart te minderen overigens.  DOE NOOIT EEN STAP TERUG,’ benadrukt Kris. ‘Daarop rekenen ze niet, dus die stap kan fataal zijn.’ Hij brengt het met wat ironie maar in de praktijk ervaren we al heel snel hoezeer hij gelijk heeft. De eerste keer oversteken is doodeng. Je ziet ze op je af komen en denkt: dit gaat niet goed!, maar ze anticiperen inderdaad op wat je doet, en als jij anticipeert op wat zij doen, gaat het altijd goed. Zo blijkt het hele verkeer te werken. Er wordt voornamelijk rechts gehouden maar in het oude centrum gaan fietstaxi’s en ook brommers ook rustig links door de bocht als ze dat beter uitkomt.

Na een paar keer krijgen we al enige flair bij het oversteken en als we aan het eind van de reis in Hanoi weer met dezelfde hectische verkeersdrukte moeten omgaan, is het eigenlijk een gewoonte geworden, dat oversteken. We zeggen dan wel tegen elkaar: don’t try this at home! want je krijgt daar van alle kanten de bekende vinger -als het daar al bij blijft. Hier hebben we dat geen enkele keer meegemaakt. Heerlijk, een samenleving zonder hufterigheid. 

Confucius in het verkeer

Mijn conclusie uit de manier waarop deze acht miljoen mensen in het verkeer met elkaar omgaan, is dat ze een bijzonder hoge tolerantiegraad moeten hebben. En dat blijkt ook verder tijdens onze reis. Nergens zie je iemand openlijk zich ergeren of opwinden. Dat schijnt te maken te hebben met hun levensbeschouwing en geloof. In Vietnam heerst voornamelijk de  Boeddhistische godsdienst, maar slechts 20% van de mensen doet daar daadwerkelijk wat aan. Even belangrijk is het Confucianisme, een erfenis van de eeuwenlange Chinese bezetting. In deze leer is de familie de hoeksteen van de samenleving (waar hebben we dat meer gehoord, maar hier is het écht zo…). Gezichtsverlies is een grote schande, omdat je daarmee niet alleen jezelf teleurstelt, maar ook je familie. Je brengt dus de ander niet in de situatie dat hij gezichtsverlies lijdt; dat doe je gewoon niet. Doe je dat namelijk wel, dan lijd je zelf het grootste gezichtsverlies. Je wijst dus ook nooit iemand openlijk op een fout, maar je lost het op met een glimlach. Als er iets typerend is voor de mensen hier, dan is het die glimlach. En het V-teken, voor Vietnam en Victory. De kleinste dreumesen ontvangen je met een glimlach en dat V-teken. Vriendelijkheid en gastvrijheid en echte belangstelling voor jou als vreemdeling zijn hier geen aangeleerde horecatrucjes maar behoren tot de volksaard. Later horen we van Hans, een Nederlander die hier ook is blijven hangen, getrouwd is en een hotel heeft gebouwd in Hoi An, dat dit inderdaad wel zo is. ‘Maar’, zei die, ‘ze zijn als een vulkaan. Heel lang blijft het deksel er op, maar áls het er eenmaal af is, dan exploderen ze ook en kun je geen taaier tegenstander hebben. Kijk maar naar het verzet in de achtereenvolgende oorlogen die ze hebben moeten voeren voor hun onafhankelijkheid.’

Goed, wij waren dus op weg naar het hotel. Hotel Hai Long 1. Het ligt in het centrum op loopafstand van allerlei bezienswaardigheden. In het hotel krijgen we een korte briefing, zo noemt hij dat, van Kris. Even douchen, je koffer uitpakken, en dan voor een informatieve tour te voet langs wat mogelijke restaurantjes voor de komende dagen, de ATM (geldautomaat) en wat bezienswaardigheden die je dan zelf op eigen gelegenheid later beter kunt bekijken. En dan samen eten in het ‘populairste  restaurant van de stad’. Volgens Kris. En die kan het weten. Als er één reisleider is met verstand van lekker eten en van goede  restaurants is het Kris, zo leerden wij op deze reis. 

We krijgen een kamer  op de een na hoogste verdieping (de 11e) met het mooiste uitzicht van allemaal. Sommigen zien alleen een blinde muur. We nodigen ze uit om van ons uitzicht te genieten. We kunnen lang op het balkon staan kijken naar het gewriemel beneden ons. Het is fascinerend om te zien.

Stadswandeling

En ’s avonds laat is het uitzicht ook nog interessant; het verkeer blijft praktisch de hele nacht doorgaan. Een wereldstad als deze slaapt niet, zegt het cliché, maar het is wel zo.. Zo wordt aan het gebouw dat tegen ons hotel aan staat, gebouwd en ook dat gaat dag en nacht door. We slapen de eerste nachten dan ook slecht door het niet aflatende lawaai. 

De tocht ter oriëntering door de omgeving gaat in snel tempo. Bij de ATM scoor ik de eerste hoeveelheid dongs. 1 Euro = ongeveer 25.000 dong dus als je €80 pint, ben je al twee keer miljonair. Even later zitten we boven aan één lange tafel in het populaire restaurant Bún, waar het op zaterdagmiddag inderdaad heel druk is. Kris stelt ons voor aan zijn charmante verloofde en bestelt voor ons ‘van alles wat’, wat  neerkomt op o.a. springrolls, dat zijn een soort mini-loempia’s in rijstpapier. Je kunt ze ook vers krijgen, maar deze zijn heerlijk gefrituurd. Verder is er pho, dat is een soort soep: bouillon met groentes. Jammer is dat ze er vaak ve tsin in gooien. Er is rijst (com), vlees, vis, garnalen. Zoveel dat het lang niet op komt. Het smaakt allemaal prima. Behalve de pho, daar ben ik niet zo gek op. Ik vind het wat flauw en de smaakversterker maakt het er niet beter op. Maar voor de rest: heerlijk. Ik ben de enige die niet met stokjes eet. Met een vork gaat het een stuk beter; meestal krijg je echter naast de stokjes alleen een lepel en moet je om een vork speciaal vragen. In de meer westers georiënteerde zaken is een ‘normaal’ bestek standaard en moet je juist om stokjes vragen. 

Na het eten gaan Riet en ik de stad in. We lopen langs de dingen waar we net in sneltreinvaart voorbij kwamen. Het postkantoor bij voorbeeld. Het is een koloniaal gebouw uit de Franse tijd. Het is perfect onderhouden. Ik zit even op een bank binnen te kijken (en te rusten!).    

Aan het eind kijkt Ho Chi Minh minzaam neer op het volk. Een vriendelijke man spreekt ons aan. Waar we vandaan komen, waar we naar toe gaan, enz. Het blijkt een Thai te zijn die hier vaker komt. Hij waarschuwt ons voor zakkenrollers. ‘Hier valt het nog mee maar in Hanoi is het echt erg.’ Wij hebben die ervaring niet. Ook niet in Hanoi. Vietnam is een van de veiligste landen, ook in een internationale verzekeraarsmonitor. We hebben ons geen moment onveilig of zelfs maar onbehaaglijk gevoeld, ook niet ’s avonds in het donker met zijn tweeën op straat, ook niet met een dure camera op de buik. 

Uit dezelfde Franse tijd is de OLV Kathedraal. Elke zondag zit die propvol; het katholicisme is nog steeds een belangrijke minderheidsgodsdienst in Vietnam en die wordt niets in de weg gelegd. 

Voor de kathedraal is een groot plantsoen dat populair is bij bruidsparen om te poseren. Van een van de paren maken wij ook foto’s. De man (een oom van de bruid, zo blijkt) is erg ingenomen met onze belangstelling. We laten hem onze foto zien. Hij glimt. Trots vertelt hij dat hij Amerikaan is. Het gaat hem daar goed, zegt hij. De VS zijn voor veel Vietnamezen het beloofde land. Nog steeds of weer. En sinds de normalisering van de betrekkingen tussen de Socialistische Republiek Vietnam  en de VS en de rest van het Westen zijn er veel westerse investeringen waarvan de gevolgen ons de komende weken niet kunnen ontgaan. 

Als je een petje koopt,  wil je ook vast wel méér petjes kopen

In een ander plantsoen met een groot socialistisch bombastisch beeld zitten we even uit te blazen. Het is erg warm en we zijn moe na zo’n lange dag en de jetlag doet zich gelden. Om ons heen al gauw wat kinderen die ons proberen ansichtkaarten te verkopen. Riet zwicht voor hun vasthoudendheid. Het zijn geen mooie kaarten maar het meisje wint. Als je eenmaal wat gekocht hebt, is dat niet het teken voor de anderen om het dan ergens anders te proberen, nee, als je iets koopt, kun en wil je ook vast wel méér kopen. Zo redeneren ze kennelijk. Later op de middag krijgen we de verkopers van zonnebrillen, portemonnees, petjes enz. enz. Het helpt niet als ik mijn portemonnee laat zien. ‘Ja, maar die is oud en deze zijn nieuw’, zeggen ze dan. Als ik zeg dat in die van mij geld zit en in die van hen niet, moeten ze lachen. Humor hebben ze vaak wel. Maar na een paar dagen word je wel wat moe van al die mensen die iets van je moeten, die je iets willen aansmeren. Op sommige plaatsten word je constant aangesproken. Iemand op een brommer biedt je een rit naar het strand aan. Een oud vrouwtje een pakje zakdoekjes. Soms zijn ze zielig, maar je kunt niet toegeven want dan is het einde zoek. Op den duur ontwikkel ik de tactiek om vooral geen oogcontact te maken. Als je dat wel doet, hebben ze je namelijk al beet en valt het moeilijk er van af te komen. Een beleefd ‘no thank you’ volstaat zelden om ze kwijt te raken. Wat ook helpt, is in het Nederlands te reageren op hun Engelse aanbiedingen. Ik heb wel begrip voor hun poging om wat te verdienen aan die ‘steenrijke’ toeristen, maar soms denk ik: scheer je weg! Maar we blijven beleefd want dat zijn zij ook. Beleefd vasthoudend. 

We lopen met de kaart in de hand door de stad. Ik wissel nog wat geld bij een wisselkantoor. Later probeer ik maar zoveel mogelijk te pinnen. Dat lukt bijna overal, hoewel soms alleen met de Visacard. In de buurt van de kathedraal hebben we even een regenbuitje, maar het is ook zo weer droog. We drinken daar in de buurt een heerlijke cappuccino. Had ik niet verwacht die hier te kunnen drinken. Hij is goed klaargemaakt en smaakt uitstekend. De prijs is dan ook ongeveer van West-Europees niveau. We lopen door het rijke en toeristische deel, met de grote hotels en fraaie gebouwen uit de Franse tijd langzaam weer terug naar ons hotel. 

Na een uurtje rust in onze koele kamer is het tijd om een eetgelegenheid te zoeken, dus weer eropuit.  We vinden op tien minuten lopen de markt terug, waarlangs veel eettentjes zijn, allemaal buiten, vlak langs de straat met kraampjes, waar half Saigon om deze tijd flaneert. Dat flaneren doen ze bij voorkeur op de brommer. Man aan het stuur, daarvoor het grootste kind staand op de treeplank met zijn of haar koppie net boven het stuur uit; achterop moe met tussen hen in nog hun tweede kind. Je houdt het niet voor mogelijk, maar het is hier heel gewoon. Wij zitten het aan te zien vanaf onze plastic stoeltjes achter onze formica tafel. De jongens die je hier naar hun terras lokken, spreken en verstaan goed Engels. En gelukkig hebben ze een kaart in het Engels, en nog mooier: er staat ook een groot bord met afbeeldingen van de aangeboden maaltijden. We bestellen en even later staat het voor onze neus. We krijgen fresh springrolls, maar dat betekent hier niet vers maar rauw. Dat was toch niet de bedoeling. We krijgen gefrituurde en die zijn heerlijk. Daarnaast een bord met gegrilde  garnalen die we zelf moeten pellen. Met een sausje van vers citroensap uitgeknepen boven wat zout: lekker!

 

 

 meteen na aankomst valt de drukte op

 uitzicht op Ho Chi Min City (HCMC), of Saigon

 O.L.V. Kathedraal

 het fraaie postkantoor van binnen

 met antieke telefooncellen...

 en Ho Chi Min aan de muur

 uitzicht vanuit onze hotelkamer

 

naar boven