Vietnam 1: Reisverslag en fotoreportage - Woensdag 23 april Hanoi Lao Cai Sapa; wandeling door de natuur en de regen en met de lokale minderheid Black H'Mong; wandelen richting CatCat; eten bij bakkerij

Hits: 40846

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 KAART van deze route 

Woensdag 23 april  Hanoi → Lao Cai → Sapa; wandeling door de natuur en de regen en met de lokale minderheid Black H'Mong; wandelen richting CatCat; eten bij bakkerij

Om 05.15 uur loopt de trein het station (Vn: Ga van het Franse Gare) van Lao Cai binnen. Een nieuwe gids, Vung, wacht ons op en brengt ons naar het busje. Dat is wat kleiner dan we gewend waren, (vandaar dat koffers niet mee mochten natuurlijk) maar nog groot genoeg. We zetten de bagage in de bus en lopen een stukje door naar een restaurantje dat al open is en waar we ontbijten. Een panino, gebakken ei, thee en verse ananas. Buiten gaan de kinderen al naar school. Daarna volgt een rit van 36 km de bergen in. Al gauw klimt de weg sterk. Onderweg kijken we onze ogen uit naar de eerste rijstterrassen die we zien. We maken een paar fotostops. We zijn onder de indruk van de schoonheid, niet wetend dat we later deze week nog veel meer en mooiere terrassen te zien krijgen…

Toeristen = handel

In de buurt van Sapa gaan we een nog smallere weg op en komen dan bij een dorp waar we een wandeling gaan maken. Het is nog vroeg in de morgen, maar de bevolking staat ons al op te wachten. Staat er in het boek van Dolf de Vries nog een foto met bergvolkeren op de vlucht voor toeristen als onderschrift, hier en in Sapa zal het vaak andersom zijn: toeristen op de vlucht voor bergbewoners. Tot 1993 mochten hier nooit buitenlanders komen van de regering. Deze mensen maken dus in nog geen 15 jaar tijd een ware revolutie door. En ze passen zich aan: ze weten nu dat toeristen handel betekenen. Leefden ze tot voor kort van ruilhandel en landbouw, nu proberen ze hun handel aan de toeristen te slijten. En dat gebeurt met een vasthoudendheid waar je grote bewondering voor zou hebben, ware het niet dat het ook wel verhipte lastig kan zijn als je eens ongestoord wilt lopen en genieten van de omgeving. Maar goed, overal is wat. Als de bus pesterig een rondje op het dorpsplein draait, rent de hele meute vrouwen met koopwaar er achteraan. Ze wijzen opgewonden naar ons. De potentiële klanten worden al onderling verdeeld, als je kijkt hoe ze onderling naar ons wijzen. 

Verrassend taalgevoelig

Ze lopen namelijk de hele wandeling met ons mee. Ze knopen een praatje aan en blijken verrassend taalgevoelig te zijn. Ze spreken en verstaan goed Engels (veel beter dan de receptionist in het hotel in Ha Long City…), sommigen ook Frans. Daarmee zijn sommigen viertalig want ze spreken hun eigen taal en waarschijnlijk ook nog Vietnamees. Wij hebben geen paraplu en te dunne kleren aan. We zijn nog maar net onderweg en de mist gaat over in miezerige regen. Geen nood, de vrouwen laten je schuilen onder hun paraplu, maar proberen je als tegenprestatie wel te verleiden tot koopbeloften straks bij het eind van de wandeling. 

 

Where you from? Have children? Ah! One daughter! How old are you? You buy something from me? Ze lichten je hele doopceel. In het begin is het wel leuk, ze vertellen ook wat over zichzelf. Maar ik wil ook wel eens even om me heen kijken. Daar kom ik voor. Dan maar niet onder de paraplu. Ik ril want het is kouder dan we ooit gedacht hadden dat het zou zijn en de motregen maakt het er niet beter op. Het geeft een beetje desolate sfeer aan het plaatsje en ook aan de foto’s vind ik. 

Een huis mogen we van binnen bekijken. Terwijl wij op een bank zitten te luisteren naar de verhalen van de gids, staan de vrouwen van de Red Dzao stam geduldig te wachten. Het huis heeft wel elektriciteit maar geen echt stromend water volgens mij. Er is wel een slang waar water uitkomt; dat vangen ze op in grote vaten. Een kraan is er niet. Laat staan een wc of badkamer. Wel is er buiten op enige afstand een wc in een betonnen hok, maar die is speciaal gemaakt voor de toeristen lijkt het. De vuurplaats is gewoon binnen zonder schoorsteen. Er zijn geen vertrekken, alles gebeurt in één grote ruimte. 

Regen, regen

Dan zijn we op het dorpsplein terug en begint de handel. Ach, ze hebben mooie spullen. Riet ziet dat het echt origineel borduurwerk is, werk van maanden misschien wel. Lappen, tassen, wandkleden, portemonneetjes enz. We kopen een paar mooie dingen. Volgens Riet zijn het echt antieke originele lappen die gedragen zijn. Thuis maar goed wassen. Afdingen valt nog niet eens zo mee. En als je van de een wat koopt, moet je van de ‘vriendin’ toch ook wat kopen vinden ze. Enfin, we leren hier wel om nee dank je wel te zeggen. Later spreken we, as we weer belaagd worden door verkoopsters, geen Engels maar Nederlands, dan heb je wat meer kans dat ze snel afhaken. Maar daar prikken sommigen doorheen, zo slim zijn ze wel. 

Nadat alle handelsovereenkomsten gesloten zijn (wij hebben het meeste gekocht geloof ik, voor 400.000 Vnd.) stappen we weer in het busje en rijden we naar Sapa. Sapa is een dorpje op 1650 m boven de zeespiegel, dat door de explosieve groei van het toerisme stilaan aan het uitgroeien is tot een stad en waar de verschillende minderheden zoals Black en Red H'Mong en Red Dzao elkaar proberen te overtreffen met het verkopen van borduurwerk.  Het ligt in de buurt van de hoogste berg in Vietnam, de Fansipan (Fan Xi Pan) (3140m). Volgens onze reisgids moeten we nu de minderheden met hun kleurrijke klederdrachten bezoeken, want die konden de langste tijd wel eens gehad hebben. Het is ongeveer half elf ’s ochtends als we in het Gold Sea Hotel in Sapa aankomen. We nemen eerst maar eens een lekkere douche en gaan dan naar beneden om in het restaurant van het hotel een black coffee te drinken. Het is er praktisch uitgestorven. Buiten regent het nog. Ik doe maar een tukje op het keiharde bed. We lunchen in het hotel. We zouden ’s middags met de inlandse gids een wandeling maken, maar het regent nog steeds en het gaat er nu nog hard bij onweren ook. Dus niemand is voor een wandeling te porren. Dat snapt de gids ook. Vanuit het raam van onze kamer zien we nog geen 50 meter ver, zo vochtig is de atmosfeer. Tegen het eind van de middag klaart het toch ietsje op. Kris heeft voorspellingen gehoord/ gelezen dat het nog wel drie dagen kan regenen dus we denken: we moeten toch maar wat gaan doen. Een klein eindje van ons hotel zijn plastic poncho’s te koop. Na wat handelen, kopen we er twee voor Vnd. 50.000, twee euro. En zo gaan we dan op pad, heuvelafwaarts, richting het dorpje Cat Cat. Onderweg is een controlepost; daar moet je toegang betalen. 

Kunstig aangelegde rijstterrassen

We lopen niet helemaal tot aan het dorp want we moeten ook nog terug en om half zes, zes uur wordt het donker, maar we maken in ieder geval al een stel mooie foto’s van de rijstterrassen die hier kunstig zijn aangelegd tegen de berghellingen. Wij Nederlanders kunnen met water omgaan maar hier kunnen ze er ook wat van, en dat met hun primitieve hulpmiddelen. Het is allemaal handwerk met de hak en ploegen doen ze met de buffel. 

Als we terug lopen komen we bij het hotel M. en B. tegen, die naar het stadje zijn geweest. Je kunt er lekker cappuccino drinken bij een bakkerij, zeggen ze. We besluiten dat te gaan doen en te kijken waar we wat kunnen eten. Bij de bakkerij blijken ze ook een menukaart te hebben. We bestellen een portie gebakken rijst met groente, tomatensoep, springrolls en voor mij nog een gebraden kippenpoot. Het meisje komt even later glimlachend vragen of een kippenborst met saus ook goed is; er zijn geen poten meer. Ja prima toch. Nog even later komt ze weer glimlachend vertellen dat er toch een kippenpoot komt. Tja. Hier is de klant nog eens koning in de horeca. Als toetje drinken we dan een goeie cappuccino. We wandelen terug naar het hotel door een uitgestorven dorp. Het is nu droog maar nog mistig en knap fris. Brrr. Nu blijkt dat we toch te weinig warme kleren uit de koffer hebben meegenomen. Schrale troost is dat het de hele groep zo vergaat. Had Kris ons misschien net iets meer op attent kunnen maken dat het hier nog zo koud kan zijn om deze tijd van het jaar. Maar ja, achteraf hadden we het zelf ook kunnen bedenken misschien. 

De hotelkamer is, net als het hotel, de minste dat we gehad hebben. Iedereen doet heel erg zijn best, daar niet van, maar het is allemaal heel goedkoop afgewerkt (een plastic deur voor de badkamer waar je doorheen kijkt, zo dun is die) en de vaste vloerbedekking is een beetje viezig. ’t Maakt een wat verlopen indruk. De keiharde matras is hier in veel hotels kennelijk standaard. Je kunt er nog geen duim indrukken! Gelukkig zijn we ’s avonds moe genoeg om toch lekker te slapen, ik althans. 



 

 

 Onderweg naar Sapa in de bergen

 de dames willen ons graag vergezellen
met hun paraplu's maar uiteindelijk willen ze je natuurlijk wat verkopen

 

 

 het miezert en is ronduit koud

 we mogen binnen in een huis

 

 men woont in een fraaie omgeving...
waar geen gebrek is aan water

 

 

  de dames vergelijken wat ze verkocht hebben

 


 

Uitzicht vanaf de weg bij Sapa op Catcat

 vrouw gaat pal voor ons hotel even 
langs de weg haar behoefte doen

 

 

 

 

naar boven