Vietnam 1: Reisverslag en fotoreportage - Inleiding, waarom Vietnam

Hits: 40850

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Xin Chiao Viet Nam!

Inleiding 

 

Vietnam, 4 april tot 1 mei 2008

Toen ik in september 2007  gestopt was met werken was duidelijk dat Riet en ik nog eens een of meerdere grotere reizen zouden gaan maken als de gezondheid en de overige omstandigheden het toelieten. In de winter van 2007-2008 oriënteerden wij ons met brochures, internetsites, boeken en bezoeken aan reizigersdagen van organisaties. Langzaam kwam Vietnam bovendrijven. ‘Waarom in vredesnaam dan naar Vietnam?’ vroegen sommigen. 

Azië was ons bekend van reizen naar India, Nepal, Sri Lanka, Indonesië. Het is een intrigerend continent. Er is veel oude cultuur, de manier van leven van de bevolking is fascinerend, want in onze ogen zo afwijkend van wat wij ‘normaal’ vinden. Bij Vietnam komt er nog een uitbundige natuur bij, heel veel afwisseling in landschappen, klimaat en (minderheids)volkeren en natuurlijk toch de Amerikaanse oorlog, bij ons beter bekend als de Vietnam-oorlog. Alleen al de namen als Saigon, Hanoi, Da Nang, Pleiku enz. enz. hebben een magische klank van bekendheid omdat ik ze in de jaren van mijn adolescentie bijna elke dag uit de luidspreker van onze Erres radio hoorde komen. Op de kweekschool hadden we het erover. Een goede vriend vond dat de Amerikanen goed werk deden met het bestrijden van het communisme in die regio. Ik zag toen al de willekeur, het onrecht van onvoorstelbare vernietigingswapens en de politieke machtsspelletjes. Ik was geen bewonderaar van Ho Chi Minh, maar ik zag wel dat er een andere kant aan de dominotheorie zat. Ik zag dat macht en belangen een grotere rol spelen dan het vrijheidsverlangen van een volk en het verlangen naar een ‘gewoon’ dagelijks leven waarin een mens wat kan opbouwen en een rustig leven kan hebben met z’n familie. Dat dilemma is prachtig verwoord in het citaat uit De stille Amerikaan van Graham Greene op de vorige pagina. Nota bene geschreven in 1955. Het moest nog tot 1975 duren voor de Vietnamezen zelf hun lot mochten gaan bepalen en de dagen er min of meer hetzelfde verliepen en de blanken hun niet meer voortdurend vertelden wat goed voor hen was… Het leek mij fascinerend om hun land te bezoeken en te kijken hoe het er nu voor staat. 

 Arcadia

Vrienden lieten ons met foto’s  zien hoe hun reis door Vietnam met reisorganisatie Arcadia ruim vier jaar geleden was verlopen. Wij hadden toen de beslissing al genomen overigens. We zouden ook gaan met Arcadia, een kleine reisorganisatie uit Alkmaar, die een reis van 28 dagen aanbood. Dat is meer dan bij welke andere organisatie die we kenden. Niet alleen het intrigerende noorden met zijn minderheidsgroepen met hun prachtige klederdrachten en nog onbedorven gewoonten zat erin, maar ook bijv. een bezoek aan de totaal niet toeristische centrale hooglanden tussen Buon Ma Thuot en Pleiku. En met tijd om ook op eigen houtje op stap te gaan en ook nog eens even tot jezelf te komen na alle bijzondere indrukken, hoewel we daar niet echt veel tijd voor hebben genomen. Een enkele keer hebben we een paar uurtjes echt gerust op de koele hotelkamer, maar meestal gunden we ons daar geen tijd voor: je bent hier nu en je komt hier nooit weer terug, dus pak mee wat je kan aan indrukken en ervaringen, dat was onze insteek. Vakantie was het dan ook eigenlijk niet: we maakten een reis. En dat is echt wat anders… Elke dag vroeg op, half zes was eerder regel dan uitzondering; elke dag enorm veel nieuwe indrukken opdoen en verwerken; de drukkende vochtige hitte; het volle programma en altijd mensen om je heen die iets van je willen.  Nee, een relaxte vakantie is echt iets anders. Maar daar gingen we ook niet voor.

We hebben geen minuut spijt gehad van de keuze. De reis was prima georganiseerd en Arcadia had een goede reisleider gecontracteerd in de persoon van Kris Goetghebeur, een Bourgondische Vlaming (omgeving Antwerpen) die vanaf zijn tiende over de wereld zwierf, nu al negen jaar in Vietnam verbleef, daar een verloofde had gevonden en de taal ook heel redelijk sprak en verstond. Kris is een echte levensgenieter. Hij geniet van de vele Vietnamese culinaire mogelijkheden en dat is aan zijn postuur te zien. Als je iemand van zijn uitgebreide netwerk ontmoette, bijv. de restauranthouder  van ‘Van Son’ in Ha Long City, met wie je het erover had hoe je hier was en met wie, en je maakte het bekende gebaar van een omvangrijk embonpoint, dan brak de lach van herkenning door: ‘Haa, Kris!’ Er was in het begin wat kritiek bij sommigen uit de groep op het feit dat hij niet veel vertelde of dat hij wel eens niet met de groep meeging en ons overliet aan de inlandse gids, maar gaandeweg verstomde die kritiek en was er bewondering voor hoe geolied de organisatie was en voor de vele initiatieven voor optionele excursies en voor de geweldige lunches en diners die Kris steeds wist te regelen. En vertellen kon Kris ook. Niet alleen over allerlei wetenswaardigheden van het land, de geschiedenis, de bevolking, maar ook over avonturen met eerdere groepen. Die verhalen kwamen vooral ’s avonds na het diner, als Kris zijn maïswijn presenteerde. Wat nou wijn, het alcoholpercentage was minimaal 50%, maar de volgende morgen was Kris weer op tijd van de partij en waren de zaakjes weer geregeld zoals ze moesten zijn. Tijdens mijn afscheidstoespraakje dat ik in Hanoi namens de groep mocht houden, vroeg ik hem hoe hij de groep ervaren had. ‘Simpel’, was het antwoord. ‘Simpel, in de zin van: een groep die nauwelijks een reisbegeleider nodig heeft, want die zichzelf goed weet te redden en eventuele hobbels zelf opruimt en initiatieven neemt. Jullie hadden kunnen volstaan met een inlandse gids’, zei Kris. Dat vond ik leuk om te horen. Niettemin was het erg gemakkelijk voor ons dat hij alles zo goed onder controle had. We hebben daardoor in relatief korte tijd heel veel gezien en ervaren, geleerd en genoten. 

Kleine groep

De groep bestond uit slechts acht personen, Riet en mij meegerekend. De andere zes waren zeer bereisde mensen van ongeveer onze leeftijd. Ik was de op een na jongste. Het klikte meteen, zoals dat heet. Je zit met zo’n lange reis en zo’n relatief kleine groep namelijk wel vaak dicht bij elkaar in de buurt, om niet te zeggen op elkaars lip. Ook al omdat iedereen altijd meedeed met alle voorgestelde optionele excursies en omdat we, ook naast de gepland gezamenlijke maaltijden, wel eens samen in hetzelfde restaurant aten. Het deel uitmaken van een groep, daar hadden wij vooraf het meest een hard hoofd in gehad, omdat we geen van beiden zulke groepsmensen zijn, integendeel, we gaan lieve onze eigen gang in ons eigen tempo, maar dat is dus erg meegevallen. We vormden een hecht clubje, mensen die elkaar in hun waarde lieten en zich bij voorbeeld uitstekend hielden aan (tijds)afspraken. Voordeel van zulke bereisde mensen is dat niemand zeurt of klaagt, ook niet als het eens tegenzit, maar dat iedereen overal het beste van probeert te maken. Opmerkelijk vond ik ook dat niemand blasé was of deed: iedereen was ondanks de eerdere reiservaringen verscheidene keren verbijsterd of aangenaam verrast door wat we allemaal te zien, te horen, te ruiken en te proeven kregen. En iedereen keek telkens weer zijn of haar ogen uit op de vele markten die we bezochten, met als hoogtepunt wel de markten in Sapa en vooral Bac Ha. En iedereen had dezelfde schroom om voor het eerst een straat over te steken in Ho Chi Minh City tijdens de spits (die voor je gevoel de hele dag doorgaat). En het voldane gevoel dat je na een week had als je bij jezelf bemerkte dat je er een zekere handigheid in kreeg en niet meer dacht: hoe moet dit aflopen. Over het verkeer verderop meer…

Er was eigenlijk weinig of niets wat nog beter had gekund. Want hoewel het weer in het noorden eerst tegenzat, hebben we daar toch alles kunnen doen wat gepland was, met redelijk helder weer zelfs. Ook in Ha Long Bay hadden we goed helder weer, en dat is daar, net als in het noorden, bepaald niet gegarandeerd. 

We kijken dan ook terug op een onvergetelijke reis, waarin we met heel veel onvoorstelbaar aardige mensen hebben kennis gemaakt en ervaringen hebben opgedaan die ons nog lang zullen heugen. Dat laatste probeer ik met dit verslag wat te structureren. Samen hebben Riet en ik ongeveer 5500 digitale foto’s gemaakt. Ik met mijn digitale spiegelreflex Pentax K 10 D met Sigma objectief 17-70 mm en in totaal 10 GB geheugenruimte. Riet met de Minolta Dimage Z6 met in totaal 3 GB.  In dit verslag een zeer kleine selectie daarvan, met mijn herinneringen daarbij, ondersteund door de uitwerking van aantekeningen die ik onderweg heb gemaakt en met gebruik van literatuur waarvan ik achterin dit reisdagboek een verantwoording geef. Naast dit dagboek heb ik een fotoboek gemaakt, getiteld “Allemaal Vietnamezen, een fotoboek over mensen in Vietnam in hun dagelijks leven”, met bijna 120 foto’s op A-4 formaat. 

Lammert, mei/juni 2008 

 

naar boven