Iran, verrassend veelzijdig en hartverwarmend gastvrij - Dinsdag 23 april dag 5: Via Nain naar Yazd; de oudste moskee van Iran, Masjed-e Jame van Nain, en een lunch bij een vervallen karavanserai

Hits: 3358

Dinsdag 23 april
dag 5: Via Nain naar Yazd; de oudste moskee van Iran, Masjed-e Jame van Nain, en een lunch bij een vervallen karavanserai

 

Voor de route: klik hier

 


Het programma: “In Nain bezoeken we een van de oudste moskeeën van Iran. Daarna rijden we verder naar de woestijnstad Yazd, een van de oudste steden ter wereld, waar we twee nachten verblijven. Tijdens de rit met de touringcar ziet u het Iraanse landschap aan u voorbij trekken. Uiteraard stoppen we onderweg enkele malen om van deze omgeving te genieten. (ca. 390 km)”


Vandaag zal het vooral een reisdag zijn. Maar toch ook een dag met een paar bijzondere onderbrekingen in de vorm van een moskeebezoek en een bijzondere picknicklunch.


We rijden eerst een paar uur, met een koffiepauze bij een eenvoudig thee- en koffiehuis. De mannen op de leugenbank willen wel op de foto. Uit het raam van de bus zie ik tijdens de rit de talloze tinten bruin van de woestijn en soms op de achtergrond bergen, de toppen bedekt met intens witte sneeuw.

 

foto's uit de bus genomen van het landschap onderweg

de leugenbank eh... divan

Dit is zo'n collectebus voor goede doelen die je overal in Iran ziet; hier bij het cafeetje onderweg.

 

 

Nain: de misschien wel oudste moskee: Masjed-e Jame

 

De oude moskee van Nain (weer met nieuwjaarsversiering)

 

In het tapijtenstadje Nain bezoeken we de misschien wel oudste moskee van het land, de Vrijdagmoskee of Masjed-e jame. Nain is een stadje met ongeveer 25.000 inwoners. Nain ligt op de Iraanse hoogvlakte (1500m) en kent een woestijnklimaat, hete zomers en vorst in de winter. De moskee dateert al uit het jaar 960. Andere bronnen hebben het over de 8e eeuw, de tijd dat de godsdienst in dit land nog zoroastrisch was. Later meer over het zoroastrisme.

 

Prachtige decoratie in baksteenstructuren

minaret van de moskee van Nain

 


Uit het traditionele ontwerp vloeit voort dat een aantal portieken een centrale binnenplaats omzomen. Er zijn geen iwans. Binnen is een gebedszaal. In het interieur is Seltsjoekse vakmanschap zichtbaar met betrekking tot de patronen in baksteen, die dateren uit de 11e eeuw. Veel muren lijken mij flink gerestaureerd, soms lijkt het bijna nieuw. Andere delen zijn zichtbaar oud. De moskee is eigenlijk vrij kaal, vergeleken met wat we al zagen en nog zullen zien. Bijzonder zijn de bakstenen wanden en pilaren rond de binnenplaats, de veertien zuilen zijn elk versierd met een uniek patroon van metselwerk. Heel fijnzinnig gedecoreerd. Binnen staat naast de meghrab een preekstoel, een menbar, van 700 jaar oud, uitgevoerd in fijn houtsnijwerk met vooral florale en geometrische motieven. Een meesterstuk van houtsnijwerk.

Albast


Farid maakt ons attent op zaken die we zelf niet zouden zien. Zo dalen we af in de ondergrondse gebedsruimte. Er zijn gangen en zaaltjes. Buitenlicht dringt er door, doordat in de vloer van de binnenplaats, die hierboven ligt, platte stenen van albast zijn ingelegd. Alabaster is een doorschijnende steensoort; het onyxmarmer of het oosterse albast is een melkwit tot honinggeel, ook groenachtig, door parallel verlopende lichte en donkere lagen gestreepte, doorschijnende kalkverbinding. Op de vloer van de binnenplaats waren ze ons niet opgevallen, maar nu we het weten wel. De ondergrondse ruimtes zouden in de zoroastrische tijd gediend hebben als vuurtempel, nog voor de moskee werd gebouwd.

 

verlichting in de gewelven met daglicht door albast-steen

 

albast-steen in de vloer van de moskee, buiten

 

op het binnenplein

 




Qanat


Ook ondergronds is de watertoevoer. Door het qanat-systeem is/was ook hier water aanwezig. Nu is de put droog. We zien wel het systeem, voor zover het te zien is. De streek krijgt zeer weinig neerslag en water was al door de eeuwen heen een probleem. Meer dan 3000 jaar geleden al, leerden de Perzen ondergrondse aquaducten bouwen om water van de bergen naar de vlakten te brengen. Hier heten die kanalen qanats. Tot in de jaren zestig van de vorige eeuw leverde dit systeem in Iran 70% van het water. In Nain krijgen we er voorlopig nog niet meer van te zien dan een zijarm die uitloopt in de ablutie- (reinigings-) put onder de kelders van de moskee. In Yazd leren we nog meer over het qanat-systeem.

in de gewelven: het nu droge qanat-systeem

 

foto van een qanat-systeem ondergronds, in feite een uitgehouwen tunnel/ aquaduct ondergronds. 


Na ons bezoek kijken we nog even in het winkeltje. Farid laat foto’s zien van o.a. het qanat-systeem, meer binnen in het systeem, dus in de gangen. Met een klein ommetje lopen we terug naar een beschaduwd parkje voor de moskee. Daar hebben Daoud & Daoud het bekende roze tafeltje neergezet en krijgen we koffie. Oploskoffie, maar wel goeie. Net voor ons aan is een groep van NRV. Zij doen ongeveer hetzelfde programma. Net als de meeste reisorganisaties trouwens. Ik heb even met een paar mensen gesproken en ik heb de indruk dat hun programma soms (nog) meer overladen is dan het onze.

 

oude lemen gebouwen in de buurt van de moskee in Nain. Dit gebeurt ermee als je het niet onderhoudt...

oud gebouw waar we even een kijkje binnen nemen

 


Na de koffie volgt een lange rit door de hete woestijn. Weg 71 is een doorgaande route voor vooral vrachtverkeer naar Afghanistan en Pakistan. Op de andere baan, soms heel ver gescheiden van die van ons, zien we lange rijen vrachtwagens stilstaan voor controles. Er wordt op deze route veel gesmokkeld.

vrachtwagens wachtend voor de controle op de andere weghelft

   

eenzame vrachtwagen   

               de oude karavanserai vanaf de autoweg gezien

 

 

Tegen de middag bereiken we onze bijzondere lunchplek voor vandaag. Langs de weg ligt een oude karavanserai.


Een karavanserai in verval


Een karavanserai was vroeger in de tijd van de Zijderoute een overnachtingsplaats voor de handelaren die met hun kameelkaravanen onderweg waren. Zo’n plek bood een veilige overnachtingsplek niet alleen voor reizende handelaren, maar ook voor hun kostbare waren en hun dieren. Het complex bestond meestal uit een grote binnenplaats met een sluitende ring van gebouwen eromheen, vaak met een arcade ervoor. De poort moest breed genoeg zijn om lastdieren (zoals kamelen) door te laten. Net als bij oude boerderijen bij ons is er –in dit geval- een kleinere deur in de grote deur gemaakt. In de gebouwen bevonden zich kleine nissen en kamertjes waar zowel reizigers als dieren konden slapen. Vaak sliepen de mensen op de eerste verdieping, de dieren op de begane grond, maar dat was niet altijd het geval. Soms lagen er simpele matrassen in de kamers. Overnachten was gratis, maar men moest zijn eigen eten en kookgerei meenemen. Daar stond tegenover dat sommige karavanserais een hamam (badhuis) hadden, en de meeste een gebedsruimte of moskee.

Nu zijn ze in Iran vaak verbouwd tot hotel (zouden we ook nog zien) maar deze is nog in originele staat, maar wel erg verwaarloosd.

 

boven en onder de beide broers, eigenaren

de groep neemt een kijkje op het binnenplein

Sommige stukken zijn nog in redelijke conditie, andere minder

De bus naast de oude karavanserai

 




Het qanat-systeem


De eigenaars, twee broers, oude mannen, houden hier wat dromedarissen waarin ze handelen en ze hebben een simpel tuintje met wat gewassen. Midden in de woestijn is ook hier het nodige water voor irrigatie van de tuin weer voorhanden door het qanat-systeem. We kunnen hier zien hoe het werkt. Op afstand van elkaar is een verticale schacht waarin je het water kunt zien stromen. De schacht is nu geconstrueerd en verstevigd met oude autobanden. Ondergronds lopen kanalen die het water over verre afstand aanvoeren.

Het verval, het hoogteverschil tussen de bron in de bergen of in de foothills ervan en bestemming, zorgt ervoor dat de zwaartekracht het water naar de uitstroom geleidt. De constructie ervan moet een beheersing van de geologie en van de wiskunde enzovoort vereist hebben waar je stil van wordt. Het graven van de tunnels, de ondergrondse aquaducten, was een zaak die meer fysieke kracht vereiste.

De verticale schachten zorgden ervoor dat er zuurstof en licht was om bij te werken. Men zegt dat er ook wel blinden werden gerekruteerd voor dit werk, en liefst moesten ze klein van stuk en toch beresterk zijn. Het puin moest ook door die schachten naar boven om afgevoerd te worden. Het aanleggen van een dergelijk systeem moet grote investeringen hebben gekost en vele jaren werk. Maar de systemen hebben eeuwenlang gewerkt en werken nu vaak nog. Onvoorstelbaar.

tegenwoordig maken ze de verticale luchtschachten van gestapelde autobanden... vorm van recycling...

 

 

Iraanse vinding (?)


Farid stelt onomwonden dat de qanat een Iraanse vinding is. Hoewel het overgrote deel van de literatuur Iran wel als bron van de vinding noemt, is het wetenschappelijke debat over de oorsprong echter nog niet beslecht. Wel staat vast dat de qanat nergens zo belangrijk is als in Iran: van alle nog min of meer functionerende qanats bevindt 50-60% zich in dat land, terwijl zo'n 35% aangelegd werd in twee landen waar een directe Iraanse invloed aantoonbaar is: Afghanistan en Oman.


Naast het evidente belang van het transport van water naar nederzettingen en droge landbouwgronden, waar zonder irrigatie geen landbouw mogelijk is, heeft de qanat-technologie een drietal specifieke voordelen. Door de goeddeels ondergrondse constructie treedt veel minder verdamping op dan bij bovengrondse kanalen en bestaat er minder kans op vervuiling en daarmee gepaard gaande ziektes. Door het verval in de tunnel is geen (mechanische) inspanning nodig om een goede doorstroming te verzekeren en bij voldoende hoogteverschil kan water over aanzienlijke afstanden getransporteerd worden. Ten slotte is een qanat een duurzame oplossing: als de grondwaterspiegel daalt, vermindert de instroom totdat de bron zich voldoende hersteld heeft.


Wie nog meer wil weten over de qanat; zie het grote Wikipedia-artikel.





De beide broers, beheerders van de karavanserai, laten ons op hun erf toe tegen een vergoeding. Ze hebben niet veel te makken, zo te zien. Ik vind het maar een treurige toestand. Ze zijn nog blij met wat van onze overvloedige picknicklunch overblijft. De ene lijkt ziek, kan slecht lopen. Hij klaagt ook tegen ons, wijzend naar zijn hoofd. Beiden hebben ze getaande gezichten en sjofele kleren.

 

Het lijkt eventjes dat onze reisbegeleider Claudia een kruiwagen voer brengt maar dat is gezichtsbedrog...

ter ere van ons bezoek krijgen de dromedarissen wat voer in de kruiwagen

 


Jazeker, een overvloedige picknicklunch want Daoud en Daoud hebben het roze tafeltje (dat eigenlijk lila is, maat ik vind het woord roze leuker), weer neergezet bij de oude poort en daarop komt een keur van etenswaren. Broodjes met beleg, salades, tomaat, drinken, en zoete meloen na. Staand of zittend op een stenen ‘bank’ in een brede nis van het gebouw doen we ons te goed.

Ook is er tijd om het gebouw beter te bekijken. Op de binnenplaats is het treurigheid. Een heet, stoffig plein met kamertjes eromheen. In enkele ervan ligt een hoop rotzooi. De meeste zijn leeg en in een of meer kamers leven de broers. Het moet hier ’s winters gruwelijk koud zijn. Stromend water is er dus alleen van de qanat. Elektriciteit? Kabels heb ik niet gezien. Een heel hard leven dus.

Het kan natuurlijk zijn (wat een reisgenote suggereerde) dat de beide mannen elders een gewoon huis hebben. Dat dit hun 'boerderij' is. Ik vermoed dat toch niet maar kan het niet staven. Mijn vrouw en ik denken dan altijd terug aan de vrolijke Indonesiërs die voor ons een traditionele kecak-dans opvoerden. In authentieke kleding, 'helemaal in trance' en in stijl. We gingen er helemaal in mee. Na afloop -als het geld was geïncasseerd- klommen ze in hippe spijkerbroek allemaal op hun ronkende brommers en scheurden de stad in. Meer dan dertig jaar geleden al...



We kunnen ook het dak op. Daar heb je een mooi uitzicht op de omgeving. Niet dat er veel te zien is overigens. Zand, steengruis en zand. En zand. En de grote weg dus.

 

op het dak ziet het er nog redelijk onderhouden uit, hoewel...

weids uitzicht maar veel is er niet te zien

 


Uitzicht uit het hotel op de Stiltetorens


Na deze bijzondere onderbreking is het nog twee uur karren naar ons doel van vandaag, de woestijnstad Yazd. Daar zullen we in een goed hotel zitten dat eigendom is van Arg-e Jadid. Dat is de maatschappij waarvan de bus ook is. Het is een groot bedrijf met diverse onderdelen, o.a. is het een grote touroperator in dit land. SRC heeft de reis verder door hen laten organiseren, denk ik. Nu, dat gaat uitstekend. Kwaliteit.

uitzicht vanuit ons hotelraam op de Torens der Stilte

achtertuin en het hotel

luxe binnentuin

tegenover het hotel begint meteen de wildernis, in casu de woestijn

 


Ons hotel staat net buiten de stad Yazd. Dit is een van de oudste woestijnsteden van Iran. Het ligt 325 km ten zuiden van Isfahan op de Iraanse hoogvlakte op een hoogte van 1230 m. Vanuit ons hotelraam hebben we uitzicht op de Stiltetorens. Dat is wel uniek. Als er niet zo’n hoog hek om het complex stond, zou je er zo naartoe kunnen lopen. Nu lopen we een rondje om het hotel. Over de weg is het namelijk te ver. We blijven twee nachten in Yazd.

 

Stiltetoren vanaf de autoweg

naar boven