Iran, verrassend veelzijdig en hartverwarmend gastvrij - Maandag 22 april dag 4: De heilige stad Qom met de bedevaartsplaats van Fatima, de koopmanspaleizen Khane-ye Borujerdi en Tbatabai in Kashan en de woestijntuin Bagh-e Fin

Hits: 3363

 

Maandag 22 april
dag 4: De heilige stad Qom met de bedevaartsplaats van Fatima, de koopmanspaleizen Khane-ye Borujerdi en Tbatabai in Kashan en de woestijntuin Bagh-e Fin

 

Voor de route: klik hier (GoogleMaps)

 


Programma SRC: “We rijden naar de heilige stad Qom, het islamitisch centrum van het land. In deze stad, waar Khomeini leefde en werkte, spreken wij met een moellah. Hij kan uw vragen beantwoorden over het islamitische geloof en over het heiligdom. Vervolgens gaan we naar het oasestadje Kashan dat enkele fraaie koopmanshuizen met prachtig keramiek heeft. Hier wordt duidelijk hoe de rijke kooplui in de 19e eeuw leefden. Ook bezoeken we een van de mooiste tuinen van Iran, de Bâgh-e Fin, die op de Werelderfgoedlijst van UNESCO staat. We overnachten in Kashan. (ca. 260 km)” “NB Het kan voorkomen dat we in het bergdorpje Abyaneh overnachten in plaats van in Kashan.”


Helaas is dat laatste niet het geval. Helaas, want Abanyeh moet een leuk dorp zijn; heel traditioneel, een soort Iraans Staphorst. De rest van het programma werken we vandaag af.

we passeren weer het complex van het mausoleum van Khomeini 


Voor mijn gevoel begint deze reis een paar keer opnieuw. Ze begint wanneer je vertrekt van huis, natuurlijk. Maar pas op Schiphol kreeg ik echt het gevoel dat de reis begon. In Teheran begin je opnieuw. En vandaag begint dan de eigenlijke reis door Iran. We laten de hoofdstad achter ons en maken de eerste serieuze etappe met de bus. Als de bebouwing eenmaal achter ons is, bevinden we ons ineens in de woestijn. Claudia wijst ons erop dat de woestijn niet is zoals anders (ze was hier een maand geleden ook nog). De woestijn staat namelijk in bloei. Niet meer zo volop als op haar vorige reis zo’n drie, vier weken terug, maar toch. Hele vlakken groen, geel, rood en nog andere kleuren golven over de heuvels. De groene bestaan uit een soort gras en zijn bedekt met zwarte vlekken: een kudde dromedarissen. De andere kleuren zijn bloemen. Dit is een tafereel dat zich in geen jaren heeft voorgedaan. We voelen ons bevoorrecht.


Een eind verder komen er andere kleuren in beeld: grijs, roze, blauwachtig, felgroen. We rijden voorbij een van de zoutmeren die Iran rijk is. Het meer is tamelijk veraf, dus we maken een foto vanuit de bus. Het is ongeveer twee uur rijden van Teheran naar Qom, dus we hebben onderweg nog een toiletpauze. Het is bij een grote splinternieuwe mall, met blinkende marmeren vloeren, glazen winkelpuien en dure winkels. Zoals je ze dus tegenwoordig overal ziet verschijnen. Deze staat echter, zo op het oog tenminste, midden in de woestijn… Er is een winkel met alleen maar chocolade, in alle vormen van puurheid en verder ook in vele vormen. Wij kopen een paar brokken van 80% cacao.

 

kudde dromedarissen

de woestijn bloeit!

zoutmeer in de verte

duizenden bloemen sieren de anders zo gortdroge en dorre woestijn


Qom er eens om


Dan rijden we de voorsteden van Qom binnen. Qom is een flinke stad, met plm. een miljoen inwoners en het is een heilige stad. Het was de plek waar ayatollah Khomeini jarenlang woonde, studeerde en islamitisch onderwijs gaf. Maar daarom is de stad niet heilig, al vinden sommigen vast van wel. Hier in Qom is het mausoleum en het heiligdom van Fatima, daarom is het heilige grond. Wij gaan dat mausoleum bekijken.

 

Moellah’s en imams


Nu wordt Qom licht spottend wel de moellah-fabriek genoemd. Er zijn koranscholen en opleidingen voor imams en moellahs. Even ter verduidelijking: een moellah is een geestelijke die op de onderste treden van de sjiitische hiërarchie staat. Elke moskee heeft er een (als het goed is). Moellahs verdienen hun brood grotendeels door de Koran uit te leggen en hulp te bieden bij sociale, persoonlijke en medische problemen. Imams zullen in moskeeën altijd voorgaan in het gebed, ook al zijn er oudere mannen aanwezig. In de regel leiden ze een Koranschooltje voor de kinderen uit de omgeving en niet zelden hebben ze een functie in het reguliere onderwijs.


De term 'imam' verwijst naar het beroep van geestelijk verzorger vanuit de islamitische levensbeschouwing. Er bestaan verschillende opvattingen over de rol en betekenis van de imam. In het soennisme is het een voorganger in het (vrijdag)gebed. Binnen de sjiitische leer bestaan er slechts twaalf imams, die de geestelijk leiders zijn van heel de moslimgemeenschap. Het verschil met de soennitische leer is dat de imam autoriteit heeft voor tafsir, de exegese van de Koran. De meerderheid van de sjiieten gelooft dat er twaalf imams zijn geweest (net zoals de vorige profeten Mozes en Jezus die hun 12 apostelen gehad zouden hebben) en dat de huidige tijd wel een imam kent, maar die verkeert in het verborgene (‘in de put’ zoals in de verhalen van kader Abdolah). De wederkomst van deze imam al Mahdi (=de door God geleide) zal verlossing voor de wereld brengen.


Ayatollah


Een ayatollah tenslotte is een hoge geestelijk leider. Het woord betekent 'teken van God' en zij die de titel dragen zijn kenners van de sjiitische islam. Daaronder vallen ook rechtspraak, ethiek, filosofie. Meestal geven ze les aan religieuze scholen, dus ook hier in Qom. Enkele ayatollahs dragen de titel Grootayatollah. De hoogste ayatollah is de Hoogste Geestelijke Leider, de religieuze dictator zeggen velen, van de Islamitische Republiek Iran.


Mausoleum van Fatima, de zus van de achtste imam Reza


Goed, na dit inkijkje in de hiërarchie van de Iraanse geestelijkheid rijden we dus de stad binnen en belanden op een enorm parkeerterrein, waar wat oude vrachtwagens staan. Het is een rommelige zooi, met permissie. Aan de rand staat een felgekleurde bus, een soort pendeldienst. Niet helemaal zo luxueus als de onze. We mogen namelijk niet met onze eigen bus naar het heilige complex, vandaar dat we met deze ronkende en stinkende stadsbus gaan. Nou ja, je mag hier in ieder geval de stad in, in tegenstelling tot Mekka. Maar dat is dan ook nog weer veel heiliger dan Qom. In Mekka gaat het om Mohammed zelf, hier gaat het om Fatima, de zus van de achtste imam Reza. Dat is nogal een verschil natuurlijk. In 816 stierf zij hier in Qom, op doorreis naar haar broer in Mashhad, waar trouwens het mausoleum van Reza is. Dat is een nog heiliger bedevaartplaats dan Qom.

 

stadsbus


Maar hier in Qom is dus het mausoleum en het heiligdom van Fatima, en daarom is dit ook een serieuze bedevaartsplaats voor de Sjiieten. Het heiligdom met de tombe zelf is niet toegankelijk voor niet-moslims, maar het complex eromheen tegenwoordig wel. Maar niet zomaar. Je moet er wel wat voor over hebben en wellicht moet je zelfs wat principes inleveren, wie weet. Eis is namelijk dat je je kleedt volgens de plaatselijke norm. Wie daar natuurlijk weer vooral ‘last’ van hebben, dat zijn uiteraard de vrouwen. Wij mannen kunnen gewoon doorlopen, door de apart voor ons geslacht opgerichte toegangspoort. Wij hebben immers een lange broek aan en een hemd o.i.d. met mouwen tot de ellebogen.


Partytent met verkleedpartij


De vrouwen moeten door een aparte poort en belanden in een soort grote partytent. Daar moeten ze zich hullen in een chador, een wijde mantel, die letterlijk van top tot teen reikt. De hijab is hier niet voldoende. Het gezicht blijft overigens wel zichtbaar, dat dan weer wel. Je kunt een chador te leen krijgen in de tent maar onze reisorganisatie heeft voor alle vrouwen een leuk bloemetjesgordijn bij zich. Wel zo fris waarschijnlijk. Een lange lap die je om je lijf moet winden en bij de kin vasthouden. Mijn vrouw was zo bijdehand om er een veiligheidsspeld in te doen maar ze werd er ernstig op gewezen dat dat niet de bedoeling is. Je moet er lást van hebben, als vrouw. Gelukkig waren we toen al bijna aan het eind van de tour.

de dames komen na een complete make-over uit de verkleedtent

 

Schooljongens


Wij mannen staan als een stel schooljongens te wachten tot onze vrouwen door het zeil van de partytent naar buiten stappen. Ik moet goed kijken om ze te herkennen met al die bijna gelijke bloemetjeschadors om. Als iedereen weer verenigd is met zijn partner worden we voorgesteld aan onze (extra) gids van vanochtend: een moellah, wiens naam ik helaas niet meer weet. Hij heeft een fraai getrimde baard en snor en onder de zwarte tulband een vriendelijk gezicht. Hij is ook vriendelijk, heeft overal een antwoord op en de glimlach wijkt niet van zijn gezicht. Ja, ze weten wel wie ze voor dit baantje moeten kiezen, die ayatollahs. Beeldvorming is belangrijk, daar weten ze in Iran ook alles van.

'Onze' moellah; de zwarte kleur van de tulband wijst erop dat hij rechtstreeks afstamt -of denkt af te stammen ?? het is al even geleden allemaal...- van de profeet Mohammed. Je hebt ze ook met witte tulband: die staan wat lager in de hiërarchie want geen directe familie....

een mullah met een witte tulband staat niet in directe familierelatie met de profeet

 


De man krijgt een zendertje zodat wij hem in het Engels in onze oortjes kunnen horen. Hij vertelt van alles, te veel om hier op te noemen. (Het grootste gedeelte weet ik ook niet meer, eerlijk gezegd.) Wel herinner ik me dat hij een verschil met de soennieten nogal benadrukte. Wijzend op alle fraai gedecoreerde gebouwen en de gouden koepels verklaarde hij dat soennieten niet zo van de schoonheid zijn. Kijk maar naar IS die eeuwenoude beelden vernietigde. Nee, dan de sjiieten. Zij kunnen schoonheid waarderen en hebben een eeuwenoude traditie in het scheppen ervan. ‘Allah heeft ons bevolen de schoonheid te koesteren en niet te vernietigen.’ Nou, dat kan niet ontkend worden; zoveel hebben we nu al wel gezien. En er komt voor ons op deze reis nog zo veel schoonheid om te bewonderen.

de (excusez) knullige lampjes hangen er nog van nowrouz, Iraans nieuwjaar, 21 maart. 

 

alles goud wat er blinkt

 

belangstelling voor de bloemetjeschadors

traditioneel paar

de manneningang van het heiligdom van Fatima

 

manneningang; toch verboden voor mij. 

De vrouweningang heeft heel veel spiegels. Of dat toevallig is? 

het plumeau-mannetje op zijn scheidsrechterstoel

goud

 minaret

Zijn ze nou jaloers of vinden ze die bloemetjesgordijnen zo raar dat ze dáárom er een selfie mee willen? 

 

nog een zedelijkheidsbewaker

even handen en voeten wassen voor het gebed

 


Mannetje met plumeau


We bekijken de verschillende gebouwen en de fraaie gevels, iwans en koepels. Voor het heiligdom is er een aparte ingang voor de vrouwen en voor de mannen. Voor ons dus verboden terrein. In de vrouwen-iwan zitten moeders gezellig met hun kinderen een versnapering te eten. Bij waterkranen tappen velen hun fles vol. Ik vraag of het water heilig is. Nee, dat niet maar wel bijzonder. Een mannetje met een plumeau zit werkeloos op een kruk. Iedereen houdt zich kennelijk aan de kledingvoorschriften. Onze dames krijgen van Claudia later een compliment omdat ze zich zo keurig gedragen. Mannetjes met plumeaus zijn van de zedelijkheidspolitie. Zij moeten erop letten dat iedereen zedelijk genoeg gekleed gaat op dit terrein.

 

Bloemetjeschadors

 


Opmerkelijk is dat onze dames in hun lichte bloemetjeschadors veel belangstelling hebben. Vrouwen in een pikzwarte chador willen graag op de foto met ons en ze maken ook foto’s en steken hun bewondering voor de kleding van de dames niet onder stoelen of banken. Het is een vrolijke boel, helemaal niet somber religieus. Ieder gaat zijn eigen gang en er is geen wanklank. Veel langer dan gebruikelijk (volgens onze reisleider Claudia) mogen we op het terrein rondkijken. Alleen al het observeren van de mensen is een leuke bezigheid.


Uiteindelijk gaan we naar de uitgang waar we nog even de toiletten bezoeken. Daarbij blijkt me dat er nog een heel stuk meer hoort bij dit complex, ondergronds. Een grote zaal zie ik o.a. nog. De stadsbus brengt ons weer naar de eigen bus en daar drinken we oploskoffie uit de thermoskannen van Daoud & Daoud.

een toiletstop in een moderne mall met dure winkels in de woestijn


Het is al laat geworden en de lunch wacht in Kashan. Een groot restaurant waar veel bussen buiten staan. Er is een rijk gevuld buffet. Het smaakt weer goed. Buiten staat een rozenoliedestilleerapparaat. Kashan is de stad en de streek van de rozen en rozenolie. Er staan schalen met rozenblaadjes die heerlijk ruiken. Door de pijpen zie je het destillaat stromen. Je kunt het ook kopen.

Kashan, stad van de rozen

rozenoliedestilleerapparaat

Dit is de ketel die van onderaf verwarmd wordt. De dampvormige rozenolie wordt gekoeld met water uit een bron en wordt zo vloeibaar. Links is nog een pot te zien waarin de olie wordt verzameld. 







Kashan


Kashan ligt aan de rand van de Dasht-e Kavir woestijn, zo’n 240 km van Teheran en 210 van Isfahan. De stad ligt op de oude zijderoute. De naam Kashan is synoniem met antiek en dat is niet vreemd want bij opgravingen zijn voorwerpen gevonden uit 6000 v. Chr. Het oude centrum van deze traditionele stad heeft zijn typische woestijnarchitectuur grotendeels behouden. Verborgen in de nauwe steegjes liggen prachtige koopmanshuizen die getuigen van een roemrijk verleden, vooral uit de Kadjar-tijd.


Als iedereen klaar is, rijden we nog een klein eindje naar het centrum van Kashan. Daar stappen we uit en lopen de oude binnenstad in. Er staat nog een stuk lemen muur en ik zie er ook nog lemen daken van huizen bovenuit steken. Maar daar komen we niet voor, lemen huizen zie je nog wel meer in dit land. Als ze goed worden onderhouden, kunnen ze oud worden. Maar zo niet, dan brokkelen ze af waar je bij staat. Ook dat zie je hier en daar, bij voorbeeld vanuit ons hotel, waar we straks naartoe gaan.


Nee, we komen hier voor de fraaie koopmanshuizen. Huizen van rijke (tapijt-) of andere handelaars, die achter een non-descripte buitenmuur hun weelde breed tentoonspreidden in de 19e eeuw. Een paar van die huizen zijn goed bewaard en zijn te bezichtigen.


Seculiere koopmanshuizen in Kashan


Het Borujerdi huis


Eerst bezoeken we het Borujerdi huis. De buitenmuur belooft zoals gezegd niets. Wel is er een zware dubbele deur met fraai beslag en de bekende twee kloppers. Een zware klopper voor mannen, een lichter versie voor vrouwen. Dames die de deur openden, wisten dan bij een zware klop dat ze hun kleding in orde moesten brengen voor mannelijk bezoek. Tja. Zelfs in je eigen huis was je slaaf van zulke zeden. Nu is dat trouwens nog steeds de gewoonte, zegt men.

Achter deze kale grijze muur met forse houten deur gaat een ware lusthof verscholen. Men liep niet met zijn rijkdom te koop. 

Links de vrouwenklopper, rechts de zwaardere mannenklopper


Het Khane-ye Borujerdi zoals het voluit heet, is een voorbeeld van een privéwoning van een welgestelde Kadjarfamilie. De eigenaar, Jafar Natanz, handelde onder andere in thee. Hij liet dit huis in de tweede helft van de 19e eeuw bouwen door de zelfde architect die het Tabatabai huis bouwde, dat we hierna gaan bekijken. Als je door de poort binnenkomt, moet je een gang door en dan opeens sta je in het verblindende zonlicht, maar je wordt ook bijna verblind door wat je ziet. Een prachtige binnenplaats met een rechthoekig waterbassin met bloemen en groene heesters langs de kant. In het water weerspiegelen de gebouwen eromheen. De zomer- en wintervertrekken. Wat ook opvalt zijn de windtorens, die ‘s zomers verkoeling binnen brachten –en brengen- door geforceerde maar wel natuurlijke ventilatie.

Eerste aanblik als je goed en wel binnen de poort bent; een omsloten binnenplaats met waterbassin, groene struiken, bloemen en fraaie gevels

prachtig stucwerk

detail van de gestucte gevel. Wat een verfijning! 

 windtoren


De grote overdekte ontvangsthal is versierd met prachtig pleisterwerk in reliëf, van buiten in natuurlijke okertinten, van binnen in voornamelijk wit, groen en blauw. Er zijn muurschilderingen met seculiere voorstellingen zoals jachttaferelen. Soms zijn de voorstellingen wat kinderlijk naïef. De schoonheid van de rondbogen en koepels is adembenemend. Wat een stijl, wat een evenwicht, wat een lijnen en kleuren!
Aan het huis zou achttien jaar zijn gewerkt door 150 ambachtslieden. Dat is te zien.

plafond in de ontvangsthal

seculiere afbeelding met soldaten; wandschildering

fraai gestuct plafond

plafond met koepel (ook voor ventilatie tegen de zomerwarmte)

 foto Riet

blik vanuit de ontvangsthal richting de ingang



Buiten zien we deze stellage staan.

Als je zo'n stellage voor een huis ziet, met een plakkaat met teksten eraan, wil dat zeggen dat er iemand is overleden.





Khane-ye Tabatabai huis


Het Khane-ye Tabatabai is groter en weidser opgezet. Het was de residentie van S.J. Tabatabai, een rijke tapijtenhandelaar. Het woonhuis werd in 1881 gebouwd en is ook kenmerkend voor de Kadjar-periode. De stijl is traditioneel Perzisch. Er is een familiegedeelte, een ontvangstruimte en ruimtes voor het personeel. Ook hier uitbundige versieringen in pleisterwerk en fraai gekleurd glas, muurschilderingen en spiegeltjes. Uiterst verfijnd zijn de decoraties, net als trouwens in het vorige huis dat we bezochten. De ruimtes zijn onderling verbonden door gangen en gangetjes en zien uit op een grote centrale binnenplaats met weer een waterbekken met spuitende fonteintjes. Allerlei leuke doorkijkjes en het zonlicht door het gekleurde glas maken dit tot een fotogenieke omgeving.

 

Dit huis is ruimer dan het vorige, het heeft diverse ruimtes voor verblijf, gasten en personeel. Binnenplaatsen

met waterbassins en planten en heesters

weer zo'n fraai stucwerk-plafond -met spiegeltjes en sterretjes

Er zijn een paar vertrekken met fraai gekleurd glaswerk in de ramen

 

 

 

 







De Perzische tuin


Voor ik vertel over de Fin tuin, eerst iets over de Perzische tuin in het algemeen. Ik zag op de BBC eens een documentaire ( ik meen van Monty Don) over tuinontwerpen en dan vooral over de Perzische tuin. Dat is erg interessant, vooral ook omdat we op deze reis nogal wat beroemde tuinen bezoeken: o.a. Bagh-e Eram in Shiraz; Bagh-e Chehel Sotoun in Isfahan; Bagh-e Fin in Kashan.
In India zagen we destijds ook Perzische tuinen, o.a. de tuin van de Taj Mahal in Agra en de Tuin van Humayuns tombe, in Delhi.

Daarom voor de liefhebbers hier enige info vooraf.


(bron: Wikipedia) Een Perzische tuin is een tuinontwerp zoals dat zijn oorsprong vindt in Iran (beter: in het oude Perzië). Deze tuinen vormen een onlosmakelijk onderdeel van de Perzische architectuur en cultuur. Al drie millennia worden deze tuinen aangelegd. Vanuit Perzië heeft het concept van de Perzische tuin zich verspreid naar andere landen, van Andalusië tot aan India. Zo heeft de Taj Mahal in India een Perzische tuin.
Het concept van de Perzische tuin is in de loop van de eeuwen geëvolueerd. Het oorspronkelijke idee wordt aan Cyrus II de Grote uit de 6e eeuw v. Chr. toegeschreven.

Hoewel de concrete invulling aangepast werd aan de verschillende klimatologische omstandigheden van de locatie, vindt men in een Perzische tuin steeds vier zones terug en speelt water een belangrijke rol zowel voor irrigatie als voor versiering. In een Perzische tuin kan men gesofisticeerde systemen voor irrigatie terugvinden. De tuin tracht de Hof van Eden voor te stellen en ontleent aan het zoroastrisme volgens de geleerden de vier elementen van hemel, aarde, water en vuur, hoewel ikzelf dat vuur hier niet zo kan plaatsen. Of het zou de brandende zon moeten zijn…Het Oudperzische woord Paradaidha vinden we ook nog terug in het Nederlands als ons woord paradijs. In de tuinen zijn soms ook paviljoenen te vinden.

 

 

De Fin tuin / Bagh-e Fin


Ten slotte bezoeken we vandaag nog een topattractie: de beroemde tuin van Bagh-e Fin. Het is een paar kilometer rijden buiten het centrum maar wel in de richting van ons hotel. Oorspronkelijk is het een koninklijke tuin. Sinds 2011 staat de tuin op de Unesco werelderfgoedlijst. Even tussendoor; wat is er veel Unesco werelderfgoed in dit land!

stromend water in en door de hele tuin

lusthof

staande in de lusthof, terugkijkend. Het water stroomt dóór de lusthof heen.

 

 


Zoals meer tuinen die we bezoeken deze reis ligt de tuin in een woestijnachtig gebied, zonder water. En toch is er water, zo te zien in overvloed! Als je door de poort binnenkomt, is dat het eerste wat opvalt: een lang ‘kanaaltje’ van nog geen meter breed met op gelijke afstanden spuitende fonteintjes. Het water komt van de bergen die we in de verte kunnen zien en wordt door het befaamde qanat-systeem, waarover later meer, ondergronds geleid naar onder andere deze tuin. De fonteintjes werken trouwens op de zwaartekracht en door drukverschil.
Aan het eind komt het kanaal in een breed bassin met vertakkingen zodat de hele tuin bewaterd wordt. Naast het brede pad langs het water staan heggen en oude hoge bomen. Alles is frisgroen. Ik zie eucalyptusbomen en andere en heel oude cipressen, eentje telt meer dan 300 jaar volgens het koperen bordje erop. Bijna twintig meter hoog en een diameter van 82 cm.

 

koepeltje; een van de andere kleinere gebouwen op het terrein

met leuke seculiere schilderingen met een half ontbloot meisje, badend in de rivier. 

 


Opdrachtgever sjah Abbas I liet verschillende lusthoven optrekken in de tuin. We bekijken ze. Ook hier weer mooie decoraties, hoewel lang niet zo mooi als in de huizen van zo straks. Er staan landelijke tafereeltjes op de wanden geschilderd. Ik zie zelfs een voorstelling met een aantal ruiters die een meisje naderen dat net in de rivier gebaad heeft. Haar bovenlijf is bloot. Achter haar staat een dame met een baddoek klaar maar die is net te laat. Zie de foto hierboven. Het is allemaal heel decent, zeker in onze Europese ogen. Maar ik vind het wel grappig dat in een land waar je als vrouw geen streepje bloot mag laten zien, er dan toch zulke afbeeldingen te zien zijn. Maar ja, wel uit de vorige eeuw hè. Dat was vroeger allemaal anders.

 

 

Een van de vele fonteintjes in de waterlopen. Het water spuit eruit op zwaartekracht. Er komt geen pomp aan te pas. 

Er staan eerbiedwaardig oude bomen in de tuin. Ook honderden jaren oude cipressen bij voorbeeld. 

 


Fotograaf


Toch was alles vroeger geen pais en vree, ook niet hier in deze tuin. In een van de kleine vertrekken bij het koninklijke badhuis had de jaloerse Kadjarvorst Nasr od-Din Sjah (wiens tombe we in Teheran zagen) zijn te populaire eerste minister Mirza Taqi Khan (ook wel bekend als Amir Kabir) laten opsluiten. Later liet hij hem zelfs vermoorden. Deze vorst was dus geen lieverdje maar anderzijds ook heel creatief. Van jongs af aan was hij een enthousiast beoefenaar van de tekenkunst en hij was nauwelijks volwassen of hij was compleet in de ban van de fotografie. Ik voel dus wat dat betreft wel enige sympathie voor de man...

Niet alleen fotografeerde hij zelf, hij gaf ook opdracht om een speciaal paleis voor de fotografie te bouwen en bood een aantal jongemannen de gelegenheid om als fotograaf opgeleid te worden. De periode van zijn koningschap is dan ook bijzonder goed fotografisch gedocumenteerd. Op internet vind je foto's van hem en van zijn omgeving, z'n haremdames bij voorbeeld, waarvan hij er tientallen schijnt te hebben gehad. Tja, wat je maar leuk vindt...

En Naser ed-Din introduceerde een aantal Westerse verworvenheden in Perzië. Zo werd op zijn bevel een Europees postsysteem ingevoerd. Ook het treinverkeer, een modern bancair stelsel en de dagbladjournalistiek werden door hem geïntroduceerd. In 1896 werd hij zelf vermoord.


Het hotel Negarestan in Kashan is volgens Claudia niet al te best maar wel het beste. Het andere, er dicht in de buurt, is nog minder. We vinden het wel meevallen, maar het hotel vertoont inderdaad wel gebreken, vooral in de afwerking. In de badkamer bij voorbeeld zijn goedkope materialen gebruikt die al snel uit elkaar vallen en de kieren zijn overvloedig met kit bewerkt, maar dat soort zaken zagen we wel in meer hotels op onze reizen. Het buffet ’s avonds als diner is best redelijk te noemen.

 


We zijn moe na weer een volle, drukke dag maar we hebben wel het gevoel veel gezien en beleefd te hebben. Op één dag een heilige stad, twee burgerlijke paleizen van kooplui en een onwerkelijk mooie tuin in de woestijn bezoeken en dan ook nog 260 km verderop geraken, zo is het wel mooi geweest.
De volgende morgen maken we in het gele ochtendlicht nog wel wat foto’s uit het raam van het hotel. De bruine woestijn, de bergen op de achtergrond, het groen scherp begrensd binnen de stad. En vlak bij lemen huizen met koepeldaken die eruit zien als een groot uitgevallen wespennest. Het onderhoud laat hier en daar wat te wensen over.

 

 

uitzicht uit ons hotelraam in het warm-gele avondlicht...

... en in het schelle ochtendlicht. Lemen huizen aan de voet van ons hotel. 

 

 

naar boven