Iran, verrassend veelzijdig en hartverwarmend gastvrij - Zaterdag 20 april dag 2: Schatten van Teheran: Golestan Paleis en de fraaie tuinen, het Nationaal Museum van Iran (archeologie en oudheden) en het nationale kroonjuwelenmuseum met o.a. de pauwentroon

Hits: 3362

Zaterdag 20 april
dag 2: Schatten van Teheran: Golestan Paleis en de fraaie tuinen, het Nationaal Museum van Iran (archeologie en oudheden) en het nationale kroonjuwelenmuseum met o.a. de pauwentroon


Het programma is gewijzigd t.a.v. wat in de gids stond. We gaan vandaag i.p.v. morgen naar het Golestan paleis en de bijbehorende tuinen. Daarna naar het archeologische museum, Iran Bastan Museum of National Museum of Iran. Hier krijgen we een beeld van de lange en rijke historie van het land. We zien vele interessante kunstschatten, zoals een basreliëf en spijkerschrifttabletten uit Persepolis. Na de lunch bezichtiging van de kroonjuwelen in een reusachtige kluis in een zwaar beveiligd bankgebouw.

 


We kunnen dus vandaag een beetje uitslapen en toch rustig van het ontbijt genieten. Hier hebben ze yoghurt en in alle hotels zullen ze dat hebben. Heerlijk. Soms wel oppassen dat je de goeie kiest, want ze mengen er soms dingen door: zout of kruiden. Voor we weg gaan, maken we vanuit het raam van onze hotelkamer foto’s van het uitzicht. Achter de wat grauwe gebouwen van de stad doemt namelijk de indrukkende met sneeuw bedekte rug van het Alborz gebergte op. Dat is een fraai gezicht. Rijdend door de stad zie je vaak deze blinkende bergrug op de achtergrond.


Teheran is een flinke stad. We moeten ongeveer een uur rijden om bij het Golestan paleis te komen. En dan is het nog niet eens druk, want het is hier de vrije zaterdag, dus forenzen- en werkverkeer is er nauwelijks.
In 2011 had de stad meer dan acht miljoen inwoners. Met de voorsteden wordt in het stedelijk gebied het inwoneraantal op ruim 13 miljoen geschat. De stad ligt nogal hoog, namelijk tussen de 1100 en 1700 meter. Het verkeer is van een, wat ik zou willen noemen, georganiseerde chaos.

De meeste doorgaande wegen in de stad tellen minstens twee of meer rijstroken. Ze zijn vaak gescheiden van elkaar dus moet je, als je links af wilt, soms een eind omrijden en dan dezelfde weg terug. (Dat is in de woestijn ook zo: viaducten en klaverbladen zijn er onbekend.) Onze lange bus kan dan de u-bocht niet meteen nemen, dus hij moet een keer of twee steken. Al het verkeer anticipeert daar al op en stopt keurig tot de bus weer verder kan. Ook op rotondes gaat het invoegen soepel. Een grote bus krijgt lijkt het wel behoorlijk wat goodwill. Toeteren hoor je niet. Dat hoorden we in een land als Egypte wel anders. Dus: relaxt verkeer. Maar als voetganger moet je niet rekenen op vrije doorgang op een zebrapad (zo dat er al is). Dan moet je echt assertief met je hand vooruit de eerste stappen wagen. En dan stoppen ze ook wel.


Parken en banken


Wat me verder in de stad opvalt: heel veel groen en bloemen! Dat had ik echt totaal niet verwacht. Eerlijk gezegd had ik meer kale, stoffige straten, meer zichtbare publieke armoede ook, verwacht. In plaats daarvan veel groen, mooie bomen, parkjes en parken. Alles netjes onderhouden. Kennelijk investeren ze daarin. De stad staat bekend om zijn mooie, soms heel oude platanen aan weerszijden van straten.


En verder valt me op: wat veel banken! Banken en pinautomaten. Soms telden we in één straat een stuk of tien verschillende banken. En toch hebben wij braaf al ons geld in contanten 'in de achterzak'. Wij kunnen namelijk niet pinnen. Visa werkt ook niet – of heel beperkt. Door de sancties is Iran afgesloten van het internationale betalingsverkeer en dus: noppes. De Iraniërs zelf pinnen gewoon door. Visa creditkaart zei ik: beperkt. In weinige zaken wel, maar dan betaal je een toeslag van tien procent van de prijs. Toen wij in een tapijtenhandel in Yazd een kelim kochten, konden we wel met Visa betalen. De betaling verloopt dan echter met een omweg via Dubai. Vandaar ook de tien procent opslag. De handelaar verdient daar niets aan. De Dubai-nezen dus wel. Maar goed, voor een onverwacht grote uitgave is het een handige optie.


Geld. 500.000 is 50.000 is 50. Rial en Toman. Met Iraans geld omgaan is een kunst.


Overigens: omgaan met geld is hier wel een kunst. Zo’n briefje van 500.000 Rial lijkt dan wel heel wat maar is nu dus plusminus 8 euro waard. Overigens staat er op de achterkant van het biljet 50! De Iraniërs hebben vanwege die grote getallen een eigen dagelijkse munt ernaast ‘ontworpen’: de Toman. Die is gewoon een nul minder waard. Dus 500.000 Rial is hetzelfde als 50.000 Toman. Maar je moet dus wel het bedrag van 500.000 Rial afrekenen als de man of vrouw zegt dat het 50.000 kost. Op straat en in de bazaar weet je niet of ze de prijs noemen in Rial of in Tomar. Handig! Nu zijn de meeste Iraniërs goudeerlijk en zullen je niet afzetten, maar het maakt het kopen van iets laat staan het onderhandelen over een prijs niet gemakkelijker. Over onderhandelen gesproken. Je kunt in de bazaar wel wat afdingen maar het is hier geen Egypte. In winkels zijn er vaste prijzen.


Taarof


Iran is een land dat wellevendheid hoog in het vaandel heeft. De cultuur kent een beleefdheidsvorm die 'taarof' heet. Dit houdt bijvoorbeeld in dat u niet meteen op een aanbod ingaat (bijvoorbeeld: Wilt u een kopje thee? Nee, dank u, doet u geen moeite). De gastheer zal doorgaans zijn aanbod een paar keer herhalen. U kunt dan het aanbod accepteren en uitgebreid daarvoor bedanken. Maar het schijnt je ook te kunnen overkomen dat een bv. taxichauffeur zegt: Ah, u hoeft mij niets te betalen. Dat betekent dus niet dat het ritje gratis was. Je dient dan aan te dringen om te mogen betalen en de man zal uiteindelijk je geld graag accepteren. Met een tip erbij, natuurlijk.

Want veel Iraniërs zijn relatief arm, al zie je dat niet zo op straat. Het minimumloon is $ 214 en het gemiddelde salaris $ 497 per maand. Dat is het gemiddelde, dus dat betekent dat er heel veel mensen minder verdienen. Maar dan moet je wel een baan hebben. En heel veel mensen zijn werkloos: 12,5 % maar onder jongeren tot 29 jaar is dat 26 %. Dit zijn Iraanse cijfers. Men vermoedt dat de ware cijfers (veel) hoger liggen. Sociale verzekeringswetten zijn er niet of nauwelijks. Dus veel mensen zijn afhankelijk van fooien.


Internetten doen de Iraniërs net zo veel als wij. Iedereen, nou ja, velen lopen met een mobieltje. Voor jongeren is het daar net als hier een eerste levensbehoefte. Voor ons westerlingen werkt het internet gedeeltelijk. Facebook niet, Instagram weer wel, daar zitten de islamitische bobo’s zelf op! Nee, consequent zijn is geen sterk punt van het ayatollah-regime. Amerika is de duivel maar Coca Cola kun je overal bestellen. Trouw en De Volkskrant kon ik op de app elke dag lezen. Soms was de hotelwifi erg zwak. De grote zaterdagkranten kwamen dan niet (of niet helemaal) door. WhatsApp werkt ook goed. Telefoneren is erg duur. Bellen naar Nederland zou mij € 2,29 p.m. kosten.


Wat je trouwens al rondreizend door Iran ook zal opvallen, dat zijn de gele bussen met twee handen in reliëf erop, overal in het straatbeeld. Dat zijn bussen van goede doelen. Correspondent Olaf Koens zegt over goede doelen in Iran: "Iran is een diep religieus land en telt zo’n honderd rijke religieuze stichtingen: de bonyads. Soms heeft zo'n stichting een halve stad en bijbehorende bedrijvigheid, zoals hotels en fabrieken, in handen. De bonyads hebben dus veel macht, op sociaal- en cultureel én economisch gebied. En wat ze doen met hun geld is niet transparant."


Golestan Paleis


Goed, intussen is de bus aangekomen in de buurt van het Golestan Paleis. Golestan betekent rozentuin. Dit paleis wordt beschouwd als een walhalla van de Perzische architectuur en het inspireert nog steeds Perzische kunstenaars. Het staat daarom op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Na de val van de sjah werd het paleis ingericht als museum. Het hoogtepunt van de collectie is de prachtige pauwentroon, die is versierd met bladgoud en duizenden edelstenen. Wat hier staat is echter een dummy -al zie je dat er niet aan af. De echte zien we later vandaag in de kluizen van de Perzische Kroonjuwelen. De troon staat in de Audiëntiezaal, Talar-e Salam.

Golestan paleis waterbassin

voorstellingen op de zijmuur


Na het binnentreden door de poort daalt er een vredige rust over je. De hectische stad lijkt ineens ver weg. Er zijn heerlijke tuinen met water en veel schaduw en het is dus een heerlijke plek om ons bezoek aan Teheran echt te beginnen. In de zon is het vandaag behoorlijk warm, zelfs zo aan het eind van de ochtend al. Het complex wordt ook wel het Paleis van de bloemen genoemd.

Kadjar


Het complex is het oudste historische monument in Teheran, daterend uit de tijd van de Safaviden, zo 16e / 17e eeuw. Het maakte oorspronkelijk deel uit van de Arg, de citadel, een burchtcomplex met lemen muren zoals we die later zullen zien in Rayen en Shiraz. Later werd het de officiële residentie van de Kadjar dynastie, die in 1779 aan de macht kwam en Teheran tot de hoofdstad maakte. In het Pahlavi tijdperk werden er de belangrijkste ceremonieën gehouden zoals de kroning van sjah Reza Kahn (1925-1941) en van sjah Mohammed Reza Pahlavi (1941 tot afzetting in 1979). Het gebouw zoals het er nu staat is het resultaat van 400 jaar constructie en renovatie.

heerlijke tuin

 

zijmuur

 

westers aandoende tafereeltjes

Iraanse schonen

enorme blauwe regen

Riet voor de zijmuur

 toren

thema van St. Joris en de draak

 


We lopen eerst langs een lange buitenmuur met ondiepe nissen, die bekleed zijn met tegeltableaus van geglazuurde tegels. Ze zijn allemaal verschillend, voornamelijk uitgevoerd in geel, roze, groen en blauw. Ze zijn kenmerkend voor de Kadjarperiode. De motieven zijn geometrisch, met bloemen en planten maar ook zijn er kleine genrevoorstellingen, die nogal westers aandoen. Dat kan wel kloppen, want de bouwheer Naser od-Din Sjah raakte tijdens een reis door Europa in de ban van de Europese architectuur en decoratie. Zo is de spiegelzaal geïnspireerd op de spiegelgalerij van Versailles.

Spiegelzaal


Tegenover een fraaie waterpartij met ernaast een boom met een enorme, overdadig bloeiende blauwe regen, staat de Takht-e-Marmar, de Marmeren Troonveranda. Daar staat een kleine marmeren troon. Het mooist vond ik het plafond, met de sierlijke bogen waar onderdoor je zicht hebt op de fraaie tuin.

 

 

 beeld van albast

Takht-e-Marmar, de Marmeren Troonveranda

detail van de tombe van Naser od-Din Sjah


Binnen krijgen we uiteraard uitleg via onze ‘oortjes’ maar we mogen ook zelf rondkijken. Ikzelf geef daar vaak de voorkeur aan. Het duizelt mij anders al snel van de namen en tijdperken en verhalen, die ik toch niet kan onthouden. Waarmee ik niets wil afdoen aan het deskundige commentaar van onze Iraanse gids Farid. We zien veel pracht en praal, zoals de beroemde spiegelzaal, de Talar-e Aineh, uit 1875. Die werd gebouwd onder Nasser-ol-Din Shah, wiens marmeren tombe we overigens buiten op een terras bewonderden. In de prachtige audiëntiezaal werd de laatste sjah, Mohammed Reza, gekroond.

schilderijen in het museum

 kroon

entree 

kopie van de pauwentroon

de vloer

tegeltableau 

schilderij van het Colosseum in Rome

de spiegelzaal


Was het vanochtend nog heerlijk rustig, nu wordt het druk met al die toeristen die zo nodig spiegeltjes moeten komen kijken. Tijd voor ons om te vertrekken naar de volgende attractie: Het Nationaal Museum van Iran.

 






Het Nationaal Museum van Iran: oudheden en archeologie


Het Nationaal Museum van Iran heeft zich gespecialiseerd in kunst uit het oude Perzië en het Islamitische tijdperk. Het museum staat vol van de archeologische vondsten en sommige kunstwerken zijn wel 9000 jaar oud. Een bijzondere collectie, waarvan de ’Salt Man’ een van de hoogtepunten is: deze ’mummie’ overleed 2000 jaar geleden in een zoutmijn, waar hij vervolgens op een natuurlijke manier werd gemummificeerd. In het museum kun je zijn hoofd, kleren en sieraden bekijken, die allen nog vrijwel volledig intact zijn.


Drents museum in Teheran

poster bij de ingang van het Drents Museum


Op straat voor de ingang wordt eerst onze aandacht gevraagd voor een bijzondere poster die ons Als Drenten zeer aanspreekt: “Dutch Archaeology (sic) and Art. Highlights from the Drents Museum, oct. 2018 -6 april 2019” . Dit in het kader van de uitwisseling van delen van de collecties; deze tentoonstelling in Assen hebben wij bezocht. Nu zien we hier de rest van de collectie die niet uitgeleend is. De expositie is kennelijk een succes want verlengd.

bakstenen gevel


Farid vraagt ons vervolgens te kijken naar de architectuur van het gebouw. De gevel is geïnspireerd op de iwan (ingangspartij) van een moskee en is uitgevoerd in baksteen. In die iwan zien we in een kast een kopie liggen van de “Cyrus Cylinder”. De Cyruscilinder is een antieke kleicilinder, in verschillende fragmenten uiteen gebroken en weer samengesteld, waarop in Akkadisch spijkerschrift een declaratie is geschreven uit naam van de Perzische koning Cyrus II de Grote. Het brok klei dateert uit de zesde eeuw v.Chr. Het object werd in 1879 door Hormuzd Rassam gevonden in Babylon in Mesopotamië, het huidige Irak. Deze opgraving werd gesponsord door het British Museum, waar de cilinder zich sinds 1880 bevindt. In 2010 was de cilinder voor acht maanden terug in dit museum en daar herinnert deze kopie achter glas aan.

Cyruscilinder


Een stukje inhoud van de Cyruscilinder, de cilinder van klei waarop Cyrus zijn daden propageert en zich als bevrijder van Babylon profileert laat ik hier (vertaald!) volgen.


Ik ben Cyrus, koning van de wereld, de grote koning, de machtige koning, de koning van Babylon, de koning van de vier werelduiteinden. […]
Van Babylon tot Aëëur en Sousa, van Akkad, Eënunna, Zamban, Me Turnu en Der tot aan gebied van het land Gutium, heilige steden aan de overzijde van de Tigris, die daar van oudsher opgegeven waren – de goden die er wonen deed ik naar hun plaats terugkeren en een eeuwige woonplaats vestigde ik voor hen.
Al hun mensen verzamelde ik en deed hen naar hun woonplaatsen terugkeren en de goden van het land Babylonië, die Nabonidus tot woede van de heer der goden naar Babylon gebracht had, liet ik op bevel van Marduk, de grote heer, in welbevinden, in hun onderkomens een woonplaats naar hartenwens bewonen.”


De laatste sjah,

Mohammed Reza Pahlavi, was er veel aan gelegen het verleden te gebruiken tot meerdere glorie van zijn eigen macht. Hij liet het “2500-jarige bestaan van de Iraanse monarchie” vieren met Cyrus als stichter. Verderop bij Persepolis daarover meer. De tekst op de kleicilinder zou de eerste verklaring van de rechten van de mens zijn. In werkelijkheid is de cilindertekst een traditionele en vrij stereotiepe declaratie van een koning die aan het begin van zijn regering staat.

Eigen karretje


Overigens spant de huidige Iraanse regering de geschiedenis ook graag voor het eigen karretje. Onze Iraanse gids wijst ons bij veel gebouwen en monumenten graag op ‘verwijzingen’ en ‘gelijkenissen’ met bij voorbeeld Persepolis. Ik bezie dit in hetzelfde kader als waarin ik de Oezbeekse annexaties bezag van Timur ‘Lenk’, de lamme Tamerlan, de grote massamoordenaar die tegelijk ook een groot kunst- en cultuurliefhebber was. Maar dat zien we vaker in de geschiedenis… Amir Timur (allemaal namen voor dezelfde bloeddorstige persoon) wordt nu als een soort vader des vaderlands van Oezbekistan voorgesteld. Je moet toch op één of andere manier je land een eigen identiteit geven. Zeker tegenwoordig kun je niet zonder. Tenslotte zocht ons eigen Cultureel Planbureau maar liefst tien jaar (!) naar ‘de Nederlandse identiteit’ en komt dan uit op een heleboel zaken, maar gelukkig nog als eerste: de Nederlandse taal. Dat had ik wel sneller en goedkoper kunnen vaststellen. Mag een land dan wat sjoemelen met zijn geschiedenis en zich een en ander toe-eigenen. Laten we maar niet te hard oordelen, wil ik maar zeggen.


Goed, we gaan naar binnen. Daar duizelt het me al snel van de vele artefacten, beelden, voorwerpen. En ook van jaartallen en tijdperken. Ik vind het interessant hoor, zeker, maar het is veel en nog wel in korte tijd. Farid heeft kennelijk een tijdslot gekregen en op het laatst telt hij hardop af hoeveel minuten we nog hebben ‘voor de rest’ om ons tot doorlopen te manen. Ik concentreer me daarom maar op wat grotere onderdelen en dingen die me toevallig opvallen. Daar maak ik dan foto’s van.

 

Bas-reliëf uit Persepolis


Je kunt als bezoeker natuurlijk niet heen om het grote bas-reliëf dat gevonden werd in Persepolis (Achaemenidische rijk circa 550 v.C.) en hier naartoe gebracht. Dat is een echte eye catcher. Het gaat om het centrale reliëf van de noordelijke trap van de Apadana, de grote ontvangstzaal van Persepolis. We zien Xerxes zitten op een troon, geflankeerd door hoge heren uit die tijd. Xerxes ontvangt een hoge official die de komst aankondigt van betuigers van eerbied uit het enorme rijk van de koning. (Zie de pagina Persepolis van dit verslag).

detail van het hoofd van Xerxes

foto van de opgravingswerkzaamheden jaren dertig v.d. vorige eeuw

 


Dan is er het standbeeld van Darius waarvan het hoofd en de bovenkant van de tors helaas ontbreken. Op de mantel vinden we belangrijke inscripties in drie talen: Oud Perzisch, Elamitisch en Babylonisch en dan links nog hetzelfde in Egyptische hiëroglyfen. Het beeld is op bevel van Darius gemaakt in Egypte, waarschijnlijk met het doel het op te stellen in Persepolis. Het is gevonden in Susa in Khuzestan. Op de granieten kubusvormige basis staan ook nog inscripties en afbeeldingen van 24 verschillende volken.

beeld van Darius

Inscripties op de mantel

 


Stier, rhytons en de zoutman

 

stier

 


Verder zie ik nog een fraaie stier, ook met inscripties, deze in het Elamitisch. En ook drinkbekers, rhytons, zoals we die in Assen ook enkele zagen, en de beroemde mummie: de “zoutman”. Uit de tijd van de Parthen (250 v.C.-224 n.C.). Deze ’mummie’ overleed 2200 jaar geleden in een zoutmijn, waar hij vervolgens op een natuurlijke manier werd gemummificeerd. In het museum kun je zijn hoofd, kleren en sieraden bekijken, die alle nog vrijwel volledig intact zijn. Het hoofd is, na ruim 2200 jaar nog ‘herkenbaar’ (als menselijk hoofd bedoel ik), een deel van zijn borst en een stuk been in een leren laars. Zelfs na zo’n lange tijd voelt het toch als een soort voyeurisme om de man zo te bekijken. Ik had dat ook bij de mummies die we zagen in de woestijn in Peru en bij ‘Juanita’, het ‘gletsjermeisje’ in Arequipa, Peru.

 

 de zoutman


Dan is het tijd voor de lunch. Onze eerste in Iran. We gebruiken die in het restaurant van een groot hotel. Daar kunnen we van een rijk buffet nemen. Heerlijke vis en vlees. We eten hier twee keer ‘warm’, voortaan. Warm tussen aanhalingstekens want je kunt van een buffet vaak ook een maaltijd samenstellen met salades en zo. We krijgen rustig de tijd. Bijzonder is dat Claudia niet van tevoren een tijd afspreekt, maar rustig kijkt of iedereen op een gegeven moment klaar is en dat blijkt uitstekend te werken. Het geeft ons een rustiger gevoel dan wanneer je steeds op je horloge moet kijken.


Het is dan toch al drie uur geweest als we aansluiten in de rij voor het Treasury of the National Jewels, de bankkluis waar we de kroonjuwelen van Iran gaan zien.


Treasury of the National Jewels, de kroonjuwelen van de sjah (en andere Iraniërs)


De keizerlijke kroonjuwelen bestaan uit een duizelingwekkende collectie van kronen, juwelen, schilderijen, edelstenen, zwaarden en tiara’s. De juwelen zijn niet alleen heel veel geld waard, ze vormen een stukje Iraans erfgoed en weerspiegelen eeuwen aan handwerk en Iraanse cultuur. Je zou denken dat zoveel rijkdom goed is opgeborgen in een grote kluis waar niemand bij kan, maar in werkelijkheid kun je de pracht en praal van heel dichtbij bekijken. Een deel van de kroonjuwelen wordt namelijk tentoongesteld bij de Central Bank of the Islamic Republic of Iran, in het centrum van Teheran.


Ja, je kunt het inderdaad van dichtbij bekijken, maar het is allemaal wel zwaar beveiligd. En we zijn deze middag niet de enigen die al die pracht en praal willen bekijken. Er staat een flinke rij voor het gebouw. En lang niet allemaal toeristen. Het bankgebouw is aan een drukke straat, dus we doden de tijd in de rij door te kijken naar het verkeer dat langskomt. Veel oude modellen Peugeot, valt me op. Veel Japanse merken, vooral Kia en veel voor mij onbekende merken als Saipa. Veel gele taxi’s ook. En veel brommertjes en scooters en zo. Sommige met een grappig, waarschijnlijk zelf geconstrueerd windscherm inclusief dak. Een soort Oude Schicht van Heer Ollie B. Bommel maar dan op twee wielen. De helmplicht wordt niet echt fanatiek gevolgd hier.


Zo, we schuiven weer een meter op. Als het zo langzaam gaat, staan we wel een uur in de rij, schat ik. Riet en ik halen herinneringen op aan ‘Toet’, zoals wij het noemen. Toen ik mijn vrouw pas kende, zouden we samen met haar ‘kunstclub’ naar Keulen waar een unieke expositie van de schatten van Toet-Anch-Amon was. Daar stond ook een enorme rij, maar die ging een hoek om, zo ondervonden wij, en toen wéér. Daar stonden we vier uur in de rij om een uur naar Toet’s schatten te kunnen kijken. We hopen hier niet op een herhaling van dat fenomeen.

Toch duurt het ook hier erg lang. Eindelijk bereiken we dan de ingang en kunnen we, dank zij bemiddeling van Farid in éen keer met allen naar binnen. Maar daar gaat de rij gewoon door. Van het ene vertrek naar het andere. Verschillende poortjes passeren we. We worden gefouilleerd. Gelukkig zijn we goed geïnstrueerd en hebben we niets bij ons wat de gemelijke bewakers kan irriteren. Geen geld, geen smartphone, geen sleutels, geen camera, dat laatste al helemaal niet. Nutteloos ook want foto’s zijn niet toegestaan. Alles ligt in de bus, onder bewaking van onze chauffeurs.


Goud-, zilver- en edelstenenwalhalla


Ook nog een keer moeten we naar een ander gebouw, buitenom. In de hitte staan we dan, nu aan de andere kant van het hek langs de straat, wéér in de rij. Pas na anderhalf uur kunnen we echt naar binnen. Als we eindelijk het goud-, zilver- en edelstenenwalhalla mogen betreden is het al ongeveer sluitingstijd. Ik heb medelijden met al die mensen die nog achter ons in de rij stonden….Gelukkig mag je, als je eenmaal binnen bent, rustig rondkijken. Nou rustig en rondkijken… ook hier schuifel je in een rij langs de vitrines, die in een grote ruimte langs de wanden staan. In het midden nog wat bijzondere objecten.

Rustig is anders. In het keldercomplex is alles even hard: beton en glas, en het publiek produceert een lawaai dat je niet voor mogelijk houdt. Maar wat een onvoorstelbare rijkdom ligt hier achter dat glas! Het schittert en blinkt je allemaal tegemoet. Kronen, diademen, halssieraden, maar ook kommen vol met edelstenen waaraan ze nog niet waren toegekomen om ze te verwerken.


Ik vind het een perverse rijkdom. Ik zie een volstrekt nutteloze globe, geheel van edelmetaal en edelstenen. Wat zou een tweede of een derde of een tiende sieraad van onnoemelijke waarde nog toevoegen aan je geluk? Aan je macht? Pervers is het temeer omdat het door gewone mensen is opgebracht, deze exorbitante weelde. Maar ja, dat is op veel meer plekken op deze wereld zo. Uiteindelijk zijn het, denk ik, allemaal “Herrschaftzeichen”. Tijdens mijn studie in Utrecht leerde ik bij een college van Arie-Jan Gelderblom te letten op Herrschaftzeichen in de Nederlandse literatuur. We wijdden er een heel werkcollege aan. Herrschaftzeichen zijn dingen, zaken, symbolen die door een machthebber ingezet worden om zijn macht te demonstreren, aan het volk te tonen. Dat kon een paleis zijn, een lange oprijlaan, een lusthof, maar ook de zgn. blijde inkomsten tijdens de late middeleeuwen, en zo verder. Zo schreef Huygens bij voorbeeld over zijn eigen buiten ‘Hofwijck’.


De echte pauwentroon

afbeelding geleend van internet


Hier zien we dan ook de echte ‘pauwentroon’. Het is een met bladgoud en 26.733 edelstenen bezette troon, die vroeger werd gebruikt door de Perzische sjahs. Volgens Wikipedia wordt hij tegenwoordig tentoongesteld in het Golestanpaleis in Teheran maar dat is dus niet de echte. Nadir Sjah, grondlegger van de Afsharidendynastie, zou de troon in 1739 tijdens zijn militaire campagne tegen het Mogolrijk in India hebben buitgemaakt.

Oorspronkelijk zou hij zijn gemaakt voor Mogol-heerser Shah Jahan, die ook de diamant Koh-i-Noor in de troon had laten verwerken. De oorspronkelijke - uit India meegenomen - troon bestaat niet meer. De huidige is een van de latere kopieën. De naam komt van de vorm. Achter het stoelgedeelte stonden twee pauwen opgesteld. Vanaf de Kadjarendynastie werden alle sjahs “Heersers op de Pauwentroon” genoemd. De troon ziet eruit als een soort ledikant, maar dan een en al glimmer en glitter, wel 100% echt natuurlijk. Mooi is anders.


Zo tegen het einde van de dag wordt de atmosfeer hier binnen in deze kluiskelder niet bepaald frisser. Ik vind het dan ook niet erg als we met zachte hand richting de uitgang worden gestuurd. Buiten is het nog warm, maar de lucht lijkt toch fris; er is zuurstof.


Tegen zessen zijn we terug bij het hotel en om zeven uur is het diner, in het hotel. We kunnen dus even bijkomen. Ik zou me graag even douchen maar daarvoor heb ik geen puf. We maken het na het eten niet laat. Voor zo’n eerste dag hebben we veel gedaan. Het lange staan wachten in de warmte was nog wel het vermoeiendst. Toch goed dat we die juwelen gezien hebben; het hoort wel bij een bezoek aan Teheran, denk ik.

uitzicht vanuit onze hotelkamer op het Alborzgebergte

fraai geklede dame in het hotel

 

 

naar boven