Iran, verrassend veelzijdig en hartverwarmend gastvrij - Dinsdag 30 april dag 12: Pasargadae met het graf van Cyrus de Grote, een picknicklunch op een abrikozenboerderij met wijngaard en dan naar Isfahan

Hits: 3349

 

Dinsdag 30 april
dag 12: Pasargadae met het graf van Cyrus de Grote, een picknicklunch op een abrikozenboerderij met wijngaard en dan naar Isfahan

 

Voor de route: KLIK HIER


Het programma: “Vandaag rijden we richting het noorden, op weg naar misschien wel de mooiste stad van het land: Isfahan, waar we de laatste nachten van deze reis verblijven. Onderweg bezoeken we Pasargadae, waar ooit de eerste hoofdstad van het befaamde Perzische rijk te vinden was. We zien hier de graftombe van de legendarisch heerser Cyrus de Grote. (ca. 500 km)”

We rijden Shiraz uit. Op deze plek waren dit voorjaar de gevolgen van de hevige regens waarbij auto's werden meegesleurd en een aantal mensen omkwamen. Er is niets meer van te bespeuren als wij er zijn.

 

de rivier 


Vandaag weer een lange reisdag. Maar wel met een paar leuke onderbrekingen. We verplaatsen ons naar onze laatste verblijfsplaats Isfahan. Daarvoor rijden we eerst hetzelfde stuk als gisteren. We komen dus weer langs de heuvels waarin de rotsgraven van Naqsh-e Rustam zitten, maar rijden nu door naar de eerste halteplaats van vandaag: Naqsh-e Rustam.  Dit is een belangrijke archeologische vindplaats. De stad ligt ongeveer 87 km ten noordoosten van de historische stad Persepolis. Het was de eerste hoofdstad van het Achaemeniden (het vroege Perzische Rijk). De stad is gebouwd door Cyrus II. De Perzische heerser wordt in het Oude Testament van de bijbel Kores of Cores genoemd.


Pasargadae, de graftombe van Cyrus de Grote


Het rijk van Cyrus strekte zich, zoals gisteren al gezegd, uit van de Middellandse Zee tot Centraal-Azië en India en was waarschijnlijk het eerste rijk van die grootte. De archeologische site beslaat 160 hectare. De belangrijkste bezienswaardigheid is het mausoleum van Cyrus II. Het graf van Cyrus, bestaande uit een grafkamer met een hellend dak, een vereenvoudigde ionische daklijst en een met een driedubbel rozet gesierde gevel. Het monument, dat op een getrapte onderbouw van 12 x 13 m staat, is in zijn geheel 11 m hoog; het is opgetrokken uit grote kalksteenblokken. Volgens Arrianus (Griekse schrijver (ca. 95 -ca. 175) lag het lichaam van Cyrus in een gouden sarcofaag op een gouden rustbank met een gouden tafel ervoor en stond het graf in een ommuurd park met een wachthuis. Het graf van Cyrus bevatte ooit daarnaast zijn juwelen en mantel. Deze zijn echter sinds lang verdwenen.


Er is dan ook niet zo heel veel aan te zien. Ik maak wat foto’s en loop vervolgens iets verder weg. Hier waren ook de legendarische tuinen van Cyrus de Grote.


De dorre woestijnomgeving is groen en staat in bloei!


Deze oer-tuinen vormden een rijke oase te midden van het dorre landschap en waren aangelegd volgens een geometrisch patroon. Kalkstenen waterleidingen met een gezamenlijke lengte van meer dan 900 meter voerden water door de tuin, waarin zich om de 15 meter kleine vijvers bevonden. Deze leidingen hadden slechts een decoratieve functie; de irrigatie werd via open greppels verzorgd. Tot de vegetatie behoorden fruit- en cipressenbomen, geurige wilde grassen en inheemse bloemen: lelies, rozen en jasmijn. Pasargadae diende als voorbeeld voor tuinen die andere rijke Perzen lieten aanleggen. Maar zowel voor rijke als voor arme Perzen gold een tuin als iets wat de hemel het dichtst benaderde; het woord "paradijs" is dan ook afgeleid van pairidaeza, het Perzische woord voor "ommuurde tuin".


Nu is ook daar niets meer van te zien helaas. Wel is er, als wij er zijn, een betrekkelijk bijzonder fenomeen te zien. De normaal zo dorre woestijnomgeving is namelijk groen en staat in bloei! Door de overvloedige regens van dit voorjaar zijn veel in de bodem sluimerende planten opgekomen en ze vormen nu een zee van voornamelijk gele bloemen. Het lijkt wel een Gronings koolzaadveld! Bij nadere beschouwing staan er ook nog andere bloemen tussen het geel. Riet en ik maken er foto’s van.

als de Groninger koolzaadvelden in het voorjaar...!


Als we klaar zijn, is er koffie. Die gebruiken we in een apart theetentje, met uitzicht op een parkeerterrein, waar een paar mannen een kleurig versierde dromedaris verhuren voor een ritje. Een jongetje mag. Hij heeft er veel plezier in. De zwaar bebaarde eigenaar van de tent laat zich met zijn vrouw graag fotograferen. Was mijn baard nog maar zo zwart!

 

theestalletje met zwartgeblakerde ketels

 

 

Lunch in de abrikozenboomgaard

 

onderweg

nogal uiteenlopende landschappen


Dan volgt er weer een rit door woestijngebied, soms bergachtig. Soms duikt er een kleine, groene oase op. Een oase mag je zeker ook het gebied noemen waar wij onze picknicklunch vandaag aangeboden krijgen door Daoud & Daoud en de reisleiding. Het betreft een boerderij met o.a. een abrikozenboomgaard en wonder boven wonder in Iran: een vrij grote wijngaard. De abrikozen zijn nog klein en groen. Riet en ik treffen de eigenaar. Hij staat erop ons zijn groene producten te laten zien. Hij spreekt niet veel Engels, maar weet wel duidelijk te maken dat hij niets opheeft met het huidige regime. Hij kan de producten van zijn wijngaard alleen maar in het geniep afzetten. Hij heeft het over whisky maar bedoelt, blijkt even later, wijn. Als hij het over de regering heeft, valt het woord dictator en met zijn hand maakt hij een draaiende beweging boven zijn hoofd. Dat bedoelt hij niet als compliment. Het is een erg aardige man. En hij heeft z'n zaakjes goed voor elkaar hier. 

 

wijngaard in Iran. Vast Shiraz-druiven.... Ik heb het niet gevraagd helaas.

de abrikozen- en wijnboer laat ons graag zijn kostbare bezittingen zien

o.a. zijn abrikozenbomen. Ze zijn nog klein en groen. 

hij wil graag met ons op de foto.

 


Helder bronwater


Zijn land wordt bevloeid met helder bronwater dat hij oppompt met een flinke dieselpomp en dat door betonnen kanalen over de percelen wordt verdeeld. Naast zo’n kanaaltje staan de roze tafeltjes opgesteld. Er is weer brood, er zijn salades en tomaat enz. Het is een heerlijke omgeving om een poosje te relaxen. Ik zit prinsheerlijk in een ouwe fauteuil. Dan man verhuurt dit stukje van zijn land kennelijk vaker voor dit soort gelegenheden. Er zijn een paar redelijk schone toiletten, dus: een geslaagde rustpauze.

lunchtafel

Die zit! En hoe...


In de middag stoppen we nog een keer voor koffie, thee en een ijsje bij de bus, op een parkeerterrein bij een mall. In de tuin zitten groepjes mensen te picknicken. Die Iraniërs picknicken wat af! Riet en ik gaan naar binnen en genieten van een echte espresso en cappuccino.


Om een uur of halfzes, zes uur rijden we Isfahan binnen. Maar er staan files. En die kosten tijd. We krijgen intussen een weids overzicht over de stad als we op een hooggelegen weg rijden. En we rijden over een brug over de rivier de Zayandeh, waar we mooi kunnen zien hoeveel water er wel door stroomt. Het water staat tot de oevers. Dat is bepaald geen gewoon gezicht hier. In aflevering 3 van Onze man in Teheran van Thomas Erdbrink kun je zien dat de rivier kurkdroog is. Door de files is het al vrij laat als we bij het hotel aankomen. Er is weer een rijk gevuld en smakelijk buffet.

onderweg, bij een grote controlepost

bij de bus tijdens een pauze; ik heb twee ijsjes beet, een voor mijn vrouw, die deze foto maakt. 

uitzicht uit de bus op de grote stad Isfahan

we rijden over een brug over de rivier de Zayandeh


Isfahan


We zijn nu in de stad Isfahan, alweer de laatste stad die we aandoen op deze reis door Iran. Isfahan of Esfahan is een stad in Iran met 1,8 miljoen inwoners (2011) en is daarmee de op twee na grootste stad van Iran. De stad ligt ongeveer 340 km ten zuiden van Teheran. Het is de hoofdstad van de gelijknamige provincie Isfahan. De stad ligt in een oase op het hoogland van Iran, aan de noordoever van de Zayandeh. Het wordt door sommigen wel de mooiste stad van de wereld genoemd. Ik kan met zulke kwalificaties niet veel. Steden zijn onderling zo slecht te vergelijken. Waarom zou Isfahan mooier zijn dan Rome? Of dan Arequipa, Cusco? Of Tallinn? Praag? Nee, onzin. Maar Isfahan is wel een mooie stad. Onder andere door het Plein van de Imam, dat je zowel overdag als ’s avonds zou moeten zien, en door de bruggen, waar het sociale leven van veel Iraniërs zich voor een deel afspeelt.
We verblijven twee nachten in Hotel Piroozy, First of ChaharBagh Paiin, Imam Hosein Sq., Isfahan.

 





Dit is dus de stad waarover de dichter P.N. van Eyck schreef in zijn beroemde gedicht ‘De tuinman en de dood’. Het is waarschijnlijk één van de meeste gekende gedichten uit de Nederlandse literatuur. Claudia las het voor in de bus:


De tuinman en de dood
Een Perzisch Edelman:

Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
Mijn woning in: 'Heer, Heer, één ogenblik!

Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.

Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.

Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!' -

Van middag - lang reeds was hij heengespoed -
Heb ik in 't cederpark de Dood ontmoet.

'Waarom,' zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
'Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?'

Glimlachend antwoordt hij: 'Geen dreiging was 't,
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,

Toen 'k 's morgens hier nog stil aan 't werk zag staan,
Die 'k 's avonds halen moest in Ispahaan.'

uit: Verzameld Werk van P.N. van Eyck (1887-1954)

Herkomst van het verhaal

Er is nogal discussie geweest over de originaliteit van het gedicht. Het is wel zeker dat Van Eyck het niet helemaal zelf heeft bedacht.
Als dichter wordt ergens de grote Hafez genoemd. Erg waarschijnlijk lijkt mij –als leek in de Perzische literatuur overigens- dit niet. De gedichten/ verzen die ik gelezen heb van Hafez zijn in een heel andere sfeer en stijl gesteld.


De moraal is wel duidelijk: aan de dood kun je niet ontkomen, daar hoef je geen moeite voor te doen. Maar wellicht ook: de dood komt onvermijdelijk op zijn tijd; leef tot die tijd dan maar vrijuit –binnen zekere grenzen uiteraard.

 

In de Wikipedia-pagina over dit gedicht wordt vrij uitvoerig stilgestaan bij de wortels ervan. “De oudste versie van het verhaal is de Babylonische Talmoed waarin koning Salomo een gesprek heeft met de Engel des Doods, die twee van Salomo's klerken zegt te komen halen. Salomo, die in de joodse traditie al eerder een reputatie had verworven als magiër, beveelt daarop enkele geesten om het tweetal in veiligheid te brengen in het land Luz. De volgende dag komt de Dood Salomo lachend tegemoet, omdat de koning zijn dienaren heeft gezonden naar de plaats waar de Engel des Doods ze moest afhalen.

 

Varianten op dit verhaal duiken in de middeleeuwen op in allerlei teksten, geschreven door islamitische soefi’s als Roemi. Roemi's verhaal behoort tot de bekendste vertellingen in het Midden-Oosten. Verschillende versies zijn opgenomen in Duizend-en-een-nacht. Het verhaal is in Europa geïntroduceerd door de Franse schrijver/filmmaker Jean Cocteau, in diens roman Le grand écart, die drie jaar vóór Van Eycks gedicht werd gepubliceerd. Er wordt van uitgegaan dat Van Eyck - afhankelijk van het gekozen perspectief - óf Cocteau heeft geplagieerd óf zich zonder bronvermelding door de Fransman heeft laten inspireren.” (In Trouw van juni 1995 een lange beschouwing hierover.)


Een mooie parodie op het bekende gedicht vond ik op internet. Deze parodie werd geschreven na de Elfstedentocht van 1985 die bij dooi werd verreden. Ik vond hem te leuk om hem hier niet op te nemen.


DE SCHAATSENRIJDER EN DE DOOI

Een Friese stempelaar:
Vanmorgen ijlt een rijder, wit van schrik,
Mijn hokje in: ‘Mijnheer, één ogenblik!

Ginds op de trekvaart gleed ik nog zo mooi.
Toen keek ik onder mij: daar was de Dooi.
Ik schrok en haastte mij naar de andere kant,
Daar kluunde ik een tijdje door het zand.

Geef mij uw stempel, een stuk touw en ook een priem,
Voor de avond nog bereik ik Bartlehiem!’ -

Vanmiddag (lang reeds was hij heen gespoed)
Heb ik in ‘t stempelhok de Dooi ontmoet.

‘Waarom’, zo vraag ik, wijl het water stijgt,
‘Hebt gij vanmorgen reeds de tocht bedreigd?’

Glimlachend antwoordt hij: ‘Geen dreiging was ‘t,
Waarvoor uw rijder vlood. Ik was verrast,

Toen ik vanmorgen in uw hokje heb gezien
Die ik des avonds halen moest in Bartlehiem.’

P. de Weerd
Uit: Meander (2002)

 

naar boven