Centraal Azië, langs de Zijderoute: Oezbekistan - Dag 12 van onze reis langs de Zijderoute, Samarkand

by Lammert
Hits: 14759

Gebruikerswaardering: 4 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter inactief
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dag 12 van onze reis langs de Zijderoute, Samarkand

31 mei 2015 

Reisverslag vervolg

    

Gur-Emir, schitterend mausoleum van Timur Lenk

 

Onze dag begint met een uitgebreid bezoek aan Gur-Emir. Net uit de bus gerold, sta ik al versteld van de aanblik. Een enorme ingangs-iwan met een flonkering van mozaïeken in de voornaamste kleuren blauw, paarsblauw en goud. Daarachter rijst een tweede iwan op, daar bovenuit een enorme koepel met ribben, en geheel bedekt met blauwe geglazuurde tegels. Onvoorstelbaar, zo mooi tegen de eveneens helblauwe lucht. Ernaast eist een van de twee minaretten nog aandacht op. De andere gaat nog schuil achter de enorme koepel. Kortom, nog niet eens binnen en nu al ogen te kort. Het is een mausoleum, maar het lijkt een schitterend paleis. Voor die tijd was het een uniek gebouw en het kan niet anders of het is het werk van meerdere architecten en bouwmeesters. Ook hier zie je dat de staat moeite doet om de nagedachtenis van Timur steeds meer luister bij te zetten. De restauratie is –volgens mij als leek- schitterend gedaan. Dan zullen we het vanmiddag in de necropolis Shah-i-Zinda het wel heel wat slechter zien. 

        schitterende ingangs-iwan

Even wat gegevens over dit mausoleum

Een van de meest bekende monumenten van Samarkand is de Gur-Emir (“Graf van de Emir”), dat Tamerlan had voorbestemd als mausoleum voor zijn geliefde kleinzoon Moukhammed-Sultan. Toen Tamerlan, “de gesel Gods”, de man van de 100.000 schedels in Bagdad, in 1405 stierf, werd zijn lichaam opgebaard in een graf van donkergroen nefriet. Het gebouw neemt een belangrijke plaats in, in de geschiedenis van de Islamitische architectuur als een voorganger en voorbeeld van Humayuns tombe in Delhi en de Taj Mahal in Agra, gebouwd door Timoers erfgenamen, de Mogols. 

 

    

    wonderschone meloen-koepel

  

achterkant (binnenplaats) met koepel en minaretten                         re.: bovenkant van minaret

  

   

   

schitterende decoraties tot in de fijnste details (links is een detailfoto van het halve gewelf rechts) 

   

    Staatsieportret Timur en kaart van zijn veroveringen

Bouw

Gur-e Emir is het Perzisch voor "Graf van de Koning". Dit architectonisch complex met zijn azuurblauwe koepel bevat het graf van Timoer Lenk, zijn zonen Shah Rukh en Miran Shah en kleinzonen Ulugh Bey en Mohammed Sultan. Verder is Sayyid Baraka, de leermeester van Timoer Lenk vereerd met een plaats in het graf. Het oudste deel van het complex, is aan het eind van de 14e eeuw gebouwd in opdracht van Mohammed Sultan. Dat zijn de fundamenten van de madrassa en khānegāh, de hoofdingang en een deel van één van de vier minaretten. De bouw van het mausoleum begon in 1403 na de plotselinge dood van Mohammed Sultan, Timoer Lenk's troonopvolger en zijn geliefde kleinzoon, voor wie het was bestemd. Timoer Lenk had voor zichzelf een kleiner graf gebouwd in Shahrisabz, dichtbij zijn Ak-Saray paleis. Toen hij in 1405 overleed tijdens zijn militaire expeditie naar China, waren de passen naar Shahrisabz onbereikbaar door sneeuwval, zodat hij in plaats van Shahrisabz hier begraven werd. Ulugh Bey, een andere kleinzoon van Timoer Lenk heeft het werk voltooid. Tijdens zijn bewind werd het mausoleum het familiegraf van de Timoeridendynastie. De koepel zou verwijzen naar het dak van de yurt, de traditionele woning destijds (en nu nog voor de laatste nomaden), en in de koepel naast, deel boven de graven, hangt aan een lange staak een bosje paardenhaar (de ‘tuq’) ; dit zou verwijzen naar Timur’s culturele verleden, en zijn afstamming van Dzjengis Kahn benadrukken. 

  

 de tombes van de familie

   

  

  pluk paardenhaar symboliseert zijn verbondenheid met Dzjengis Kahn, de Mogol clan

 

Met de telelens bekeken is de koepel helemaal van een ongekende schoonheid. Woorden kunnen het nauwelijks beschrijven. De hoogte van de koepel is 34 m en de diameter 15 m. De koepel is dubbelwandig, met een relatief lage binnenkoepel. Daardoor kon men de buitenkoepel die enorme meloenvorm geven. 

  

 top van minaret

     oude man bij het mausoleum

 

Opnieuw opbouwen

Het verhaal gaat, dat Timur niet tevreden was met wat zijn bouwlieden ervan gemaakt hadden. Toen het mausoleum klaar was, liet hij het afbreken en in 14 (!) dagen weer opnieuw opbouwen. Als je de afmetingen en de afwerking van het gebouw ziet, ben je niet geneigd dit verhaal te geloven. Zelfs met de arbeidspotentiëlen waarop Timur een beroep kon doen- of liever: die hij aan het werk zette- is dat natuurlijk absoluut onmogelijk. 

 

Niet te beschrijven

Door de pisjtak in de iwan komen we op een binnenplaats. Hier zien we een nieuwe iwan. Een deel van het gebouw bevat een gewelf dat bekleed is met stalactietversiering. Uit de verte lijkt het gebroken wit maar als ik dichter bij kom, zie ik dat er wel wit in zit, en wel in de voegen, maar dat het voornamelijk lichtblauwe holle ‘tegels’ zijn, met onvoorstelbaar fijne versierinkjes daar weer in. Niet te beschrijven. 

Pas na de tweede iwan gepasseerd te zijn, komen we in het eigenlijke mausoleum. Binnen een portret van Amir Temur (Timur) en een kaart waarop een groot deel van het rijk te zien is dat hij onder zijn beheer bracht. Grofweg van Delhi tot Istanbul. 

Binnen in het mausoleum overheerst de kleur blauw eveneens, maar in alle denkbare tinten en afgewisseld met veel goud. Het maakt een overdonderende indruk op mij. Het is er druk rond de rechthoek waarop de tombes staan. Met enige moeite kan ik mij tussen de koorden en de mensen door wurmen om de plekken te vinden van waaruit ik mijn foto’s wil maken. Als we er even zijn, gaat een hele groep mensen zitten om te bidden. Dat maakt de ruimte niet overzichtelijker. Maar met enig geduld kan ik alle foto’s nemen die ik wilde. 

Benadrukt door de uitgekiende belichting is het een ongekende weelde aan kleuren en vormen wat zich aan je oog opdringt. Je krijgt het gevoel in de schoonheid te verdrinken, zo overdadig is het allemaal. Maar niet lelijk overdadig, integendeel. Kortom, ook dit kun je niet of nauwelijks beschrijven, dit moet je zien, ondergaan. 

 

Sterke verhalen

Evenals er over de koningsgraven in Egypte sterke verhalen bekend zijn, is er ook een sterk verhaal verbonden aan de tombe van Timur. In juni 1941 wilden Sovjet geleerden wel eens weten hoe Timur er uit zou hebben gezien. Zou hij werkelijk mank geweest zijn? En is zijn kleinzoon Ulugh Beg echt onthoofd?  De onderzoekers stoorden zich niet aan de inscriptie die ongeveer luidde: “Wie dit graf opent, zal verslagen worden door een vijand die meer gevreesd zal zijn dan ik.” Men opende de tombe door de stenen plaat weg te schuiven. Timurs ene been blkee idd korter dan het andere (een oorlogswond) en het hoofd van Ulugh Beg was eraf.  En juist op dat moment werd de wetenschappers telefonisch meegedeeld dat de oorlog tussen de Sovjetunie en Duitsland begonnen was. Het was 22 juni 1941. Toch kwam de voorspelling op de sarcofaag niet helemaal uit, gelukkig maar, want de Sovjetunie werd –uiteindelijk- niet verslagen door Nazi-Duitsland. 





 

 

Het wonderschone Registan van Samarkand

  zijkant van Registan plein Samarkand

 idem

Er is veel te zien aan cultureel erfgoed, in Samarkand. Maar het is het Registan (lt. “plaats van zand”), dat vooral bijdroeg tot de roem van Samarkand.  In elke plaats bijna is wel een Registan. Maar dit… is wel heel bijzonder. Het plein stamt uit de 14e eeuw en wordt aan drie zijden omringd door grote religieuze gebouwen: madrassa's. Een madrassa is een islamitische hogeschool. De oudste is in de 15e eeuw gebouwd en heet de Ulegh Beg madrassa (1417-1420 gebouwd door Timurs kleinzoon). Er recht tegenover staat de Shir Dor madrassa, gebouwd tussen 1619 en 1636. De naam betekent Shir Dor betekent 'versierd met tijgers' en de toegangs-iwan van het gebouw is inderdaad versierd met een mozaïek met tijgers. De derde, centraal staande madrassa heet Tilla Kari, dat de betekenis 'overdekt met goud' heeft. Deze koranschool fungeert tevens als moskee. De gebouwen zijn in de afgelopen eeuw geheel gerestaureerd.

  jonge suikerspin verkoper

Tobberige Thubron

Colin Thubron was hier net nadat de Russen weg waren,in 1992 of daaromtrent. Hij registreerde toen: “Rond het oude marktplein, de Registan, stonden drie medressen in bijna volmaakte symmetrie. Het was vrijwel verlaten. Ooit het centrum van de wereld, was nu het centrum van niets. Er waren zelfs geen buitenlandse toeristen.” 

Dat is nu wel anders. Toeristen zijn er heel wat, en ook wel buitenlandse. Hoewel dat er waarschijnlijk veel meer zouden kunnen zijn als het land iets deed aan zijn malle visum-eisen en douaneformaliteiten. Thubron is over het algemeen nogal tobberig, vind ik, in zijn boeken, maar over het Registan vind ik hem wel erg somber. Hij vindt het eigenlijk niet meer dan ‘bombastische façades’, ‘blufferig toneeldecor’, en dat omdat alleen de voorkant van de iwans zo mooi gedecoreerd is en niet de achterkant ook. Even later kan ook hij toch zijn bewondering niet onderdrukken. In de centrale moskee, de “met goud overdekte” Tilla Kari noteert hij: “Vanaf het middelpunt van het plafond waaiert in een spectaculair trompe-l’oeil een regen van vergulde bladeren en bloemen uit een donkerblauwe hemel, terwijl het gewelf boven de mihrab een waaier van koralen en gouden stalactieten ontvouwt.” Kijk, dat komt dichter bij wat ik onderging bij mijn bezoek aan het Registan. In zijn latere boek “Schaduw van de Zijderoute” is Thubron iets milder. Maar nog: de drie gerestaureerde koranscholen hebben “een serene, steriele uitstraling”. De minaretten “staan uit het lood als vervormde kaarsen”. Ook nu vindt hij het voornamelijk “ongelukkige toneeldecors”. Beste lezer, Thubron doet in zijn boeken heel veel behartigenswaardige en opmerkelijke observaties, maar neem niet alles aan wat hij zegt. Het Registan en de drie koranscholen er omheen zijn, vooral in hun opstelling rond het plein, gewoon uniek en met niets te vergelijken, wat mij betreft. 

  zij- en achterkant van Shir Dor madrassa

Fraaie infrastructuur

Wij moeten de bus parkeren op een afstand en lopen langs zeer verzorgde paden en wegen naar het plein. Uit foto’s en de literatuur die ik hierover las (Thubron o.a.!) had ik toch een beetje de indruk gekregen dat het allemaal nog wat houtje touwtje zou zijn. Nu is er sinds Thubron’s laatste bezoek toch wel veel veranderd. De infrastructuur is, als ik zei, fraai aangelegd. En de restauraties zijn naar mijn leken mening netjes gedaan. De omgeving van de Registan is parkachtig. Het ziet er allemaal keurig onderhouden uit. 

Achter het groen doemen al de muren van de madrassa’s op. De achterzijde van de iwans is inderdaad niet versierd maar het blijkt dat de muren rond de binnenplaatsen wel degelijk fraai gedecoreerd zijn met gekleurde stenen in geometrische figuren in de verder terracotta kleurige muren. Het wekt hoge verwachtingen. 

 

We komen lopend langs de Shir Dor (met de tijgers) het plein op. Aan de zuidkant dus. Daar spreken we een tijd af en kunnen dan op eigen gelegenheid rondkijken. Ik laat eerst het plein en de gebouwen even op me inwerken. Ik zei ergens al eerder dat ik ongeveer hetzelfde gevoel meen te hebben als toen ik door de poort liep en de Taj Mahal voor me zag staan. Ook hier een gevoel van …ja, ‘wat is dit mooi!’ 

 blik frontaal op de het Registan

voor de kijker rechts: Shir Dor; midden voor de Tilla Kari en links de Ulugh Beg Madrassa




 

Shir Dor Madrassa

We gaan door de iwan naar binnen en komen op de binnenplaats van de Shir Dor. Langs de rand van het plein en in de cellen beneden stalletjes met souvenirs. Twee  van de vier iwans staan in de steigers. De eerste indruk is dat letterlijk elke vierkante centimeter van alle muren bedekt is met versiering in de vorm van tegels en mozaïekwerk. Bij wat beter kijken zijn er wel hele stukken die beschadigd zijn en waar de versiering dus ontbreekt. Niettemin doet het geheel sprookjesachtig aan. Een paar meisjes draaien al even om ons heen. Ze lopen weer weg. Maar ze komen even later terug met een derde dame. Wat verlegen spreken ze ons aan in voorzichtig Engels. Of ze wel met ons op de foto mogen. Dat kunnen –en willen- we natuurlijk niet weigeren. Een van hen maakt foto’s met een mobieltje. Natuurlijk maak ik dan nog een foto met mijn camera. Een van hen houdt een soort diploma van Samarkand voor zich: we zijn er echt geweest en we zagen deze westerse mensen! 

Bij een aardige mevrouw in een stalletje koop ik een paar T-shirts met een Zijde-karavaan erop en Samarkand op de achtergrond. 

 

Zoek de verschillen

Deze madrassa is gebouwd in 1611-1636. Twee eeuwen later dan de Ulugh Beg madrassa er tegenover. Toch lijken ze sterk op elkaar. Maar er zijn ook verschillen. Zo heeft de Shir Dor een grote turquoise koepel die lijkt op de van Gur-Emir. De Ulugh Beg heeft geen koepel. Ook hier die ribben aan de buitenkant. De koepel rust op een band versierd met Arabisch schrift. En de versiering van de ingangs-iwan is natuurlijk heel anders. Bij Ulugh Beg staan er sterren op; hier dus de tijgers, Araltijgers, die een hert nazitten. Op de achtergrond een stralende zon met een mensengezichtje. Het afbeelden van levende dieren is en blijft toch een uitzondering in de Islam. 

 

Even verderop heeft een dochter van een mevrouw zich gehuld in traditionele kledij, die daarvoor klaar ligt. Ze vindt het goed als ik er een foto van maak. 

 

Maar we moeten verder want er is hier zoveel te zien. En onze tijd is beperkt. Naast de Shir Dor lopen we even binnen in een wat kleiner gewelf, waar een tapijthandel of zo in zit. Hier krijgen we al een voorproefje van de Tilla Kari. Goud en blauw fonkelt ons tegemoet. 

  

De madrassa met de tijgers li nu en re: in begin van de vorige eeuw (schilderij) 

 

 tijger achtervolgt hert; detail van de ingangs-iwan

 op het binnenplein van Shir Dor

zelf digitaal samengestelde panoramafoto van het binnenplein

   

familie die heel graag met ons samen op de foto wilde (met het "Samarkand diploma" in de hand)          re: een jong meisje dat zich even verkleedde in traditionele dracht

 vroeger de studiecellen van de scholieren 

 ondanks het achterstallig onderhoud nog steeds schitterend

   



 

De Hal naast Shir Dor Madrassa:

    

Naast de Shir Dor (met ingang op het plein) is een kleine -ik zou bijna zeggen 'kapel'- die schitterend gedecoreerd is. Voorproefje van de Tilla Kari die we daarna zien.  

   

 

 





 

Tilla Kari Madrassa

Dan de hoek om naar de echte “met goud bedekte” want dat betekent Tilla Kari. Het is geen woord te veel gezegd. Binnen vallen onze monden open. Het is wat Thubron schrijft: vanaf het ronde plafond dwarrelen als het ware honderden gouden blaadjes uit een diepblauwe hemel. Maar woorden schieten altijd te kort om dit verkwistende schoons te beschrijven. Zelfs mijn Dumont Kunstreiseführer laat het afweten en noteert dat de lezer er maar het best aan doet te kijken en alles op zich in te laten werken, “um Eindrücke zu sammeln, die weder ein Bild noch ein Text zu vermitteln in der Lage ist”. Ik hoop toch met mijn foto’s de lezer een klein beetje die indrukken door te geven. 

      

 

Omdat de Bibi Khanoum al in de 17e eeuw niet meer bruikbaar was als vrijdagmoskee, werd deze pronkmoskee daartoe gebouwd en gebruikt. Ook werd het gebouw gebruikt als Madrassa.

De buitenkant is versierd met prachtige polychrome mozaïeken. Hoewel de vormen en patronen goed passen bij de andere twee madrassa’s, is er toch geen sprake van herhaling. Dit is de rijkst gedecoreerde van de drie. 

 

   

 binnenplein Tilla Kari 

De mehrab, de gebedsnis, is van een afstandje al hemels mooi, maar hoe dichterbij je komt, hoe meer details je ontdekt. Tot in het heel klein gaan die details. Overigens is hier veel geschilderd; het gaat niet om geglazuurde tegels. 

  

in werkelijkheid is het vele malen indrukwekkender...

 ook wel door de uitgekiende belichting

 

  

 duizenden gouden blaadjes dwarrelen uit een blauwe hemel... (ColinThubron)

   

Op de foto links zie je goed dat er veel geschilderd is van wat je ziet. Mysterieuze gaten trouwens...

 bezoek in dienstttijd

 Riet op het binnenplein

 

  





 

Ulugh Beg Madrassa

Ten slotte komen we bij de oudste madrassa, die van Ulugh Beg, de kleinzoon van Timur Lenk. Deze dateert uit 1417-1420. Het is meteen een van de oudste van Centraal Azië. Hij mag dus als voorbeeld gezien worden voor alle madrassa’s. De voorgevel wordt voor twee-derde ingenomen door de enorme ingangs-iwan, de pishtak. Op de uiteinden staan twee minaretten. Deze minaretten zijn niet voor muezzins bestemd maar ze zijn er zuiver uit architectonische en esthetische overwegingen neergezet. Door hun slankheid bieden ze een tegenwicht tegen het massieve portaal. De versiering kun je ingetogen noemen, althans vergeleken met die van de beide andere madrassa’s. Kleurige stenen, tegels tegen een zachte terracotta achtergrond vormen geometrische figuren. Er zijn gerehs, inschriften in Kufi. (Een gereh is een soort knoopvormig patroon, een geometrische arabeske, kufi duidt op Arabische kalligrafie, met kenmerk: veel herhalingen.) Sterren- en bloemen- en plantenmotieven. De hele presentatie laat zien dat dit gebouw draaide om wetenschap, kunst en techniek. Ulugh Beg heeft hier zelf de astronomie onderwezen. 

(Mohammed Taragai Ulug Bey (of Beg) (Soltaniyeh (Zanjan, Iran), 22 maart 1407 - Sultaniye (Iran), 27 oktober 1449) was een Turks-Mongools heerser en astronoom. Ulug Bey was heerser van het rijk der Timoeriden, maar stelde meer belang in de astronomie.) 

 de oudste van de drie (scheelt ongeveer twee eeuwen) 

 de strengere geometrische decoratie

benadrukt vooral het wetenschappelijke doel dat Ulugh Beg had met deze Koranschool

 swastika-motieven

 de sterren in de iwan duiden op Ulugh Begs fascinatie:    nl. de sterrenkunde

 

  

 binnenplaats

    

 

 


 

Ulugh Beg als vroege wetenschapper

Bron: Kennislink.nl: “Een wiskundige ‘Prince of Persia’ was Ulugh-Beg (ca. 1393-1449), een kleinzoon van Ti-moer Lenk (1336-1405), die eerst gouverneur was in Samarkand en daarna de vorst van het gehele rijk. Hij zou een groot belang hechten aan de wetenschap en een enorme astronomische sterrenwacht laten bouwen. Onder zijn bewind werden Koranscholen een soort islamitische academies, waar ook wiskunde en sterrenkunde hoog in het vaandel werden gedragen. Tussen 1408 en 1437 werkten er zowat 70 sterrenkundigen, onder wie Al-Kashi (1380-1429). Al was de astronomie er het belangrijkste studiegebied, toch zou deze laatste bijvoorbeeld ook de decimalen van pi berekenen aan de hand van een 8.050.306.368-zijdig veelvlak. Zijn waarde was pi was 3,141 592 653 589 793 25, wat juist is tot op de 16 decimaal (de 17de moet 4 zijn, niet 5). Zijn ‘totaal nutteloze’ wereldrecord zou stand houden tot 1596 toen de Nederlander Ludolph van Ceulen er 20 berekende.

Al-Kashi berekende ook de sinus van 1° met een grote nauwkeurigheid, en dit 200 jaar voor Kepler. In 1449 werd Ulugh-Beg echter vermoord op zijn weg naar Mekka, door fundamentalisten geleid door zijn eigen zoon. Misschien konden de hovelingen het niet langer dulden dat hij meer aandacht had voor wetenschappelijke dan voor wereldse zaken, en met zijn dood kwam ook een einde aan de wetenschappelijke activiteiten in Samarkand.”

 

 




 

Samarkand, sprookje aan de Zijderoute     (Blog van Sven Standhardt 29-08-2013, SRC-reizen.nl) 

 

De Engelse onderkoning van India, Lord George Curzon, schreef, toen hij rond de eeuwwisseling van de 20e eeuw het Registan van Samarkand betrad: ‘Het Registan van Samarkand was oorspronkelijk en is ook nu nog het meest verheven openbare plein ter wereld. Ik ken geen enkel plein in Europa of in de wereld dat in haar eenvoudigheid en grandioosheid erbij in de buurt komt, zelfs niets dat zich er ook maar mee kan vergelijken’.  

Tegenwoordig is het Registan geen ruïne meer, maar is het prachtig gerestaureerd. De schoonheid van het plein beneemt iedereen de adem die het voor het eerst ziet.  Drie prachtige medressen vormen het plein waar eens de machtige khans van Oezbekistan recht spraken en waar de grote overwinningen werden gevierd. Ook werd er handel gedreven in de zijde die Samarkand haar rijkdom bracht, door haar unieke positie aan de beroemde zijderoute van China naar Europa. Tegenwoordig staat het plein op de lijst van werelderfgoed van UNESCO.

Het was de beroemde Timur Lenk, ook wel Amir e Timur genoemd, die het plein tot centrum van Samarkand maakte. Zijn kleinzoon Ulug Bek, de astronoom, maakte het tot een paradeplein. De Sherdor, de leeuwen-medresse*, is versierd met mozaïeken die leeuwen voorstellen die op antilopen jagen. Daarboven zien we de stralende zon, evenals vele swastika’s, het oude symbool van de zon. De invloeden van de Zoroastriërs die hier eens leefden en Samarkand verbinden met de rijke cultuur van Perzië, zijn hier duidelijk zichtbaar. De Tillakori-medresse is met goud bedekt. Dit wordt duidelijk wanneer we de moskee betreden en baden in een warm gouden licht dat weerkaatst wordt door de prachtige gouden mozaïeken boven de gebedsnis, de mehrab. Lange tijd was deze medresse de vrijdagsmoskee van de stad en daarmee ook de belangrijkste moskee van Samarkand.

De Ulug Bek-medresse is versierd met sterren en aan de wetenschap gewijd. Het is de oudste medresse van het plein. Hier zou volgens de legende Ulug Bek zelf astronomie hebben gedoceerd. Met zijn ontdekkingen over ons zonnestelsel was hij de westerse wetenschappers van zijn tijd ver vooruit.

Samarkand heeft nog veel meer te bieden. Het schitterende graf van Timur Lenk, bijvoorbeeld, die een koepel heeft die zo mooi is dat hij, zoals de Oezbeken zeggen, wel uit de hemel moet zijn neergedaald. Vlak daarbij staat het nog niet gerestaureerde mausoleum van Bibi Khanom, dat door Timur Lenk bedoeld was als de grootste moskee op aarde. En weer even verderop vinden we de necropolis van Shoh-i-zinda. De aaneenschakeling van prachtige mausolea vormt de top van de islamitische kunst in Oezbekistan. Niet voor niets zegt men: ‘Wie eenmaal de schoonheid van Samarkand heeft gezien, zal er voor eeuwig door geraakt zijn’.

 

*) volgens mij (en de Kunstreiseführer) zijn het geen leeuwen maar tijgers (LM). 



 

Panorama van het Registan in Samarkand

 

 

(Zelf digitaal samengestelde panoramafoto van twee foto's)

 

Als we klaar zijn is het ook tijd om naar het verzamelpunt te gaan. We lopen achter een soort podium langs en komen op een verhoging die speciaal aangebracht lijkt om het hele plein te kunnen overzien, met de drie koranscholen in het gelid. Ik maak er foto’s waar ik thuis een panorama van maak, zodat het hele plein in één beeld gevat is. We laten ook een paar foto’s maken van ons tweeën voor het beroemde plein. Dat heeft nog voeten in de aarde, omdat de Oezbeekse  jongeman die ik vraag, eerst begrijpt dat wij samen met hem en zijn vriendin op de foto willen. Nee, deze keer eens niet. Met dank en excuses overigens. Lachend begrijpt hij uiteindelijk: ahhh, jullie willen er met z’n tweeën op! 

We lopen terug. De jongen met een schaal met grote vierkante blokken is er ook nog. De witte ‘blokken’ blijken suikerspinnen in het vierkant te zijn. Hij wil graag even poseren. 

 

 

  we waren er echt!

 





 

Bibi Khanym Moskee

Na de lunch gaan we naar de Bibi Khanym Moskee. Deze heet ook wel de Bibi Khanoum of Khanyum moskee en is genoemd naar de eerste vrouw van Timur. Het verhaal gaat dat zij het gebouw liet neerzetten als verrassing voor haar man toen deze op campagne was in India en waar hij de stad Delhi zo grondig vernielde dat het twee eeuwen zou duren voor Delhi weer een stad van betekenis werd. Maar dat terzijde. Laten we Bibi de eer maar geven, maar uiteindelijk waren het natuurlijk de excellente handwerkslieden en ambachtsmensen die Timur uit alle delen van zijn uitgestrekte rijk altijd meenam naar ‘huis’ in Samarkand, die de klus klaarden. Het resultaat moet verbluffend geweest zijn. We weten dat de rotsblokken voor de fundamenten op karren getrokken door olifanten uit Tadzjikistan werden gehaald. Dat er muren en minaretten verrezen die ‘tot in de hemel reikten’, in ieder geval tot 50 m hoog. Dat er een binnenplaats was met zuilengangen en honderden koepels, rustend op schitterend bewerkte marmeren zuilen. Dat het marmer door 95 olifanten uit Perzië en de Kaukasus werd gehaald. 

Tijdsdruk is echter nooit bevorderlijk voor de kwaliteit van een bouwwerk, en dat gold ook hier. Toen Timur onverwacht terugkeerde, vond hij de turkooizen koepels maar niks en de portalen te laag. Hij liet de bouwheren terechtstellen en hield toen persoonlijk toezicht op het opnieuw opbouwen. Maar in hun doodsangst werkten de bouwvakkers te snel. 

 Bibi Khanym Moskee, vanaf de straat gezien

  

re: ingangs-iwan, indrukwekkend!

   

digitaal samengestelde panoramafoto van drie foto's:  Bibi Khanym Moskee, binnenplein  

        

het gebouw links heeft zware aardbevingsschade             het gebouw op de rechterfoto is ook gesloten; moet nog gerestaureerd worden. 

    

 

deze vogelsoort zie je overal in deze landen                                                            weer op de foto alsjeblieft 

 

   

 

   

   

 

de koepel is nog prachtig maar het gebouw is zwaar beschadigd, m.i. onherstelbaar

 

  

alleen met een digitale samenvoeging kreeg ik het geheel erop (de supergroothoek had ik niet bij me)

van hem kochten we een paar miniatuur aquarelletjes voor onszelf en voor dochter M. &M. 

 de steun van de oudste koran ter wereld zou dit zijn;

hier moest je als vrouw onderdoor kruipen als je veel kinderen wilde. Ik zag het niemand doen terwijl ik hier was. Moderne Oezbeekse vrouwen zijn wel wijzer.

 

 detail koepel

 minder mooi detail: er groeit gras op...

 

 

 

Ontbinden

Al vrij snel na de oplevering begon het gebouw te ontbinden en eindigde het in de negentiende eeuw als katoenopslagplaats en stal voor de tsaristische cavalerie. In 1887 stortte het grotendeels in na een aardbeving. Na de terugtrekking van de Russen in 1991 is men wel begonnen met de restauratie, maar dat is zo’n gigantische klus, dat, als wij er zijn, het centrale gebouw nog een puinhoop is en afgesloten voor het publiek. Het is slechts een schim van wat het ooit geweest moet zijn. 

 

Weer een sterk verhaal

Dan is er ook nog het verhaal dat de bouwheer tijdens de bouw verliefd werd op Bibi en haar chanteerde. Hij wilde het gebouw alleen op tijd afmaken als hij haar mocht kussen. Dat is waarschijnlijk gebeurd want toen Timur terugkwam stond de moskee er. Maar die stond Timur dus niet aan. Bovendien merkte hij –op wat voor manier, dat is gissen- dat de bouwheer zijn vrouw onteerd had. Daarom liet hij de architect onthoofden en zijn vrouw levend inmetselen in het Bibi Khanyum mausoleum vlakbij de moskee. Ook wordt verteld dat sindsdien vrouwen een hoofddoek moeten dragen om mannen niet (weer) in de verleiding te brengen. Verhalen…

 

Nóg een sterk verhaal

Wellicht nog zo’n verhaal: op de grote binnenplaats staat een enorm stenen gevaarte. Drie rechtopstaande stenen dragen een dekplaat en daarop ligt nog een groter blok steen. De steenblokken zijn bewerkt met inscripties. Het zou een koranhouder zijn. Daarop zou vroeger de grote en Heel Belangrijke Osman Koran gestaan hebben. 

Het verhaal gaat, dat als een vrouw door een van de twee openingen kruipt onder de dekplaat, dat zij dan veel kinderen zal baren. Er zitten tijdens ons bezoek heel wat vrouwen –met kinderen soms- op de muurtjes in de schaduw, net als wij uit te rusten. Bij geen van hen heb ik ook maar enige neiging bespeurd om door het gat te kruipen. Moderne Oezbeekse vrouwen zijn wel wijzer. 





 zicht op Shah i Zinda (de moderne begraafplaats op de heuvel) 

   

onderweg naar Shah i Zinda: broodverkopers met de kinderwagen 

 

 Maar eerst nog: 

Ulug Bek Observatorium

 

 museumgebouw 

 

BRON: Nl.wikipedia.org: 

“In Samarkand, de hoofdstad van zijn rijk, richtte Ulugh Beg een wetenschappelijke school op waar astronomie werd onderwezen. Hij bouwde een reusachtig sextant van marmer, 63 meter lang en met een kromtestraal van 40 meter, uitgelijnd op de lokale meridiaan. Hiermee kon hij de posities van zon, maan en planeten bepalen alsook die van een duizendtal sterren. Dit gebeurde met een nauwkeurigheid die pas honderd jaar later door Tycho Brahe (1546-1601) geëvenaard werd. Ulug Bey publiceerde zijn metingen in de sterrencatalogus Zidji Djadid Sultani (1420-1437). Deze metingen verbeterden in verschillende opzichten die van Claudius Ptolemaeus. De - in het Arabisch gestelde - catalogus werd in het Perzisch vertaald. In de 16e eeuw werd hij bekend in Europa en een Latijnse versie werd in Engeland uitgebracht in 1665.

 

Uit zijn metingen concludeerde Ulug Bey dat de aarde om de zon draaide. Hij berekende zelfs dat de aarde er 365 dagen, 5 uur, 49 minuten en 15 seconden over deed, een tijdspanne vergelijkbaar met de moderne waarde van het tropisch jaar van 365d 5h 48m 45s.” 

(Terzijde: Voor die tijd toch niet minder dan verbluffend, lijkt mij als volstrekte leek op dit gebied. LM). 

 

  

ingang van de enorme sextant, ingebouwd in de berg                                   tekening uit de Reiseführer Dumont hoe het zou werken

 

     

Binnen is de sextant te bekijken                                    en rechts een model uit het mueseum

 

 museumgebouw

 

    

oud boek en prent waarop Ulugh Beg te zien is in de kring van andere grote geleerden

  zo'n boekenstaander hebben wij dus gekocht 

 

 

Staatsman

“Zijn politieke en administratieve optreden was niet zo geslaagd als zijn briljante wetenschappelijke prestaties. Hij verloor met sommige veldslagen grote delen van zijn rijk met wedijverende koninkrijken. Abdel Latif, zijn zoon, boos over het feit dat hij werd overgeslagen om over Samarkand te heersen, rebelleerde terwijl zijn vader op veldtocht was om Khurasan terug te veroveren. Hij versloeg zijn vader in 1449 aan de Dimashq nabij Samarkand. Ulugh Bey besloot later zich over te geven en 'Abd Al-Latif vergunde hem een bedevaart (hadj) naar Mekka, maar eenmaal op weg werd hij vermoord door zijn eigen zoon. Dit leverde hem de beruchte bijnaam "Padarkush" op (van Tajik "vadermoord"). Uiteindelijk werd zijn lichaam door zijn afstammeling Babur, stichter van het Mogolrijk herbegraven in Samarkand naast het graf van zijn grootvader, de beruchte krijgsheer Timoer Lenk.  

Ter ere van zijn wetenschappelijke werk werd de Ulugh Beigh krater op de Maan naar hem vernoemd door de Duitse astronoom Johann Heinrich von Mädler op zijn kaart van de Maan.”

 

Aardbevingsbestendig

3,5 km verwijderd van het Registan staat de sterrenwacht van Ulugh Beg. Om de sterrenwacht aardbevingsbestendig te maken, groef Ulugh Beg een diepe gleuf in de bergwand en liet die bekleden met marmer. De sextant was 11 meter lang met een straal van ruim 40 m. Er is een gebouw omheen gezet en het begin van de gleuf kun je nu nog zien. Verder is er van de sextant natuurlijk niet veel te zien. Wel is er een vrij uitvoerige tentoonstelling bij, met ook verschillende modellen die het bouwsel verduidelijken. Er staan natuurlijk boeken waaronder een uit Oxford (Oxonii), uit 1665,  dat oorspronkelijk geschreven schijnt door Ulugh Beg. Ook is er een prent waar Ulugh op staat samen met geleerden als Hevelius, Tycho Brahe en Ptolomaeus. 

  kaart van "de" Zijderoute





 

 

 

Necropolis Shah-i-Zinda: ‘buitengewone schoonheid’

 

Tot slot van deze lange intensieve dag brengen we nog een bezoek aan een necropolis, een dodenstad. Het is de beroemde Shah-i-Zinda. Volgens sommigen is dit het absolute hoogtepunt van de dag. Mijn Dumont Kunstreiseführer is helemaal enthousiast en wijdt maar liefst 13 pagina’s aan alle onderscheiden bouwwerken op deze heuvel. Hodsha, een kusthistoricus uit de 19e eeuw, vindt dat men nog nooit bouwwerken van een zo buitengewone schoonheid heeft gezien als deze. ‘De levende Sjah’ betekent de naam. 

Begin 20e eeuw was dit voor ongelovigen nog verboden terrein. Nu staat er nog wel een vermanend bord bij de ingang –in het Engels nota bene!, dat zie je nergens- dat niemand leest. De eerste regel is dat je je voor het bezoek fysiek en geestelijk moet reinigen en regel 2 is dat je de doden hier behoort te groeten door het lezen van de Koran. Verder zijn er onder de 12 regels veel die vanzelf spreken (niet dronken over de graven lopen) maar je mag hier ook niet kussen of een heilige aanroepen en ook geen doekjes in de bomen knopen. Dat laatste doen Centraal Aziaten graag, hebben wij al wel geleerd. Ik heb het hier niet gezien. Het bord heeft dus zin. 

       Shah-i-Zinda

Li: een plattegrond uit de Dumont Kunst-Reiseführer met alle mausolea erop aangegeven. 

 

Straat de heuvel op, met mausoleums aan beide zijden

Ook hier spreken we een tijd af en lopen op onze eigen gelegenheid langs de vele mausolea. Het is een pad, een straat, de heuvel op, met een (redelijk steile) trap met aan beide kanten mausolea, en het eindigt bovenop de heuvel in een eigentijdse begraafplaats. Het is enerzijds een voorbeeld van 11e en 12e eeuwse Islamitische en Timuridische bouwkunst, maar ook een voorafschaduwing van het beloofde paradijs. 

Als eerste kom je door het voorportaal van Ulugh Beg; dit is de ingang. Uiteraard wordt hier voor ons toegang betaald (uit de pot) en betalen we voor fototoestemming (net als overal vandaag trouwens). Ik treed maar niet te veel in details over alle monumenten die we hier gezien hebben. 

We wandelen langzaam omhoog, kijken dan hier dan daar binnen in een mausoleum. Het verschilt erg wat daar te zien is. Soms is het heel mooi. Soms valt het nogal tegen, of is het te donker om iets goed te zien en een foto te maken. 

     

li: de trap omhoog is goed te zien; onderhoud; re:  gevel van een van de mausolea

  

prachtig gedecoreerde iwans en portalen

   

   een interieur

    

Re: Het is redelijk druk in deze 'dodenstraat' (mooie zin overigens, al zeg ik het zelf). Weinig westerlingen naast onze groep, en veel dagjesmensen en bedevaartgangers. 

  juist de combinatie van zoveel uitbundige grafmonumenten maakt Shah-i-Zinda wel uniek

   

Geen gevel is gelijk aan een andere al lijken ze misschien voor de leek op elkaar. Ik vond het niet vervelend worden, zo van 'al weer een mausoleum'. 

  

  

mausoleum van Kusam Ibn Abbas

 gebedsruimte in mausoleum van Kusam Ibn Abbas

          

 

   

      

   

 

Mausoleum van Kusam Ibn Abbas

Een van de grotere complexen is het mausoleum van Kusam Ibn Abbas. Deze Kusam (Shahi Zinda = de levende koning) was een neef van de profeet Mohammed, en een van diens naaste medewerkers. Ook wordt hij gezien als een van de eerste verspreiders van de Moslimgodsdienst in Centraal Azië. Logisch dat hier nogal wat bedevaartgangers op af komen. 

Via een smalle gang kom je in een grafmoskee,en een offer- en een gebedsruimte. Het meeste is uit de 14e/ 15e eeuw. Als wij in de gebedsruimte zijn, komen net een aantal mensen binnen die gaan bidden in de vrij kleine ruimte. Wij gaan er toch maar even tussendoor om weer naar de uitgang te kunnen. Men kijkt er niet van op. 

 

We lopen buiten tot helemaal boven aan de heuvel toe, waar de reguliere hedendaagse begraafplaats is. Daar gaan we weer terug naar beneden, en zien nu natuurlijk toch nog weer andere dingen dan op de heenweg. Sommige versieringen zijn weer heel mooi. Andere, vooral als je dichterbij komt, toch wel erg knullig gerestaureerd. Lapwerk, haastwerk. 

    terug in de 'buitenwereld'

 

 

Dan zit het erop voor vandaag. Terug naar het hotel. Riet voelt zich weer goed en gaat mee naar het diner, waar ze heerlijk eet. Salades, pompoensoep, patat (nog lekker ook! zegt ze) met ‘varkensmedaillons’ (ik denk dat het toch kalf was…) in champignonsaus, en apfelstrudel met vanilleijs toe. Ik heb dus wel wat gemist, maar ik voel me zo niet-lekker en heb nog weer last van diarree, dus ik houd rust op de kamer en eet een paar heerlijke waldkorn-crackers, met een glas mineraalwater met opgelost ORS erbij. Toetje: twee pilletjes loperamide. Heerlijk. 

Maar ik ben blij dat ik vandaag alles heb kunnen zien en ervaren. Een (of misschien wel het) hoogtepunt. 

 

naar boven