Centraal Azië, langs de Zijderoute: Turkmenistan

by Lammert
Hits: 13915

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Een reis in 2015 door Centraal Azië: de reportage met foto's over Turkmenistan

Op drie pagina's vindt u een reisverslag, met daarbij een reisfotoreportage, over onze reis door Centraal Azië, namelijk langs de mooiste stukken van de legendarische Zijderoute, en wel door Turkmenistan, Oezbekistan en Kirgizië. Aan elk land is een pagina gewijd.  Op deze pagina het merkwaardige Turkmenistan. Eerst wat bladzijden over onze voorbereidingen op deze reis, het programma, een paar kaartjes ter oriëntatie, en korte bespreking van wat boeken en gidsen over dit gebied. Geen zwaarwichtige kost maar leuke boeken om te lezen en in de stemming te komen.. Daarna volgt dan een inleiding op het verslag, en daarna bespreek ik onze reis gedetailleerd. Aan het einde van het pagina-menu kunt u alle 313 foto's nog eens bekijken maar dan zonder onderschrift. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Onze reis een klimaat neutrale reis

Onze reis hebben wij voor C02 gecompenseerd via het Fair Climate Fund. Wat is FairClimateFund?

FairClimateFund is een BV zonder winstoogmerk. Voor bedrijven en organisaties die maatschappelijke verantwoordelijkheid willen nemen, biedt FCF de mogelijkheid om co2 uitstoot te compenseren met eerlijke co2 rechten. FairClimateFund is door ICCO opgericht die ook de enige aandeelhouder is.

Hoe werkt FairClimateFund?

FairClimateFund investeert in projecten in ontwikkelingslanden, zoals het bouwen van biogasinstallaties in India. Met deze biogasinstallaties koken families klimaatvriendelijk. Ze gebruiken geen benzine of hout meer en dat zorgt voor een vermindering van de CO₂-uitstoot. Die besparing levert CO2 rechten op. FairClimateFund biedt deze CO2 rechten aan op de Nederlandse markt waar bedrijven, instellingen en particulieren deze kunnen kopen. Op die manier worden zij klimaatneutraal waar zij, met recht, trots op zijn. Door te verminderen en de restuitstoot te compenseren investeert men in schone energievoorziening in ontwikkelingslanden. Het mes snijdt dus aan twee kanten.

Meer weten en ook uw reis compenseren en tegelijk een goed doel steunen? Klik op de LINK 

 

 

                                         De Zijderoute

De Zijderoute is niet één weg, maar het stelsel van wegen waarlangs vanaf de klassieke oudheid tot de late middeleeuwen de karavanen trokken van bv. Rome of Istanbul naar Xi'an en Bejing in het Rijk van het Midden, China. Eeuwenlang was de zijderoute de voornaamste verbinding tussen oost en west. Vooral luxegoederen zoals dus de zijde, maar ook satijn, muskus, robijnen, diamanten, parels, porselein, papier, rabarber, en vruchten zoals perziken en sinaasappels, maar ook paarden en buskruit haalden de handelaars er. En natuurlijk reisden niet alleen goederen mee langs de route, maar ook opvattingen, ideeën, ziektes en culturen. 

Zo lang ik mijn vrouw ken, heeft zij al het verlangen om  "eens" de indrukwekkende cultuurschatten van Samarkand, Bukhara en Khiva te mogen zien. Als ik foto's van de glimmende blauwe koepels en de rijk versierde gevels van de koranscholen en moskeeën zag, kon ik haar verlangen wel billijken.  

Tot nu toe hebben we diverse grotere reizen gemaakt maar deze kwam er maar niet van. In januari 2015 woonden wij van de SRC in Ede een presentatie bij over hun nieuwe reis "De Zijderoute", door Turkmenistan, Oezbekistan en Kirgizië. Ons enthousiasme werd door wat we hoorden en zagen alleen maar groter. Zo groot, dat we ter plaatse hebben geboekt voor de reis. Helaas ging onze eerste keuze (in april) niet door en werd het wat later in het jaar (dus: warmer!). Ik had al twaalf pagina's ingevuld voor visumaanvragen voor Turkmenistan en Oezbekistan. Dat moest nu allemaal nog dunnetjes over.

Verder hebben we nog eens weer een bezoekje gebracht aan de GGD om te kijken of alle injecties nog geldig en adequaat waren. En verder bereidden we ons voor door een stuk of wat boeken te kopen en die te lezen. Op deze website is een bespreking van die boeken opgenomen. We lazen ook reisverslagen en andere artikelen op internet. 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

    Turkmeense vlaggen

Onze reis in grote lijnen

We bezoeken Turkmenistan waar we het megalomane en bizarre Ashgabat als basis hebben, schepping van de vooral zichzelf uitbundig feliciterende alleenheerser Turkmenbashi, die in 2006 overleed. We bezoeken een van de misschien wel grootste markt van Centraal Azië en bekijken de opgraving van Merv. Merv was in de 12e eeuw waarschijnlijk de grootste stad ter wereld, maar werd door Djenghiz Khan verwoest. 

 

We vliegen naar Oezbekistan, waar we sprookjesachtig mooie plekken gaan bekijken als Samarkand, Buchara en Khiva. Achter de machtige lemen muren van de vroegere vesting Khiva, vroeger een rustplaats voor passerende karavanen, lijkt, zo lees ik, eeuwenlang nauwelijks iets veranderd te zijn. Dit is een van de best bewaarde historische steden van Centraal-Azië. We zien onder andere de Jumamoskee en verschillende minaretten en het residentiepaleis Kuhna Ark.

We volgen per bus de oude karavaanroute naar Bukhara, waar we o.a. het Lyabi-Hauz-complex zullen bezoeken, een waterbassin dat wordt omringd door met mozaïeken gedecoreerde Medresses, Koranscholen. 

De historische binnenstad van Shakhrisabz staat, net als meer plaatsen die we deze reis bezoeken, op de Werelderfgoedlijst. Dit is ook de geboorteplaats van de wrede Timoer Lenk. We zien hier de imposante ruïnes van zijn oude Ak-Saraypaleis en het Dorussiadat-mausoleum. 

 Samarkand, Oezbekistan, het Registanplein

(Foto www.destination360.com )

 

 

Het sprookjesachtige Samarkand, met zijn koepels bedekt met azuurblauwe tegels,  staat al sinds ik mijn vrouw ken op haar verlanglijstje om ooit nog eens te mogen zien. Ook voor mij wordt dit misschien wel het hoogtepunt van de reis. De Taj Mahal in Agra was van bijna onwereldse schoonheid, het Registan-plein moet minstens zo mooi zijn. Samarkand hoorde lange tijd bij het Perzische rijk, werd ooit door Alexander de Grote veroverd en later door Dzjengis Khan verwoest. Timoer Lenk liet de beste ambachtslieden en architecten van heinde en verre komen om Samarkand op glorieuze wijze te laten herbouwen. We zien onder andere de drie weelderig gedecoreerde Koranscholen aan het Registanplein, het Ulug Beg-observatorium en de necropolis Shah-i-Zinda. 

Na al dit moois rijden we naar Tashkent. Deze hoofdstad van Oezbekistan wordt vooral gekenmerkt door Sovjetarchitectuur die toegepast werd nadat de stad in 1966 door een aardbeving grotendeels was vernietigd. Maar de Koranscholen en een bazaar schijnen de stad toch nog wel de typische sfeer van Centraal-Azië te geven.  

We vliegen naar de hoofdstad van Kirgizië, Bishkek. Kirgizië is een van de armste landen van de regio. Hoogtepunten van ons bezoek aan dit land zullen denk ik minder cultureel zijn en meer op het gebied van de natuur liggen. Het diepblauwe meer van Issyk-Kul, dat wordt omgeven door besneeuwde bergtoppen, ligt op 1.600 meter hoogte. Het is het op een na grootste bergmeer ter wereld. Alleen het Titicacameer, dat ik in 2013 bezocht,  is groter. En... het Titicacameer ligt beduidend hoger, zo op zo'n 4000 meter, en ik vind het alleen maar een groot pluspunt dat ik niet weer die hoogte hoef te trotseren. 

We bewonderen de rotstekeningen van Cholpon-Ata, de typische houten huizen van Karakol, de 11e-eeuwse Burana-toren en de wonderlijke ‘balbals’, oude grafstenen in de vorm van een torso. 

Dit is in grote lijnen ons programma. Vanuit Biskek vliegen we via Istanbul terug naar Schiphol. 

 

De reis in het kort

dag 1: Vlucht Istanbul – Ashgabat

dag 2: Kennismaking met Ashgabat en UNESCO-erfgoed Nissa

dag 3: Bazaar Ashgabat en paardenfokkerij Akhal-Teke

dag 4: Retourvlucht naar werelderfgoed in Merv en historisch museum

dag 5: Vlucht naar Konya-Urgench en naar Khiva

dag 6: Bezoek aan Khiva

dag 7: Over karavaanroute naar Bukhara en avondwandeling

dag 8: Monumenten van Bukhara

dag 9: Paleizen Timoer Lenk in Shakhrisabz en naar Samarkand

dag 10: Registanplein in Samarkand

dag 11: Naar Tahskent

dag 12: Vlucht naar Bishkek

dag 13: Bishkek

dag 14: Rotstekeningen en bergmeer Issyk-Kul

dag 15: Houten huizen in Karakol en Przewalski-museum

dag 16: Burana-toren en naar Bishkek

dag 17: Vlucht Bishkek – Amsterdam

 

de fotograaf, auteur, webmaster van dit verslag en deze fotoreportage




 

De reis per dag

dag 1: Amsterdam – Ashgabat

Vlucht via Istanbul naar Ashgabat, waar we vijf nachten verblijven. (ca. 10 km)

dag 2: Ashgabat en werelderfgoed in Nissa

Ashgabat is voornamelijk een groot eerbetoon van de alleenheerser Turkmenbashi aan zichzelf. Deze ‘vader van de Turkmenen’ heerste van 1990 tot 2006 en liet een megalomane stad bouwen. We bezoeken de opgraving van Nissa en het nationale museum. (ca. 30 km)

dag 3: Zondagsmarkt en ‘hemelse paarden’

De kleurrijke zondagsmarkt, de Tolchuka-bazaar, is een van de grootste markten van Centraal-Azië. Hier zijn, naast brood en groente, ook geiten en kamelen te koop. Na ons bezoek bekijken we de stoeterij waar de Akhal-Teke-paarden worden gefokt. Dit oude ras werd al voor onze jaartelling beschreven als ‘hemelse paarden’. In het tapijtenmuseum zien we tapijten van de verschillende nomadenstammen. (ca. 30 km)

dag 4: UNESCO-werelderfgoed in Merv

Na een korte vlucht bereiken we de opgraving van Merv. Merv was in de 12e eeuw waarschijnlijk de grootste stad ter wereld, maar werd door Djenghiz Khan verwoest. Voordat we terugvliegen naar Ashgabat bezoeken we het historische museum in Mary, nabij Merv. (ca. 80 km)

dag 5: Konya-Urgench en naar Oezbekistan

We vliegen naar Dashoguz en bezoeken daarna het slaperige Konya-Urgench. Dit stadje, dat door UNESCO wordt beschermd, was in de 12e eeuw het centrum van de islamitische wereld. Deze oude glorie is op veel plekken nog te zien. We passeren de grens met Oezbekistan en rijden naar Khiva, waar we twee nachten verblijven. (ca. 260 km)

dag 6: Authentiek Khiva

Achter de machtige lemen muren van Khiva, vroeger een rustplaats voor passerende karavanen, lijkt eeuwenlang nauwelijks iets veranderd te zijn. Dit is een van de best bewaarde historische steden van Centraal-Azië. Terwijl we door de stad wandelen, zien we onder andere de Jumamoskee en verschillende minaretten. We bezoeken het residentiepaleis Kuhna Ark. Oezbeken drinken graag thee. Eindigt u de dag tussen de vriendelijke Oezbeken in een levendig theehuis?

dag 7: Karavaanroute naar Bukhara

We volgen de oude karavaanroute naar Bukhara, waar we twee nachten verblijven. ’s Avonds wandelen we door de sfeervolle binnenstad. (ca. 480 km)

dag 8: Bukhara

De vele monumenten die we in Bukhara zien, tonen hoe groots deze stad ooit was. Het hart van deze levendige stad is het Lyabi-Hauz-complex, een waterbassin dat wordt omringd door met mozaïeken gedecoreerde Koranscholen.

dag 9: Shakhrisabz

De historische binnenstad van Shakhrisabz staat op de Werelderfgoedlijst. Dit is ook de geboorteplaats van de wrede Timoer Lenk. We zien hier de imposante ruïnes van zijn oude Ak-Saraypaleis en het Dorussiadat-mausoleum. We rijden naar Samarkand, waar we twee nachten verblijven. (ca. 370 km)

dag 10: Sprookjesachtig Samarkand

Samarkand hoorde lange tijd bij het Perzische rijk, werd ooit door Alexander de Grote veroverd en later door Dzjengis Khan verwoest. Timoer Lenk liet de beste ambachtslieden en architecten van heinde en verre komen om Samarkand op glorieuze wijze te laten herbouwen. We zien onder andere de drie weelderig gedecoreerde Koranscholen aan het Registanplein, het Ulug Beg-observatorium en de necropolis Shah-i-Zinda.

dag 11: Tashkent

We rijden naar Tashkent, waar we overnachten. De hoofdstad van Oezbekistan wordt vooral gekenmerkt door Sovjetarchitectuur, maar de Koranscholen en een bazaar geven de stad de typische sfeer van Centraal-Azië. (ca. 330 km)

dag 12: Naar Kirgizië

We vliegen naar de hoofdstad van Kirgizië, Bishkek. We verblijven hier twee nachten. (ca. 30 km)

dag 13: Bishkek

In Bishkek zien we sporen van het Sovjetverleden: de wisseling van de wacht, het standbeeld van Lenin en het imposante operagebouw. De vele groene parken en de hoge bergen in de verte zijn typerend voor deze stad. (ca. 10 km)

dag 14: Rotstekeningen en Issyk-Kul

Het diepblauwe meer van Issyk-Kul, dat wordt omgeven door besneeuwde bergtoppen, ligt op 1.600 meter hoogte. Het is het op een na grootste bergmeer ter wereld. Alleen het Titicacameer is groter. We bewonderen de rotstekeningen van Cholpon-Ata en overnachten aan het meer. (ca. 250 km)

dag 15: Houten huizen in Karakol

We wandelen langs de typische houten huizen van Karakol. Ook de Russisch-orthodoxe kerk en de moskee zijn van hout gemaakt. We bezoeken het Przewalski-museum, dat is genoemd naar de 19e-eeuwse ontdekkingsreiziger. Ons hotel staat in Karakol. (ca. 140 km)

dag 16: Burana Toren

Langs de oevers van het meer vinden we de 11e-eeuwse Burana-toren en de wonderlijke ‘balbals’, oude grafstenen in de vorm van een torso. Via kleine dorpjes rijden we naar Bishkek, waar we de laatste nacht verblijven. (ca. 400 km)

dag 17: Bishkek – Amsterdam

We worden naar de luchthaven gebracht voor de terugvlucht. (ca. 10 km)

 

 


 

Hieronder een paar kaartjes van de regio Centraal Azië

  



 

KLIK HIER voor onze route in grote lijnen (met dank aan Google Maps)

 



 

 

 

 

 

 

 

 

 

De te bezoeken regio in grote lijnen. Wij bezoeken de rechterkant van de route.


We vliegen van Istanbul naar Ashgabat. En terug van Bishkek via Istanbul naar Amsterdam. 

 

verschillende versies van de Zijderoute

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Klaus Pander: Zentralasien

Usbekistan, Kirgistan, Tadschikistan, Turkmenistan, Kasachstan- Faszinierende Reiseziele entlang der legendären Seidenstraße                 / 9e geactualiseerde druk 2013
Dumont Kunst-Reiseführer   www.dumontreise.de  

Nieuwprijs: € 27,90

De titel verraadt het al: een kunstgids in het Duits voor de genoemde landen langs de befaamde Zijderoute. 

Het boek begint met een opsomming van de belangrijkste plaatsen en sites, gewaardeerd met één ster (omweg waard) en twee sterren (beslist niet te missen). 

Het boek heeft een algemeen gedeelte over de natuur, de geschiedenis, de religies, de kunst van de Islam van Centraal Azië, en een stuk over Centraal Azië vandaag, over de volkeren en hun alledaagse cultuur, zeden en gewoonten.

Ruim tweehonderd pagina’s zijn vervolgens gewijd aan de cultuurplaatsen, waarbij het land Oezbekistan de meeste ruimte krijgt, simpelweg omdat daar de meeste cultuurschatten te vinden zijn. Ten slotte geeft het boek tips voor voorbereiding en op reis en adressen. En er zijn o.a. een personenregister en een plaatsregister. 

Het is geen kunstgids zoals je ze tegenwoordig wel veel ziet: een veelheid van foto’s, doorsneden, plattegronden, kaartjes enz. met wat tekst erbij. Hier is het andersom: veel diepgravende tekst met hier en daar een foto, een getekende plattegrond van een cultuurcomplex en (kleine) kaartjes van steden. Je moet dus vlot Duits kunnen lezen om iets aan dit boek te hebben. Kun je dat, dan heb je geluk want het boek geeft een zeer volledige opsomming van alle plekken die de moeite waard zijn en de beschrijvingen van de historische plekken zijn zeer uitvoerig en verhelderend. Zo wijdt de gids ruim 13 pagina’s aan de necropolis (dodenstad) Shah-i-Zinda, even buiten Samarkand. Met plattegrond van het complex, en een paar foto’s. 

Het lijkt me een zeer gedegen boek. Als je alles wat hierin staat in je opgenomen hebt, kun je het de beste reisleider nog knap moeilijk maken denk ik (gesteld dat je dat zou willen…). 

Jammer dat het in het Duits is, want daardoor zullen veel mensen toch afhaken vrees ik. Je moet soms even nadenken als de spelling van een plaats nogal afwijkt van wat je in het Nederlands bekend is. Kirgistan i.p.v Kirgizië is dan nog niet het moeilijkst; Khiva is hier Chiwa, en Shakhrisabz is hier Schahr-e Sabs. 

Conclusie: Voor de geïnteresseerde reiziger een bijna onmisbare gids om de cultuurschatten van Bukhara, Khiva, Samarkand en al die andere “1001-nacht-sprookjesachtige” plaatsen beter te kunnen plaatsen in hun cultuur en historie. Je ziet immers pas wat je weet… Ik neem deze pil van 384 pagina’s zeker mee op onze reis, want hoewel ik al veel van tevoren lees ter voorbereiding, zal ter plaatse de gids vast zijn nut bewijzen met de kaartjes en de vele weetjes en tips. Ter plaatse gaat de tekst uiteraard nog meer voor je leven. Achteraf: we hebben dit boek onderweg vaak gebruikt, bv. om de dag tevoren te lezen wat we gingen zien. Redelijk zwaar in je tas maar niet te missen. 



Colin Thubron: Het verloren hart van Azië  (The lost hart of Asia, Journey beyond Samarkand)

(oorspr. 1994, 2007); 360 pag. 12 hoofdstukken. Uitg. : Eldorado/ Amstel Uitgevers b.v.

Tweedehands gekocht via Boekwinkeltjes.nl

 

In 2008 schaarde  The Times hem  45e op hun lijst van 50 grootste schrijvers van na de oorlog.   Thubron was medewerker aan The New York Review of Books, The Times, The Times Literary Supplement en The New York Times. Zijn boeken werden in meer dan twintig talen vertaald. Het verloren hart van Azië is de neerslag van een reis door de net onafhankelijk geworden ex-Sovjetstaten in Centraal Azië.

Op de achterflap: “Ten noorden van Iran, ten westen van China en ten oosten van de Kaspische Zee bevindt zich een geheimzinnig en in zichzelf gekeerd gebied ter grootte van Europa. De verschillende volken worstelen met de vrijheid en veranderingen die de staatkundige herschikking en verrijzenis van nieuwe landen, die vroeger deel uitmaakten van de Sovjet-Unie, meebrachten. Colin Thubron maakte een reis van bijna 10000 kilometer door dit magische gebied en beschreef de uiteenlopende karakters en ontmoetingen, het natuurschoon en de verschrikkingen in dit indrukwekkende document. Hij is tegelijkertijd historisch verteller en eigentijdse reisauteur. Een van de verdiensten van Het verloren hart van Azië - een prachtig boek - is dat het vijf vrijwel onbekende naties een gezicht geeft.' HET PAROOL.  'Net als zijn andere boeken. zal het binnen de kortste keren wel tot de Klassieken in de reisliteratuur horen.' VRIJ NEDERLAND. 'Een type reisauteur dat zeldzaam begint te worden.' ELSEVIER.”

Thubron is een niet alleen zeer bereisde auteur maar ook een zeer belezen en erudiete man. Ontelbaar zijn de historische achtergrondverhalen en anekdotes die de lezer van dit boek tegenkomt. Thubron is geen grappenmaker, humor is praktisch afwezig maar weemoed en nostalgie is er des te meer in zijn teksten. Veel mensen die hij ontmoet in de staten Turkmenistan, Oezbekistan, Kirgizië en Kazachstan hebben grote moeite met het vinden van een nieuwe identiteit nu de Russen zich –officieel althans- hebben teruggetrokken. De staatsgrenzen blijken nu slechts een streep op de kaart, destijds getrokken door Stalin. Mensen in Oezbekistan voelen zich vaak geen Oezbeek, maar bij voorbeeld Kazach, Kirgies, Tadzjiek, Tataar, Rus, Oekraïener, jood of Islamiet, of dromen van een nieuw groot Turks rijk. Vrij veel overeenstemming is er wel over de godsdienst: vrijwel niemand wil het “Iran-model”. “Wij zijn gematigder” zeggen velen tegen Thrubron. Maar sommigen maken zich toch wel zorgen. Misschien lopen we, als u over een paar jaar terugkomt, wel allemaal met een sluier om ons gezicht, vertrouwen vrouwen hem hun angst toe. Vrij algemeen is de klacht dat niets meer functioneert als toen de Russen het nog voor het zeggen hadden. En iedereen klaagt over de inflatie. Het geeft het boek een sfeer van vergeefsheid, somberheid. 

Een greep uit de inhoud: 

De reis begint net als de onze in Turkmenistan in Asjchabat, dan de Merv-woestijn (die wij ook bezoeken), Boechara, Samarkand, Tasjkent, de Ferganavallei en het Pamirgebergte, het steppeland van Kazachstan en ten slotte de “Hemelbergen” (Bishkek, Karakol en het Issyk-Koelmeer). (Ik neem de geografische naamgeving/ spelling over uit het boek). Veel van deze reisdoelen staan ook op ons programma. 

Als achtergrondinformatie is het boek bruikbaar, ook al is het twintig jaar oud. Ik denk dat zelfs nu de relicten uit de Sovjettijd nog niet zullen zijn verdwenen en dat we daar als toerist nog wel tegenaan zullen lopen. Dan is het goed om iets te weten over de enorme veranderingen die deze volken na het Russische tijdperk voor de kiezen hebben gehad. 

En dan nog: we weten in West-Europa zo weinig van dit enorme gebied; we weten tegenwoordig meer over China en Brazilië dan over Oezbekistan. Ik vind het voor mezelf een verrijking om wat meer te lezen over de gewone mensen in deze streken, hoe ze hun dagelijkse leven leiden en wat hun meningen zijn. Thubron praat heel veel met gewone mensen en vertelt ons als lezer wat hij hoort. Wat ik elke keer weer, in elk land waar ik kom, opmerk is dat die gewone mensen vaak niet eens zoveel van ons verschillen. Ook zij maken zich druk over kinderen die niet willen wat hun ouders goed voor ze vinden, ook zij zouden in hun land van alles willen veranderen als zij het voor het zeggen hadden, ook zij willen in de eerste plaats rust en een geregeld leven zonder de onzekerheden waaraan deze volken zeker hun deel wel gehad hebben in de eeuwen hiervoor. 



Colin Thubron: Schaduw van de Zijderoute   (Shadow of the Silk Road, 2006)

Atlas/Contact, Amsterdam 2014 (oorspr. 20071)

Het boek telt twaalf hoofdstukken, kaarten, een historische tijdlijn en een register. 366 pag. 

Thubron is voor mij een schrijver die op niveau naast bij voorbeeld Paul Theroux staat. In beeldende taal weet Thubron de lezer mee te nemen langs de kronkelende wegen door Centraal Azië. Overal ontmoet hij interessante mensen met wie hij spreekt over hun leven, hun verlangens en verwachtingen voor de toekomst. Hij is een scherp observeerder en geen detail ontgaat hem en daarmee de lezer. Onvoorstelbaar hoe gedetailleerd de auteur weet te vertellen over situaties die hem overkomen en gesprekken die hij voert. De informatiedichtheid is groot; de hoofdstukken zijn niet onderverdeeld in paragrafen of zoiets, dus het is wel zaak er het koppie bij te houden. Als je snel iets wilt lezen over het Registanplein in Samarkand dan ben je met dit boek aan het verkeerde adres. Het vergt wat bladeren voor je zo'n deel gevonden hebt, maar gelukkig kan het register hier wel behulpzaam bij zijn.  Het is natuurlijk ook niet een reisgids. Het is een beschouwend boek, dat veel achtergrond geeft en de lezer de bevolking van binnenuit leert kennen. Daarin ligt de waarde van dit boek. 

Thubron reist vanuit China, Xian, langs de langste antieke handelsroute over land, de Zijderoute. Door de bergen naar Centraal Azië, door Noord- Afghanistan en Iran naar het antieke Antiochië in Turkije. Hij komt op tal van plaatsen waar nauwelijks westerlingen komen. We leren hoe de verspreiding van de kostbare zijde verliep. Maar ook ideeën, godsdiensten en uitvindingen ‘reisden’ langs deze route, die overigens een stelsel van wegen is. Thubron nam een zuidelijke aftakking en kwam daardoor niet door Kirgizië, waar wij wel komen. Wel nam hij een aftakking naar Samarkand en Buchara, zodat we zijn indrukken van die plaatsen wel konden vernemen. Waar wij slechts dagen onderweg zullen zijn, nam de auteur acht maanden de tijd voor deze reis van omstreeks 11000 km.

Het boek lijkt qua opzet en stijl op Thubron's boek hierboven besproken is, maar er zit meer dan een decennium tussen beide boeken en in die tijd is er veel veranderd. Op zich is dat ook interessant, om beide boeken na elkaar te lezen en dan te kunnen proeven hoe de vooruitgang ook in landen als Iran en Afghanistan onstuitbaar is. Al gaat het langzamer en anders dan bij ons in het westen. 

Het boek is een fascinerend verslag van Thubron's reis en iemand die zich op het gebied van de Zijderoute en Centraal Azië wil oriënteren, kan niet zonder dit boek. 




 

Sandra Bakker: Zijdezacht zand / In het spoor van de Zijderoute

Uitgeverij Gopher, (20061) 2013 nieuwprijs 2015: € 16,95. 

Sandra Bakker en haar partner nemen ontslag van hun baan en stappen op de trein. Zo simpel kan het zijn voor ondernemende jonge mensen. In vijf maanden reizen ze naar West-China (en daarna verder Azië in) maar daarover gaat dit boek niet). Ze bereizen daarbij delen van de Zijderoute die wij ook gaan bekijken, dus daarom las ik dit boek. Overigens waren ook de stukken die we niet gaan bezoeken ook best aardig om kennis van te nemen. Bakker heeft een vlotte pen waaruit hier en daar ook wat reizigershumor vloeit. Ze blijkt een goede observator want we maken via haar kennis met exotische landschappen en mensen die door haar beschrijvingen dichterbij komen. 

Het boek begint met een flink hoofdstuk over Oekraïne. Nu dat verscheurde land weer zo tragisch in de belangstelling is gekomen, is het interessant te lezen hoe het tien, vijftien jaar geleden in dat land toeging. Het land blijkt nog steeds te worstelen om te ontkomen aan de communistische overheersing en de vele reflexen die daarbij horen. Zo neemt de bureaucratie en de ongeïnteresseerdheid in ‘de klant’ of de gast nog steeds absurde vormen aan. Het versturen van enkele verjaardagskaarten blijkt een hele onderneming. De procedure om te kunnen ontbijten is ‘even omslachtig als lachwekkend’. Gelukkig kan Bakker er met haar partner om lachen. Het zijn doorgewinterde reizigers, die niet gauw gek te maken zijn. Van onbelangrijke feiten als het bezet zijn van hun gereserveerde plaatsen in treinen en de categorale weigering van lokalen om die plaatsen vrij te maken, kijken deze reizigers nauwelijks op. Maar één keer in het boek worden de lokale gewoonten haar partner teveel en dat is in de trein in West-China, aan het eind van het boek, waar een Chinese vrouw in een overvolle coupé haar kind ongegeneerd op de grond laat plassen en poepen over hun schoenen en bagage heen. De reactie van haar partner is dan wel vermakelijk om te lezen maar wij moeten er niet (meer) aan denken op deze manier te moeten reizen. 

Tussen de dagelijkse gebeurtenissen door beschrijft Bakker op een plezierige toon de achterliggende historische feiten. Over de culturele hoogtepunten is ze soms relatief kort. In het fameuze Samarkand is ze bang dat het zal tegenvallen. Ze heeft zich er sinds haar jeugd een voorstelling van gemaakt en zich voorgenomen dat ‘eens’ te gaan bekijken. Ze is bang dat haar voorstelling niet waargemaakt zal worden. Als ze eenmaal op het Registanplein staat, is ze overdonderd door een schoonheid die zich moeilijk laat omschrijven. “Bij de eerste aanblik schieten allerlei lyrische volzinnen door mijn hoofd, maar niets raakt de essentie van waar ik nu naar kijk”, schrijft ze. 

Het boek is dus een uitgebreid reisverslag, doorschoten met stukjes geschiedenis, politiek en geografie, op een vlotte manier geschreven. Jammer alleen wel dat er wat spelfouten in de werkwoorden in staan, daar had een redactie iets aan moeten doen, maar het zal de gemiddelde lezer nauwelijks opvallen denk ik. 

Voor ons is het boek praktisch niet zo bruikbaar omdat een groot deel gaat over gebieden waar wij niet zullen komen, of als we er wel komen, zal onze tijd heel wat beperkter zijn dan het halve jaar dat dit tweetal uittrok voor dit deel van hun reis. Wij zullen alleen de hoogtepunten zien. Contact met de bevolking zal er niet veel zijn, vrees ik. Maar juist daarom is dit toch een geschikt boek om te lezen als voorbereiding: je leert de (onvoorstelbaar gastvrije) bevolking aardig kennen uit de beschrijvingen van Sandra. Alleen al om in de sfeer van Centraal Azië te komen is dit een interessant boek en heel leuk om te lezen. 



Frank van Rijn: In de ban van Stempelstan, Een reis door Centraal Azië

Uitg. Elmar, 2011 (Oorspr. 2010)  Nieuwprijs € 17,95

Voor me ligt een relatief zwaar boek; het is namelijk gedrukt op glossy papier. De reden daarvoor is dat er veel foto’s in opgenomen zijn. Die zouden op goedkoop papier niet uit de verf komen. Het is een van de aantrekkelijke kanten van dit boek. De foto’s illustreren duidelijk het verhaal. En dat betekent: veel foto’s van fietsers in actie en in rust op en langs de meest abominabele wegen. Vooral de route door de Bartang vallei in Tadzjikistan is heel erg. Voor de leunstoelreiziger is het vermakelijk om te lezen hoe de beide fietsers (Van Rijn en een Zwitserse collega) hier hun ‘weg’ toch vinden. Ook veel foto’s van de ongekend gastvrije mensen die de fietsers ontmoeten. Het levert prachtige stukjes proza op, bij voorbeeld over de familie in de diepste binnenlanden van Tadzjikistan die hen binnen nodigt en eten voorzet met de vanzelfsprekendheid alsof ze een restaurant drijven. 

Van Rijn heeft een aparte manier van schrijven. Voor een reisboek gebruikt hij vrij veel directe rede, d.w.z. dat hij zichzelf en anderen sprekend opvoert. Dat levert soms wel komische gedeelten op want de auteur houdt wel van zinloze discussies (met zijn Zwitserse maat) die van de hak op de tak tot in het absurde voeren. Om reizen als deze op de fiets te kunnen maken moet je een zekere neiging tot een stoïcijnse levenshouding hebben. Gelijkmoedig, onverstoorbaar, de dingen nemen zoals ze zijn. Maar de auteur beschrijft soms ook wel duidelijk zijn tegenzin en ergernis, bij voorbeeld als het gaat om de onvoorstelbare bureaucratie die in dit soort ex-Sovjetlanden nog steeds welig tiert. Vooral personen in publieke diensten en overheden bestaan kennelijk alleen om het de medemens moeilijk te maken. Toch is hij ook wel gefascineerd door deze menselijke trekjes; dit verklaart meteen de titel. Humor is op dit soort reizen onmisbaar en die reizigershumor deelt Van Rijn graag met zijn lezers. Voor onvervalste slapstick zorgt de ‘running gag’ van het Russische horloge dat hij in Merv in Turkmenistan krijgt van een vriendelijke man. Het digitale wonder roept, als je op een knopje drukt (en dat gebeurt nogal eens per ongeluk op cruciale momenten) de tijd in het Russisch, of het laat een haan luidkeels kraaien. Een van de gevolgen is dat mensen ten onrechte denken dat de auteur de Russische taal machtig is waardoor grappige misverstanden ontstaan. 

Voor ons doel (voorbereiding op een -zeer luxe- reis naar Turkmenistan, Oezbekistan en Kirgizië) lijkt het boek misschien niet zo geschikt, want slechts een klein deel van de hele reis voert door Turkmenistan en Oezbekistan. Hij beschrijft zijn bezoek aan Ashgabat, Merv, Buchara en Samarkand, steden en plaatsen die wij ook zullen bezoeken. Maar het is wel verhelderend wat hij erover op te merken heeft. Zo is het hoofdstukje over de jonge toergids-in-de-dop in de Bibi Khanyum Moskee in Samarkand grappig maar ook informatief.

Zeker om alvast in de sfeer van Centraal Azië te komen, is het boek heel geschikt. Het leest als een trein en dat komt door de vlotte manier van vertellen, maar ook door de indeling in korte hoofdstukken (63 stuks over 314 pagina’s). 

Eerlijk gezegd is dit mijn eerste boek dat ik lees van mijn provinciegenoot. (Van Rijn woont (als hij thuis is…) in Doldersum, op 25 km afstand van Pesse). Het maakte me wel nieuwsgierig naar andere boeken van hem over stukken van de wereld die mijn vrouw en ik ook bezocht hebben. Van Rijn en ik hebben gemeen dat we allebei nieuwsgierig zijn naar andere culturen, maar onze manier van reizen verschilt natuurlijk hemelsbreed: mijn vrouw en ik doen vrij veel met het vliegtuig, en dat is geen reizen, dat is reizen overslaan, vindt Van Rijn. Ik bewonder zijn manier van reizen met de fiets en een tentje en ik kan de aantrekkelijkheid ervan zeker navoelen, maar ik zie het mezelf niet doen. Maar erover lezen is een genot. Ik hoop dat Van Rijn nog vele reizen mag maken. 




 

Judith Zielstra: Waar extreem doodnormaal is

Uitgeverij Free Musketeers (een internet-uitgeverij). € 19,95

Beschrijving: "In de lente van 2012 stappen Judith Zielstra en haar partner op het vliegtuig naar Oezbekistan. Het is het startpunt van een fietstocht door Centraal-Azië die hen flink op de proef stelt. Fietsen over de eeuwenoude Zijderoute is een fysieke en mentale uitdaging die veerkracht en incasseringsvermogen vereist. Lang niet alles verloopt volgens plan.

Toch vallen bizarre wegen, slechte weersomstandigheden, blessures en bureaucratie in het niet bij de ongekende gastvrijheid, verpletterende natuur en cultuur-historische rijkdom van Oezbekistan, Tajikistan en Kirgizië. 

Op haar eigen, nu eens humoristische, dan weer serieuze wijze beschrijft Judith Zielstra de vele wonderlijke situaties en bijzondere ontmoetingen onderweg."

Mijn waardering: Het boek lijkt wel wat op dat van Frank van Rijn, alleen die reist alleen op de fiets (rijdt soms met iemand een eind op) maar Judith onderneemt dit avontuur met haar partner. Dat levert toch een andere insteek op. Maar de verhalen lijken wel op elkaar, in de beschrijvingen van vreemde en sympathieke ontmoetingen met vaak zeer gastvrije mensen, bizarre en meedogenloze landschappen en veel afzien. Ik heb de indruk dat de tocht van Judith nog zwaarder was dan die van Frank, ook door het vaak tegenzittende weer, in Kirgizië bij voorbeeld. 

Judith Zielstra kan goed schrijven. Onderhoudend, met hier en daar wat (galgen)humor, en met een redelijke hoge informatiedichtheid. De stijl is gelukkig ook in orde en er staan weinig of geen storende taalfouten in.  Hoewel onze reis niet lijkt op die van haar, vond ik haar boek toch interessant voor ons, omdat het je wel sterk in de sfeer van de landen van Centraal Azië brengt. Ze bezochten Turkmenistan, Tadjikistan en Kirgizië. 

Kortom: aanbevolen. 

 



 

 Wij lazen ook nog: 

J.M. le Fevre: In de voetsporen van Marco Polo; de mysterieuze Zijderoute

2009; uitg. Free Musketeers

Het boekje geeft een verslag van een (al oudere) deelnemer aan een groepsreis in 2006 langs een stuk van de Zijderoute. Achtereenvolgens komen de reizigers door Turkmenistan, Uzbekistan, Kirgizië, Kazachstan en Xin Jiang. Dit laatste is het deel van China waar de Oeigoeren wonen. 

Ik heb niet de indruk gekregen dat de auteur erg van de reis heeft genoten. De nadruk ligt in het verhaal vrij sterk op wat er allemaal fout ging, hoe achtergebleven de mensen en samenlevingen in de bezochte landen wel zijn. Niemand spreekt Engels en je kunt ze met gebarentaal niet eens aan het verstand brengen dat je een postzegelboekje met zegels van de Zijderoute zoekt. Domme mensen hoor. Van vrouwen, behalve van zijn eigen partner, heeft de auteur evenmin een hoge dunk. Het boekje combineert persoonlijke ervaringen met soms wel interessante weetjes maar soms ook saaie Wikipedia-kennis met in een kort stukje veel cijfers en jaartallen. Ik heb niet veel aan dit boekje gehad. Ja, irritatie, dat wel. 

Wat had ik graag over dit boekje de beschikking gehad toen ik nog les gaf in correct en doelgericht schrijven van teksten, stijl, grammatica, spelling en interpunctie. Toen zocht ik wel eens naar teksten voor de leerlingen om hun te leren fouten te ontdekken en te verbeteren, de tekst te redigeren dus. Dit boekje biedt wat dat betreft een regelrechte schat. Zelden, ik mag wel zeggen nooit, heb ik een tekst gelezen waarin zoveel fout gaat. Nu is een spelfout in een werkwoord nog niet eens zo erg (in het hierboven besproken boek van Sandra Bakker staan er hier en daar ook wel, maar die doen de inhoud geen geweld aan, en die inhoud doet je die tekortkomingen snel vergeten). Natúúrlijk hoor je, als je een boek uitgeeft, zulke fouten te vermijden en/of te (laten) verwijderen. Het lijkt wel of er op deze tekst geen enkele redactie gepleegd is. Een keer las ik ‘voort te planten’ terwijl er overduidelijk ‘voort te bewegen’ hoorde te staan. Dat valt je toch op als je als auteur je stuk nog eens overleest vóór publicatie, denk ik dan. Op elke bladzijde staan wel diverse van dit soort zinnen: “Eenmaal ontwaakt, blijkt het landschap verandert.” De fouten zijn, zoals je ziet, van allerlei aard. Je kunt het zo gek niet verzinnen qua taal-, stijl-, grammatica-, spel-, interpunctie- en denkfouten, of in dit boek vind je er wel meerdere voorbeelden van. Spelfouten in de werkwoordsvormen staan op praktisch  iedere bladzij. 

Maar hier gaat het verder dan alleen wat taalfouten. In deze tekst leiden de fouten mij (en mijn vrouw) sterk af van de inhoud en sterker nog: veel zinnen en hele alinea’s zijn zo duister geformuleerd dat je ze moet herlezen om te begrijpen wat de auteur waarschijnlijk wel bedoeld zal hebben. En dan nog kom ik er niet altijd uit. Voorbeeld: “Als degenen die wel naar binnen gaan er weer uitkomen, hebben wij het wel gezien. Het gebouw doet herinneren aan het licht klassieke muziekstuk ‘Souvenir Humoresque’. ‘Venir’ in het Frans is komen en ‘sous’ onder. ‘Souvenir’ dus een ‘onderkomen’ en dan nog humoristisch ook, want er is niets en de humor bestaat dus alleen maar daarin dat wij er niet naar binnen gingen. Al te veel bouwvallen gezien.”  

De auteur is gek op de lijdende vorm. Als hij de stad in is, ‘wordt’ er door hem gepraat met een paar leuke meisjes, er ‘wordt’ met zijn vrouw gewandeld en even later ‘wordt’ het hotel weer bereikt. ’s Nachts ‘wordt’ er goed geslapen en de volgende morgen ‘wordt’ er weer ontwaakt. 

De humor is van dit kaliber: “Ook het ministerie laten we ditmaal links liggen want gezien het grote aantal ambtenaren dat daar werkt kan men daar in plaats van over een mini-sterie beter over een maxi-sterie spreken.”

“Onnavolgbaar” noemt de achterflaptekst dit boek. Inderdaad. Dat klopt. Hoop ik. 



 

Frank Westerman: Ingenieurs van de ziel

Amsterdam 2013

Gelezen als e-book; Copyright ©  2002,  2013 Frank Westerman De  eerste druk verscheen in  2002  bij  Uitgeverij Atlas,  Amsterdam

De aanbevelingstekst geeft kort en krachtig aan waar dit boek over gaat: 

“Ingenieurs  van de  ziel legt  de  worsteling  bloot van  schrijvers  in  totalitaire tijden. Het  is  een  fascinerende zoektocht naar de fundamenten  van  een van  de  meest bizarre  experimenten uit  de  geschiedenis  van de  mensheid:  het  Sovjet-systeem. Reizend  in het  nu  en het  verleden ontrafelt  Frank  Westerman de  tragische levensloop  van de  romanticus Konstantin Paustovski en diens  tijdgenoten. Hij  maakt  de lezer  deelgenoot van  de geestdrift  van  de  Russische Revolutie,  wanneer  de  kunst  én de werkelijkheid op  een  radicaal  nieuwe  leest worden  geschoeid.  Schrijvers van naam  bezingen  de bouw van kanalen  en  stuwdammen in  titels als  Energie, De  waterkrachtcentrale, Voorwaarts,  Tijd! Maar  hun  opgewektheid, eerst nog  spontaan en  idealistisch, slaat om in een  verplichte lofzang.  Terwijl de kolossale waterwerken  tot dwang en  vernietiging leiden, bouwen  de Sovjet-schrijvers onverminderd  voort  aan een illusiemaatschappij. Aan  de  hand  van actuele  reportages en verrassende  inzichten  voert  Frank Westerman  de lezer mee naar  de  dramatische ontknoping:  het  duel  tussen schrijvers en waterbouwers, dat  de  val van  het  Sovjet-imperium inluidt.”

Het boek als geheel is helemaal Frank Westerman. In een onderhoudende maar journalistieke stijl vertelt hij zijn boeiende verhaal. Over een tijd waar wij ons nu nog maar nauwelijks meer een voorstelling van kunnen maken, de Sovjettijd. En landen waar we doorgaans ook maar weinig van weten: Centraal Azië. 

Omdat wij dit deel van de wereld gaan bezoeken, las ik dit boek toch in de eerste plaats. Op de open dag van de SRC meldden de experts mij dat ik niet veel aan het boek zou hebben, omdat het zich voornamelijk in Rusland zou afspelen. Dat blijkt niet juist. Hele stukken van het boek spelen in Turkmenistan, het eerste land dat wij aandoen. Vooral de speurtocht naar de mysteries rond de baai  van  Kara Bogaz aan de westkust van Turkmenistan zijn bijzonder interessant en boeiend. En ook de stukken over de katoenteelt in Turkmenistan en Oezbekistan (en omringende landen) die gepaard ging met grootschalige ingrepen in het ecosysteem, die op hun beurt weer tot catastrofes leidden, zijn zeer boeiend. En leerzaam.  

Het is in dit verband onmogelijk voor me om een grotere beschouwing van dit boek te geven, maar neemt u van mij aan dat dit boek zeer de moeite waard is om te lezen. En zeker als u net als wij van plan bent ooit nog eens een bezoek te brengen aan deze intrigerende landen in Centraal Azië. 

 



 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Visums en uitnodigingen; gezondheid

Het verkrijgen van een visum voor Oezbekistan en - nog erger- voor Turkmenistan blijkt bepaald niet simpel. Zelfs als je het meeste werk laat verrichten door een visumbureau via de reisorganisatie, in dit geval SRC-Cultuurvakanties. 

On-line moet je formulieren invullen, uitprinten en opsturen, met pasfoto's erbij. Dan hebben we het over 4 pagina's gegevens invullen alleen voor Turkmenistan. Voorde Oezbeken zijn twee pagina's genoeg.  En je paspoort! Dat paspoort ben je dan vervolgens (in ons geval) een paar maanden kwijt. Dat kwam ook doordat de reis die wij geboekt hadden in april geannuleerd werd. Wij dachten dat het allemaal eerder kon worden afgehandeld, maar men begint pas met het verwerken  van de visumaanvraag, zo een paar weken voor je vertrek. Hoewel we al ons hele doopceel hadden gelicht voor de Turkmenen, -en deels zelfs dat van onze dochter- kregen we een paar weken voor vertrek het verzoek nog aanvullende gegevens te verstrekken aan het uitnodigende bureau in Turkmenistan. Je moet namelijk een uitnodiging hebben om het land te bezoeken. Dan pas gaat de Turkmeense overheid denken over het verstrekken van een visum. Wij moesten in dit geval nog onze laatst genoten opleidingen opgeven, inclusief en plaats en de naam van de opleiding, en de eventueel behaalde graad of examen. Goed, wij hebben maar weer aan het verzoek voldaan. Je wilt toch wat. Dan moet je wat. 

Tien dagen voor vertrek kwam er een brief van SRC. Het had allemaal erg lang geduurd voordat SRC de uitnodigingen uit Turkmenistan binnen had; ik zei al: om überhaupt een visum te kunnen aanvragen, moet je beschikken over een uitnodiging vanuit het land zelf. Dat gedoe wordt verzorgd door het reisbureau ter plaatse dat door SRC is ingehuurd.  Men durfde het daarom niet aan om de paspoorten van de hele groep nog op te sturen naar Brussel, waar de ambassade zit. Bang dat dan misschien wel de hele groep zonder paspoort zou zitten op de datum van vertrek. Dus kregen wij een paar dagen voor het begin van de reis onze passen teruggestuurd zonder een visum erin. Wij zouden dus op het vliegveld van Ashgabat 's nachts om drie uur in de ochtend een visum in ons paspoort geplakt moeten krijgen. Op Schiphol hoorden we van de reisbegeleider dat hij de uitnodiging in ieder geval op zak had. Op de luchthaven van Istanbul waar we moesten overstappen, zou men daarnaar kunnen vragen. We hoopten er het beste maar van. We zijn wel wat gewend wat grensoverschrijdingen betreft, maar dit vinden we eigenlijk niet leuk. Lees in het reisverslag maar hoe het verder verliep. 

GGD

Het bezoek aan de GGD heeft minder voeten in de aarde. De dames bekijken onze reisroute ("Nou, dat is eens heel wat anders dan we hier doorgaans zien") en concluderen na het raadplegen van mappen en websites dat een malaria-voorzorg niet nodig is. Wel moeten we allebei een nieuwe injectie voor buiktyfus hebben. De vorige is verlopen. Onze DTP is nog tot 2018 geldig dus daarmee kunnen we nog een paar jaar vooruit. En ons vaccin voor Hepatitis A is zelfs 25 jaar geldig, nog tot 2033. Dan zullen we wel niet zulke verre reizen meer maken... 

Verder oppassen voor honden. En voor teken. Tja, we doen ons best. Smeren met deet, lange broek aan, broekspijpen in de sokken.  Zoveel tekenbeten als ik in Costa Rica/ Panama opliep, hoop ik nooit weer te krijgen. 

Het redelijk forse bedrag voor het consult en de injectie krijgen we gelukkig vergoed van de aanvullende verzekering bij de ziektekostenpolis. Levert die toch ook nog eens wat op, in plaats van dat-ie alleen geld kost. 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

REISVERSLAG ZIJDEROUTE en FOTOREPORTAGE MET 301 FOTO'S 

Gedachten voor en na de reis

Vandaag (25 mei 2015) lees ik in Trouw een stuk van Eildert Mulder in zijn column “In de schaduw van de minaret”. Hij vraagt zich daarin af of de Islam een godsdienst is of een cultuur of een ideologie. Een vraag die bepaald niet nieuw is. Hij constateert dat het in ieder geval een cultuur is, maar wel een die opmerkelijk veel barbarij voortbrengt. Hij schrijft zijn column naar aanleiding van de verwoestingen die Saoedi-Arabië aanricht in Sanaa, de hoofdstad van Jemen. De oude stad van Sanaa is een schitterend en onvervangbaar historisch monument, dat nu deels door de Saoediërs in puin is gebombardeerd. Maar ook in eigen land hebben de Saoediërs veel historisch erfgoed vernield om de pelgrims in de heilige stad Mekka te gerieven. Verder signaleert Mulder de recente vernietigingsdrang van wat zich IS noemt, o.a. in Palmyra. Maar, constateert hij daar tegenover, Islam is ook de Taj Mahal in India, het Alhambra in Spanje, de gedichten van Omar Khayyam, de sprookjes van 1001 nacht, en zo noemt hij nog wat cultuurwonderen die de Islam voortbracht. Kennelijk heeft de Islam meer gezichten als het om cultuur gaat. 

Hij noemt dan nog niet eens de culturele schatten die wij dit voorjaar bezochten in Oezbekistan. Dit land ligt kennelijk niet zo in de belangstelling in Nederland. Ze zouden niettemin uitstekend passen in dit rijtje. De moskeeën en medresses (koranscholen) van Khiva, Bukhara en Samarkand kunnen de vergelijking met de Taj Mahal wat mij betreft moeiteloos doorstaan. Ik moet zeggen dat het gevoel van overweldiging, dat ik had toen ik door de poort lopend in Agra voor het eerst de Taj Mahal zag, overeenkwam met het gevoel dat ik dit jaar had toen ik het Registanplein in Samarkand eindelijk in werkelijkheid zag, of toen ik over de lemen stadsmuur van Khiva liep en de prachtige gebouwen daaronder mij wist. Plaatjes en foto’s kunnen slechts een flauwe afspiegeling zijn van wat je in deze steden langs de Zijderoute ziet en ondergaat. Feit is in ieder geval dat de Islam veel kunst in optima forma heeft voortgebracht, -net als het Christendom overigens. Het verbod om dieren en mensen uit te beelden, heeft in de Islamitische kunst bepaald niet frustrerend gewerkt.

Geen Verlichting

Over de vraag die Mulder opwierp: cultuur of godsdienst of ideologie heb ik ook wel nagedacht op onze reis door, zij het dan liberale, moslimlanden. De Islam als ideologie is meestal niet de meest sympathieke van de drie. Je gedachten komen dan al gauw op de absolute ideeën van Islamisten, die aan de hele wereld eisen stellen maar die eisen niet op hun eigen cultuur en samenleving betrekken. In het westen eisen Islamisten allerlei rechten voor zich op (beter gezegd: maken gretig gebruik van alle rechten die onze democratische rechtstaat aan de burger garandeert), terwijl in heel de Arabische wereld geen godsdienstvrijheid bestaat, ja geloofsafval zelfs met de dood bestraft wordt. George Harinck, historicus, bekend van de serie ‘Om de oude wereldzee’ over de Islam, constateert dat er in de westerse wereld veel belangstelling bestaat voor de Islamitische godsdienst en cultuur, maar dat hij omgekeerd op al zijn reizen in moslimlanden nauwelijks iets heeft gemerkt van belangstelling voor het Christendom, laat staan voor de gereformeerde Kleine Luyden van Abraham Kuyper.  Zo schreef Kuyper in de vorige eeuw een fors boek over de Islam, maar een Islamitisch boek over het gereformeerde geloof… nee. 

Omdat de Islam geen Verlichting heeft gekend, komt de Islam als ideologie mij voor als verouderd, star, wereldvreemd en vaak verwerpelijk. De Islam als godsdienst zegt mij persoonlijk niets, maar ik heb in de drie landen Turkmenistan, Oezbekistan en Kirgizië wel veel mensen gezien die oprecht opgaan in deze religie en daar kan ik alleen maar respect voor hebben. Zo lang extremisme, fundamentalisme en bekeringsdrang ver weg zijn, heb ik respect voor elke godsdienst, al is die niet de mijne. Van fundamentalisme in het Christendom moet ik overigens ook niets hebben, maar dat terzijde. De mensen die we ontmoetten, waren bijna zonder uitzondering vriendelijk en open voor ons als vreemdelingen. Als ze hoorden dat we uit Nederland (Ghalandia) kwamen, dan kwam er  meestal een opgestoken duim. Ze leken dus wel open te staan voor vreemdelingen en voor contact. Maar in hoeverre dat ook voor onze ideeën zou gelden, weet ik natuurlijk niet. 

Onderworpen

In het vliegtuig en in de trein terug naar huis las ik op de e-reader het geruchtmakende nieuwe boek van de in eigen land Frankrijk en daarbuiten nogal omstreden auteur Michel Houellebecq: Soumission, in de Nederlandse vertaling: Onderworpen. Het boek kwam officieel in Parijs uit op de dag van de aanslag op het satirische blad Charlie Hebdo. In het kort komt de inhoud van het boek erop neer dat in het jaar 2022 Frankrijk geregeerd wordt door een coalitie die overheerst wordt door de moslimpartij. In de verkiezingen, nek aan nek met het Front National, wint de moslimbroederschapspartij volkomen onverwacht. In extreem korte tijd verandert Frankrijk; de sharia wordt ingevoerd. De hoofdpersoon, een professor in de Franse letteren aan de prestigieuze Sorbonne, ziet vooral in het onderwijs de veranderingen zich voltrekken. Met Arabisch geld worden diverse universiteiten ‘overgenomen’; alleen personeel dat zich tot de Islam bekeert, kan blijven. De hoofdpersoon vlucht voor de verwachte chaos de stad uit en loopt daardoor de kans mis om zijn baan te houden. Hij behoudt wel tot zijn dood hetzelfde salaris dat hij had, simpelweg met het invullen van een formuliertje. Als hij bij het uitblijven van de chaos terugkeert in Parijs en van een collega hoort dat het allemaal niet zo moeilijk is, dat bekeren, en dat het een salaris oplevert van drie, vier keer zoveel als men eerst had plus de mogelijkheid om diverse vrouwen te huwen, dan valt ook de hoofdpersoon voor deze verleidingen. Dat laatste, de polygamie, lijkt bij hem de doorslag te geven, want François heeft nogal behoefte aan uiteenlopende seksuele contacten. Die worden in het boek overigens nogal expliciet beschreven. Opmerkelijk aan het boek vond ik vooral het gemak en de snelheid waarin een land democratisch zou kunnen veranderen van overheersende cultuur. Het lijkt onwerkelijk, maar niets is zeker. Verder vond ik merkwaardig dat in het boek er een opmerkelijke tegenstelling is tussen de passages die sterk erotisch getint zijn en de ernstige, diepgravende stukken over cultuur, politiek en literatuur. 

Er is discussie over hoe we het boek moeten opvatten: als waarschuwing en voorspelling, of als satire. Ik sluit mij aan bij Arjen van Meijgaard in een recensie op Athenaeum.nl: “Wil hij Frankrijk en de rest van Europa waarschuwen? Voorspelt hij wat, misschien niet op korte termijn, maar in de toekomst zijns inziens onafwendbaar is? Of is het net als zijn eerder romans een satire op de mistroostige Westerse beschaving en haar volledige overgave aan het individualisme en seculiere bestaan, met alle gevolgen van dien? Waarschijnlijk een combinatie van dat alles.”

Liberale Islam

Het boek zet je natuurlijk wel aan het denken. Zeker als je net terug bent uit een paar landen waar de Islam overheersend is. Nu zijn de landen waar wij waren gelukkig verre van fundamentalistisch. Was het anders, dan hadden wij deze reis ook niet gemaakt. Eerder heerst er zo op het oog althans een liberale Islam, waar men -ogenschijnlijk in ieder geval- vrij soepeltjes omgaat met de religieuze regels. Alcohol bij voorbeeld lijkt heel gewoon, en niet alleen voor toeristen. Hoofddoeken zie je wel, maar kleurig en losjes gedragen en vaker, bij voorbeeld in de grote steden, ook helemaal niet. Moskeeën zijn er natuurlijk, maar niet opmerkelijk veel. Tenminste afgezien van de moskeeën en koranscholen die nu monument zijn.  Uit mijn slaap gebruld worden door opdringerige muezzins is mij niet overkomen. Dat was in Egypte 15 jaar geleden al wel anders; beter zal het daar nu zeker niet zijn. 

Die afwezigheid van fundamentalistische Islam in deze Centraal Aziatische landen is overigens niet vanzelfsprekend. Ik las in de boeken van Colin Thubron (‘Het verloren hart van Azië’  en ‘Schaduw van de Zijderoute’) dat hij over het algemeen vrij veel overeenstemming ontmoette bij de mensen die hij sprak over de toekomst van de Islam in deze landen: vrijwel niemand wilde kort na de onafhankelijkheid in 1991 het “Iran-model”. “Wij zijn gematigder”, zeiden velen tegen Thrubron. Maar sommigen maakten zich toch wel zorgen. Misschien lopen we, als u over een paar jaar terugkomt, wel allemaal met een sluier om ons gezicht, vertrouwden vrouwen hem destijds hun angst toe. Welnu, die angst is tot nu toe geen werkelijkheid geworden. 

Fundamentalisme versus dictatuur

Toch merkt NRC.nl in 2001 op: “Zelf beschouwen de vijf ex-Sovjet-republieken in Centraal-Azië zich al jaren als frontstaten. Al jaren immers worden in landen als Oezbekistan en Kirgizië regelmatig terreuraanslagen gepleegd en opstanden ontketend door fundamentalistische groepen die volgens de machthebbers in Centraal-Azië zijn opgeleid door het Afghaanse Talibaan-regime. Zo gevaarlijk achten ze het fundamentalisme dat Tadzjikistan en Kirgizië zich onder een Russische militaire paraplu hebben geplaatst: in het eerste land zijn tienduizend, in het tweede drieduizend Russische soldaten gelegerd, belast met de bewaking van de grenzen met Afghanistan en China.” In hetzelfde artikel nuanceert de auteur dit: “Alle vijf de Centraal-Aziatische republieken zijn autocratisch dan wel dictatoriaal geregeerde landen waar de leiders het vermeende fundamentalistische gevaar gebruiken als alibi voor hun straffe beleid. Na driekwart eeuw Sovjet-bewind bestaat er namelijk geen voedingsbodem voor islamitisch fundamentalisme onder de moslims van Centraal-Azië.” 

Dus de langjarige aanwezigheid van de Russen heeft de gematigde Islam in de hand gewerkt. En de autoritair regerende presidenten in deze Centraal-Aziatische landen hebben die tendens voortgezet. Onze gids uit Oezbekistan beaamde min of meer de stelling dat de autocratisch regerende president van zijn land dan toch maar instond voor bescherming tegen fundamentalisme. ‘We mogen dan geen voorbeeldige democratie zijn zoals de landen in het westen, maar dit is toch wel een van de grote voordelen van een min of meer autocratisch regerend staatshoofd’, was zijn stelling. En we weten allemaal dat afwezigheid van extremisme tegenwoordig een groot goed is.

 

Onze reis heette De Zijderoute. In het SRC-programma was het een nieuwe reis. We waren dus eigenlijk een soort proefkonijnen. Dat heeft goed uitgepakt. Nu eerst iets over de klassieke Zijderoute. 

De Zijderoute (bron: SRCreizen.nl) 

De Zijderoute was een netwerk van karavaanroutes door Centraal-Azië. Gedurende vele eeuwen werd langs de Zijderoute handel gedreven tussen China en het oosten van Azië aan de ene kant en het Midden-Oosten en het Middellandse Zeegebied aan de andere kant. Van de klassieke oudheid tot de late middeleeuwen was de Zijderoute de belangrijkste verbinding tussen oost en west. Het Centraal-Aziatische deel van de route was al in gebruik ten tijde van de Han-dynastie. 

De Zijderoute dankt de naam aan het feit dat zijde uit het oosten, toen bijzonder kostbare handelswaar, langs de route naar het westen vervoerd werd. Langs de routes konden mensen handelsgoederen vervoeren, in het bijzonder luxegoederen zoals zijde, satijn, muskus, robijnen, diamanten, parels, porselein, papier, rabarber, vruchten zoals perziken en sinaasappels, paarden en buskruit. Uiteraard reisden niet alleen goederen mee langs de route, maar ook opvattingen, ideeën, ziektes en culturen. Vanwege het transport van andere producten kennen bepaalde delen van de route ook andere namen, zoals de Wierookroute en de Theeroute.

Routes van ‘de’ Zijderoute

Hoewel de term Zijderoute suggereert dat het om één route ging, hebben er in de loop der eeuwen verschillende routes bestaan. Vaak waren op hetzelfde moment verschillende routes tegelijk in gebruik. Daarnaast doet de term vermoeden dat het een lange reis betreft. In feite waren er maar weinig reizigers die de gehele route aflegden van begin tot eind. De continentale Zijderoute splitst zich in noordelijke en zuidelijke routes vanuit de commerciële centra in Noord-China en besloeg een afstand van 11.265 kilometer. De noordelijke route verliep door de Chinese provincie Gansu en splitste zich in drie andere routes, waarvan er twee de bergketens ten noorden en zuiden van de Taklamakan-woestijn volgen en weer samenkwamen in Kashgar. De derde route liep ten noorden van de woestijn Tiensjan en ging door Turpan, Talgar en Alma-Ata (in huidig Kazachstan). In Kashgar splitste zich een route die naar de Alaivallei liep in de richting van Termez en Balkh; een andere ging door Kokand in de Vallei van Fergana en vervolgens naar het westen door de Karakum-woestijn richting Merv waar het zich kort erna bij de zuidelijke route voegde. Een van de takken gaat noordwestelijk naar het Aralmeer en de Kaspische Zee en verder naar de Zwarte Zee.

De noordelijke route werd in het bijzonder gebruikt door karavanen met goederen als dadels, saffraanpoeder en pistachenoten uit Perzië, wierook, aloësap en mirre uit Somalië, sandelhout uit India, glazen flessen uit Egypte en andere dure en belangrijke producten uit de wereld, bestemd voor China. Op de terugreis namen de karavanen rollen met zijdebrokaat, lakwerk en porselein mee terug.


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De drie bezochte landen zijn geen voorbeeldige democratieën. Eerst ga ik Turkmenistan bespreken. 

TURKMENISTAN

Eerst over Turkmenistan wat feiten en meningen die ik o.a. op internet vond over dit land. 

 “Vanaf 1991 is Turkmenistan een onafhankelijke staat. President Niazov is al sinds 1990 aan de macht. Twee jaar later begon hij als autocraat te regeren en het jaar daarop schonk hij zichzelf de titel Turkmenbashi, wat ‘Leider der Turkmenen’ betekent. Later introduceerde hij het permanente presidentschap, sinds 1999 is Niazov ‘president voor het leven’. Ook stelde hij het dagelijks hijsen van de nationale vlag verplicht en prijkt zijn gezicht op alle bankbiljetten.”  Gurbanguly Mälikgulyýewiç Berdimuhamedow is de huidige president van Turkmenistan. Tijdens de regeerperiode van Saparmurat Niazov was hij vicepremier. Daarvoor was hij tandarts en minister van gezondheidszorg.

Religie

De belangrijkste religie in Turkmenistan is de islam. Niazov had een afkeer van islamitisch fundamentalisme en ook het beoefenen van andere religies staat onder druk. Verschillende religieuze gebouwen zijn tijdens de regering van Niazov in beslag genomen en/of gesloopt. Imams waren verplicht naast de Koran ook Niazov’s boek de ‘Ruchnama’ te gebruiken. Ruchnama betekent ‘boek van de Ziel’, waarin Niazov zijn filosofie uiteen gezet heeft (een mengeling van islamisme, socialisme en nationalisme, met een hoog spiritueel gehalte). Over dit boek verderop meer. Volgens verschillende bronnen worden de godsdienstvrijheid en de mensenrechten in dit land ernstig geschonden. Bron: gebiedsinfo.nl/turkmenistan)

Witte auto’s

Tot wat voor bizarre situaties een dictatorschap kan leiden, meldt de volgende bron: (bron: http://www.z24.nl/bijzaken)

Witte auto's. Op de parkeerplaats van ons hotel in Ashgabat. Dit zijn dan ook nog eens alle drie Lada's. Dat merk zag ik trouwens hier niet zoveel als ik verwacht had. 

 

Turkmeense president dol op wit: verbod op import zwarte auto’s  (Gepubliceerd: 28 januari 2015) 

De Turkmeense president Goerbangoely Berdymoechamedov is de ultieme trendsetter. Sinds de dictator in witte auto's is gaan rijden, hebben honderden functionarissen zijn voorbeeld gevolgd. Inmiddels zou de Turkmeense douane de import van zwarte auto's zelfs niet langer toestaan, schrijft de BBC op basis van een bericht op een website van de Turkmeense oppositie. Dat Berdymoechamedov van wit hield, was al langer duidelijk. Een groot deel van de belangrijke gebouwen in de hoofdstad Asjchabat zijn de afgelopen jaren bekleed met wit marmer. De president van Turkmenistan kan wat betreft persoonlijkheidscultus wedijveren met de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un. Het woord van de voormalige tandarts Berdymoechamedov is wet. En omdat Turkmenistan beschikt over grote olie- en gasvoorraden, kan de leider zich ook het een ander veroorloven. 

Bizarre dictatuur 

De huidige president kwam in 2006 aan de macht na het overlijden van Saparmoerat Nijazov (1941-2006). Nijazov was al leider van Sovjetrepubliek Turkmenistan en werd na de onafhankelijkheid in 1991 president. Nijazov was degene die het land omvormde tot een stalinistische dictatuur en een bizarre persoonlijkheidscultus ontwikkelde. Hij voerde onder meer de nationale Meloendag in om de sappige Turkmeense vrucht te eren. Hij noemde zichzelf Turkmenbasji -- vader aller Turkmenen -- en vernoemde steden, straten en zelfs de maanden van het jaar naar zichzelf en zijn familie. Zijn filosofie, opgetekend in het boek Roechname (ook: Ruhnama), werd naast de Koran verplichte kost in de moskee. Daarnaast verbood Nijazov het dragen van een baard, omdat hij een afkeer had van moslim-fundamentalisten. Na het overlijden van Nijazov hoopten velen dat zijn opvolger zich zou ontpoppen tot een minder strenge autoritaire leider. Maar Berdymoechamedov, die bij de laatste verkiezing volgens de officiële cijfers werd herkozen met 97 procent van de stemmen, lijkt in alles zijn voorganger te volgen. 

Een zonnegod

“De vorige sterke man Turkmenbashi is alom aanwezig, tientallen standbeelden sieren de straten en pleinen in Turkmenistan. Alle gebouwen hangen vol met zijn beeltenis en met zijn leuzen in de vorm van spandoeken en banieren. Het hoogtepunt wordt gevormd door een 12 meter gouden standbeeld van Turkmenbashi, gemonteerd op een toren van 75 meter, dat met de zon meedraait, zodat de arm van de president 's ochtends de zon goede morgen wenst en hem 's avonds weer uitwuift. Voorts heet de tweede stad van het land, vroeger Krasnovodsk, nu Turkmenbashi. Kanalen en zelfs een meteoriet dragen zijn naam. Alle bankbiljetten zijn getooid met zijn portret, evenals een wodkamerk en een aftershave. Hij heeft de maanden van het jaar en de dagen van de week genoemd naar markante gebeurtenissen of personen uit zijn leven, april heet naar zijn moeder en september naar zijn geboortedorp.” Bron: edwintrommelen.nl

Dagblad Trouw had in februari van 2015, net toen wij onze reis hadden geboekt, hierover ook een artikel, een van de zeldzame keren dat er over dit land iets in de kranten staat. 

Wit is het nieuwe zwart voor Turkmeense automobilisten (Trouw, 2-2-2015)

Eva Cukier

“Wie in Turkmenistan in een zwarte auto rijdt, heeft een probleem. President Berdymuchammedov heeft auto's in die kleur namelijk in de ban gedaan. Sinds enkele weken worden zwarte auto's aan de grens geweigerd en autohandelaren krijgen het dringende advies om meer witte auto's te importeren. Niet alleen zwarte auto's zijn voor Turkmenen verboden terrein, ook blauwe, rode en andere kleuren mogen niet meer. 'Rij toch liever een witte auto, dat brengt geluk!' zo zou een douanebeambte hebben gezegd tegen een lokale journalist.

Liet Berdymuchammedov zich eerder nog rondrijden in een zwarte limousine, sinds een paar maanden wordt hij alleen in witte auto's gezien. Ook de rest van het wagenpark van de Turkmeense regering is inmiddels onder handen genomen. Regeringsfunctionarissen kregen de opdracht hun zwarte dienstwagens in te ruilen voor witte Mercedessen. 

 

De Turkmeense president heeft een bijzondere voorkeur voor de kleur wit. Zo draagt hij hoofdzakelijk witte kleding, werkt in een wit kantoor en rijdt graag op witte paarden. Bij nationale voorstellingen dragen kinderen witte kostuums en witte bloemstukken sieren de parken van de stad. Het streven om Turkmenistan in een wit land te veranderen, kostte de overheid al enkele miljoenen dollars.

 

Lakschade

Volgens de autoriteiten heeft de nieuwe regel echter niets te maken met de lievelingskleur van de president. Het subtropische klimaat van het land zou de reden zijn om zwarte auto's te weren: de hitte zou sneller schade veroorzaken aan donkere dan aan lichte lak. Dat de president zijn stad graag netjes houdt, bleek al toen hij de overheidsgebouwen in het land liet voorzien van een laag wit marmer. Vorig jaar werden de airconditioningsystemen van gebouwen verwijderd omdat zij de aanblik van de stad zouden verpesten. 

 

Wie zijn auto wil laten overspuiten, zal flink in de buidel moeten tasten. Normaal gesproken kost een verfbeurt tweeduizend dollar, maar garages verwachten dat de toegenomen vraag de prijs van een verfbeurt zal opdrijven. Slecht nieuws voor de Turkmeense automobilist: het gemiddelde maandinkomen ligt op tweehonderd dollar. Burgers die een goedkopere optie zoeken, kunnen overstappen op de fiets. In 2013 hield Berdymuchammedov een massale fietstocht in de hoofdstad Asjgabat, waarna mensen werden gedwongen dure fietsen aan te schaffen. 

    persoonlijkheidscultus...

Persoonlijkheidscultus

Net als zijn voorganger, de in 2006 overleden president Nijazov, alias Turkmenbasji, staat Berdymuchammedov bekend om zijn zorgvuldig opgebouwde persoonlijkheidscultus. Overal in het land siert zijn portret de gevels van gebouwen, ook benoemde hij zichzelf tot 'Beschermer van de Turkmenen'. Een wrange titel, gezien de mensenrechtensituatie in het olierijke land, dat samen met Noord Korea en Eritrea al jaren onderaan de lijstjes van meest repressieve regimes bungelt. Er is geen vrijheid van meningsuiting, geen onafhankelijke pers en regimecritici belanden er voor jaren achter de tralies. Ook worden Turkmenen regelmatig opgetrommeld om urenlang in het gelid te staan om tijdens massademonstratie de president toe te juichen.”

Hoe het land er in 2006 bij het overlijden van de eerste president-dictator Niyazov aan toe was, kun je lezen in dit artikel in het dagblad Trouw van 22 dec. 2006: “Een in wit marmer gebeitelde dictatuur”. Link: http://www.trouw.nl/tr/nl/4324/Nieuws/article/detail/1705138/2006/12/22/Een-in-wit-marmer-gebeitelde-dictatuur.dhtml 

HET boek

Het praktiseren van religie kwam onder druk te staan. Zo zijn onder Niazovs regering verschillende religieuze gebouwen, zoals moskeeën, kerkgebouwen en hindoetempels in beslag genomen en/of gesloopt. De grote Kiptsjakmoskee die door Niazov werd geopend in 2004 in Asjchabad bevat naast verzen uit de Koran ook teksten uit Niazovs Ruchnama. Verder moeten moskeeën kopieën van de Ruchnama hebben en worden imams geïnstrueerd om teksten uit dit boek te gebruiken in hun preken. Bron: Wikipedia

Op 21 december 2006 overleed Niazov. Zijn taken werden overgenomen door vicepremier Gurbanguly Berdimuhamedow. Parlementsvoorzitter Ovezgeldy Atayev, die in principe waarnemend president zou moeten worden, werd buiten spel gezet door een strafzaak, die kort na de dood van Niazov tegen hem werd aangespannen. Op 11 februari 2007 werden presidentsverkiezingen gehouden, waarbij de bevolking kon kiezen uit zes kandidaten, die allemaal behoorden tot de naaste kennissenkring van Niazov. Berdimuhamedow was volgens de grondwet uitgesloten van deelname, maar de volksraad hief deze beperking op en riep - evenals de vijf andere presidentskandidaten - iedereen op om op Berdimuhamedow te stemmen, waarna hij werd verkozen tot nieuwe president van Turkmenistan. Een van zijn beloften was het vrij toegankelijk maken van het internet, waarop kort daarna het eerste internetcafé in de hoofdstad Asjchabad opende. Berdimuhamedow werd op 12 februari 2012 herkozen met 97% van de stemmen. Waarnemers uit voormalige Sovjetstaten bevestigden dat de verkiezingen democratisch waren verlopen, Europese waarnemers weigerden een delegatie te sturen.

Mensenrechten en godsdienstvrijheid

Volgens verscheidene groeperingen, waaronder Amnesty International en Human Rights Watch, worden de mensenrechten zoals de godsdienstvrijheid in Turkmenistan ernstig geschonden.

Wat dat laatste betreft, schrijft mensenrechtenorganisatie Amnesty International o.a. het volgende: 

"Turkmenistan " an era of happiness" or more of the same repression? 12 dec. 2013

Amnesty International’s report, Turkmenistan: An “Era of Happiness” or more of the same repression?, provides an overview of human rights violations in this closed and tightly controlled country. Independent observers are barred from Turkmenistan, and information from inside is brutally suppressed. The climate of fear extending far beyond Turkmenistan’s borders."  Op deze website is het hele rapport te downloaden. 




 

Nieuws in oktober 2015: De Volkskrant van 28 oktober 2015: "Ruim tienduizend huizen zijn met de grond gelijkgemaakt in Asjchabad om de Turkmeense hoofdstad te verfraaien voor de 5e Aziatische Spelen voor Vechtsporten in 2017. Dit concludeert Amnesty International in een woensdag verschenen rapport. Volgens Emile Affolter van de mensenrechtenorganisatie zijn al 50 duizend mensen uit hun huizen gezet zonder enige vorm van compensatie en bestaat de vrees dat nog velen zullen volgen."  Het hele artikel 

Op Youtube staan promotiefilmpjes over de megalomane bouw van faciliteiten voor sporters en bezoekers: KLIK hier      Het past helaas allemaal in het beeld dat ik heb gekregen van Ashgabat en van hoe het in Turkmenistan toe gaat. 



 

Vervreemdende stad

Ik zelf vond Ashgabat, de hoofdstad van Turkmenistan de vreemdste en de meest vervreemdende stad waar ik heb rondgereisd. Een witte marmeren stad, zonder enige reclame, vrijwel zonder zichtbare mensen op de –op zijn minst vier rijbanen brede- straten of op de trottoirs, slechts hier en daar wat auto’s. Parken die luxe en groots zijn opgezet met veel waterpartijen, zeker voor een stad die in de woestijn (de Karakum-woestijn) ligt, maar ook praktisch zonder mensen, zonder leven. Alles is clean, steriel in deze stad. Immense bouwprojecten zijn er, voor nog meer megalomane marmeren gebouwen en nog meer brede boulevards. Nu kregen wij natuurlijk ook slechts dat te zien wat men wil laten zien aan toeristen. De vroege ochtend dat wij vertrokken uit dit land reden we in de schemer naar het vliegveld voor de vroege vlucht naar Dashoguz in het noorden. Toen kwamen we over heel wat slechtere wegen en zagen we heel wat minder wit-glimmende wijken dan al de dagen ervoor. Het was ons ook al opgevallen dat de oude sovjetflats alleen waren bekleed met marmer voor zover ze zichtbaar waren vanaf de grote, brede wegen. De stad deed mij denken aan beelden die ik heb gezien van Noord-Korea. Alles even steriel, schoon, wit, megalomaan en levenloos. Eerlijk gezegd had ik het na een paar dagen ook wel gezien. 

  alles wit marmer wat er blinkt

Superlatieven

Onze gids was een ontzettend aardige dame met veel gevoel voor humor, die goed van de tongriem gesneden was, uitstekend Engels sprak, en ons in een paar dagen alle zegeningen en voordelen van het land uitgebreid uit de doeken deed. Elke gids heeft natuurlijk de neiging zijn of haar land te ‘verkopen’, maar zij kon er wel wat van. De superlatieven waren niet van de lucht. De grootste dit, de beste dat, de hoogste zus, de oudste zo, en zo voort. 

Anderzijds: de ‘gewone’ mensen die wij ontmoetten in dit land waren zonder uitzondering aardig tot zeer vriendelijk. Iedereen wil wel op de foto als je het vraagt. Vaak komen ze uit zichzelf naar je toe om samen met jou op de foto te gaan. Op hun eigen smartphone maar ook wel op ons toestel, een foto die ze dus zelf nooit meer zullen zien. Als ze hoorden dat je uit ‘Ghalandia’ kwam, was het goed. En natuurlijk deden de namen van een paar echt beroemde Nederlanders het ook hier goed: Van Persie, Van Bastèn, Arjan Robbèn. Vaak waren mensen ook wel geïnteresseerd in je. Helaas stond de taal dan vaak in de weg want Engels wordt er niet veel gesproken. Russisch des te meer, maar daar zijn wij weer niet zo goed in. De klas dolenthousiaste want net geslaagde middelbare scholieren die we bij het monument van de vorige president ontmoetten, vormde een uitzondering. Zij spraken prima Engels. Verder communiceerden we zoals gebruikelijk met gebaren en glimlachen en gewoon elk in zijn eigen taal. Soms kom je een heel eind, zoals Riet met de dame bij het museum in Mary, die Riet uiteindelijk in haar hoofddoek kleedde en toen zo samen door mij op de plaat gezet moest worden. Of moest ik dit ook zien als een verkapte uitnodiging tot toetreden tot de Islam…? Ze was in ieder geval heel aardig. 

Wat geografische gegevens over Turkmenistan

Turkmenistan grenst aan Kazachstan (grens: 373 km), Oezbekistan (1506 km), Afghanistan (697 km), Iran (888 km), en de Kaspische Zee (kustlijn 669 km). Het grootste deel van Turkmenistan bestaat uit de Karakum-woestijn (Zwarte Woestijn, met steeds veranderende zandduinen) en ligt beneden de 200 m. Alleen het Kopet Dag-gebergte langs de grens met Iran en het Karabil-plateau langs de grens met Afghanistan is hoger dan 500 m. De rivieren de Murgab en de Hari Rud/ TedZen, afkomstig uit Afghanistan, lopen dood in de woestijn. Slechts 2 procent van de oppervlakte van het land wordt bewoond.

Klimaat: Landklimaat. De zomers zijn extreem warm en de winters koud. De gemiddelde temperatuur is -4'C in januari, hoewel wintertemperaturen kunnen dalen tot -33'C. De gemiddelde temperatuur in juli is 28'C, het kwik kan echter stijgen tot 50'C in het zuidoostelijke Karakum. De neerslag is over het algemeen in het gehele gebied gering: variërend van 80 mm in het noordwesten tot ongeveer 300 mm per jaar in de berggebieden.

Bevolking

Turkmenen stammen af van de Turkse Oghuz-stammen die in de achtste eeuw naar Centraal-Azië trokken. Een aantal van hen is verder getrokken naar Azerbeidzjan en Anatolië, waardoor de Turkmenen in etnisch en taal¬kundig opzicht dicht bij de Turken staan. De opdeling naar afstamming van de Turkmeense maatschappij verklaart het ontbreken van een historisch nationaal bewustzijn en moge¬lijk ook het ontbreken van een nationalistische oppositiebeweging van betekenis. 

 

Laag ontwikkelde medische voorzieningen en een overvloed aan pesti¬ciden in het drinkwater zijn ervoor verantwoordelijk dat het land de hoog¬ste kindersterfte van de voormalige Sovjet-Unie heeft: 55 per duizend (Rusland: 20 per duizend). Turkmenen hebben eveneens de laagste levensverwachting. Bijna driekwart van de bevolking is Turkmeen. Verder is er een Russische minderheid. (bron: Turkmenistan.nl)

Getallen

Hoofdstad: Ashgabat

Inwonertal: 5,1 miljoen (2007)

Bevolkingsgroei: 1,3% (2005-2015)

Oppervlakte: 488.100 km2 (dat is 14,4 x Nederland)

BBP/Capita: US$ 3.838 (2005) Dat is dus US$ 752 per inwoner per jaar. 

Belangrijkste talen: Turkmeens, Russisch

Grootste religies: Islam (89%), Oosters-Orthodox (9%). 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ONZE REIS BEGINT (DAG 0 EN 1) 

 

Omdat we door ervaring met de NS wijs zijn geworden, vertrekken we al een dag voor het echte vertrek naar Schiphol. We hebben een nacht geboekt in het ons bekende Van der Valk A-4 Hotel Schiphol. We betalen er deze keer echter wel de hoofdprijs voor. Ik kon geen goedkope aanbiedingen op internet vinden. Uiteindelijk blijkt deze keer het boeken via de SRC nog het voordeligst. Goed, de service is prima, het ontbijtbuffet ronduit fantastisch, en we eten ’s avonds heerlijk in het restaurant. 

De volgende ochtend kunnen we nog lekker rustig aan doen, dus ontbijten we in alle rust en genieten van het eigenlijk gênant overdadige buffet. We nemen de shuttlebus van 11.20 uur naar de luchthaven en verwachten daar onze reisbegeleider als enige aan te treffen, maar als wij tegen twaalven ons melden bij de kubus, blijkt dat het grootste deel van de groep er al is. We zijn dit niet gewend, om op Schiphol al kennis te maken met reisbegeleider en groep. Deze keer kon dat omdat Sven Standhart, onze begeleider van SRC-Cultuurvakanties met ons meereist; het is de eerste Zijderoute-reis die dit jaar doorgaat. Tot nu toe ontmoetten we onze reisbegeleider praktisch altijd pas in het land van bestemming. 

Visumproblemen

We moeten hier op de luchthaven nog gegevens over de visa ontvangen. Een paar dagen voor vertrek ontvingen we een brief van SRC dat het niet gelukt was om de visa voor Turkmenistan op tijd in ons paspoort te krijgen. Toch hadden wij onze pas al in maart opgestuurd naar het visumbureau. Wel was de uitnodiging vanuit Turkmenistan aanwezig, en daarmee zouden we nu op het vliegveld van Ashgabat het visum in ons paspoort geplakt krijgen. Voor Oezbekistan was er bij de begeleider een groepsvisum aanwezig. Voor Kirgizië hoeft al deze poespas niet. We laten het maar aan de reisbegeleiding over; dat is wel het aardige van een begeleide reis: je hebt zelf die sores niet. Turkmenistan is een van de landen waarvoor het strengste visumbeleid geldt. Thuis hebben we per persoon al ongeveer vier kantjes A-4 ingevuld (online en daarna uitgeprint); als je grote moeite hebt met het ‘weggeven’ van persoonlijke gegevens moet je misschien maar niet naar Turkmenistan gaan… Ze weten daar nu bij voorbeeld waar onze dochter woont, waar wij onze opleiding hebben genoten, welk diploma we hebben, en ga maar door. 

Naast deze visa-mededelingen ontvangen we van Sven een A-viertje met een berekening van de kosten die we nog kunnen verwachten. Dat gaan we eens even goed bestuderen, want we hebben nog geen geld gewisseld. Dat doen we altijd op Schiphol bij de bank waarvan ik als belastingbetaler via de staat nog steeds mede-eigenaar van ben. Overigens een attente service van de reisbegeleider, want je weet van tevoren redelijk goed waar je aan toe bent, financieel gezien. 

Ik som wat zaken op uit het epistel. (Alle bedragen zijn per persoon).

Geldzaken

In Turkmenistan betaalt men met de Manat. € 1 is ongeveer 3,5 Manat. Voor persoonlijke uitgaven zonder souvenirs voorziet het document dat je ca. € 15 per dag nodig hebt en voor fototoestemmingen moet je dan nog rekenen op ca. € 30. Totaal te wisselen € 50. Dat zal later voor ons tweeën niet voldoende blijken. 

In Oezbekistan ben je snel miljonair want men betaalt met de Sum en die is niet veel waard. Tegenover een euro staan maar liefst 2785 Sum. Het land is wat goedkoper dan het vorige want je zou met ca. € 8 per dag moeten toekunnen. Ook dat was voor ons niet helemaal genoeg. Voor fototoestemmingen ben je zo al € 15 kwijt. Geadviseerd werd om ca. € 65 te wisselen.

In Kirgistan (Kirgizië) heeft men de Som. € 1 is ongeveer 70 Som. Ongeveer acht men € 15 per dag nodig. Fototoestemmingen bleken hier niet nodig. De natuur in dit land is gratis te fotograferen. 

Daarnaast moest je rekenen met entreegelden. Resp. € 70, 65 en 20. In alle drie landen is de rekening in het restaurant 10 tot 15 % hoger dan wat op de kaart stond, want de tip komt erbij. Die staat dus niet op de menukaart (alleen in kleine letters in’t algemeen) maar op de rekening staat het wel; je hoeft dus niet zelf te rekenen.  Dan verwacht al het personeel dat voor ons in touw is (kamerpersoneel, bediening, koffersjouwers, enz.) in totaal zo’n € 72. Minimaal zou je p.p. dan ongeveer € 400 mee moeten nemen. 

Geadviseerd wordt om US dollars mee te nemen. Euro’s kan ook maar dollars zijn vrijwel universeel inwisselbaar en je kunt er vaak zelfs mee betalen, maar niet in restaurants en ook niet in musea. Wij wisselen nog maar wat extra op Schiphol want je wilt misschien ook nog wel eens wat leuks kopen. Op de mogelijkheid tot pinnen in de landen moet je maar niet te veel rekenen. Ten eerste kwamen we vaak niet langs ATM’s, en bovendien bleek de enkele automaat die sommigen wilden gebruiken, nogal onwillig. Tip van mij: neem ook dollars in kleinere coupures mee (hoogstens 50, maar liever 20 en ook redelijk wat 5- en 1-dollarbiljetten. Daarmee kun je bijv. een fooi geven. En 2e tip: probeer zoveel mogelijk onbeschadigde biljetten te krijgen van de bank, want ik heb het meegemaakt dat een sjagrijnige mevrouw bij wie ik wilde wisselen, de helft van mijn biljetten afkeurde. Als je ermee wilt betalen voor een souvenir, is het wat gemakkelijker. Dan is het gewoon: geld is geld en als het je niet aanstaat, gaat de koop niet door. Dan blijkt er bij de onwillige koopman ineens veel te kunnen en blijkt een dollar met een vouwtje ineens wel geld. 

Reizen is wachten

Mijn vrouw en ik checken meteen maar in bij Turkish Airlines. Ik kon niet online inchecken, want op de smartphone vanuit het hotel is me dat te veel gepriegel. En het kan pas 24 uur tevoren, dus thuis kon het nog niet. Het inchecken aan de balie bleek bij Turkish Airlines echter geen enkel probleem. Integendeel: we hebben nog nooit zo snel ingecheckt op Schiphol. We krijgen meteen ook de tickets voor de reis Istanbul-Ashgabat. Op Istanbul hebben we ongeveer anderhalf uur voor de transfer en dat zal genoeg blijken te zijn. Op de heenweg althans…

Omdat het nog vroeg is, eten we na het douanegebied een broodje in een van de winkelstraten van de luchthaven. Dan naar de gate en begint het grote wachten. Reizen per vliegtuig is voornamelijk wachten, is mijn oude stelling. De tijd gedurende de vlucht zelf (wachten tot je er bent) vul ik met lezen. Ik lees ‘Dat kan niet waar zijn’ van Joris Luyendijk. Het gaat over de bancaire wereld in de Londense City en het is een poging tot verklaring van de bankencrisis. Het is een verbijsterend verhaal over mensen die wel een moraal hebben, maar niet op hun werk. En er rest eigenlijk maar één conclusie: de bankencrisis is tot nu toe nooit (goed) opgelost. En het is wachten op de volgende. Ik sus mijzelf met de gedachte dat ik aan de grote bank waar ik deels eigenaar van ben via de Nederlandse staat, slechts minimaal mijn geld toevertrouw en dat ik deze bank alleen gebruik voor het betalingsverkeer. Alles wat ook maar even over is, gaat meteen naar een kleinere bank die in ieder geval niet too big to fail is, die niet zakenbank en consumentenbank op gevaarlijke wijze met elkaar verstrengelt; die niet doet aan idiote bonussen en andere perverse prikkels, en die mijn spaarcentjes belegt in redelijk menswaardige zaken. Wat kan ik nog meer doen als eenvoudige burger. Ja toch, stemmen op een partij die dit soort zaken door heeft en aan de kaak stelt.

Twee keer warm eten

De maaltijd die Turkish Airlines serveert, is smakelijk. Ook over de verdere service en beenruimte geen klachten. Mijn vrouw zit naast een Nederlands/Turkse mevrouw die haar dochter in Istanbul gaat bezoeken. Ze hebben een geanimeerd gesprek. De vrouw is gastvrouw in een opvanghuis voor dak- en thuislozen en heeft nu vakantie. We moeten snel eens naar Turkije komen, vindt ze. Na vier en een half uur vliegen komen we tegen half acht aan op de luchthaven Atatürk van Istanbul. Het is een groot vliegveld en het is een heel eind lopen van de terminal waar we aankomen naar de gate waarvandaan we vertrekken naar Ashgabat. Ook tijdens die vlucht wordt er nog weer een soortgelijke maaltijd geserveerd. We zullen niet verhongeren onderweg. Maar we zullen ook nog een hele tijd in touw zijn. Deze dag gaat ongemerkt en zonder nachtrust over in de volgende… Het tijdsverschil tussen Nederland en Istanbul is een uur en voor Turkmenistan komen er nog drie uur bij. De tweede vlucht vandaag duurt weer ongeveer drie uur. 

Bureaucratie

Op de luchthaven van Ashgabat is het warm. Het is een simpel vliegveld, je wordt met een bus van het toestel naar een gate gebracht. Er staan alleen wat toestellen van Turkish Airlines, verder lijkt het vliegveld verlaten. Dan begint binnen het grote bureaucratische spel: wat zullen we nu eens van de reiziger vragen. Ach, eigenlijk viel het nog mee. We zullen het de komende dagen nog wel (veel) erger meemaken. Het valt zeker mee, gezien het feit dat we alleen een uitnodiging hebben en de visa dus hier op de luchthaven verstrekt moeten worden. We krijgen uiteindelijk allemaal een mooi plakplaatje in het paspoort. Behalve één groepslid, want zijn naam blijkt op de lijst met uitnodigingen verkeerd overgenomen te zijn door een suffe ambtenaar in Ashagabat. Er moet dus getelefoneerd worden, er moet eindeloos overlegd worden, Sven doet zijn best en laat ons alvast doorlopen om de koffers te bemachtigen. Dat lukt ook, weer behalve één groepslid. Hij zal zijn koffer pas na een paar dagen in bezit krijgen. Terwijl de koffer al die tijd wel op de luchthaven rondzwierf… Nog een gelukje dat we een paar dagen in deze eerste stad blijven. 

Eindelijk zijn we allemaal klaar en kunnen we de bus in. Een mooie grote bus. Al met al is het tegen zes uur ’s ochtends als we bij het hotel aankomen. We zijn dan dus bijna 24 uur achtereen in touw, zonder slaap. Het hotel is een grote vierkante doos, nog echt in Sovjetstijl. We krijgen onze sleutel. We zijn allemaal redelijk afgedraaid denk ik. Onze reisbegeleider heeft enige clementie en daarom mogen we zondagochtend vanaf tien uur ontbijten en vertrekken we voor onze stadstour om twaalf uur. Op onze kamer op de achtste verdieping hebben we een fraai uitzicht over Ashgabat en de omgeving, de woestijn. In de verte zien we een paar futuristisch aandoende gebouwen, in heldere zuurstok-kleuren verlicht. We maken ondanks de vermoeidheid toch nog een paar foto’s van de verlichte stad. Dan rol ik het bed in. Voor een paar uurtjes slaap. 

 

Ashgabat bij nacht en dag

Speciaal voor onze late aankomst laat de president een groots vuurwerk aanrichten. Vanuit ons raam kunnen we het mooi zien.

 's nachts...

  ...en de volgende morgen

 

 's nachts...

... en de volgende morgen

 

 uitzicht uit ons hotelraam

 

 idem

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  ons hotel Ak Altyn in Ashgabat

 23 mei

Dag 2: Ashgabat; stadstour door een witte marmeren stad, schijnbaar zonder mensen, het Nationaal Historisch en Etnografisch Museum van Turkmenistan; Old Nisa: archeologisch opgravingen; een mausoleum en een moskee tot meerdere glorie van een president

 

We logeren in het Ak Altyn Hotel in Ashgabat. We staan dus na een heel korte ‘nacht’rust op en maken ons klaar voor de eerste dag excursie. Het ontbijt is goed. Daar knappen we van op. Voor we weggaan heb ik nog wel even tijd om de onmiddellijke omgeving van het hotel te bekijken. Het is zo voor de middag al ontzettend heet in de zon. In de schaduw van de bomen staan wel een stuk of vijf politieagenten. Van het ene been op het andere. Vannacht, of liever vanochtend vroeg, toen we aankwamen stonden ze er ook, -of hun collega’s, maar ik vrees zij. Op welk tijdstip dan ook zien we de agenten opvallend onopvallend de wacht houden. Veilig idee, hoor, om als hotelgast zo bewaakt te worden. Echt wel. Ik maak wat foto’s van het hotel en de omgeving. Vlak achter het hotel staat een rond gebouw dat wel wat doet denken aan het Evoluon destijds in Eindhoven. Ik maak een foto van drie witte Lada’s op een rij. 

   

't Turkmeense "Evoluon"                                  en re: opvallend onopvallende politieagenten voor het hotel, 24/7  ....

 

    

                                                                             brede, bijna lege wegen door een witte steriele stad

Citytour door witte marmeren stad

Om twaalf uur dus de bus in, voor een citytour door deze stad van 900.000 inwoners. We zien de brede en bijna lege straten, waar de enigszins overbodige stoplichten wel werken overigens. We zien de witte marmeren gebouwen, die op den duur zeer doen aan je ogen in dit ongenadige witte licht. Het zijn volgens onze charmante en geestdriftige gids (‘noem mij maar Helena’) appartementsgebouwen met zeer luxueuze woningen, met ‘standaard drie badkamers’ en zo, maar ook winkels. Die laatste zou je dan moeten herkennen aan een symbool op het dak. Nou, ik zag het niet.  Neon of andere reclame-uitingen zijn kennelijk verboden want afwezig. Bezoekers zien we ook niet bij de ‘winkels’. Parkeerplaatsen ook niet. Ik maak een foto van een lege brede boulevard met alleen een werkster die de middenberm onderhoudt. Ze zit bij deze 35 graden van top tot teen ingepakt. Zulke mensen verdienen hier volgens bronnen op internet ongeveer $ 150 per maand. Lijkt mij nog veel voor dit land trouwens. De gebouwen zijn bekleed met marmer dat o.a. uit Vietnam wordt geïmporteerd. Op kosten hoeft niet gelet te worden. De kwalificaties uit de mond van onze gids bevatten veel superlatieven. ‘Grootste, mooiste, duurste, omvangrijkste, …in het Guiness Book of Records…’, enz. 

We zien talloze gebouwen waar ministeries gevestigd zouden zijn. Ik heb het niet allemaal bijgehouden, maar ik hoorde ministeries voorbij komen van Textiel, van Katoen, van Gas, van Tapijten, van Toerisme, van…  Ongetwijfeld overdrijf ik, maar het waren er vele. Bureaucratie is een hardnekkig overblijfsel uit de Sovjettijd. Als ik alleen nog denk aan de hoeveelheid gegevens die ik moest ophoesten voor de uitnodiging vanuit Turkmenistan om een visum te bemachtigen… En als je verder de procedures daaromtrent ziet. Je moet in het hotel geregistreerd zijn (middels een heel klein papiertje, dat je héél goed moet bewaren anders mag je het land niet uit), je krijgt een serie van drie Travel Entry Passes, allemaal met de hand ingevuld. Niemand heeft mij ooit meer gevraagd overigens naar die passes of naar het registratiepapiertje. Maar het moet allemaal wel geregistreerd worden en Vooral Goed Bewaard. Misschien ligt dat anders als je als individueel toerist reist en heb je dan (nog) meer last. 

  

 De lantaarnpalen zijn al een bezichtiging waard...  Zuinig met energie hoeft men hier niet te zijn, vindt men. Stroom en vooral gas zijn er volop en praktisch gratis, ook voor de burgers. 

 

 

Gul met water in de woestijn

Overal zijn de bermen en plantsoenen in Ashgabat fris groen want ze worden dagelijks besproeid. Op allerlei plaatsen zijn grote fonteinen en waterpartijen. En dat in een stad die aan de rand van de Karakum-woestijn ligt, tegen de al net zo droge Kopet-Dagh-bergen. Hoe kun je immers beter je macht en rijkdom tentoon spreiden dan door zo gul met kostbaar water om te springen…

Onze reisbegeleider had tegen de buschauffeur opgemerkt, dat hij sinds een paar jaar zoveel veranderingen zag dat hij de stad nauwelijks herkende. De chauffeur had terug opgemerkt dat hij soms na een paar máánd de stad al nauwelijks herkende doordat ineens een stuk stad is platgegooid en volgebouwd met nieuwe witte gebouwen. Wij zien inderdaad bouwplaatsen met reusachtige gebouwen in de steigers, en de aanleg van meer nieuwe brede wegen. Het exotische gebouw dat we gisteravond, pardon, vanochtend vroeg na aankomst zo kleurrijk verlicht zagen, blijkt een door de president gebouwd megalomaan reuzenrad te zijn, dat natuurlijk in het Guiness Book of Records staat, sinds 2012, omdat het namelijk… overdekt is. De constructie heeft US $ 90 miljoen gekost. In de buurt staat het ongeveer 200 meter hoge Constitution Monument en het gebouw van het Tele-radio centrum. Het laatste steekt met zijn felblauwe ster lelijk af tegen de droge bruine foothills van het Kopet-Dagh gebergte, dat de natuurlijke grens met Iran vormt. 

  

Constitution Monument                                        re: eenzame straatveegster bij de Turkmenbashi moskee/ mausoleum

 overdekt reuzenrad, voor $ 90 miljoen

 Tele-radio centrum. Het laatste steekt met zijn felblauwe ster lelijk af tegen de droge bruine foothills van het Kopet-Dagh gebergte, dat de natuurlijke grens met Iran vormt. 

 

  

Het Nationale Museum van Turkmenistan in Ashgabat

Wij bezoeken het Nationale Museum van Turkmenistan in Ashgabat. Jammer dat fotograferen binnen niet mogelijk was. Het is een gigantisch gebouw, opgetrokken in de inmiddels al bekende suikertaartenarchitectuur en uiteraard in… wit marmer, hoe raadt u het. De bouw heeft 38 miljoen dollar gekost. Binnen zijn bijna alle toiletten afgesloten. Dat dan weer wel. Het gebouw ligt op een heuvel van de Kopet-Dagh bergen, dus je hebt er wel een mooi uitzicht over de stad. Andere bezoekers dan wij zijn er vandaag erg weinig. We bekijken de zalen en vitrines op de eerste verdieping. Jammer is dat er nergens een beschrijving in het Engels bij staat. Bijzondere aandacht schenken wij aan de inderdaad wel heel fraaie hoornvormige drinkkelken, gemaakt van ivoor. Zo fijntjes zijn de decoraties dat het een groot wonder mag heten dat deze voorwerpen relatief zo weinig geschonden bewaard zijn gebleven en opgegraven. Ze heten rhytons en stammen uit de tijd van de  Parthen (3e eeuw v.Chr.) Sommige zijn wel duidelijk fors gerestaureerd. Ze zijn opgegraven in Nisa, een antieke stad 18 km ten zuiden van Ashgabat. Deze middag gaan we Nisa bezoeken, mede vandaar ook onze bijzondere aandacht voor deze rhytons. De thema’s van de voorstellingen op de drinkbekers zijn deels van steppenkunst afkomstig maar andere hebben duidelijk van de Olympus afkomstige Dionysos-motieven en van andere Griekse goden. 

Glorie voor de president

De begane grond van het museum is grotendeels gewijd aan de meerdere glorie en eer van de presidenten. Persoonlijke bezittingen, giften van andere (!) wereldleiders en andere meuk, schilderijen van bij voorbeeld de president met het nationale paard: het Akhal-Teke of hemelse paard, dat we later nog zullen kunnen bewonderen in levenden lijve. Met deze zalen ben ik snel klaar, heel snel. Het is eigenlijk een beetje sneu, zoiets. Dat vond ik trouwens net zo goed van het kleine museumzaaltje van Balmoral Castle in Schotland, gewijd aan de Britse Royals. 

Voor het gebouw staat de grootste vlaggenmast van 133 m hoog (Guiness Book.. enz.) met de grootste vlag (Guinness… enz.) Correctie: Momenteel zijn de vlaggenmasten in Bakoe op het Nationale Vlagplein (162 meter) en in Doesjanbe (165 meter) hoger dan die van Asjgabad en Kijŏng-dong. Je moet je als land toch ergens mee onderscheiden in deze wereld. Voor wie zijn aardrijkskunde verwaarloosd heeft: Doesjanbe is de hoofdstad van buurland Tadjikistan en Kijŏng-dong ligt in de gedemilitariseerde zone tussen Noord- en Zuid-Korea. Zoiets dacht u al, toch? 

  Riet voor het Nationaal Museum

 

     

DE (nu niet meer grootste) vlaggenmast

  

 

 





 

Old Nisa 

Na de lunch ergens in de stad, rijden we naar Old Nisa, ook wel Nissa gespeld. “Nisa of Parthaunisa was een oude hoofdstad van het rijk van de Parthen. Nisa bevindt zich zo'n 18 km ten zuidwesten van Asjchabad, de hoofdstad van het moderne Turkmenistan. Nisa werd gesticht door Arsaces I (r. 250 v.Chr.-211 v.Chr.. Er bevindt zich nog steeds een fort in Nisa, dat mogelijk als mausoleum diende voor de Parthische koningen. Nisa werd totaal verwoest door een aardbeving die zich rond het jaar nul voordeed. Het fort in Nisa werd in 2007 door UNESCO benoemd tot werelderfgoed.” Aldus nl.Wikipedia.org. 

Oorspronkelijk heette Nisa Mithridatkart. Er wordt gezegd dat Nisa een mausoleum of een koninklijke necropolis geweest zou zijn voor de Parthische koningen, maar dat is niet bewezen. Het is een sterk fort geweest in de vorm van een onregelmatige vijfhoek. Het geheel is 14 ha groot en het onneembare fort had negen meter dikke muren en er waren maar liefst 43 rechthoekige torens. Daarvan is nu soms nog iets te zien. Ook de muren steken nog wat boven het landschap uit. Op een luchtfoto zie je het heel duidelijk. Het meest zuidelijke complex is nog het interessantst. Er is een toren van twee verdiepingen die vanuit de verte zichtbaar moet zijn geweest. De structuren zijn gebouwd van een soort adobe, vast gestampte modder van leem vermengd met stro, hier pachsa genoemd. Er zijn globaal nog drie bouwstructuren te herkennen; naast de toren nog de ‘cirkelvormige zaal’ en de ‘rechthoekige zaal’. Onze gids laat het ons zien. Als je het niet weet, zie je het niet, luidt een volkswijsheid, maar dat is hier wel zo. Zonder uitleg zou ik in de ruïnes niet veel interessants herkennen, vrees ik. Grappig is nog, dat we veel weten over deze beschaving door kwitanties en rekeningen voor wijnleveranties. Er werd aan wijnbouw gedaan. De drinkhoorns die we in het museum zagen, hebben daar vast ook mee te maken. Wijn drinken is behalve voor je hart en vaten dus ook goed voor de archeologie en volkenkunde. Dus moet er meer wijn gedronken worden. 

  

De nederzetting van Old Nisa; re: het moderne pad er naartoe.                                                                     re: de man van de toegangskaartjes

 lemen muur

  

Zo zou de stad Nisa er ooit uitgezien kunnen hebben.              Re: vanuit de lucht zijn de oorspronkelijke stadsmuren nog goed te zien. (Foto's van afbeeldingen die onze gids bij zich had.)

    

Doorkijkje met zicht op de stadsmuren en het Kopet-Dagh-gebergte.                   Re: pas gebakken blokken adobe bedoeld voor restauratie drogen in de zon.

   

Re: de muren van bouwwerken zijn enorme dik.

Vanuit de ruïnestad Old Nisa kun je Ashgabat wit zien liggen glimmen in de felle zon. Vooraan geïrrigeerd gebied, daarna een stuk droge Karakum-woestijn.



 

 

Gypjak moskee en mausoleum

Na Nisa bezoeken we het mausoleum van Turkmenbashi en de ernaast gelegen grote Gypjak (ook wel Kipchak) moskee of Turkmenbashi Ruhy Moskee. Ze liggen in een dorp genaamd Gypjak op 7 km van het centrum van Ashgabat. Dit was de thuisbasis van president Niyazov. De moskee is in 2004 geopend en is gebouwd door Niyazov, met erbij een tombe als voorbereiding op zijn verscheiden. Niyazov overleed twee jaar later en werd inderdaad hier begraven, naast zijn moeder. Zij kwam om bij de grote aardbeving van 1948.
De moskee is controversieel, omdat er niet alleen zoals gebruikelijk teksten uit de koran op en in staan, maar ook citaten uit de Ruhnama, het door Niyazov geschreven “boek der ziel, een pseudo-spirituele gids voor het leven”. Koran-vaste mohammedanen vinden dit zacht gezegd niet leuk. 

  Gypjak (ook wel Kipchak) moskee of Turkmenbashi Ruhy Moskee

 mausoleum van Turkmenbashy

 wel eerst de schoenen uit

        

Er verdampt enorm veel water in de grote waterpartijen op dit complex; Re: de Turkmeense vlag met de vijf motieven die vaak in de traditionele tapijten geknoopt worden. 

 

 

 mausoleum gezien vanaf de moskee

    

Op de poort staat de naam van het omstreden boek dat president Turkmenbashi schreef: Ruhnama. Het boek zou vlg. de president even heilig zijn als de Bijbel en de Koran. Re: twee opnamen van de deur van de moskee, met islam-motieven/ -symbolen. 

 

Lege moskee voor 20000 bezoekers

In het mausoleum mag je allicht geen foto’s maken, maar ook in de lege moskee is dat verboden. In beide gebouwen moet je de schoenen uit. Omdat er verder toch niemand is, als de groep weg is, en mijn Pentax camera een bijna geruisloze sluiter heeft, maak ik toch een paar opnamen in de immense koepelruimte. De koepel is 50 m in doorsnee. Vier minaretten van 91 m hoog sieren de hoeken van het complex. Binnen liggen kleden op de vloer. Deels hebben ze wel hetzelfde motief, maar ik vind het toch een allegaartje. Heb je zo’n ‘indrukwekkend’ gebouw, en dan leg je op de vloer zo’n rommeltje neer. Er kunnen 10000 mensen in de ruimte, (onze gids heeft het over 20000, maar dan alleen met ingehouden adem denk ik). Maar niet alleen als wij er zijn, maar eigenlijk altijd is de ruimte leeg, zo lees ik op internet. Waarom? Caravanistan.com verklaart dat doordat eigenlijk niemand hield van Turkmenbashi, Turkmenistans eerste president voor het leven, annex dictator. En het feit dat hij zijn eigen boek ‘Ruhnama’ net zo heilig noemde als de koran, zit veel moslims natuurlijk ook niet lekker. Er gaat een gerucht dat de Turkse firma, die de moskee voor 100 miljoen dollar bouwde, vernam van deze quasi-religieuze aard van het bouwwerk. De firma zou het werk toen ijlings hebben overgedragen aan een Franse firma, die ook de cheque mocht innen. Deze firma leverde geen echt kwaliteitswerk. Kort na de oplevering kleurde de gouden koepel namelijk groen (net als Turkmenbashi’s gezicht, vertelt men) en het heeft wat gekost om de koepel weer zijn gouden glans te geven. 

ruimte voor 20.000 mensen in de Turkmenbashi moskee

 

 

Eten

We eten ‘s avonds in een klein restaurant, net buiten wat ik maar noem ‘de marmeren ring’, waar de gevels er meteen heel anders uitzien. Verwaarloosd, vervuild, met achterstallig onderhoud. Nergens van buiten is te zien dat hier een restaurant is. Reclame of een uithangbord mag niet immers. Binnen is het redelijk gezellig ingericht en het eten is er prima. Het gezelschap ook. We treffen dit jaar een leuke groep. 

Terug in ons hotel is er op het terras een feestje met moderne Arabisch klinkende muziek. Wij genieten mee, maar gelukkig duurt het niet tot laat in de avond. We moeten morgen namelijk vroeg op. Van slaap inhalen komt het voorlopig dus nog niet. Om acht uur moeten we op het vliegveld zijn, voor de binnenlandse vlucht naar Mary. Heen en terug op één dag. Dus ontbijt om zeven uur, dus opstaan om zes uur. Dat is vroeg voor de zondagochtend. 

Dat we morgen al naar Merv gaan, is in afwijking van het programma van SRC. Op het programma stond -en staat- namelijk voor de zondag een bezoek aan de Tolchuka-bazaar, “een van de grootste markten van Centraal-Azië. Hier zijn, naast brood en groente, ook geiten en kamelen te koop.” Aldus het programma.  Helaas gaat dat dus niet door, want dat is een zondagsmarkt, dus die is er maandag niet meer. De reisbegeleider, door mij hierop aangesproken, zegt dat nu eenmaal alle tickets voor de vlucht naar Mary en de bezoeken aan Merv voor morgen, zondag, gelden. En dat er nog wel een bezoek aan een bazaar zal komen. Nou, de bazaar in Mary die we konden bekijken, vond ik geen serieuze compensatie.  Intussen heeft SRC-Reizen deze programmawissel onderzocht en op een voor ons acceptabele manier afgehandeld. Wat dat betreft is SRC-Reizen een heel serieuze organisatie. Wanneer je een op- of aanmerking hebt, wordt daar serieus onderzoek naar gedaan en wordt deze zeer klantvriendelijk afgehandeld. 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dag 3      zondag 24 mei

 KLIK HIER voor de route Ashgabat-Mary (over de weg) (Maps.Google)

Dag 3: Mary en Merv; het Archeologische Park ‘Ancient Merv’, een traditionele trouwerij, de stad Mary en het Historisch Museum, bruiden in optocht  en nog meer

 

Naast Nisa was ook Merv een belangrijke plaats aan de Zijderoute. Het was een oase-stad. Mary is nu de hoofdplaats van de provincie Mary. In 2009 telde Mary 123.000 inwoners. De stad heette vroeger Merv en ontleent haar bekendheid aan de historische stad Merv, waarvan de nabijgelegen ruïnes op de UNESCO Werelderfgoed lijst staan. Bovendien zou hier Maria, de moeder van Jezus begraven zijn. Maar daar maalt nu niemand meer om, want Mary is nu belangrijk om zijn ontzaglijke gasvoorraden. Met andere woorden: Mary stelt de dictator-presidenten in staat te blijven doen wat ze doen, zonder dat het volk gaat morren. Het is de vierde grote stad van Turkmenistan en naast gas is de belangrijkste economische activiteit nog steeds de katoen. Naast een groot historisch museum, dat wij gaan bezoeken, zijn er nog talloze nieuwe gebouwen in de stad. Ook hier veel wit marmer langs de grote stadsboulevards. 

 

 

Mooie mensen

 

Hoewel we dus vandaag al om acht uur ’s morgens op het vliegveld staan om te voldoen aan allerlei bureaucratische en veiligheidstechnische eisen van de lokale autoriteiten, vertrekt de kist pas tegen tienen. Ik ben benieuwd naar wat voor vliegtuig we zullen treffen van Turkmenistan Air. In stilte had ik mijn bedenkingen.  Maar gelukkig onterecht: geen oude Tupolev maar een moderne, veilige Boeiing. Maar het duurt dus nog even voor we vliegen.  Ik zit dus wat te lezen (gelukkig mijn e-reader in de rugzak gestopt) en ik maak foto’s. Er zitten namelijk nogal wat bezienswaardige dames in de wachtruimte. De vrouwen in Turkmenistan hebben bij de schepping toen de schoonheid werd uitgedeeld, vooraan in de rij gestaan, want vrijwel zonder uitzondering zijn het schoonheden. Sommige zouden zo in een mode- of societyglossy kunnen, wat mij betreft. Ze dragen vrijwel allemaal een lange japon, in allerlei verschillende kleuren en van uiteenlopende stoffen, maar het patroon is steeds gelijk. Standaard is daarbij om de hals en voor de borst een versiering tot aan het middel. Ik denk dat die vaak geborduurd is. Het ziet er elegant en vaak nogal duur uit. Wat hier in de hal te zien is, valt wel erg op. Maar hier zijn ook nogal wat japonnen die niet traditioneel zijn. Wel zeer elegant; deze dames behoren zo te zien tot de hogere klasse. Het blijken dames te zijn die vandaag naar een huwelijksfeest gaan. Vandaar hun opvallend mooie kleren. De dames willen best op de foto als ik dat vraag. Ze gaan er speciaal voor zitten. Ook zit er een bejaarde man met een traditionele hoed op, de telpek, gemaakt van schapenwol. Ook hij wil graag op de foto. Hij glimlacht als ik hem het resultaat laat zien. ‘Garasho’ zeg ik in het Russisch, omdat ik gelezen heb dat dat woord staat voor alles wat goed en fijn en ‘OK’ is. ‘Garasho’, herhaalt hij glimlachend.

    

Ook al verstaan we elkaar niet, contact maken is niet zo moeilijk. Het gemakkelijkst is 't altijd nog via de kinderen. 

     

                                uiterst re: man met traditionele wollen muts/ hoed, een telpek  

  net opgestegen van Ashgabat Airport

 moderne stadswijk Ashgabat 

  

Karakum-woestijn en re: de Kopet-Dagh bergen, de natuurlijke grens met Iran. 

   

Wat dit voor complex mag zijn...  Er staan veel auto's bij.                              Re:  Op de landingsbaan van Mary Airport worden we welkom gezwaaid door de president zelf.   




 

Traditionele Turkmeense bruid

De bruid komt uit Ashgabat en de bruidegom uit Mary. Omdat het gebruikelijk is dat de vrouw bij haar huwelijk haar eigen familie verlaat en deel gaat uitmaken van de schoonfamilie, gaat ze voor haar huwelijk op bezoek bij de schoonouders, in Mary dus in dit geval. Dat dit per vliegtuig gaat, is hier heel gebruikelijk. Dank zij de president kost vliegen hier een habbekrats, zeker voor de lokalen, want die betalen nog minder dan buitenlanders. Het bezoek aan de schoonouders gebeurt in dit geval in traditionele kledij. De bruid gaat ook mee in het vliegtuig in haar traditionele dracht. Veel borduur-, goud- en zilverwerk zit erop en eraan. Belletjes brengen een zacht gerinkel voort. Ook aan haar schoenen zitten belletjes. Het geheel oogt heel zwaar en dik (dus heel warm!). Om haar hoofd heeft ze een witte doek waarvan de franje tot op haar borst hangt. Over de witte doek heen ligt nog weer een soort ‘tafelkleed’, zo noem ik het maar oneerbiedig. In ieder geval een dik tapijt-achtig kleed. Dat alles zit, zo lijkt het, met een stellage eronder op haar hoofd. Zo nu en dan kijkt de vrouw die de bruid begeleidt, even onder de witte doek of alles nog draaglijk is. En om het arme wicht aan wat verse zuurstof te helpen, denk ik. Wij hebben het al warm, wat moet zo’n arm kind dan wel onder dat dikke tafelkleed uitstaan! Opmerkelijk is in dit geval dat de bruidegom gewoon in een modern westers pak loopt. Hij loopt wat schutterig naast zijn bruid, helpt haar wel op de lastige trap de luchthavenhal uit. De bruid ziet niets dus kan zich maar voetje voor voetje verplaatsen en op die trap is het helemaal angstig, lijkt me. Ik lees op internet dat een dergelijke dracht wel 30 kilo kan wegen. De vrouw die geen stap van haar zijde wijkt, zorgt dat de trap heelhuids ‘genomen’ wordt. We horen dat deze kleren vooral voor vandaag zijn. Morgen is de bruiloft gewoon in moderne, min of meer westerse kledij. 

   

De totaal onder kleden verborgen bruid in de vertrekhal van het vliegveld en rechts in het vliegtuig. Daar gaat het dikste kleed even af. We hebben helaas niet gezien hoe deze dame de 'security' passeerde...!

   

Genodigde dames zoeken even de schaduw op om te wachten tot de bruid met enige moeite de trap af komt. De filmer moet ons buitenlanders natuurlijk ook filmen. Westerse belangstelling voor je feestje is heel bijzonder natuurlijk. Voor ons is deze traditionele bruid juist erg bijzonder. 

  

De twee dames links dragen de jurk met traditionele borstversiering. Die zie je hier erg veel. 

      

Bloemen voor het feest                            en Re: de bruidsauto met 'kerstklok'

 Mooi hè? Echt wel...

 

 Daar komt de bruid...

  

 

    

Onder het tapijt zit dus de bruid. Aan haar kleed zitten hele series belletjes zoals je rechts kunt zien. Ook aan de schoenen zitten die. 

De wachtende dames gaan klappen en dansen als de bruid eraan komt. Ze loopt naar de gereedstaande auto. 

   

Zo ziet ze er aan de achterkant uit. 

 Helemaal achteraan de bruid

 de bruidsauto...overal tapijt.  

    

Dan stappen de bruid en de bruidegom in de auto en is de show voor ons afgelopen. Toch een leuk en onverwacht cadeautje om zoiets mee te maken. 

 

Gouden kerstklok

De vrouwen die in het vliegtuig zaten, staan nu op het pleintje voor de luchthaven met ons te wachten op het bruidspaar. Ze poseren nog eens gewillig. Plotseling komt de auto aanrijden. Het is –uiteraard- een witte limousine, van voor- tot achterbumper én opzij versierd met tapijten. De voorruit laat nog net een stukje vrij zicht voor de chauffeur en bijrijder. In het tapijt op de achterruit is een hart uitgespaard. Boven op het tapijt staat op het dak een soort kerstklokvormig goudkleurig versiersel van wel een meter hoog, helemaal blinkend ‘goud’ en voorzien van rozetten met glimsteentjes en zo. Bling bling. Het ding eindigt bovenaan in een soort handje waaraan weer belletjes hangen. 

De vrouwen dansen en een paar mannen hebben grote boeketten bij zich. Een ingehuurde cameraman met een grote videocamera moet ook opnamen hebben van ons. Buitenlandse belangstelling is voor hun even fijn als deze hele happening dat voor ons ook is. 

Omstuwd door kinderen en de begeleidende dansende dames (en een enkele heer) schrijdt de bruid naar de klaar staande auto. Om daarin te stappen met het hele bouwwerk op en om het hoofd vergt nog heel wat passen en meten. Ook op alle zitplaatsen in de auto liggen traditionele kleden. Eindelijk zit ze en is de show voor ons afgelopen. De auto zoeft weg. Wij lopen naar de gereedstaande bus. Na heel veel foto’s en een bijzondere ervaring. 

  

Het Karakum-kanaal.  Onderweg zien we soms mensen op de velden aan het werk. Veel boerenwerk gaat hier nog met de hand. In onafzienbare velden staan een stuk of wat  mensen soms te schoffelen. 

   

 

Onderweg in een dorp deze afbeelding; ik denk dat het de president is, gezeten op een van zijn geliefde Akhal-Teke-paarden. Met een telpek op z'n hoofd. Re: een somsa-stalletje. Somsa zijn gevulde, gefituurde deegpakketjes. Ook wel sambusa genoemd, of  samosa. Je kunt ze zelf maken: KLIK

 

Karakum-kanaal

Onderweg van Mary naar Merv passeren we het Karakum-kanaal. De Karakum-woestijn (= Zwarte woestijn) wordt doorkruist door dit grootste irrigatiekanaal ter wereld. Het tapt water af van de Amu Darya rivier die het Aralmeer moet voeden. Dit aftappen is één van de grote oorzaken voor de opdroging van het Aralmeer. De bouw van het Karakum Kanaal startte in 1954. In 1988 was het 1 375 km lange kanaal af. Jaarlijks tapt het 13 km³ water van de Amu-Darya rivier af, en voert het door de Karakum woestijn. Daardoor konden massale velden van katoen aangelegd worden in Turkmenistan. Zelfs rijst wordt er nu verbouwd in Turkmenistan. En ook pompoenen en meloenen. Acht augustus is als ‘pompoendag’ zelfs een landelijke vrije dag! Frank Westerman schrijft in zijn boek “Ingenieurs van de ziel” over de enorme ingrepen in de waterhuishouding door de Sovjets en de dramatische gevolgen, en hoe de ‘heldendaden’ van de wateringenieurs –gedwongen- werden bezongen door de dichters, de ‘ingenieurs van de ziel’. 

Meer over rampzalige gevolgen van grootschalig ingrijpen in de waterhuishouding in Turkmenistan (en buurlanden) via deze link: http://www.oneworld.nl/wereld/altyn-asyr-meer-turkmenistan-milieuramp-oase 

 

 

 

Merv

Merv is al een heel oude stad. Haar geschiedenis schijnt terug te gaan tot maar liefst het derde millennium v. Chr. In 1221 werd de toen grote stad veroverd door Tolui Khan, een zoon van de grote Mongoolse heerser en veroveraar Dzjengis Kahn. De stad Merv had 450 Mongolen geëxecuteerd op verdenking van spionage. Kahn ging net als zijn vader niet zachtzinnig te werk. De hele bevolking, vrouwen en kinderen incluis, werd omgebracht. “ Elke Mongoolse soldaat was de executie van drie tot vierhonderd Perzen toegewezen. Zoveel werden gedood dat bij het vallen van de avond de bergen tot heuvels werden, en de vlakte was doordrenkt met het bloed van de machtigen." Dit schrijft de Perzische historicus Juvayni.  Sommige historici geloven dat meer dan een miljoen mensen stierven in de nasleep van de verovering, met inbegrip van honderdduizenden vluchtelingen van elders, wat het tot een van de grootste bloedbaden uit de wereldgeschiedenis zou maken. In het begin van de 14e eeuw werd de stad de zetel van een christelijk aartsbisdom van de Oosterse Kerk. Tot 1380 behoorde Merv tot het rijk van Timoer Lenk. Ook al geen lekkere jongen, die we later in ons verhaal over Oezbekistan nog zullen tegenkomen. Geen wonder dus dat wij vandaag voornamelijk ruïnes zien, soms nauwelijks meer dan verhogingen in het landschap. 

Merv en omgeving is echt het platteland. Hier geen marmer, geen vierbaans autowegen, geen glimmende witte auto's. Ezelskarren. Met de veestapel erachter gebonden. 

De rurale plaatjes brengen je wel in de sfeer om oud Merv te bekijken. Vooral als ze rijden tegen de achtergrond van zo'n antieke muur. 

 veevervoer

 panoramafoto v.d. muur

  

  Hoi!

Heel veel ezelkarren. Ik vind het  ten eerste leuk als tegenwicht tegen al die protserige weelde die ik de laatste dagen gezien heb. En het past hier zo goed: zo zal men zich ook voortbewogen hebben toen Merv in de tijd van de Zijderoute nog een belangrijke stad was. Die tijd gaan wij ons vandaag een beetje voor de geest halen. Vandaar deze foto's...

 

 

 

Ancient Merv

Na dertig kilometer bereiken we het “Ancient Merv Archaeological Park”.  Het Merv van nu is een verzameling ruïnes van in de vroege middeleeuwen (12e  eeuw) gebouwde steden, die samen een complex vormen. Er wordt gezegd dat het middeleeuwse Merv aan de Zijderoute de grootste stad ter wereld was, en een belangrijk overslagpunt voor waren die langs de Zijderoute vervoerd werden. Het werd ‘de parel van het oosten’ genoemd. Ze ligt waar de Amu Darya rivier de belangrijkste weg naar Bukhara en Samarkand kruist. Het hele complex beslaat ca. 120 km2. De oudste delen uit de bronstijd dateren van 2500 tot 1200 v. Chr. De ‘nieuwe’ stad Abdullah Khan Kala werd gesticht door Shah Rukh (1408-1471) op een nieuwe plek bij Giaur Kala. 

De lemen muur met verdedigingstorens achter een gracht met water oogt ook nu nog niet uitnodigend. We zijn even uitgestapt voor een fotomoment. Boeren met simpele ezelskarren en een of twee koeien erachter geven de omgeving de sfeer die het eeuwen terug ook moet hebben gehad. Alleen de elektriciteitspalen verstoren de illusie. Ik loop over de krakende grond: hier en daar witte uitslag. Ik ga er met mijn vinder langs en proef: zout! Grote delen van dit land en van Oezbekistan lopen het risico langzaam te verzilten door het watergebruik voor irrigatie in de woestijn. 





 

Mausoleum van Sultan Sandsjar

Als we verder rijden zien we de vesting van Kis Kale al oprijzen. Maar eerst gaan wij nu naar het mausoleum van Sultan Sandsjar uit de 12e eeuw, uit 1157 om precies te zijn. Het gebouw is recent gerestaureerd en ziet er weer piekfijn uit. 

De muren van het mausoleum zijn 14 m hoog en het gebouw had geen grote versieringen. Dit was een van de grootste Seljuk graven, met een koepel van blauw geglazuurde bakstenen. Van die blauwe stenen is nu niets meer te zien. Het bouwwerk wordt gezien als een majestueus monument van Seljuk architectuur. Met zijn 38 meter hoogte was het toen een soort (weliswaar wat plompe) wolkenkrabber. 

  

  

 

Legende van de witte vogel

Binnen, terwijl ik het interieur bewonder en fotografeer, vertelt onze gids de bekende legende die aan deze koepel is verbonden. De sultan zou verliefd zijn geworden op een ‘hemelse vrouw’, een soort fee. Zij kon alleen aan zijn wens om te trouwen voldoen als hij zich aan drie voorwaarden hield. Hij mocht haar middel niet omarmen, hij mocht niet kijken naar haar voeten als ze liep, en hij mocht niet zien hoe zij haar haar borstelde. Hij beloofde zich hieraan te zullen houden, maar dat mislukte. Toen hij haar omarmde, merkte hij dat ze geen botten had; toen hij naar haar voeten keek, zag hij dat ze niet liep maar zweefde, en om haar haar te borstelen, nam ze haar hoofd van haar romp los. Nogal ingrijpende ervaringen voor een jonge verliefde sultan, zou je zeggen. Als straf voor hem dat hij zich niet aan haar condities had gehouden, veranderde ze in een witte vogel en vloog weg. De sultan had spijt en riep: "Ik zal sterven als ik je niet meer kan zien." De vogel antwoordde: “Als je me wilt zien, moet je het hoogste en mooiste gebouw van de stad voor mij bouwen. Vergeet niet om een gat achter in de koepel te maken. Elke vrijdag zal ik daardoor naar binnen kijken en je zult me zien.” Dus het was vanwege de fee dat dit mausoleum werd gebouwd. En het gat zit er inderdaad. Nog steeds. 

Nieuw aan dit bouwwerk is dat er sprake is van een dubbele koepel. Hij wordt geheel gedragen door de fundamenten, want de ribben die binnen zichtbaar zijn, dienen slechts ter decoratie. De koepel gaat op eenvoudige wijze over op de vier rechte muren. Binnen lijkt er sprake van enige vochtinwerking.

Een witte vogel zien we vandaag niet bij dit mausoleum. Wel zit er een grote uil in een van de nissen boven in de gevel aan de buitenkant. Buiten staat een lieftallige jongedame, die aangeeft dat ze wel graag op de foto wil. Daar wil ik wel voor zorgen. En dat ze op haar mobiel graag een foto wil maken van ons en van mijn vrouw met haar en.... Dan komt er een jongeman bij staan. Hij blijkt haar broer te zijn. Ze wonen in Mary en zijn hier dus toerist in eigen land. Ze bedanken vriendelijk voor de foto's.  Aardige mensen. 

 interieur; de koepel

De ribben zijn dus slechts voor de sier, ze hebben geen dragende functie.

   

de koepel, eenvoudig, maar smaakvol versierd

  moeder en dochter 

   

De broer en zus uit Mary die graag met en door ons gefotografeerd wilden worden. 

 





 

Bij de Soefitempel worden we verwelkomd door deze jongens die wel even willen dollen en hi-fiven met de buitenlanders.

 

Deze dames waren eerst wat verlegen, maar vonden de foto's toch wel heel leuk. Gouden tanden zijn hier een veel toegepast middel om dichter bij het schoonheidsideaal te komen. Ook heel jonge meiden lopen er al mee. 

 keuken

 aan de afwas

 

 

Soefitempel en tombe van Yusuf (Jozef) Hemedani voor bedevaartgangers 

Nadat we een eind verder gereden zijn, komen we bij een kleine nederzetting waar een Soefitempel is. Het Soefisme erkent alle profeten als brengers van één boodschap; het aanvaardt de essentiële eenheid van alle religieuze idealen. 

We zien een grote keuken, een dito eetzaal, waar een stuk of wat jongens zitten te dollen en zwaaien naar ons. We zien een vrouw met een kip. Er wordt gezegd dat hier nog dierenoffers worden gebracht en dat de kip de sigaar is. We zien dames op een bankje, vriendelijk kijkend met een stralende glimlach, die nog stralender wordt als ze hun lippen openen. Net als veel vrouwen hier hebben ze diverse gouden tanden. Ik vind het niet mooi, maar wie ben ik. ’s Lands wijs, ’s lands eer.  Zelfs jongere meisjes zie je met gouden tanden. Mannen zijn hierin in de minderheid. Wat jonge mensen willen graag foto’s op hun mobiel maken van sommigen in onze groep. Wie bekijkt wie? Wij zijn hier een bezienswaardigheid voor hen, terwijl wij voor hun bezienswaardigheden komen. 

    

De kip zal dienen als offer, wordt ons verteld.                        Re: de eetzaal

  

bedevaartgangers

 

Ik ontmoet even verder een groepje vrouwen in traditionele jurken en mannen in witte T-shirts, die zeggen op bedevaart te zijn. Ook zij willen graag op de foto. Op het terrein is de tombe van Yusuf (Jozef) Hemedani, een leidende Soefigeleerde. We hebben het over de jaren 1048 tot 1140.  Daar komen nog steeds mensen op af, om deze geleerde eer te bewijzen. Aan het hekje in het gebouwtje waar de tombe staat, zijn sjaaltjes geknoopt. Ik zie nog een paar jonge meiden en enkele vrouwen, maar veel publiek is er vandaag niet voor Yusuf Hemedani. Aan de geleerde is een pagina gewijd in tr.wikipedia.org maar daar kan ik niets van maken. 

   

tombe van Yusuf (Jozef) Hemedani

   

Bedevaartgangers binden een stukje stof of hier sjaaltjes vast op een heilige plek om iets van zichzelf achter te laten.   




 

 

Kamelen in het wild

Verder gaat het door een redelijk bruin landschap met hier en daar groene accenten. Groepjes kamelen en dromedarissen grazen er. Ze zijn niet wild, maar van een eigenaar. Hoe die ze bij elkaar houdt, geen idee. Een eind verder is een heuvel. Bovenop staat een groep lokale jongens en meiden. Ze komen de heuvel afrollen en willen onderweg wel even op de foto. Ook met sommigen van ons erbij. Transpirerend klim ik daarna verder. ’t Is niet hoog maar wel warm. En een stukje redelijk steil. Riet vindt dat stukje te steil, want omhoog wil wel maar naar beneden vindt ze lastiger. Boven heb ik een aardig uitzicht over de omgeving. Ik zie bruine woestijn met hier en daar felgroene accenten. Onderaan de heuvel is zelfs water. Een oase dus. In de verte zie ik ook de stad Mary glimmen. 

  

Heerlijk fotografenland dit: overal bieden mensen zich graag aan om op de foto te mogen!

 best steil

 hier ikzelf  op de achtergrond...Hoe kun je zulke schoonheden de rug toekeren, denk je misschien...

 de auteur, fotograaf en webmaster in actie

 

Beneden staat onze bus. Goed is te zien hoe de woestijn er hier uitziet. Geen zandduinen, geen rotsen, maar een bruingrijze bodem met heel karige vegetatie. Waar water is, aan de voet van de heuvel, is er meteen groen. 

 kudde "wilde" kamelen/ dromedarissen 

 

 




 

 ruïne van Kis Kale

Voor de ruïne van Kis Kale staat een auto met vier generaties Turkmeense vrouwen. Oma, dochter, twee mooie kleindochters en twee achterkleindochters. Uiteraard willen ze weer graag even poseren. Dat wordt een leuk plaatje. 

 oma

 

Kis Kale, kasteel uit de 6e eeuw

Groot en klein Kis Kale, is dit. De kleine versie is nauwelijks te herkennen als bouwwerk, zo geërodeerd is die, maar de grotere versie staat nog redelijk fier overeind. Al zou wat restauratiewerk nog wel wat kunnen verbeteren. Het is vermoedelijk een kasteel geweest. Volgens nieuwe onderzoeken zou het kasteel al in de 6e eeuw gesticht zijn. De vijftien meter hoge muren zonder ramen zijn versierd met een soort halve zuilen. Het ziet er uit als een grote taart waarvan de zijkant bestaat uit lange vingers. Je kunt er alleen maar omheen lopen. De site is afgezet met lelijke dranghekken, alsof het een bouwval was die binnenkort gesloopt wordt. Wel, een bouwval is het, maar wel een waar men zuinig op is. Wat we zo zien staan is eigenlijk de tweede verdieping; eronder zijn zo uit de verte nog ruimtes te zien. In de lemen muren zijn natuurlijk holen en daarin nestelen vogels die wel wat lijken op onze huismussen maar groter zijn. 

 Groot Kis-Kale

 verschillende verdiepingen

  zandtaart met 'lange vingers'

  Klein Kis-Kale, niet meer dan een hoopje leem

 laatste blik

 

 

Weer een eind met de bus. Weer een grote kudde kamelen. 

 

Lagman

Door de onverwachte ontmoeting met het bruidspaar vanmorgen en doordat we de tijd nemen voor ons bezoek aan het oude Merv, is de lunch wat verlaat. We vinden een restaurant waar we op dit uur onaangemeld brood, soep en thee kunnen krijgen. De soep is een maaltijdsoep, voedzaam en lekker. We eten vaak soep hier. Lagman (Lachman), een gevulde soep  of shorpa,  soep van gekookt schaap met aardappel, wortelen en knolraap of ook wel een soort kippensoep.   Aan lange tafels zitten we heerlijk in de schaduw van het bladerdak van de bomen die hier staan. Even bijkomen van alles wat we vandaag al weer gedaan en gezien en meegemaakt hebben. Want er komt nog meer...

 

 

 

 





 

Na de lunch rijden we terug naar Mary. Daar bekijken we vanuit de bus de stad, en bezoeken daarna het Historisch Museum waar je allerlei vondsten uit het opgravingsgebied van Merv kunt zien. Een fototoestemming kost hier maar liefst $ 15. Dat betaalt dus niemand. Dan maar geen foto’s.  Je kunt het ook niet stiekem doen, want de vrouwelijke suppoosten zijn alomtegenwoordig en alziend. Het is een gebouw zoals we dat intussen kennen: imposant op een protserige manier, wit marmer, en ook van binnen zijn kosten noch moeite gespaard. De exposities zijn mooi, vooral de diorama’s. Er zijn traditionele klederdrachten te zien. Alles ruim en fraai opgezet. Alleen… op het toilet waar Riet even gebruik van maakt, is geen toiletpapier maar steekt aan de daarvoor bestemde houder een stuk krantenpapier... Dat dan weer wel. Het is eigenlijk heel sneu. Een van binnen en buiten marmeren museum maar toiletpapier kon er niet meer af. Te koop is het toch wel, bij voorbeeld op de bazaar die we daarna gaan bezoeken. Het is overigens meer crêpepapier, zo merken wij in de hotels. Handig: als het bijna op is, kun je het uitrekken en heb je weer meer. 

  

het Historisch Museum van Mary. Een fraai opgezet museum; weer zijn kosten noch moeite gespaard, zo te zien. Tot je op het marmeren toilet komt en je je billen moet afvegen met ...  krantenpapier... zoals mijn vrouw ondervond en daar deze foto van maakte. Van dat krantenpapier dus. Illegaal, die foto, want voor een fototoestemming hier binnen betaal je 15, zegge: vijftien US dollar. Daarom dus geen foto's van het echt wel mooie museuminterieur. Helaas, ook voor het museum. 

 zicht op de moskee vanaf het bordes van het museum

    

Buiten het museum wachten we tot iedereen binnen uitgekeken is. We zitten lekker op een bankje in wat schaduw. In de zon is het vreselijk warm. Een omaatje met kleinkinderen zoekt contact. Ze spreekt geen woord dat we begrijpen; of we Russisch spreken? Nee dus. Dan maar met gebaren. Ze woont, begrijpen we, hier in de stad en kwam vandaag dus het museum laten zien aan haar kleinkinderen. Ze moet per se mijn vrouw laten zien hoe je een hoofddoek draagt. En met mij moet ze ook nog innig op de foto. Och, aardig mens. 

   



   Orthodoxe kerk buiten en binnen

 

Een Oosters Orthodoxe kerk en een bazaar

Eerst nog even langs de Oosters Orthodoxe kerk. Bovenop de toren staat een Russisch kruis; dat kruis heeft twee extra dwarsbalken. Binnen lichtblauwe wanden en plafond. De kerk is tamelijk ingehouden versierd. Natuurlijk de bekende attributen als de iconostase en de iconen op een lessenaar ervoor. Aan de wand ook iconen. Eentje valt me extra op: een donkere Maria en een eveneens bijna zwarte Jezus. Het Christuskind lijkt ouder dan Maria. Dat is vast niet zonder symboliek. 

 iconostase

   

Li: een icoon met een donkere Maria en een nog donkerder Christuskind. Re: het interieur van de Orthodoxe kerk van Mary. 




 straatbeeld in Mary

 

Stoet van bruiden

 

Op de parkeerplaats voor de bazaar staan diverse trouwauto's

    

  bloemenverkoopsters 

   

taarten                                             en Re en onder: een kijkje in de zeer drukke bruidswinkel

 

   

De bazaar is niet zo groot, maar wel heel druk bezocht. Op de chaotische parkeerplaats ervoor staan een stuk of wat auto’s die versierd zijn voor een trouwerij. Het kan niet opzichtig en uitbundig genoeg. Grote bloemstukken op de motorkap, al dan niet echt. Lopers van tapijt op de motorkap en het dak. Dan de trap op en naar binnen. We belanden meteen op de bloemenafdeling. Veel mensen komen hier op de zondagmiddag een feestelijk, dat is groot, boeket halen. Gladiolen zijn in trek, witte natuurlijk, en rozen. En vooral veel gekleurd kunststof ‘papier’ om het geheel meer volume te geven. Ik heb het al eens eerder opgemerkt maar het valt me weer op: de vrouwen die hier de boeketten maken en verkopen, passen hier goed: ze zijn net zo mooi als de bloemen. Fijne gelaatstrekken, ranke figuren, dunne middeltjes, het zijn stuk voor stuk bijna modellen. Ze zijn vriendelijk, maar niet allemaal willen ze gefotografeerd worden. Te druk denk ik. 

   

Beneden op de parkeerplaats wacht een prachtig bruidsmeisje tot 'ze' komen. En ze komen. Een hele stoet bruiden zien we de trap van de bazaar af komen. Eigenlijk bruidsparen, maar de bruiden stelen natuurlijk de show. 

   

  

Zij lijkt de enige die van het moment geniet, ze poseert ook even voor de buitenlandse fotograaf. De anderen lijken nerveus en kijken niet echt vrolijk. 

 

Bruiden in optocht

Boven is een bruidswinkel. We aarzelen of we binnen mogen in de overvolle winkel, maar we zijn welkom. Er staan diverse bruidjes te passen in hun wolken van witte stof en kant, sluiers, diademen en veel ‘gouden’ borduurwerk. Glitter en glamour. Met een spuitbus gaat de kleedster er nog eens overheen voor de finishing touch. We spreken even met de eigenaresse (?). Die spreekt een beetje Engels.  We kijken nog even rond in de bazaar, maar verder is er niet zo veel spannends te zien. Als we via de bloemenafdeling de trappen afdalen, zien we vlak achter ons een bruidspaar afdalen. Compleet in bruidsjurk en met boeket. De man in donker pak. Zo komen er wel een stuk of wat bruidsparen achter elkaar de trap af. Ze stappen in een van de gereedstaande, versierde auto’s. De meeste kijken wat stug, niet echt vrolijk. Een jongedame straalt wel zoals dat hoort op ‘haar mooiste dag’; ze gaat er zelfs even voor staan om door ons gefotografeerd te worden. Stralende glimlach. Mooie meid. 

Op den duur hebben we het wel gezien. We lopen nog even een eindje de straat langs, richting een moderne grote moskee en wat andere grote wit-marmeren gebouwen. Ach, dat kennen we nu ook wel. Mijn vrouw en ik worden een beetje ibbel van al die megalomane schone schijn. Het hotel waar we gaan dineren hier in Mary mag er trouwens ook zijn wat dat betreft. Mary Myghmanhanasy heet het. Het lijkt vrij nieuw; ook binnen glimt het allemaal van luxe. Ook hier veel marmer en veel ‘goud’. Het eten is goed. Na het diner rijden we naar de luchthaven voor de terugvlucht van 22.30 u. Na ruim drie kwartier vliegen landen we in Ashgabat en na middernacht rol ik mijn bed in na een welbestede maar vermoeiende dag. 

 straatbeeld Mary

Straatbeeld Mary. Hier het hotel waar we deze avond dineren. 

 Nachtelijk Mary vanuit de lucht

Als we terugvliegen van Mary naar Ashgabat is het al lang en breed donker. Het was een lange, intensieve dag, maar we hebben weer veel gezien en ervaren.  Een mooie dag. 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

   maandag 25 mei

Dag 4:  Ashgabat, stadstour, Tapijtmuseum, lunch in een bedrijfskantine, een bazaar, een ingestorte moskee en de hemelse paarden van het Akhal-Teke-ras

 

   

Straatbeelden van Ashgabat

 Tapijtmuseum

Na een korte rit zijn we al bij het Tapijtmuseum. Een enorm gebouw, helemaal gewijd aan het Turkmeense Tapijt.   In dit museum voor Turkmeense tapijten kun je antieke tapijten bewonderen uit de 18e en 19e eeuw. Daarnaast zijn er ook moderne tapijten uit allerlei plekken in het land. Hier kun je een bijna 200 meter lang tapijt aanschouwen dat bedoeld was als gordijn voor het Bolshoi Theater in Moskou, maar dit bleek te zwaar te zijn. De trots van het museum is het grootste met de hand geweven tapijt van de wereld, volgens het Guiness Book of Records, daar heb je hem weer. Dit tapijt heeft een oppervlakte van 300 m² en is geknoopt door 40 tapijtenmakers ter gelegenheid van het 10-jarig jubileum van Turkmenistans onafhankelijkheid. Het weegt tonnen. 

 stad gezien vanaf het bordes v.h. Tapijtmuseum

  

 vanuit de bus

 het Tapijtmuseum van Ashgabat

 deze motieven zitten ook in de tapijten

Tapijtenmuseum van Ashgabat

We worden ontvangen door een jongedame die ons o.a. vertelt dat we een fototoestemming kunnen kopen. Deze keer voor de spotprijs van US $4. Per foto wel te verstaan. Dit is geen spotprijs, dit is een bespottelijke prijs. Niemand trapt hier dan ook in. Het is een merkwaardig museum. De kleden zijn wel aardig gepresenteerd, maar voor de leek is het wel veel van hetzelfde natuurlijk. Dat komt deels ook, doordat er geen informatie wordt gegeven over de tapijten, alleen de afmeting (kun je zelf wel zien al is ’t niet tot op de centimeter) en het aantal knopen per m2 . Er zijn wel heel mooie exemplaren bij. Veel rood- en aardetinten. Telkens terugkerende motieven van planten en bloemen en islamsymbolen. De meest voorkomende motieven staan ook in de vlag van Turkmenistan. 

In de kelder van het gebouw hangen de grootste exemplaren. Enorme oppervlaktes en daarmee gepaard gaande exorbitante gewichten -en dan spreken we over vele tonnen. 

 stadsgezicht; grote poster met Akhal-Teke-paarden

 vanuit de bus

 meer vierbaanswegen moeten er komen

 gebouw in de steigers

 want er moeten meer mega-gebouwen komen

 

Onafhankelijkheidsmonument en meer mega

Na dit bezoek krijgen we nog weer een en ander van de witte stad te zien. We bezoeken het grote park met het Onafhankelijkheidsmonument. Turkmenistan werd onafhankelijk in 1991. Het monument is om die reden exact 91 meter hoog. Voor de vorm van dit indrukwekkende monument haalde de architect inspiratie uit Turkmeense tenten en de traditionele hoofddeksels van vrouwen. Het monument wordt omringd door 27 bronzen beelden, stuk voor stuk helden uit de Turkmeense geschiedenis. Een 28ste beeld is van goud en verbeeldt Saparmurat Niyazov –wie anders- , de laatste leider onder de Sovjet-Unie en de eerste president van het land. 

   

  

Deze mevrouw, helemaal ingepakt, verzorgt de bewatering van de uitgestrekte gazons en borders.                    Re:  het is vandaag erg heiig. 

 overvloedige waterpartijen overal en protserige lantaarns

  

27 beelden van helden uit de Turkmeense geschiedenis

   

en de 28e held: Niazov zelf  -in goud uiteraard

   

de grote man en...............................................................nog een grote man

 Wij zijn wel net zo groot, toch? 

 

 

Je kunt om het enorme monument heen lopen. Ook op de vloer marmer uiteraard. En verder zie ik veel water, veel fonteinen. Het stuift soms even verfrissend in je gezicht. Laat het maar stromen en verdampen, er is toch genoeg van. Niet dus, Ashgabat ligt in de droge Karakum-woestijn! Om het park zie ik overal de witte marmeren gebouwen blinken. De architectuur ervan is vaak nog niet eens zo slecht, maar het is allemaal zo over the top! In 2013 kwam Ashgabat in het Guiness Book of records wegens de grootste concentratie marmeren gebouwen in de wereld. Ik vind het een mengsel van Las Vegas (een deel van de stad noemt de bevolking ook echt zo! -maar dan zonder casino’s natuurlijk), Pyong Yang, en Disneyland. En misschien nog een flinke scheut Dubai.  Er zit geen leven in deze stad. Alles is steriel, ook dit park. Behalve onze groep zie ik geen mens. Het valt me op dat de lucht vandaag heiig is. De witte gebouwen om het park staan er wat vaag bij. Van het verdampte water? Of zou het woestijnstof zijn? 

Groter dan levensgroot boek: Ruhnama

Vlak bij dit park en monument staat het monument voor het boek dat de eerste president schreef ter toelichting en deels vervanging van de Bijbel en de Koran, met de titel Ruhnama. Je kunt het niet missen, het beeld is vele malen groter dan levensgroot.… Ik schat dat het beeld van het boek wel vier tot vijf meter hoog is. Tot enkele jaren geleden opende dit mechanische boek zich elke avond om 20:00 uur en werden er via beeldschermen en speakers verzen uit de Ruhnama voorgedragen. Ik kan het gemist hebben, maar ik heb onze gids eigenlijk maar weinig over de presidenten en hun gedrag horen vertellen. Over dit merkwaardige boek heb ik ook weinig gehoord. Kijk, dat je er een beetje trots op bent dat je zelf een boek geschreven hebt, a la, maar dat je zo’n beeld van dat boek gaat maken en het zo’n status toekent, ja dan is er toch wel wat mis met je gevoel voor verhoudingen, lijkt me. Ik heb zo het gevoel dat het goed is dat ik dit allemaal schrijf ná ons bezoek aan dit land. Zou ik anders nog een visum hebben gekregen?! 

  beeld van een boek

 

Ruhnama

 

In Turkmenistan behoort iedereen te zeggen: 'dank je, ik heb al een boek', want het boek Ruhnama zou alle boeken overbodig moeten maken. Volgens de auteur dan. 

Nijazov is dus de schrijver van "het boek van de ziel", de Ruhnama. Het boek zou “in zijn hart zijn geboren door de wil van de Almachtige” en wordt door Nijazov zelf dus een aanvulling genoemd op de Bijbel en de Koran. Het boek dient als leidraad in het leven van de Turkmeense bevolking. Alle Turkmenen moeten delen van de Ruhnama uit hun hoofd leren. Bij toelatingsexamens voor universiteiten moeten studenten vragen over de Ruhnama beantwoorden. Scholieren tijdens de les, militairen bij hun indiensttreding, gevangenen tijdens het appèl: ieder wordt geacht om delen van de Ruhnama te kunnen reciteren. Zelfs als je een rijbewijs wilt halen, krijg je een toets over dit 406 pagina’s tellende boek. Het zal niet verbazen dat zulke persoonlijkheidscultus gepaard gaat met een verstikkende repressie. Vooral na de aanslag op het leven van Turkmenbashi op 25 november 2002 zijn vele mensen achter de tralies verdwenen. Onder wie veel leden van vorige kabinetten, zoals de minister van buitenlandse zaken. Alle religies werden verboden op de soennitische Islam en het Russisch Orthodoxisme na. Nijazov benoemde zichzelf tot president voor het leven. Maar in december 2006 overleed hij plots. In maart 2007 werd Gurbanguly Berdimuhameddov aangewezen als zijn opvolger. Hoewel er enige lucht in het land leek te komen, is er aan het schrikbewind nog geen einde gekomen. Terwijl het Westen de andere kant op blijft kijken. Turkmenistan beschikt over grote hoeveelheden gas…  (bron o.a.: edwintrommelen.nl)

  

     

eenzame bezoeker van een park                                                vroeger draaide dit beeld van Niazov mee met de zon

     

een bezoekster, een bewaker met vliegdekschip-pet  van Niazov en de bewaker van de elektriciteitsaansluitingen ter plaatse

 

Neutraliteitsmonument

Het Neutraliteitsmonument, ook wel de driepoot (of ‘t statief) genoemd, werd gebouwd in 1998 door de vorige (eerste) president Niyazov. Het stond in de binnenstad en de bouw kostte 12 miljoen dollar, het was 75 m hoog en er bovenop stond een 12 m hoog verguld standbeeld van Niyazov zelf. Het beeld draaide met de zon mee. Onder de huidige president is de boog gesloopt en opnieuw opgebouwd op een andere plek, zogenaamd omwille van het stedenbouwkundig aanzien van de stad. In werkelijkheid, denkt men, was het onderdeel van een plan om de excessen in de persoonsverheerlijking van Niyazov te verzachten. Het beeld werd toch allerwegen gezien als het meest beruchte symbool van zijn nalatenschap. Sinds 2010 staat het nu op de nieuwe plek, en het beeld draait niet meer. 

Alles om het monument heen is nog wel mega. Zo staat er een imposante rij vlaggenmasten, maar slechts aan één mast hangt een vlag, de Turkmeense, en die mast is verreweg de grootste van allemaal…Twee keer zo hoog om precies te zijn. Honni soit qui mal y pense. 't Is gewoon toeval. 

 tig vlaggenmasten en één 

 de lift...

 ...naar het platform

 

Op de benen van het driepootstatief staan verbeeldingen van het Turkmeense leven; ik heb twee en (onder 3) foto's aan  elkaar geplakt om het erop te krijgen. 

  

 

 

Onderaan de driepoot staan twee huisjes met in elk ervan een grote platte pet model vliegdekschip met een stram staand mannetje eronder. Vroeger mocht je niets fotograferen van Niyazov. Dus ook de platte petten niet. Omdat zijn standbeeld overal stond, mocht je dus niets fotograferen. Toch stond het internet wel vol van foto’s van het draaiende beeld. En van andere beelden in de stad. Ra ra. Maar nu wordt je niets meer in de weg gelegd als je foto’s maakt van deze uitingen van grootheidswaanzin. Wel staat er nog een gewone soldaat in groen werkpak te posten. Als je wat te dicht bij de hokjes komt of bij het plantsoen erachter, dan verzoekt de soldaat je dringend afstand te nemen. 

 

Geslaagde scholieren

Langs een van de poten van het statief gaat een lift omhoog. De boog had vroeger een panoramisch uitkijkplatform, dat een populaire attractie voor bezoekers was. Nu zie ik ook een paar mensen in de lift omhoog gaan. Maar of het ding nog echt voor publiek toegankelijk is, weet ik niet. Er is geen publiek, behalve onze groep.

Of toch: als wij terug lopen naar de bus komt er een uitgelaten groep jongeren het terrein op. Het zijn scholieren die net geslaagd zijn. Met een uniform aan en grote sjerpen om. Op de overhemden van de jongens mag iedereen zijn handtekening zetten en een wens en natuurlijk wil iedereen met ons en door ons op de foto. Ze spreken goed Engels. Volgens onze gids Helena komen ze van een van de betere middelbare scholen in de stad. Het is een vrolijke ontmoeting. 

  

    

 

 ze showt een antiek sieraad

 kijk es, hoe mooi je erop staat

 


 

   

Nog wat beelden vanuit de bus van de stad Ashgabat                 Re: de "uil" . Het ding dat we in alle kleuren verlicht zagen vanuit ons hotelraam. 

   

Li: deze noemen ze natuurlijk de toren van Pisa;                             Re; beeld van 10 Akhal-Teke paarden

 

 


 

 

 

 

 



 

Free lunch

There ain’t no such thing as a free lunch (schreef Milton Friedman), maar voor ons vandaag wel. Maken we onszelf maar wijs. Nou ja, anders hadden we het moeten betalen, want de lunches zitten niet in de reissom. De lunch gebruiken we vandaag in een bedrijfskantine. Het traditionele eten wordt ons aangeboden door de reisorganisatie ter plekke, die voor SRC de reis door Turkmenistan voorbereidt en uitvoert.  Er zijn diverse salades, pasteitjes van pompoen, soep, plov (pilav), zwarte en groene thee en ijs na. Plov is het nationale gerecht in Centraal Azië. Het is een naar mijn smaak nogal vette rijstschotel want de rijst is gebakken in olie, met o.a. stukjes wortel erin en meestal ook schapenvlees. Dat vlees is smakelijk, maar het verschilt nogal in kwaliteit. We hebben het wel heel vet gehad, maar ook wel heerlijk mals en redelijk mager. We zitten hier wel gezellig; er hangen wat traditionele kleren, die een man en een vrouw van ons gezelschap aantrekken en daarmee op de foto gaan. Leuk natuurlijk. 

Na het eten ga ik even naar het toilet. Kennelijk pak ik de verkeerde deur want mijn ervaringen kwamen niet overeen met die van een ander, die het beter trof. Maar wat ik aantrof overtreft veel verwachtingen. Een toiletpot die in geen maanden was schoongemaakt, losse leidingen, een ‘wastafel’ van blik die nog met één boutje ‘vast’ zat aan de muur, rotzooi en water (?!) op de vloer, kortom: misselijkmakend. Ik heb even mijn boodschap numero uno achtergelaten maar was blij dat ik niets aan hoefde te raken. En dat in een toch redelijk ‘modern’ ogend bedrijf. Ik loop namelijk terug langs kantoren die schoon lijken, wel met meubilair dat ik zag in het Stasi-museum in Leipzig: uit de jaren vijftig, zwart kunstleer en zo. 

 straatbeeld (uit de bus)

Bazaar

Na de lunch mogen we een half uurtje dwalen op een bazaar. Er wordt van tevoren gezegd dat men er absoluut niet op gesteld is dat er foto’s gemaakt worden. Dat blijkt al snel. Ze hoeven je camera alleen maar te zien of ze zwaaien al met het vingertje. Terwijl er toch niets anders te zien is dan een markt. Met klanten en kooplui, big deal. Nou ja. Prima. Vanuit de heup maak ik natuurlijk toch een ‘shot’. Wij kijken wat rond en kopen bij een vrouwtje een onduidelijk goedje. Het lijkt een pakje gedroogde vijgen of zo, maar dat is het niet. We mogen een stukje proeven. Het smaakt zoet en is heel taai. Alleen met een mesje krijg je er een stukje af. Later zal Helena verraden dat het gedroogde en gekonfijte …meloen is. Hoe verzin je het: meloenen drogen. We eten er zo nu en dan een stukje van de komende dagen, maar echt heel lekker vind ik het niet. 

  

Kort bezoekje aan een grote overdekte markt                                          waar ik natuurlijk uit de heup toch een illegale foto maak

 





 

 

 

Moskee-ruïne van Anau

Dan in de bus en een eindje rijden. Naar een ingestorte moskee. Dat is de moskee van Anau, 15 km zuidoost van Ashgabat, in het Kopet-Dagh gebergte. Anau telt nu 30000 inwoners, en is al eeuwenoud. In de 15e eeuw werd hier al een groot waterreservoir aangelegd, dat 200 m3 water kon bevatten. Wij komen er om de ruïne van de koepelmoskee uit de 15e eeuw te zien die gewijd was en is aan Sjeik Jemaleddin. Het was een vestingmoskee. De moskee is bij de grote aardbeving van 1948 die grote delen van dit gebied met de grond gelijk maakte, tot ruïne vervallen. Maar nog steeds en al sinds eeuwen komen gelovige pelgrims er naartoe om te bidden bij het eveneens verwoeste mausoleum van de sjeik. Ze binden dan net als hun voorouders een stukje stof vast aan de ingang van het mausoleum. Dat zie ik bij wel meer grafmonumenten in de bezochte landen. Mensen binden een sjaaltje of zoiets aan een hek of zo, misschien om iets achter te laten van hunzelf. Nu zijn er ook gewoontes bij gekomen, zo constateer ik. Men stapelt stenen (misschien om te bidden voor een eigen huis), men zet er een wiegje neer of legt een speen of wat kinderspeelgoed neer om te bidden voor nakomelingschap. Ik zie een paartje dat in diepe concentratie doen; even later stapelen ze wat stenen. Ook legt men sleutels neer op stenen. Om te bidden voor een auto? Riet ziet een hele familie huilend driemaal om de sarcofaag heen lopen, tegen de klok in.

Van de moskee is niet zo veel meer over. Het eerste stuk is er een fraaie betonnen trap, nieuw zo te zien,  maar verderop moet je klauteren over de resten. Er staat een bord dat laat zien hoe het was. Ook op die foto is er al een en ander vervallen, maar nu is het veel erger. Van de iwan (het grote gewelfde portaal van een moskee of koranschool, open aan de voorkant) en de pisjtak (ook: pishtak) ( de poort in de iwan-nis) is weinig meer over. Er is nog slechts iets te zien van de eens vast fraaie versieringen. 

 

 Anau moskee ruïne

 zo is het geweest

 wat er over is van de pishtak

 plaats om te bidden voor nakomelingen

 bedevaartgangers

 stenen stapelen





 

 

     

 

Akhal-Teke paarden of Hemelse Paarden

Tijd voor het laatste programmapunt in Ashgabat. De peerden. Niet zomaar paarden maar de Akhal-Teke paarden of Hemelse Paarden. Deze paarden behoren tot de edelste ter wereld en staan bekend om hun snelheid en uithoudingsvermogen. De 'gouden paarden' zijn aangepast aan sterk wisselende klimaatomstandigheden. Er wordt vermoed dat ze tot de oudste nog bestaande paardenrassen behoren. Het totale bestand aan Akhal-Tekes wordt geschat op 3500 exemplaren, waarvan de meeste in Turkmenistan en Rusland.   

  

 

De paarden hebben meestal een bleekgouden kleur, vergelijkbaar met buckskin. Ze kunnen ook bruin, zwart of grijs zijn. De Akhal-Teke’s meest noemenswaardige kenmerk is de natuurlijke metaalachtige glans van zijn vacht. Dit is vooral goed te zien bij de palomino- en buckskin-kleuren. Er wordt vermoed dat dit kleurpatroon functioneel was als schutkleur in de woestijn. De Akhal-Teke heeft een smal hoofd met lange oren. Het paard heeft enigszins amandelvormige ogen. De manen en staart zijn dun. De lange rug is licht gespierd. De Akhal-Teke beschikt over een dunne huid, en sterke benen. De paarden hebben een slank lichaam met een diepe borst. De Akhal-Teke heeft een bijzonder goed uithoudingsvermogen. Dit werd in 1935 bevestigd toen een groep Turkmeense ruiters een afstand van 2500 mijl van Asjchabad naar Moskou aflegde in 84 dagen; ze volgden daarbij een traject van drie dagen door de woestijn zonder water. Verder staat de Akhal-Teke bekend als een goed springpaard. De Akhal-Teke is een origineel Turkmeens paardenras, dat oorspronkelijk gefokt werd door de Teke nomadenstam die van oudsher door de Karakum-woestijn trok. De belangrijkste fokkerij is in Asjchabad. De Akhal-Teke is het nationale symbool van Turkmenistan. De spelling Achal-Teké komt ook voor, overeenkomend met de uitspraak van de naam. De benaming Akhal-Teke is gebaseerd op de Russische spellingswijze van de Akhal-oase aan het Kopet-Dag gebergte waar de Teke nomaden grote delen van het jaar doorbrachten.

Bovenstaande wijsheden komen van Wikipedia en van BOKT.nl, een van de grootste paardenfora ter wereld. 

Metallic kleuren

Mijn dochter, fervent paardenliefhebber, eigenaar van een Arabier en westernrijder (en medewerker van Bokt.nl), vindt ze wel bijzonder maar ‘het is mijn smaak niet’, zegt ze. Ik zelf heb weinig verstand van paarden, maar ik sta vooral versteld van de kleur. Een paard met zo’n metallic kleur zie je nooit! Vooral de gouden kleur vind ik heel mooi. We komen bij de stallen waar deze paarden hier gefokt worden en ook gedresseerd en bereden. Het ras is als gezegd een van de symbolen van Turkmenistan en de president laat zich graag op en met deze dieren zien en fotograferen. In de stad hangen daar wel voorbeelden van. Ook staat er in de stad een groot standbeeld van tien van deze paarden, uiteraard uitgevoerd in goud(-kleur).

In de stallen zijn wij niet onder de indruk van de accommodatie. Het is niet erg schoon en er zijn heel veel vliegen. Als een paar mensen enkele paarden voor ons buiten showen, wordt het beter. De mannen laten de dieren wat kunstjes doen als draven, steigeren en op de grond wentelen in het stoffige zand. Ze zijn zo rank gebouwd dat ze een beetje hongerlijders lijken, je kunt de ribben tellen bij wijze van spreken, maar dat hoort zo. Ik maak een hele serie foto’s (66!), ook om mijn dochter te plezieren natuurlijk. Ze vindt ze dan wel niet mooi, maar alles wat met paarden te maken heeft, interesseert haar. 

’s Avonds gaat mijn vrouw niet mee naar het diner. Ze is erg moe. Ze eet wel wat waldkornkoeken (die we voor dit soort omstandigheden altijd bij ons hebben) en gedroogde meloen, kan thee zetten op de kamer, en vermaakt zich met het herinrichten van de koffer, de aantekeningen bijwerken, en wat lezen. Over wat ons morgen te wachten staat, bij voorbeeld. Konya-Urgench. 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

   

26 mei

Dag 5: Naar Dashoguz, Konya-Urgench, de mooiste overblijfselen van het oude Khorezm-rijk en de grens over naar Oezbekistan, naar Khiva

We gaan vandaag 600 km naar het noorden. We vliegen dit stuk, om tijd te winnen. Dwars over de Karakum-woestijn. Op zich niet verkeerd, want het zou je twee saaie dagen rijden kosten om dit stuk over land te doen. Sommige reisorganisaties, o.a. Koning Aap, doen dit, omdat er onderweg een merkwaardig fenomeen te zien is, namelijk de aardgaskrater van Derweze (Darwaza). De krater ligt midden in de woestijn Karakum op ongeveer 260 kilometer ten noorden van Asjchabad. De gasreserves hier behoren tot de grootste in de wereld. Tijdens het boren naar gas in 1971 vonden geologen per ongeluk een ondergrondse grot gevuld met aardgas. De grond onder de boortoren stortte in, waardoor een groot gat met een diameter van ongeveer 70 meter en een diepte van ongeveer 20 meter ontstond. Om ontlading van giftig gas te voorkomen, werd besloten het gas af te branden. Geologen hoopten dat het vuur uit zou gaan na een paar dagen, maar sindsdien brandt het gat nog steeds. Continue! Lokale bewoners gaven het gat de naam: Poort naar de Hel, verwijzend naar het vuur, kokende modder en oranje vlammen in de grote krater van Derweze. Vooral ’s nachts moet dit een fantastisch gezicht zijn. Wij zien dat dus niet, wij vliegen er hoog overheen, van Ashgabat naar Dashoguz, ook wel Dashovuz (of nog andere spellingswijzen als Dashauz). 

Heel vroeg op

Voor die vlucht moeten we vroeg op. Heel vroeg. We staan op en douchen om drie uur (03.00 uur!) en om vier uur zitten we met een ontbijtpakketje op schoot in de bus naar het vliegveld. Om zes uur vertrekt het vliegtuig en een uurtje later landen we in Dashoguz. Deze stad van meer dan 240000 inwoners ligt aan de spoorlijn van Ashgabat naar Moskou. Ons doel, Konya-Urgench, ligt nog 100 km verder naar het noorden. Omdat we straks zullen gaan lunchen in Dashoguz bestellen we in het hotel waar we nu koffie drinken ook alvast de lunch, zodat we straks sneller klaar zijn. Dat is de bedoeling. De koffie valt er goed in na deze vroege reveille en na de vroege vlucht met o.a. de nutteloze “security” die je moet ondergaan voor elke vlucht. Alles wordt gecontroleerd maar niets echt serieus, lijkt het. De man en de vrouw achter de koffer-scan bij voorbeeld, zitten van alles te doen maar niet op hun monitor te kijken. 

De mooiste overblijfselen van het oude Khorezm-rijk (ook: Chorasmië)

In de bus doe ik nog wel een oogje dicht; de rit duurt anderhalf uur, en onderweg is niet echt veel moois te zien. (Zo nu en dan keek ik even door mijn oogharen). Konya-Urgench is een stad met ongeveer 30.000 inwoners in het uiterste noordoosten van Turkmenistan, tegen de grens met Kazachstan, en bezit enkele van de mooiste overblijfselen van het oude Khorezm-rijk (ook: Chorasmië), één van de oorspronkelijke Centraal-Aziatische rijken. Beroemde wetenschappers als Avicenna en Al Beruni verbleven ooit in deze stad. De belangrijkste bezienswaardigheden zijn de Kutlug Timur minaret, de mausolea van Tubarek Khanum, van Sultan Tekesh en van Fakhr-ad-din Razi en versterkingsmuren. Hier stond ook de historische stad Urganch (Oezbeekse spelling van Urgench), de hoofdstad van Chorasmië. Sinds 2005 staat het historische Oud Urgench op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

De bloeitijd van Oud Urgench was van begin 12e eeuw tot 1221, het was destijds het centrum van de islamitische wereld.  Toen veroverde Dzjengis Khan de stad en maakte die met de grond gelijk. De stad werd hierna herbouwd, maar later weer verwoest door Timoer Lenk rond 1370. De rivier de Amu Darja, waar de stad aan lag, wijzigde zijn loop in 1576, waardoor Oud Urgench vervangen werd door Urganch, gelegen in het tegenwoordige Oezbekistan. Daar zullen we later op de dag met de bus nog langs komen. Oud Urgench lag aan de Zijderoute, de belangrijke middeleeuwse verbinding tussen de westerse en de oosterse culturen. Intussen wordt Oud Urgench gezien als een van de belangrijkste archeologische complexen van Turkmenistan. De monumenten dateren van de 11e tot de 16e eeuw.

Wandeling over het archeologische complex

Al die oude overblijfselen gaan wij op ons gemak bekijken. De bus brengt ons naar een beginpunt en vervolgens lopen we over het uitgestrekte terrein van de ene naar de andere archeologische  ‘site’ en worden dan verderop door de bus weer opgepikt. Het is al weer heet, dus ik neem twee flesjes water mee. 

Turabek-Khanum Mausoleum 

  

                                                            

 

We beginnen bij het Turabek-Khanum Mausoleum in het noordelijke deel van de oude Urgench. De moskee wordt ook wel de grafmoskee van de soefi-dynastie genoemd. Het is sinds 2005 werelderfgoed.  Als we er aankomen, is een schoolklas met een paar juffen net klaar met hun bezoek. Natuurlijk moeten de kinderen op de foto. Ook met ons. Riet staat nog eens weer tussen de kinderen. Maar dan het mausoleum. Het is genoemd naar Turabek-Khanum, de vrouw van Kutlug-Timur, die regeerde tussen 1321 en 1336.  Volgens kenners is dit een zeer geavanceerd stuk architectuur. Een van de meest indrukwekkende architectonische kenmerken van het mausoleum is de ronde koepel die de grote zaal bedekt. De koepel is aan de binnenkant bedekt met kleurrijke mozaïeken met ingewikkelde ornamentele patronen bestaande uit bloemen en sterren.  Het doel ervan was het creëren van een visueel beeld van de hemelen. Het kleurrijke mozaïek met als hoofdkleur blauw moet wel je bewondering opwekken. Als je ziet de ingewikkeldheid van het patroon: als je het met je hoofd in de nek probeert te volgen met je ogen word je duizelig. De binnenkoepel is nog intact, de buitenkoepel staat nog slechts voor een klein deel overeind, te pronken met prachtige azuurblauwe tegels. De decoratie die we in Oezbekistan de komende dagen zo veel zullen zien.

   

   

binnenkoepel is nog intact                                             een vrouw daalt af in de 'crypte' 

 buitenkoepel

 duizelingwekkend motief

 detail binnenkant v.d. binnenkoepel

 koepel en wanden

 detail

  

nogmaals Turabek-Khanum Mausoleum

 prachtige versieringen

 

Op weg naar de minaret kijk ik nog een keer om naar dit prachtige bouwwerk. 




 minaret van Kutlug Timur

 

  

Onderweg naar de minaret passeren we enkele eenvoudige graven. De hoge minaret komt dichterbij. 

  

Foto? Ja hoor.                                                De minaret van onderaf gezien

      

Als ik met de telelens omhoog ga langs de wand, zie ik diverse verschillende versieringen.

 graven onder bij de minaret

 

                     

De minaret met op de achtergrond nog het mausoleum dat we zo straks bezocht hebben. 

 

Van waar we  staan bij het mausoleum kunnen we de hoge minaret van Kutlug Timur al zien. Niet zo vreemd want het is met 60 m hoogte het hoogste bouwwerk van het hele complex en van Centraal Azië. Aan de basis is de diameter 12 en bovenaan slechts 2 meter. Bovenop schijnt nog een bouwwerkje gestaan te hebben, want de top maakt door de telelens een onaffe indruk. De toren dateert uit de 11e en 12e eeuw. Langs een keurig aangelegd pad lopen we er naartoe, langs struikachtige boompjes in een verder leeg woestijnlandschap. Om de toren liggen wat graven. Pas gerestaureerd zo te zien. Een vrouw in een felblauwe japon, een kleur die uitstekend past bij deze bouwwerken, loopt ceremoniële rondjes om een koepelgraf, met haar hand langs de stenen strijkend. 



 

 

 

 

 

Mausoleum van Sultan Tekesh

Het mausoleum van Sultan Tekesh uit de 12e eeuw (1172-1200) staat in de steigers. Een houten bouwwerk dat de koepel bijna aan het oog onttrekt. De bovenkant van de koepel is nog spaarzaam bedekt met blauw geglazuurde bakstenen. Hier mag inderdaad wel wat aan gebeuren, wil het nog een aantal jaren meekunnen. Het gebouw is nu uiteraard niet toegankelijk. Het is het –veronderstelde- graf van Sultan Ala al-din Tekesh, de oprichter van het  Khorezm rijk en de bestuurder daarvan van 1172 tot 1200. De koepels van dit mausoleum en die we nog tegenkomen langs dit pad, hebben een kegelvormige koepel. Ze zijn vandaag niet toegankelijk. Waarschijnlijk is er binnen ook niet veel te zien.

 stalactietversieringen

 geen high tech steigerbouw

 

 

  

Mausoleum van Fakhr-ad-din Razi

   

fraaie dames bij nog enkele mausolea

   

boven: detail van het mausoleum rechts

   

Zout op de grond; verzilting is een groot probleem in deze Centraal-Aziatische landen.       Aardbevingen ook trouwens: kijk wat een scheur in dit bouwwerk ontstaan is. 

 

Verder lopend kom je langs stukken van een vestingmuur. We gaan nog maar eens weer op de foto met een groepje dames die dat graag willen. En zo komen we langzamerhand weer bij de bus. We rijden dus anderhalf uur terug naar Dashoguz, waar we onze bestelde lunch gebruiken. Ik heb een kop ‘lagman’, dat is een soort maaltijdsoep met veel groenten, vlees en pasta. Heel smakelijk en voedzaam en goed voor de dorst. Riet heeft een kleine pizza. Hoewel klein…

 




 

NAAR OEZBEKISTAN

Na de lunch rijden we in een kwartiertje naar de grens met Oezbekistan. We nemen afscheid van onze schone Helena en van de chauffeur. Over beiden niets dan lof. Het verkeer heeft hier wel wat andere mores dan bij ons, maar ik heb me geen moment onveilig gevoeld bij deze chauffeur. 

Dan beginnen een paar stoere uurtjes. Een grens passeer je hier niet zomaar. Dat duurt hier zomaar uren. 

 

 

Hoe het verder ging met het passeren van de grens en wat we in Oezbekistan allemaal hebben gezien, staat op de pagina Centraal Azië, Langs de Zijderoute; OEZBEKISTAN. 

 


 

 

 

 Op deze pagina kunt u de hele fotoreportage over Turkmenistan nog eens bekijken maar dan zonder tekst. 

 Je kunt de foto's aanklikken en door zoomen verder vergroten. 

 

 

  • PENT0374PENT0374
  • PENT0374APENT0374A
  • PENT0378PENT0378
  • PENT0382PENT0382
  • PENT0383PENT0383
  • PENT0384PENT0384
  • PENT0385PENT0385
  • PENT0389PENT0389
  • PENT0390PENT0390
  • PENT0392PENT0392
  • PENT0393PENT0393
  • PENT0394APENT0394A
  • PENT0394BPENT0394B
  • PENT0394CPENT0394C
  • PENT0394DPENT0394D
  • PENT0394EPENT0394E
  • PENT0394FPENT0394F
  • PENT0394GPENT0394G
  • PENT0397PENT0397
  • PENT0400PENT0400
  • PENT0404PENT0404
  • PENT0406PENT0406
  • PENT0409PENT0409
  • PENT0413PENT0413
  • PENT0415PENT0415
  • PENT0419PENT0419
  • PENT0423PENT0423
  • PENT0424PENT0424
  • PENT0431PENT0431
  • PENT0434PENT0434
  • PENT0436PENT0436
  • PENT0438PENT0438
  • PENT0441PENT0441
  • PENT0447PENT0447
  • PENT0454PENT0454
  • PENT0455PENT0455
  • PENT0468PENT0468
  • PENT0469PENT0469
  • PENT0471PENT0471
  • PENT0472PENT0472
  • PENT0472APENT0472A
  • PENT0474PENT0474
  • PENT0475PENT0475
  • PENT0478PENT0478
  • PENT0482PENT0482
  • PENT0483PENT0483
  • PENT0484PENT0484
  • PENT0487PENT0487
  • PENT0488PENT0488
  • PENT0491PENT0491
  • PENT0492PENT0492
  • PENT0494PENT0494
  • PENT0495PENT0495
  • PENT0497PENT0497
  • PENT0498PENT0498
  • PENT0499PENT0499
  • PENT0500PENT0500
  • PENT0501PENT0501
  • PENT0503PENT0503
  • PENT0506PENT0506
  • PENT0509PENT0509
  • PENT0510PENT0510
  • PENT0511PENT0511
  • PENT0513PENT0513
  • PENT0516PENT0516
  • PENT0517PENT0517
  • PENT0518PENT0518
  • PENT0520PENT0520
  • PENT0522PENT0522
  • PENT0523PENT0523
  • PENT0525PENT0525
  • PENT0530PENT0530
  • PENT0531PENT0531
  • PENT0532PENT0532
  • PENT0533APENT0533A
  • PENT0534PENT0534
  • PENT0536PENT0536
  • PENT0537PENT0537
  • PENT0538PENT0538
  • PENT0541PENT0541
  • PENT0545PENT0545
  • PENT0550PENT0550
  • PENT0552PENT0552
  • PENT0555PENT0555
  • PENT0556PENT0556
  • PENT0559PENT0559
  • PENT0560PENT0560
  • PENT0560APENT0560A
  • PENT0561PENT0561
  • PENT0563ApanPENT0563Apan
  • PENT0564panoramaPENT0564panorama
  • PENT0568PENT0568
  • PENT0569PENT0569
  • PENT0572PENT0572
  • PENT0574PENT0574
  • PENT0575PENT0575
  • PENT0580PENT0580
  • PENT0583PENT0583
  • PENT0594PENT0594
  • PENT0598PENT0598
  • PENT0599PENT0599
  • PENT0601PENT0601
  • PENT0601APENT0601A
  • PENT0605PENT0605
  • PENT0607PENT0607
  • PENT0608PENT0608
  • PENT0613PENT0613
  • PENT0618PENT0618
  • PENT0618APENT0618A
  • PENT0626PENT0626
  • PENT0632PENT0632
  • PENT0632APENT0632A
  • PENT0633PENT0633
  • PENT0633APENT0633A
  • PENT0638PENT0638
  • PENT0643PENT0643
  • PENT0645PENT0645
  • PENT0647APENT0647A
  • PENT0649PENT0649
  • PENT0652PENT0652
  • PENT0654PENT0654
  • PENT0654APENT0654A
  • PENT0661PENT0661
  • PENT0662PENT0662
  • PENT0663PENT0663
  • PENT0664PENT0664
  • PENT0664APENT0664A
  • PENT0664BPENT0664B
  • PENT0664CPENT0664C
  • PENT0664DPENT0664D
  • PENT0665PENT0665
  • PENT0669PENT0669
  • PENT0674PENT0674
  • PENT0677PENT0677
  • PENT0680PENT0680
  • PENT0681PENT0681
  • PENT0691PENT0691
  • PENT0694PENT0694
  • PENT0697PENT0697
  • PENT0698PENT0698
  • PENT0705PENT0705
  • PENT0707PENT0707
  • PENT0713PENT0713
  • PENT0713APENT0713A
  • PENT0714PENT0714
  • PENT0722PENT0722
  • PENT0725PENT0725
  • PENT0726PENT0726
  • PENT0726APENT0726A
  • PENT0731PENT0731
  • PENT0735PENT0735
  • PENT0738PENT0738
  • PENT0744PENT0744
  • PENT0745PENT0745
  • PENT0748PENT0748
  • PENT0750PENT0750
  • PENT0753PENT0753
  • PENT0755PENT0755
  • PENT0761PENT0761
  • PENT0762PENT0762
  • PENT0766PENT0766
  • PENT0766APENT0766A
  • PENT0766BPENT0766B
  • PENT0766CPENT0766C
  • PENT0768PENT0768
  • PENT0770PENT0770
  • PENT0775PENT0775
  • PENT0776PENT0776
  • PENT0776APENT0776A
  • PENT0779PENT0779
  • PENT0782PENT0782
  • PENT0785PENT0785
  • PENT0787PENT0787
  • PENT0789PENT0789
  • PENT0794PENT0794
  • PENT0800APENT0800A
  • PENT0800BPENT0800B
  • PENT0800CPENT0800C
  • PENT0800DPENT0800D
  • PENT0800EPENT0800E
  • PENT0800FPENT0800F
  • PENT0800GPENT0800G
  • PENT0803PENT0803
  • PENT0811PENT0811
  • PENT0813PENT0813
  • PENT0815PENT0815
  • PENT0816PENT0816
  • PENT0818PENT0818
  • PENT0826PENT0826
  • PENT0827PENT0827
  • PENT0828PENT0828
  • PENT0831PENT0831
  • PENT0834PENT0834
  • PENT0836PENT0836
  • PENT0837PENT0837
  • PENT0841PENT0841
  • PENT0845PENT0845
  • PENT0848PENT0848
  • PENT0850PENT0850
  • PENT0850APENT0850A
  • PENT0850BPENT0850B
  • PENT0854PENT0854
  • PENT0855PENT0855
  • PENT0857PENT0857
  • PENT0858PENT0858
  • PENT0860PENT0860
  • PENT0861PENT0861
  • PENT0863PENT0863
  • PENT0864PENT0864
  • PENT0865PENT0865
  • PENT0867PENT0867
  • PENT0868PENT0868
  • PENT0869PENT0869
  • PENT0871PENT0871
  • PENT0872PENT0872
  • PENT0874panoramaPENT0874panorama
  • PENT0877panoramaPENT0877panorama
  • PENT0878PENT0878
  • PENT0879PENT0879
  • PENT0880PENT0880
  • PENT0882PENT0882
  • PENT0883PENT0883
  • PENT0883APENT0883A
  • PENT0883BPENT0883B
  • PENT0883CPENT0883C
  • PENT0885PENT0885
  • PENT0888PENT0888
  • PENT0890PENT0890
  • PENT0890APENT0890A
  • PENT0891PENT0891
  • PENT0893PENT0893
  • PENT0894PENT0894
  • PENT0895PENT0895
  • PENT0896PENT0896
  • PENT0900PENT0900
  • PENT0901PENT0901
  • PENT0902PENT0902
  • PENT0904PENT0904
  • PENT0906PENT0906
  • PENT0910PENT0910
  • PENT0911PENT0911
  • PENT0912PENT0912
  • PENT0916PENT0916
  • PENT0919PENT0919
  • PENT0919APENT0919A
  • PENT0922APENT0922A
  • PENT0939PENT0939
  • PENT0943PENT0943
  • PENT0952PENT0952
  • PENT0965PENT0965
  • PENT0969PENT0969
  • PENT0973PENT0973
  • PENT0980PENT0980
  • PENT0984PENT0984
  • PENT0985PENT0985
  • PENT0990PENT0990
  • PENT0992PENT0992
  • PENT0993PENT0993
  • PENT1006PENT1006
  • PENT1010PENT1010
  • PENT1012PENT1012
  • PENT1014PENT1014
  • PENT1015PENT1015
  • PENT1018PENT1018
  • PENT1019PENT1019
  • PENT1020PENT1020
  • PENT1023PENT1023
  • PENT1028PENT1028
  • PENT1029PENT1029
  • PENT1032PENT1032
  • PENT1035PENT1035
  • PENT1044PENT1044
  • PENT1047PENT1047
  • PENT1048PENT1048
  • PENT1053PENT1053
  • PENT1057PENT1057
  • PENT1058PENT1058
  • PENT1059PENT1059
  • PENT1062PENT1062
  • PENT1063PENT1063
  • PENT1066PENT1066
  • PENT1067PENT1067
  • PENT1068PENT1068
  • PENT1070PENT1070
  • PENT1072PENT1072
  • PENT1074PENT1074
  • PENT1075PENT1075
  • PENT1076PENT1076
  • PENT1078PENT1078
  • PENT1079PENT1079
  • PENT1080PENT1080
  • PENT1081PENT1081
  • PENT1082PENT1082
  • PENT1084PENT1084
  • PENT1086PENT1086
  • PENT1087PENT1087
  • PENT1089PENT1089
  • PENT1091PENT1091
  • PENT1092PENT1092
  • PENT1095PENT1095
  • PENT1098PENT1098

 

 

 

 

naar boven