Rondje Oostzee: Duitsland, Polen, Litouwen, Letland, Estland, Finland, Zweden, Denemarken

on 09 augustus 2018
Hits: 734

De Historische Hanzeroute: Duitsland, Polen, Litouwen, Letland, Estland, Finland, Zweden en Denemarken


Rondje Oostzee. Of: een tocht door Duitsland, Polen, Litouwen, Letland, Estland, Finland, Zweden en Denemarken, met als samenbindend thema: de rijkdom van de Hanzesteden in dit gebied en wat er nu nog van over is. In negentien dagen, in mei-juni 2018,  bezochten we 13 hotels en maakten we wandelingen, meestal met toelichting van deskundige gidsen, in o.a. Rostock, Szczecin, Gdansk, het Malbork kasteel, Vilnius, het Rundale paleis, Riga, Sigulda, Pärnu, Tallinn, Helsinki, Stockholm, Kalmar, Malmö, Kopenhagen, Lübeck en Hamburg.
In dit artikel krijgt u veel informatie over de Hanze, over de bezochte steden en plaatsen en vooral ook weer veel foto's! 

DIT ARTIKEL IS NOG IN OPBOUW! HET WORDT DUS NOG UITGEBREID. KOM DAAROM NOG EENS TERUG!

 Het streven is om dit omvangrijke artikel dit najaar (2018) gereed te hebben... 

 

 

 

 De historische Hanzeroute

 

 
Tocht langs  Hanzesteden en andere plaatsen rondom de Oostzee en Baltische Zee.


In mei-juni van 2018 maken wij met reisorganisatie SRC in Groningen een busreis van plm. 4200 km rond de Oostzee. We hebben de beschikking over een zgn. first class bus, dat is een bus voorzien van leren fauteuils in een opstelling van een rij van twee en een rij van één stoel in de breedte. In totaal konden er geloof ik zo’n veertig personen in maar onze groep bestond slechts uit 19 personen plus een reisleider van SRC en uiteraard de chauffeur. We hadden dus alle ruimte. Natuurlijk was er een toilet voor noodgevallen en koffie- en theemogelijkheid aanwezig. Voorin was altijd gekoeld water (tegen betaling).


We bezoeken tijdens de reis van 19 dagen in totaal 13 hotels, de overnachting op de boot van Tallinn naar Stockholm meegerekend. We slapen maximaal twee nachten in één hotel. De hotels zijn alle van goede kwaliteit, maar verschillen onderling nogal, bij voorbeeld qua dienstverlening, de kwaliteit van de bedden en het ontbijt, de grootte van de kamer en de ligging. Soms is die ligging niet fijn bij voorbeeld aan de rand van een industrieterrein, maar dan wel dicht bij het centrum van de te bezoeken stad. Enkele hotels sprongen eruit qua sfeer. Ik denk aan het fraaie hotel Gut Gremmelin in Noord-Duitsland en het oude maar fijne Stadshotell in het Zweedse Kalmar.

 de SRC-bus in Rostock (Duitsland)

 

 en in Olsztyn (Polen)

 en in Riga (Letland) 

 


De reis vertrok vanuit Groningen. Dat maakte deze verre reis voor ons apart, want tot nu toe startten al onze verre reizen met een vlucht vanaf Schiphol. Nu reisden we relaxt met de trein naar Groningen, namen eerst nog een lekkere cappuccino bij Bartisto en toen reed de bus voor. Het niet hoeven rondhangen op vliegvelden en niet uren in een te krappe vliegtuigstoel zitten ervoeren wij als een groot voordeel. De vakantie begon al echt op dag 1.
De hele tocht werden we door dezelfde chauffeur van busmaatschappij Lanting gereden. De reisleider van de reisorganisatie SRC-Cultuurreizen in Groningen was de hele tocht onze organisator en gids. Over beide heren niets dan goeds!


Het verbindende thema van deze reis was: De Duitse Hanze. In totaal bezochten we 13 steden, waarin we een stadswandeling maakten. Daaronder ook een paar steden die niet Hanze-steden waren, zoals Helsinki en Kopenhagen. De laatste was juist een duidelijke opponent van de Hanze, maar paste daarom ook weer wel in het thema. En ook enkele bezienswaardigheden die niet meteen met de Hanze te maken hadden maar wel “op onze weg kwamen”, hebben we natuurlijk bezocht, zoals het kasteel Malbork en het paleis Rundale.





BOEKEN

Als voorbereiding op een reis (her)lees ik vaak een of meer boeken die me alvast in de sfeer kunnen brengen. ik heb het dan niet over de reisgidsen en reisblogs etc. maar over romans of historische verhalen.

Ik doe hier een paar suggesties:

Verderop noem ik een paar keer het boek van Jan Brokken: Baltische zielen.

Dit boek vertelt veel over de sfeer van de te bezoeken landen, over de historische achtergronden en over beroemde en/of karakteristieke personen uit de Baltische landen. Zeer aanbevolen!

Wat lichter van toon is Henning Mankell: Honden van Riga. Dit spannende, tamelijk vroege boek uit de beroemde serie over inspecteur Wallander doet Wallander belanden in het Riga van de overgang van Sovjetstaat naar onafhankelijke natie, of liever in de aanloop naar die omwenteling. Juist die onbestemdheid: welke kant zal het opgaan?, wat zullen de Russen doen? wie is te vertrouwen en wie heult met de bezetter? juist die vragen beheersen het boek. Daarom niet alleen om de spanning maar ook als achtergrondliteratuur zeer aanbevolen. 

Ten slotte noem ik een wat ouder boek dat ik heel lang geleden voor het eerst las en dat ik weer opdiepte van een van mijn boekenplanken: Aar van de Werfhorst: Volcmar de Ommelandvaarder

Vast niet meer nieuw te koop maar wellicht op boekwinkeltjes.nl. Het boek schetst het rauwe en bewogen leven van Volcmar, een visser van het eilandje Ens. Eiland ja, want dit boek speelt in de hoogtijjaren van de Hanze: 13e á 15e eeuw; (het boek laat de tijd in het midden).  Vanuit de rijke en machtige Hanzestad Kampen maakt Volcmar vooral reizen naar Gotland, dat voor de Zweedse kust ligt. Ook het lezen van dit boek kan ik aanbevelen, hoewel het natuurlijk al wat ouder is. (1938). 

 

Een boek waar ik zelf nog niet aan toegekomen ben is Koggen, Kooplieden en Kantoren
De Hanze, een praktisch netwerk, door Hanno Brand. Dit benadert de Hanze wetenschappelijk. 

 

Op Bibliotheek.nl staan veel meer titels over de Hanze, ook kinderboeken. 

 



Als reisgids gebruikten wij naar tevredenheid de Capitool reisgids Estland, Letland & Litouwen

 


Nu eerst iets meer over de Hanze.



De Hanze


(bronnen: diverse internetsites)
In Nederland kennen wij natuurlijk onze trotse Hanzesteden: Groningen, Hattem, Zutphen, Kampen (de rijkste en machtigste), Hasselt, Harderwijk, Elburg maar ook Zwolle en Venlo, en nog meer. De steden dreven vooral handel met Duitse steden en steden rond de Oostzee. Ze werkten daartoe onderling nauw samen met steden in Duitsland, België, de Baltische Staten, Noorwegen en Polen. De handel betrof voornamelijk zout, granen, vis, hout, wijn, bier, dierenhuiden en laken. Het Hanzeverbond duurde van ongeveer de 12e tot de 16e eeuw.


Voor de zogenaamde Duitse Hanze (of Hanza = iets als ‘groep’) was het Zweedse eiland Gotland aanvankelijk het centrum waar handel met lokale handelaren werd gedreven door kooplieden uit Denemarken, Lübeck en later Westfalen. Vanuit Gotland werd ook handel gedreven met Engeland, Vlaanderen. Er waren ook andere Hanze-verbanden maar de Duitse Hanze is echter veruit de belangrijkste en bekendste en wordt vaak kortweg de Hanze genoemd. Deze vormde zich om van koopliedenassociatie tot stedenverbond, en bestond op het hoogtepunt uit ca. 200 steden, van Londen tot Novgorod. Ongeveer 70 steden namen volledig deel terwijl de overige associatieverdragen sloten. De Hanze probeerde door uitschakeling van concurrenten en onderdrukking van opkomende handelscentra een monopoliepositie te verwerven in het handelsverkeer: opkopen in productiegebieden, vervoeren, en verkopen in afzetgebieden van metalen, granen, hout, huiden, wol, wijn, zout en kruiden. Daarnaast verwierf zij het recht van stapel in de havens waar deze producten voor verscheping en ontscheping werden verzameld en opgeslagen.


Sommigen zien de Hanze als een soort voorloper van de Europese Economische Gemeenschap, de EEG, voorloper van de Europese Unie. Die vergelijking gaat slechts ten dele op. De Hanze was oorspronkelijk niet formeel georganiseerd. Op onregelmatige tijden werden er bijeenkomsten gehouden, Hanzedagen genoemd, waaraan afgevaardigden van de deelnemende steden deelnamen. Steden in Holland en Zeeland kwamen maar een enkele keer naar de bijeenkomsten, terwijl de Oost-Nederlandse steden veel trouwer waren.
De Hanze was een geheel op vrijwillige leest geschoeid samenwerkingsverband. Niemand werd gedwongen lid te worden of te blijven. Er was geen centrale instantie die regels of richtlijnen oplegde. Steden die lid werden, voeren dan ook meestal een eigen koers. In Nederland was Kampen zo'n stad die er eigen regels op nahield: zij probeerde zelf verbonden te sluiten met Noorwegen en Vlaanderen en trad pas in 1441 formeel toe tot de Hanze.


In de veertiende eeuw bereikte de Hanze een hoogtepunt met samenwerkingsverbanden van kooplieden rond Lübeck, Westfalen, Saksen, en het gebied van de Baltische Duitse Orde. Deze Duitse Hanze werd voor het eerst in 1343 formeel genoemd in een oorkonde van de Zweedse koning Magnus II. Vanaf de eerste algemene vergadering in Lübeck in 1356 was er sprake van een verbond van steden in plaats van onafhankelijke handelaren. Onofficieel leider van de Hanze was Lübeck. Daarnaast waren Hamburg, Keulen, Dortmund, Brugge, Bergen (Noorwegen), Danzig, Riga en Reval (nu Tallinn) belangrijke Hanzeatische centra.
De Hanze als stedenverbond was allereerst een teken van de opkomende macht van de steden in Noord-Europa, die inzagen dat ze hun eigen belangen nog beter gezamenlijk met andere steden konden behartigen. Daarbij zochten ze dus niet hun heil bij hun afzonderlijke landsheren. De Duitse keizer en ook de Deense (inclusief Noorwegen), Zweedse en Engelse koningen en hun leenmannen konden hier weinig macht tegenover stellen.


Onder streng toezicht van de Hanze bouwden Duitse kolonisten vele Hanzesteden op en rond de oostelijke Oostzeekust, zoals Danzig (Gdańsk), Elbing (Elbląg), Thorn (Toruń), Reval (Tallinn), Riga en Dorpat (Tartu). In een aantal van deze steden zijn nog sporen van de Hanze terug te vinden, zoals de gotische bouwkunst die in geheel Europa geïntroduceerd werd als gevolg van het grote handelsverbond. De meeste steden werden onder Lübeck gesticht, waardoor ze zich voor alle juridische zaken tot het kabinet van Lübeck moesten richten. De Lijflandse Confederatie, die delen van het huidige Estland en Letland omvatte, had haar eigen Hanzeparlement. Alle grote steden uit deze confederatie werden lid van de Hanze. De lingua franca van de handel was Middelnederduits.


Het hoogtij van de Hanze viel in het midden van de vijftiende eeuw. Het gebied van de Hanze strekte zich toen uit van de mondingen van de Rijn en Maas in het zuiden, bijvoorbeeld de Engelse steden Norwich en Hull in het westen, tot ver in Finland in het noorden, en Reval (Tallinn) in het oosten. De Hanze had een losse structuur, maar de leden deelden enkele karakteristieken. Zo waren de meeste Hanzesteden onafhankelijk begonnen of werden ze onafhankelijk door de collectieve onderhandelingskracht van de Hanze. Die onafhankelijkheid kende wel grenzen: de vrije rijkssteden moesten trouw zijn aan het Heilige Roomse Rijk, zonder banden met de lokale adel.
Een andere overeenkomst was de strategische locaties van de steden langs de verschillende handelsroutes. Op het hoogtepunt van hun macht wisten de handelaren van de Hanze met hun economische invloed, en soms militair machtsvertoon, het beleid van het rijk te beïnvloeden.
Op onze reis kregen wij nog veel meer informatie over de Hanze, over de overige geschiedenis van de steden en streken die we aandeden of passeerden.

Op internet is ook nog veel meer informatie over deze onderwerpen te vinden. Ik laat het hier even bij wat betreft de introductie tot de Hanze.

 

Op de volgende pagina's leest u het

REISVERSLAG VAN DAG TOT DAG

 



REISVERSLAG VAN DAG TOT DAG

 

 


Dag 1: Via Groningen naar Gremmelin in Duitsland (za 19 mei)


De eerste dag rijden we 470 km (vanaf Groningen) naar het Duitse dorp Gremmelin, waar een fraai hotel staat: Gut Gremmelin (Landgoed Gremmelin). Het dorp stelt niet veel voor maar het landgoedhotel is uitstekend. Zo’n hotel waar je nog wel een paar dagen zou willen vertoeven. De kamers zijn ondergebracht in drie aparte gebouwen, zeg maar landhuizen, rond een groot grasveld/ plein. We zijn hier in voormalig Oost-Duitsland, in de provincie Mecklenburg-Vorpommern. Er is een grote tuin bij die grenst aan een meer.
Gaandeweg is het sombere weer uit Nederland overgegaan in zonnig warm weer hier. Dit weer zullen we de hele vakantie houden. Het buffetdiner is van een uitstekende kwaliteit. Vooral de warm gerookte en gegrilde zalm met asperges is heel smakelijk.
Na het eten wandelen we door de tuin en door het dorpje. In het dorp staan nog wel huizen die aan de DDR-tijd doen denken.

  hotel Gut Gremmelin (D)

 de heerlijke tuin aan het meer bij het hotel

 in het dorpje Gremmelin (D)


 

 

Dag 2: Het oude centrum van Rostock en naar het Poolse Szczecin (zo 20 mei)


Na een goede nachtrust en dito ontbijt zet de bus ons af aan de Kröpeliner Tor in de havenstad Rostock. Dat is net binnen de verkeersring die de oude binnenstad omsluit. Daar beginnen we onze eerste stadswandeling. We dalen eerst af richting de rivier waar we een aantal gebouwen zien in een soort neo-gotische stijl, een poging om nieuwe bouw toch een enigszins retro gezicht te geven. Ik vind de gebouwen niet zo geslaagd. Zo’n nep-gotische en ook nog loze gevel bovenop een flatgebouw van tien verdiepingen, nee, mooi is anders. Maar misschien ben ik te streng. Ik moet bedenken dat de stad in de Tweede Wereldoorlog door bombardementen zwaar beschadigd werd en na de oorlog in de DDR lag. Het communistische bewind ruimde het puin, maar had andere prioriteiten dan restauratie c.q. herbouw van oude panden. Liever bouwde men fantasieloze woonkazernes, de beruchte ‘Plattenbau’. Ze zijn er nog, al zijn ze nu vrolijk geschilderd en opgeknapt. Pas na de Wende werd de binnenstad rigoureus opgeknapt en als je de mislukte pogingen tot oproepen van een te ver verleden wegdenkt, is het best een aardige stad.

  

Niet alle pogingen tot het laten herleven van het Hanze-tijdperk vind ik geslaagd in Rostock

maar verder is Rostock een mooie stad, glorierijk herrezen na de communistische DDR-tijd

 aan het Universitätsplatz

 

 pand met Jugendstil elementen

 


Rostock is de grootste stad van de deelstaat Mecklenburg-Vorpommern en telt 204.167 inwoners. Rostock ligt in het noorden van Mecklenburg aan de Warnow. Het 12 kilometer lange gedeelte hiervan tussen het centrum van Rostock en de kust wordt Unterwarnow genoemd, en is bevaarbaar. Aan de monding van de Warnow liggen het stadsdeel Warnemünde en de haven van Rostock, die de derde Duitse Oostzeehaven in grootte is, na Kiel en Lübeck. Rostock wordt voor het eerst genoemd in 1160. Er was toen een Slavische nederzetting genaamd Roztoc aan de Warnow. In 1189 is er voor het eerst sprake van een Duitse nederzetting op de andere oever. Deze plaats heeft in elk geval sinds 1218, maar waarschijnlijk al eerder, stadsrechten.


Rostock was een lid van de Hanze, en werd daarmee in de Middeleeuwen een rijke stad. Eind vijftiende eeuw werd de tot dan toe onafhankelijke stad veroverd door de hertog van Mecklenburg. Door blijvende ruzies tussen de stad en de hertogen en plunderingen verloor de stad geleidelijk aan haar macht. In de negentiende eeuw raakte Rostock weer in opkomst door een bloei van de scheepsbouw.


In de jaren twintig werden in Rostock de vliegtuigfabrieken van Heinkel gevestigd. Na de machtsovername door de Nationaalsocialisten werd de vliegtuigproductie sterk opgevoerd, en groeide de stad snel. In de Tweede Wereldoorlog werd de binnenstad door de geallieerden zwaar gebombardeerd, maar weer opgebouwd. Na de oorlog ging de groei door, in deze periode werd onder meer de zeehaven gebouwd, de belangrijkste zeehaven van de DDR. Na de Duitse hereniging van 1990 verloor Rostock zijn bijzondere positie. Het inwoneraantal nam sterk af, vooral door emigratie naar het rijkere westen van Duitsland.


We komen op het Universitätsplatz, waar men bezig een soort toeristische markt op te bouwen, met veel witte tentjes die helaas het zicht op veel moois in de weg zitten. Ook vlak voor de mooie Universiteitsgebouwen staan die witte tenten. Ik kan toch nog wat foto’s maken. De universiteit van Rostock werd al in 1419 gesticht, en is daarmee de oudste universiteit van Noord-Europa.

   

de universiteit, (half verscholen achter de puntdaken van een manifestatie op het plein


We wandelen terug en drinken koffie met aardbeiengebak in de Kröpelinerstrasse. Daarna bezoeken we de Marienkirche. De Marienkirche is de hoofdkerk van Rostock en een belangrijk bouwwerk uit de Noord-Duitse baksteengotiek. De gedrongen bouwstijl van de Marienkirche uit zich in het grote schip en het imposante westwerk met een zware toren. In het oorspronkelijke plan was er sprake van een tweede toren, maar deze is nooit gebouwd. Al in de vroege 13e eeuw begon met een kerk op de huidige plaats te bouwen. In 1279 kwam een vroeg-gotische driehallenkerk tot stand, waar later een kapellenkrans en dwarsschip aan werden toegevoegd. In 1454 was de kerk in zijn huidige toestand klaar.
Onder de bezienswaardigheden van het kerkinterieur (vrijwillige bijdrage €2) is er ten eerste het zeer fraaie vleugelaltaar, dat afkomstig is uit de geprofaneerde Nicolaikirche. Dit 16e eeuwse altaar heeft gesneden en beschilderde figuren die samen het lijden van Christus uitbeelden. Daarnaast is er een kostbare bronzen ‘Taufkessel’, een doopvont, dat al uit 1290 dateert (!) en een mooie preekstoel uit 1574. Het midden 18e eeuwse orgel ziet er imponerend uit, en vult de ruimte van beneden tot in de nok. Ongetwijfeld zal het geluid de hele kerkruimte kunnen vullen met z’n 54 registers, maar dat horen we niet.

 

   

de fraaie preekstoel in de Mariakerk                                     een foto van het in de oorlog gebombardeerde Rostock. De kerk staat nog goed overeind. 

    

   

doopvont, altaar en het imposante orgel en nog een plaat van de preekstoel


Zo is er in deze kerk nog meer te zien en te bewonderen. Maar het indrukwekkendste vond ik toch wel de enorme astronomische klok.
Het astronomische uurwerk en calendarium van Rostock
Het instrument is elf meter hoog en vult de hele ruimte tussen twee pilaren. Alleen de wijzerplaat is al 16 m2 groot. Het is het oudste hanzeatische type en het enige waarvan het middeleeuwse uurwerk nog werkt. Deze stamt uit het jaar 1379. In 1472 werd het uurwerk door Hans Düringer uit Neurenberg omgebouwd en van 1641 tot 1643 door Andreas Brandenburg en Michael Grote gerestaureerd. Tot op heden werkt het dus nog en is het praktisch nog in originele staat. Als ik er zo voor sta, begrijp ik maar weinig van wat ik zie. Ik herken tekens van de dierenriem en een zon- en maanschijf. De uitgesneden ring met figuren uit de dierenriem en personificaties uit de 15e eeuw van de maanden werden bij de restauratie van 1641 tot 1643 aangepast aan de stijl van Late Renaissance. Het klokkenspel van het uurwerk met uitkiesbare koralen klinkt op elk heel uur; de rondtocht van figuren vindt alleen om 12:00 en 24:00 uur plaats. Dat zullen wij dus helaas niet meemaken; het is nog lang geen 12 uur. De grote cijferschijf in het middelste deel heeft een 24-uursindeling. Bovendien worden naast de maanuitbeelding de stand van de maan en de zon in de dierenriem nog een boerenalmanak getoond.
Onder de klok bevindt zich een calendarium. Daarop kan men dus o.a. de dag en datum aflezen. Omdat een schijf ‘slechts’ 133 jaar mee kan, is in november 2017 de vijfde schijf erop gemonteerd. Deze kan mee tot het jaar 2150. De oude schijf van 1885 tot 2017 staat op de grond op een lessenaar. Zoals ik diep ontzag had voor Eise Eisinga die als eenvoudige wolkammer in Franeker zijn beroemde planetarium bouwde, zo voel ik ook ontzag voor de rekenaars die –in de middeleeuwen al!- een dergelijk ingewikkeld instrument als dit calendarium konden bouwen.
In het onderste calendarium staan dus de datum en de weekdag, maar ook de maand, zonsopgang, de lengte van dag en nacht en andere antieke kalendergegevens, zoals het Romeinse rentegetal, of christelijke data, zoals de paas- en pinksterdatum, vastentijd en de naamdag.

  

  het prachtige altaar uit de Nicolaikirche

De Nicolaikirche waar we langs lopen dateert uit 1230 en is daarmee een van de oudste hallenkerken van het Oostzeegebied. In 1974 werd de kerk opgegeven als kerk van de Lutherse gemeente opgegeven. Onder het dak werden drie woonetages gerealiseerd en later werd beneden een ruimte gecreëerd waarin tentoonstellingen en uitvoeringen kunnen worden gehouden.

  raadhuis

 

 Nicolaikerk met woonetages in/ onder het dak

 

 en het plein ervoor

  

fraai gerestaureerde gevel met rechts een detail ervan

     Petrikirche

 


We komen voorbij talrijke interessante gevels en doorkijkjes en langs het roze stadhuis van Rostock lopen we naar de Petrikirche. De Sint-Petruskerk (Duits: Petrikirche) is de oudste en met 117 meter de hoogste van de drie nog bestaande stadskerken in de Hanzestad Rostock. De anderen zijn de Mariakerk en de Nicolaaskerk. Een vierde stadskerk, de Jacobikerk, werd in de Tweede Wereldoorlog verwoest en in 1960 ten slotte gesloopt. Ook de Petruskerk werd in de WO II zwaar beschadigd. De restauratie na de oorlog ging bijzonder traag.
Omstreeks het jaar 1500 kreeg de kerk een 127 meter hoge toren, die in 1543 door blikseminslag verwoest werd. Hierin meenden de nog overgebleven katholieken in de stad een straf Gods te zien. Tot 1578 vond herbouw van de toren plaats, nadat tussentijds de toren nog eens door een storm werd vernield. De toren had nu een hoogte van 117 meter en diende als oriëntatiepunt voor de omgeving, met name voor de schepen op de Oostzee. Ongunstige weersomstandigheden, waaronder een aantal stormen, lieten in de daaropvolgende eeuwen sporen na, die in 1902 tot een grondige restauratie leidden. In 1994 kon in het kader van de stadsontwikkeling met middelen van de overheid, giften en steun van monumentenorganisaties de toren weer worden herplaatst. Op 45 meter hoogte werd een over 195 treden te bereiken uitzichtplatform toegevoegd. Bij helder weer is van daar uit een uitzicht tot Warnemünde en de Oostzee mogelijk. Wij hebben nauwelijks overwogen om de klim te doen: na de lange stadswandeling vonden we het welletjes. Van hieruit gaan we op eigen gelegenheid de stad verder bekijken.


Mijn vrouw en ik dalen af naar de rivier de Unterwarnow. Daar staat een stevige wind die heerlijke verkoeling brengt. Het is vandaag namelijk al lekker warm… Langs de kade is een druk beklant visstalletje. We kopen er een broodje met vis, voor mij ‘Matjes’ (=haring), dat er prima in gaat. Flesje drinken erbij. We beginnen deze vakantie dus met een smakelijke en toch goedkope lunch.

 aan de rivier (Unterwarnow)

 pakhuis aan de haven

 broodje vis eten bij een tentje aan de haven

  

aan de haven is een grote presentatie van alle denkbare hulpdiensten in de regio, incl. het leger 

 

We slenteren langs het water, langs de oude werfkraan, en komen vervolgens terecht in een grote presentatie van alle denkbare Duitse hulpdiensten, van EHBO tot een forse aanwezigheid van het leger, met o.a. tanks en een heuse Patriot installatie. We kijken wat rond en maken wat foto’s. Voor we er erg in hebben moeten we maken dat we naar het verzamelpunt komen, waar de bus ons oppikt.

 

We moeten vandaag namelijk nog naar onze volgende halteplaats: het 250 km verderop gelegen Poolse Szczecin. Na zes uur komen we daar bij ons hotel, Hotel Focus Szczecin, ul. Małopolska 23, Polen. Hotel Focus ligt midden in de stad Szczecin, vlak bij de haven en op loopafstand van het oude centrum en bijna aan de rivier de West-Oder. De kamer is klein maar goed. 

 Focus hotel Szczecin


’s Avonds na het diner maken mijn vrouw en ik een wandeling langs de rivier de West-Oder. Ons hotel ligt vlak bij de Oderpromenade, aangelegd voor nieuwe regeringsgebouwen en het stadsmuseum door burgemeester Haken (1878-1907) en daarom Hakenterrasse genoemd, na 1945 omgedoopt in Waly Chrobrego.
We komen langs het gebouw van het Nationaal Museum van Szczecin en langs het mooie gebouw van de onderwijsraad, het Kuratorium. We lopen onderlangs de rivier terug langs een kleurig maar een beetje kitscherig (fel rood, veranderend naar geel en paars) verlichte fontein, genoemd naar Waly Chrobrego. De zon zet de overkant van de brede rivier in roze avondlicht. Langzaam kruipt het duister over Szczecin. We hebben het gevoel al dagen onderweg te zijn. Vandaag hebben we al véél gezien.

 

  Nat. museum

aan de Oderpromenade

 Kuratorium

 en detail

 en vooraanzicht

 Hakenterrasse, nu Waly Chrobrego genoemd

           

Scczecin bij avond

 


Dag 3: Kennismaking met Pools Szczecin en naar Gdansk ( ma 21 mei)


Szczecin of Stettin


Szczecin is een stad in Noordwest-Polen en de hoofdstad van het woiwodschap West-Pommeren. Met 404.878 inwoners (eind 2016) is het de zevende stad van Polen. De stad ligt aan weerszijden van de rivier de Oder, met het centrum op de linkeroever. Hoewel de Oostzee 65 km noordelijker ligt, heeft Szczecin samen met Świnoujście de grootste zeehaven van Polen. Het is een universiteitsstad. Szczecin vormt een mengelmoes van verscheidene Poolse etnische groepen door de verschuiving van de landsgrenzen van Polen in het jaar 1945, waarbij Oder-Neissegrens de westelijke grens van Polen is geworden en Szczecin in Polen kwam te liggen. Daarom is er geen sprake van een sterk regionalistisch bewustzijn of een plaatselijk dialect. Door het vermengen van verschillende Poolse dialecten komt men in Szczecin (evenals in Wrocław) de meest reine vorm van literair Pools tegen.


Bezienswaardigheden Szczecin Stettin


Het vooroorlogse Stettin is slechts zeer ten dele gerestaureerd. Vanmorgen gaan we de binnenstad bekijken onder leiding van onze gids. Eerst lopen we over de Oderpromenade, die wij tweeën gisteravond al verkend hadden in het dimmende, zachte avondlicht. Nu in het felle zonlicht ziet het er allemaal wat zakelijker uit. 

Teruglopend langs het hotel komen we bij de Toren van de zeven jassen. Van het einde van de 13e eeuw tot de 16e eeuw, bestonden de vestingwerken van Szczecin uit 7 poorten, 15 kapellen en 22 torens. Daarvan is maar weinig meer over.

 

Toren van de zeven jassen                      en een deel van het slot van de Pommerse Greifendynastie 

 


De naam van de toren is gerelateerd aan de legende. In de voormalige gevangenis werd een kleermaker van Prins Bogusław X begraven. Bij een pelgrimstocht naar het Heilige Land bestelde Boguslaw een kleermaker om zeven lagen van ongeëvenaard en duur materiaal te naaien. De ambachtsman sneed de zaak zo vakkundig dat hij steeds stof overhield voor een jurk voor de echtgenote van de kleermaker. De zaak kwam aan het licht toen Boguslaw een onbekende vrouw zag in een jurk van hetzelfde materiaal als waaruit zijn mantel werd genaaid.
Onze gids vertelt een ander, wat pikanter verhaal ter verklaring van de naam. De bemanning van de toren zou altijd uit zeven soldaten bestaan hebben. De sergeant was lui en om te controleren of iedereen er was, keek hij alleen naar de mantels die beneden hingen. Zeven dus. Tot hij op een keer er acht telde. De soldaten hadden een meisje mee naar boven gesmokkeld…
Nu is er een makelaardij in de toren gevestigd.


Het slot van de Pommerse Greifendynastie (hersteld vanaf 1958). Een machtig bouwwerk, in schitterend wit uitgevoerd. In de felle ochtendzon is het letterlijk oogverblindend. We kunnen niet naar binnen. 

   

details van het slot

Onderweg zien we schitterende geveltjes en een pleintje met gevels in felle tinten wit, roze, blauw en geel.

 

   

 

 


We komen langs de gotische Jacobskerk, lutherse 'Stadtkirche', na 1945 rooms-katholieke kathedraal (hersteld 1971-1982). Men werkt eraan, dus we kunnen niet even binnen kijken.
We nemen rustig de tijd om koffie te drinken in een bakkerijtje met superlekker gebak. We kopen er ook broodjes voor de lunch onderweg.

     

 Jacobskerk

  

re: de moderne Filharmoniezaal

 


Het deels gotische stadhuis (13e eeuw, hersteld 1972)
We zien de Filharmonia Szczecin, een architecturaal bekroonde moderne concertzaal uit 2014. De buitenkant oogt futuristisch, maar ook alsof de gevel geheel uit golfplaat bestaat. Wel gedurfd in ieder geval.


Op het plein naast de Filharmonia staat het Monument voor de slachtoffers van de rellen in december 1970
Onverwachte en sterke verhoging van de voedselprijzen leidde in december 1970 tot stakingen en rellen die begonnen op de Lenin Scheepswerf van Gdansk en zich uitbreidden naar Gdynia en Szczecin. De regering trad hard op, isoleerde de steden en liet telefoon- en telegraaflijnen afsnijden. Politie en leger werden door president Gomulka ingezet wat tot bloedige botsingen leidde. 45 doden en 1200 gewonden waren het gevolg, bijna 3000 personen werden gearresteerd. Op het Solidariteitsplein staat een monument ter nagedachtenis aan deze gebeurtenissen.

  

oude poort midden tussen de moderne wegen en het monument 1970

 


Om elf uur vertrekt onze bus voor een flinke tocht van 370 km over voornamelijk eenbaanswegen. Tussen zes en half zeven arriveren we in Gdansk, bij hotel Hotel Focus – Gdansk. Hotel Focus Gdansk, Elblaska Street 85, Polen, 81-718 Gdansk.
Het hotel ligt aan een saaie, drukke uitvalsweg waar geen wandelmogelijkheden van betekenis zijn. Na het diner, buffet van o.a. vlees en kabeljauw, kunnen we dus weinig anders dan op de kamer zitten, waar we gelukkig wel een kop thee of (oplos)koffie kunnen zetten. We hebben gewoontegetrouw een pakje theezakjes meegenomen. Veel hebben we er niet van gebruikt omdat op de meeste hotelkamers geen waterkoker was. We lezen nog eens wat na over wat we morgen kunnen verwachten. In dit hotel verblijven we twee nachten.

 


 

Dag 4: Stadswandeling en vrije middag in Gdansk (di 22 mei)


“Een wandeling door het prachtige oude centrum van Gdansk herinnert ons aan onze Gouden Eeuw. In deze periode droeg Gdansk bij aan de Hollandse welvaart. Vanuit de vele graanpakhuizen van deze havenstad verscheepten onze voorvaderen grote voorraden graan naar Amsterdam. We wandelen langs de oude haven en genieten van de vele historische panden en pakhuizen. ’s Middags kunt u zelf verder op verkenning gaan in Gdansk. (ca. 25 km)” Aldus onze reisorganisatie SRC. 


Gdańsk (uitspraak: ong. gdanjsk ["g" als in zakdoek; Duits: Danzig; Nederlands Danzig is de hoofdstad van het woiwodschap Pommeren en een voormalige Hanzestad in Polen. Gdańsk is gelegen aan de Oostzee, op de plaats waar de westelijke arm van de Wisła (Weichsel) de Bocht van Gdańsk (Danziger Bucht) bereikt. De stad heeft 463.754 inwoners (2016) en vormt samen met de badplaats Sopot en de havenstad Gdynia de zogenaamde Driestad (Trójmiasto), een agglomeratie met ruim 1 miljoen inwoners.

 

 het fraaie gebouw van ECS


Gdansk werkt dit jaar nogal aan zijn wegennet, dus het is voor de chauffeur vandaag soms even zoeken hoe hij ons op de juiste plek kan afzetten. Maar de dag begint met een verrassing, voor mij althans: een bezoek aan de voormalige Lenin scheepswerf, waar Lech Wałęsa geschiedenis schreef met zijn kameraden toen hij de vakbond Solidarność oprichtte. De locatie is net buiten de stad. Van de werf is bijna niets meer over, maar de beroemde toegangspoort die destijds altijd in beeld kwam, is nog wel behouden. Het deed me wel iets toen ik door het simpele poortje langs het grote hek het terrein op liep. Op deze simpele plek is geschiedenis geschreven, dat voel ik.
Op de plek van de werf is –met Europese steun uiteraard- een enorm gebouw neergezet, dat als symbool moet gelden voor de waarden van de EU: Het Europees Solidariteits Centrum (ECS). Tja. Ik vond het indrukwekkend; alleen jammer dat Polen tegenwoordig de waarden van de Europese Unie niet meer zo hoog in het vaandel heeft. De vrije pers breidelen, de rechtsstaat uithollen, dat zijn nou niet dingen die onze gelukkig nog steeds breed gedragen vrije westerse waarden vooruit helpen. En die de strijders van 1980 ook niet blij gemaakt zouden hebben, schat ik zo in.

Dat is wel een groot brok ironie dat ik moet wegwerken als ik naar de contouren van het geweldige gebouw kijk. Contouren, want ik kijk net tegen de zon in, die alweer vroeg heet is deze dag. Het is architectonisch een zeer geslaagd geheel vind ik. Het dragende deel is van grote platen roestbruin cortenstaal, met daartussen veel glas en stalen constructies tegen de zon. Op een maquette kun je zien dat het geheel bestaat uit een zestal ‘dozen’, die wel wat op enorme transformatoren met koelribben lijken. De stoerheid van het cortenstaal gepaard met de transparantie van het glas en het staal zet zich binnen voort. Het interieur is ook heel ruimtelijk en open. Een heel mooi modern gebouw. Binnen natuurlijk informatie over Solidarność en er is ook een fototentoonstelling over de Praagse Lente, met indrukwekkende zwart-witfoto’s.
Buiten bekijk ik het monument voor de slachtoffers die vielen tijdens de staking. Ook is er een muur met plaquettes en gedenkstenen.

 de beroemde ingang

van de Lenin scheepswerf in Gdansk

 historische grond...

foto's in de expositie binnen, over de Praagse Lente

Lech Walesa tekent het document dat toch wel hielp de geschiedenis een wending te geven, in de richting van de ineenstorting van de Sovjet Unie en de Wende. 31 aug. 1980... 


“Het ECS is niet alleen opgezet als kenniscentrum over de Poolse maar ook over de Europese geschiedenis. Hier op de voormalige Lenin-scheepswerf leidden stakingen en de oprichting van Solidariteit in 1980 uiteindelijk tot de val van de Berlijnse Muur en de terugkeer van de vrijheid in Oost- en Centraal Europa. Vlakbij het ECS staat het monument voor de gevallen havenarbeiders. Hier worden de eenenveertig arbeiders herdacht die tijdens de stakingen van december 1970 door de politie werden doodgeschoten. Naast het monument staat het historische poortgebouw nr. 2 van de voormalige Lenin-werf, dat tijdens de staking van 1980 zo belangrijk was. Iets verderop ligt de BHP-hal waar op 31 augustus 1980 de overeenkomst werd getekend tussen het stakingscomité en het Poolse communistische regime. Dit historische akkoord doorbrak de bestaande status quo. Vrijheid bleek geen onmogelijke droom. De geschiedenis van de Solidariteit-beweging en de daardoor ontstane veranderingen in Centraal- en Oost Europa worden in het ECS gepresenteerd, samen met ongeveer 1800 objecten.” (liberationroute.nl)


De geschiedenis van de vakbond Solidariteit (Solidarność)
“Solidarność was de half verboden Poolse vakbeweging die tot 1989 een belangrijke rol speelde in het verzet tegen het communistische regime in Polen. Door historici wordt Solidarność tevens beschouwd als een van de belangrijkste elementen in de val van het communisme in het Oostblok. Solidarność werd deels wel, deels niet door het Pools-communistische regime geaccepteerd, omdat de beweging de schijn zou wekken dat Polen toentertijd over een oppositionele stem beschikte. Tot 2001 was Solidarność ook een belangrijke politieke partij.
De vakbeweging vond haar oorsprong in diverse stakingscomités op de werven van Gdańsk, Gdynia en Sopot in de jaren zeventig. Lech Wałęsa - een bij een vorige staking ontslagen elektricien - was de aanvoerder van de bond. Opmerkelijk was de samenwerking tussen de arbeiders, intellectuelen en de Rooms-Katholieke Kerk, die van cruciaal belang zou blijken bij het succes van Solidarność. De intellectuelen, zoals Tadeusz Mazowiecki, Jacek Kuroń, Zbigniew Bujak en Adam Michnik zorgden voor de ideologische onderbouwing en bedachten een uitgekiende strategie. Lech Wałęsa zorgde voor de uitvoering en kon mensen op de been krijgen. De beweging kreeg ook steun van de kerk (met op de achtergrond de in 1978 gekozen Poolse Paus Johannes Paulus II). Kernpunten van de Solidarność-strategie waren: principiële geweldloosheid; alleen realistische concessies eisen; de communistische machthebbers een (morele) spiegel voorhouden.
Lech Wałęsa, aanvoerder van Solidarność
De beweging verspreidde zich begin jaren tachtig als een lopend vuur door heel Polen. In mei 1981 werd Solidarność gelegaliseerd en ontstond er een plattelandsafdeling van Solidarność waarin boeren zich organiseerden. Aan het eind van dat jaar had Solidarność 10 miljoen leden. Door stakingen en andere acties wist ze de communistische regering te dwarsbomen en deze tot verregaande concessies te dwingen.
Deze ontwikkelingen waren tot dan toe ongehoord voor Polen en óók voor de overige Oostbloklanden. Na de onderdrukte opstanden in Hongarije in 1956 en Praag in 1968 werd nu voor het eerst door de machthebbers in Moskou afgezien van een militaire ingreep.
Op 13 december 1981 kondigde regeringsleider Wojciech Jaruzelski echter, onder druk van de Sovjet-Unie, de staat van beleg af. Vele leiders van de beweging werden tijdelijk gevangengezet en op 8 oktober 1982 werd de vakbeweging verboden. Vanaf juli 1983 werd de staat van beleg ingetrokken, maar de staat hield grip op zijn burgers en het politieke leven. Bovendien werd het voedsel gerantsoeneerd tot in de late jaren tachtig.
Gedurende die jaren tachtig bleef Solidarność alleen bestaan als ondergrondse beweging, ondersteund door de kerk en de Amerikaanse inlichtingendienst CIA. Aan het einde van de jaren tachtig was de beweging, mede dankzij de steun van paus Johannes Paulus II, sterk genoeg om Jaruzelski's hervormingspogingen te frustreren. Door stakingen overal in het land was de regering in 1988 gedwongen om opnieuw met Solidarność in dialoog te treden.
In april 1989 werd Solidarność weer gelegaliseerd, na rondetafelbesprekingen die in februari 1989 waren begonnen, en mocht het meedoen aan de eerste (gedeeltelijk) vrije verkiezingen in een communistisch land. De communisten behielden 50% van alle zetels in de Sejm, de Poolse Tweede Kamer. De overige zetels waren vrij verkiesbaar, evenals alle 100 zetels in de opnieuw opgerichte Senaat. De leden van Solidarność veroverden bijna alle vrij verkiesbare zetels in de Sejm en alle zetels in de Senaat.
Eind augustus 1989 werd er een coalitie gevormd die werd geleid door Solidarność, met Tadeusz Mazowiecki als eerste niet-communistische premier achter het IJzeren Gordijn. Politiek pluralisme was ingevoerd, persvrijheid, vrij grensverkeer en de transitie van planeconomie naar markteconomie werden direct ingevoerd. Dit bracht in Centraal- en Oost-Europa een proces op gang dat in het najaar van 1989 zou leiden tot de meestal eveneens vreedzame omverwerping van de communistische regimes en de val van de Muur. Ruim een jaar later werd Lech Wałęsa gekozen tot president.” (bron: wikipedia)

  maquette v.h. gebouw

   

 

Na dit interessante bezoek brengt de bus ons naar de 'historische' binnenstad, dicht bij de kerk van de heilige Barbara. Van daar lopen we over de Dlugie ogrody naar de Stagiewna, die de rivier Motlawa oversteekt. Twee bruggen na elkaar zijn hier. Na de tweede staan we voor de imposante Groene Poort, Brama Zielona. Op de brug heb je een iconisch uitzicht op Gdansk. Voor je de poort en daarachter de binnenstad, links en rechts het water met gerestaureerde oude pakhuizen erlangs en rechts ook de iconische middeleeuwse kraan. Danzig is een heel mooie stad, dat zie ik nu al. De Gouden Poort aan de ene en de Groene poort aan de andere kant geven toegang tot het historische hart van de stad. Op de Dlugi Targ wanen bezoekers zich in de grachtengordel van Amsterdam behalve dan dat de grachten ontbreken. Links en rechts doemen hoge, monumentale pandjes op. Vier, vijf verdiepingen, de gestukadoorde gevels voorzien van een kleurig verfje geel, groen, rood, blauw, terra of grijs.

 de Groene Poort

en de iconische uitzichten over de Motlawa

op de achtergrond de middeleeuwse hijskraan

 gerestaureerde pakhuizen aan de Warnow

 

  

door de Groene Poort naar de Lange Markt                   de ene gevel nog mooier dan de andere

      re en onder: Artushof

 

     toren van het museum, vroeger raadhuis

 langstraat

         

li: de Neptunus fontein voor de Artushof

   

re; uitzicht Langstraat richting de Gouden Poort en Gevangentoren

  Maria kerk

  Groene poort en Langstraat

 op deze reis kunnen we honderden kilo's barnsteen kopen. Echt? 

   

 koffiepauze

 

 

 

 


Door de poort lopend kom je op de Lange Markt, die overgaat in de Langstraat (Dlugi Targ). De straat is niet alleen lang maar vooral ook breed. Dat heeft een oorzaak. Tijdens de laatste wereldoorlog is het hart van Gdansk totaal verwoest. Het Rode Leger heeft het bij felle gevechten huis na huis in puin geschoten. Meer dan 90 procent van de binnenstad is uiteindelijk met de grond gelijkgemaakt. Nergens ter wereld heeft een communistische overheid zich zo veel moeite getroost om een stad zo minutieus te restaureren. Aan de hand van bouwtekeningen, foto's en schilderijen zijn de voormalige gevelpanden vanaf de fundamenten weer opgebouwd en in oude luister hersteld.


Tijdens de herstel- en restauratiewerken van de historische stadskern van de verwoestingen tijdens de oorlog, die veelal neerkwam op een totale reconstructie, werden de gevelrijen naar achter werden verschoven, om zo meer ruimte te verkrijgen voor de straatbreedte. Zo kreeg de straat de naar verhouding enorme breedte, zeker voor een middeleeuwse stad.

Van de oude glorie is dus eigenlijk niets over: het is allemaal nieuw wat ik zie. Bovendien bleef de restauratie vaak beperkt tot de voorgevels, zo las ik in Wikipedia. “Het doel van de reconstructie was na 1945 niet om de stad er te doen uitzien zoals voor de oorlog, maar zoals in de tijd vóór 1793 het geval was, toen de stad formeel nog onder Polen behoorde. Bij de wederopbouw, die overigens beperkt bleef tot de façades, zijn alle historische Duitstalige gevelopschriften niet hersteld, en werd ernaar gestreefd om alle elementen en verwijzingen weg te laten die een relatie konden aangeven met Duitsland en de Duitse taal en cultuur. Vlaams-Nederlandse kenmerken werden ter compensatie extra onderstreept, want het niet-Poolse karakter kon nu eenmaal niet ontkend worden.”


De uitstraling van de trapgeveltjes, de booggeveltjes, de hoge stoepen, de nauwe straatjes, het beeldhouwwerk, kortom, de totale architectuur ademt zó'n typisch Amsterdamse sfeer, dat je je meteen ‘thuis’ voelt. De torens van het voormalige stadhuis en de Catharinakerk lijken sprekend op die van de Amsterdamse Westerkerk. De Vlaamse bouwmeester Willem van der Blocke, zijn Hollandse collega''s Abraham en Isaac van der Blocke, Antoon Opbergen en Tylaman van Gameren zijn erin geslaagd een zwaar stempel te drukken op dit stukje Polen.


In deze straat, de Lange Markt, opende koningin Beatrix vrijdag 4 juli 1997 op nummer 33 en 34 een Hollandhuis, waar Poolse en Nederlandse zakenlieden elkaar op informele wijze kunnen ontmoeten. Op de tweede verdieping krijgt het Nederlandse consulaat onderdak. De restauratie is momenteel nog in volle gang. (bron: Digibron.nl)


Het is dus niet vreemd dat ik in de talloze prachtige gevels een flinke dosis Nederlandse Gouden Eeuw meen te herkennen. Ik kijk links en rechts mijn ogen uit en maak veel foto’s. Het is een flaneerstraat en het is aardig druk, dus de foto’s worden niet altijd zoals ik ze gewenst had. Bij de Neptunusfontein stoppen we voor uitleg van onze gids, die in onze oortjes overigens doorlopend een schat aan informatie geeft over wat we zien. Achter de bron staat de Artushof. Het (of de) Artushof is een gebouw waarvan de naam is afgeleid van de middeleeuwse legende van Koning Arthur. “Eerst in Engeland en later ook in de rest van Europa werd zijn naam gebruikt voor huizen waren ridders en aristocraten elkaar ontmoetten. Nadat Danzig stadsrechten kreeg in 1342 werd het Artushof gebouwd. Het gebouw diende als ontmoetingsplaats voor rijke kooplieden en adellijken. In 1380 werd een stenen gebouw neergezet dat in 1476 afbrandde. In 1478 werd een nieuw en groter Artushof gebouwd in laat-gotische stijl. Enkel de noordelijke façade bleef hiervan behouden. De prachtige voorkant die op de Lange Markt uitkomt werd in renaissancestijl gebouwd in 1552 en opnieuw in 1616-1617. Vanaf 1742 deed het gebouw dienst als beursgebouw voor de Danziger beurs.” Helaas zijn er bouwwerkzaamheden, zodat ik het hele gebouw niet op de plaat krijg. Het gebouw, Dwór Artusa, was in de rijke middeleeuwen de ontmoetingsplaats voor kooplieden uit alle noordelijke landen.


Even verder staat het oude raadhuis waar nu een deel van het Historisch Museum is gevestigd. In de buurt van de Gouden Poort nemen we de tijd voor een kop koffie op een terras met uitzicht op de flanerende mensen en daarachter de fraaie gevels.
Daarna bekijken we de Gouden Poort en de Oude Poort daar vlak achter. De Gouden Poort werd tussen 1612 en 1614 gebouwd naar een ontwerp van de Nederlander Abraham van den Blocke. Boven op de poort werden later figuren geplaatst die de zeven deugden representeren. Nadat de poort tijdens de Tweede Wereldoorlog net als een groot deel van de stad verwoest was bouwde men hem in 1957 opnieuw op. De Duitstalige inscripties op het gebouw werden bij de herbouw weggelaten omdat er in de jaren na de oorlog veel aversie tegen het Duits was. Ze zijn eind twintigste eeuw weer aangebracht om de toeristische bezienswaardigheid. In de oude toren (vroeger gevangenis) erachter is nu het museum Bursztynu gevestigd.

 

   

de Gouden Poort met allegorische figuren

  

re: foto van de verwoestingen aangericht tijdens WO II

 achterkant Gouden Pooort

 het Arsenaal


We maken een uitgebreide rondwandeling en zien veel interessante gevels en gebouwen, standbeelden en leuke straatjes. Het Grote Arsenaal lijkt mij zo in Vlaanderen te plaatsen. Met toenemende oorlogsdreiging van Zweden aan het eind van de 16e eeuw besloot men een groot Arsenaal te bouwen in 1602. Het prachtige Renaissance gebouw met kleine Nederlandse rode bakstenen versierd met o.a. zandstenen versieringen. In 1945 is het gebouw in de brand gestoken en is daarna weer herbouwd.

 detail Arsenaal

   


’s Middags lunchen we met een broodje op het terras van een klein restaurant dicht bij de Groene poort, aan de Lange markt. We krijgen er als we weggaan zelfs even een buitje maar het mag geen naam hebben. Het is vandaag prachtig weer en dat zal het blijven voor ons, deze reis.
Na de lunch hebben we nog ruim de tijd voor ons zelf. We bezoeken nog de Maria kerk, de typische oude kraantoren of Kraanpoort aan de rivier, en dwalen door de straatjes van de binnenstad. De hijskraan, de Stary Zuraw, staat aan de rivier. Het is de grootste houten hijskraan ter wereld, daterend uit 1443. De hijsinstallatie takelde in haar goede dagen met twee reuzenraderen moeiteloos 2000 kilo hout tegelijk omhoog. Op mankracht, gedreven door mannen die in een rad liepen als hamsters nu in de kooitjes van onze kinderen…

  

   

  


De Mariakerk van Gdańsk is een van de grootste baksteenkerken ter wereld en een van de grootste godshuizen van Europa. Voor 1945 toen de stad nog de Duitse naam Danzig droeg was het een evangelische kerk. Toen Danzig Pools werd, werd het een katholieke kerk. De kerk is 105 meter lang en op sommige plaatsen 66 meter breed. Er kunnen zo'n 25.000 mensen in de kerk.
Als je de kerk binnenkomt, overweldigt de enorme ruimte je bijna. Voor een katholieke kerk is hij vrij sober ingericht. Dat hangt natuurlijk samen met haar geschiedenis.
De bouw van de kerk begon in 1343 en werd voltooid in 1502. Na de Reformatie werd de kerk aanvankelijk door zowel katholieken als protestanten gebruikt, maar werd later enkel een lutherse kerk. Tot 1945 was de kerk de grootste evangelisch-lutherse kerk ter wereld. Omdat de Poolse koningen na de val van de Duitse Orde de macht hadden in de stad en zij altijd katholiek gebleven waren, werd langs de kerk de Koninklijke Kapel gebouwd, zodat de koning naar een katholieke mis kon gaan als hij de stad bezocht. Na de verdrijving van de Duitsers werd de kerk door de katholieken ingenomen. Tijdens het Pommerenoffensief werd de kerk wel zwaar beschadigd en 40% van de schatten werd vernield. In 1946 werd begonnen met de wederopbouw en op 17 november 1955 ging de kerk weer open. Mij vallen op het enorme orgel, de fraaie preekstoel en een mooi triptiek voorstellende de hemel en de hel.
En ten slotte is ook in deze kerk een fraaie astronomische klok met kalendarium aanwezig.
Ik zie ook nog een bronzen gedenkplaat voor de Slag bij Monte Cassino. Tot mijn verrassing zie ik daar ook de namen Breda en Arnhem staan. Mijn Pools is niet goed maar ik vermoed dat deze plaat gaat over de Poolse strijders in WO II, die deze plaatsen (mede) hebben bevrijd. Als ik het even opzoek, blijkt dat te kloppen. Er staan nog veel meer plaatsnamen op, als Tobruk en Bologna. We vergeten wel eens dat het niet alleen de Britten, Amerikanen en Canadezen waren die de Duitse bezetters verdreven, maar dat de Polen daar ook een grote rol in hebben gespeeld.

 

De Mariakerk

   

 detail orgel

 preekstoel

 triptiek Hemel en hel

    

astronomische klok en re: de plaquette met de namen van plaatsen waar Polen bevrijding brachten in WO II


Terug aan de rivier kijken we een poosje naar de schepen. Na een kop koffie op een heerlijk terras is ook de middag alweer voorbij en moeten we terug naar het punt waar de bus op ons wacht, bij de St. Barbara kerk.

INFO GDANSK
Gdańsk (uitspraak: [[gdaɲsk]?, ong. gdanjsk ["g" als in zakdoekDuits: Danzig; Nederlands Danzig is de hoofdstad van het woiwodschap Pommeren en een voormalige Hanzestad in Polen. Gdańsk is gelegen aan de Oostzee, op de plaats waar de westelijke arm van de Wisła (Weichsel) de Bocht van Gdańsk (Danziger Bucht) bereikt.
De stad heeft 463.754 inwoners (2016) en vormt samen met de badplaats Sopot en de havenstad Gdynia de zogenaamde Driestad (Trójmiasto), een agglomeratie met ruim 1 miljoen inwoners. De stad bezit een centrum voor de regionale Kasjoebische cultuur.

Catharinakerk, 'Katharinenkirche'.
In haar lange geschiedenis vormde de, sinds de hoge middeleeuwen autonome, Hanzestad de kern van twee vrijstaten: de Vrije Stad Danzig (1807-1814) en de Vrije Stad Danzig (1920-1939). Daarvoor was zij een belangrijke stad in het hertogdom Pommerellen, zetel van de Samboridendynastie, hoofdstad van de autonome provincie Koninklijk Pruisen (Pools-Litouwse gemenebest) en de historische hoofdstad van de provincie West-Pruisen binnen het koninkrijk Pruisen en later binnen Duitsland.
Sinds de Conferentie van Potsdam (1945) behoort de stad bij Polen; de achtergebleven oorspronkelijke Duitse bevolking werd na enkele jaren internering vrijwel volledig verdreven. Een zeer kleine gemengd Kasjoebisch-Duitse minderheid mocht blijven wonen in de stadsagglomeratie.

 

GESCHIEDENIS GDANSK
(Voor de geinteresseerde)

De stad Gdansk heeft een bewogen geschiedenis. Strategisch gelegen en al vroeg rijk en machtig trok de stad de aandacht van diverse heersers. Hieronder daarom wat meer over die geschiedenis. U kunt het natuurlijk ook overslaan. 

 

Aan de monding van de Weichsel (Wisła), in het grensgebied tussen Pruisische (Baltische) en Slavische stammen, ontwikkelde zich in de prehistorie een havenplaats, die werd beschermd door een met aarden wallen en houten palissaden versterkte burcht. Gyddanyzc is de naam waaronder Danzig rond het jaar 1000 voor het eerst wordt vermeld, toen de heilige Adalbert van Praag de stad en omgeving bezocht. Er had zich in Danzig inmiddels al een gemeente ontwikkeld van kooplieden uit Lübeck. Zij kregen in 1224 van de hertog een autonoom, zogenaamd Duits, recht om hun gemeente te besturen, met als centrum de Marienkirche. De Noord-Duitse kooplieden maakten van Danzig naar westers model een stad met moderne bestuursinstellingen. Deze stad werd lid van het Hanzeverbond van Noord-Duitse steden en overvleugelde het Deens-Zweedse handelsmonopolie op de Oostzee. De stad kreeg een stenen omwalling en de Slavische en Pruissische visserswijken speelden vanaf toen nog maar een marginale rol.


Na het uitsterven van het hertogengeslacht in 1294 brak tussen Polen, Pommeren, Brandenburg en de Duitse Orde een strijd los om het gezag over de stad en de toegang tot de Oostzee. Deze Orde van geestelijke ridders uit het Duitse Rijk had zich vanaf ca. 1220 oostelijk en zuidelijk van Danzig, in het land van de Baltische stam van de Prussen (Pruzzen of later: Pruis(s)en), het latere Oost-Pruisen, gevestigd, waarbij zij deze heidense bevolking met geweld kerstende. Grote delen van de autochtone bevolking van Kasjoeben en Pruzzen lieten in een reeks opstanden het leven, maar de Orde kreeg in 1308 definitief het gezag over de stad en de erkenning daarvan van zijn concurrenten Brandenburg, Pommeren en Polen. De autochtonen die zich met de Orde verzoenden gingen deel uitmaken van de lagere landadel en vrije boeren.

 

Sindsdien kwam uit geheel Noord-Duitsland en ook uit de Nederlanden een stroom kooplieden en handwerkers naar Danzig. De stad breidde zich uit van 5000 tot, aan het einde van de middeleeuwen, 30.000 inwoners en werd daarmee de grootste stad van het oostelijke Oostzeegebied. Cultureel oriënteerde de stad zich op het westen, en economisch werd zij de draaischijf tussen Oost en West. Zij monopoliseerde de in- en uitvoer van zee tot het koninkrijk Polen, dat toen ook Litouwen, Wit-Rusland en de westelijke Oekraïne omvatte. Politiek zocht zij daarom de steun van de Poolse koningen tegenover de Duitse Orde, omdat deze feodale staat zijn stadsburgerlijke expansie belemmerde met bureaucratisch en hiërarchisch bestuur. Tussen 1410 en 1466 braken telkens gewapende conflicten uit, die in dat laatste jaar, na de nederlaag van Duitse Orde in de Dertienjarige Oorlog, tot de definitieve erkenning leidden van de Poolse koning als – symbolisch – soeverein. De koning moest namelijk als voorwaarde voor zijn inhuldiging de volledige autonomie van de stad erkennen en aanvaardde een halve eeuw later, in 1522, ook het invoeren van de lutherse hervorming door het stadsbestuur. De spanningen namen toe toen de Poolse koningen steeds absolutistischer optraden en de nieuwe pretendent in 1577 een belegering van de stad begon, omdat zij zijn inhuldiging weigerde tot hij eerst de stadsprivileges erkende. De afstand werd nog groter toen de Poolse koningen de contrareformatie invoerden en het Pools-koninklijke gezag moest zich in Danzig uiteindelijk beperken tot symboliek in de vorm van wapenschilden aan openbare gebouwen en een koninklijke kapel die tegen de lutherse Marienkirche aan werd gebouwd.


Inmiddels was de gouden eeuw van de stad begonnen en deze is in haar tegenwoordige, zij het gereconstrueerde, uiterlijk nog steeds dominant zichtbaar. De architectuur van de vele renaissancegevels en de openbare gebouwen is zeer verwant met die van Amsterdam en Antwerpen, van waaruit bouwmeesters werden aangetrokken, tevens begeleid door doopsgezinde en calvinistische vluchtelingen en kooplieden uit de Nederlanden en uit Schotland, die in het lutherse Danzig hun eigen gemeenten mochten stichten. Rooms-katholieken konden zich handhaven als een getalsmatig kleine minderheid, die onder bescherming van de Poolse koningen in het bezit bleef van enkele stadskerken. De aanbouw van een koninklijke kapel tegen de lutherse Marienkirche getuigde symbolisch van de koninklijke aanwezigheid. Deze katholieke kapel was een eis aan het stadsbestuur dat daarvoor in ruil de kerk mocht behouden voor de lutherse eredienst (na 1945 is de kerk overigens katholiek gewijd).


Rond 1630 was het inwonertal op 60.000 gekomen en Danzig was daarmee de onbetwiste metropool geworden van oostelijk Midden-Europa. De welvaart nam in de 17e eeuw weer af door de Dertigjarige Oorlog, die Duitsland verwoestte. Deze oorlog werd met Danzig als strategisch bruggenhoofd door de Zweedse koning ook tegen het koninkrijk Polen gevoerd. Een algehele economische stagnatie in Polen en dus ook in Danzig was het gevolg. De opkomst van het Russische tsarenrijk verlegde de handel uit Rusland naar Riga en het nieuw gestichte Sint-Petersburg, een omstandigheid die Danzig tot een plaats op de tweede rang drong. In de loop van de 18e eeuw zou Rusland met enkele belegeringen en tijdelijke bezettingen Danzig op deze plaats blijven wijzen.

 

In 1793, na de Tweede Poolse Deling, werd Danzig ingelijfd door het Koninkrijk Pruisen, dat de stad tegenover Napoleon militair versterkte, wat haar in 1813 op een belegering en een gedeeltelijke verwoesting te staan kwam. Nieuwe groei kwam slechts langzaam op gang in Danzig, nu hoofdstad van de nieuwe provincie West-Pruisen. Allereerst werd Danzig bestuurs- en onderwijscentrum. Pas de moderne industrialisatie bracht het in twee eeuwen stagnerende inwonertal (55.000) tot een verdubbeling daarvan in 1880 en een zeer snelle groei tot 160.000 in 1910.
In 1919 besloot het Verdrag van Versailles dat Duitsland de hele provincie West-Pruisen en haar hoofdstad Danzig aan het nieuw opgerichte Polen zou moeten afstaan. Polen beschouwde de stad als onvervreemdbare erfenis van de Poolse koningen en minstens een derde van de bevolking, namelijk de rooms-katholieken, als Pools van afkomst. De toenmalige bewoners hadden geen behoefte aan deze historische determinering en politieke agitatie en stakingen van de Danziger havenarbeiders, die de doorvoer naar de nieuwe Poolse republiek stil legden, ontkrachtten de Poolse aanspraken. Frankrijk had de hoop dat het nieuwe en zelfbewuste Polen de Danzigers tot Polen zou kunnen assimileren. De Engelse vrees dat zo'n annexatie van Danzig juist een blijvende bron van onrust zou maken, werd gevoed door de toenadering tussen Duitsland en de jonge Sovjet-Unie. Een compromis werd gevonden in de inrichting van een Vrijstaat Freie Stadt Danzig onder toezicht van de Volkenbond. Deze vrijstaat telde toen 330.000 inwoners waarvan 94% zich Duitser noemde en slechts 6% zich tot Pool wenste te verklaren. Polen kreeg in de vrijstaat een vrije toegang in de haven, met handels- en douanekantoren, en het beheer over het spoorwegnet. Het probeerde evenwel de stad economisch lam te leggen door even buiten het vrijstaatsgebied in Gdynia met Frans kapitaal een concurrerende haven aan te leggen, tevens marinehaven, die weldra een even groot scheepstonnage in- en uitvoerde. Polen hoopte zo de bevolking murw te maken voor het opgeven van de vrijstaat en zich aan te sluiten bij de Poolse staat. De Danziger opstelling verhardde echter daardoor juist en de oude banden met Duitsland werden steeds strakker aangehaald. Duitsland stelde het Duitse staatsburgerschap ook voor de Danzigers open en dezen konden zonder beperkingen in Duitsland werken en publieke ambten verwerven. De nazi’s namen al in 1934 het bestuur over, hoewel het Volkenbondtoezicht de uitvoering van hun nieuwe, dictatoriale wetshandhaving tot 1939 nog enigszins temperde.


Op 1 september 1939 barstte de bom door een aanval van de Duitse marine op de Poolse douanekantoren aan de haven: (de Westerplatte), nu nog de enige Duitse straatnaam die na 1945 mocht blijven voortbestaan. Polen en Duitsland waren op dat moment in oorlog en Frankrijk en Engeland kwamen hun verdragsverplichtingen van militaire bijstand aan Polen na. Daarmee was de Tweede Wereldoorlog uitgebroken. Deze episode wordt beeldend beschreven in de deels autobiografische roman De blikken trommel van Günter Grass.


Begin 1945 stonden de Russische legers rondom Danzig, waar zich de gevluchte bevolking uit West- en Oost-Pruisen had verzameld om met schepen in veiligheid gebracht te worden. Honderdduizenden lukte het op die wijze weg te komen, maar tientallen duizenden verdronken onderweg toen hun vluchtschepen werden getorpedeerd door de Sovjetmarine. De grootste scheepsramp van de moderne tijd vond in deze tijd plaats, toen het passagiersschip de Wilhelm Gustloff tot zinken werd gebracht, waarbij ruim 9.000 mensen omkwamen. In totaal liet een kwart van de Danzigers het leven in het oorlogsgeweld en de interneringen die erop volgden. De Vrije Stad Danzig werd niet opnieuw opgericht, hoewel de vrijstaat na de annexatie door het Groot-Duitse Rijk op 3 september 1939 nooit volkenrechtelijk was opgeheven. De Volksrepubliek Polen mocht de stad annexeren, met de voormalige Poolse Corridor en geheel West-Pruisen.


In 1948 werden de laatste paar duizend Duitse overgeblevenen uitgewezen, terwijl ondertussen de stad volstroomde met nieuwe Poolse immigranten, vooral uit de gebieden die Polen aan de Sovjet-Unie had moeten afstaan, nu gelegen in Litouwen, Wit-Rusland en Oekraïne. Voor hen werden in eerste instantie grootschalige flatcomplexen gebouwd.
Ondanks de rampzalige toestand van Polen werd snel begonnen aan de herstel- en restauratiewerken van de historische stadskern, die veelal neerkwam op een totale reconstructie, waarbij de gevelrijen zelfs naar achter werden verschoven, om zo meer ruimte te verkrijgen voor de straatbreedte. Alleen de zware muren van de kerken stonden nog gedeeltelijk overeind; van de historische gevelrijen stond vaak weinig meer dan twee meter nog recht. Eén laatmiddeleeuws huis is bewaard gebleven, omdat het in 1824 als architectonische bijzonderheid werd overgebracht naar Potsdam. Het doel van de reconstructie was na 1945 niet om de stad er te doen uitzien zoals voor de oorlog, maar zoals in de tijd vóór 1793 het geval was, toen zij formeel nog onder Polen behoorde. Bij de wederopbouw, die overigens beperkt bleef tot de façades, zijn alle historische Duitstalige gevelopschriften niet hersteld, en werd ernaar gestreefd om alle elementen en verwijzingen weg te laten die een relatie konden aangeven met Duitsland en de Duitse taal en cultuur. Vlaams-Nederlandse kenmerken werden ter compensatie extra onderstreept, want het niet-Poolse karakter kon nu eenmaal niet ontkend worden.

 

Dankzij de grote inspanningen van Poolse restaurateurs wordt het Gdańsk van vandaag samen met Warschau en Krakau tot de mooiste steden van de Republiek Polen gerekend, een toeristische trekpleister, die anachronistisch als een voorbeeld van typisch 'Poolse architectuur' wordt voorgesteld. Pas na 1990 wordt enigszins erkend dat de stad bouwhistorisch een integraal onderdeel is van de Hanzearchitectuur, zoals deze zich ontwikkelde in de Noord-Duitse steden en zich verspreidde langs de kusten van het gehele Oostzeegebied. De grote invloed uit de Nederlanden is daarbij een voor Danzig specifiek element. De tand des tijds gaf intussen de nieuw-oude gevelwanden uiterlijk wat meer een historisch karakter. Men kan de stad wat dat betreft in tegenstelling zien tot Koningsbergen, honderd kilometer verderop, een stad die na verwoesting en annexatie door de Sovjet-Unie geheel werd afgebroken en als Kaliningrad met grootschalige flatcomplexen werd herbouwd. Het eveneens vrijwel geheel verwoeste centrum van het nabijgelegen Elblag (voor 1945 Elbing) bleef tot 1990 grotendeels onbebouwd maar werd daarna in historiserende vormen weer voor een deel met huizen ingevuld.

 

Het nieuwe Gdańsk zou opnieuw een belangrijke havenplaats worden. De scheepsbouw beleefde er onder het communistische regime grote bloei. In de jaren 80 verwierf de stad grote faam onder leiding van Lech Wałęsa, toen op de plaatselijke Leninwerf de vakbond Solidarność (Solidariteit) werd opgericht.
Toerisme
Vooral rondom Ulica Długa en Długi Targ (voor 1945: Langgasse en Langer Markt) bevinden zich veel gereconstrueerde gebouwen uit de Hanzetijd zoals het Artushof, de Gouden (Stockturm) en de Groene Poort (Grünes Tor). Tussen Sopot en Gdańsk Nowy Port (voor 1945: Zoppot en Fuhrwasser) is een zandstrand van ongeveer 6 kilometer lengte. Er zijn veel wandel- en fietspaden in dit gebied. Verder heeft Gdańsk, zoals veel Poolse steden, een uitgebreid uitgaansleven met veel disco's. Vanuit Gdańsk is de badplaats Sopot dag en nacht gemakkelijk per trein bereikbaar. Daar bevinden zich veel cafés, terrasjes en ander vermaak.

 


 

Dag 5: Indrukwekkend kasteel Malbork (woe 23 mei)

 


Het kasteel van Malbork is een van de grootste middeleeuwse vestingen van Europa. In de tijd dat Teutoonse ridders hier leefden, was dit lange tijd een onneembare vesting. Als u de enorme poorten en torens ziet, zal dit u niet verbazen! Na ons bezoek rijden we naar Olsztyn, waar we overnachten. (ca. 200 km) Aldus weer de SRC. 


Het is vanaf ons hotel bij Gdansk ongeveer 75 minuten rijden naar het enorme kasteel Malbork. Daar drinken we eerst koffie in de gewelven en dan krijgen we een uitgebreide rondleiding van anderhalf uur door een Poolse mevrouw die aardig Engels spreekt. Net als in Danzig is het ook hier schoolreisjestijd. De vele klassen zijn wel eens hinderlijk voor de ‘gewone’ geïnteresseerde bezoeker. Gelukkig functioneert ons ‘gehoorapparaat’ zoals onze gids het noemt, goed. Als je zorgt dat je redelijk in de buurt van de dame blijft, kun je haar uitleg goed volgen.


Ik maak heel veel foto’s waarvan ik hier een selectie laat zien.

 we zijn niet de enige bezoekers...

 binnenplaats van het kasteel Malbork

 brug naar het hogere gedeelte

   

  

    expo van heiligenbeelden

 fraai gesneden altaarstuk

   

refter

   

 


Na de rondleiding kunnen we op eigen gelegenheid ronddwalen en lunchen. We belanden in de gewelven maar daar is net een groot gezelschap dat bediend moet worden. De vriendelijke dienster biedt ons een kop goulashsoep met brood aan, het enige wat ze ons kan bieden. De soep is super lekker: goed gevuld en heel smakelijk, lekker heet gepeperd. Na die goeie lunch wandelen we nog wat rond door de gebouwen en verlaten uiteindelijk het complex tegen de tijd dat we weer bij de bus worden verwacht.


Nu nog wat meer INFO over het kasteel van Malbork


Deze indrukwekkende burcht werd gebouwd door de Teutoonse ridders in de Poolse landen.
Malbork fungeerde als zetel van de Grootmeester van de Teutoonse ridders en dit enorme kasteel wekte in het verleden bewondering en ontzag. Het Hoge Kasteel is gebouwd uit 4,5 miljoen bakstenen, waarvan de voorbereiding in de 13e eeuw een gigantische onderneming was. De dikke muren, grachten, ophaalbruggen, poorten en verdedigingswerken, zoals machines voor het gooien van stenen en munitiemagazijnen, zijn tegenwoordig een onderdeel van het monumentale werk van de gotische architectuur die op de UNESCO Werelderfgoedlijst staat. Naast het kasteel zijn de kapel, het paleis van de Grootmeester, de vertrekken van ridders en de kazernes te bewonderen. Vanaf april tot augustus worden hier de buitengewoon betoverende avondevenementen Licht en Geluid georganiseerd.


Slot Mariënburg (Malbork) Kasteel van de Duitse ridderorde in Malbork
Slot Mariënburg is een groot kasteel (en museum) in de Poolse stad Malbork aan de rivier Nogat en opgericht in 1274. Malbork heette oorspronkelijk Marienburg en was het hoofdkwartier van de kruisridderstaat van de Duitse Orde. Het kasteel van de Orde is een toeristische trekpleister en staat op de werelderfgoedlijst.


Geschiedenis van het Slot


De Marienburg was het bestuurlijk centrum (de 'Hochburg') van de staat van de Duitse Orde (Ordensstaat) en verkeersgeografisch verbonden met enkele tientallen andere kastelen in wat later Oost-Pruisen en West-Pruisen zou gaan heten. In de Dertienjarige Oorlog werd in 1457 de Marienburg door de Poolse koning veroverd. De Duitse Orde verplaatste toen haar bestuurlijke centrum naar Koningsbergen in wat toen Oost-Pruisen heette.
Het behoud, de verbouwingen en de betwistbare restauratie van dit slot zijn een voorbeeld van hoe op ideologische gronden omgesprongen wordt met historisch erfgoed. Eerst werd het slot verder uitgebouwd als Poolse vesting. Later werd het voor militaire doeleinden gebruikt als fabriek en opslagplaats. Het verviel en onnutte en bouwvallige delen werden afgebroken. Bouwmateriaal werd hergebruikt voor nieuwe gebouwen elders.

Bij de eerste Poolse deling, in 1772, viel het restant samen met de provincie West-Pruisen aan het koninkrijk Pruisen toe. De Pruisische staatsbouwmeester David Gilly wist in 1794 belangstelling te wekken in Berlijn en daar vooral aan het koninklijke hof wat voorlopig verder verval voorkwam. Theodor von Schön, president van de provincie Oost- en West-Pruisen, wist daarna afbraakplannen tegen te gaan en de belangstelling in Pruisische adellijke en hofkringen levend te houden. Pas toen de Marienburg politieke betekenis kreeg als symbool van de Duitse en Pruisische aanwezigheid tegenover Polen, werd de weg geopend voor herstel. Eerst waren het nog kleine restauraties die de hele 19de eeuw door op kleine schaal uitgevoerd werden. Na de stichting van het Duitse Keizerrijk in 1870, kwam een ingrijpend restauratieprogramma tot stand. Eigenlijk was het in veel opzichten een herbouw op grond van zeer radicale interpretaties van het 13de- en 14de-eeuwse origineel.

Bouwmeester Conrad Steinbrecht maakte, met als opdrachtgever de Duitse keizer Wilhelm II, tussen 1882 en 1922 een imposant Duits nationaal monument van het gebouwencomplex.
Tijdens het Duitse nationaal-socialisme (1933-1945) benutte men het gebouwencomplex voor partijgebonden manifestaties en evenementen en kreeg het de status van een Ordensburg. [1]Begin 1945 werd de burcht door bombardementen van het Sovjet-leger half verwoest. Oost-en West-Pruisen werden daarna door Polen ingelijfd en sindsdien is de burcht opnieuw hersteld als een wat ongemakkelijk element in de Poolse geschiedenis, die de Duitse Orde traditioneel als een erfelijke bedreiging van Polen voorstelde.

 

Verrassing: Kanal Elblaski en het vernuftige scheepsliftsysteem

Onderweg naar ons hotel bij Olsztyn heeft de reisleiding halverwege nog een verrassing: na wat zoeken geraken we bij een kanaal (Kanal Elblasky) met een heel bijzonder alternatief voor een aantal sluizen. Hier wordt, in plaats van met de bekende sluizen, een aanzienlijk hoogteverschil overwonnen door de boot op een stellage te varen die op rails rijdt en onder water verdwijnt. De boot vaart erop, wordt vastgezet en door middel van kabels wordt de stellage met boot en al tegen de heuvel op getrokken. Aan de andere kant van de heuvel, liever gezegd: bovenop de heuvel, wordt de stellage weer het water in gereden, de boot wordt gelost en kan meters hoger weer verder varen. Andersom, heuvel af kan ook. De kabels worden geleid over en door een vernuftig systeem met katrollen en de kabels worden uiteindelijk in een gebouw onderaan de heuvel gewonden op een enorme stalen ‘haspel’, dat met waterkracht uit hetzelfde water als waarop het schip vaart, wordt aangedreven. De verandering van horizontaal naar verticaal lopen van de kabels doet mijn vrouw en mij denken aan het systeem van de Cable Cars dat we zagen in San Francisco.


Wij hebben het geluk dat er juist een paar bootjes versleept moeten worden, zowel tegen de heuvel op als er vanaf. Ik vind het een fascinerend gezicht. Het kanaal werd geconstrueerd tussen 1840 en 1860. Uit die tijd dateert dus ook het sleep-systeem. Er zijn vijf van deze installaties en zo kan over een afstand van bijna tien km een hoogteverschil van ongeveer 100 m overwonnen worden! Het vriendelijke personeel laat ons ook zien hoe in het gebouwtje het werkt met de kabels. Heel interessant!

  

 

 

boot op het 'vlot', aan kabels op rails lopend

wij staan op de heuvel en zien de bootjes beneden; daar ook de grote katrol van de kabel

het 'vlot' wordt uit het water getrokken

 

Het systeem is dubbel uitgevoerd: tegelijk kan er een boot naar beneden gelaten worden en ook een naar boven getrokken. Hier komen ze elkaar tegen. 

katrollen op de heuvel. De verticale beweging wordt 180 graden gedraaid naar een horizontale. 

het bootje vaart van het vlot af. 

deel van de machinekamer. De kabel wordt op- of afgewonden, al naar gelang het spul heuvel op -of af moet! 

het enorme schepwiel dat door het water van het kanaal in beweging wordt gezet en zo de kracht levert om de kabels op of af te winden. 

 

 

Overnachting in Olsztyn (Polen)


Hotel Omega Olsztyn - Olsztyn
Dit hotel ligt prachtig: omringd door groen en aan het Ukiel-meer. Het oude centrum van Olsztyn bevindt zich op twee kilometer van het hotel. De kamers zijn modern ingericht. Op uw kamer kunt u gratis gebruikmaken van wifi.
Hotel Omega Olsztyn, ielska Street 4A, Polen, 10-802 Olsztyn
De lente is uitgevonden in Olsztyn. Het is in deze stad waar astronoom Nicolaas Copernicus de ontdekking deed dat 21 maart de dag is dat de lente begint en niet - zoals velen in die tijd dachten - op 11 maart. Het was in die tijd dat de stad nog tot de Duitse Orde behoorde. Olsztyn (het vroegere Allenstein) is heden ten dage de grootste stad en tevens de hoofdstad in de regio Warmina-Mazurië. Het is de perfecte start voor een reis door het merengebied. De parel van Olsztyn is het oude stadscentrum, waar je onder meer het kasteel vindt waar Copernicus zijn ontdekking deed.

De provincie waarin Olsztyn ligt, is gelegen in het noordoostelijke deel van Polen, en bestaat uit de historische gebieden Warmië en Mazurië, met als buur het district Kaliningrad van de Russische Federatie. De hoofdstad van de regio is Olsztyn, waar de astronoom Nicolaus Copernicus ooit leefde. Er is een fragment van een astronomisch ontwerp van zijn hand bewaard in het kasteel in Warmië.
Van 1516 tot 1519 werd het ambt van administrator vervuld door de neef van bisschop Lukas von Watzenrode: Nikolaus Koppernigk, onder de gelatiniseerde naam Copernicus als astronoom wereldbekend geworden.


Ons hotel ligt inderdaad aan een groot recreatiemeer. Na het diner wandelen we er een eind langs. Er zijn veel voorzieningen aangelegd. Vlak bij het hotel zijn tennisbanen en andere sportfaciliteiten. Verderop kun je boten en waterfietsen huren.

Eerlijk gezegd had ik me van tevoren bij het land Polen wat andere voorstellingen gemaakt. Het ziet er allemaal heel schoon en welvarend uit! Als ik dan nog denk aan de armetierige en wat verlopen ‘luxe’ pier van de Santa Cruz Boardwalk in California… dan had ik het net andersom verwacht. Zo zie je maar weer dat reizen goed is om van vooroordelen af te komen. Onderweg zagen we langs de weg wel eens boerderijtjes en onderkomens die er niet bepaald welvarend uitzagen, maar over het algemeen ervaar ik Polen als goed ontwikkeld, met goede wegen en voorzieningen. 

  het Ukiel meer (Polen)

   

luchten boven het Ukiel meer

zonsondergang boven het meer

 

 het hotel

de bagage zit er weer in. We kunnen verder!

Op naar Litouwen, dwars door het merengebied van Mazurië, naar Vilnius. 

 


 

dag 6: Door Mazurië, het land van de duizend meren naar Vilnius, Litouwen    (do 24 mei)


‘We rijden een schitterende route door het land van de duizend meren, zoals Mazurië ook wel wordt genoemd. Deze prachtige regio, die ooit deel uitmaakte van Oost-Pruisen, is populair bij natuurliefhebbers. We verblijven twee nachten in de Litouwse hoofdstad Vilnius. (ca. 420 km)’ Aldus SRC.

 

'Mazurië of Mazoerië (Pools: Mazury, Duits: Masuren) is een historische regio die ooit deel uitmaakte van Oost-Pruisen maar nu in noordoost-Polen ligt. De vele meren en bossen trekken veel toeristen, vooral zeilers en kajakkers.
Het Mazurisch Merenplateau met meer dan 2000 meren, strekt zich over ongeveer 290 km uit, van de benedenloop van de rivier de Wisła (Weichsel) tot aan de Pools-Litouwse grens. Het grootste meer in het gebied is het Sniardwymeer, dat met 110 km² ook het grootste meer van Polen is. Hier vind je ook wilde paarden, lynxen en zelfs beren. Glooiende velden, heuvels, bossen, akkers en meren, wisselen elkaar af in dit vriendelijke gebied. Dieren die je niet elke dag in Nederland ziet, maar hier veel voorkomen, zijn moeflons, herten, bevers en zwarte ooievaars en zwanen.' (bron: Wikipedia)

 

Voor ons is het vandaag een lange reisdag. Echte (vierbaans) autowegen zijn hier niet of nauwelijks, dus we vorderen niet zo snel. Naar de koffiestop is het 85 km en daar doen we anderhalf uur over. We nemen wel de tijd voor een koffie- en een lunchpauze. Voor de koffie stoppen we bij het stadje Mikolajki, gelegen aan een uitloper van het grote meer genaamd Sniardwy. Het telt een kleine 4000 inwoners. Langs het meer loopt een promenade waar voldoende horeca zit, maar lang alles is nog niet open op dit vroege tijdstip (plm. 10 uur ’s ochtends). We vinden echter wel een zaak die ons kan bedienen en we zitten op een verhoogd terras met uitzicht op een jachthaven. Daar is ook nog weinig te doen, maar we zitten lekker in de alweer flink opwarmende zon. Ze hebben nog lekker gebak ook. Al snel moeten we weer terug voor de volgende etappe. Het landschap is niet spectaculair. Veel groen met wat reliëf; van de talloze meren zie je uit de bus natuurlijk niet zo veel. Op Google Maps op mijn smartphone zie ik ze wel voorbij trekken.


We maken een omtrekkende beweging om de Russische enclave van Kaliningrad te omzeilen. De grens tussen Polen en Litouwen ligt bij een dorpje, Punsk, dat niet veel voorstelt. Wel is er voor de grens, dus aan de Poolse kant, een goed restaurant. Daar kunnen we de eventueel laatste zloty’s opmaken. Ik houd er nogal wat over, maar die kan ik later bij een Grenswisselkantoor wisselen voor euro’s. Dat is wel duur, trouwens, dus je kunt maar beter niet te veel wisselen. In Polen kun je ook pinnen en veelal ook betalen met pinpas of creditkaart. Riet en ik nemen een lunch van een bord heerlijke bietensoep (borsjt) met brood. De soep is diep roze maar is smakelijk en verfrissend. Het brood met veel pitten smaakt ons ook prima. Na de lunch kunnen we nog even naar het meer lopen. Het is heerlijk weer, maar pal in de zon behoorlijk warm.

 

 

De grens is dan niet ver meer. Het is een EU-binnengrens en van enige controle is dus geen sprake. Ik merk de grens nauwelijks op. Dan zijn we dus in Litouwen. Veel verandert er niet. Het landschap is voornamelijk vlak, groen en tamelijk saai. Mijn vrouw en ik zullen na de reis concluderen dat je voor de landschappen deze reis niet hoeft te maken. Veel verschil met wat we kennen is er niet. Voor wat glooiend groen landschap kun je dichterbij ook goed terecht. Deze reis moet je echt maken voor de cultuur, de steden, de architectuur en de geschiedenis. Vooral voor dat laatste moet je natuurlijk iemand mee hebben die je daar veel over vertelt. In dat geval zit je bij SRC en gids Cees gebeiteld. Ik heb op geen enkele reis voorheen zo veel informatie te verwerken gekregen als op deze. Nu doen we natuurlijk ook veel diverse landen en streken aan, en daarover valt nog extra veel te vertellen omdat dit echt Midden-Europa is, een gebied waar de Europese geschiedenis voor een groot deel gemaakt werd in vroegere eeuwen.

 

De middag is al voorbij als we de Litouwse hoofdstad Vilnius naderen. Warempel krijgen we de laatste kilometers nog een flinke bui. Ook als we de bagage uit de bus halen regent het nog. Maar al snel zal het voorbij zijn en deze reis zal er verder geen druppel meer vallen. We checken in bij het hotel:

Hotel Panorama Vilnius 
“Dit hotel ligt in het centrum van Vilnius. Zoals de naam al doet vermoeden, heeft u vanuit het hotel een mooi uitzicht op de oude stad. Het hotel beschikt over een lift, een bar en een restaurant. U kunt in het hele hotel gratis gebruikmaken van wifi. De kamers zijn eenvoudig ingericht.
‘Panorama Hotel is situated in the Old Town of Vilnius next to the Gates of Dawn, the Town Hall Square, the Lithuanian National Philharmonic Society, and the main Old Town streets filled with numerous luxury boutiques, gift shops, restaurants and night clubs.
Hotel Panorama Vilnius, Sodu str. 14, Litouwen, LT3211 Vilnius.”

 hotel Panorama Vilnius

 

Het hotel is een fantasieloze rechthoekige blokkendoos, ik denk nog uit de tijd van de Sovjet overheersing. Veel sfeer moet je er dus niet zoeken, maar het ligt gunstig voor een bezoek aan de oude binnenstad. Aan de ene kant ligt achter een parkje het station en aan de andere kant daal je af naar de oude kern Vilnius, die op loopafstand te bereiken is. Zo goed dat mijn vrouw en ik ’s avonds na het diner nog even alvast een kijkje nemen.
Vlak tegenover het hotel zien we oude locomotieven staan, van het Spoorwegmuseum. Wij dalen een trap af en lopen dan rechtstreeks het centrum in. De buurt waar we door komen is niet heel welvarend. Je ziet het aan de huizen en aan de straten en trottoirs. Het is allemaal wat vuil, beschadigd en niet gerepareerd. Maar ja, zo glad gestreken als wij het gewend zijn zie je het ook niet veel op de wereld. Je moet hier even uitkijken waar je stapt, soms, maar het is geen enkel probleem en ook nu, ’s avonds, voelen we ons nergens onveilig of unheimisch.

 

Eerst komen we langs de roze met witte katholieke kerk van Alle Heiligen. Ook komen we langs de St. Casimirkerk, de barokke Basiliaanse Poort, de nationale Filharmonie en onder de Poort der Dageraad door lopen we weer terug. De beeltenis van Maria in een zilveren omkransing zit achter een traliewerk. Ze schijnt genezende werking te bezitten en de poort is daarom een bedevaart plek.
We kijken nog even rond in het grote stationsgebouw en dan begint het al een beetje te schemeren. Morgen verder!

   

re: St. Casimir kerk

  Casimir kerk, top van de gevel

    Basiliaanse Poort

 De Filharmonie

 

 

kerk van St. Theresa en op de achtergrond de Poort van de Dageraad

   

 De buitenkant van de Poort der Dageraad

 


 

Dag 7: Verkenning en stadswandeling Vilnius vr 25 mei

 


‘Met een lokale gids verkennen we te voet het centrum van Vilnius, dat wordt gedomineerd door de achthoekige Gediminotoren. We bezichtigen de Poorten der Dageraad in de stadswallen en zien het bijzondere barokke interieur van de Sint Pauluskerk.
’s Middags heeft u wat vrije tijd. Daarna kunt u op eigen gelegenheid dineren in een van de vele restaurants die de stad rijk is.’

Dat is in het kort ons SRC-programma vandaag.

 

INFO VILNIUS

Stadsbeeld
Vilnius heeft op de linkeroever van de Neris een grote historische binnenstad met een wirwar van kleine straatjes en meer dan veertig kerken. Dit 360 ha grote gebied staat sinds 1994 op de Werelderfgoedlijst. De barok is er de overheersende bouwstijl. In 2016 had Vilnius 532.762 inwoners. Vilnius heeft een grote historische binnenstad en huisvest een van de oudste universiteiten in dit deel van Europa.

De hoofdstraat van Vilnius is de Gediminasboulevard (Gedimino prospektas), die van het Kathedraalplein (Katedros aikšte) naar de rivier de Neris loopt. Op het Kathedraalplein bevindt zich de Stanislaus- en Wenceslauskathedraal, een classicistisch bouwwerk met een 16e-eeuwse klokkentoren. De boulevard bevindt zich gedeeltelijk in de eigenlijke historische binnenstad (senamiestis) en gedeeltelijk ten noordwesten ervan. Langs de Gediminasboulevard liggen belangrijke instellingen als het parlement, de regeringsgebouwen, de nationale bank, de nationale bibliotheek, het nationaal dramatheater en het constitutionele hof.
Op de Gediminasheuvel (Gedimino Kalnas) bevindt zich de Gediminastoren, het symbool van de stad en het enige restant van de burcht van grootvorst Gediminas. Het Koninklijk Paleis aan de voet van de heuvel werd in 1801 gesloopt, maar is in het eerste decennium van de 21e eeuw herbouwd.
Even ten zuiden van het Kathedraalplein liggen de gebouwen van de Universiteit van Vilnius, met de bijbehorende Sint-Janskerk (Šv. Jonų bažnyčia). Aan de oostkant van de binnenstad bevindt zich de enige overgebleven stadspoort van Vilnius. In deze Poort van het Morgenrood (Aušros vartai) bevindt zich een icoon van de maagd Maria.
In het hart van de Litouwse hoofdstad ligt Cathedral Square, met daarachter Gediminas Hill met de resten van de 14e eeuwse stadsmuur en de toren, ten zuiden ervan Pilies gatvé, de hoofdstraat van de oude stad en ten westen ervan Gedimino prospektas, de weg naar de nieuwe stad.

 

Stadswandeling met  gids

 

Net het trapje af bij het hotel zie ik deze fraaie graffiti van een blowende Trump die Putin laat meegenieten

 


We beginnen onze gezamenlijke stadswandeling met gids Cees en een Litouwse (vrouwelijke) gids, omdat dat hier verplicht is. We gaan ongeveer zoals we gisteravond al even liepen, maar nu beginnen we bij de enige overgebleven stadspoort, de Poort van de Dageraad of van het Morgenrood. De Madonna is nu beter te zien, het traliehekwerk is weg.

 de madonna zonder tralies


We staan nu in het stuk stad waar een concentratie is van gebouwen in de zgn. Vilniusbarok. De architectuur doet wel wat Italiaans aan. Het is in ieder geval anders dan ik mij thuis weer had voorgesteld. Veel barokker, weelderiger, uitbundiger dan ik in een noordelijk land zou verwachten. De gebouwen dateren uit de 17e en 18e eeuw en zijn door Italiaanse en Poolse bouwmeesters neergezet. Stijlvol, elegant, symmetrisch en weelderig, zou ik ze typeren. ‘Vijftig tinten roze’, merkt mijn vrouw op.

Na de Poort van de Dageraad kom je rechts al snel bij de kerk van St. Theresa. Helaas voor ons is die vanochtend gesloten; het interieur moet uitbundig barok zijn. Even verder nog meer naar rechts kunnen we wel even binnen bij een bijzondere kerk: de orthodoxe kerk van de Heilige Geest. Binnen overheerst tussen de barokke weelderigheid met ook gifgroene en rode tinten. De kerk dateert uit midden 18e eeuw. Er is een reliekschrijn uit 1853 waar je eerbiedige afstand tot moet bewaren; er liggen zeer gerespecteerde heiligen opgebaard. Sowieso moeten we stil doen want er is een dienst aan de gang. IJle klanken van een koortje vullen de ruimte.

     

  orthodoxe kerk


Verder de stad in komen we langs vele barokke gevels en gebouwen, o.a. hotels, de Filharmonie, de St. Casimirkerk. Een roze zalmkleurige gevel die op je af komt. Bovenop, maar moeilijk te zien, staat een mooie donkerblauwe kroon. Het stadhuis is een veel strakker gebouw met een klassieke gevel met zes pilaren.
Door ook smallere straatjes dwalen we verder. Onderweg drinken we koffie met een lekker stuk chocolade/vruchtentaart. Taart maken kunnen ze hier zeker, net als in Polen overigens.

  

Basiliaanse poort en deel van het gebouw v.d. Filharmonie

 

 dak van de St. Casimir kerk

 barokke gevel van een hotel

 stadhuis

 met plein ervoor

 

 

kerk van St. Anna en Bernardine kerk erachter

   

interieur

 St. Anna

 

 

We komen door de ‘literaire’ steeg waar bijdragen van schrijvers hangen, zien tussen de bebouwing door al even een glimp van de heuvel met de drie kruisen en belanden dan bij de kerk van St. Anna en Bernardine kerk, bij de Bernardine Tuinen.
De St. Anna is een mooi voorbeeld van flamboyante of baksteengotiek. De huidige kerk dateert van 1500. Sindsdien is het exterieur praktisch onveranderd gebleven, al zijn er natuurlijk restauraties geweest. Volgens de overlevering zou Napoleon bij het aanschouwen van de kerk tijdens zijn veldtocht in 1812 de wens hebben geuit om de kerk in de palm van zijn hand mee te nemen naar Parijs. Zijn soldaten waren prozaïscher: zij gebruikten de kerk als kazerne tijdens hun tocht naar Moskou in 1812. We kijken er ook binnen. Mooi. Het orgel valt open een zilveren icoon van Anna, Maria en Jezus.
Op het plein voor het presidentiële paleis zijn ze bezig een folkloristische markt op te tuigen. Ik zie zelfs een klompenmaker aan het werk!

 

We eindigen de gezamenlijke wandeling op het grote plein voor de kathedraal van St. Stanislaus, en het paleis van de Grote Hertogen.
De basilicale HH. Stanislaus- en Ladislauskatedraal is de rooms-katholieke kathedraal van het aartsbisdom Vilnius. Aan de kathedraal werd in 1985 de eretitel basilica minor verleend.
De kathedraal is in de historische stadskern van Vilnius gelegen en staat dus op historische grond. Hier was een vroege nederzetting en het kerkgebouw is dus verweven met de Litouwse geschiedenis. Het is ook hier waar de grootvorsten van Litouwen werden gekroond en vooraanstaande persoonlijkheden uit de Litouwse en Poolse geschiedenis ter ruste werden gelegd. De basiliek gaat in zijn huidige vorm terug op een ontwerp in de classicistische stijl van Laurynas Gucevičius en werd in 1801 voltooid. De klokkentoren is net zoals bij veel andere Baltische kerken als een vrijstaand bouwwerk uitgevoerd. Alles is blinkend wit in de scherpe voorjaarszon.

 de kathedraal van Vilnius

met los staande toren

 gevel

  

het tamelijk sobere interieur; re. het altaar voor St. Casimir

 

 Groothertogelijk paleis

 

De kathedraal werd gewijd aan de heilige bisschop Stanislaus van Krakau en de heilige Ladislaus I, koning van Hongarije, twee belangrijke steunpilaren van de Rooms-Katholieke Kerk in het oostelijke deel van 11e-eeuwse Centraal-Europa.
Tijdens het Sovjet-regime werd de kathedraal gebruikt als schilderijenmuseum. Vanaf 1985 werden er weer heilige missen toegestaan, hoewel men de kathedraal toen officieel nog steeds omschreef als "de galerij van afbeeldingen". In 1989 kreeg het gebouw zijn oorspronkelijke bestemming officieel terug.

 

Op dit plein nemen we afscheid van de Litouwse dame die ons rondleidde. Cees legt uit waar we precies zijn op de kaart en hoe we terug naar het hotel kunnen/ moeten. Maar zo ver is het nog lang niet. Mijn vrouw en ik gaan eerst maar eens lekker lunchen. In de buurt is een terras waar we lekker in de schaduw zitten. We bestellen soep en salade. Het duurt vreselijk lang voor er iets doorkomt. Na het betalen van de rekening ontdek ik dat ik waarschijnlijk alleen de salades betaald heb. Was de soep zeker compensatie voor het lange wachten.

 

Na de lunch voelen we ons fit genoeg om de heuvel van de Drie Kruisen te beklimmen. Het kasteel en de enig overgebleven toren Gediminas zijn wegens renovatie langdurig gesloten, zo vertelt een uitstekend Engels sprekende student die hier in het park kinderen rond rijdt met een treintje. Dus wandelen we door het park richting de Driekruisenheuvel. Een voetgangersbrug over de Vilnia en een pad langs de rivier, heerlijk koel nu, voert naar het begin van de trap naar boven.
333 treden en een stuk opgaand zonder treden, dat is best zwaar in deze hitte. Het monument op de top van de heuvel is een symbool voor Vilnius geworden. Wat er nu staat, afbladderend en wel, is een replica van het beeld dat de Sovjets in de jaren vijftig vernielden. Aan de voet van het monument liggen nog brokstukken van het oude beeld. Je kunt eromheen wandelen en hebt dan een panoramisch uitzicht over de stad. Zeker de moeite waard.
Teruglopend door het park komen we langs de Nederlandse ambassade. Die diplomaten weten hun plek wel te kiezen.

 

 

 uitzichten vanaf de heuvel met de drie kruisen

 het kasteel van Gediminas

Op de Gediminasheuvel (Gedimino Kalnas) bevindt zich de Gediminastoren, het symbool van de stad en het enige restant van de burcht van grootvorst Gediminas. 

 de resten van de oude kruisen

 

333 treden naar beneden gaat toch makkelijker dan naar boven

 

 

 

Terug in de stad bezoeken we het Universiteitscomplex, dat een groot deel van de oude binnenstad beslaat. Voor een luttele € 1,50 p.p. hebben we overal toegang. Er zijn maar liefst dertien binnenplaatsen. Geen wonder dat we even moeten zoeken naar de juiste deuren. Ook de rondhangende studenten weten niet allemaal precies de weg… Het is de oudste uni van Oost-Europa: als Jezuïetencollege opgericht in 1568. We bekijken o.a. de Johanneskerk, ook op dit complex. Het is een rijk versierde kerk met veel glitter, marmer en een machtig orgel waarop gespeeld wordt als wij er zijn. Ik vind er ook oude globes en landkaarten waaronder eentje gemaakt in Amsterdam in 1613.

   

'Alma mater Vilnensis' de toegangspoort en re: de St. Johannes kerk met losstaande toren

 observatorium 

 het orgel

 antieke globes

 

kaart van De Oost Zee uit 1613 uit Amsterdam, van het gebied waar wij nu grofweg zijn,

destijds aangeduid met Koerland (Curlandia) en Lijfland (Livonia)

 barok interieur van de St. Jan 

 

 

 

 

We zien het Observatorium alleen van buiten, we hebben geen tijd om alles te bekijken.  
In de boekhandel Littera zien we de merkwaardige, met fresco’s beschilderde plafonds. Karikaturen van professoren en studenten; niet oud, trouwens. Uit 1978. Wel merkwaardig.

 boekhandel Littera

 

Misschien nog merkwaardiger: de schilderingen in de hal van het gebouw van de afdeling filologie (taalkunde die zich richt op dode talen). Even de trap op en je raakt verzeild in een hallucinerend universum van surrealistische voorstellingen. Het doet me in de verte denken aan Dali. Maar ook Jeroen Bosch zou hierdoor gefascineerd zijn denk ik zomaar. De hele hal, muren en plafonds zijn bedekt met fresco’s die soms wel ingelijst lijken. De fresco’s heten “De jaargetijden” en zijn tussen 1976 en 1985 geschilderd door Petras Repšys. Ze stellen onderwerpen en symbolen voor uit de Baltische mythologie. Niet dat ik er veel van begrijp, ik ben niet zo op de hoogte van de Baltische mythen, maar desondanks ben ik wel gefascineerd door alles wat ik zie. Het een nog fantastischer dan het ander. Mijn vrouw is op een gegeven moment klaar en ik ga dan ook maar mee. We zijn er een hele tijd geweest, en we waren praktisch de enige bezoekers, afgezien van een paar dames uit onze groep die we hier weer tegenkomen.

  

 antiek glas-in-lood in de filologie-hal

 

 

 

Ik had anders het KGB-museum ook nog wel willen zien. Maar ook omdat het zo heet is, vinden we dat we voor vandaag genoeg gezien hebben. Er kan niets meer bij in ons hoofd. Bovendien is het nog een eind lopen en als we er dan zijn is het bijna sluitingstijd. Daarom lopen we naar de Bernardiny Sodas, een stadspark, waar veel Vilniussianen (?!) op deze mooie middag hun toevlucht zoeken.
We komen weer langs de St. Annakerk, waar we nog even binnen glippen. We gaan in het park van bankje naar bankje. Gelukkig hebben we nog water bij ons. Lang zitten we bij een grote verkoelende fontein. De fijnste druppels stuiven in de wind een eind door het park.

   

nog eens de St. Anna en de zilveren icoon met St. Anna, Maria en het kind

 

  

de fontein varieert in een bepaald patroon

 

Tegen de avond lopen we weer de binnenstad in. Vanavond zijn we ‘vrij’; we moeten zelf voor ons eten zorgen. In de belangrijkste toeristenstraat Pilies Gatve staan de horecazaken naast elkaar. We kijken op wat kaarten en kiezen een plek op een terrasje bij een Italiaans restaurant, vlak langs de (autovrije) straat. Ik eet forel en mijn vrouw zalm. Met een koel glas Gewürztraminer erbij is het goed uitrusten hier. Het eten is prima. Voor € 40 inclusief een tip zijn we klaar.

 

 

Dan lopen we terug naar ons hotel, nu al een beetje wegwijs in de stad. Het zeer nuttige plattegrondje gebruik ik nauwelijks meer. In het hotel zijgen we in de lobby neer met een koel glas witte wijn. Even bijkomen, zo’n hele dag wandelen en kijken in de warmte is best vermoeiend.


Op de bovenste verdieping van ons hotel zien we de zon in zachte tinten ondergaan boven de stad. De toch al roze Casimirkerk bloost in dit licht nog meer. De blauw met gouden kroon glinstert. Zelfs de drie kruisen kunnen we van hier zien. Met mijn telezoomlens, 60 x optisch, zie ik dat er nog mensen boven zijn. Ook andere kerken en gebouwen zien we vanuit onze hoge positie. Om het nog mooier te maken verschijnen er een stuk of zes grote ballonnen boven de stad. Langzaam drijven ze uit ons zicht. Een mooi afscheid van het mooie Vilnius.
Heel tevreden over deze zeer wel bestede dag vallen we vermoeid in slaap. Morgen weer vroeg dag want onze reisbegeleider wil op tijd bij het Rundale paleis zijn om de ergste drukte voor te zijn. Goed streven vinden wij.

 

Vilnius in de avondzon gezien vanaf de hoogste verdieping van het Vilnius Panorama Hotel 

 50 tinten roze...

als afscheid toont de stad ons een vlucht ballonnen

 

 


 

Dag 8: Rundalepaleis en naar Letland za 26 mei

 


‘Na een bezoek aan het prachtige Rundalepaleis rijden we naar Riga. We verblijven twee nachten in de hoofdstad van Letland. (ca. 300 km)’ (SRC)

 

We bezoeken vandaag dus een van de beroemdste en mooiste paleizen van de Baltische staten: het Rundale paleis. Sommigen zeggen: een van de mooiste van Europa, maar dat kan ik niet beoordelen.

We zitten om acht uur al in de bus, om mooi op tijd bij het paleis te zijn. We hebben daar een afspraak voor een rondleiding. Na een koffiepauze onderweg arriveren we om ongeveer 12 uur bij het paleis. We gebruiken dan eerst een eenvoudige maar heel smakelijke lunch bij het koffietentje op het terrein van het complex. Mijn vrouw en ik hebben een koude rodebietensoep, een sublieme haringsalade en een drankje voor iets meer dan € 10.

Daarna krijgen we een rondleiding in het paleis door een wat oudere mevrouw die ons in het Engels vertelt wat we zien. We hebben de korte rondleiding van ongeveer een uur. We zien veel van de schitterende zalen en hebben ook tijd om veel foto’s te maken.

Na de rondleiding hebben we tot half vier om in de grote tuinen voor het paleis rond te dwalen. De meesten laten zich in de hitte rondrijden met een treintje, maar wij stappen ijzerenheinig door de warmte om in de doolhof van hoge heggen allerlei besloten tuintjes te ontdekken, die allemaal weer anders zijn. We hebben lang niet genoeg tijd om ze allemaal te doen. We moeten zo nu en dan ook even zitten en water drinken, anders houden we het niet vol. Het is écht heet vandaag.
Er is ook nog een romantische theekoepel met terras, waar we in gezelschap van een ander stel een ijsje eten om af te koelen.


Nu geef ik wat informatie over het paleis.

INFO PALEIS RUNDĀLE

‘Paleis Rundāle (Duits: Schloss Ruhenthal, Lets: Rundāles pils) is het belangrijkste barokke paleis in Letland. Het bevindt zich in Pilsrundāle (gemeente Rundāle) twaalf km van Bauska en ongeveer 70 km ten zuiden van de hoofdstad Riga.

Geschiedenis
Het paleis werd tussen 1736 en 1740 door de Italiaanse architect Bartolomeo Rastrelli gebouwd voor de Koerlandse hertog Ernst Johann Biron. Rastrelli was nadien ook de architect van het Winterpaleis in Sint-Petersburg. Biron heette oorspronkelijk Biren maar veranderde zijn naam in Biron, de naam van een grote Franse familie. Het domein omvat behalve het paleis zelf enkele stallen, een grote binnenplaats met Franse tuinen en een park van 80 hectare, omringd door een rivier. Achter de rivier bevindt zich een groot jachtdomein waar de eigenaars van het kasteel joegen op reebokken, wilde zwijnen en vogels.
Het kasteel heeft een rijke geschiedenis en heeft vele bewoners en eigenaars gekend. De eerste was de hertog Biron, een minnaar van de Russische keizerin Anna Ivanovna. Hij gebruikte het paleis als zomerverblijf. Na de dood van Anna werd de hertog gearresteerd en verbannen naar Siberië, waarmee er een eind kwam aan de bouwwerkzaamheden. Johann Biron keerde echter onder de regering van Catharina II van Rusland van wie hij een gunsteling was, terug in Koerland. In 1765 werd de bouw hervat, nog altijd onder leiding van Rastrelli. In deze periode, die tot ongeveer 1768 duurde, kwam het grootste deel van de zalen gereed.

Later kwam het hertogdom Koerland aan Rusland. Catharina II schonk het paleis aan haar minnaar, prins Platon Zoebov. Het paleis kwam daarmee aan diens familie. Na zijn dood trouwde de weduwe met de graaf Sjoevalov en Rundāle bleef tot de Russische Revolutie van 1917 in het bezit van de Sjoevalovs.
Bij de landhervormingen van 1920 kwam het paleis in handen van de Letse staat, die inmiddels was opgericht. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het kasteel als school gebruikt. In 1933 werd het paleis aan het historische staatsmuseum toevertrouwd. De opgelopen oorlogsschade werd in deze periode hersteld. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef het paleis onbeschadigd. Wel had het te lijden onder slijtage en erosie.
In de oorlog hielden de militairen er flink huis. Eerst de nazi’s en later de soldaten van het Rode Leger. Kort na de oorlog was het een opslagplaats voor graan. De Sovjetregering liet alle bijvertrekken sluiten en richtte het hoofdgebouw in als landbouwhogeschool. In 1972 besloot ze met de restauratie van Dundãle te beginnen.

Het museum
In 1972 werd het paleismuseum gesticht. Tegelijkertijd werd begonnen met een nieuwe restauratie. Sindsdien kunnen toeristen het paleis en de Franse tuinen bezichtigen.


Interieur
Paleis Rundāle geldt als een hoogtepunt in de architectuur van Letland. Als voorbeeld diende het kasteel van Versailles. Het interieur telt 138 zalen, verdeeld over twee verdiepingen. Een groot deel van deze zalen is gerestaureerd: de restauratie begon dertig jaar geleden en is nog steeds niet geheel voltooid. Het paleis herbergt een rijke collectie schilderijen, verguldsels en porselein.


De beroemdste zalen zijn de Witte Zaal, die vroeger als balzaal werd gebruikt, de Gouden Zaal, die de troonzaal was, en de Grote Galerij, die als banketzaal fungeerde. Deze drie zalen bevinden zich in het centrale gebouw, waar ook de privézalen van de hertog zich bevonden. De hertogin en de overige familieleden woonden in het westelijke gebouw. De meeste oorspronkelijke meubelen van het paleis zijn na 1920 verdeeld geraakt over verschillende Europese landen, hoewel sindsdien enkele oude meubelen weer zijn teruggekeerd, als gift van de nakomelingen van de vroegere eigenaars, zowel die van de hertog Biron als die van de twee Russische families die er gewoond hebben.
In de crypte bevinden zich enkele sarcofagen van vroegere bewoners, de oudste daterend van 1569.

 

Aan de decoratie hebben de Duitse beeldhouwer Johann Michael Graff en de beide Italiaanse schilders Francesco Martini en Carlo Zucchi hun bijdragen geleverd. De twee Italianen hebben de muren en het plafond beschilderd, terwijl de Duitser marmeren beelden realiseerde.’ (uit: wikipedia en Jan Brokken: Baltische zielen. Amsterdam/Antwerpen, 2010)

Jan Brokken stond versteld van de eerste aanblik van het paleis. ‘In een klein dorp sta je plotseling oog in oog met een kopie van het Winterpaleis in Sint-Petersburg.’ Dat klopt want voor de architect was het bouwen van dit paleis een vingeroefening voor hij het winterse onderkomen van de tsaren in Sint-Petersburg neerzette.

Brokken beschouwt het bouwwerk als ‘een van de mooiste paleizen van Europa, met zachtgele muren en lichtblauwe daken om het contrast met de bloedrode muren van de toegangsgebouwen te versterken- een vondst van Rastrelli.’
Toen Brokken het paleis bezocht, was het van binnen nog leeg. Tijdens onze rondleiding kreeg ik de indruk dat er nu toch al heel wat ingericht is.
Brokken merkt ook nog op, dat dit gebouw voor de Letten een verwarrend geheel is. Aan de buitenkant Italiaans, pure Rococo; Frans qua indeling met immense eet- en balzalen die de grandeur van Versailles moeten oproepen. Maar de Letten denken toch bij elke stap die ze hier zetten aan Rusland. En dat wekt geen warme gevoelens op.

 

Foto's van Rundāle 

 

 

tussen bijgebouwen in een warme rode kleur door loop je het plein op voor het eigenlijke paleis.

 

 blik naar buiten

 hal met trap naar boven

 

in veel vertrekken staat zo'n enorme tegelkachel

 

en ze hebben fijne details

 gouden zaal

 

 witte zaal

 detail

 

veel verguldsel en plafondschilderingen

werkkamer met portretten van de bewoners

  

 

 badkamer

 idem

 slaapkamer

 blik op de tuin vanuit het interieur

 detail gedekte tafel eetzaal

 

 

in de tuinen

 

 

 


*************
Jan Brokken: Baltische zielen. Amsterdam/Antwerpen, 2010
Opmerking terzijde: wie meer wil weten over de Baltische staten en hun inwoners, meer dan wat een reisgids kan vertellen, doet er goed aan dit boek van Jan Brokken te lezen. Zijn aanpak doet denken aan die van bijv. Geert Mak: vanuit een concreet uitgangspunt, een reis, en bezoekjes die hij aflegt en interviews die hij heeft met mensen, vertelt Brokken heel veel over wat ik dan maar noem de Baltische ziel. Niet alleen veel geschiedenis krijgt de lezer voorgeschoteld, maar ook veel over de gevoelens en meningen van de inwoners. En dat gaat vaak aan de hand van beschrijvingen van levens (biografieën is een te groot woord) van min of meer bekende Litouwers, Letten en Esten, als Eisenstein, Lipschitz, Hannah Ahrendt, Mark Rothko, Arvo Pärt en meer.

Het lezen van dit boek heb ik als een voortreffelijke voorbereiding op deze reis ervaren. 

************


Na ons bezoek aan dit paleis, dat zeer de moeite waard was, rijden we onder andere via zandwegen (!) over het zeer platte land naar ons hotel in Riga.

Maar eerst rijden we nog even langs het gebouw van de Academie van Wetenschappen. De eerste wolkenkrabber van Riga en alleen al als zodanig omstreden. Gebouwd in de jaren vijftig in een soort pseudo barokke stijl, kreeg het de bijnaam ‘Stalins verjaardagstaart’. De meesten in onze groep vinden het afschuwelijk, maar ik heb wel een zekere waardering voor het gebouw. De symmetrie, de ornamenten met als thema hamer en sikkel maar ook Letse volkskunst, ja, ik vind het wel wat hebben. Indrukwekkend is het in ieder geval.

 onze SRC bus voor het gebouw

   

 

 

 

 

Dan rijden we naar ons hotel. Vanavond en morgennacht zijn we in Hotel Styles Riga - Riga
‘In het noorden van Riga, op 20 minuten wandelen van de historische binnenstad, ligt het Ibis Styles hotel. Vanuit het restaurant, dat op de 11e verdieping ligt, heeft u een schitterend uitzicht over de stad Riga.’
Hotel Ibis Styles Riga
Katrinas Dambis 27
Letland 1045 Riga

 

Wij hebben een kamer op de 11e verdieping. Wel uitzicht dus, maar het Ibis staat aan de rand van de stad naast een haven en rangeeremplacement met kolenoverslag waar tot laat in de avond zware treinen worden gerangeerd en heen en weer gereden en met veel lawaai gevuld. Dat is binnen ook goed te horen. Het uitzicht is dus niet geweldig. Hoewel, als de duisternis begint te vallen en de zon een donkerrode gloed over alle lelijkheid van kranen en pijpen en wagons legt, heeft dat zelfs wel een zekere schoonheid.

 

 uitzicht

zonsondergang boven Riga

 


De rest van het hotel vinden wij ook niet geweldig. De bediening tijdens het diner is zelf een beetje grof, niet bepaald klantvriendelijk. De volgende morgen bij het ontbijt en ook bij het diner is dat duidelijk beter. Het is maar wie je treft, denk ik. Maar ook dit hotel heeft weer als pre dat het mooi dicht bij het stadscentrum ligt. Maar toch ook weer niet zo dicht, dat we ernaartoe lopen. De omgeving van het hotel lokt ook niet uit tot het schappen van een luchtje.
Ook de volgende morgen brengt de bus ons in een paar minuten naar de stad.

 

 

 


 

dag 9: Uitgebreide kennismaking met Riga (zo 27 mei)

 


“Ten tijde van de Hanze bloeide Riga op. Het werd een prachtige, welvarende stad. Het silhouet van het oude centrum, dat bestaat uit veel torens, verraadt deze rijkdom. Na een gezamenlijke kennismaking kunt u ’s middags zelf op pad. U kunt bijvoorbeeld ontspannen op een terrasje de gezellige drukte van Riga in u opnemen of eten in een van de restaurants in het gezellige centrum. (ca. 10 km)”. (SRC) 

 

Vrijheidsmonument 1945


Vrijheid… ook vrijheid is betrekkelijk, zoals de Letten ondervonden: nadat ze bevrijd waren van de nazi’s leden ze onder de onvrijheid van de sovjets…

Eerst gaan we deze dag met de bus naar een buitenwijk waar een groot en nogal protserig monument staat voor de bevrijding van Riga door de Sovjets. Het monument staat op de linkeroever van Riga. Het Victory Monument blijft een controversiële plaats houden bij de burgers van de stad. De meningen zijn zeer verdeeld over wat de toekomst van dit monument zou moeten zijn.
Gebouwd in 1985 en symboliseert de bevrijding van Europa en de overwinning op het nazisme en herdenkt 40 jaar sinds die overwinning. De grote kolom van vijf sterren staat 79 meter hoog en wordt omringd door een groep sculpturen, 3 soldaten en een eenzame vrouw. Elk jaar op 9 mei verzamelen Sovjet-veteranen en sympatisanten zich bij het Victory Monument en worden er diensten, herdenkingen en een evenementenprogramma gehouden. Deze dag is voor velen dus een herdenkingsdag. Voor anderen is het echter een herinnering aan de jaren die volgden op de bevrijding van Letland van de nazi’s en staat het voor de gehate communistische overheersing.

 

nieuwe bibliotheek aan de Daugava

de moderne stad aan de linkeroever

  

 

 

 




 

JUGENDSTIL/ ART NOUVEAU IN RIGA

De Jugendstil, in Frankrijk en België ook wel art nouveau genoemd, is een kunststroming die is ontstaan aan het eind van de negentiende eeuw. De natuur is de belangrijkste bron van inspiratie voor deze kunststroming. Overal zie je organische elementen terug, bijvoorbeeld in de ronde vormen die vaak geïnspireerd zijn op planten en dieren. Ook komen aardse kleuren en vrouwelijke figuren veelvoudig terug. De jugendstil was niet alleen in de schilderkunst een belangrijke stroming, maar spreidde zich eigenlijk uit naar alle kunstdisciplines. Ook in Letland was de stijl bijzonder populair, en in deze stad vind je meer jugendstil-architectuur dan in welke andere Europese stad dan ook. Het centrum staat zelfs op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Ook vandaag de dag nog is er ontzettend veel mooie jugendstil-architectuur in Riga te bewonderen.

Er is één stadsdeel in Riga waar je heel veel gebouwen in de Jugendstil bij elkaar vindt. Hoewel je overal in de stad elementen uit de jugendstil terug ziet komen, zijn er twee straten waar de jugendstil-liefhebber echt zijn ogen uit kan kijken: de Elizabetes Iela en de Alberta Iela (de Elizabethstraat en de Albertastraat). Dit gedeelte van de stad wordt daarom ook wel het art nouveau-district genoemd.
De bus zet ons af in de buurt en al wandelend in de ochtendzon bekijken we enkele straten en vele gevels. Mijn eerste indruk is: is dit nu ook Jugenstil? Het is zo overdonderend, zo barok, zo weelderig gedecoreerd. Je weet niet waar je eerst moet kijken als je voor zo’n uitbundige gevel staat.


Op nummer 8 staat dit in het oog springende blauwe gebouw. Binnen de jugendstil-architectuur in Riga zijn er een aantal verschillende stromingen, en van bijna elke stroming kun je in Riga wel een aantal voorbeelden zien. Dit gebouw is een mooi voorbeeld van de stroming die de eclectische jugendstil wordt genoemd. Het werd ontworpen door Mihails Eizenšteins, een architect uit Rusland die in Riga veel mooie jugendstil-gebouwen heeft ontworpen. Dit gebouw is misschien wel het bekendste voorbeeld van de jugendstil-architectuur in Riga; jaarlijks komen veel liefhebbers van de bouwkunst naar Letland om het in het echt te bekijken.

Jan Brokken vertelt in het al eerder door mij genoemde boek Baltische zielen het tamelijk tragische levensverhaal van Eisenstein. Zo lees ik op een gegeven moment: ‘Hij was de taartenbakker onder de bouwmeesters van Riga geworden.’ Zijn zoon Sergej, de rode cineast bekend van de Pantserkruiser Potemkin, keerde zich vol walging van zijn vader af. Mihail stierf in 1920 eenzaam in Berlijn waar hij naartoe gevlucht was.

Tip: LEES het boek!

De sovjets hadden, net als de nazi’s overigens, een hekel aan de art nouveau kunst. Ze deden niets om de gebouwen te onderhouden, ja, ze vestigden er kinderrijke arme gezinnen in om de teloorgang actief te bevorderen. Na de Letse onafhankelijkheid zijn de gebouwen langzamerhand weer in de oude glorie hersteld maar het werk is nog niet af. Wij bekijken vanmorgen een aantal aansprekende gevels. Onze gids Cees geeft deskundig commentaar in onze oortjes.

FOTO'S VAN ART NOUVEAU PANDEN IN RIGA

   

  

            

  

 

 



Dan weer even in de bus, die ons nu afzet op het plein bij de rivier de Daugava. We zijn hier vlak bij het gemeentehuis, het huis van de Zwarthoofden en de Petrikerk. 

Wij maken met onze uitgebreide stadwandeling echter eerst een omtrekkende beweging om vanmiddag hier te eindigen op dit plein.

we komen langs een paar katholieke kerken, waar op zondagmorgen natuurlijk dienst is. Daarom nemen we alleen een kort kijkje binnen.

  

arsenaal achterkant

 ook hier is dienst

   

de dom

 

We komen zo langs het kasteel van Riga, het arsenaal, de St. Jacobskathedraal, de Poedertoren, we komen in de buurt van de Russisch-orthodoxe kerk waar we ook met de bus al langs kwamen en waar mijn vrouw en ik vanmiddag op eigen gelegenheid naartoe gaan. We zien het Vrijheidsmonument (dichtbij de orthodoxe kerk), de zogenaamde “Drie broeders” (drie heel oude gevels naast elkaar).


Op het plein voor de Dom drinken we (dure) koffie.

   

de drie broeders

 dom

 domplein

   

poedertoren                                                                 kat op de top

In de Oude Stad van Riga ligt de 'Poedertoren' uit de 14de eeuw. Vroeger was deze toren de hoofdingang tot de stad en had ze een verdedigingsfunctie.

 kleine gilde

   

 Smersh gebouw (hierboven)

   

 St. Petrus kerk

 

 

    

 

 

 

Daarna zien we o.a. nog het monument voor de confrontaties met de Russische bezetter in 1991, de gebouwen van het Grote en het Kleine Gilde, het gebouw waar de beruchte Smersh gevestigd was tijdens de sovjetbezetting. Smersh kennen lezers van Ian Flemings James Bond (of de kijkers naar de films) natuurlijk. Volgens de plaquette op het gebouw zijn hier heel wat Letse burgers gevangen gehouden en gemarteld.

En nog veel meer mooie gevels, leuke straten en pleinen.

 

De Barricades ( Letlands : Barikādes ) waren een reeks confrontaties tussen Letland en de strijdkrachten die loyaal waren aan de Sovjetunie in januari 1991, die voornamelijk in Riga plaatsvond. De evenementen zijn genoemd naar de populaire inspanning van het bouwen en beschermen van barricades van 13 januari tot ongeveer 27 januari. Letland, dat een jaar eerder het herstel van de onafhankelijkheid van de Sovjetunie had afgekondigd , verwachtte dat de Sovjetunie met geweld zou proberen de controle over het land terug te winnen. Na aanvallen van de Sovjets op Riga begin januari riep de regering mensen op om barricades te bouwen ter bescherming van mogelijke doelen.

 


De bakstenen Petruskerk is de hoogste kerk van Riga en een echte blikvanger. De metalen toren (123,5 meter) uit 1973 overheerst alles. In de Middeleeuwen was dit de belangrijkste kerk van Riga. De eerste, houten kerk stond er al in 1209, maar daar is niets van overgebleven. Het oudste gedeelte dateert uit 1409, vandaar de gotische invloeden. Ook de barokke toren is al meerdere keren vervangen. In de Tweede Wereldoorlog is de toren zelfs nog ingestort. De kerk is nu een museum. Met een lift kun je naar boven gaan (73 meter hoogte), waar je een verbluffend uitzicht hebt over de oude stad en de Daugava.


Het 14de-eeuwse stadhuis van Riga is net als het Zwarthoofdenhuis gelegen op het Raadhuisplein, het centrale plein van de oude stad. dat plein werd in de Tweede Wereldoorlog volledig vernield. Na de oorlog herbouwden de Russen bijna alles, maar de communistische Stalin weigerde de gebouwen van Duitse oorsprong te herbouwen.

 centrale plein

 carillion

 



Het Vrijheidsmonument (Lets: Brīvības piemineklis) van Riga is een beeld van een vrouw die drie sterren in de lucht houdt. Bij Letten is de vrouw bekend als Milda. De drie sterren staan voor Koerland, Lijfland en Letgallen, de drie delen van het Russische rijk waaruit het zelfstandige Letland is ontstaan. Het opschrift luidt TĒVZEMEI UN BRĪVĪBAI (voor vaderland en vrijheid). Het monument is tussen 1931 en 1935 tijdens de eerste onafhankelijkheid van Letland opgericht. Het is gebouwd ter herdenking aan de Letse soldaten die zijn gesneuveld in de Letse Onafhankelijkheidsoorlog (1918-1920). Het monument overleefde de Sovjet-bezetting tijdens en na de Tweede Wereldoorlog.

   

vrijheidsmonument

 

 





Het Zwarthoofdenhuis is een gebouw in het oude stadscentrum van de Letse hoofdstad Riga. Het gebouw werd gebouwd in de veertiende eeuw door de Broederschap van de Zwarthoofden, een gilde voor ongetrouwde Duitse kooplieden in Riga. Het in gotische stijl gebouwde huis was met zijn 27 meter hoogte een groot huis in de middeleeuwen. De rijk versierde gevel, die naar het voorbeeld van Hollandse en Vlaamse gildenhuizen in maniëristische stijl gemaakt werd, is na de reconstructie van het gebouw midden jaren negentig een van de grootste bezienswaardigheden van de stad.
Geschiedenis
Het huis werd voor het eerst vermeld in 1334 als het Neue Haus der Großen Gilde. Het diende voor bijeenkomsten van Duitse kooplieden en de Duitse burgerij van de stad Riga. Duitse kooplieden die geen officiële burger van de stad waren sloten zich aan bij de Zwarthoofden. Aanvankelijk was de Heilige George (beschermer van ridders en krijgers) de patroonheilige van de gilde. Later werd de heilige Mauritius de patroonheilige wat de naam Zwarthoofden opleverde omdat Mauritius een donkere huidskleur had. In 1447 werd de paradezaal aan de zwarthoofden verhuurd door de stad en in 1687 werd de naam Schwarzhäupterhaus voor het eerst gebruikt. In 1713 werden de zwarthoofden pas de eigenaar van het gebouw.
Op 29 juni 1941 werd de stad Riga door Duitse troepen gebombardeerd en werd het huis grotendeels verwoest. In 1948 werd de ruïne door de Sovjets gesloopt. Er kwam geen gebouw in de plaats en het marktplein werd er zo groter op. Ter voorbereiding van het 800-jarig bestaan van de stad werd het gebouw tussen 1993 en 1999 gereconstrueerd.
Het is een schitterende gevel, eigenlijk een beetje té mooi, maar ja, het is dus ook splinternieuw, eigenlijk… Toch mooi dat men dit karakteristieke gebouw weer helemaal heeft herbouwd.

 

 

zwarthoofdenhuis en Schwabenhuis

  

        

    

Hollands trapgeveltje (eind 16e eeuw toegevoegd)

het fraaiste stukje Riga misschien wel



De Russisch orthodoxe kathedraal 

Aan het Esplanadepark staat de prachtige 'Kathedraal van Christus' geboorte' . Vijf koepels sieren het exterieur en van binnen zijn die ook mooi gedecoreerd. Gebouwd tussen 1876 en 1884 als onderdeel van de russificatie. Tijdens de Sovjettijd was het o.a. een planetarium...

Na de lunch die mijn vrouw en ik samen ergens gebruiken, bezoeken we de prachtige Russisch-orthodoxe kerk Geboorte van Christus. Ik maak steels een paar foto’s (in orthodoxe kerken is het meestal verboden te fotograferen). Een mannetje komt op me af en biedt aan dat ik voor € 5 een kaartje mag kopen en dan mag ik ongelimiteerd fotograferen. Wel het kaartje zichtbaar dragen voor de andere gasten die níet mogen fotograferen… Dat is nodig, want al snel word ik op mijn vingers getikt door een dame die mij op het fotoverbod attent maakt. Ik laat glimlachend mijn kaartje zien!

We treffen het want er is dopen vandaag (zondag). Er is dus veel volk en het dopen gaat aan de lopende band. We blijven een hele poos; we vinden het schitterend.

Veel legale foto’s hieronder dus!

  

   

  

het zonlicht is mij vandaag bijzonder behulpzaam bij het fotograferen! Ze zet de spot net op de goeie plekken.

  

  er is dopen

   

  


 

Horeca in Riga is schreeuwend duur en niet geweldig. We betaalden €3,10 voor een kleine cappuccino. Op de garnalensalade van onze lunch zaten welgeteld drie garnalen. 




  


Na deze kerk lopen we terug naar de Riga Dom Kathedraal. Hier mag je wel (gratis) foto’s maken. Ook hier zijn we geruime tijd. Er is een heel mooi orgel waarop juist gespeeld wordt als wij er zijn. 

Tussendoor zitten we in een park, eten een ijsje en struinen door de stad.
Voor we er erg in hebben is het alweer tijd voor de bus. Tegen vijf uur komen we aan in het hotel. Weer een welbestede maar ook best wat vermoeiende dag. Ook door de warmte.

 

 

             

  

zeer fraaie preekstoel en orgel 

   

                                                                                     detail van het orgel

torenhaantje

   

kloostergang met mooie doorkijkjes en oude en antieke spullen

 

 

 

De Dom van Riga (Lets: Rīgas Doms) is een markante gotische kathedraal en de grootste middeleeuwse kerk van de Baltische staten. Ook is het een van de oudste religieuze gebouwen in Letland. De kathedraal is de hoofdkerk van het Lutherse aartsbisdom Riga.  De kerk is een belangrijk herkenningspunt in Riga en behoort tot de meest gefotografeerde gebouwen van de stad. Behalve Lutherse vinden er ook oecumenische diensten plaats en worden er muziekuitvoeringen georganiseerd. De kerk herbergt een veelheid aan historische, culturele en artistieke schatten en bezienswaardigheden.

 





 


 

dag 10: Historisch Sigulda en nationale park Gauja (ma 28 mei)

 

“We gaan naar Sigulda, een stad die wordt gedomineerd door een prachtige kasteelruïne. Hierna bezoeken we het nationale park Gauja, een uitgestrekt natuurpark. De gelijknamige rivier stroomt door dit schitterende gebied. Een mooie ochtend in de Letse natuur! We overnachten in Pärnu in Estland. (ca. 250 km)” (SRC)

‘Hotel Pärnu - Pärnu
Dit hotel ligt in het centrum van ‘zomerstad’ Pärnu en vlak bij de rivier Pärnu. Het hotel heeft wellnessfaciliteiten, waaronder een jacuzzi, een sauna en een fitnessruimte. Alle kamers hebben een balkon, wifi en een minibar.
Hotel Pärnu
Rüütli 44, Estland, 80010 Pärnu ’

 

Vandaag vertrekken we voor een relaxte dag om half negen. Na een klein uurtje rijden komen we aan bij het park en complex van Sigulda, de kasteelruïne en een openluchtmuseum.
We gebruiken koffie met koek in een ondergronds klein cafeetje bij het complex.
Dan krijgen we drie kwartier voor de ruïne van het kasteel van de Lijflandse orde. Dat is ruimschoots genoeg want zo heel veel valt hier niet meer te zien. Wat restanten waarvan men sommige heeft gereconstrueerd met nieuwe materialen. We wandelen erlangs en beklimmen de gebouwen waar mogelijk. Uitzicht op groene bossen met de kabelbaan naar de grot (zie verderop) en het torentje van het kasteel Krimulda. En het nieuwe kasteel van Sigulda, dat meer een flink uit de kluiten gewassen landhuis is, gebouwd in 1867. De ruïnes doen zo te zien tegenwoordig ook dienst als decor voor een openluchttheater.

Met de bus is het slechts een eindje naar de grote parkeerplaatsen van het complex van het Turaida Museum met openluchtmuseum en het kasteel van bisschoppelijk kasteel in Turaida. Het is prachtig weer voor een wandeling over het uitgestrekte terrein. Eerst zien we wat gebouwen van het openluchtmuseum. De gastdames willen ons van alles vertellen en laten zien maar wij hebben weinig tijd. We willen ook nog naar het kasteel en de kerk. Bij de kerk het graf en gedenkteken voor Turaidas Roze, de ‘Roos van Turaida’. Het houten kerkje is een van de oudste van Letland uit 1750. Tussen 2006 en 2009 is het gerestaureerd.

Dan het Turaida kasteel en zijn bijgebouwen. Al in 1214 gebouwd door de Orde van de Zwaardbroeders; in 1776 uitgebrand en daarna gerestaureerd. Op de verdiepingen zien we een expositie over de geschiedenis van het kasteel en de omgeving. Het is er druk met schoolreisjes. Waar niet…
Rustiger is het in het uitgestrekte park van de Volksliederen, waar we enkele van de 25 beelden zien van kunstenaar Barons.

 

het nieuwe kasteel van Turaida voor- en achterkant (onder)

(deels gereconstrueerde) ruïne van het oude kasteel

   

in het openluchtmuseum, in een huisje waar men kruiden verwerkt

openluchtmuseum

het graf van de 'Roos van Turaida'

kerkje

 interieur

 

toren van het bisschoppelijk kasteel

 binnenplaats

            

een van de beelden in het park.                                              Re: uitzicht uit ons hotel in Pärnu, Estland

 uitzicht

 

 

De lunch gebruiken we in het oude stadje Cesis. Het was al in 1383 lid van de Hanze. Er is van alles te zien, maar wij beperken ons door de tijd gedwongen tot een relaxte lunch op het lommerrijke terras van een hotel. Je moet je kost zelf halen bij een buffet onderin het hotel. De soep en salade smaakt voortreffelijk. Het eten is niet duur. Wel redelijk duur is koffie en zeker wijn.

Onze verdere route voert binnendoor over rustige en redelijke goede wegen door een groen en arcadisch landschap. Weinig huizen en mensen en verkeer. Ongemerkt passeren we de grens. Ook hier weer een binnengrens van de EU.

 

Tegen vijven checken we in in ons hotel, in het centrum van Pärnu. Pärnu is een stad in het zuidwesten van Estland. De stad ligt bij de monding van de gelijknamige rivier in de Golf van Riga, ongeveer halverwege Riga en Tallinn. De stad telt circa 45.000 inwoners en is daarmee de vijfde van Estland. Voor het diner lopen we nog even een stukje door het centrum. Het is vrij ruim opgezet en er staan soms mooie geveltjes. Ook doen we het moderne winkelcentrum aan, voor wat boodschapjes. Zulke winkelcentra lijken in heel het westen op elkaar. Ik word er niet gelukkig van. Maar goed, we hebben wat fruit en wat drankjes voor morgen. Morgenvroeg is een vrije ochtend. Dan willen mijn vrouw en ik wandelen door Pärnu. Morgenvroeg kopen we wel wat verse broodjes.

 

Meer informatie over Sigulda en N.P. Gauja

(o.a. uit wikipedia)

Sigulda is een historische stad in het noorden van Letland aan de rivier de Gauja. Sinds enkele jaren is de stad een belangrijk wintersportcentrum met een bobsleebaan en skipistes op de hellingen. De stad ligt midden in het Nationaal Park Gauja.
In 1207 werd hier door de Orde van de Zwaardbroeders een kasteel gebouwd. Tegenwoordig is het niet meer dan een ruïne.


In de heuvels rond Sigulda ligt het kasteel van Turaida, dat in de 17e eeuw gedeeltelijk vernietigd werd toen de kruitkamer getroffen werd door de bliksem. Vlak bij het kasteel staat een houten kerk waar de 'Roos van Turaida' ligt begraven. Zij was een negentienjarig meisje dat in 1620 door een Poolse officier werd vermoord in de grotten rond de vesting. Volgens de overlevering was zij verliefd op een tuinman van een nabijgelegen vesting, maar werd zij door de officier in de val gelokt.


De Gūtmans-grot (Gūtmaņa ala) ligt halverwege Sigulda en het kasteel van Turaida aan de Gauja. Het is de grootste grot in het Baltische gebied en meet 19 meter diep, 12 meter breed en 10 meter hoog. Hij bevat inscripties uit de 17e eeuw. Volgens een legende verlengt en verbetert het water in de grot het leven van degene die ervan drinkt. De grot wordt met een kabelbaan verbonden met Sigulda.

 


Ongeveer vijftig kilometer ten oosten van Riga ligt aan de rivier de Gauja het plaatsje Sigulda. De omgeving van het stadje wordt wel Lets Zwitserland genoemd omdat de rivier vrij spectaculair door de heuvels meandert.
Oorspronkelijk bewoonden de Lijven dit gebied, maar zij waren - zoals overal in Letland - niet opgewassen tegen het geweld van de Duitse kruisridders. De laatsten bouwden in 1207 een fort op de linkeroever van de Gauja, terwijl op de rechteroever in Turaida een kasteel voor de bisschop van Riga verscheen. De rivier vormde de grens tussen de twee machtsblokken, die niet alleen de rebellerende Lijven, maar ook elkaar nauwlettend in de gaten hielden.
Rond het kasteel van de Lijflandse Orde ontstond een dorpje, maar daar bleef na de oorlogen van de zestiende en zeventiende eeuw weinig van over. De schoonheid van Sigulda werd pas herontdekt aan het eind van de negentiende eeuw, vooral als recreatie- en wintersportoord voor de rijkeren.


Het kasteel van de Lijflandse Orde is grotendeels verwoest en is nu een ruïne. Vanaf de overblijfselen heb je een mooi zicht op de vallei, met in de verte de rode muren van het bisschoppelijk kasteel in Turaida. Recht tegenover Sigulda liggen de resten van het kasteel van Krimulda, dat behoorde aan de Domkerk van Riga. Hoge kerkfunctionarissen brachten hier de nacht door. Een kabelbaan brengt je ernaar toe, vanwaar je een fantastisch uitzicht over de Gauja hebt. Heb je lef, dan kun je zelfs vanuit de kabelbaan bungeejumben...


Het Turaida Museum is een uitgebreid complex met verschillende attracties, het kasteel natuurlijk voorop. Het werd in 1214 in opdracht van bisschop Albrecht van Buxthoeven gebouwd als tegenhanger van de kruisridderburcht in Sigulda. De spanningen tussen beide partijen liepen soms hoog op, zo hoog dat de Lijflandse Orde het bisschoppelijk fort in de vijftiende eeuw in bezit nam. In de achttiende eeuw werd het kasteel onbruikbaar en werden de stenen gebruikt voor de bouw van huizen. De burcht die je nu ziet, is dan ook nep maar geeft wel een goed beeld van toen.


Het Nationaal park Gauja is het oudste en grootste nationaal park in Letland. Het werd in 1973 opgericht. Het park beslaat een driehoekig gebied in het stroomgebied van de Gauja, beginnend bij Valmiera en eindigend voorbij Sigulda. De zandsteenformaties langs de rivier dateren uit het Devoon en hebben dit gebied de bijnaam het "Lijflandse Zwitserland" opgeleverd. Van het grondgebied wordt 54% ingenomen door loofbos, naaldbos en gemengd bos. Tot de broedvogels in het nationale park behoren de zwarte ooievaar, de oehoe, de ijsvogel en de witrugspecht. Het hoogveen van Suda is een vogelreservaat. 34% van het park is in gebruik voor landbouw en menselijke activiteiten. Het park omvat ook verschillende belangrijke historische en archeologische monumenten en is een van de belangrijkste toeristengebieden van Letland. In het park bevinden zich drie bezoekerscentra. Het hoofdkantoor bevindt zich in Sigulda.

 

 


 

Dag 11: Rustige ochtend in Pärnu en naar Tallinn (di 29 mei)

 


“We genieten van een rustige ochtend in Pärnu, een populaire strandplaats. Daarna reizen we naar Tallinn, waar we twee nachten verblijven. (ca. 130 km)”   (SRC) 

“Hotel Metropol - Tallinn
In het hart van Tallinn, op 300 meter van de historische binnenstad, ligt Hotel Metropol. Vanuit het hotel wandelt u zo naar Reakoja Plats, het bruisende middelpunt van de stad. Het hotel beschikt onder andere over een restaurant en een gezellige bar. De moderne kamers beschikken over een douche en een föhn. Er is gratis wifi beschikbaar in het hele hotel.
Hotel Metropol, Roseni 13, Estland, 10111 Tallinn

 

Pärnu
Pärnu is een stad in het zuidwesten van Estland. De stad ligt bij de monding van de gelijknamige rivier in de Golf van Riga, ongeveer halverwege Tallinn en Riga. De stad telt circa 45.000 inwoners en is daarmee de vijfde van Estland. Het is de hoofdstad van de provincie Pärnumaa.
Pärnu wordt vanwege zijn strand en talrijke zomerse festivals wel officieus de "Zomerhoofdstad van Estland" genoemd. Het is bovendien een kuuroord met een verleden dat teruggaat tot 1838, toen het eerste kuurbad werd geopend.”

 

 

Ondanks onze ‘vrije’ ochtend, zijn we, mijn vrouw en ik, al bijtijds op pad met onze stadswandeling. Gewapend met een plattegrondje is de weg vinden niet moeilijk. Pärnu is niet zo groot en overzichtelijk gebouwd. Bovendien grenst het aan de Pärnu Baai, die deel is van de Golf van Riga, die weer deel is van de Oostzee. We kopen eerst broodjes en lopen dan naar de Vallikäär, een wormvormig aanhangsel van de Pärnurivier. Erlangs is een mooi parkachtig gebied met wandelpaden. Heerlijk om hier in de opwarmende ochtendzon te lopen. Aan het eind is een brug die we nemen naar de kant waar we uiteindelijk terecht zullen komen aan het strand.

Maar eerst drinken we koffie in een monument: Ammende Villa. “Ammende Villa is een herenhuis en een monument van cultureel erfgoed in Pärnu. Het is een van de meest indrukwekkende vroege voorbeelden van Art Nouveau- architectuur in het land. Het doet nu dienst als luxehotel in het kuuroord van Pärnu.
Geschiedenis
De Ammende Villa, met een grote tuin en aangrenzend bos, werd in 1904 gebouwd door de plaatselijke magnaathandelaar Hermann Leopold Ammende via de architectenbureaus Mieritz & Gerassimov in St. Petersburg in opdracht voor de bruiloft van zijn dochter. Sinds de oprichting heeft het herenhuis vele doeleinden gediend als zomercasino en club, gezondheidsinstelling, bibliotheek, en ook als tandheelkundige kliniek in de Sovjettijd, voordat het werd gerestaureerd en omgebouwd in 1999 in een hotel door twee Estse zakenmensen. Met ruime zalen, salons en kamers ingericht in een authentieke, historische stijl, ligt het hotel dicht bij het strand en op een korte loopafstand van de oude binnenstad.” (wikipedia)

        

We lopen eerst voor het gebouw langs en maken een paar foto’s. Het ziet er chic uit en we aarzelen, maar doen het toch: koffie drinken in een chic hotel. We worden keurig ontvangen en mogen beneden overal foto’s maken waar geen personeel aan het werk is. Koffie kunnen we laten komen op het heerlijke terras dat uitziet op een tuin met fontein en veel geboomte. Het meisje van de bediening is heel aardig. Ze brengt ongevraagd en ‘van het huis’ een grote karaf koud water met citroen ‘omdat het zo warm is’. Gewend aan de koffieprijzen op terrasjes onderweg schatten we in dat de koffie hier vast wel vijf of zes euro per kop zal kosten. Maar het is het waard, zeggen we tegen elkaar. Binnen is het net een museum. Letterlijk alles is in de stijl van de art-nouveau of Jugendstil, en dan een type van deze kunst die ons bekender voorkomt dan wat we zagen op de gevels van Riga. Daar was het een soort suikertaarten Jugendstil. Hier de bescheidene variant. Sierlijke motieven uit de natuur, decente kleuren, prachtig gestileerde meubels en lampen. De wanden zijn stijlvol gedecoreerd en zelfs op de wc is de stijl doorgevoerd, bijvoorbeeld in de kranen.

We zitten hier heerlijk, maar we willen/ moeten verder. Als ik afreken komt de verrassing: Voor twee koffie en de karaf water € 6. Als het niet zo ver was, zouden we hier wel een weekeindje willen logeren. Wat een aardige sfeer, wat een mooie ambiance en wat een gastvrijheid! 

                     

 

Door een schaduwrijk park lopen we naar het strand. Daar staan banken en eten we onze broodjes. Ik heb ook een kaneelbroodje; een lekkernij die ik me herinnerde uit Denemarken. Langs fraaie woningen lopen we terug naar het hotel.

kuurgebouw bij het strand

en wat zie ik daar staan? een prachtige antieke Saab. Zo een heb ik als eerste auto destijds overwogen, maar helaas kwam het er niet van om een of andere reden. 

 

 




 

 

 

De koffers zitten in de bus dus kunnen we door naar Tallinn. Dat is maar 130 km, dus we kunnen meteen nog even een stadswandeling doen stelt reisbegeleider Cees voor. Iedereen gaat mee.


We gaan een andere kant bekijken dan overmorgen; dan hebben we namelijk de gepland staande wandeling. Nu dus een extraatje. Cees leidt ons langs een orthodoxe kerk, waar we even binnen kunnen kijken. Langs oude hoekjes van het dominicaner klooster. Langs de stadsmuur die een eind te bewandelen is over een overdekte gang, wat we overmorgen middag gaan doen; en door het centrum waar we op het raadhuisplein (Reakoja Plats) worden ‘losgelaten’. Van hier kan iedereen met de plattegrond de weg terug naar het hotel vinden.

 

Op het raadhuisplein drinken we op een van de vele terrassen koffie. We denken nog terug aan onze koffiepauze in Villa Ammenda. De prijzen zijn eigenlijk net andersom: op dit terras met een verveelde ober en veel concurrentie betalen we voor twee kopjes koffie € 10. Nou ja, je huurt voor die prijs er dan wel een plaats bij met uitzicht op het plein met het mooie raadhuis.

 

Bij het verslag van overmorgen (stadswandeling Tallinn) zal ik wat meer informatie over Tallinn zetten. 

Nu eerst wat foto's van de oude Hanzestad Tallinn: 

  

orthodoxe kerk van binnen en de koepel

overdekte stadmuur

wat oude hoekjes bij het klooster

  

    

 de oude stad

  

deze fraaie dame nodigt mensen uit te komen eten bij de Olde Hanze, wat we overmorgen zullen doen en met veel plezier. 

een van de oudste panden in de binnenstad

 raadhuis

  

                  

 

 



 

’s Avonds in ons hotel hebben we een mooi uitzicht op de in het avondlicht blinkende torens van de oude stad. Ons hotel staat namelijk op een nogal rommelig terrein, net buiten het centrum, op loopafstand van de oude stad én van de haven waarvandaan we morgen met de veerboot naar Helsinki gaan.

avond over de oude stad Tallinn

 

 

 

Het vervolg van deze reis moet nog gemaakt worden. Kom nog eens weer kijken! 

Wat er nog volgt: het reisverslag met foto's

over bezoek aan: 

  

*Helsinki,

*Tallinn,

*Stockholm,

*Kalmar,

*Malmö,

*Kopenhagen,

*Lübeck

*Hamburg.

 

naar boven