Roemenië, reisverslag

Hits: 43801

Roemenië, een verslag van een elfdaagse reis door centraal en noord Roemenië

Het land was ons eerlijk gezegd tamelijk onbekend. Natuurlijk leefden we in 1989 mee met de opstand tegen Ceausescu, maar daarna werd het in Nederland vrij stil wat nieuws over dit land betreft.  Dat Roemenië een land is met een grote cultuur, wisten wij minder. We hebben op deze reis heel veel van die cultuur gezien én gehoord, mede dankzij onze bekwame reisleidster.  "Jullie Nederlanders zijn nu in een heel veilig land. Alle Roemeense criminelen zitten immers in Nederland!" Met deze ironische woorden worden we welkom geheten in Roemenië. Het stipt meteen een oordeel aan dat veel Nederlanders klaar hebben en het duidt toch ook wel aan dat Roemenen zich wel storen aan ons vooroordeel dat veel Roemenen die naar Nederland komen, crimineel zijn.  Wij hebben in ieder geval op deze reis veel aardige Roemenen getroffen, genoten van hun gastvrijheid, hun cultuur en gewoonten. Ik noem van de gewoonten het paaseieren beschilderen, van de cultuur de vele bijzonder beschilderde kloosters die we mochten bezoeken, de gulle gastvrijheid van de 'boeren' van Sibiel waar we logeerden, de pracht van het Jugendstil Cultuurpaleis van Targu Mures, de ruige natuur van de Karpaten, ach, er was zoveel. Lees het verhaal!

 

 

 

ROEMENIË DRUM BUN

EEN ELFDAAGSE REIS DOOR CENTRAAL EN NOORD-ROEMENIË

 VOORJAAR 2013

met SRC-Cultuurvakanties

Een verslag door Lammert Metselaar

Aan het einde vindt u alle foto's nog eens op een rij. 


 

Waarom Roemenië

In november 2012 hebben we met Koning Aap een lange en intensieve reis door Peru, Bolivia en Chili gemaakt. Fantastisch veel gezien en beleefd. En dan nu voorjaar 2013 al weer op reis. Tja, we hadden nog die “waardebon” liggen van twee keer honderd euro, te besteden bij SRC-Cultuurvakanties. In 2010 hadden we daarmee namelijk een heel mooie reis langs de hoogtepunten van Zuid-Afrika gemaakt, maar helaas werd de reis geleid door een Zuid-Afrikaanse dame die alles fout deed wat een reis(bege)leider maar fout kan doen. Zie ons verslag van die reis als je er meer van wil weten. De dame in kwestie heeft daarna gelukkig geen andere groepen reizigers -van SRC althans-  ongelukkig gemaakt, en wij kregen een tegemoetkoming voor o.a. gederfde excursies. Die bon moest uiterlijk in 2013 verzilverd worden. Omdat we onze caravan ook niet ongebruikt willen laten, moesten we goed plannen wanneer we de reis met SRC zouden moeten doen. Onze keus viel op het vroege voorjaar, midden april. We wilden een beetje relaxte reis na alle ontberingen en avonturen in Zuid-Amerika. Niet te lang, niet te veel onderweg, maar wel een land waar we met de caravan niet zo gauw naartoe gaan. Zo kwamen we uit bij Roemenië. Bulgarije was ook nog in beeld, maar die reis was duurder en de reistijden waren ongunstig. We lazen ons uiteraard wat in over het land. De reisbeschrijving trok ons wel: veel cultuur maar ook natuur; weliswaar veel verschillende hotels maar relatief korte busreizen. Veel waar voor ons geld. 

Het land is ons eerlijk gezegd tamelijk onbekend. Natuurlijk leefden we in 1989 mee met de opstand tegen Ceausescu, maar daarna werd het in Nederland vrij stil wat nieuws over dit land betreft. Als het tegenwoordig genoemd wordt, is het omdat “we” “de Roemenen” (en Bulgaren, die worden vaak in één adem genoemd) niet en masse op onze arbeidsmarkt willen en eigenlijk willen we ze ook niet bij de Eurolanden. Als ze daar zelf nog naar verlangen trouwens…; dat is niet zo zeker met al onze huidige crisissen in de Eurolanden. Verder weten wij eerlijk gezegd weinig over dit land en nog minder over de cultuur, gewoonten en geschiedenis. 

Toen we ons aanmeldden bij SRC bleek dat de vliegtuigstoelen al op waren. Uiteindelijk konden ze er nog een paar leveren maar dat kostte in totaal € 70 meer. Dat vonden we minder leuk, maar we hebben het toch maar gedaan want we wilden per sé eind april terug zijn, om ook nog even een paar weken te hebben vóór we met de caravan op stap gaan. Luxe problemen natuurlijk. 


 

 

 

Op weg   (18 april 2013)

Zo maken we de koffers weer gereed en rijdt onze aardige buurman AH ons  ’s morgens al vroeg naar het NS-station. Even over acht ’s morgens zitten we in een drukke trein –gelukkig hebben we sinds dit jaar een eerste klas kortingskaart. Deze keer gaat de NS-reis eens heel vlot, via Almere -waar onze korting ingaat, en even na tien uur zijn we al op Schiphol. We hebben nu nog alle tijd, maar door ervaring wijs geworden, zijn we liever wat te vroeg dan dat we zitten te stressen door treinen die omrijden, uitvallen, te laat zijn. Dus eerst maar eens koffie. Bij de aankomsthal hebben we een paar adresjes, bij een ervan drinken we een schreeuwend dure cappuccino. We kijken wat winkelkies (sinds Zuid-Afrika noemen we die op reis zo) en dan gaan we naar de paspoortcontrole en leveren we geheel automatisch onze bagage af. Thuis heb ik al elektronisch ingecheckt. Bij de gate D16 blijkt dat het toestel naar Boekarest 40 minuten vertraging heeft. Later horen we in het toestel dat het door de harde wind komt. Om die reden ook moeten vandaag de achterste plaatsen in de staart leeg blijven. Anders zou er ‘tail tipping’ kunnen optreden, legt de purser ons uit. Dan raakt het toestel door de wind en het gewicht in de staart tijdens het opstijgen de grond met de staart: tail tipping, dus. Dat moet je niet hebben. Al met al wordt het ongeveer twee uur voor we starten. 

Aankomst

In Boekarest is het een uur later, dus na tweeëneenhalf uur vliegen komen we daar rond half zes aan. Aan boord hebben we wat snackjes gehad en we hadden zelf voor broodjes voor de lunch gezorgd. We zijn met 18 personen. Een kleine groep, zegt reisbegeleider Cristina Busuioc, die ons welkom heet. Wij vinden de groep groot zat. We hebben nog nooit gereisd in een groep die groter was. Wel met veel minder: in Vietnam waren we met acht personen. Het wachten op de bagage duurt vrij lang naar ons gevoel. Dan in de bus. Een strakke witte Iveco touringcar zonder opschriften. De stoelen zijn wat smal, maar we kunnen er allemaal gemakkelijk in en het zitcomfort valt na even wennen best mee. 

Op stap met econoom en ingenieur

De chauffeur is behulpzaam en, zo blijkt al snel, deskundig en beheerst. Hier willen we wel mee op pad. Het zegt iets over het land Roemenië dat onze reisbegeleider afgestudeerd econoom is en onze chauffeur dito ingenieur. Zo zijn er in dit land veel mensen die een goede opleiding hebben, maar die geen werk vinden in hun stiel c.q. op hun niveau. Trouwens, in ons eigen land komen ook steeds meer van zulke mensen, vrees ik. Waarmee ik bepaald niet wil zeggen dat onze reisbegeleider nu onder haar niveau werkt. Ik ben als reiziger erg blij met haar op deze reis, net als mijn vrouw trouwens, want ze is een van de beste reisbegeleiders die we gehad hebben. Ze heeft een eigen bedrijf: Amicitia TRAVEL, Piteşti, Argeş, Romania met de website: http://amicitia-travel.com   Als geboren Roemeense kent ze het land door en door, en Nederland en het Nederlands kent ze ook, van een verblijf in ons land, dus beter kun je je het als reiziger niet wensen denk ik. 


 

 

Naar Sinaia 

We laten Boekarest voor wat het is. Aan het eind van de reis bezoeken we de stad nog uitgebreid. Nu rijden we snel de stad uit op weg naar Sinaia. Sinaia is een stadje in het district Prahova in Transsylvanië, gelegen aan de voet van het Bucegigebergte. De stad telt 11.935 inwoners (2007). De Parel van de Karpaten zoals Sinaia nog genoemd wordt,  is een van de oudste en bekendste bergvakantieoorden in Roemenië. De stad bevindt zich in een bergachtig gebied in de Prahova-vallei. De stad is vooral bekend door zijn bezienswaardigheden als het Kasteel Peleș, zomerresidentie van koning Carol I van Roemenië en het Sinaia-klooster, waar de stad naar genoemd is. Beide zullen wij morgen bezoeken. (* Gegevens als deze neem ik zonder verdere bronvermelding over van voornamelijk WikipediA, de vrije encyclopedie). 

Na de rit van 125 km vinden we het voor vandaag welletjes. Bij het hotel neemt Riet de sleutel in ontvangst (zevende verdieping, mooi uitzicht) en ik ga bij een van de pinautomaten even Lei scoren. De Lei (enkelvoud Leu) is de nationale munt. Op 1 juli 2005 heeft er een revaluatie van de Leu plaatsgevonden. 1 nieuwe Leu is nu 10.000 oude Lei waard. Opmerkelijk is, dat de biljetten gemaakt zijn van plastiek en ze een doorzichtig 'raam' hebben. Ze hebben al de afmetingen van Eurobiljetten. Bij een eventuele overgang passen de Euro’s dan in de geldtelmachines en ATM’s. Je kunt alleen in Roemenië zelf Lei aanschaffen. 1 Leu is ongeveer € 0,23. We delen dus voor het gemak door 4 om wat overzicht over onze uitgaven te houden. Lei wordt trouwens ook aangeduid met de term RON. 

Op onze hotelkamer is niks aan te merken. De radiator staat op loeiheet dus die draai ik meteen dicht. Ramen open, frisse lucht. Fris is het inderdaad buiten, nu de zon weg is. Een paar ochtenden deze week zal het nog gevroren hebben. Beneden in de eetzaal is een buffet, waarvan de bedoeling was dat het warm zou zijn, maar veel gerechten zijn lauw of bijna koud. We zijn te laat, vrees ik. De vis smaakt nog het lekkerst, vind ik. Maar ja, dat vind ik als groot visliefhebber eigenlijk altijd… Het is druk in de eetzaal en er is ook nog harde muziek. We hopen dat dit niet maatgevend voor de komende restaurants zal zijn, en dat zal het ook zeker niet. We maken kennis met andere groepsleden voor zover de muziek het toelaat en niet te laat zoeken we ons bed op. Dat valt een beetje tegen. De matras is doorgezakt en slap. Riet slaapt slecht en ik redelijk. Wel heel vaak wakker. Riet hoort ook veel honden tekeer gaan. Dat hoort bij Roemenië, zo zal wel vaker blijken. 

 

 aankomst vliegveld Boekarest 

onze bus bij het vliegveld  bij aankomst

 naar het eerste hotel (Sinaia)

 uitzicht uit het hotel in Sinaia

 bij daglicht

 

 

 

 


 

 

Sianaia, Kasteel Peleș, het Sinaia klooster en het “Dracula-kasteel” in Bran

Vrijdag 19 april

De volgende morgen ontbijten we om half acht. Er is een welgevuld buffet: prima voor elkaar. Om negen uur stipt rijdt de bus ons naar het koninklijke kasteel Peleş. We komen langs het Sinaia klooster, dat we vanmiddag zullen bekijken. Het is niet ver rijden. Het kasteel is van het Roemeense koningshuis en Cristina vertelt dat de koning aanspraak maakt op het kasteel, maar dat de Roemeense staat het gebouw als museum wil blijven exploiteren. Wel ontvangen de koninklijke nazaten hiervoor een in mijn ogen heel redelijke vergoeding van de staat. 

Kasteel Peleş

Het neorenaissancistische Kasteel Peleş (Roemeens: Castelul Peleş) is gebouwd tussen 1875 en 1883. Het kasteel, dat sinds de communistische tijd uitsluitend dienst doet als museum, heeft meer dan 160 kamers, ingericht in zeer veel verschillende stijlen, waaronder Duitse en Italiaanse (neo)renaissance, (neo)gotiek, Duitse barok, Moors, Turks en Jugendstil. In de kamers zijn vele kostbare koninklijke bezittingen tentoongesteld, waaronder houtsnijwerk, meubels, gebrandschilderde ramen, wapens en schilderijen. Prins (later koning) Carol I van Roemenië (1839-1914) van de vorstendynastie Hohenzollern-Sigmaringen liet het kasteel bouwen door de Weense architect Johannes Schultz uit Lvov. Op 10 augustus 1875 is begonnen met de bouw. Het kasteel werd officieel geopend op 7 oktober 1883. Door de Tsjechische architect Karel Liman is tussen 1896 en 1914 het naastgelegen kasteeltje Pelisor (klein Peleș) gebouwd. Het Kasteel Peleș was de zomerresidentie van de koninklijke familie. Het kasteel is genoemd naar de nabijgelegen beek met dezelfde naam. 

Lopend vanaf de parkeerplaats over een weg met kinderkopjes komen we eerst langs wat bijgebouwen. Het zijn schilderachtige plaatjes in het net ontluikende lentegroen.  In mijn oortje (SRC maakt gebruik van een audiosysteem, waarmee iedere deelnemer de gids/reisbegeleider in zijn/haar oortje kan horen) hoor ik dat we wat moeten doorlopen, want er is vandaag zoveel te bekijken! 

Interieur

Het kasteel maakt in eerste instantie de indruk van een wat Duits aandoend ‘druk’ gebouw met talloze torens, kapelletjes, uitbouwsels. Ook binnen blijkt er veel pracht en praal aanwezig. We mogen fotograferen, maar daarvoor moet je wel betalen. En flitsen mag dan nog niet. Ik koop een kaartje voor 32 Lei, omgerekend maar liefst € 8. Later moeten we nog vaak betalen voor foto’s en meestal koop ik dan een kaartje. Mijn Pentax K5 heeft binnen meer mogelijkheden dan het toestel van Riet omdat ik rustig met 3200 ISO of zelfs 6400 ISO kan fotograferen zonder storende ruis in het beeld. 

Bijzonder vind ik dat we op deze reis bijna nooit een ‘externe’ gids hebben. Cristina doet alle gidswerk zelf en dat kan ze. We staan deze reis menigmaal versteld van haar kennis en haar vermogen om die helder over te dragen. Ook in dit kasteel krijgen we veel informatie bij wat we zien. Fraai gedecoreerde kamers, trappartijen, beelden, schilderijen, enz. 

Na een uitgebreide rondgang zijn we toe aan koffie. Op een terras op het terrein, met uitzicht op het kasteel, genieten we in de zon van een lekkere cappuccino. De prijzen voor koffie e.d. liggen vaak op West-Europees niveau. 

Terug in de bus wacht een rit van ongeveer anderhalf uur naar Bran. Bran (Duits: Törzburg) is een landelijke gemeente in het Roemeense district Brașov in Transsylvanië, vlak bij Walachije. Het is gelegen in de Karpaten, 30 km van de stad Brașov. Het nabijgelegen kasteel Bran is een belangrijk nationaal monument en eigendom van de Amerikaanse architect en aartshertog Dominic Habsburg en zijn beide zusters. Het kasteel werd waarschijnlijk in 1948 door de communisten wederrechtelijk van de familie afgenomen. In 1920 schonk de gemeente Brașov het kasteel aan de Roemeense koningin Marie, echtgenote van koning Ferdinand. Marie liet het kasteel na aan haar dochter Ileana, in 1938. 

Peles paleis

 Pelespaleis

 

  

 interieur/ trappartij/ plafond erboven

 't is ook museum

 eetkamer

 toneelzaal 

 met Jugendstil ornamenten

 buiten

 in de 'tuin'

 

 




 

Bran Kasteel

De Duitse Orde begon een constructie van een houten fort in het begin van de 13e eeuw. Na de deconstructie in 1242 door de Mongolen, begon koning Sigismund van Hongarije, een constructie van een stenen kasteel in 1377, terwijl er een dorp in de buurt was gebouwd, dat tegenwoordig Bran heet. Het kasteel was strategisch gebouwd, hoog in de bergen en langs de weg tussen Transsylvanië en Walachije (Muntenië). Eind december 2006 stond het kasteel te koop voor 80 miljoen euro. Op 26 januari 2009 werd bekend dat de familie had besloten het kasteel niet te verkopen, maar open te stellen als museum gewijd aan de legende van graaf Dracula. Jaarlijks bezoeken zo'n 450 000 mensen het kasteel, dat sinds 2010 ook te huur is als trouwlocatie.

Om van de parkeerplaats bij het kasteel te komen moet je eerst langs souvenirkraampjes en dan een redelijk steil pad naar boven. Het is een kasteel zoals een kasteel moet zijn: stoer, kleine raampjes, hoge muren en torens, hoog op een heuvel gelegen. Cristina loodst ons door het kasteel, o.a. over een steile trap in een nauwe duistere opgang. We zien o.a. een demonstratie eieren verven, diverse kamers waaronder een met heerlijke martelwerktuigen. Ik weet wel een paar bankiers en CEO’s die ik wel op zo’n stoel zou willen zien plaatsnemen. En dan de moeren aandraaien, een beetje maar, maar toch. Allengs wordt het drukker in het kasteel met zijn nauwe gangen. Er zijn nu hele schoolklassen. Het wordt tijd dat wij het veld ruimen. Cristina heeft ons gisteren een bijzondere lunch met een verrassing beloofd. We zijn benieuwd. Eerst nog even de markt over. Natuurlijk staan er mensen met Dracula souvenirs, maar ook diverse kaasboeren. Als we met de caravan waren, wist ik het wel. Een stukje Roemeense kaas zou ik wel willen proberen. 

Bijzondere lunche(s)

Na een eindje rijden stoppen we in een klein plattelandsdorp. Uitstappen. De verrassing staat klaar. Een viertal eenvoudige boerenkarren met ruige paarden ervoor zal ons de laatste kilometers naar het restaurant brengen. Nou, leuk toch? Zeker met dit heerlijk zonnige lenteweer. Een lieftallige jongedame in traditionele kledij wacht ons bij de deur op met een glaasje palinka. Palinka is een vruchtenbrandewijn of -jenever, die gestookt wordt uit appels, pruimen, peren of abrikozen of van welke andere vruchten ook. Op het platteland wordt veel zelfgestookte palinka gedronken. Palinka wordt vaak gedronken voor het eten en van oudsher begon men er op het platteland de dag mee. De drank lijkt op de Nederlandse jenever maar is sterker van smaak en heeft een hoger alcoholpercentage. De Roemeense tegenhanger van palinka is țuică die vooral populair is in Walachije (Zuid-Roemenië). De lunch zelf is prima. Hier eten de mensen twee keer per dag warm –en soms is er bij het ontbijtbuffet ook nog warm voedsel. In Hotel Sinaia is er veel keus, van worstjes tot gegrilde groenten. Maar hier dus nu de lunch. Cristina heeft voor ons een aantal bijzondere lunches in petto, op vaak bijzondere locaties. Het is een van de extra’s die deze reis bijzonder maakt. We betalen er wel extra voor maar de lunches zijn het volledig waard. Vergeleken met wat er nog komt, is deze eerste lunch goed, maar eigenlijk tamelijk gewoon. Er is soep, vlees met voedzame polenta en cake na. Ik houd niet zo van cake, en de palinka is mij wat te sterk om zo te drinken, maar de combinatie is smakelijk: cake ‘gedrenkt’ in druppels palinka. 

Na het eten mogen we terug lopen naar de bus. In de zon wandelen we langs soms simpele boerenhuizen. Maar er staan ook kleine kasteeltjes. Dat zullen we veel zien: arm resp. doodarm naast rijk, resp. stinkend rijk. Nou ja, eigenlijk wijkt het daarin niet zo af van andere zich nog ontwikkelende landen. Nu we het daarover hebben: een paar gegevens over Roemenië.

 ongenaakbaar Dracula-kasteel in Bran

 maar binnen is het gezellig

 

  

rechts: minder gezellig is deze martelstoel; gebruik wijst zich vanzelf

  souvenirs

 met paard en wagen naar de lunch

  

                                                                                                                   op het platteland, deze aardige mevrouw legt haar werk even neer om met ons te 'praten' 




 

 

Enige sociale en economische gegevens over Roemenië

De republiek Roemenië is een kleine 6 keer (5,7) keer groter dan Nederland en er leven nog geen 100 mensen per km². Bevolking (2008): 21.504.442 inwoners. Inkomen per hoofd van de bevolking (2007): US$ 12.369 (= € 9436). Mate van corruptie (CPI-score, 2009): wereldwijd op nr. 71. Gemiddeld netto loon per werknemer in de landbouw: 927 Lei, overheid: 2147 Lei, financiële dienstverlening bijna 3000 Lei en horeca: 733 Lei. (Cijfers van Meys.eu.)

Volgens Wikipedia is het minimumloon in Roemenië   € 1428  per jaar; in Nederland bijna € 19.000. Uit Paspoort Roemenië (http://www.hdd.dds.nl/)  neem ik over: “Op 1 januari 2007 is Roemenië toegetreden tot de Europese Unie. Aan de toetreding zijn veel eisen opgehangen richting Roemenië, maar de toetreding biedt Roemenië ook veel voordelen. In Nederland overheerst helaas het beeld van de criminele bendes die hierheen komen uit Roemenië, afkomstig uit een land met zigeuners en mensen in flats en paardenkarren op het platteland. Dit beeld is slechts een deel van de werkelijkheid. Een groot deel van de Roemeense bevolking is net zoals u, heeft vergelijkbare opvattingen over van alles en nog wat en kan normaal rondkomen zonder honger of armoede. Helaas leeft echter een beperkt deel van de bevolking onder de armoedegrens, wat resulteert in het niet kunnen betalen van de energierekening en ondervoeding. De mensen die het zwaar hebben in Roemenië zijn de vergeten groepen als weeskinderen, ouden-van-dagen en gehandicapten. Het gemiddeld maandinkomen van een Roemeen ligt een stuk lager dan uw maandinkomen, maar de prijzen zijn ook veel lager in Roemenië dan in Nederland. Wat ons vaak helpt is uit te leggen wat onze maandelijkse inkomsten zijn afgezet tegen vaste lasten, kosten voor voedsel, verzekeringen, studie, vervoer enzovoorts. Roemenen zijn dan eerder geneigd te begrijpen dat Nederland geen Luilekkerland is waar iedereen zwemt in het geld. Realiseer u wel dat u als Nederlander in Roemenië veel met uw geld kunt doen; geniet met mate van uw tijdelijke rijkdom.” 

Wat me meeviel, was het wegenstelsel. Natuurlijk, als je even van de hoofdweg afwijkt, ook in stadjes en dorpen, is het asfalt soms opeens ‘op’, en natuurlijk zijn er wegen met venijnige kuilen en gaten, maar over het algemeen viel het me mee. Ook wordt er op grote trajecten aan we weg gewerkt. 

Terug naar onze eerste excursiedag. Langs de weg “praten” we even met een vrouw die bezig is bonen te poten op een stukje land. Ze is heel vriendelijk en gaat er even voor staan om op de foto te komen. Ze poot ook uitjes of sjalotten. In een kleine koude bak groeien al wat soepgroenten en sla. 

Sinaia klooster

Onderweg stoppen we met de bus bij een paar bijzondere kerkjes voor foto’s.  Terug in Sinaia loopt het al tegen vijf uur maar daar bezoeken we nog het mooie Sinaia klooster. Het is een klooster met 20 monniken. Omgeven door de muren van het nieuwe klooster ligt het in 1695 gebouwde klooster. De bouwmeester had een pelgrimstocht naar de berg Sinaï gemaakt, waar Mozes de Stenen Tafels met de Tien Geboden van God ontving. Vandaar de naam Sinaia. De plaats is naar het klooster genoemd.  Ik bezocht in de Egyptische Sinaï met vrouw en dochter in 2000 het Catharinaklooster. Op deze website het verslag met foto’s: http://reizenenschrijven.com/index.php/egypte. 

Het ommuurde Sinaia-klooster, aan Str. Manastirii, is een bezichtiging waard. Behalve het oude kerkje uit 1695, dat je alleen aan de buitenkant mag bekijken, staat er een betrekkelijk nieuwe kloosterkerk, gebouwd tussen 1842 en 1846 en voorzien van een losstaande witte klokkentoren uit 1892. De koninklijke familie woonde in deze kerk de dienst bij als ze verbleef in Sinaia. Je kunt nog de prachtige vergulde stoelen zien staan waarop koning Carol I en zijn vrouw dan plaatsnamen.  In de kerk is het helaas verboden te fotograferen. 

Tegen half zeven zijn we terug bij ons hotel. Voor het diner om half acht wandelen Riet en ik nog even in de buurt. Er is een park met eromheen indrukwekkende oude gebouwen, waarvan sommige de tand des tijds maar nauwelijks weerstand kunnen bieden. Tijdens het diner is het nog drukker dan gisteravond. Er is nu een live band en er zijn dansmeisjes die in allerlei uitdossingen het publiek vermaken. Er zijn diverse groepen die iets te vieren hebben. Het buffet is weer rijkelijk voorzien en beter warm dan gisteren. Ik neem voornamelijk vlees en groenten. De gemarineerde paprika’s zijn superlekker. Op onze kamer op de zevende lees ik nog wat in Terugkeer ongewenst van Lewinsky op mijn E-reader en bekijk ik nog even het nieuws op de Galaxy SIII. Er is namelijk een uitstekende wifi-verbinding in het hotel. Ik zie dat het weer tegen het eind van de week warm wordt: elke dag komen er twee graden bij, tot het in ons laatste weekend rond de dertig graden kan zijn. Tot nu toe treffen we het al met het weer. ’t Is elke dag droog, ‘s morgens vroeg nog fris maar in de zon warmt het al snel op.  Met de vaak aanwezige stapelwolken is het fantastisch fotografieweer. 

 


 


 

 

 

 kerkje onderweg

 'zomaar' een kasteel onderweg 

  

 de Karpaten

 


 

Sinaia klooster 

 

 Sinaia, in de buurt van ons hotel

 diner met show

 


 

Naar Piatra Neamt.  Bezoek Brașov , Oost-Karpaten, Bicazkloof

Zaterdag 20 april

Braşov

Vandaag een flinke busrit van Sinaia naar Piatra Neamt. Dat is ongeveer 320 km. Autosnelwegen zijn er niet in deze contreien, dus het schiet niet echt hard op. Toch zijn we voor mijn gevoel al vrij snel in de stad Brașov. Brașov, Duits: Kronstadt, is een oude middeleeuwse stad in het hart van Roemenië. De stad ligt in het zuidoosten van Transsylvanië aan de voet van de Zuidelijke Karpaten en telde in 2010 circa 276.914 inwoners. Brașov is vooral bekend door de monumentale gotische Zwarte Kerk. De kerk dankt deze naam aan de zwartgeblakerde buitenmuren als gevolg van een grote brand in 1689. Van deze zwarte kleur is overigens niets meer te zien. In deze hallenkerk hangen talloze kostbare Turkse tapijten. Vlak bij de kerk (in het hart van Brașov) is het marktplein Piața Sfatului met in het midden het 15de-eeuwse raadhuis. In deze stad krijgen we vijf kwartier ter vrije besteding. Cristina zet ons af in het centrum op het Piazza en spreekt tijd en plaats af om terug te zijn. Riet en ik lopen eerst even over een marktje en kopen wat gedroogd fruit: dadels, vijgen. We drinken koffie op een terrasje in de winkelstraat. De zon kijkt net over de gevels heen zodat we ons er lekker in kunnen koesteren. In de schaduw is het nog fris. We kijken wat rond in het centrum. Het ziet er hier redelijk uit wat welvaart betreft, als je tenminste niet te veel omhoog kijkt naar afbladderende gevels met beton- en houtrot. De mensen lopen er goed gekleed bij en volgens mijn vrouw zelfs verzorgder dan in menige West-Europese c.q. Nederlandse stad. Dat is wel over het algemeen gesproken want we zien ook -vooral oudere- vrouwen (bij mannen valt het minder op) die zich wel heel ouwelijk en smakeloos kleden, waarschijnlijk ook doordat ze zich niet meer/ beter kunnen permitteren. Jongelui zijn modern westers gekleed; vrouwen in elegante jurkjes zie je hier nog en jonge meiden lopen er soms in een soort hotpants redelijk uitdagend bij. De winkels hebben niet zulke uitbundige etalages maar er lijkt van alles te koop. Ook zie ik veel mensen met een telefoontje en ook wel met toch wel kostbare smartphones. 

Een ‘vette' en een Six

De tijd is al snel om en we verzamelen ons op het plein. Daar parkeren net een stuk of wat prachtige oldtimers. Die moet ik natuurlijk fotograferen. Ik zie een felrode Chevrolet Corvette ( ‘vette), zo een waar barman Sam Malone uit Cheers zo in vervoering over kon spreken. Een Austin Six die zelfs SIX in zijn nummerbord heeft. Maar dat schijnt hier te kunnen: de MG heeft die letters in zijn nummerbord en de antieke Ford heeft FRD. Grappig. Er staat ook een Dacia 1100, van het merk dat nu in handen is van Renault en bij ons veel-auto-voor-weinig levert, onder de paraplu van Renault. De Dacia 1100 was de eerste wagen van het Roemeense automerk. De wagen kwam in 1968 op de markt en was op een paar details na identiek aan de Renault 8 die zes jaar voordien in Frankrijk werd gelanceerd. Tja, jeugdsentiment. Maar we moeten verder: de Zwarte Kerk, de Biserica Neagrã, wacht. Geen foto’s binnen, dat weten we nu wel. Er hangen veel kostbare Turkse tapijten, geschenken van dankbare kerkleden. Grappig zijn de kerkbanken waarvan de leuning kan omklappen zodat je of met je gezicht naar het altaar of naar de preekstoel en het orgel zit. 

Groen rood meer

Verder met de bus naar een stadje onderweg waar de lunch klaar staat: soep, deegrolletjes gevuld met pittig vlees, en chococake toe. Dat vult! Met recht een “eenvoudige doch voedzame maaltijd” zoals mijn goede vader altijd zei... De vleesrolletjes zijn heerlijk maar voor veel mensen is het te veel. De volgende stop voor sanitairbezoek en foto’s is bij het ‘rode meer’, Lacul Roşu,  dat merkwaardig genoeg donkergroen gekleurd is. Nja. Voor een écht rood meer, zie mijn fotoreportage over de Laguna Colorada in Bolivia! Maar het groene meer is ook mooi. Het zou trouwens ook in Oostenrijk, Duitsland, Noorwegen kunnen zijn. Terug in de bus trakteert Cristina ons op een stuk brood. Het is rond en dun, hol en heel smakelijk, met veel kaneel erin. Later in Boekarest zagen we het gebakken worden. Het is een typisch Roemeense specialiteit. Helaas heb ik de naam niet genoteerd. 

Bicazkloof

We duiken daarna met de bus de Karpaten in en in de spectaculair diepe Bicazkloof (300 m) mogen we een eindje wandelen. Van de ene souvenirmarkt naar de andere, een eind verderop. Hier diep in de kloof komt de zon nauwelijks en het is er fris. Het is al rond half zeven als we bij ons hotel in Piatra Neamt aankomen.  Piatra Neamț is een stad in het noordoosten van Roemenië. Het is de hoofdstad van het district Neamț, dat tot het landsdeel Moldavië behoort. Piatra Neamț ligt aan de rivier de Bistrița en wordt omringd door bergen.  De stad ligt op een gemiddelde hoogte van 345 m.

We installeren ons snel in onze kamer en gaan dan nog even vóór het diner het stadje in. Vlak bij is een park en een plein met een kerk erop. We kijken even binnen. Er is een dienst gaande. Van een orthodoxe dienst zie je niet zoveel, omdat een groot deel van de handelingen zich achter de deuren van de iconostase afspeelt. Een iconostase is een wand samengesteld uit iconen in de orthodoxe kerken. De altaarruimte wordt door deze iconostase afgeschermd voor de blikken van de gewone gelovigen. De altaarruimte, het "allerheiligste", mag enkel door de priester, diaken en altaardienaar worden betreden. Wat ons steeds wel opvalt in de kerken die wij bezoeken, is de vroomheid van de bezoekers. Men kust de icoon en bekruist zich vaak. Sommigen doen dat al als ze een kerk passeren op straat. Nu zijn we wel hier in een bijzondere tijd, want het is het komende weekend Palmpasen voor de Orthodoxe kerk en de week daarop –als wij er niet meer zijn- dus Pasen. Een heel belangrijk feest, niet alleen voor de Christelijke kerken in het westen maar ook voor de Orthodoxe kerk. 

Buiten kijken we nog wat rond en zitten een poosje op een bankje in de stralen van de langzaam ondergaande zon. Heerlijk. 

Het diner bestaat uit een soort quiche van snijbonen, heel smakelijk maar wel weer erg voedzaam, een paar plakken wat droog mager varkensvlees in een lekkere rode saus. De groentes, doperwtjes, worteltjes, boontjes komen uit de diepvries. Met ijs na is de maag wel weer meer dan genoeg gevuld… Een glas rode wijn erbij is hier heel betaalbaar en de wijnen zijn over het algemeen goed. Soms schenkt men een heel jonge wijn, die wat zoetig is en zich laat drinken als limonade.  De groep is gezellig en we hebben de hele reis aangenaam gezelschap gehad aan tafel. Dat kan ook wel anders op een groepsreis, weten wij. 

Vanaf het balkon van onze kamer hebben we uitzicht op een centraal plein. Ik maak voor het naar bed gaan wat foto’s van het verkeer met lange sluitertijden zodat de autolichten strepen trekken door het beeld. De camera kan steunen op het balkonhek. Belichtingstijden van rond 10 seconden. 

Morgen wordt het een dag met bezoek aan mooie kloosters. Maar we gaan ook weer naar de volgende stad/ hotel en dus moet de koffer al weer op tijd buiten de kamer staan. 

 

 Brasov centrum

 Zwarte Kerk achter plein

   

 

Brasov heeft een mooi centrum

 wel wat achterstallig onderhoud

 op 't plein veel oldtimers van een rallye

 een oude Dacia
van voor de Renault-tijd; Dacia is een oud Roemeens automerk

 mooie 'traction avant' 

 Brasov

 de Zwarte Kerk van Brasov is niet zwart


 

 onderweg

 (foto's uit de bus genomen) 

 Lacul Roşu, het rode meer...

 het is niet rood

 reisbegeleider Cristina trakteert 
op een soort brood, rond en dun, hol en heel smakelijk, met veel kaneel erin; in Boekarest zullen we zien hoe het gebakken wordt. 

  in de Bicaz kloof

 

 ons hotel 

 Pietra Neamt

  

 

 Pietra Neamt, uitzicht uit ons hotel

 'avonds is het mooi

 

 


 

 

Nonnenklooster Agapia, Museum Papo, klooster Voronet en busrit naar Campulung Moldovenesc; folkloristische dansen

Zondag 21 april

We vertrekken stipt negen uur, maar de rit gaat voorspoedig zodat we eigenlijk nog een beetje te vroeg zijn voor het bezoek aan het nonnenklooster Agapia. De zondagse dienst zal nog bezig zijn. Daarom drinken we eerst maar uitgebreid koffie in een restaurant dat nog een beetje slaperig aandoet. Dat doet het meisje dat zal bedienen ook. Onze reisbegeleider Cristine neemt zelf de bestellingen op en brengt ze ook rond. Zelden een zo (pro)actieve reisleider meegemaakt! 

Agapia nonnenklooster

Het klooster Agapia ligt in een klein plattelandsdorp met dezelfde naam in Neamț, een district in het noordoosten van Roemenië. Agapia ligt op het Neamțplateau, aan de rand van het Stânișoaragebergte, 12 kilometer ten zuidwesten van Târgu Neamt. Het dorp is bekend geworden om zijn klooster in Byzantijns-Gotische stijl, uit de 17e-18e eeuw, dat beschilderd is door de beroemde Roemeen Nicolae Grigorescu. In Agapia woont het grootste aantal nonnen van Europa. Als je het witte klooster nadert, kun je je auto parkeren en loop je de laatste paar honderd meter langs de huisjes van nonnen. Het dorp wordt voornamelijk of geheel bewoond door de nonnen. Ook in het klooster woont een aantal, trouwens. De huizen hebben zoals veel Roemeense huizen leuke decoraties aan daklijsten, goten e.d. De redelijk grote huizen zien er niet uit alsof armoede de grootste deugd is die hier beoefend wordt. De meeste zien er goed onderhouden uit, zeker voor Roemeense begrippen. Er zijn ruime tuinen met groentes en fruitbomen die net allemaal in bloei staan in de week van ons bezoek. Fruitbomen zie je hier trouwens in bijna elke tuin. In Slovenië valt ons dat ook steeds weer op, zeker in de dorpen. 

‘Het grote gebouw is oorspronkelijk in 1647 voor monniken gebouwd, maar sinds 1823 wordt het bewoond door vrouwen. Het interieur is rijkelijk beschilderd door Nicolae Grigorescu in 1860. De kerk heeft een iconenwand, waarvan veel heiligenafbeeldingen met zilver bekleed zijn. In de tuin bloeien 's zomers veel bloemen. Er is een uitgebreid museum met iconen op hout, iconen met zilver, priestergewaden en andere religieuze kunstvoorwerpen, alsook een winkel met religieuze parafernalia.’ Het gebouw is perfect onderhouden. Het wit is parelwit. Het straalt een harmonieuze sfeer uit; het is fijn om naar te kijken door de fraaie vrij strakke vormen.

Heilig water

Omdat de zondagse dienst net aan het uitgaan is, maken we eerst een wandelingetje door het bovendorp en langs de begraafplaats. Grappig is een waterput (heel veel drinkwater komt in Roemenië nog uit een put) waarbij een beker staat voor de dorstige reiziger. Ook zijn er zinken waterbakjes met een kraantje onderaan, waaruit je water kunt tappen in een beker. Die bakjes moeten worden bijgevuld door iemand. Achter de kerk staat een groot koperen drinkwatervat met een kraantje. Op het papier staat dat je het heilige water dient te drinken op een nuchtere maag, na het reciteren van het ‘Onze Vader-gebed’.  De nonnen die wij zien drinken, hebben dus vandaag tot nu, een uur of elf, nog geen voedsel gehad… Na de wandeling bezoeken we eerst het museum op het kloosterterrein. Veel iconen, maar ook weef-werk. Riet, die zelf heeft geweven, vindt het prachtig; ze koopt een handgeweven kleedje van ongeveer 20 bij 30 cm met mooie heldere kleuren. Het staat mooi in ons huis. De kerk bekijken we van binnen op eigen gelegenheid. Daarna terug naar de bus op de parkeerplaats en naar ons lunchadres voor vandaag. 

 

 stadje bij het klooster

 het klooster Agapia

 een nis in de muur

 binnenplaats

 de kerk gaat uit

 aan de rand van het dorp

 modder

 

 

Vat met heilig water




 

 

Museum?

Dat is bij een soort museum van een naïeve schilder/ beeldhouwer die niet meer leeft, maar de kinderen hebben het complex overgenomen en exploiteren het nog steeds. En daar kunnen ze kennelijk goed van leven. Het museum stelt naar onze mening niet veel voor. Buiten staan wel wat aardige beelden maar binnen is het een soort uitdragerij/ streekmuseum. Naast eigen ‘kunst’ heeft de man alles verzameld wat hem voor handen kwam. In het huis zijn diverse kamers volgestouwd met oude handwerktuigen, kledingstukken, manden, noem het maar op. Van hem zelf hangen er bijv. veel maskers. Een paar dames, onder wie mijn vrouw, zijn niet onder de indruk: elke kop heeft hetzelfde grimas. Nee, wij zijn hier wel uitgekeken. Gelukkig was ik bij het klooster al naar het toilet geweest; de toiletten hier geven nogal wat aanleiding tot opmerkingen. Op het terrein zijn een paar Turkse wc’s en buiten staan twee stinkende mobiele hokjes. Het schijnt vooral voor de dames kiezen tussen Scylla en Charybdis. Na de lunch bezoek ik het Turkse toilet. Ik kan geen water spoeling ontdekken. 

De lunch die men ons hier voorschotelt, is echter voortreffelijk. We zitten in een soort serre aan een lange tafel. Wat doet men als het echt een grote groep is, vroeg ik mij af, want de serre is nu met ons twintigen vol. Er is soep, vlees, salades, brood, en van alles ruim voldoende en smakelijk. Erbij schenkt men een jonge witte wijn. We genieten. 

Tegenover het museumpand ligt een boerderij, waar wij even een blik over de schutting werpen. Het doet me denken aan keuterboerderijtjes bij ons in de buurt, vijftig, zestig jaar geleden. De mesthoop zo op de bodem, de krakkemikkige hekjes om de vuile schapen, de verzameling planken en zooi voor “je weet nooit hoe het nog eens uitkomt dus niet weggooien”. De oude boerin ziet ons en komt bij de deur van de poort staan. Ze wil wel even op de foto. Haar grote plastic schoenen detoneren nogal bij haar traditionele kleren. 

 

 

  lunchen bij een kunstenaar

 museum...

 maïskolven drogen

 boerderij op platteland

 geen strak erf

 
Toegangspoort boerderij en re: de boerin die even komt kijken naar al die vreemdelingen in de straat

 

 




 

 

Hoogtepunt

Na de lunch vertrekt de bus naar het klooster Voronet. Dit is een van de excursies waardoor mensen juist voor deze reis kozen. Het is een hoogtepunt van deze reis. De kloosters in de Boekovina-streek in Noord-Roemenië zijn wereldberoemd. Voronet wordt zelfs wel de “Sixtijnse kapel van het oosten” genoemd. Nu vind ik dat nogal overdreven, maar je hebt het over twee onvergelijkbare grootheden. Allebei zijn heel bijzonder. Ik zelf vind het zo bijzonder dat deze fresco’s buiten, in weer en wind de eeuwen hebben getrotseerd. Weliswaar is de ene (achter)kant praktisch wit, onherstelbaar beschadigd, maar de andere wanden zijn nog prachtig. Zo vol met kleurige fresco’s die met elkaar een beeldverhaal vertellen waarvan de finesses de moderne mens ontgaan, maar die ons worden geopenbaard door de toelichting van Cristina. 

Voronet klooster

Ik neem over van Wikipedia: “Het Voronețklooster (Roemeens: Mănăstirea Voroneț) is een klooster bij Voroneț in het noorden van Roemenië, in de Boekovina. Het klooster is bekend om zijn beschilderde muren, met een bijzondere kleur blauw die als Voroneț-blauw bekend staat. De oorspronkelijke muren rondom het klooster zijn verdwenen. Er staat nu een nieuwe omheining rondom het klooster. 

Dit klooster is gebouwd in 1488 door Ștefan cel Mare. De beschermheilige is Sint-Joris. De schilderingen aan de buitenkant zijn gemaakt in 1547. Voroneț bleef functioneren tot 1785, toen de Oostenrijkers de Boekovina binnenvielen. Twee jaar na de val van het communisme, in 1991, begon het klooster weer te functioneren dankzij een groep nonnen. In het klooster bevindt zich het graf van de eerste abt. 

Het klooster is nog geheel origineel. Aan de westgevel van de kerk heb je het enorme fresco van het "Laatste Oordeel", het hoogtepunt van de middeleeuwse schilderkunst in Moldavië: De apostel Paulus leidt de gelovigen de hemel binnen en Mozes komt met de ongelovigen. Onderaan is de wederopstanding. De nonnen wijzen met hun aanwijsstok naar de details. Aan de noordmuur is het scheppingsverhaal van Adam en Eva tot Kaïn en Abel. Op de zuidmuur staat de stam van Jesse met de stamboom van de voorouders van Jezus.

Het klooster staat samen met de andere beschilderde kerken in de Boekovina op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. “

Fresco’s met een verhaal

Bij binnenkomst van het terrein betaal ik twee keer 20 Lei voor het buiten mogen fotograferen. Binnen mag in ieder geval niet. Het is redelijk duur (samen € 10) maar dit is wel heel mooi en bijzonder, dus daar willen we allebei onze plaatjes van maken. De fresco’s zijn prachtig. De kleuren nog alsof ze van gisteren zijn in plaats van viereneenhalve eeuw geleden. De vorm van het gebouw met het ver overstekende ronde dak doet me eventjes denken aan een ruimteschip. Rare associatie misschien in deze setting, maar de vormen doen eigenlijk heel modern aan, bedoel ik maar. Cristina geeft via onze oortjes uitgebreide toelichting op wat we zien, maar ook vertelt ze veel over de Roemeens-Orthodoxe kerk. Wij stellen het erg op prijs om wat meer van deze wereld te weten te komen. Niet dat we alles onthouden, niet echt, maar wat meer weten over de rituelen en gewoonten van de gelovige Roemeen is interessant. Ik heb de indruk dat in deze maatschappij religie veel meer aanwezig en levend is dan in ons land. De kerk maakt hier nog een wezenlijk onderdeel uit van het dagelijkse leven, zo lijkt het me. Dat merken we zeker het weekend erop in Boekarest met Palmpasen. Veel mensen komen even langs, als ze al niet langer blijven. Zelfs voorbijgangers op straat slaan een kruis als ze de kerk passeren. 

Folkloreshow

De bus brengt ons in de namiddag (na 100 km vandaag) naar het familiehotel Eden in Campulung Moldovenesc. Het is een keurig hotel, we hebben een mooie kamer aan de achterkant. Voor het eten maken we met z’n tweeën nog een wandeling  in een wijde kring om het hotel. Het asfalt houdt meteen achter het hotel op zodra we van de drukke doorgaande weg af het dorp ingaan. Ons valt eens te meer de versiering op die de mensen op huizen en zelfs schuren aanbrengen. In hout, maar ook in het alom aanwezige zink. De goten en afvoerbuizen zijn gesierd met rozetten, bladmotieven en andere decoraties. Over de onvermijdelijke waterput is vaak een sierlijk gebouwtje gezet. 

Het diner valt bij mij bijzonder in de smaak. Vooraf een koude vleesschotel en dan een smakelijke gebakken forel en een warme appelflap toe.  Rode en witte wijn kosten 10 Lei per glas. Tijdens het eten treden een orkest en een volksdansgroep voor ons op. De drie beroepsmusici bespelen accordeon, luit, blaasinstrumenten en een panfluit. In Zuid-Amerika heb ik de hoop uitgesproken de eerste maanden alsjeblieft verschoond te mogen blijven van de panfluitmuziek (‘El condor pasa’ in alle denkbare variaties, overal maar weer tot vervelens toe) maar hier ben ik bekeerd. Wat deze man uit de panfluit weet te halen grenst aan het ongelooflijke. De dansers zijn leerlingen van een middelbare school zo begrijp ik. Drie enthousiaste jongens en drie meiden van een jaar of zeventien, achttien. Ze komen in diverse traditionele uitdossingen en klederdrachten en geven een wervelende show weg, met dansen uit de diverse streken van Roemenië. Een heel geslaagde avond. Ik koop van een van de meiden aan het slot een cd met muziek om als achtergrond te gebruiken voor een presentatie van de foto’s. 

 

Klooster Voronet

 hoe je te gedragen

 hel en hemel (achtergevel) panoramafoto

 achtergevel
gouden poort van de hemel 

 hel

 meer hel
engelen trachten te redden wat er nog te redden valt, uit handen van de duivels

 reisbegeleider met balk
die gebruikt werd om gelovigen naar de kerk te roepen

 opwekking van de doden

 moslims

 heiligen

 prachtig dak

 gelovigen buiten

 onze bus


 ons hotel in Campulung Moldovenesc

 


wandeling door het dorp Campulung Moldovenesc

versieringen van zink aan dak en goten in het dorp

 

 

 

pomp/put huisjes

 versierde schuur 

 schuur


Folkloristische dansen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  


 

 

 

 

 


 

 

Klooster Moldovita, demonstratie (paas)eieren beschilderen, klooster Sucevita, houtmuseum in Campulung Moldovenesc

Maandag 22 april

Op deze reis geen dagen dat we om half vijf ’s ochtend moeten opstaan zoals in Zuid-Amerika ongeveer standaard was. Het is wat dat betreft een relaxte reis. Meestal vertrekt de bus om negen uur of half negen, zoals vandaag. We rijden naar het Moldovita klooster. We zijn nog zo vroeg dat de verkoop van kaartjes voor de fotografeertoestemming nog niet functioneert. De nonnen zijn zeker een beetje verlaat, gisteravond laat geworden, nee toch? De ochtend is nog heel fris en de lucht stralend blauw. Als ik door het forse poortgebouw loop en een eerste blik op het klooster werp, zie ik dezelfde vormen als gisteren bij Voronet. Bij nadere beschouwing zitten de verschillen natuurlijk vooral in de beschildering. De voorstellingen zijn anders. Het klooster van Moldovita werd in 1532 gesticht door Petre Rares, zoon van Stefan cel Mare. De ommuring is uit 1612. Het meest intrigerende fresco op het kerkje is onder aan de zuidmuur te vinden. Het stelt het beleg van Constantinopel voor en toont Maria , die in 626 de stad bevrijdt van de Perzen en Avaren.

We bekijken het klooster van buiten en van binnen met de uitleg van Cristina in ons oortje. Met uitleg zie je meer welke verhalen er in de fresco’s zitten. Anders blijft het meer bij genieten van de totaalindruk die zo’n enorme hoeveelheid middeleeuws beeldverhaal je biedt. Als we alles bekeken hebben, is het tijd voor koffie. Ergens in een restaurantje in de buurt gebruiken we die. 

Eieren beschilderen 

Vervolgens bezoeken we een dame die als hobby (paas)eieren beschilderen heeft. Ze is hierin erg bedreven en succesvol, ook internationaal zelfs, zo begrijp ik van Cristina. Ze geeft ons een demonstratie hoe dat beschilderen toegaat. Het is eigenlijk een soort batik-techniek: naast verf of inkt wordt er ook gebruik gemaakt van was. Daardoor worden bepaalde onderdelen niet gekleurd en andere wel. Voor het opzetten van de motieven heeft deze mevrouw een zeer vaste hand. Het is haast niet te volgen voor het oog, hoe snel zij al draaiend met het ei een ingewikkelde lijn weet op te zetten. En dan komt ze aan de andere kant van het ei exact weer tegen het begin van de lijn uit! Bewonderend zit de groep haar werk aan te kijken, vooral omdat het schijnbaar zo moeiteloos gaat. Natuurlijk heeft ze ook kant en klare eieren te koop. Wij kopen er wat voor onszelf en het thuisfront. Ze kosten ongeveer drie euro per stuk.  Later zien we ze wel wat goedkoper, maar dan is de kwaliteit er toch ook wel naar. De decoratie is dan grover. Deze zijn wel zeer fijntjes gedetailleerd in hun structuren en motieven. Ik had me van dit bezoek niet veel voorgesteld, maar ik vond het zeer de moeite waard. De eieren (’t zijn echte kippeneieren) bewaart Riet in een stevig doosje, omwikkeld met kleren in de harde koffer. Ze zullen de hele reis goed doorstaan. 

Eerpels poten

Buiten in het kleine dorp zijn mensen aan het ploegen. Dat gebeurt met het paard voor een handploeg. Een man bij het paard, de andere man achter de ploeg. Dat zie je hier op de velden nog zeer regelmatig. Boeren zijn nog te arm voor de aanschaf van een tractor, al zie je ze toch hier en daar toch verschijnen. Het mechanische alternatief zoals ze dat in o.a. Vietnam kennen: een soort klein laag trekkertje met een groot stuur dat ook voor een kar kan, vaak van Chinese makelij denk ik, zie ik hier bijna nergens. Het staat wel heel idyllisch natuurlijk, ook al die paard-en-wagens die de bus onderweg passeert, maar je zou de mensen toch meer comfort en welvaart gunnen. Even verder zijn mensen op een flink stuk land aardappels aan het poten. Dat doet me weer denken aan mijn jeugd. Wij hadden achter ons huis een flinke tuin, waar o.a. de hele wintervoorraad aardappels werd verbouwd. Als jochie mocht ik dan meehelpen met het poten. ‘Mocht’ ja, want ik vond het beslist geen vervelend werk. We deden dat net als ze het hier nog doen: in voren met de hand erin leggen. De voorgekiemde vroege aardappels waren wat minder leuk: die moest ik met de grootste kiem omhoog echt één voor één in het gat drukken. Steeds bukken en zorgen dat je de kiem niet beschadigde. De ‘poters’ voor winteraardappels mikte je rechtopstaand zo in de voor. Dat ging veel sneller. Ik geloof niet dat de mensen hier echt voorgekiemde poters gebruiken; zo te zien zit er alleen een klein wit puntje aan. De mensen zwaaien vriendelijk naar de vreemdelingen die zo belangstellend naar hun werk staan te kijken. Wat is daar nou aan te zien, denken ze. 

Klooster extra 

Gisteren heeft Cristina de groep gevraagd of we nog een extra klooster wilden bezoeken. Van de vijf fraai beschilderde kloosters in Boekovina staan er twee op het officiële programma. We zouden vandaag het derde eraan kunnen toevoegen, maar dat zou wat meer rijden en een lange intensieve dag betekenen. Gelukkig kon de groep zich vinden in dit voorstel. Het ene klooster lijkt wel veel op het andere, maar juist het klooster dat we vandaag extra bezoeken is toch anders dan de vorige twee. Van buiten, als je van de parkeerplaats aan komt lopen, komt het op je over als een fort. Er is een lange, hoge muur omheen met zware torens op de hoeken. Suceviţa heet het klooster. Ik betaal weer 10 Lei voor de toestemming tot fotograferen. 

Suceviţa klooster

Het klooster van Suceviţa is een klooster van de Oosters-orthodoxe Kerk, en staat in het noordoosten van Roemenië. Het klooster stamt uit 1585 en staat sinds 2010 op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO. De kerk van het klooster bevat zowel Byzantijnse als Gotische elementen. Op zowel de binnen- als de buitenmuren zitten muurschilderingen met Bijbelse episoden uit het Oude en Nieuwe Testament. De schilderijen zijn gemaakt rond 1601. Het klooster wordt bewoond door nonnen. De binnenplaats van het klooster is bijna vierkant (100 bij 104 meter) en is omgeven door hoge (6 m), brede (3 m) muren. Op elke hoek staat een toren. Suceviţa was een prinselijke residentie en daardoor een versterkt klooster.  Het is gelegen op 18 km van Rădăuți (District Suceava). Volgens overlevering staat het in de Suceviţa vallei tussen de heuvels, op de plek van een houten kerk uit de vroege zestiende eeuw. De legende gaat dat, later, voor de verlossing van haar zonden, een vrouw met haar door buffels getrokken wagen stenen bracht voor de bouw van een stenen gebouw en dat dertig jaar lang. Volgens documenten stamt het klooster uit 1582, de tijd van Prins Petru Șchiopul.

Het klooster is het grootste van de vijf van Boekovina. Heel bijzonder vind ik de afbeelding van de ladder die van de aarde naar de hemel reikt. Een soort Jacobsladder, alleen gaan er nu geen engelen op en neer, maar deze ladder is het zinnebeeld voor het leven van de mens. Dat moet een gestage klim naar de hemel zijn. Bovenaan staat Petrus die vanuit een gat in de hemel de helpende hand uitsteekt naar degenen die het ‘gered’ hebben. Rechts de heiligen, links de duivels die alles doen om de mensen op de ladder eraf te trekken naar hun hellegat. Het is weer een compleet beeldverhaal, waarop veel interessante details te ontdekken zijn. Als we teruglopen, zie ik een non op haar knieën in het gazon iets verzamelen in een plastic zakje. We zijn er niet achter gekomen wat dat geweest mag zijn. Een soort kruiden wellicht. 

Aardewerk en hout

Even verderop bezoeken we nog kort een aardewerkfabriekje, waar ze het befaamde zwarte aardewerk uit deze streek maken. We kijken de mannen op hun vingers hoe ze in snel tempo vazen en bekers e.d. draaien. We kopen een klein stukje aardewerk met een mooi beschilderd ei in de winkel. Als we met de caravan waren…

Lunch op het platteland

In een dorp gebruiken we de lunch in een plattelandspension. De maaltijd is goed verzorgd en de mensen ontvangen ons met open armen. Het eten is smakelijk, de wijn goed en het gezelschap gezellig. Hier staat ook een waterput op het erf. Ik bekijk hem wat preciezer. Boven de put is een elektrische pomp gemonteerd, waarop twee slangen gemonteerd zijn. Een gaat de put in, de andere het huis in. Zodra er drukverschil ontstaat in de huisleiding doordat iemand een kraan openzet, slaat de pomp aan en zorgt zo voor stromend water. Slim. Hopelijk is het water van goede kwaliteit. Om te drinken gebruiken wij trouwens flessenwater. Tandenpoetsen doe ik wel gewoon bij de kraan. In de bus is altijd water. Er ligt een lijst waarop ieder zijn gebruik aankruist en op de laatste dag rekenen we het totaal af bij Cristina. Het werkt perfect. Beter dan het gedoe in Zuid-Afrika… 

Houtmuseum

Daarna volgt een langere busrit terug naar Campulung Moldovenesc. Daar bezoeken we nog het houtmuseum. Dat is gevestigd in een oud, enigszins verslonsd gebouw. Er is een expositie van met kennelijke passie bijeengebrachte uiteenlopende zaken van hout, van meubels tot sleeën, van een kar tot beelden, en allerlei gebruiksvoorwerpen. Alles van hout. We gaan er in vrij snel tempo door, maar het is al vijf uur geweest als we er klaar zijn. Het enige toilet is niet echt een feest. Doordat de bak bovenaan lekt, krijg je een gratis douche en is het een vieze natte bedoening op de vloer. 

Dan moeten we nog 2 ½ uur rijden naar ons volgende hotel Corona Aura in Bistrita. Daar zijn we dus rond half acht. Ik ga eerst even pinnen in de buurt, weer 300 Lei. Het diner in het hotel is prima. Rond half tien zoeken we toch wel wat vermoeid onze kamer op. Een welbestede dag, weer. 

 

 zicht uit ons hotel (in Campulung)

 
Toegangspoort en Klooster Moldovita

  

 panoramafoto

  

  
boven: symbool van de drie-eenheid bij de poort

 


Kloosterboerderij Moldovita

 


Dorp van de eierschilderes

  

 aardappels poten

 ploegen

 zo ging het bij ons in mijn jeugd ook


Eieren schilderen 

 vaste hand nodig

 

 echte kippeneieren!

  
de was wordt gesmolten

 


Klooster Sucevita

 

...als een fort

  

 trap naar de hemel

Petrus helpt je naar binnen -- als je het haalt...

 muur met trap

 sommigen halen het niet

 duivels slepen je eraf

 

 

 

 lente!

 ra ra wat zoekt ze

 


  

fabricage van typisch streekproduct: zwart aardewerk

  

 drogen in de zon

 


Houtmuseum Moldovenesc

 

 

 

 


 

 

Naar Targu Mures en Sighisoara 

23 april

In het Transsylvaanse Targu Mures krijgen we een poosje tijd voor onszelf om koffie te drinken en de voornaamste straat met een groot plantsoen, bijna een park in het midden te bekijken. Er staan mooie gevels en aan het eind van de straat de torens van twee kerken. Sommige daken hebben gekleurde pannen zoals je dat in het Franse Bourgondië ook wel ziet. Hier is de lente al volop aanwezig: bloeiende tulpen, prunus- en tulpenbomen, fris groen. Op een terrasje is het heerlijk zitten. Dat vinden de Roemenen ook want het zit er vol. De cappuccino is heerlijk. 

We komen samen bij het Cultuurpaleis, dat vooral bekend is om de fraaie Jugendstil ornamenten die hier te bewonderen zijn. Prachtige glas-in-loodramen, decoraties, schilderijen. Als wij er zijn, repeteert juist een orkest. Sommigen gaan daar zitten luisteren; ik loop verder naar boven voor de schilderijententoonstelling. Mijn vrouw is altijd al bewonderaar van Jugendstil; hier kan ze haar hart ophalen. Ik vind het ook mooi. Ik maak veel foto’s en zwerf het hele gebouw door. De schilderijen zijn voornamelijk van Roemeense kunstenaars. Ik herken motieven die ook in westerse kunst bestaan. Ik zie een schilderij dat sprekend lijkt op een doek van Millet en een ‘Toulouse Lautrec’. 

Soep in een brood

Via een tamelijk slechte weg, waar aan gewerkt wordt over een heel lang traject (ik denk: maak nou eerst eens een kilometer tegelijk goed, maar hier breken ze rustig tien kilometer op en werken dan op sommige plaatsen) rijden we naar Sighisoara. We rijden naar ons hotel, aan de rand van de stad. Daar betrekken we de kamer en genieten van een heel bijzondere lunch. Op het bord komt een hoog conusvormig brood waar de kap van af kan. Erin zit een smakelijke maaltijdsoep, een soort goulash. Het is een manier van opdienen die ik nog nooit gezien heb; dat geldt ook voor mijn tafelgenoten. Het brood is dik en sterk genoeg om stand te houden tot de soep op is. Je kunt een deel van het brood ook met de soep opeten. 

De oude stad

Na de lunch lopen we vanaf het hotel in ongeveer 20 minuten met Cristina voorop naar de stad, speciaal de oude bovenstad. Je kunt langs de drukke doorgaande weg lopen, maar ook iets hoger door het bos. Ze leidt ons rond in de oude stad en wijst ons de bezienswaardigheden. De sfeervolle oude stad is ommuurd, nog heel authentiek bewaard gebleven en in de hobbelige straatjes is het lekker slenteren. De toren bevat een draaiwerk waardoor een keer per dag wat poppetjes weg- en weer tevoorschijn draaien. Via het oude kerkhof lopen we verder omhoog naar de wit geschilderde Bergkerk die we van binnen ook bekijken. Het is een oude gotische kerk, uit de veertiende eeuw. Naar beneden gaan we via de ‘scholierentrap’. Een overdekte trap die gebouwd zou zijn voor de scholieren die boven bij de kerk een school hadden. We maken nog een wandeling door de straatjes waarbij Cristina ons dingen wijst. Morgen hebben we tijd om hier weer te komen want we vertrekken pa na twee uur omdat de chauffeur van zijn cao 24 uur niet mag rijden. Over de muur die om een gebouw heen staat, leunt een oudere vrouw die ons aanspreekt. Ze is kennelijk blij dat ze in haar moedertaal, het Duits, wat kan kletsen. Ze vertelt dat haar man in de oorlog in ons land heeft gevochten en dat zij nu hier haar oude dag slijt. In Roemenië zijn nog Duitse minderheden, al zijn met de komst van het communisme de meeste Saksen en andere Duitsers weggetrokken. De vrouw krijgt dan ook steun van de Duitse overheid. In korte tijd licht ze bijna haar hele doopceel voor ons. 

We mogen op eigen gelegenheid terugwandelen naar het hotel. Riet en ik gaan eerst nog even een ijsje eten in een park in de benedenstad en een kopje koffie drinken op een terras. Daar zitten nog meer mensen van de groep. Het is er ook een heerlijk plekje zo in de zon, die al een beetje gaat zakken. 

Tegen de avond wandelen we met z’n beiden terug. Langs de drukke weg deze keer. Het diner in het hotel is prima. Het hotel ligt hier een beetje op een vreemde plek, aan de rand van de stad tussen troosteloze flats in Sovjet-stijl waar nu waarschijnlijk voornamelijk Roma in wonen. Maar met het hotel is niets mis, en met de omgeving verder ook niet, maar ‘t is niet de mooiste plek voor een hotel. 

 

 

 Targu Mures

 

 

 

 

 


 

 het Cultuurpaleis in Targu Mures

  

 


 

Het sierlijke Jugendstil interieur

 

  plafond

  

 panoramafoto

  

    

   

 

 schilderijen in het museum

 


 

 Targu Murs


 

 landschap onderweg

 (foto's uit de bus genomen)


 

Soep in brood; originele lunch

  lunch: in deze broden zit onze maaltijdsoep


Sighisoara, de oude stad

 

  

 hier zou Dracula hebben gewoond

 "scholierentrap"

  

  

  

  

  

                                                                                                                            de oude Duitse dame


 

 

 

 

 


 

 

Sighisoara, weerkerk van Biertan, en naar het dorp Sibiel naar logies ‘bij de boeren’

24 april

’s Morgens hebben we dus vrij. We slapen een beetje uit, maar niet te lang want het is prachtig weer: zonnig en warm, en we willen nog weer naar de stad wandelen.  We lopen nu eerst naar de overkant van de rivier om daar de grote witte Roemeens Orthodoxe kerk te gaan bekijken. Hij ligt daar mooi aan de rivier, in het jonge groen, met hier en daar een fel wit-paars accent van een bloeiende prunus. De bloesem steekt heel mooi af tegen het wit van de kerk dus je kunt er mooie foto’s maken. De kerk is geen toeristendoel, de kerk is niet echt bijzonder en waarschijnlijk daarom mogen we overal, ook binnen, fotograferen. Voor ons is het wel bijzonder want zo’n kerk is van binnen een en al fresco. Niet oud maar wel kleurig en waard om te bekijken en vast te leggen. Het is er zo door de week niet druk van gelovigen dus we storen niemand.  Een stel van onze groep werd hier door een priester of koster of zo meegetroond naar een zijruimte, waar de man hun een pas overledene in de kist had getoond. Ze waren er een beetje beduusd van toen ze het ons vertelden. Wat de man daarmee voor had? Misschien was het een vooraanstaand iemand. Maar dan nog is het wat vreemd. 

Genieten op een terrasje

We zitten een poosje te genieten op een bank voor de kerk. Het wordt nu rond een uur of elf al warm. Het meegenomen flesje water is welkom. We missen de koffie echter, dus we stappen op en wandelen over de brug naar de andere kant, de oude stad. Daar drinken we koffie op hetzelfde terras als gisteren, maar daar zitten ook wat groepsgenoten en het is al snel zo gezellig dat we blijven zitten en hier ook lunchen. Van een hernieuwd bezoek aan de bovenstad komt het niet meer. Nou ja, we hebben het ook wel gezien gisteren. Ik neem de forel en die is uitstekend. Glaasje witte wijn erbij. We moeten op een gegeven moment de tijd in de gaten houden want om twee uur moeten we bij het hotel zijn voor het vertrek met de bus. Stipt om kwart over twee vertrekt die. Zelden een reis gemaakt waar de vertrektijden zo stipt waren als op deze. Het is wel plezierig. Iedereen weet waar hij aan toe is. Ook dat kennen wij wel anders…

Weerkerk van Biertan

Onderweg steken we aan in het stadje Biertan. Daar staat een van de beroemde Roemeense weerkerken. Een weerkerk is niet alleen kerk maar, zoals de naam al zegt, deels ook vesting, om je te ‘weren’ tegen de vijand. De kerk torent uit boven het stadje. Ernaartoe loopt een trap, die net als de scholierentrap in Sighisoares overdekt is. Het is even een flinke klim. Boven staan verschillende torens op de hoeken van een ommuring. Er zijn zelfs drie muren achter elkaar, om de kerk heen. Deze doet zijn naam ‘weerkerk’ wel alle eer aan. Ook het kerkgebouw zelf is stoer, dikke muren, weinig ramen, forse steunberen. Binnen hangt een mooi veel-luik, dat echter niet origineel hier hoort. Er zijn wandkleden die uit de middeleeuwen stammen. Het Duits sprekende meisje dat hier onze gids is, wil me er wel meer over vertellen en een boekje laten doorbladeren, maar helaas heb ik daar geen tijd voor. ‘Tja, zo’n groepsreis!’ zegt ze begrijpend.  Het is inderdaad een van de nadelen van het reizen in een groep. Als we hier met de caravan waren, zouden we de tijd aan onszelf hebben. 

Over Biertan

Biertan (Duits: Birthälm; Hongaars: Berethalom) is een dorp in het district Sibiu in Roemenië. Het dorp ligt 80 km ten noorden van districtshoofdstad Sibiu en 15 km ten oosten van Mediaș. De eerste vermelding van Biertan dateert uit 1283 in een document over betaalde belasting in zeven dorpen. Biertan behoort tot de Transsylvanische dorpen met een weerkerk die is opgenomen op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Biertan was tussen 1572 en 1867 de zetel van de Lutherse bisschop van Transsylvanië. De hele gemeente heeft 4000 inwoners, hoofdzakelijk boeren behorend tot de etnische groepen Roemenen, Hongaren, Transsylvanische Saksen en Roma, terwijl het eigenlijke dorp Biertan maar 1600 inwoners heeft. Zij houden zich bezig met landbouw en veeteelt of werken in de wijncoöperatie. Het dorp is een van de meest bezochte dorpen van Transsylvanië, mede dankzij de jaarlijkse bijeenkomst van de Transsylvanische Saksen.

Biertan is vooral bekend door zijn kerkburcht, die van 1572 tot 1867 de zetel was van een Lutherse bisschop (voor en na dat jaar zetelde hij in Sibiu). De voormalige bisschopskerk dateert uit omstreeks 1400 en ligt hoog op een heuvel. De kerk wordt door drie ringmuren omgeven en verkeert in goede staat. De zes verdedigingstorens en de hoge muren onderstrepen het strategisch belang dat deze kerk vroeger had. De torens bieden uitzicht op de omringende wijnheuvels en de ooievaarsnesten.

Landelijk Sibiel

Na afloop van het bezoek zouden we wat drinken in het café naast de kerk, maar dat wordt opgeknapt en is gesloten. Dan maar niet. Cristina last verderop nog even een sanitaire stop in en we drinken daar nog wat. Ver in de namiddag, tegen de avond komen we aan in het landelijke Sibiel. We bekijken nog het kerkje en het iconenmuseum ernaast. De iconen zijn bijzonder omdat ze geschilderd zijn op glas; dat vereist natuurlijk een speciale techniek omdat je als het ware ‘terug’ moet schilderen. Je moet goed nadenken over wat je het eerst en wat het laatst schildert. 

Ik ben geen expert en de iconen kunnen we niet geweldig boeien. Wel zie ik verschillende motieven steeds terugkomen, bijvoorbeeld Jezus als de wijnstok. Dat gegeven is heel plastisch verbeeld door een druivenrank die ontspruit uit het lichaam van Christus. Aan de andere zijde van de afbeelding perst Jezus de druiven die uit hem groeien in een kelk uit. St. Joris is ook een geliefd thema, overal in Roemenië trouwens, afgaand op wat ik nu gezien heb. 

Logeren bij de boeren

We wandelen een klein stukje door het dorp waar bij de brug onze gastvrouwen en –heren op ons wachten. We worden voorgesteld aan hen en zij aan ons. Riet en ik zitten in het groepje dat in het pension Reghina zal slapen. Reghina is een aardige, nog vrij jonge vrouw, die helaas weinig Duits of Engels spreekt. Ik had wel eens een gesprekje met het echtpaar willen voeren maar daar komt het niet van. We zien ze nauwelijks meer tijdens ons verblijf. Onze koffers worden op een boerenwagen geladen en naar het pension gebracht. Dat is niet ver, een paar honderd meter hoogstens. Sibiel is ook maar een plattelandsdorpje, een stuk kleiner dan Pesse nog. Toen er meer toeristen kwamen –voor de iconen bij voorbeeld, bedacht een aantal boerinnen dat zij die best zouden kunnen bedienen met logies en maaltijden, terwijl de mannen op het land werkten. Zo zijn er nu al meer dan tien pensions. Ik had me bij de beschrijving voorgesteld dat we in een kamertje zouden logeren dat boeren zelf niet gebruikten, maar achter de boerenpoort waardoor we op de binnenplaats komen, bevindt zich op een verdieping een aantal piekfijne kamers compleet met badkamer. Hier ziet er allemaal schoon en netjes uit. Maar de uitstraling is toch heel landelijk. Als ik het raam open, kijk ik uit op een afdak waaronder de boer zijn werktuigen (en een hoop ‘rommel’, in mijn ogen tenminste) stalt en daarachter de velden en heuvels. 

Genieten van het platteland

We zijn nog mooi op tijd en kunnen de wandeling maken die Cristina ons aanduidde: door het dorp linksaf de heuvel omhoog tot bij een boerderij en dan heb je een mooi uitzicht over het dorp en de velden. Op de achtergrond ligt de stad Sibiu te schitteren in de felle zon. Het is weer heerlijk warm zonnig weer. Daarom zitten we na terugkomst nog een poosje te lezen onder een afdak, waar Reghina flessen water en palinka heeft neergezet. Voor algemeen gebruik. Ik schenk me een bodempje pruimenjenever in en vul het glas bij met koel water. Ik lees het nieuws in Nederland op mijn smartphone (er is hier gratis wifi, zonder code dus onbeveiligd) en ik lees verder op mijn e-reader in Terugkeer ongewenst van Charles Lewinsky. Ik heb destijds genoten van Het lot van de familie Meyer; tot nu toe valt me dit nieuwe boek wat tegen. Overigens: Ik vond tot nu toe een e-reader altijd iets wat ik niet nodig had, maar ik kreeg deze gratis bij een Volkskrant-abonnement (en 20 papieren boeken!, ja de Nederlandse kranten doen al wat voor een nieuwe abonnee) en ik moet zeggen dat het zo voor onderweg wel ideaal is. Zo’n dikke pil had ik anders niet in de koffer gestopt. En het leest wel handig. 

Tegen half acht lopen over de brug we naar het andere pension, Christina geheten, om daar de avondmaaltijd te genieten. Het is een smakelijke maaltijd, zoals altijd nogal voedzaam, met groenten, vlees, polenta, en ook met jonge rode en witte wijn en weer palinka, voor wie dat nog wil. Ik houd het bij wijn. 

 

 

 

 

 de grote kerk aan de rivier in Sighisoara

 

 zicht op de stad vanaf de kerk

  

 

  

 hier mag je binnen fotograferen!

 iconostase (panoramafoto)

   

 Heilige icoon voorin de kerk

 


 

   
dorp Biertan;                       overdekte  trap (buitenkant) naar weerkerk van Biertan

  

 panorama's over het dorp Biertan vanaf de kerk

 panoramafoto

 interieur

 slot van de schatkamer

 plafond kerk

 de meervoudige ommuringen van de weerkerk


 

glazen iconenmuseum in Sibiel

  

 Christus de wijnstok

 laatste avondmaal


Dorp Sibiel

 gezamenlijke waterput

 het landelijke leven

 

 

 de slivovic is gratis: inbegrepen bij ons hotel

 panorama's op Sibiel

 Sibiel, in de verte Sibiu

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

Ooievaarsdorp Christian, Sibiu stadswandeling en museum Brukenthal

25 april

Vandaag hebben we de hele dag voor bezoek aan de stad Sibiu of Hermannstadt. Eerst wat gegevens:

In het jaar 2002 had het 154.892 inwoners. De Roemenen zijn er de meerderheid met 95%. Er is een Hongaarse minderheid (2%) en een Duitse minderheid (1,6%).

Geschiedenis 

Sibiu werd als Hermannstadt in de 12e eeuw gesticht door Duitse immigranten en is steeds een van de belangrijkste Saksische nederzettingen in het historische Zevenburgen (Transsylvanië; Siebenbürgen) gebleven. Tot 1781 was alleen aan Saksen het burgerrecht in de stad formeel toegestaan. Roemenen mochten zich er op beperkende voorwaarden overigens wel vestigen en daarbij werd hun een ruime religieus-culturele vrijheid toegestaan die zij elders in Transsylvanië moesten ontberen. Daarentegen bleef de macht van de Hongaarse adel steeds beperkt. Aan het begin van de 20ste eeuw vormden de Duitstaligen nog steeds de meerderheid en de Roemenen slechts een kwart van de bevolking. Nadat de stad 1920 onder Roemenië was gekomen, namen zij in aantal sterk toe, maar de Duitstaligen bleven er tot na de 2de Wereldoorlog nog wel een relatieve meerderheid. Sindsdien namen zij af door deportatie en emigratie. Na de val van het communistische regime verdwenen de laatste 20.000 van hun naar Duitsland. Het aandeel van de Duitstaligen in de bevolking was na deze uittocht aan het begin van de 21ste eeuw nog maar 1,6% en daarmee zelfs kleiner dan dat van de Hongaren. Belangrijke Saksische Duitstalige culturele instellingen, scholen en uitgeverijen bleven bestaan. Deze scholen worden echter voornamelijk door Roemeense scholieren en studenten bezocht. In 2000 kreeg Sibiu (Hermannstadt) wel voor het eerst sinds 1945 weer een etnisch Duitse burgemeester, Klaus Johannis. Hij werd in 2004 herkozen met 88,7% van de stemmen die hem nu van Roemenen ten deel vallen. Johannis is namelijk populair vanwege zijn strakke en degelijke beleid, in een land dat elders veel te kampen heeft met corruptie in de politiek. Dit beleid schept een aantrekkelijk vestigingsklimaat en voor bedrijven uit met name Oostenrijk en Duitsland, en opent de deur voor Europese stimuleringssubsidies. Sibiu was samen met Luxemburg in 2007 Culturele hoofdstad van Europa. Deze keuze werd gemaakt omdat de oorspronkelijke Saksen uit het Moezelgebied kwamen.

Stadsbeeld

In het historische centrum worden de huizen gesierd met vele kleine dakkapelletjes, de zgn. ogen van Sibiu. Maar ook de gotische en Weens-barokke huizen vragen de aandacht van de toeristen in de binnenstad van het voormalig Duitse Hermannstadt. De Duitse invloed is ook nog zichtbaar door de aanwezigheid van de Duits evangelische kerk, met het rijke ingangsportaal, het monumentale orgel uit 1674 en, helemaal achter in de kerk, de grafsteen van de zoon van Vlad Dracula.

Culturele bezienswaardigheden 

Het Brukenthal-museum (Muzeul Naţional Brukenthal) is over verschillende locaties in de stad verspreid. In het paleis van de voormalige baronnen Von Brukenthal, in het centrum van de stad, is de pinacotheek (schilderijenverzameling) ondergebracht. Deze bevat onder meer werken van Lucas Cranach de Oudere, Titiaan, Pieter Breughel de Oude (De kindermoord van Bethlehem), Pieter Bruegel de Jonge, Jan van Eyck, en van vele andere Duitse en Italiaanse meesters, met de nadruk op de periode 1400- 1750.

Stadswandeling

Onderweg naar Sibiu stoppen we even in het dorp Christian om de vele ooievaarsnesten te bekijken. Op bijna elke lantaarnpaal is wel een nest. De beesten zijn net zo aan het verkeer en de mensen gewend als bij ons in het dorp De Wijk, waar je ook struikelt over de ooievaars. 

Wij worden met de bus afgezet in het centrum en maken onder leiding van Cristina een stadwandeling door de zonovergoten stad. We lopen langs de muren en wallen en langs fraaie gevels maar ook meer vervallen panden. Op een terras op het Grote Plein, waar voorbereidselen worden getroffen voor de viering van Palmpasen en Pasen, drinken we gezamenlijk koffie. Cristina assisteert, zoals gebruikelijk bijna, bij het opnemen en uitdelen van de bestellingen. We lopen o.a. langs de Brug der Leugens, mooie straten en pleinen met indrukwekkende barokke patriciërshuizen eraan, de Duits Evangelische kerk die gerestaureerd wordt zodat we helaas niet binnen kunnen kijken; op daken vaak de uitbouwtjes, de ‘ogen van Sibiu’. We zagen ze overigens ook al in Sighisoares. 

Om twaalf uur krijgen we kaarten voor het museum uitgereikt en spreken we een tijd en plaats af en mogen we op eigen gelegenheid de stad verder ontdekken. Tot half vijf hebben we de tijd aan onszelf. Wij wandelen eerst nog door de soms schilderachtige straten en bekijken de grote Orthodoxe kathedraal van de Heilige Drie-eenheid van binnen en van buiten. Het interieur is weer een explosie van kleuren in de fresco’s die alle muren en plafonds bedekken. Hier mogen we wel fotograferen. Buiten treffen we een internationaal gezelschap geestelijken, die net gezamenlijk op de foto komen op de trap van de kathedraal. Wij nemen natuurlijk ook de foto. 

We strijken neer in een broodjeszaak. Daar nemen we een broodje zalm en koffie. Voor de cappuccino moet eerst melk gehaald worden. ’t Is niet echt goedkoop, voor Roemeense verhoudingen, want ik ben 38 Lei kwijt, bijna tien euro. Al met al toch een prima lunch; weer eens wat anders dan elke dag een warme maaltijd als middageten. 

Museum Brukenthal met prachtige Vlaamse middeleeuwse schilderijen

Na de zalm lopen we binnen bij het museum Brukenthal. Het is gevestigd in een oud monumentaal gebouw en wij moeten kiezen omdat we niet alles kunnen bekijken. De presentatie van de Vlaamse middeleeuwse schilders Pieter Breughel de Oude, Pieter Bruegel de Jonge, en Jan van Eyck is mooi gedaan. In de donkere omgeving komen ze stralend tot hun recht. Over de vele schilderijen uit de latere perioden zijn we minder te spreken. Ze zijn soms zo vuil dat de beeltenis nauwelijks te herkennen is en details helemaal onzichtbaar zijn. Jammer. Natuurlijk is restauratie i.c. schoonmaken een kostbare zaak en waar moet je beginnen met zoveel werken? Toch zou het dit museum een stuk waardevoller maken. Maar ik heb er begrip voor dat een zich ontwikkelend land als Roemenië andere prioriteiten heeft…

Relaxte binnenstad

Er is nog veel meer te zien behalve schilderijen, maar we willen ook nog wat wandelen door de stad. Die is dat wel waard. Over de stad een interessant stuk op internet:  http://www.presseurop.eu/nl/content/article/711491-sibiu-klein-muenchen

De open relaxte sfeer valt ons op. Dit zou ook best een stad in Duitsland kunnen zijn. Een groot voetgangersgebied met veel terrasjes die op deze zonnige middag aardig vol zitten. Flanerende goedgeklede mensen, veel jongeren ook, een levendige sfeer. Ik had het me allemaal niet zo vrolijk en kleurig voorgesteld voor ik aan deze reis begon. Op een van de terrassen zitten we een tijdje te kijken naar wat er zoal voorbijkomt. Met voor ons een ‘limonade’: twee deels geperste citroenen (of limoenen naar keuze) overgoten met mineraalwater in een karaf. We hebben de bestelling afgekeken van mensen om ons heen en het smaakt perfect op deze warme zomermiddag. 

Op het terras bij ons pension genieten we na. ’s Avonds hebben we weer het diner bij pension Christina; we zitten er in, het lijkt wel, ‘de mooie kamer’ en ook vanavond is het eten en drinken weer prima. 

   
Ooievaarsdorp Christian

  


SIBIU

 

 

stadsmuren van Sibiu

 een paar van "de ogen van Sibiu"

 ogen van Sibiu

 leugenbrug

 


 

   
de grote kerk

 iconostase

  

 panoramafoto

 


Museum Brukental: Pieter Breughel en Jan van Eyck

  


 stadswandeling vervolg

 vanaf de stadsmuur de Karpaten

 uitblazen op een terras
met een karaf koude citroen-limoendrank

 't is ineens warm

 

 

 

 


 

 

 

Zuidelijke Karpaten, Curtea de Arges, en naar Pitești 

26 april

De bus rijdt ons via een mooie route met veel natuurschoon, weer in prachtig zonnig weer, langs een rivier door de Zuidelijke Karpaten. Aan een stuwmeer drinken we koffie. Op het terras is het al weer bijna warm, terwijl het nog vrij vroeg op de ochtend is. Wat treffen wij het met het weer, realiseren we ons. We rijden eerst door Curtea de Arges en ten noorden ervan rijden we via een slingerende, vrij spectaculair aangelegde weg omhoog de bergen in en bezoeken we het Vidraru stuwmeer. Het Vidrarumeer (Roemeens: Lacul Vidraru) is een kunstmatig meer in Roemenië, in het Făgărașgebergte. Het meer kwam in 1965 tot stand door de constructie van de Vidrarudam op de Argeș. Het meer is het op een na grootste meer van Roemenië, na het Bicazmeer, dat eveneens een stuwmeer is. Een dorp, Arefu, ligt aan de zuidkant van het meer. Er zijn ook verscheidene hotels. In het Vidrarumeer kan gevist worden. 2 kilometer voor de Vidrarudam bevindt zich, hoog op een rotspunt, de ruïnes van de burcht van Vlad Tepes. De Transfăgărășan, een spectaculaire bergweg door het midden van Roemenië, loopt langs het meer en over de dam. 

Op de dam staat een uitkijktoren. Ik klim als een van de eersten omhoog –en stoot ongenadig mijn hoofd op de een na laatste verdieping, waar men het nodig vond kabels van de telefoonmast  te bekleden met nogal hard materiaal. De onderdoorgang was daardoor 30 cm lager dan alle andere en daar was ik nou net niet op verdacht. Een beetje duizelend loop ik verder. Gelukkig is het niet ernstig. Even later zal nog een paar mensen hetzelfde overkomen. Maar het uitzicht boven mag er wezen. We kijken hier over het staalblauwe meer uit op de nog wit besneeuwde toppen van de Karpaten. 

Picknick aan de rivier

Een eindje terug is langs de weg een picknickplaats aangelegd. Er staan een paar banken. Daarop gebruiken we ons lunchpakket. Er is ook witte en rode wijn. De omgeving is wat rommelig. Als ze dit wat leuker aanlegden, was het misschien nog een nog aantrekkelijker plek. Maar alles heeft zijn prijs natuurlijk, en Roemenië kan zijn geld waarschijnlijk voorlopig beter besteden dan aan het stofferen van een picknickplaats in de bergen. Niettemin is het er goed zitten in de zon met een plastic glas goeie rode wijn. Kijk, dat kan nou weer niet als we met de caravan op pad zijn… Dat wil zeggen, picknicken wel, maar geen rode wijn. We rijden verder terug naar Curtea de Arges en bezoeken daar twee kerken die op hetzelfde terrein liggen. Curtea de Argeș is een van de oudste steden van Roemenië. Volgens legendes is de stad gesticht in 1290 door vorst Radu Negru, waarna de stad de hoofdstad van Walachije overnam van Câmpulung. Curtea betekent hof, dus betekent de naam Curtea de Argeș: Hof van de Argeș. De stad heeft verschillende middeleeuwse kerken.

Kathedraal van Curtea de Argeș. 

De kathedraal werd als onderdeel van het klooster van Curtea de Argeș van 1512 tot 1517 in opdracht van de prins Neagoe Basarab gebouwd. Het is een van de beroemdste gebouwen in Roemenië.

Legende van meester Manole

Een tekst op een van de muren van de kathedraal geeft aan waar Ana, de vrouw van de bouwmeester Manole, tijdens de bouw ingemetseld zou zijn. Een oude balade verhaalt dat de constructie van de kathedraal niet vlotte. Wat overdag gebouwd werd brokkelde 's nachts weer af. Bouwmeester Manole was ten einde raad. Negru Voda dreigde Manole en zijn helpers met de dood. Manole had een droom waarin hem werd verteld dat de bouw alleen kon worden afgemaakt als een dierbare van hem of zijn mede arbeiders zou worden ingemetseld. Hij vertelde dit zijn arbeiders en men besloot dat dat de vrouw van de eerste arbeider die op het werk zou verschijnen zou zijn.  Ana, de zwangere vrouw van Manole, was de eerste die verscheen. Toen Manole en zijn arbeiders aan de prins vertelden dat zij altijd een nog groter gebouw konden maken liet deze hen op het dak van de kathedraal vast zetten. De mannen construeerden houten vleugels om te ontsnappen maar stortten een voor een neer op de grond. De bron van Manole geeft de plek aan waar de arme bouwmeester aan zijn einde kwam. 

De stralend witte kerk doet mij bij eerste oogopslag in zijn symmetrie en oosters geïnspireerde decoraties vagelijk denken aan het mausoleum van Sjah Jahan in Agra, de Taj Mahal. Op dit  terrein zijn de vorsten van Roemenië begraven. We kijken in alle rust rond in beide kerken en op het terrein. Hier mogen we ook binnen vrij fotograferen. Er zijn prachtige decoraties, nu eens niet alleen de traditionele motieven en voorstellingen maar ook fraaie Jugendstil-elementen. Inderdaad staat er buiten op de muur een tekst, die wel zal gaan over de ingemetselde vrouw. 

De bus brengt ons naar de middelgrote stad Pitești. 

Pitesti is een stad gelegen in het zuiden van Roemenië, in het district Argeș in de historische regio Walachije. De stad had in 2009 166.893 inwoners. De stad ligt aan de rechteroever van de rivier Argeș, in een regio die ook bekend is voor zijn țuică, de traditionele Roemeense pruimenjenever. Ook zijn er veel wijngaarden. Door zijn ligging op een kruispunt van handelsroutes is Pitești altijd een commercieel centrum geweest. Ook is het een industrieel centrum, met name doordat de Dacia-autofabriek in de nabijheid gevestigd is (in Mioveni). 

Toeristisch is er niet veel te beleven. Maar ons hotel voor de nacht staat er. En het is de woonplaats van onze toergids Cristine. We zijn er op tijd dus er is nog volop tijd voor een wandeling op eigen gelegenheid door het vlakbij gelegen park en langs veel marktstalletjes. Pitesti is de stad van de tulp en dat zullen we weten. Overal bloeien ze en in het park staat een metershoge in rvs. Er is ook een kerkje, waar het echter binnen zo druk is, met gelovigen die even komen bidden en de icoon kussen, dat we gauw weer naar buiten gaan. We lopen in de weg. Niet dat men ons dat duidelijk maakt overigens, maar die conclusie trekken we zelf. Op een terras drinken we een vers sapje. ’s Avonds eten we in een restaurant in de buurt want het hotel heeft alleen ontbijtfaciliteit. We hebben rolletjes met broccoli gewikkeld in een gepaneerd lapje vlees en gefrituurd. Lekker. Er is ook live muziek. Onderweg terug naar het hotel pin ik nog een keer. 150 Lei deze keer. Daarmee kan ik de laatste dagen in Boekarest net overbruggen denk ik. 

 

 stuwmeer

 de bergen in!

 

 panoramafoto

 picknicken aan de rivier


Kathedraal Curtea de Arges

 

  

 De kathedraal van Curtea de Arges werd als onderdeel van het klooster van Curtea de Argeș van 1512 tot 1517 in opdracht van de prins Neagoe Basarab gebouwd. Het is een van de beroemdste gebouwen in Roemenië.

 

 

  

  

Legende van meester Manole

Een tekst op een van de muren van de kathedraal (zie boven) geeft aan waar Ana, de vrouw van de bouwmeester Manole, tijdens de bouw ingemetseld zou zijn. Zie reisverslag voor meer info. 

  

Kaarsen branden voor de levenden (links: vii) en de doden: mortii

       
Deze vrouw bidt voor mijn zielenheil: komt vast goed

  


 

Stad Pitesti

  

  Pitesti 

 

 

 

 


 

 

 

Boekarest, stadstour en Parlementspaleis voorheen “Huis van het volk”, en het Cișmigiupark

27 en 28 april

’s Morgens rijden we over een van de weinige autosnelwegen die het land rijk is, naar de hoofdstad. Boekarest (Roemeens: București) is de hoofdstad en het industriële en commerciële centrum van Roemenië. De stad ligt in het zuidoosten van het land, aan de rivier de Dâmbovița. Volgens de officiële volkstelling van 2011, heeft Boekarest een populatie van 1.677.985 inwoners. De metropool telt 2,6 miljoen inwoners. Boekarest is de grootste stad van het land en de tiende stad van de Europese Unie.

Voor Europese begrippen is Boekarest geen oude stad: de eerste vermelding dateert uit 1459. Sindsdien ontwikkelde Boekarest zich snel en in 1862 werd ze de hoofdstad van het verenigde Roemenië. Tegenwoordig is ze de plaats van de Roemeense media, cultuur en kunst. In de eclectische architectuur van de stad zijn historiserende, modernistische, communistische en postmoderne stijlen vertegenwoordigd. Tussen de Wereldoorlogen werd Boekarest "Klein Parijs" (Micul Paris) of "Parijs van het Oosten" genoemd omdat de stad in die tijd erg elegant was. Sindsdien is echter een groot deel van het historisch centrum verwoest of beschadigd, eerst in de Tweede Wereldoorlog, later door de aardbeving van 1977 en niet het minst door de politiek van systematisering onder Nicolae Ceaușescu, waarvoor hele stadsdelen moesten wijken. Elders is er tamelijk veel van het oude centrum overgebleven. Sinds de jaren '90 kent Boekarest een economische en culturele bloei. Economisch gezien is Boekarest de meest bloeiende stad van Roemenië en is het een van de belangrijkste industriële centra en verkeersknooppunten van Oost-Europa. Als meest ontwikkelde stad in Roemenië heeft Boekarest ook een groot aantal educatieve faciliteiten.

Onderweg in de bus vertelt Cristina over de opstand in 1989 tegen dictator Ceausescu. Eerdere dagen heeft ze al verteld over het leven onder hem. Zij maakte het bewind van Ceausescu bewust mee als studente aan de economische faculteit in Boekarest. Vandaag spitst haar verhaal zich toe op de opstand. Ze vertelt over de frustraties bij de Roemenen, dat hun rijke land volledig werd leeggeplunderd: alle opbrengsten werden naar het buitenland verkocht voor deviezen en het volk leed bittere armoede. Ceausecu was in het begin van zijn carrière geliefd en hij bracht veel tot stand. Ook bij buitenlandse regeringen was hij populair. Veel vorsten en bewindspersonen kwamen op bezoek. Later was Ceausescu zichzelf niet meer en vervreemdde hij zich steeds verder van het volk, vooral door megalomane projecten als het ‘’volkspaleis’’. Men zegt dat vooral zijn vrouw de kwade genius was. 

 


Hieronder neem ik het verhaal over het verloop van de opstand over uit Wikipedia. 

Verhaal over het verloop van de Roemeense opstand in 1989 (uit Wikipedia)

Wat na de grote oorlog? 

Het verhaal begint in Roemenië, net zoals in elk ander Oost-Europees land, in de Tweede Wereldoorlog. Nazi-Duitsland werd verslagen door de geallieerde landen als Rusland, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Na de Tweede Wereldoorlog maakten de leiders van deze landen afspraken over hoe de wereld er na 1945 uit zou gaan zien. De situatie werd al snel duidelijk: er kwam een bipolaire wereld. Dat betekende dat Roemenië vanaf dat moment (onofficieel) onder het gezag viel van Rusland, of met andere woorden: Roemenië werd een satellietstaat van de Sovjet-Unie. Toch zal deze dictatuur van de Sovjets, waar de Communistische Partij de enige partij in het parlement was, niet nieuw zijn voor de Roemenen. Roemenië werd namelijk al voor de Tweede Wereldoorlog geleid door een dictator: Antonescu. De Roemenen zullen dus vanaf 1930 leven in een dictatuur en dat tot 1989, het jaar waarin alles voor Roemenië anders werd. Dat gegeven zal een groot deel van hun houding ten opzichte van de Sovjets bepalen, de Roemenen zullen zich grotendeels laten wegdrukken.

De Roemenen hebben namelijk niet één dictator gekend, maar meerdere. Nadat Antonescu in 1944 door Sovjettroepen was geëxecuteerd, kwam dankzij de (door het Rode Leger vervalste) verkiezingen de communist Gheorghe Gheorghiu-Dej aan de macht. Hij veranderde Roemenië prompt in de volksrepubliek Roemenië. Roemenië zal onder zijn beleid voor de eerste keer kennismaken met de propagandamachine van de Sovjets, een voorbeeld daarvan is de ‘SovRom’. Dit verdrag stelde dat Sovjet-Roemeense bedrijven de schade van de Russen in de Tweede Wereldoorlog moesten goedmaken, naast ‘genereuze’ herstelbetalingen aan de USSR. De Roemenen werden met andere woorden uitgebuit. Minstens 200.000 mensen verloren het leven tussen 1948 en 1964 door het Sovjetregime. In 1965 leek een ommekeer in de maak toen Gheorghiu-Dej overleed. Niets was minder waar toen bleek dat een zekere Ceaușescu eerste secretaris ging worden van de Communistische Partij. Zijn eerste beleidsdaad was het veranderen van de grondwet, die onder meer de naam van het land wijzigde in Socialistische Republiek Roemenië. Twee jaar later, in 1967, wordt Ceaușescu benoemd tot staatshoofd. Onder zijn dictatuur streefde Roemenië naar een onafhankelijkere koers binnen het Sovjetblok. In de jaren die volgden werd de propagandamachine des te groter en werd de persoon Ceaușescu verheerlijkt. Zo leek het of iedere Roemeen tevreden was met Ceaușescu en zijn beleid. Tot in december 1989 bleek dat hij te ver was gegaan.

Een snelle revolutie

In propaganda werd Ceaușescu de ‘eik van de Karpaten’, ‘Denkende Donau’, en ‘Geniale bouwer van het communisme’ genoemd. Deze titels kreeg hij nadat hij in 1968 openlijk protesteerde tegen de inval van de Warschaupacttroepen in Tsjecho-Slowakije. Met deze inval werd er een einde gemaakt aan de Praagse Lente. Door deze beslissing te nemen verwierf Ceaușescu grote populariteit in Roemenië. Ceaușescu leek zich wel af te zetten tegen de communisten in Rusland. De weinige vrijheid die hij had gekregen van Brezjnev (de opvolger van Chroesjtsjov), gebruikte hij om zich ‘onafhankelijker’ op te stellen ten opzichte van de Sovjet-Unie. De Sovjet-Unie van haar kant vond Ceaușescu niet meer dan een lastige blaaskaak. Deze houding hadden ze omdat ze wisten dat Ceaușescu zich nooit volledig tegen de USSR zou keren. Tevens zou hij de Communistische Partij in Roemenië niet zwakker maken, anders zou hij zijn macht verliezen. De westerse landen anderzijds begonnen Ceaușescu wel sympathiek te vinden, zij dachten dat zij eindelijk een bondgenoot hadden gevonden in de strijd tegen de Sovjet-Unie. Niets was minder waar, wanneer Ceaușescu de gevolgen van zijn beleid begint in te zien, publiceert hij zijn ‘julithesen’. In deze thesen lanceerde Ceaușescu de eis om van Roemenië terug een orthodox-communistisch land te maken. Ceaușescu lanceerde deze julithesen na staatsbezoeken in China en Noord-Korea.

In de periode daarna werd Ceaușescu langzaam gek. De personencultus die rondom hem hing en het feit dat iedereen hem vereerde, leidde tot het nemen van enkele megalomane en uiterst vreemde beslissingen. Ten eerste riep hij in 1974 de functie van president van de republiek in het leven. Hij liet zich kronen zoals Napoleon dat bijna 200 jaar voor hem had gedaan, getooid met een scepter en een sjerp. Vervolgens liet Ceaușescu in het midden van de hoofdstad Boekarest duizenden kleine huisjes afbreken om zo een gigantisch paleis voor zichzelf op te trekken. Cynisch genoeg noemde hij dit paleis, het ‘Huis van het Volk’. Het paleis moest zo groot zijn dat het Versailles moest overtreffen.

Roemenië bestond in 1989 vooral uit een boerenbevolking en om die boeren tevreden te houden, stelde hij een plan op om landbouwgrond te winnen. Dit plan hield ook in dat het verschil tussen platteland en stad moest verdwijnen. Hiervoor wilde Ceaușescu duizenden dorpen slopen en de boerenbevolking onderbrengen in ‘agro-industriële centra’. Dit zijn grauwe flatgebouwen zonder sanitaire voorzieningen. De Roemeense bevolking was uiteraard niet opgezet met dit plan, maar ze bleven Ceaușescu steunen. Dit laatste deden ze uit angst voor de Securitate, de Roemeense geheime staatsveiligheidpolitie. Tot 1989 leefde de woede op Ceaușescu ondergronds, tot in december van dat jaar waarin alles veranderde.

De concrete aanleiding

De Roemeense opstand begon vrij onschuldig toen op 15 december 1989 de Securitate een dominee, die openlijk Ceaușescu's beleid had bekritiseerd, wilde arresteren en overbrengen van Timișoara naar een afgelegen dorp. Deze dominee, László Tőkés, was ook lid de Democratische Unie van Hongaren in Roemenië en aanhanger van de Hongaarse Gereformeerde Kerk. Deze groeperingen waren door de communisten verboden in Roemenië. Zijn houding maakte hem zeer populair bij zijn parochianen. Die parochianen namen Tőkés dan ook in bescherming en het kwam tot een gevecht met de Securitate. De schermutseling groeide al snel uit tot een conflict waarin alle bevolkingsgroepen van Timișoara deelnamen. Allen bestormden ze de agenten van de Securitate die machteloos stonden door het numerieke overwicht. Het leger werd ingeschakeld en meer agenten van de Securitate werden opgeroepen. Samen probeerden zij met geweld de opstand neer te slaan. Alle woede tegen de communisten die de Roemeense bevolking in Timișoara had opgekropt, kwam in één keer tot uiting. Uiteindelijk kon er met behulp van het leger een einde gemaakt worden aan de opstand, maar het was te laat: de opstand in Timisoara had andere groeperingen in andere Roemeense steden wakker geschud. Een voor een kwamen zij in opstand tegen de communisten.

De revolutie neemt grote proporties aan

Ceaușescu, die zich nog niet bewust was van de impact van de opstand in Timisoara, vertrok op 17 december op staatsbezoek naar Iran. Zijn vrouw Elena Ceaușescu bleef in Roemenië. Dit staatsbezoek werd, hoewel het al lang van tevoren was gepland was, door de opstandelingen gezien als het grootste verraad dat Ceaușescu kon plegen. Hij verliet zijn land net op het moment dat zijn land hem het meest nodig had.[bron?] Deze opstand was een kans voor Ion Iliescu, een van de grootste leiders van de opstand tegen Ceaușescu. Iliescu was weliswaar onder het regime van Ceaușescu lid geweest van de Communistische Partij en had zich altijd al geprofileerd als een communistisch politicus. Na het vertrek van Ceaușescu richtte hij de Nationale Raad voor de Redding van Roemenië (FSN) op. Ondertussen ging in de steden rond Boekarest de situatie van kwaad tot erger. De opstanden bleven zich uitbreiden, maar werden toch neergeslagen. Daar kwam een einde aan toen het leger de kant van het volk koos en zich dus richtte tegen Ceaușescu. Vanaf dat moment hadden de opstanden vrij spel en kwam de dictatuur van Ceaușescu ten val.

Ceaușescu zelf keerde op 19 december terug naar zijn land om op 20 december het volk toe te spreken via de televisie. In zijn toespraak gaf hij enkel de Westerse 'imperialisten' de schuld voor de wantoestanden in zijn land. Ondertussen bleven de opstandelingen aan macht winnen. Daar was aanvankelijk een dag later, op 21 december 1989 niets van te merken toen Ceaușescu van op het balkon van het gebouw van het Centraal Comité in Boekarest het volk toesprak. Dit was geen toespraak om het volk tot bedaren op te roepen. De toespraak die hij hield was een ‘routinetoespraak’ die de persoonsverheerlijking van Ceaușescu hoog moest houden. Duizenden Roemenen kwamen zoals altijd braafjes naar het plein voor het paleis om daar naar hun leider te luisteren. Na afloop van een dergelijke toespraak was het de gewoonte om minutenlang voor de leider te applaudisseren, maar deze keer kon Ceaușescu zijn toespraak niet afmaken. De stemming sloeg namelijk totaal om toen de toehoorders plotseling begonnen te roepen en te joelen. Ceaușescu zelf wist niet wat er gebeurde. Hij stond verbijsterd op het balkon terwijl zijn veiligheidsmensen hem aanmaanden om terug naar binnen te gaan. De verbijstering op zijn gezicht was tekenend. Vol ongeloof stond hij op het balkon te kijken naar de woeste menigte. Het leger, dat zich aan de kant van de demonstranten had gezet, deed niets. Ceaușescu had enkel nog de troepen van de Securitate om hem te beschermen. Zonder het zelf te beseffen was hij helemaal alleen komen te staan. De Securitate deed wat ze kon om de opstand nog neer te slaan, maar het was te laat. Heel Roemenië had zich tegen de dictatuur gekeerd.

Het einde van Ceaușescu

De volgende dag bestormden duizenden demonstranten het hoofdkantoor van het Centraal Comité. De Securitate gaf het gevecht niet op, maar toch werd er beslist om Ceaușescu en zijn vrouw per helikopter te laten vluchten. Zelfs dit kan gezien worden als een bewijs dat iedereen zich tegen hem had gekeerd, want de piloot van de helikopter moest onder schot gehouden worden.[bron?] Hij wilde namelijk niet dat Ceaușescu kon vluchten. Nadat de helikopter was geland, ging het echtpaar verder met de auto. Toen ze aankwamen in Târgoviște werden ze opgesloten in een legerkazerne. Opgesloten, want het volk wist dat de Ceaușescu’s ergens in de buurt van Târgoviște zaten. Ceaușescu zou op dat moment nog altijd niet door hebben gehad wat er gebeurde. Vanuit de kazerne kon hij door het enige raam dat de kamer had enkele demonstranten horen die zijn naam scandeerden. Ceaușescu wilde ironisch genoeg naar hen roepen dat ze niet moesten vrezen dat hij gevlucht was en dat hij zou terugkeren. Dit kon nog net verhinderd worden door een van de soldaten die hem bewaakten.

Later op de dag werden de Ceaușescu’s gearresteerd. Enkele dagen later, op 25 december 1989, werden Nicolae en Elena Ceaușescu in een summier proces dat nog geen twee uren duurde, ter dood veroordeeld. Diezelfde dag nog werden ze tegen een muur geplaatst en door een vuurpeloton terechtgesteld. Van deze executie zijn beelden gemaakt die de hele wereld zijn rondgegaan en bij iedereen als een schok overkwamen. Niemand had dit zo snel verwacht, ook de overgebleven troepen van de Securitate niet. Hoewel zij de Ceaușescu hadden laten vluchten, bleven zij vechten tegen de opstandelingen, tot zelfs na de dood van Ceaușescu en Elena. Uiteindelijk eisten de vijandigheden minstens 1.100 mensen het leven, van wie de meesten omkwamen na de val van het regime in vaak onopgehelderde omstandigheden. Later bleek dat de getoonde executie op de tv in scène was gezet en dat de echte executie al iets eerder had plaatsgevonden. Ion Iliescu was in zijn opzet geslaagd, nog jarenlang zou de nomenklatoera vele ontwikkelingen in Roemenië tegenhouden.

Wat er precies gebeurd is in de dagen tussen de vlucht van Ceaușescu en het einde van 1989, is tot op de dag van vandaag nog voor een groot deel onduidelijk. Waarschijnlijk hebben de Securitatesoldaten veel meer mensen om het leven gebracht in hun laatste inspanningen om het communisme toch nog aan de macht te houden.

Na de dood van Ceaușescu – het einde van de revolutie/ Politieke en economische situatie

Na de dood van Ceaușescu, nam het FSN resoluut de macht over. Het FSN stond onder leiding van Ion Iliescu. De andere leden kunnen we opdelen in twee categorieën: de personen die resoluut tegen het communisme zijn en de personen die de kant van het FSN hebben gekozen om zo zeker te zijn dat ze de revolutie zouden overleven. Deze laatste groep zijn dus vooral ex-communisten. Dit maakte dat het FSN gedomineerd werd door samenzweerders. Wanneer de echte tegenstanders van het communisme uit het FSN stappen (omdat er geen snelle politieke en economische hervormingen kwamen), bestond het FSN enkel en alleen uit ex-communisten. Dit is ook de reden waarom voor de meeste Roemenen de revolutie van 21 en 22 december 1989 niet als een revolutie beschouwen. Zij hebben het liever over “de gebeurtenissen van december”.

De meeste Roemenen namen enkel en alleen deel aan de revolutie omdat ze meer voedsel en geld wilden. De meeste Roemenen realiseerden zich dan ook niet dat door ‘hun revolutie’ het communisme in Roemenië werd afgeschaft. Dat gegeven en het feit dat het FSN vooral uit communisten bestaat, zorgde ervoor dat Roemenië in de eerste maanden na de revolutie volledig aan de grond zat waardoor er veel sociale onrust ontstond. Op economisch vlak stortte Roemenië volledig in elkaar en ook de politiek stelde niet veel meer voor. Dit kwam doordat de personen die zich uit het FSN hadden teruggetrokken zich verenigd hadden in democratische partijen. Die democratische partijen verweten het FSN alle macht naar zich toe te trekken. Het FSN op haar beurt sloot de democratische partijen uit van deelname aan de voorlopige regering. De democraten pikten dit niet en met een reeks protestacties in Boekarest werd het FSN gedwongen hen toch een plaats te geven in de regering. Één van de eerste besluiten van de nieuwe regering was dat er op twintig mei 1990 de eerste volledig vrije democratische verkiezingen gehouden zouden worden sinds 1937.

Sociale situatie

Ondertussen begint in de rest van Roemenië de situatie uit de hand te lopen. De etnische groepen, die door Ceaușescu en de Securitate onderdrukt waren, begonnen in opstand te komen tegen de etnische Roemenen. Ze begonnen zich te wreken voor de jarenlange onderdrukking. Een voorbeeld van een dergelijke opstand is Târgu Mureș. In dit stadje, waar de helft van de inwoners etnisch Roemeen is en de andere helft etnisch Hongaars, vonden in maart 1990 ernstige etnische rellen plaats. Drie Hongaren en twee Roemenen werden vermoord, 278 andere personen raakten gewond. Ook in de hoofdstad keerde de rust niet terug want duizenden mensen bezetten vanaf 25 april 1990 het Universiteitsplein met de eis dat iedere communist zich zou terugtrekken uit de verkiezingen. Hun eis werd echter niet ingewilligd en het FSN won met gemak de verkiezingen. Ion Iliescu werd de eerste president van het democratische Roemenië. De reden waarom het FSN, m.a.w. de communisten, de verkiezingen wonnen moet niet ver gezocht worden: sinds de omwenteling in december 1989 was er in Roemenië geen voedsel, water, gas of elektriciteit meer voorhanden. Dat zorgde ervoor dat de bevolking, die maar weinig besef had van politiek, terug wilde keren naar de tijd van de communisten omdat er toen nog wel voedsel en elektriciteit was. Zij hoopten op een socialisme met een menselijk gezicht. De campagnes voor het kapitalisme en tegen het communisme kwamen bij hen dan ook over als dreigend en vreemd.

Een einde aan de woelige tijd voor Roemenië?

Iliescu had de macht opnieuw volledig in handen. De overwinning van het FSN was namelijk zo groot dat Iliescu niet moest samenwerken met de democratische partijen. Deze democratische partijen zullen hier uiteraard (weer) niet mee akkoord gaan en opnieuw het Universiteitsplein bezetten. Iliescu wilde eens en voor altijd komaf maken met de democraten en stuurde de politie op hen af. Het kwam tot zware gevechten en net als een jaar eerder dreigde de communistische troepen het gevecht te verliezen. Iliescu riep hierom iedereen op ‘om de democratie te redden van deze fascistische krachten’. Hij deed deze oproep vooral naar de mijnwerkers uit het dal van de rivier de Jiu, van wie hij wist dat zij hem zouden volgen tot de dood. De mijnwerkers bestormden massaal het Universiteitsplein en de democraten moesten vluchten. Uiteindelijk vielen in deze gevechten zes doden en honderden gewonden.

In het tweede deel van 1991 zal Iliescu proberen de gemoederen te bedaren, maar de sociale rust keert nooit terug. Dat belemmert echter niet dat op acht december 1991 de Roemeense bevolking in een referendum de (democratische) grondwet goedkeurde.

De onenigheden tussen Roemenen en Hongaren (die vooral in het noorden leefden) bleven echter bestaan. Hierdoor staken allerlei nationalistische stromingen de kop op. Ook op het hoogste politieke niveau zal de rust niet terugkeren. Door onenigheden tussen president Iliescu en eerste minister Petre Roman zal het FSN splitsen. Iliescu zal bij de verkiezingen van 1996 verslagen worden, maar vier jaar later keert hij terug na een verpletterende overwinning. Onder zijn bewind zal Roemenië in 2002 toetreden tot de NAVO en in 2004 tot de EU.

Tot slot

Roemenië is trouwens ook het enige Oostblokland waar de afschaffing van het communisme met geweld verlopen is. 1104 mensen zijn gedood in december 1989 (alhoewel er verschillende getallen de ronde doen). Voor 22 december waren er al 162 mensen vermoord, 73 in Timișoara, 48 in Boekarest en 41 elders in Roemenië. 3352 mensen waren gewond geraakt. Sommigen van de eerste slachtoffers werden naar Boekarest gestuurd en werden daar gecremeerd. Het leger had 260 doden en 545 gewonden. De Securitate had 65 doden en 73 gewonden.

Vandaag de dag is Roemenië echter één van de armste landen in de Europese Unie. Het land heeft nog een lange weg voor de boeg om 1989 te vergeten. Het communisme is nog steeds voelbaar en dat zal naar alle waarschijnlijk nog wel enkele jaren blijven duren. Er zijn nog altijd veel mensen die terugverlangen naar de communistische staat. Zo bleek in 2010 uit een peiling dat bijna de helft van de Roemenen vond dat zij er onder de dictatuur beter aan toe waren.

 


 

Vervolg Boekarest

Zelf herinner ik mij van de Roemeense opstand net als veel mensen, zo heb ik gemerkt, de beelden van de laatste toespraak van Ceausescu. Ze zijn tot een soort icoon geworden voor het einde van een dictator. Ik zie hoe het volk opeens niet meer minutenlang applaudisseert in het kader van de bekende persoonsverheerlijking, maar dat het begint te joelen en te fluiten. De ongelovige blik van de man op het balkon is onvergetelijk. En dan: de beelden van de vlucht per helikopter en van een vuile donkere ruimte waar het echtpaar na een ‘proces’ van minder dan twee uur wordt geëxecuteerd. Cristina vertelt dat tot op de huidige dag er discussie is over deze gebeurtenis. 

De bus rijdt ons rond door Boekarest. We komen langs de Roemeense versie van de Arc de Triomphe, langs veel andere belangrijke plaatsen en gebouwen. Bij het paleis waar de opstand begon, stoppen we en kunnen we ‘het’ balkon fotograferen. Ik had me voorgesteld dat het veel hoger lag. En dat het plein ervoor veel weidser was. 

Paleis “voor het volk”

Na de koffie (in een lommerrijke wijk aan de rand van een park in een mooie tent met groot terras) bezoeken we het beroemde en beruchte Paleis van het Volk, tegenwoordig het Parlementspaleis. Het gaat er toe als op een vliegveld, alleen wat minder efficiënt. We staan lang in een rij voor we onze paspoorten moeten afgeven en de tas door de scanner kunnen laten gaan en zelf door het detectiepoortje kunnen en –in mijn geval natuurlijk ook- gefouilleerd kunnen worden. Eenmaal daar doorheen is het beter georganiseerd. We sluiten aan bij een Engelstalige staatsgids, maar Cristina blijft ons zelf begeleiden en commentaar geven. Zo zien we een klein aantal van de 2000 zalen die er zijn. Te zien krijg je alleen de ruimtes die verhuurd worden voor congressen e.d. Nou ja, dit is al indrukwekkend genoeg. Alles is gebouwd om indruk te maken. Ooit had ik voor mijn studie Nederlandse taal- en letterkunde college van dr. Arie Gelderblom in Utrecht en daar ging één werkcollegereeks over Herrschaftzeichen en dan vooral in relatie tot de literatuur. Een Herrschaftzeichen is een bouwkundig of ander element dat door een machthebber wordt ingezet om zijn macht te benadrukken en symbolisch vorm te geven. Een lange oprijlaan kan al zo’n teken zijn. Of een imposante zuilengalerij voor een paleis. Maar ook een kroon, (of recent in Nederland: een koningsmantel). Welnu, dit gebouw is één groot Herrschaftzeichen. Het is niet neergezet om functionele redenen maar puur om indruk te maken. Zo is er een zaal die  bedoeld is als concertzaal, maar waar zo’n beroerde akoestiek is dat na de eerste keer de zaal nooit meer voor dat doel gebruikt is. Als je even achter een gordijn kijkt, of beter kijkt naar de afwerking, dan zie je dat daaraan nogal wat ontbreekt. Volgens Cristina zijn sommige ruimten nu al toe aan restauratie. 

In snel tempo worden we door de ruimtes geleid. Soms gaat de verlichting al weer uit als de achtersten van de groep naar binnen gaan. Als ze protesteren doet de staatsgids het licht nog even aan, maar eigenlijk gaat ze daarmee buiten haar boekje. Voor een bezoek staat een bepaalde tijd en die moet gehaald worden. Niettemin krijgen we een goede indruk. Op het balkon kijken we uit op het immense plein ervoor. De aanblik doet ons denken aan hoe we van het dak van de St. Pieter in Rome tegen de zuilen van Bernini aankeken. Op het plein oefent een rockband voor vanavond. We worden hier nog bijna weggeblazen door het geluid. Het plein is nu echt van het volk. 

The times they are a’changin’ …  En gelukkig maar. 

Nog wat gegevens over het Paleis:

Het Parlementspaleis (Roemeens: Palatul Parlamentului), voorheen Huis van het volk (Casa Poporului), in Boekarest, Roemenië, is het grootste gebouw (350,000 m²) van Europa. Na het Pentagon en mogelijk het Potala is het waarschijnlijk het grootste gebouw ter wereld. Het gebouw is 270 bij 240 meter, 86 meter hoog en 92 meter diep en heeft 12 verdiepingen en 8 ondergrondse niveaus. Binnen bevinden zich 2000 zalen en kamers. Sinds 1994 zetelt het parlement in dit gebouw en wordt het deels verhuurd voor congressen.

De bouw

Het paleis is gebouwd op een heuvel in opdracht van de Roemeense dictator Nicolae Ceaușescu. De bouw begon in 1984. Hiervoor waren twee aanleidingen; in 1977 werd een deel van het centrum van Boekarest getroffen door een aardbeving en Ceaușescu wilde een paleis bouwen om bevriende staatshoofden te kunnen ontvangen. Voor de bouw van het paleis en de bijbehorende Boulevard van de Eenheid (Boulevard Unirii) werden een complete woonwijk, een stadion, kunsthistorische kerken, kloosters en synagogen afgebroken. De kloosterkerk Mihai Vodă werd 100 meter verplaatst. Het gebouw is geheel van Roemeens bouwmateriaal gemaakt. Tijdens de bouw was nagenoeg de gehele Roemeense economie in dienst ervan. De complete productie van marmer in Roemenië was bestemd voor het paleis. De reden hiervan is dat Ceaușescu een tegenhanger van het Kasteel Peleș in Sinaia wilde maken. Dit paleis werd tussen 1875 en 1883 door de eerste Roemeense koning Carol I geheel met Duitse materialen gebouwd.

Een emmer fastfood

Het is zo langzamerhand tijd voor de lunch want ver in de middag. We betrekken onze kamer en gaan dan op zoek naar een eetadresje. Cristine heeft ons een Pizzahut aangeduid, maar voordat we daar zijn, komen we langs The Colonel, ofwel KFC, en daar eten we patat, kip en drinken er een sapje bij. In mijn onschuld –wij komen eigenlijk nooit bij KFC of McD en dergelijke fastfoodtenten- had ik een “choice bucket” of zoiets besteld. In de veronderstelling dat het met die ‘emmer’ wel wat mee zou vallen. Nee dus, het meisje begint een echte plastic emmer van tienliterproporties te vullen met van alles. Ze merkt aan onze reactie wel dat dit niet de bedoeling was. We zetten onze order om in iets van normalere proporties. Ze kan er wel om lachen. Die rare West-Europeanen die niet eens de mores van KFC kennen… 


 

Een middag in het Cișmigiupark

Verzadigd wandelen we terug naar ons hotel dat pal in het centrum ligt. We zitten vlak bij het oudste park van de stad: Het Cișmigiupark. 

Het Cișmigiupark is een, voor het publiek, open park in het centrum van Boekarest. Het park is het oudste en grootste (17 hectare) park in het centrum. De hoofdingang ligt aan de Elisabeta Boulevard, nabij het stadhuis. Nog een grote ingang heb je aan de Știrbei Vodă Boulevard, nabij het Crețulescu Paleis. Je kunt een grote lus door het hele park lopen en dat doen wij. We voelen ons Roemeen onder de Roemenen. We drentelen langs de vele kraampjes, wandelen in zon en schaduw, staan een poosje te luisteren naar een muziekgroepje in de muziekkoepel, zitten op bakjes, eten een lekker ijsje, kortom we vermaken ons prima. Aan het andere eind is een soort verhoogd terras waar een paar prachtige meiden opgemaakt worden voor… ja wat. Een film? Ze vinden het goed als we een paar foto’s maken. 

We eten weer gezamenlijk ’s avonds, in een groot restaurant in de oude binnenstad. Het is er enorm lawaaierig. Sowieso al omdat het een stenen kelder is met lage zoldering en het druk bezet is met groepen, maar er speelt ook nog een orkest en dat vindt kennelijk dat hun muziek niet goed hoeft te zijn als ze maar luid is. Op een gegeven moment komt het personeel in polonaise door de kelder dwarrelen. Nnnja. Wij lopen door een relatief rustige stad naar ons hotel terug. De straat naast/ onder ons hotel blijft nog vrij lang druk met bussen en taxi’s. Ik word verscheidene keren wakker vannacht. 

 

 



 

stadsrondrit 

 

  

 Stadstour Boekarest

Hier, van een van deze balkons hield dictator Ceaucescu zijn laatste rede

 


 

Parlementspaleis,  voorheen “Huis van het volk”

 een van de grootste gebouwen ter wereld

 het megalomane gebouw
weerspiegeld in de zwarte ruit van een patsersauto zoals ze nu zoveel in Boekarest rondrijden; ik vond dat wel een mooi beeld...
bijvoorbeeld voor 'the times they are a'changin' '

 ingang


 

Interieur

 een gang is een zaal op zich

  

monumentale trappartijen en plafonds

  

  

 

 

het grote tapijt

  

   drie maal
dezelfde zaal

Op het balkon

 panoramafoto
vanaf het balkon van het paleis

 

 op 't plein speelt nu een rockband

   
zuilen op het balkon

 


Complex van het paleis van de aartsbisschop

 

 

  =paleis van de patriarch

 pracht en praal in de kathedraal

  

 iconen voor de iconostase

 het heilige water lekt weg, zonde toch? 


 

 

vanuit ons hotel in Boekarest kijken we richting het park Cișmigiupark

 

  en de andere kant op


 Het Cișmigiupark

 palmpasen nadert

 

 hier maken en verkopen
ze de zoete holle kaneelbroden kürtös, specialiteit uit Tirgu Mures

 deeg op een rol

 en dan roosteren

 relaxt sfeertje in dit park met dit orkest

  

 we ontmoeten een paar modellen...

 ...die ook wel voor mij willen poseren

 

 

 

 

 


 

 

Zondag, Palmpasen in Boekarest

28 april

De volgende morgen, zondag, ontbijten we in alle rust. We zijn vrij vroeg op pad met een plattegrond van de (binnen)stad van het hotel bij ons. We dwalen door die oude stad maar sommige straten zijn een en al biertenten waar het nu op straat nog naar bier stinkt. Bij sommige zijn ze met de hogedrukspuit bezig het terras voor hun etablissement schoon te spuiten. ’t Is kennelijk gezellig geweest gisteravond. Wij vinden daar niet zoveel aan en we proberen wat andere straatjes te vinden. Dat lukt ook en zo belanden we bij een kerkje uit de 16-17e eeuw: de “Biserica Domneasca “Buna Vestire” (Annunciatie) St. Antonius/ Kerk van het oude hof”. Het is volgens het bord de oudste kerk van Boekarest. Na de grote brand van 1847 is de kerk gerestaureerd, en dat duurde tot in 1935 toe. De versierende bouwwijze van stenen afgewisseld met gepleisterde panelen is typisch voor 16e eeuwse religieuze bouw in Walachije. 

Palmtakken

De kerk is propvol met gelovigen. We staan even in de portiek, maar ook daar is het dringen, dus we kijken wat rond op het terrein, waar gelovigen achter de kerk hun kaarsje branden voor de levenden en/ of de doden. Door luidsprekers kunnen wij volgen wat er in de kerk gebeurt. We zitten een hele poos op een bank naast de kerk te kijken en te luisteren. Het is druk. Talloze gelovigen komen langs, al of niet voorzien van een palmtak. Sommigen blijven wat langer, anderen komen even langs en/of gaan een poosje op een bank zitten, zoals wij ook doen.  Een zwarte man verkoopt op het terrein een poosje palmtakken (het lijkt een soort wilg of populier) maar wordt uiteindelijk met zachte hand verwijderd. 

Twee werelden

Uiteindelijk willen we wel een kop koffie. We lopen de stad weer in. Onderweg komen we langs een ‘soort’ bruid en bruidegom, van wie een hele horde fotografen foto’s maakt. Ik kan het niet helemaal plaatsen, een echt bruidspaar lijkt het me niet. De fotografen lijken me enthousiaste fotoamateurs. Misschien heeft het te maken met een film die hier vlakbij gedraaid wordt, want wij worden tegengehouden door een agent, “because of a movie”… Meer komen we niet te weten. Ik maak wat foto’s van de bruid en van de fotografen. We lopen terug en komen dan bij een restaurant waar het terras al redelijk vol zit. Daar drinken we een verrukkelijke kop cappuccino. Niet goedkoop maar heel goed. Ik bestel er nog een. We zitten hier letterlijk tussen twee werelden. Links bereikt ons het geluid uit de luidsprekers van een nabije kerk: sfeervol liturgisch gezang. Van rechts komen de donkere tonen van een al weer dreunende bas in een van de kroegen. Dit is Boekarest. Midden in de uitgaanswereld staan nog een paar kerken waarin nu het Palmpasen gevierd wordt en beide ‘werelden’ trekken hun eigen publiek. 

Engeltjes met palmkransen in het haar

Verder zwervend door het oude Boekarest komen we bij een oud uitziend kerkje, dat helemaal niet zo oud blijkt. De Klokkentoren erbij dateert volgens het bord in ieder geval uit 1904. Ook deze kerk is stampvol. We komen nog niet in de buurt van de ingang. Gelukkig is er een binnenhof tussen de toren en de kerk. Daar nemen gelovigen een palmtak van de stapel en lopen daarmee rond. De kinderen vlechten er kransen van voor in het haar, geholpen door volwassenen. Het is een vredig en sfeervol tafereeltje, waar we volop van genieten. Niemand die ons iets vraagt of iets opmerkt. We worden als vanzelfsprekend gedoogd. We maken allebei veel foto’s, vooral van een paar engelachtige kinderen met hun kransen op het hoofd. Het is hier heerlijk koel onder de bomen. Het zou vandaag 31 graden kunnen worden. Eindelijk maken we ons van het tafereel los en wandelen verder. Tot onze verrassing staan we ineens voor het terras van het rumoerige restaurant van gisteravond. Het terras zit al bijna vol, het loopt tegen lunchtijd. We besluiten hier onze lunch te gaan gebruiken. 

Afscheid met ‘een eenvoudige doch voedzame maaltijd’

Dan moet ik nog wel even naar de pinautomaat anders lukt het niet. Er is nog net een mooi plekje leeg op het terras als we terugkomen. We zitten er heerlijk in de schaduw van het grote museum waar morgen een expositie geopend wordt van de Chinese krijgers. Wij zagen ze al in Assen in het Drents Museum en in Xi’an op de oorspronkelijke vindplaats. Ik bestel een forel, die prima smaakt. Witte wijn erbij, voorgerecht, toetje en koffie. Hiermee vieren we dan maar het afscheid van een mooi en interessant land. Het bevalt ons op dit terras beter dan gisteravond in de kelder van dit restaurant. Ook nu is het binnen trouwens heel rumoerig en druk. Hier buiten komt van alles voorbij, waaronder mensen met palmtakken die van de kerk komen, je hebt wat te kijken en de temperatuur is prima. Toch moeten we op een gegeven moment terug naar het hotel, want het einde van deze reis nadert nu heel snel. 

Afscheid

Een andere chauffeur brengt ons naar de luchthaven. Gisteren al afscheid genomen van onze ‘eigen’ chauffeur. Hij heeft denk ik een goede tip gehad want iedereen was heel tevreden over zijn werk. Net als over onze reisleider trouwens. Zij heeft haar tip gisteren ook al gehad. Ik heb van anderen geen klachten gehoord. Voor ons heeft ze reisorganisatie SRC volledig gerevancheerd na het debacle van de reisleider in Zuid-Afrika. Dat zeg ik ook tegen haar en daar is ze wel blij mee geloof ik. Op het vliegveld nemen we afscheid van haar nadat ze nog geassisteerd heeft bij het elektronisch inchecken. Ik geef haar mijn kaartje met mijn website. Ik krijg haar kaartje terug. Ook aan een paar andere mensen die belangstelling hadden getoond, geef ik mijn kaartje. Zal me benieuwen hoeveel mensen van déze reis iets op mijn gastenboek zullen schrijven. Van Zuid-Amerika was er dat namelijk niet één, ondanks alle beloften wel iets te schrijven. Ach ja, zo gaat dat. Kennelijk. 

Een voorspoedige terugreis

De reis verloopt zonder enig oponthoud. We arriveren keurig op tijd op Schiphol en hebben nog alle tijd om de trein van 20.15 naar Hoogeveen te halen. We zitten gelukkig weer 1e klas, want het is redelijk druk. In Zwolle bel ik onze beste buurman. Hij wil ons nog wel van het NS-station halen. Dank! Even na half elf zijn we thuis. De Roemenië-reis zit er definitief op. En we zijn weer heel wat indrukken rijker en ik ben toch ook wat vooroordelen armer. Want ook ik had toch niet gedacht zo’n  vriendelijk land te doorkruisen met zoveel cultuur en mooie natuur en steden die soms een stuk westerser waren dan ik ooit had verwacht. Natuurlijk moet Roemenië nog een eind komen voor de welvaart een beetje in de buurt komt van wat wij in het westen zo ‘normaal’ vinden, maar ze zijn beslist op de goede weg. We gunnen het ze van harte. 

In de twee weken nadat we terug zijn, beleven we de komst van de lente nog een keer. Dat is goed. Ik mis nog wel even de zomerse temperaturen van de laatste week, maar ach, die komen bij ons ook nog, hopen we. 

 

 

 

 Nederlandse kroegpanden

  

 buiten luisteren naar de mis

 

oudste deel van Boekarest

  

fotomodel tussen twee shoots in

    
het model en                                                                                           de fotografen

 


Palmpasen in Boekarest

 Palmpasen vieren in Boekarest

 

 binnenplaats

  

   

   

 


 

   

 oud weerspiegeld in nieuw

   

 mooie foto's/ onze laatste lunch

 terugreis

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • Roem001Roem001
  • Roem002Roem002
  • Roem003Roem003
  • Roem004Roem004
  • Roem005Roem005
  • Roem006Roem006
  • Roem007Roem007
  • Roem008Roem008
  • Roem009Roem009
  • Roem010Roem010
  • Roem011Roem011
  • Roem012Roem012
  • Roem013Roem013
  • Roem014Roem014
  • Roem015Roem015
  • Roem016Roem016
  • Roem017Roem017
  • Roem018Roem018
  • Roem019Roem019
  • Roem020Roem020
  • Roem021Roem021
  • Roem022Roem022
  • Roem023Roem023
  • Roem024Roem024
  • Roem025Roem025
  • Roem026Roem026
  • Roem027Roem027
  • Roem028Roem028
  • Roem029Roem029
  • Roem030Roem030
  • Roem031Roem031
  • Roem032Roem032
  • Roem033Roem033
  • Roem034Roem034
  • Roem035Roem035
  • Roem036Roem036
  • Roem037Roem037
  • Roem038Roem038
  • Roem039Roem039
  • Roem040Roem040
  • Roem041Roem041
  • Roem042Roem042
  • Roem043Roem043
  • Roem044Roem044
  • Roem045Roem045
  • Roem046Roem046
  • Roem047Roem047
  • Roem048Roem048
  • Roem049Roem049
  • Roem050Roem050
  • Roem051Roem051
  • Roem052Roem052
  • Roem053Roem053
  • Roem054Roem054
  • Roem055Roem055
  • Roem056Roem056
  • Roem057Roem057
  • Roem058Roem058
  • Roem059Roem059
  • Roem060Roem060
  • Roem061Roem061
  • Roem062Roem062
  • Roem063Roem063
  • Roem064Roem064
  • Roem065Roem065
  • Roem066Roem066
  • Roem067Roem067
  • Roem068Roem068
  • Roem069Roem069
  • Roem070Roem070
  • Roem071Roem071
  • Roem072Roem072
  • Roem073Roem073
  • Roem074Roem074
  • Roem075Roem075
  • Roem076Roem076
  • Roem077Roem077
  • Roem078Roem078
  • Roem079Roem079
  • Roem080Roem080
  • Roem081Roem081
  • Roem082Roem082
  • Roem083Roem083
  • Roem084Roem084
  • Roem085Roem085
  • Roem086Roem086
  • Roem087Roem087
  • Roem088Roem088
  • Roem089Roem089
  • Roem090Roem090
  • Roem091Roem091
  • Roem092Roem092
  • Roem093Roem093
  • Roem094Roem094
  • Roem095Roem095
  • Roem096Roem096
  • Roem097Roem097
  • Roem098Roem098
  • Roem099Roem099
  • Roem100Roem100
  • Roem101Roem101
  • Roem102Roem102
  • Roem103Roem103
  • Roem104Roem104
  • Roem105Roem105
  • Roem106Roem106
  • Roem107Roem107
  • Roem108Roem108
  • Roem109Roem109
  • Roem110Roem110
  • Roem111Roem111
  • Roem112Roem112
  • Roem113Roem113
  • Roem114Roem114
  • Roem115Roem115
  • Roem116Roem116
  • Roem117Roem117
  • Roem118Roem118
  • Roem119Roem119
  • Roem120Roem120
  • Roem121Roem121
  • Roem122Roem122
  • Roem123Roem123
  • Roem124Roem124
  • Roem125Roem125
  • Roem126Roem126
  • Roem127Roem127
  • Roem128Roem128
  • Roem129Roem129
  • Roem130Roem130
  • Roem131Roem131
  • Roem132Roem132
  • Roem133Roem133
  • Roem134Roem134
  • Roem135Roem135
  • Roem136Roem136
  • Roem137Roem137
  • Roem138Roem138
  • Roem139Roem139
  • Roem140Roem140
  • Roem141Roem141
  • Roem142Roem142
  • Roem143Roem143
  • Roem144Roem144
  • Roem145Roem145
  • Roem146Roem146
  • Roem147Roem147
  • Roem148Roem148
  • Roem149Roem149
  • Roem150Roem150
  • Roem151Roem151
  • Roem152Roem152
  • Roem153Roem153
  • Roem154Roem154
  • Roem155Roem155
  • Roem156Roem156
  • Roem157Roem157
  • Roem158Roem158
  • Roem159Roem159
  • Roem160Roem160
  • Roem161Roem161
  • Roem162Roem162
  • Roem163Roem163
  • Roem164Roem164
  • Roem165Roem165
  • Roem166Roem166
  • Roem167Roem167
  • Roem168Roem168
  • Roem169Roem169
  • Roem170Roem170
  • Roem171Roem171
  • Roem172Roem172
  • Roem173Roem173
  • Roem174Roem174
  • Roem175Roem175
  • Roem176Roem176
  • Roem177Roem177
  • Roem178Roem178
  • Roem179Roem179
  • Roem180Roem180
  • Roem181Roem181
  • Roem182Roem182
  • Roem183Roem183
  • Roem184Roem184
  • Roem185Roem185
  • Roem186Roem186
  • Roem187Roem187
  • Roem188Roem188
  • Roem189Roem189
  • Roem190Roem190
  • Roem191Roem191
  • Roem192Roem192
  • Roem193Roem193
  • Roem194Roem194
  • Roem195Roem195
  • Roem196Roem196
  • Roem197Roem197
  • Roem198Roem198
  • Roem199Roem199
  • Roem200Roem200
  • Roem201Roem201
  • Roem202Roem202
  • Roem203Roem203
  • Roem204Roem204
  • Roem205Roem205
  • Roem206Roem206
  • Roem207Roem207
  • Roem208Roem208
  • Roem209Roem209
  • Roem210Roem210
  • Roem211Roem211
  • Roem212Roem212
  • Roem213Roem213
  • Roem214Roem214
  • Roem215Roem215
  • Roem216Roem216
  • Roem217Roem217
  • Roem218Roem218
  • Roem219Roem219
  • Roem220Roem220
  • Roem221Roem221
  • Roem222Roem222
  • Roem223Roem223
  • Roem224Roem224
  • Roem225Roem225
  • Roem226Roem226
  • Roem227Roem227
  • Roem228Roem228
  • Roem229Roem229
  • Roem230Roem230
  • Roem231Roem231
  • Roem232Roem232
  • Roem233Roem233
  • Roem234Roem234
  • Roem235Roem235
  • Roem236Roem236
  • Roem237Roem237
  • Roem238Roem238
  • Roem239Roem239
  • Roem240Roem240
  • Roem241Roem241
  • Roem242Roem242
  • Roem243Roem243
  • Roem244Roem244
  • Roem245Roem245
  • Roem246Roem246
  • Roem247Roem247
  • Roem248Roem248
  • Roem249Roem249
  • Roem250Roem250
  • Roem251Roem251
  • Roem252Roem252
  • Roem253Roem253
  • Roem254Roem254
  • Roem255Roem255
  • Roem256Roem256
  • Roem257Roem257
  • Roem258Roem258
  • Roem259Roem259
  • Roem260Roem260
  • Roem261Roem261
  • Roem262Roem262
  • Roem263Roem263
  • Roem264Roem264
  • Roem265Roem265
  • Roem266Roem266
  • Roem267Roem267
  • Roem268Roem268
  • Roem269Roem269
  • Roem270Roem270
  • Roem271Roem271
  • Roem272Roem272
  • Roem273Roem273
  • Roem274Roem274
  • Roem275Roem275
  • Roem276Roem276
  • Roem277Roem277
  • Roem278Roem278
  • Roem279Roem279
  • Roem280Roem280
  • Roem281Roem281
  • Roem282Roem282
  • Roem283Roem283
  • Roem284Roem284
  • Roem285Roem285
  • Roem286Roem286
  • Roem287Roem287
  • Roem288Roem288
  • Roem289Roem289
  • Roem290Roem290
  • Roem291Roem291
  • Roem292Roem292
  • Roem293Roem293
  • Roem294Roem294
  • Roem295Roem295
  • Roem296Roem296
  • Roem297Roem297
  • Roem298Roem298
  • Roem299Roem299
  • Roem300Roem300
  • Roem301Roem301
  • Roem302Roem302
  • Roem303Roem303
  • Roem304Roem304
  • Roem305Roem305
  • Roem306Roem306
  • Roem307Roem307
  • Roem308Roem308
  • Roem309Roem309
  • Roem310Roem310
  • Roem311Roem311
  • Roem312Roem312
  • Roem313Roem313
  • Roem314Roem314
  • Roem315Roem315
  • Roem316Roem316
  • Roem317Roem317
  • Roem318Roem318
  • Roem319Roem319
  • Roem320Roem320
  • Roem321Roem321
  • Roem322Roem322
  • Roem323Roem323
  • Roem324Roem324
  • Roem325Roem325
  • Roem326Roem326
  • Roem327Roem327
  • Roem328Roem328
  • Roem329Roem329
  • Roem330Roem330
  • Roem331Roem331
  • Roem332Roem332
  • Roem333Roem333
  • Roem334Roem334
  • Roem335Roem335
  • Roem336Roem336
  • Roem337Roem337
  • Roem338Roem338
  • Roem339Roem339
  • Roem340Roem340
  • Roem341Roem341
  • Roem342Roem342
  • Roem343Roem343
  • Roem344Roem344
  • Roem345Roem345
  • Roem346Roem346
  • Roem347Roem347
  • Roem348Roem348
  • Roem349Roem349
  • Roem350Roem350
  • Roem351Roem351
  • Roem352Roem352
  • Roem353Roem353
  • Roem354Roem354
  • Roem355Roem355
  • Roem356Roem356
  • Roem357Roem357
  • Roem358Roem358
  • Roem359Roem359
  • Roem360Roem360
  • Roem361Roem361
  • Roem362Roem362
  • Roem363Roem363
  • Roem364Roem364
  • Roem365Roem365
  • Roem366Roem366
  • Roem367Roem367
  • Roem368Roem368
  • Roem369Roem369
  • Roem370Roem370
  • Roem371Roem371
  • Roem372Roem372
  • Roem373Roem373
  • Roem374Roem374
  • Roem375Roem375
  • Roem376Roem376
  • Roem377Roem377
  • Roem378Roem378
  • Roem379Roem379
  • Roem380Roem380
  • Roem381Roem381
  • Roem382Roem382
  • Roem383Roem383
  • Roem384Roem384
  • Roem385Roem385
  • Roem386Roem386
  • Roem387Roem387
  • Roem389Roem389
  • Roem390Roem390
  • Roem391Roem391
  • Roem392Roem392
  • Roem393Roem393
  • Roem394Roem394
  • Roem395Roem395
  • Roem396Roem396
  • Roem397Roem397
  • Roem398Roem398
  • Roem399Roem399
  • Roem400Roem400
  • Roem401Roem401
  • Roem402Roem402
  • Roem403Roem403
  • Roem404Roem404
  • Roem405Roem405
  • Roem406Roem406
  • Roem407Roem407
  • Roem408Roem408
  • Roem409Roem409
  • Roem410Roem410
  • Roem411Roem411
  • Roem412Roem412
  • Roem413Roem413
  • Roem414Roem414
  • Roem415Roem415
  • Roem416Roem416
  • Roem417Roem417
  • Roem418Roem418
  • Roem419Roem419
  • Roem420Roem420
  • Roem421Roem421
  • Roem422Roem422
  • Roem423Roem423
  • Roem424Roem424
  • Roem425Roem425
  • Roem426Roem426
  • Roem427Roem427
  • Roem428Roem428
  • Roem429Roem429
  • Roem430Roem430
  • Roem431Roem431
  • Roem432Roem432
  • Roem433Roem433
  • Roem434Roem434
  • Roem435Roem435
  • Roem436Roem436
  • Roem437Roem437
  • Roem438Roem438
  • Roem439Roem439
  • Roem440Roem440
  • Roem441Roem441
  • Roem442Roem442
  • Roem443Roem443
  • Roem444Roem444
  • Roem445Roem445
  • Roem446Roem446
  • Roem447Roem447
  • Roem448Roem448
  • Roem449Roem449
  • Roem450Roem450
  • Roem451Roem451
  • Roem452Roem452
  • Roem453Roem453
  • Roem454Roem454
  • Roem455Roem455
  • Roem456Roem456
  • Roem457Roem457
  • Roem458Roem458
  • Roem459Roem459
  • Roem460Roem460
  • Roem461Roem461
  • Roem462Roem462
  • Roem463Roem463
  • Roem464Roem464
  • Roem465Roem465
  • Roem466Roem466
  • Roem467Roem467
  • Roem468Roem468
  • Roem469Roem469
  • Roem470Roem470
  • Roem471Roem471
  • Roem472Roem472
  • Roem473Roem473
  • Roem474Roem474
  • Roem475Roem475
  • Roem476Roem476
  • Roem477Roem477
  • Roem478Roem478
  • Roem479Roem479
  • Roem480Roem480
  • Roem481Roem481
  • Roem482Roem482
  • Roem483Roem483
  • Roem484Roem484
  • Roem485Roem485
  • Roem486Roem486
  • Roem487Roem487
  • Roem488Roem488
  • Roem489Roem489
  • Roem490Roem490
  • Roem491Roem491
  • Roem492Roem492
  • Roem493Roem493
  • Roem494Roem494
  • Roem495Roem495
  • Roem496Roem496
  • Roem497Roem497
  • RoemenieSam02xxxRoemenieSam02xxx
  • RoemenieSam06xxxRoemenieSam06xxx
  • RoemenieSam08xxxRoemenieSam08xxx
  • RoemenieSam13xxxRoemenieSam13xxx
  • RoemenieSam19xxxRoemenieSam19xxx
  • RoemenieSam21xxxRoemenieSam21xxx
  • RoemenieSam24xxxRoemenieSam24xxx
  • RoemenieSam26xxxRoemenieSam26xxx
  • RoemenieSam35xxxRoemenieSam35xxx
  • RoemenieSam44xxxRoemenieSam44xxx
  • RoemenieSam48xxxRoemenieSam48xxx
  • RoemenieSam54xxxRoemenieSam54xxx
  • RoemenieSam58xxxRoemenieSam58xxx
  • RoemenieSam61xxxRoemenieSam61xxx
  • RoemenieSam63AxxxRoemenieSam63Axxx
  • RoemenieSam71xxxRoemenieSam71xxx
  • RoemenieSam76xxxRoemenieSam76xxx
  • RoemenieSam80xxxRoemenieSam80xxx

naar boven