Roemenië, reisverslag - Nonnenklooster Agapia, Museum Papo, klooster Voronet en busrit naar Campulung Moldovenesc; folkloristische dansen

Hits: 43807

 

 

Nonnenklooster Agapia, Museum Papo, klooster Voronet en busrit naar Campulung Moldovenesc; folkloristische dansen

Zondag 21 april

We vertrekken stipt negen uur, maar de rit gaat voorspoedig zodat we eigenlijk nog een beetje te vroeg zijn voor het bezoek aan het nonnenklooster Agapia. De zondagse dienst zal nog bezig zijn. Daarom drinken we eerst maar uitgebreid koffie in een restaurant dat nog een beetje slaperig aandoet. Dat doet het meisje dat zal bedienen ook. Onze reisbegeleider Cristine neemt zelf de bestellingen op en brengt ze ook rond. Zelden een zo (pro)actieve reisleider meegemaakt! 

Agapia nonnenklooster

Het klooster Agapia ligt in een klein plattelandsdorp met dezelfde naam in Neamț, een district in het noordoosten van Roemenië. Agapia ligt op het Neamțplateau, aan de rand van het Stânișoaragebergte, 12 kilometer ten zuidwesten van Târgu Neamt. Het dorp is bekend geworden om zijn klooster in Byzantijns-Gotische stijl, uit de 17e-18e eeuw, dat beschilderd is door de beroemde Roemeen Nicolae Grigorescu. In Agapia woont het grootste aantal nonnen van Europa. Als je het witte klooster nadert, kun je je auto parkeren en loop je de laatste paar honderd meter langs de huisjes van nonnen. Het dorp wordt voornamelijk of geheel bewoond door de nonnen. Ook in het klooster woont een aantal, trouwens. De huizen hebben zoals veel Roemeense huizen leuke decoraties aan daklijsten, goten e.d. De redelijk grote huizen zien er niet uit alsof armoede de grootste deugd is die hier beoefend wordt. De meeste zien er goed onderhouden uit, zeker voor Roemeense begrippen. Er zijn ruime tuinen met groentes en fruitbomen die net allemaal in bloei staan in de week van ons bezoek. Fruitbomen zie je hier trouwens in bijna elke tuin. In Slovenië valt ons dat ook steeds weer op, zeker in de dorpen. 

‘Het grote gebouw is oorspronkelijk in 1647 voor monniken gebouwd, maar sinds 1823 wordt het bewoond door vrouwen. Het interieur is rijkelijk beschilderd door Nicolae Grigorescu in 1860. De kerk heeft een iconenwand, waarvan veel heiligenafbeeldingen met zilver bekleed zijn. In de tuin bloeien 's zomers veel bloemen. Er is een uitgebreid museum met iconen op hout, iconen met zilver, priestergewaden en andere religieuze kunstvoorwerpen, alsook een winkel met religieuze parafernalia.’ Het gebouw is perfect onderhouden. Het wit is parelwit. Het straalt een harmonieuze sfeer uit; het is fijn om naar te kijken door de fraaie vrij strakke vormen.

Heilig water

Omdat de zondagse dienst net aan het uitgaan is, maken we eerst een wandelingetje door het bovendorp en langs de begraafplaats. Grappig is een waterput (heel veel drinkwater komt in Roemenië nog uit een put) waarbij een beker staat voor de dorstige reiziger. Ook zijn er zinken waterbakjes met een kraantje onderaan, waaruit je water kunt tappen in een beker. Die bakjes moeten worden bijgevuld door iemand. Achter de kerk staat een groot koperen drinkwatervat met een kraantje. Op het papier staat dat je het heilige water dient te drinken op een nuchtere maag, na het reciteren van het ‘Onze Vader-gebed’.  De nonnen die wij zien drinken, hebben dus vandaag tot nu, een uur of elf, nog geen voedsel gehad… Na de wandeling bezoeken we eerst het museum op het kloosterterrein. Veel iconen, maar ook weef-werk. Riet, die zelf heeft geweven, vindt het prachtig; ze koopt een handgeweven kleedje van ongeveer 20 bij 30 cm met mooie heldere kleuren. Het staat mooi in ons huis. De kerk bekijken we van binnen op eigen gelegenheid. Daarna terug naar de bus op de parkeerplaats en naar ons lunchadres voor vandaag. 

 

 stadje bij het klooster

 het klooster Agapia

 een nis in de muur

 binnenplaats

 de kerk gaat uit

 aan de rand van het dorp

 modder

 

 

Vat met heilig water




 

 

Museum?

Dat is bij een soort museum van een naïeve schilder/ beeldhouwer die niet meer leeft, maar de kinderen hebben het complex overgenomen en exploiteren het nog steeds. En daar kunnen ze kennelijk goed van leven. Het museum stelt naar onze mening niet veel voor. Buiten staan wel wat aardige beelden maar binnen is het een soort uitdragerij/ streekmuseum. Naast eigen ‘kunst’ heeft de man alles verzameld wat hem voor handen kwam. In het huis zijn diverse kamers volgestouwd met oude handwerktuigen, kledingstukken, manden, noem het maar op. Van hem zelf hangen er bijv. veel maskers. Een paar dames, onder wie mijn vrouw, zijn niet onder de indruk: elke kop heeft hetzelfde grimas. Nee, wij zijn hier wel uitgekeken. Gelukkig was ik bij het klooster al naar het toilet geweest; de toiletten hier geven nogal wat aanleiding tot opmerkingen. Op het terrein zijn een paar Turkse wc’s en buiten staan twee stinkende mobiele hokjes. Het schijnt vooral voor de dames kiezen tussen Scylla en Charybdis. Na de lunch bezoek ik het Turkse toilet. Ik kan geen water spoeling ontdekken. 

De lunch die men ons hier voorschotelt, is echter voortreffelijk. We zitten in een soort serre aan een lange tafel. Wat doet men als het echt een grote groep is, vroeg ik mij af, want de serre is nu met ons twintigen vol. Er is soep, vlees, salades, brood, en van alles ruim voldoende en smakelijk. Erbij schenkt men een jonge witte wijn. We genieten. 

Tegenover het museumpand ligt een boerderij, waar wij even een blik over de schutting werpen. Het doet me denken aan keuterboerderijtjes bij ons in de buurt, vijftig, zestig jaar geleden. De mesthoop zo op de bodem, de krakkemikkige hekjes om de vuile schapen, de verzameling planken en zooi voor “je weet nooit hoe het nog eens uitkomt dus niet weggooien”. De oude boerin ziet ons en komt bij de deur van de poort staan. Ze wil wel even op de foto. Haar grote plastic schoenen detoneren nogal bij haar traditionele kleren. 

 

 

  lunchen bij een kunstenaar

 museum...

 maïskolven drogen

 boerderij op platteland

 geen strak erf

 
Toegangspoort boerderij en re: de boerin die even komt kijken naar al die vreemdelingen in de straat

 

 




 

 

Hoogtepunt

Na de lunch vertrekt de bus naar het klooster Voronet. Dit is een van de excursies waardoor mensen juist voor deze reis kozen. Het is een hoogtepunt van deze reis. De kloosters in de Boekovina-streek in Noord-Roemenië zijn wereldberoemd. Voronet wordt zelfs wel de “Sixtijnse kapel van het oosten” genoemd. Nu vind ik dat nogal overdreven, maar je hebt het over twee onvergelijkbare grootheden. Allebei zijn heel bijzonder. Ik zelf vind het zo bijzonder dat deze fresco’s buiten, in weer en wind de eeuwen hebben getrotseerd. Weliswaar is de ene (achter)kant praktisch wit, onherstelbaar beschadigd, maar de andere wanden zijn nog prachtig. Zo vol met kleurige fresco’s die met elkaar een beeldverhaal vertellen waarvan de finesses de moderne mens ontgaan, maar die ons worden geopenbaard door de toelichting van Cristina. 

Voronet klooster

Ik neem over van Wikipedia: “Het Voronețklooster (Roemeens: Mănăstirea Voroneț) is een klooster bij Voroneț in het noorden van Roemenië, in de Boekovina. Het klooster is bekend om zijn beschilderde muren, met een bijzondere kleur blauw die als Voroneț-blauw bekend staat. De oorspronkelijke muren rondom het klooster zijn verdwenen. Er staat nu een nieuwe omheining rondom het klooster. 

Dit klooster is gebouwd in 1488 door Ștefan cel Mare. De beschermheilige is Sint-Joris. De schilderingen aan de buitenkant zijn gemaakt in 1547. Voroneț bleef functioneren tot 1785, toen de Oostenrijkers de Boekovina binnenvielen. Twee jaar na de val van het communisme, in 1991, begon het klooster weer te functioneren dankzij een groep nonnen. In het klooster bevindt zich het graf van de eerste abt. 

Het klooster is nog geheel origineel. Aan de westgevel van de kerk heb je het enorme fresco van het "Laatste Oordeel", het hoogtepunt van de middeleeuwse schilderkunst in Moldavië: De apostel Paulus leidt de gelovigen de hemel binnen en Mozes komt met de ongelovigen. Onderaan is de wederopstanding. De nonnen wijzen met hun aanwijsstok naar de details. Aan de noordmuur is het scheppingsverhaal van Adam en Eva tot Kaïn en Abel. Op de zuidmuur staat de stam van Jesse met de stamboom van de voorouders van Jezus.

Het klooster staat samen met de andere beschilderde kerken in de Boekovina op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. “

Fresco’s met een verhaal

Bij binnenkomst van het terrein betaal ik twee keer 20 Lei voor het buiten mogen fotograferen. Binnen mag in ieder geval niet. Het is redelijk duur (samen € 10) maar dit is wel heel mooi en bijzonder, dus daar willen we allebei onze plaatjes van maken. De fresco’s zijn prachtig. De kleuren nog alsof ze van gisteren zijn in plaats van viereneenhalve eeuw geleden. De vorm van het gebouw met het ver overstekende ronde dak doet me eventjes denken aan een ruimteschip. Rare associatie misschien in deze setting, maar de vormen doen eigenlijk heel modern aan, bedoel ik maar. Cristina geeft via onze oortjes uitgebreide toelichting op wat we zien, maar ook vertelt ze veel over de Roemeens-Orthodoxe kerk. Wij stellen het erg op prijs om wat meer van deze wereld te weten te komen. Niet dat we alles onthouden, niet echt, maar wat meer weten over de rituelen en gewoonten van de gelovige Roemeen is interessant. Ik heb de indruk dat in deze maatschappij religie veel meer aanwezig en levend is dan in ons land. De kerk maakt hier nog een wezenlijk onderdeel uit van het dagelijkse leven, zo lijkt het me. Dat merken we zeker het weekend erop in Boekarest met Palmpasen. Veel mensen komen even langs, als ze al niet langer blijven. Zelfs voorbijgangers op straat slaan een kruis als ze de kerk passeren. 

Folkloreshow

De bus brengt ons in de namiddag (na 100 km vandaag) naar het familiehotel Eden in Campulung Moldovenesc. Het is een keurig hotel, we hebben een mooie kamer aan de achterkant. Voor het eten maken we met z’n tweeën nog een wandeling  in een wijde kring om het hotel. Het asfalt houdt meteen achter het hotel op zodra we van de drukke doorgaande weg af het dorp ingaan. Ons valt eens te meer de versiering op die de mensen op huizen en zelfs schuren aanbrengen. In hout, maar ook in het alom aanwezige zink. De goten en afvoerbuizen zijn gesierd met rozetten, bladmotieven en andere decoraties. Over de onvermijdelijke waterput is vaak een sierlijk gebouwtje gezet. 

Het diner valt bij mij bijzonder in de smaak. Vooraf een koude vleesschotel en dan een smakelijke gebakken forel en een warme appelflap toe.  Rode en witte wijn kosten 10 Lei per glas. Tijdens het eten treden een orkest en een volksdansgroep voor ons op. De drie beroepsmusici bespelen accordeon, luit, blaasinstrumenten en een panfluit. In Zuid-Amerika heb ik de hoop uitgesproken de eerste maanden alsjeblieft verschoond te mogen blijven van de panfluitmuziek (‘El condor pasa’ in alle denkbare variaties, overal maar weer tot vervelens toe) maar hier ben ik bekeerd. Wat deze man uit de panfluit weet te halen grenst aan het ongelooflijke. De dansers zijn leerlingen van een middelbare school zo begrijp ik. Drie enthousiaste jongens en drie meiden van een jaar of zeventien, achttien. Ze komen in diverse traditionele uitdossingen en klederdrachten en geven een wervelende show weg, met dansen uit de diverse streken van Roemenië. Een heel geslaagde avond. Ik koop van een van de meiden aan het slot een cd met muziek om als achtergrond te gebruiken voor een presentatie van de foto’s. 

 

Klooster Voronet

 hoe je te gedragen

 hel en hemel (achtergevel) panoramafoto

 achtergevel
gouden poort van de hemel 

 hel

 meer hel
engelen trachten te redden wat er nog te redden valt, uit handen van de duivels

 reisbegeleider met balk
die gebruikt werd om gelovigen naar de kerk te roepen

 opwekking van de doden

 moslims

 heiligen

 prachtig dak

 gelovigen buiten

 onze bus


 ons hotel in Campulung Moldovenesc

 


wandeling door het dorp Campulung Moldovenesc

versieringen van zink aan dak en goten in het dorp

 

 

 

pomp/put huisjes

 versierde schuur 

 schuur


Folkloristische dansen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  


 

 

 

 

 

naar boven