005 'Breizh' Kamperen in Bretagne, aan de noord- en zuidkust - Zondag 18 juni Het Pardon dat er niet was en het museum van oude ambachten in Argol dat wel open was en in bedrijf!

by Lammert
Hits: 1520

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 


Zondag 18 juni Het Pardon dat er niet was en het museum van oude ambachten in Argol dat wel open was en in bedrijf!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


We zijn al op tijd op pad op deze zondagmorgen, omdat we in een brochure hebben gelezen over een Pardon dat vandaag in Plomodiern zou plaats hebben. Een Pardon is een katholieke optocht met vaandels en beelden en zo. Een soort processie dus of een bedevaart waarbij vergiffenis wordt afgesmeekt, typisch voor Bretagne. Dat wilden we wel eens meemaken.
In de enige –grote!- kerk die het dorp rijk is, is het zeer stil. Er zit één persoon te bidden. Een Fransman die ook binnenkomt, vraagt ons over de of het Pardon of in ieder geval de mis. Maar er is dus helemaal niets. Zelfs geen ordinaire mis wordt er opgedragen. Het gaat hard achteruit met de katholieke kerk, en dat is geen wonder zo! 

We drinken dan maar een lekker kopje koffie op een terrasje, kijken wat in een antiekzaakje dat wel open is. Bij een bakker kopen we lekker gebak dat we straks ‘thuis’ bij de koffie opeten. En rijden dan maar terug naar onze plek in de schaduw op de camping. Het is alweer te heet om in de zon te zijn.


Toch gaan we ’s middags nog weer op pad. Niet ver: naar Argol, dat is maar een paar kilometer. Eerst bekijken we in de hitte het uitgestorven Paroissial, de ommuurde ruimte waarin de kerk staat. De triomfboog is bijzonder uitvoerig en gedetailleerd. De kerk van St. Pieter en St. Paulus is open. Naast de kerk en het grote kerkhof is het Musée Vieux Métiers, het Museum voor Oude Ambachten. Volgens de folder wordt er elke dag wel iets gedemonstreerd. En dat klopt. Er zijn heel wat mensen die hier vrijwillig hun kunstje doen. Er is een houtbewerker, die oude technieken laat zien, als hij tenminste niet in slaap is gesukkeld... Verrassend simpel en doeltreffend soms. Er zijn dames die het borduren en andere handwerken laten zien, en die de warme belangstelling van R krijgen. Eén mevrouw spreekt zoveel Engels als ik Frans spreek en samen komen we een heel eind. Ten slotte is er de ruimte waar je zelfgebakken galettes kunt eten. Het zelf bakken laten we aan ons voorbijgaan maar R eet wel een galette. Gemaakt van volkorenmeel en gebakken op een plaat die met brandend hout en dennennaalden verwarmd wordt. We drinken een zelfgemaakt appelsap op de eenvoudige houten banken. Leuk!

de beroemde toegangspoort, arc de triomphe, van Argol

   


Het vertoonde en tentoongestelde is allemaal erg aardig en aardig zijn ook vooral de mensen. Ze zijn enthousiast en willen graag met je spreken over hun ambacht. En over vroeger. Een oude man vertrouwt me toe dat hij geen Fransman is maar een Breton. Als ik vraag hoe dat gevoel nog leeft, krijg ik ten antwoord dat dit allemaal minder wordt. Ook het Bretons wordt niet veel meer gesproken. Toch zijn alle plaatsnaamborden hier wel tweetalig. Het zal op dezelfde manier gaan als bij ons met het Fries. Langzaam komen er toch minder mensen die het voluit spreken.

   

    

in het Museum voor Oude Ambachten in Argol. Zeer de moeite waard voor een regenachtige middag of zoals in ons geval voor een snikhete middag. Een houtbewerker demonstreert en het bakken op traditionele wijze van galettes, de beroemde dunne pannenkoekjes van Bretagne (en Normandië). 


We krijgen informatie over weven, borduren, mutsen maken: elke plaats in de omgeving had een eigen ontwerp muts!, houtbewerken, klompen maken, verven met natuurlijke materialen, en nog meer. Het is dus een interessant museum. En we zijn een middag onderdak voor de warmte. De mensen hier spreken er allemaal over, dat het zo abnormaal is dat het hier in Bretagne al een paar dagen 33 graden is.


Terug bij de caravan is het ook daar heet. Te warm om iets te doen. Als de zon weg is, wordt het iets beter. We zitten buiten onder de luifel tot we naar bed gaan. Dat is dan wel weer een voordeel van de warmte. Zo’n avond buiten met een glaasje wijn vind ik heel sfeervol.


Maandag 19 juni is het ook heel heet. Weer 33 graden in de schaduw. We wachten met de luifel af te breken tot het ’s avonds wat minder warm wordt. Ik bevestig alvast de spiegels aan de auto en we treffen verdere voorbereidingen om morgen op tijd weg te kunnen. Ik betaal de camping. We hebben er met plezier gestaan. Dat kwam in de eerste plaats door de grote plek met fenomenaal uitzicht, en daardoor namen we de matige reinheid van het sanitair voor lief. Het is dat er niet veel gasten waren; als het hier druk wordt met volle bezetting en het schoonmaken wordt met dezelfde frequentie en intensiteit gedaan dan wordt het een vies zootje, vrezen wij. Het campingrestaurant hebben we ook een avond uitgetest. Dat beviel goed moet ik zeggen. Goed eten en redelijke bediening maar je zit in een vrij sfeerloos lokaal met wel weer mooi uitzicht. Je zou er al meer van kunnen maken als je de opslag van dozen en vaten niet in het restaurant zelf (naast de tafels!) zou onderbrengen… En dat de ober vraagt naar de ‘cuisson’ van een confit de canard, ja dat blijft wat vreemd. ( cuisson = de mate van gaarheid van vlees, dus bij biefstuk bijv. á point dat is medium gaar. Maar een confit de canard heeft ‘tig’ uur staan stoven dus is per definitie zeer gaar: bien cuit. We denken overigens dat de gekonfijte eendenpootjes hier uit een pot of blik komen, maar dat is niet erg. Ze zijn heel lekker!

 

Met sfeervolle beelden nemen we afscheid van het strand bij de camping bij Telgruc:

 

    

 

 

 

naar boven