005 'Breizh' Kamperen in Bretagne, aan de noord- en zuidkust - Maandag 12 juni, naar de ruïne van de oude abdij van Landévennec, Pointe de Roscovel en Pointe de Espagnols

by Lammert
Hits: 1543

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 


Maandag 12 juni, naar de ruïne van de oude abdij van Landévennec, Pointe de Roscovel en Pointe de Espagnols

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Na de pannenkoeken als lunch bij de caravan vertrekken we naar Landévennec, een dorpje aan een inham van de Aulne aan de noordkant van ons schiereiland van Crozon. Het is niet lang rijden. We vinden een grote parkeerplaats en letten niet goed op de borden. We lopen naar de gebouwen. Dit is geen ruïne denken we nog, maar er is een deur waar je kunt bellen voor een bezoek. Ik bel en al snel komt er een oude monnik aansloffen die ons hoffelijk en vriendelijk ontvangt. Het blijkt dat dit het klooster is dat nog in gebruik is bij de Benedictijner monniken. Er is wel een klein museumpje waar we welkom zijn om te kijken. Het vertelt met foto’s de geschiedenis en de bouw van het nieuwe onderkomen voor de nu ongeveer 50 monniken. De grote kerk die erbij hoort, doet vermoeden dat hier heel wat pelgrims komen op bepaalde tijden. De kerk is sober ingericht, bijna protestants. Wel mooie, moderne ramen. ‘In 1958 zorgden de benedictijnen ervoor dat de vreedzame sfeer van het voormalige klooster herleefde in het nieuwe klooster, dat 500 meter boven het oude klooster van natuursteen uit Logona gebouwd is. In alle rust voeren zij hier hun activiteiten uit, van het onderhoud van de boomgaard tot aan de ontvangst van bezoekers.’ Bron: www.bretagne-vakantie.bzh/ontdek-de-bestemmingen/

 

"Vrede

De monniken wensen u welkom in hun abdij, gesticht door St. Gwénolé in de vijfde eeuw. Ze werd vernield als gevolg van de Franse Revolutie en gerestaureerd vanaf 1950 dank zij de gulle steun van getrouwen. Zij nodigen u uit om deel te hebben in hun gebeden; de kerk is de hele dag open."

 


De vriendelijke monnik legt ons ook uit dat de oude abdij dichtbij ligt, alleen we ontdekken dat we daarvoor met de auto toch een eindje moeten omrijden. Bij binnenkomst van het dorpje waren we er al voorbij gereden. Bij de oude abdij is een heel wat kleinere parkeerplaats. We kopen een kaartje bij een vriendelijke jongeman die ons een kaart meegeeft met het verhaal van de abdij in het Nederlands.

op een oude boomstam groeit dit tuintje


‘De heilige Guénolé koos dit paradijselijke oord uit om er omstreeks 485 het oudste Bretonse heiligdom te stichten. Van de gebouwen zijn nog prachtige overblijfselen te zien uit de 11e en 12e eeuw. Hoge muren, voeten van pilaren en sporen van het schip hebben de tijd en de Revolutie overleefd. Het Museum van de vroegere abdij, gelegen aan de rand van Landévennec, doet de geschiedenis van deze gedenkplaats herleven en besteedt in haar exposities en animaties ook aandacht aan de ontwikkeling van het huidige Bretagne.’
Het museum is wel aardig maar we besteden er niet veel tijd want het is er onder al dat glas bloedheet en benauwd. Bovendien zijn alle bijschriften in het Frans en dat is vermoeiend om te lezen. Buiten is het veel beter toeven. Mooi weer maar niet te warm.


Op ons gemak wandelen we tussen de muren door van de eeuwenoude abdij. Een van de oudste kloosters van Frankrijk. Het voorportaal is zelfs uit de tijd van Karel de Grote, de rest vroeg Romaans. De kerk of wat ervan over is dateert uit de 17e eeuw. Tijdens de Franse Revolutie werd die gesloopt en de stenen werden voor andere dingen gebruikt. Daardoor rest er slechts een ruïne. Het grondplan is natuurlijk nog goed te zien want er staan nog muren van een paar meter hoog. Ik kan me dus wel een voorstelling maken van hoe het geweest zal zijn.

  

In de kruidentuin staan o.a. artisjokken, die ze hier in Bretagne massaal verbouwen. Rechts een beeld van de heilige Gwénolé, stichter van de abdij.


Als we ook de kruidentuin bekeken hebben, wat overigens niet veel tijd kost want dat stelt echt niet veel voor, pakken we de auto. Het is vier uur. We kunnen nog wel even wat erbij doen. We gaan binnendoor naar de Pointe des Espagnols. Dat is nog wel een hele rit, helemaal naar de noordpunt van het schiereiland. In Roscanvel bekijken we nog even een kerkje en lopen even naar het strandje. Van daar loopt de D355 rond langs de punt van dit uit-stekende stuk land. Het is een landschappelijk fraaie weg. Op een gegeven moment ben je vlak bij de punt en daar is een grote parkeerplaats.

Hier lopen paden naar de kust. Op diverse plekken langs deze paden liggen bunkers die de Spanjaarden hier in 1594 bouwden om de haven van Brest aan de overkant in bedwang te houden. Ze werden echter in hetzelfde jaar verdreven, maar de bouwwerken staan er nog en ze staan er goed onderhouden bij. Op een kun je klimmen voor een beter uitzicht. Een andere is omringd door een soort slotgracht. Er staan er nog een heleboel. Borden erbij geven uitleg.

 bij Roscanvel in de buurt

zicht op de grote havenstad Brest vanaf het Pointe des Espagnols

 baai bij Brest

een van de Spaanse bunkers  uit d 16e eeuw

 

uitzicht vanaf de rondweg over het schiereiland

 douaneboot

 langs de D355


Wij genieten ook van het uitzicht over het water op de grote havenstad Brest. Met mijn superzoomcamera zie ik een heleboel details die me anders zouden ontgaan. We maken veel foto’s. Dan rijden we door en stoppen nog een paar keer voor panorama’s over zee. De heide bloeit hier met heel fel purperen bloemetjes. Een wit huis met lichtgrijs dak staat prachtig in het glooiende groen. Bretagne is mooi!


Dan aanvaarden we de terugweg. We zijn uiteraard laat terug op de camping maar we willen eten in het restaurant dat bij de camping hoort, dan hebben we daar geen gedoe meer mee. Uitgerekend vandaag is het dicht, ondanks het bord bij de ingang dat van alles aanprijst. Een Engels stel is ook verrast. ‘Die rare Fransen ook’, moppert de jongen. In het dorp Telgruc is ook niets te eten, dus dan maar naar Crozon. Net voor het stadje zie ik links een crêperie.

 de crêperie 

Van buiten lijkt het net een boerderij of een huis maar het bord staat echt op de gevel. Ik kijk even of deze zaak niet ook gesloten is op maandag, maar warempel, de kok en zijn moeder (?) zijn open en ontvangen ons vriendelijk. Er zit slechts één andere vrouw te eten, een kennis van de oude eigenaresse. Maar de galettes die ze maken zijn goed. Ik kies er een met ansjovis “anchois á l’ancienne” en R kiest sardines. We smullen beiden. We nemen er een fles cider bij. Ook heerlijk. We nemen ijs toe. R. kiest tot twee keer toe een smaak die er nou net niet meer is, maar uiteindelijk komt er toch een ijsje op tafel. Kan gebeuren. We zijn samen € 51 kwijt aan dit etentje, alles inclusief. Niet gek toch? Het interieur is grappig. Het is een soort overdekte binnenplaats, een beetje kneuterig ingericht, maar wel gezellig. Bij het afrekenen zie ik een merkwaardige oude kast staan. De kok vertelt dat de kast in tweeën is gezaagd, de achterkant is eraf. Vroeger sliepen mensen hierin, vertelt hij met een glimlach. Hoe bestaat het, in zo’n kleine kast. Nou ja, hij is vergelijkbaar met onze bedsteden van vroeger: die waren niet langer. Mensen waren kleiner en sliepen min of meer zittend.

13 juni   De volgende dag nemen we vrij. Lekker luieren en lezen bij de caravan.

 

onze gast de roodborst op de scheerlijn

 

's avonds een goed boek, een goed glas wijn en een heerlijke temperatuur. Vivre comme Dieu en France. 

 

naar boven