Carel van der Merwe: Nasleep

Hits: 1258

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Carel van der Merwe: Nasleep

Bespreking van dit boek dat je moet lezen als je naar Zuid-Afrika gaat (of er bent geweest)... of er belangstelling voor hebt.  **Fragment uit mijn bespreking: "Pauls broer Pieter, die in New York woont en werkt, is nog wel een liberaal, meent hij zelf, maar wel een die ouder en wijzer is geworden. “Dit hier is een zwart continent, een zwart land, en zij hebben hun eigen manier van dingen doen. Witten worden verdragen zolang ze nuttig zijn of geld hebben en hun bek houden. Maar wij moeten nooit vergeten dat we hier op geleende tijd zijn.” Paul protesteert, maar Pieter laat hem weinig illusies. “De Zuid-Afrikaanse movie is afgelopen, en de slechteriken moeten nu verdwijnen. En onze voorouders –laat me niet lachen. Denk je dat die zo anders waren dan wij? Zij deden wat ze deden om hun eigen zelfzuchtige reden, voor eigen gewin, niet voor hun nageslacht. “

    

 

 

 

Carel van der Merwe: Nasleep, Amsterdam 2010

 

In 1995 werd in Zuid-Afrika de WVC, de Waarheids- en Verzoeningscommissie in het leven geroepen. Men dacht dat, net als mutatis mutandis in het huidige Ruanda, het gerechtelijk vervolgen van apartheidsmisdadigers niet zou slagen en alleen de verdeeldheid zou aanjagen. Vandaar de instelling van deze commissie. Bij deze commissie konden mensen die iets op hun kerfstok hadden uit de apartheidstijd amnestie vragen. Er werd verwacht dat ze volledige openheid zouden geven, schuld zouden bekennen en spijt betuigen. De commissie kreeg in Nederland vooral bekendheid door het voorzitterschap van de kleurrijke en flamboyante bisschop Desmond Tutu. 

Paul du Toit, de hoofdpersoon van Van der Merwes debuutroman Nasleep moet voor deze commissie verschijnen. Hij wordt ervan verdacht tijdens zijn dienst in het leger van het blanke minderheidsbewind betrokken te zijn bij een bomaanslag op vreedzame tegenstanders van het regime. Bij die aanslag zijn twee doden gevallen, waarvan één een oude schoolvriend van Paul was. Aan het einde van het boek brengt de advocaat van de slachtoffers naar voren dat deze Andre ook de minnaar was van Pauls vrouw Louise. De advocaat suggereert dat er ‘dus’ sprake is geweest van een persoonlijke wraakoefening. 

 

Als Paul na het verhoor thuiskomt, is zijn vrouw verdwenen. Paul krijgt ontslag bij het effectenkantoor waar hij werkte. Binnen korte tijd is zijn hele leven ontwricht. Hij volgt het spoor van Louise. Hij is erachter gekomen dat ze niet vertrokken is naar aanleiding van datgene wat uit het verhoor naar voren is gekomen, nee, al een week voor het verhoor blijkt ze ontslag genomen te hebben. Het spoor van Louise leidt naar Londen. Paul vindt er een tijdelijk baantje als beveiliger. Als zodanig maakt hij kennis met Monica, een Tsjechische au pair. Zij wordt belaagd door een paar mannen en hij redt haar. Hij krijgt een voorzichtige relatie met haar, maar ontdekt ook het adres van Louise. Ook zij heeft intussen een relatie, met een Engelsman. Ze wil niets meer van hem weten en wil alleen dat hij de echtscheidingspapieren snel tekent. Als de vader van Paul overlijdt, gaat hij terug naar de Kaapprovincie. Daar blijkt dat de boerderij, de plaas, in zijn bestaan bedreigd wordt door landeisen, die de oorspronkelijke bewoners onder het nieuwe regime mogen stellen, ook al valt er over de vroegere eigendom niets te bewijzen. Er wordt druk op Paul uitgeoefend om de boerderij over te nemen (als gids van rijke jagers bij voorbeeld) en voor het recht van de familie te gaan strijden, maar Paul neemt een andere beslissing. 

“Wat hadden ze verwacht? Dat alles hetzelfde zou blijven? De prioriteiten zijn veranderd. Een nieuwe kudde stemvee moet gevoederd worden. Stel dat hij op de plaas zou blijven, hoe zou de toekomst er dan uitzien? Het gedoe van rijke buitenlandse jagers, hun Afrikanergids een van de bezienswaardigheden, geweeklaag in kroegen over het nieuwe Zuid-Afrika; een huwelijk met een van de lokale gescheiden vrouwen? En overal zouden de tekens zichtbaar zijn van een levenswijze die voorbij is, die nooit weer terug zal komen. “ Hij belt Monica en zegt dat hij terugkomt naar Londen.

Intussen is de beslissing van de WVC afgekomen: hij krijgt amnestie. Maar uit een telefoongesprek met zijn vroegere chef, die wegens dezelfde feiten voor de “waarheidscommissie” moest verschijnen, blijkt –na de uitspraak- dat de zaken rond de bomaanslag toch anders zijn geweest dat hij ooit heeft geweten en dus ook anders dan hij heeft getuigd. Hij voelt zich bedrogen, eens te meer. 

Zo blijken er heel wat waarheden te zijn. De waarheid van zijn chef is een andere dan die van Paul; de waarheid die de commissie meent te zien, bestaat die? En ook Louise en Paul hadden elk hun eigen waarheid, die ze van elkaar niet kenden. Het boek suggereert dat deze situatie misschien wel kenmerkend is voor de nieuwe natie van Zuid-Afrika. Hoewel de apartheid is afgeschaft, duurt het onrecht voort. Nu misschien met andere accenten in een andere richting. Groepen die weliswaar naast elkaar leven maar niets van elkaar begrijpen en elk in hun eigen waarheid leven. 

Pauls broer Pieter, die in New York woont en werkt, is nog wel een liberaal, meent hij zelf, maar wel een die ouder en wijzer is geworden. “Dit hier is een zwart continent, een zwart land, en zij hebben hun eigen manier van dingen doen. Witten worden verdragen zolang ze nuttig zijn of geld hebben en hun bek houden. Maar wij moeten nooit vergeten dat we hier op geleende tijd zijn.” Paul protesteert, maar Pieter laat hem weinig illusies. “De Zuid-Afrikaanse movie is afgelopen, en de slechteriken moeten nu verdwijnen. En onze voorouders –laat me niet lachen. Denk je dat die zo anders waren dan wij? Zij deden wat ze deden om hun eigen zelfzuchtige reden, voor eigen gewin, niet voor hun nageslacht. “

Paul werpt nog tegen: “Onze geschiedenis, onze taal, ons land, al die moeite voor niks?” De kosmopoliet Pieter merkt op dat het misschien wel nooit de bedoeling is geweest dat die bestaan. De hugenoten, waaronder de Du Toits, zijn deels ook naar andere landen gegaan. Pieter suggereert dat de geschiedenis van de mens afhangt van toevalligheden. “Mensen schuiven rond, niets is blijvend. Waarom daarover stressen?”

Tussen de persoonlijke geschiedenis door leert de lezer veel over Zuid-Afrika. Op weg naar familie van een van de slachtoffers met wie hij wil kennis maken, observeert Paul wat hij ziet langs de autoweg. “De plakkerskampen zijn nog groter geworden sinds hij hier voor het laatst was, een grijze zee van hout, zink en plastic voor zover je kunt kijken. Krakkemikkige huisjes, opgetrokken op elk denkbaar open stukje grond, sommige niet meer dan een paar meter van de snelweg af. (…) Al deze mensen. Hoe overleven ze hier, hoe verdragen ze het, hoe lang zullen ze het nog verdragen? Of raak je na verloop van tijd aan alles gewend?”

Het zijn dit soort illusieloze opmerkingen die mij prikkelen om meer van dit land te willen zien. “Misschien zit er geweld in de genen van ons land” denkt Paul. Hij herinnert aan de eeuwen van strijd om het bezit van dit land. Zwarte stammen, witte kolonisten, Shaka, de Voortrekkers, het Britse rijk, de Boeren. “Wat is het verschil tussen een overval op een boerderij aan de grens tweehonderd jaar geleden en een in de Limpopo van vandaag? Het is dezelfde eeuwigdurende strijd tussen degenen die bezitten en degenen die niets bezitten, maar die in Zuid-Afrika nog op primitieve manier wordt uitgevochten.”

Maar het land kan ook mooi zijn: “Later wordt de nacht helder en een schitterende witte rivier stroomt door het uitspansel. Hij jaagt door het ijzeren landschap van de Karoo (…) Af en toe ziet hij in d everte de zwakke lichtjes van een eenzaam boerenhuis, als van een schip dat door een donkere zee ploegt. Het is alsof hij in de uitgestrektheid drijft, verlost van zichzelf en de gebeurtenissen van de laatste paar maanden. Hij krijgt weer het bekende gevoel dat sommige plekken in hem oproepen, alsof hij dit landschap intiem kent, alsof hij in een vorig leven op deze grond heeft gewoond. Oude grond, denkt hij (…).”

Een zonsondergang beschrijft Van der Merwe “als een bloeddoorlopen oog dat langzaam knippert”. Zo zijn er meer mooie beelden. Je krijgt het gevoel dat de auteur veel van zijn land houdt, maar tevens het ergste vreest voor de toekomst ervan. Dat maakt het boek weemoedig. 

Toch is het ook spannend, want Paul is een super getrainde militair, die van wanten weet als hij door de belagers van Monica in elkaar geslagen wordt. Hij neemt genadeloos wraak. En door de compositie van het verhaal van Paul, afgewisseld met de verslagen van de WVC in een bureaucratische stijl, kom je gedoseerd steeds meer over de achtergronden te weten. Dat geeft het boek vaart. Daarnaast stelt het veel vragen over het nieuwe Zuid-Afrika. Over de last van het verleden en de dreiging van de toekomst. Maar ook vragen die elke lezer moeten aanspreken, namelijk die over schuld en boete, over verantwoordelijkheid en plicht, over hoever je moet gaan in het opvolgen van militaire bevelen.

Een mooi geschreven en hecht gecomponeerd boek dat belangwekkende kwesties aansnijdt. Als voorbereiding voor een bezoek aan Zuid-Afrika zeer aanbevolen.

 

naar boven