Tom Dieusaert: Peru

Hits: 1284

Tom Dieusaert: Peru. Landenreeks, KIT Publishers, Oxfam Novib

Bespreking van dit boek dat zeer geschikt is om te lezen als voorbereiding op een reis naar Peru

 

Tom Dieusaert: Peru. Landenreeks, KIT Publishers, Oxfam Novib, 11.11.11, Amsterdam 2006

 

Dit boek is alleen antiquarisch nog te koop, bijv. bij www.boekwinkeltjes.nl

 

Een heel informatief boek dat veel informatie geeft over het te bezoeken land. Dieusaert werkt in Latijns Amerika als correspondent voor diverse Belgische media. Het boek behandelt: het land, de bevolking, geschiedenis, politiek, economie, samenleving en cultuur. Uit dit boek geef ik hieronder een soort uittreksel, omdat het veel wetenswaardigs voor (aanstaande) reizigers bevat.

 

De opmerking dat er drie Peru’s zijn, kom je in veel geschriften tegen. De droge woestijnachtige kust in het westen, de sierra van de machtige Andes in het midden en de selva, het vochtige oerwoud in het oosten. Daarnaast zijn er nog vele microklimaten en -biotopen in een hoeveelheid die vrijwel uniek is op aarde. Door deze enorme hoogte- en klimaatverschillen behoort Peru tot de acht zogenaamde ‘megadiverse’ landen in de wereld die beschikken over een uitzonderlijke biodiversiteit.

 

De droge kust is zo droog door de ijskoude Humboldt golfstroom, die er ook zorgt voor dat Peru beschikt over een van de meest visrijke zeeën. Om de vijf tot tien jaar treedt het El Niño effect op, waarbij het koude water wordt vervangen door warm, wat leidt tot grote plotselinge klimaatwisselingen, veel regen en wind in de woestijn en dramatische afname van de visstand met een economische schade die in de miljarden dollars loopt.

 

Verreweg de meest Peruanen wonen in de steden. Lima is een echte metropool met zijn acht miljoen inwoners. De trek naar de stad is sterk. De mensen verwachten daar werk. Opmerkelijk is dat hele gezinnen en families migreren en dat in de geïmproviseerde ‘nieuwe wijken’ daardoor soms een sterke sociale structuur aanwezig is. Lima heeft een eigen klimaat met een hoge luchtvochtigheid en daardoor vaak mist, terwijl er toch weinig of geen regen valt.

 

De Andes is na de Himalaya het hoogste gebergte ter wereld. Peru wordt van alle Latijns-Amerikaanse landen het meest door dit gebergte bepaald omdat het dwars door het land loopt en grote gebieden isoleert. Rond de 3000 meter ligt de puna: hier is landbouw moeilijk maar er is gras voor grote kuddes lama’s, alpaca’s en wilde vicuña’s (kameelachtigen) grazen. Er heerst een extreem klimaat met brandende zon overdag en ijskoude nachten. De hoogteziekte (soroche) die optreedt als je te snel van de lagere naar hogere gebieden reist, kun je bestrijden door lichte maaltijden, veel rust en veel water en het kauwen van cocabladeren. Deze laatste gewoonte is inheems en niet verslavend en ook niet illegaal. Het helpt de mensen om geen honger of kou te voelen. (Op het bezit van cocaïne staat in Peru overigens wel een hoge straf.) Coca wordt verbouwd op de tropische oostelijke flanken van de Andes. Tussen de kust en de hoogste toppen ligt de sierra (Quechua in de plaatselijke taal, die overigens ook zo heet) met valleien met ertussen hoogteverschillen van meer van tweeduizend meter. Zo ligt Machu Picchu op een plateau tussen twee bergtoppen met een duizelingwekkend diep ravijn ertussen. Ten noorden van Arequipa ligt de Colca Canyon, leefwereld van de condor, en een van de diepste ravijnen ter wereld.

 

In de selva, het Amazonewoud, dat wij niet bezoeken, woont maar 5% van de bevolking. Hier ontspringt de machtige Amazone. De verbindingen zijn minimaal: in 2006 toen dit boek werd geschreven, was er nog geen geasfalteerde weg die de grootste stad uit de Amazone, Iquitos, verbond met de rest van het land.

 

Wat de bevolking betreft maken de Peruanen zelf onderscheid in indígenas (indianen), mestiezen (combinatie van blank met indiaans), blanken en cholos. De laatsten zijn indianen die zich aanpassen aan de stadscultuur. De blanken zijn ver in de minderheid maar bepalen toch de economie en de culturele regels. Kleine minderheden zijn de Aziaten (vnl. Chinezen en Japanners) en zwarten, afstammelingen van slaven. Raciale spanningen zijn er niet of nauwelijks, maar de rangorde wordt wel sterk bepaald door de huidskleur. Voor de meeste Peruanen is deze raciale hiërarchie volstrekt normaal. Maar de stadsbewoner vindt de serrano, de bergbewoner, stuurs, niet beschaafd en mensen met primitieve eetgewoonten, dus het woord serrano heeft een negatieve lading. De Indianen zelf hebben vaak een negatieve kijk op hun eigen cultuur. Officieel is Peru tweetalig: Spaans en Quechua. De indianen zijn wat beschaamd over hun taal, die ze een ‘dialect’ noemen en ze sturen hun kinderen liefst naar Spaanstalige scholen, ook wel logisch omdat ze daarmee de economisch betere kansen krijgen. Naast deze beide talen wordt bij het Titicacameer de indianentaal Aymara gesproken.

 

De bekendste oude cultuur van Peru is natuurlijk die van de Inca’s. Eigenlijk een verkeerde benaming want het volk heette de Quechua’s en de koningsfamilie heette Inca. Het is natuurlijk ook een indrukwekkende cultuur, die in de tijd niet zo ver van ons vandaan staat (de cultuur duurde honderd jaar, het rijk groeide tussen ongeveer 1438 en 1532 en eindigde in de tweede helft van de 16e eeuw), en bovendien staat de cultuur in de belangstelling door de beroemde Incastad Machu Picchu, die jaarlijks door vele toeristen bezocht wordt. Maar ook voor de Inca’s waren er in Peru al beschavingen terwijl de meeste indiaanse volken als nomaden leefden. De oudste cultuur is die van de Caral, die teruggaat tot 3000 v. Chr. Andere belangrijke culturen waren die van de Mochica’s, Huari’s en Nazca. De laatste is vooral bekend om de mysterieuze lijnen die zij in het landschap van de pampa trok en die tot op heden nog te zien zijn, zij het alleen vanuit de lucht.

 

In 1531 ging Francisco Pizarro aan land in Peru. Dat was het begin van de conquista. Pizarro werd geleid door geruchten over fabelachtige rijkdommen. Hij versloeg de Incalegers en vanaf dat moment lagen goud en zilver ‘voor het oprapen’. Ook nu nog exporteert Peru deze metalen, net als koper, zink en tin. De onafhankelijkheid bracht geen rijkdom, zelfs geen relatieve, voor de gemiddelde Peruaan. Politiek lijkt het ook wel alsof het volk een voorliefde heeft voor foute en incapabele leiders. In de tweede helft van de 20e eeuw kampte de staat Peru met de meest gevreesde en gewelddadige guerrillabeweging in de recente geschiedenis van Latijns Amerika, het Lichtend Pad, of Sendero Luminoso. De terreur begon op het platteland,( d.w.z. in de bergen…) De stichter en ‘grote leider’, filosofieprofessor Abimael Guzmán, verplaatste in de tweede helft van de jaren tachtig de oorlog naar de steden en toen verloor de beweging elke steun die ze nog had in de middenklasse. President Fujimori pakte de beweging hard aan en met de gevangenneming van Guzmán werd de beweging onthoofd. Nu zijn er nog enkele cellen van de beweging over, die zich in het oerwoud ten oosten van Cusco bezig houden met de productie van en handel in cocaïne.

 

Corruptie is een dagelijkse werkelijkheid in Peru. Op ambtelijk niveau krijgt men niets voor elkaar zonder steekpenningen en boetes bij overtredingen kan men op soortgelijke wijze ‘afkopen’. Corruptie is een gevolg van armoede en ongelijkheid, maar houdt die ook in stand. Naast de formele economie is er een grote informele, en naast de sol, het staatsbetaalmiddel, is er een omvangrijke dollareconomie die zich voornamelijk buiten het gezicht van staat en fiscus afspeelt. Merkwaardig is dat er in een land met een zo zwakke staat een uitstekende en vrije pers bestaat. De economische pijlers van het land zijn de mijnbouw (vaak in buitenlandse handen), olie en gas, visserij en textiel. De landbouw zou wel eens belangrijker kunnen worden dan ze nu is. De aardappel komt hier oorspronkelijk vandaan en van de granen is maïs nu het belangrijkst maar quinoa en kiwicha zijn in opkomst want dat zijn de meest voedzame granen op aarde; de laatste wordt in astronautenvoedsel verwerkt.

 

Daarnaast is het toerisme een belangrijke pijler. Er komen jaarlijks 1,3 miljoen toeristen naar Peru (cijfer 2006) en dat aantal groeit jaarlijks met 15%. Al die mensen die Machu Picchu bezoeken (in 2006 gemiddeld 2000 per dag) trekken een zware wissel op de site. De Unesco zou het aantal graag terugbrengen tot 300 per dag…

 

Zoals in eigenlijk alle zich ontwikkelende landen is het verschil tussen arm en rijk schrijnend groot. In 2003 was de rijkste 10% verantwoordelijk voor 35% van de consumptie en de armste 10% slechts voor 1,6%. Meer dan de helft van de bevolking leeft in armoede en 1/5 zelfs in extreme armoede, d.w.z. dat men moet rondkomen van minder dan 1 dollar per dag. De levenswijze in de Andes is feitelijk nog dezelfde als die van honderden jaren geleden. Maar de moderne zaken als televisie, kleding, frisdrank e.d. dringen nu ook hier door waardoor boeren zich verplicht voelen extra inkomsten te zoeken, die er vaak niet zijn. Wat de trek naar de stad dan weer in de kaart speelt.

 

Tot zover een korte samenvatting van dit boek.

 

Voor mensen die geïnteresseerd zijn in volk, politiek, geschiedenis, cultuur enz. van Peru is dit een aanbevelenswaardig boek.

 

naar boven